Posts tonen met het label Collega's. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Collega's. Alle posts tonen

zondag 4 december 2016

Mijn planningen

Ik heb voor mezelf graag alles overzichtelijk op een rijtje staan. Ik heb een notitieboekje waarop ik per dag heb staan wat ik die dag moet/wil doen en voor mijn wiskundelessen maak ik een planning per hoofdstuk (zo'n drie tot vier weken). Voor mijn rekenklassen staat het huiswerk voor het hele jaar al vast. Ik vind het heerlijk, die houvast.

Het grote nadeel is dat niet iedereen rekening houdt met mijn planningen. Klinkt misschien vrij logisch (en zelfs een tikkeltje arrogant), maar ik vind het toch heel vervelend als er op het laatste moment een wijziging in het rooster komt, waardoor mijn hele planning overhoop ligt.

Zojuist keek ik op mijn lesrooster voor komende week. Ik had niets bijzonders verwacht, maar toch hebben de roostermakers op mijn school er weer een puinhoop van weten te maken. Aanstaande donderdag zou ik de eerste lesuren worden uitgeroosterd in verband met een cursus. Er zijn namelijk drie lesuren spontaan uitgeroosterd en ik zou niet weten wat de reden daarvan is.

Ik heb mezelf in de loop der jaren steeds beter leren kennen en ik ben er achter gekomen dat veranderingen niet goed zijn voor mijn humeur. Vooral als de logica van dit soort roosterwijzigingen ver te zoeken is... 

Ach, dat is het onderwijs. Elke dag anders.

Liefs!

woensdag 26 oktober 2016

Kritisch denken komt met de jaren

Wie ooit heeft bedacht dat wijsheid met de jaren komt: voor kritisch denken geldt precies hetzelfde. Waar ik twee tot drie jaar geleden nog op alles ja en amen zei, durf ik nu vaker een tegengeluid te geven. Om heel eerlijk toe te geven vind ik het nog wel lastig om mijn mening te ventileren, maar dat ik nu een stuk kritischer denk dat een tijd terug, vind ik al een hele grote stap in de goede richting.

Ik weet nog goed dat ik begon op de school waar ik nu werk en dat ik al snel doorhad dat al altijd dezelfde collega's overal een weerwoord op hadden. Inmiddels ben ik met één van hen getrouwd, misschien heeft dat er iets mee te maken dat ik zelf ook kritischer ben geworden (is het besmettelijk?). Op dat moment vond ik het strontirritant en zij waren ook de reden dat ik zelf geen mening durfde te hebben: die collega's zouden het ongetwijfeld direct de grond in boren.

Nu ik wat jaren ervaring heb, begin ik een eigen mening te ontwikkelen en dat voelt goed. Ik moet toegeven dat het meer energie kost, omdat ik me hierdoor vaker erger aan collega's dan voorheen, maar het brengt ook iets positiefs met zich mee. Ik voel me minder vervangbaar dan eerst en ik ben dagelijks bezig om het onderwijs te verbeteren. Op een kleine schaal dan.

Nog steeds vind ik het lastig om mijn mening duidelijk te maken, vooral wanneer anderen (met nog meer ervaring) een totaal ander beeld hebben dan ik. Maar oké, alles op zijn tijd. Het is al heel prettig om eens een eigen mening te hebben, in plaats van altijd meelopen met de kudde...

Liefs!

P.S. Het is overigens wel bijzonder om 'de oude ik' terug te zien in mijn nieuwe collega's. Ook zij keuren alles goed en vinden alles best. Hopelijk zullen zij ook ooit een metamorfose ondergaan.

dinsdag 13 september 2016

Onrustig gevoel

Na in inspirerende dag heb ik vaak een onrustig gevoel in mijn lichaam. Enerzijds ben ik doodmoe van alle indrukken die op me af zijn gekomen, maar aan de andere kant wil ik zo graag iets doen met alle inspiratie die ik op zo'n dag krijg.

Zoals ik gisteren al schreef, heb ik vandaag een aantal lessen van collega's bijgewoond. Het was mijn doel om te ontdekken hoe mijn collega's hun leerlingen motiveerden, maar ook om te zien welke werkvormen er werden gebruikt in hun rekenles. En hoewel de lessen van mijn collega's helemaal niet veel verschilden ten opzichte van mijn eigen lessen, ben ik wel een hoop wijzer geworden.

Het leuke van achterin de klas zitten is dat je een beter zicht hebt op de leerlingen. Doordat je zelf niet op hoeft te treden, kun je bijvoorbeeld veel beter letten op het gedrag van de leerlingen. Hoe reageren ze op hun docenten, en vooral: waarom reageren ze zo op hun docenten? In welke lessen voelen leerlingen zich op hun gemak? Welke leerlingen hebben een klik met de docent, en waar komt dat door?

Alleen het schrijven van bovenstaande alinea geeft me al veel nieuwe ideeën voor mijn lessen. Je ziet het: daar is het onrustige gevoel weer. Ik wil zo veel schrijven, ik wil zo graag mijn ideeën uitwerken, ik wil zo graag iets doen met alles wat me vandaag te binnen is geschoten... En doordat ik alles tegelijk wil, lukt er uiteindelijk helemaal niks.

Waarschijnlijk is het beter als ik me vanavond ga ontspannen. Morgen weer een nieuwe werkdag!

Liefs!

maandag 12 september 2016

Kijkje in andermans keuken

Deze week staat voor mij in het teken van een kijkje nemen in andermans keuken. Vanochtend heb ik een les bijgewoond bij mijn leukste collega (beter bekend als mijn man!) en morgen staan er veel lesbezoekjes bij mijn rekencollega's gepland. Waarom? Ik vind het heel interessant om te zien hoe mijn collega's lesgeven.

Als je een tijdje in het onderwijs zit, begin je een eigen stijl te ontwikkelen. Langzaam maar zeker ontdek je wat voor type docent je bent. Ik heb nu na vier jaren als zelfstandige voor de klas een "basis" voor mezelf gecreëerd. Ik kan me staande houden voor een klas met dertig pubers en ik kan ze zelfs van alles bijleren op het gebied van wiskunde en rekenen. Het lesgeven kost me niet heel veel energie meer, het gaat eigenlijk allemaal vanzelf. 

Maar op een gegeven moment kwam ik tot de conclusie dat ik meer wilde dan alleen mijn lessen draaien. Ik wil de leerlingen niet alleen de theorie uit het boek in hun hoofd stampen: ik wil het ook leuk maken. En dat is de reden dat ik deze week een hoop lesbezoeken ingepland heb staan.

Morgen mag ik de rekenlessen van vier collega's bijwonen en dat heeft twee redenen. Ten eerste wil ik zien of mijn collega's werkvormen gebruiken die anders zijn dan de "jullie werken zelfstandig en ik begeleid waar nodig is"-vorm. Ik ben de afgelopen dagen veel bezig geweest met het verzinnen van creatieve werkvormen waarbij de leerlingen op een speelse manier met rekenen bezig zijn. Ten tweede ben ik benieuwd hoe mijn collega's de leerlingen motiveren. Mijn brugklasleerlingen krijg ik tijdens een rekenles prima aan het werk, ze vinden het soms nog leuk ook om veertig minuten in stilte te rekenen met breuken... Maar mijn derde klassers hebben er toch meer moeite mee. Het woord "SAAI" is in grote letters op hun hoofden geschreven en ik kan ze geen ongelijk geven.

Ik ben heel benieuwd hoe mijn collega's hun rekenlessen vorm geven. Hopelijk krijg ik er een hoop inspiratie door!

Liefs!

zondag 4 september 2016

Kan ik het nog wel?

Deze vraag komt opzetten aan het einde van elke herfstvakantie, kerstvakantie, voorjaarsvakantie, meivakantie en vooral aan het einde van de zomervakantie: kan ik het nog wel? Deze vraag brengt me elke keer aan het twijfelen en soms zelfs aan het huilen. Wat als ik de verkeerde keuze heb gemaakt? Wat als dat lesgeven echt niks voor mij is? Kan ik niet beter weer kiezen voor een baantje bij de supermarkt? Dat ik de laatste week van de zomervakantie standaard last heb van nachtmerries is toch een heel duidelijk voorteken?

Afgelopen week, toen ik een cursus volgde, werd ik gerustgesteld. Ik bleek namelijk niet de enige docent met dit soort vragen te zijn. De collega die naast me zat biechtte op dat ze zichzelf precies hetzelfde afvroeg, en toen zij eenmaal begon over haar twijfels, sloten er steeds meer collega's aan.

'Oh, dat heb ik ook!'
'Ja, ik ook! Af en toe word ik badend in het zweet wakker, zo erg zijn die nachtmerries.'
'Elke laatste zondagavond van de vakantie stel ik mezelf ook die vraag, of ik het nog wel kan. Maar als ik dan weer voor de klas sta, snap ik niet waarom ik mezelf dat afvroeg.'

Enerzijds is het een geruststelling dat ik hier niet de enige in ben, maar ik vraag me wel af waar deze twijfels bij mij en mijn collega's vandaan komen. En is het zo dat alle docenten twijfelen aan hun kunnen? Voeren we allemaal een toneelstukje op als we voor een groep met dertig leerlingen staan? Is er eigenlijk een docent die wel honderd procent overtuigd is van zijn eigen kunnen?

Heb ik een volger die in het onderwijs werkt en nog nooit van deze twijfels last heeft gehad? Ik ben benieuwd.

Liefs!
 


zondag 13 september 2015

Onzeker

Ik ben onzeker. Dat ben ik altijd al geweest. Er zijn momenten in mijn leven geweest dat dit een hoogtepunt bereikte, maar door de jaren heen heb ik redelijk geleerd er mee om te gaan (hallo bezoekjes-aan-de-psycholoog). Toch zijn er nog steeds ups en downs. Dat merkte ik vooral de afgelopen week.

Maandag had ik nogal een rotdag. De les in één van mijn brugklassen verliep weer niet zoals ik het voor ogen had en daar baalde ik van. Hoe kon het toch dat ik de zin in het lesgeven bij deze klas totaal kwijt was? Het leek erop dat ik in een cirkel terecht was gekomen: ik sta met tegenzin voor de klas, waardoor de les slecht gaat, waardoor ik de volgende les met nog meer tegenzin voor de klas sta. De les gaat daardoor uiteraard nog slechter.

Waar mijn twijfels over het onderwijs op maandag nog een bijrol speelden, kregen de gedachten om te stoppen met lesgeven op dinsdag de hoofdrol. En dat dankzij de woorden van een collega. De exacte woorden kan ik me niet meer herinneren, maar wat ik nog precies weet, is dat na het horen van zijn woorden het licht bij me uitging. Ik kreeg het gevoel dat het werk dat ik deed totaal niet werd gewaardeerd en ik wist het meteen: ik ben niet bestemd voor het onderwijs.

Na dat besef schoten de tranen in mijn ogen. Gelukkig was het tijd voor pauze. Ik ben direct naar buiten gegaan en heb een rondje door de wijk gelopen. Ik probeerde mezelf te kalmeren, wat maar met mate lukte. Gelukkig kon mijn vriend me die middag veel beter tot rust krijgen. Door het gesprek met hem ben ik ook alles gaan relativeren.

In die brugklas zitten hooguit vijf leerlingen die ik achter het behang wil plakken. Daar staan bijna zo'n honderdvijftig leerlingen tegenover met wie ik wel goed door één deur kan. Er zijn zelfs oud-leerlingen waar ik nog steeds met een grote glimlach aan terug denk. Mijn hart smelt als ik hoor dat ik iemands lievelingsdocent ben (of dat nou de waarheid is of niet, dat een leerling die woorden uitspreekt is al ontzettend lief!) en als er leerlingen in de pauze mijn lokaal in lopen om even bij te kletsen. 

Die ene collega, met wie ik het normaal gesproken aardig kan vinden, zal zijn dag niet hebben gehad. Of hij had gewoon even niet goed nagedacht over wat hij aan het bazelen was. Hij zal de woorden echt niet hebben uitgesproken om mij aan het huilen te maken, laat staan dat hij me het onderwijs uit wil hebben.

Hoe dan ook, het mag duidelijk zijn dat ik voorlopig nog niet weg ben uit het onderwijs. Het is af en toe ontzettend kut (een betere omschrijving kan ik even niet verzinnen) en ik vind ook echt niet elke dag even leuk, maar de meeste momenten bezorgen me nog steeds blije gevoelens. Daar doe ik het voor!

Liefs!

maandag 24 augustus 2015

Nu gaat het echt beginnen...

Door een reactie van Erik op mijn blogpost over 'De eerste les' werd ik weer even herinnerd aan de tips die ik toen met mijn (sporadische) lezers wilde delen. Alhoewel, tips waren het niet echt, maar ik beschreef wel uitvoerig hoe ik mijn eerste les heb gegeven. Ik investeerde in een band met de leerlingen, iets wat ik nog steeds het allerbelangrijkste vind.

Morgen gaan mijn eerste lessen beginnen en ondanks dat ik er een tikkeltje nerveus voor ben, heb ik er ook heel veel zin én heel veel vertrouwen in. Ik vond het altijd zo'n onzin als collega's zeiden dat ervaring ontzettend belangrijk is in het onderwijs, maar nu snap ik pas echt wat ze bedoelen. Door de ervaringen van de afgelopen drie jaren als docent ben ik gegroeid. Ik ontdek steeds meer wie ik ben - als persoon, maar ook als docent. Ik weet wat ik wel en niet wil, ik weet wat ik wel en niet van mijn leerlingen verwacht en ik kan daar steeds beter mee omgaan en op inspringen.

Vandaag werd ik weer omringd door honderd collega's en dat vond ik heerlijk. De meeste gesprekken waren oppervlakkig (Hoe was je vakantie? - Leuk. - Oké doei.), maar ik heb ook fijn kunnen praten met collega's die wel dichterbij me staan. Tijdens het praten deed ik al veel inspiratie op voor mijn lessen en toen besefte ik ineens dat er zo ontzettend veel te leren is van mijn collega's. Toen het jaarthema bleek te luiden dat we vooral om ons heen moeten kijken, begon het kwartje te vallen. Eigen ervaringen (en reflecties!) zijn ontzettend belangrijk voor je docentschap, maar er is zo veel meer te leren bij/van anderen.

Dit jaar wordt dat dan ook mijn persoonlijke doel: om me heen kijken. Ik wil in gesprek gaan met collega's over hun manier van lesgeven. Ik wil concrete tips krijgen, vooral op het gebied van activerende werkvormen. Het wordt namelijk echt eens tijd dat ik daarmee aan de slag ga. En daarnaast wil ik veel leren bij cursussen. Daarom heb ik direct een collega aangeschoten die interessante en inspirerende bijeenkomsten voor nieuwe collega's organiseert. (Hé Daniëlle, die bijeenkomsten voor nieuwe collega's... Is dat ook voor de niet-meer-zo-nieuwe-collega's? - Tuurlijk, kom erbij!)

En die ervaringen... Die moeten uiteraard worden gedeeld! Verwacht dus de komende tijd weer blogposts van mij, want ik wil jullie zo veel vertellen.

Liefs!

P.S. Vergeet me niet te volgen op Bloglovin'! 
 

donderdag 11 juni 2015

Een relatie met een collega, hoe vertel je dat?

Sinds anderhalve maand kan ik een nieuwe ervaring delen; ik heb relatie met een collega. Kan dat, mag dat en werkt dat? Misschien mag ik pas antwoord geven op die vraag op het moment dat we jaren verder zijn, maar ik kan wel schrijven over hoe het is om stapelverliefd te zijn in het beginstadium van een relatie met een collega.

Op het moment dat ik verliefd werd, wist ik één ding zeker: het blijft voor mij bij onbeschoft flirten via Whatsapp. Verliefd worden op een collega is absoluut niet hetzelfde als verliefd worden op een wildvreemde. Wanneer ik een blauwtje zou lopen, zou ik nog jarenlang met schaamte in de hoogste versnelling voorbij lopen op het moment dat ik hem tegen zou komen in de wandelgangen of bij het koffiezetapparaat. Dat wilde ik niet hebben! 

Uiteindelijk was ik ook niet degene die de stap zette om over gevoelens te praten. Gelukkig heeft mijn collega - en inmiddels vriend! - meer lef dan ik... Toen het hoge woord eruit was, hebben we lang met elkaar gepraat. Natuurlijk kwam het onderwerp 'werk' aan bod. Wanneer zouden we dit gaan vertellen aan de collega's? En hoe? En vooral: hoe houden we dit geheim?

Toen ik mijn collega a.k.a. mijn vriend de eerste dag na de meivakantie in de personeelsruimte zag zitten, wist ik niet hoe snel ik weg moest rennen. Ik vulde mijn koffiebeker en liep direct door naar mijn lokaal. Ook de tweede keer dat ik hem die dag zag, durfde ik geen oogcontact te maken. Het is ook ontzettend raar om je vriend ineens weer in de rol van collega te zien.

Geleidelijk begonnen we oogcontact te maken. We gingen aan dezelfde tafel zitten, probeerden een neutraal gesprek te voeren en wisselden veelbetekenende blikken uit. Had iemand het door? Vast niet. 

Na drie weken zat het gevoel tussen ons zo goed, dat we besloten dat we het wilden vertellen. Het stiekeme gedoe was leuk - voor heel even - maar het werd ook best lastig. Bijvoorbeeld als we 's middags samen met zijn auto naar zijn huis zouden rijden, of 's morgens samen naar school reden. Die week ging ik voor twee nachten naar Engeland op excursie en het leek ons een perfect moment om onze relatie niet meer geheim te houden. 'Ik kom niet met de trein, mijn vriend brengt me weg,' stuurde ik een berichtje naar mijn collega's. In de auto onderweg naar de haven waren we ontzettend zenuwachtig. Hoe zouden ze reageren?

De verwarde gezichten van mijn twee collega's waren onbetaalbaar. Ze moesten het even verwerken, maar vonden het vooral ontzettend leuk. Toen ik een paar dagen later weer thuis was, vond ik het ook tijd worden om mijn andere collega's op de hoogte te brengen. Ik plaatste een mysterieuze foto op Facebook en de eerste reacties kwamen al snel. Stuk voor stuk positief!

Inmiddels weten (bijna) alle collega's van onze relatie en de roddels lopen ook al onder de leerlingen. Mijn mentorleerlingen zijn ontzettend geïnteresseerd en nieuwsgierig en ook van mijn vriend hoor ik dagelijks de verhalen over zijn leerlingen. 

In het begin was ik ontzettend bang voor de reacties van de collega's, maar uiteindelijk bleek het enorm mee te vallen. De eerste reacties waren ontzettend positief. Ik vraag me wel af hoe dat in de loop der jaren zal zijn. Mijn vriend zit in dezelfde sectie als ik. Zullen de wiskundecollega's nare opmerkingen maken als we het continu met elkaar eens zijn? Of - ik zeg maar iets - als we allebei weigeren een taak uit te voeren?

We zullen zien...

Liefs!
 

dinsdag 26 mei 2015

Een teken van leven

Afgelopen weekend kreeg ik op mijn vorige bericht de vraag hoe het nu met me gaat. De vorige keer schreef ik nog hoe kut mijn leven op dat moment was, omdat mijn ex-vriend bij me weg was gegaan. Ik las het berichtje terug en merkte hoe positief ik er eigenlijk nog over was. Hoe klote ik me toen eigenlijk voelde, was nauwelijks tussen de regels door te bekennen.

Inmiddels staat mijn leven weer op zijn kop. Twee maanden terug dacht ik nog dat ik nooit meer gelukkig kon worden en dat mijn leven voorbij was en op dit moment sta ik weer bovenop de mooiste berg. Nu is dat wat overdreven, aangezien ik nog steeds met mijn ex onder één dak woon en ik binnenkort het hele gedoe van het verkopen van een huis over me heen ga krijgen, maar... ik ben weer gelukkig!

Kort nadat mijn ex het had uitgemaakt, wist ik dat de knop om moest. Twee weken, zesentwintig pakjes zakdoeken en tachtig afleveringen Pretty Little Liars verder vond ik het mooi geweest. Zo wilde ik niet leven. Ik heb een ontzettend fijne tijd gehad met mijn ex en heel plotseling was dat afgelopen. Betekent dat dat ik niet meer gelukkig kon worden? Natuurlijk niet! Hoewel ik enerzijds echt dacht dat mijn leven voorbij was, wist ik dat ik met mijn vierentwintig jaar nog een heel leven voor me had. Het zou zonde zijn om dat te vergooien doordat één iemand me niet meer ziet zitten...

Toen de knop omging, en ik weer een echte glimlach op mijn gezicht zette in plaats van de gemaakte Mona Lisa-glimlach, kwam het geluk mijn kant op. Ik had ineens gevoelens voor een collega en dat gevoel bleek ook nog eens wederzijds te zijn. Na heel veel berichtjes op Whatsapp was daar in de meivakantie onze eerste "date". Daarna volgden de tweede, de derde, de vierde enzovoorts en nou ja... Trek zelf de conclusie maar!

Mijn lichaam zit vol energie. Ik kan enorm ontspannen van wandelingen van een uur of twee, ik geniet weer van het hardlopen, ik heb zin om naar buiten te gaan en ik zit goed in mijn vel. Daarnaast ben ik op een hele andere manier naar het leven gaan kijken. Ik ben relaxter geworden en véél positiever. Ik probeer me minder te irriteren aan kleine dingen, ik schenk iedereen een glimlach, ik heb zin in het leven en het belangrijkste: ik ben gestopt met het plannen van mijn leven. Nadat het uitging met mijn ex vielen al mijn plannen in duigen en stiekem vond ik dat het ergste van alles. Daarom probeer ik nu te leven met de dag (oké, met de week...) en kijk ik niet naar de toekomst. Als er één ding zeker is in het leven, is het dat het leven onzeker is. Zonde om me dan druk te maken over de jaren die gaan komen, terwijl het leven in het nu juist zo mooi is!

Liefs!

donderdag 6 november 2014

Op mijn gemak

Weet je waar ik goed in ben? Klagen! De afgelopen weken stonden mijn blogjes vol met klachten. Af en toe werd ik er zelf gestoord van ("Pfff, heb ik nou echt niets positievers te melden?"), dus hoe moeten gek moeten anderen er dan niet van worden?

Daarom is het nu tijd voor iets positief! Ik ben vandaag tot de conclusie gekomen dat ik me al een stuk meer mezelf voel bij mijn wiskundecollega's. Ik merk het in de pauzes, als ik met de mannen aan tafel zit, maar ik merkte het vooral vandaag tijdens de vergadering. 

Voorheen zei ik zo min mogelijk. Als je niks zegt, kun je ook niks verkeerds zeggen. Toch? Inmiddels ben ik er wel achter dat je met deze instelling niet ver komt in het leven. Het is niet erg om af en toe te klagen bij anderen. Om je behoeften te tonen. Of om suggesties te geven. En stukje bij beetje gaat het steeds beter.

Het praten gaat nu bijna van zelf. En nee, ik gooi er nog steeds geen enorme onzin uit, maar ik probeer me wel te mengen in gesprekken. Ik vertel uit mezelf wat er speelt in mijn leven (hypotheek!!!) en ik vraag hoe het met anderen gaat. Ik merk dat dit contact met collega's het werk toch net even nog wat leuker maakt.

Ruim twee jaar lang heeft het geduurd tot ik mijn mond open durf te trekken in de buurt van mijn wiskundecollega's. Ik zit nu sinds september in een team met mentoren van 2vwo en 3vwo. Ik voel me nog niet enorm op me gemak bij hen, maar ik weet zeker dat het minder dan twee jaar duurt voordat ik  daar wat meer van mezelf durf te laten zien.

Liefs!

donderdag 19 juni 2014

De huispakken van Roy Donders

Ik ga mijn korte pauze op mijn blog voor deze ene keer onderbreken. Vandaag maakte ik iets mee waarbij ik niet direct dacht dat dit een goed punt zou zijn voor op mijn blog. Zojuist, tijdens het douchen, bedacht ik dat dit juist iets is om over te schrijven. Zeker met de filmpjes die op dit moment circuleren op Facebook.

Welke filmpjes? Onder andere het filmpje waarbij een jongen een meisje in elkaar slaat, duwt en schopt. Het gaat er heftig aan toe en ik werd misselijk bij het zien van deze gruwelijke daad. (Net zo misselijk als toen ik op oudjaarsdag hoorde dat iemand een rotje in het achterwerk van een kat had gestopt en toen had aangestoken. Medelijden tot de duizendste macht, om het even bij mijn vakgebied te houden…) Je voelt het misschien al een beetje aankomen, maar dit meisje wordt dus gepest door deze jongen.

Oké, dit filmpje is niet zo zeer de aanleiding voor de blog. Het gaat namelijk allemaal om Roy Donders. Voorheen was hij nog niet heel bekend in Nederland, maar nu hij de huispakken voor het WK heeft ontworpen, kent vrijwel iedereen hem. Nu ga ik écht to the point komen. Mijn collega sloeg de krant open en vroeg bij het zien van Roy Donders wie deze jongen überhaupt kende voordat hij zijn samenwerking aanging met de Jumbo.

Nou… Ik! Roy Donders kwam eerst af en toe in beeld bij programma’s over de gipsy-family, de zigeuners. Hij mocht vaak de styling doen als er een communie of ander belangrijk feestje was. Vervolgens krijg hij zijn eigen realityshow op televisie en inmiddels is seizoen twee al weer tot zijn einde gekomen. Ik heb alle afleveringen met heel veel plezier bekeken. Roy Donders schrikt de meeste mensen af. Hij valt op mannen, heeft lange, donkere krullen waar een halve bus haarlak in zit, besteed heel veel tijd aan de rest van zijn uiterlijk en draagt en ontwerpt huispakken en andere kleding, voorzien van ‘glittertjes, steentjes, printjes en pailletjes’. Dat is alles wat je op het eerste gezicht ziet.

Wat veel mensen niet zien, is hoe hardwerkend deze jongen is. Hij is heel ondernemend, heeft een eigen mening, een eigen stijl en hij heeft lef. Hij wordt bestempeld als ‘apart’, maar ik heb altijd een klein beetje het idee dat hier een tikkeltje jaloezie achter schuil gaat. Hij heeft al zo veel bereikt en is zelfs jonger dan ik. Dat vind ik knap!

Nee, dit was echt geen blog om Roy Donders op te hemelen. Want ik ga nu pas echt vertellen waar het eigenlijk om draait. Als docent hoor je het pesten tegen te gaan. Opkomen voor de slachtoffers, de pesterkoppen aanpakken en straffen en zorgen dat dit soort dingen zoals in Rotterdam, waar die tieners uit het filmpje vandaan komen, niet gebeuren. Laat zien dat iedereen gelijkwaardig is, laat zien dat het niet erg is als iemand ‘anders’ is, als iemand een eigen mening heeft, een eigen stijl heeft of op iemand valt van hetzelfde geslacht. Laat iedereen in zijn of haar waarde, ook als die persoon anders is dan jij. Je hoeft geen beste matties te worden en je hoeft elkaar niet aardig te vinden. Maar doe elkaar geen pijn, lichamelijk of fysiek.

Opmerkingen zoals ‘ik snap niet dat zo’n jongen überhaupt zendtijd krijgt’ kan ik echt niet begrijpen. Wanneer ze ook nog komen uit de mond van een collega, begint er bij mij iets te knappen. Ik heb de ballen niet om er iets van te zeggen, maar het geeft me wel weer inspiratie om over te schrijven.

Ben jij een docent en kun jij Roy Donders om welke reden dan ook niet uitstaan? Prima. Houd het voor je. Dan houd ik ook voor me dat ik jou – zonder je eigenlijk te kennen – ook niet mag.

Liefs!

P.S. Zondag en maandag zijn dagen waarop ik een hele lege planning heb. De kans is groot dat ik in een boek duik, maar mocht ik zin hebben, dan kruip ik achter mijn laptop om nog wat woorden te tikken. Twee weken radiostilte levert zo veel inspiratie op!

woensdag 5 februari 2014

Intervisie: Rare verhalen over een collega (#9)

Vandaag weer iets nieuws: geen intervisieartikel over het lesgeven of over de leerlingen, maar over één van mijn collega’s. Ik denk dat ik dit verreweg het lastigst vind om een oplossing voor te vinden, maar ik doe mijn best.

De situatie
Tijdens het lesgeven in mijn 2havo-klas hoor ik iets raars: hun docent Duits heeft tegen een (best wel volle) klasgenoot gezegd dat hij met zijn dikke kont op een stoel moest gaan zitten. En toen een meisje heel even niet oplette, heeft hij haar schrift van haar tafel gepakt en door het klaslokaal gegooid. De leerlingen vonden dit nogal overdreven (en respectloos naar de jongen toe!) en daar ben ik het helemaal mee eens. Zo ga je niet met leerlingen, hun gevoel en hun spullen om.

De hulpvraag
Wat zou ik, als collega van deze leraar Duits en als docent van deze leerlingen, moeten doen om ervoor te zorgen dat deze leerlingen zich veilig voelen in het lokaal?

De mogelijke oplossingen
1. Praat nog eens met de leerlingen, maar dan niet in een lessituatie. Roep de leerlingen in de pauze langs vraag naar wat er precies gebeurd is. Bedenk vervolgens oplossingen, samen met de leerlingen, en laat de leerlingen het gesprek aangaan met hun docent Duits.

2. Ga verhaal halen bij deze collega. Is het wel echt zo gebeurd, of hebben de leerlingen de waarheid verdraaid? Ik geloof absoluut niet dat deze leerlingen dit gelogen hebben, want ik hoor vaker verhalen van deze man. Bovendien schrijft hij naar mijn mening te vaak negatieve (en kwetsende!) opmerking in het klassenboek over deze leerlingen.

3. Leg het probleem neer bij iemand die er meer mee kan. De mentor zou er samen met de leerlingen én de collega over kunnen praten. De afdelingsleider heeft misschien vaker dit verhalen gehoord over deze collega en misschien kan hij zo ook een link leggen tussen de uren afwezigheid van de “leerling met de dikke kont” en deze opmerking.

4. Bemoei je er niet mee. Misschien maak je het probleem alleen maar groter door er weer over te beginnen. Wacht tot je weer zo’n verhaal van een leerling hoort en ga dan pas actie ondernemen. Alle docenten zeggen of doen wel eens iets waar ze later spijt van hebben.

5. Neem contact op met je begeleidster van vorig jaar en vraag haar hoe je zou moeten handelen. Ze heeft dit wellicht vaker meegemaakt en weet precies wat wel en niet handig is om te doen. Bovendien kun je haar alles in vertrouwen zeggen zonder dat het uitkomt.
Ik weet nog niet wat ik ga doen – waarschijnlijk optie 4 – maar ik hoop dat er snel een staartje komt aan dit verhaal. Naar mijn mening mogen dit soort opmerkingen absoluut niet gemaakt worden, zeker niet op een school met een streng pestbeleid. Als je leerlingen op hun donder geeft bij dit soort opmerkingen, zouden docenten nog tien keer strenger aangepakt moeten worden, aangezien zij het goede voorbeeld horen te geven.

Liefs!

zaterdag 5 oktober 2013

Dag van de leraar

5 oktober, de dag van de leraar. Wat dat is? Ik heb geen idee. Ik ga het even opzoeken.

Drie minuten later...
Oké, ik heb het. De dag van de leraar is simpelweg een dag waarop de leraren in het zonnetje gezet kunnen worden. Omdat 5 oktober dit jaar in het weekend valt, is het dit jaar verplaatst naar a.s. maandag. De dag van de leraar is in het leven geroepen om het imago van het onderwijs te verbeteren. Hiermee wordt tegelijkertijd ook het belang van goede leraren benadrukt, op een positieve manier.

Er wordt in het onderwijs weinig gedaan aan de dag van de leraar – behalve een grote taart in de docentenkamer – maar leerlingen kunnen wel zelf het initiatief nemen om zijn of haar leraar in het zonnetje te zetten. Op de website van Dag van de leraar staan leuke activiteiten die de leerlingen kunnen ondernemen om te laten zien hoe leuk ze hun docent vinden.

Ik heb het lijstje doorgekeken en ik zag er hele leuke dingen tussen staan. Het makkelijkst in om de leraar een kaart te sturen. Er is een speciale kaart ontworpen voor deze dag*. Een uitdagender idee in om een flashmob te organiseren met alle klasgenoten, om een taart voor je leraar te bakken, om een brief voor je leraar te schrijven of om een schoolkrant te maken waarin je alle leraren in het zonnetje zet. Leuk!

Als ik nog op de middelbare school had gezeten en had geweten over deze dag van de leraar, dan had ik het wel geweten!

Liefs!

* Ik zag laatst in de bioscoop een kaartenrek staan met deze zogenaamde Boomerangkaarten. Ik jatte een stapel – sorry! – van zo’n honderd kaarten mee. Deze kaarten heb ik verspreid in de postvakjes van mijn collega’s.

woensdag 12 juni 2013

Tip: Zoek vooral jonge collega's op (#23)

Aan het begin van het jaar ben ik een dagje opgetrokken met alle ‘nieuwelingen’. We kregen uitleg over hoe alles op school in zijn werk gaat, hoe we de computers moeten bedienen, wat de regels zijn enzovoorts. Door deze dag ken je de andere nieuwe docenten al snel vrij goed. Zoals in de tip wordt beschreven zijn we inderdaad ook lotgenoten: we zijn allemaal nieuw en moeten allemaal nog van alles leren. Natuurlijk zitten er ook nieuwe docenten van middelbare leeftijd tussen, maar ook die kwamen (vaak) net van de opleiding af.

Hoofdstuk 24, tip 5: Zoek vooral jonge collega’s op
Zo’n eerste jaar is altijd zwaar. Andere beginnende leerkrachten zijn in die periode lotgenoten aan wie je veel steun kunt hebben. Ervaren docenten kunnen zich niet altijd verplaatsen in de situatie van een beginner. Die komen daardoor soms te snel met allerlei tips over hoe je het in de klas moet doen. Maar aan al die goedbedoelde tips en adviezen heb je vaak niet zo veel, want je moet in de eerste plaats je eigen manier zien te vinden. Emotionele steun van lotgenoten en het uitwisselen van ervaringen is dan heel belangrijk.

Door die eerste dag ben ik vaak in gesprek met de andere nieuwe collega’s. Over hoe het gaat, wat we als leuk of juist als lastig ervaren, waar we af en toe moeite mee hebben enzovoorts. De 2havo-klas aan wie ik lesgeef krijgt onder andere les van drie andere docenten die net als ik dit jaar op deze school zijn begonnen. Omdat ik toch vaak in de clinch lig met deze klas, praat ik graag met de andere docenten over deze 2havo-klas.

De tips die ik van deze collega’s krijg, zijn vaak veel bruikbaarder. Enerzijds natuurlijk omdat zij de leerlingen kennen. Maar aan de andere kant ook omdat zij ook van alles aan het uitproberen zijn. Ze stuntelen ook af en toe met die klas en merken ook dat het ene juist wel werkt en het andere totaal niet.

En daarbij voel ik me een stuk meer op mijn gemak tussen de andere beginners. Ze zijn net als ik nog heel veel aan het leren en ik vind het ook minder vervelend om tegen hen te vertellen dat ik het lesgeven af en toe nog knap lastig vind!

Liefs!

maandag 10 juni 2013

Docenten op Facebook

Dit jaar kreeg ik welgeteld één vriendschapsverzoek van een leerling op Facebook. En deze heb ik genegeerd. Ik ben daar vanaf het begin van mijn opleiding heel duidelijk in geweest: ik wil niet dat mijn leerlingen in mijn privéleven terecht komen. Ik vond het altijd al vervelend als ik mijn leerlingen in mijn vrije tijd in de stad tegen kwam, maar vrienden worden op Facebook vind ik nog een stapje verder. Ik wil niet dat ze al mijn foto’s kunnen bekijken!

Aan het begin van het schooljaar ging één van de vergaderingen over social media. Wat moet je doen als een leerling contact met je opneemt via Twitter, Facebook of één van de andere vormen. Het antwoord was dat de keus bij de docent ligt, als je er maar niet te ver in gaat. Geen berichtjes sturen tijdens lessen, geen afspraakjes maken met leerlingen (alsof ik dat zou doen!) en nog meer duidelijke regels. Toen kwam er één collega met het volgende geniale plan.

Op haar vorige school had ze een Facebookpagina opgericht speciaal voor haar leerlingen. Het was dus geen pagina waar ze haar foto’s op zette, maar een pagina met opmerkingen over het huiswerk, wat leerlingen niet moeten vergeten mee te nemen of te leren enzovoorts. Als de leerlingen dat wilden mochten ze haar daarop toevoegen en zo zouden ze op een moderne manier bijblijven van alles rondom het huiswerk voor dat vak.

Ik vond het meteen een briljant plan, maar daar heb ik nooit meer iets mee gedaan. Pas in de laatste weken zit dit weer in mijn hoofd. En ik weet dus ook wat ik in de zomervakantie ga doen! Ik wil een Facebookpagina openen met de naam ‘Mevrouw Snelten’ (maar dan natuurlijk mijn eigen naam) en daar ga ik voor mijn klassen voor volgend jaar het huiswerk opzetten. Ook stuur ik berichtjes over de proefwerken, want ze mee moeten nemen naar de les, een tip voor bij het huiswerk enzovoorts. En wie weet wordt het een soort helpdesk, als de leerlingen vragen gaan stellen over het huiswerk.

Ik ben benieuwd hoe het plan uit gaat pakken. Of er leerlingen zullen zijn die er interesse in hebben en of het ook echt gaat werken. Maar dat zie ik allemaal van zelf zodra het nieuwe schooljaar is begonnen!

Liefs!

dinsdag 28 mei 2013

Docenten wegpesten

“Mevrouw”, begon een leerling uit 2havo zijn verhaal. Ik was benieuwd wat hij wilde zeggen, omdat hij negen van de tien keer met zijn woorden een glimlach op mijn gezicht kan toveren. “Ik had echt niet verwacht dat u het zo lang met ons zou uithouden.”
Ik keek hem aan en vroeg hem wat hij dan had gedacht. “Dacht je dat ik me zou laten wegpesten door jullie?”
Hij haalde zijn schouders een beetje op. “Dat niet, maar we zijn wel een hele moeilijke klas.”
Ik kon niet anders dan dat beamen.
“En vorig jaar hebben we ook vier docenten gehad voor wiskunde.”

Vier, wow! Ik dacht altijd dat ze er ‘slechts’ drie hadden versleten, maar er was dus ook nog een vierde. De jongen noemde alle namen op van de docenten die hij in de brugklas voor wiskunde had. Ik kende geen van alle vier, want ze waren al weg voordat ik er kwam werken.

Dat ik me dit gesprek van twee weken terug nog goed kan herinneren wil toch wel iets zeggen. Ik sta er echt versteld van dat één klas in een jaar tijd vier docenten wiskunde kan wegpesten. Ik heb me ook alle tussenliggende dagen (de dagen tussen het gesprek met de leerling en de dag dat ik deze blog schrijf) afgevraagd hoe het zo ver heeft kunnen komen. Ik zou het helemaal kunnen analyseren (rotkinderen, docent niet stevig genoeg in schoenen, andere redenen?), maar ik wil het vandaag dichter bij mezelf houden.

Als je mij een tijdje terug voor deze klas had gezet, zou ik ook niet weten wat er met me was gebeurd. Ik sta al niet heel stevig in mijn schoenen, maar toen ik net begon aan de opleiding was dat natuurlijk nog minder. Ik zou een makkelijk doelwit zijn en volgens mij is dat nog maar een understatement. Als ik de docent wiskunde van deze klas was geweest, was ik waarschijnlijk ook een prooi. Hoelang zou ik het volgehouden hebben? Zou ik het een paar maanden hebben geprobeerd of zou ik na een week al mijn spullen hebben gepakt?

Wat zou er na het ‘wegpesten’ komen? Ik zou mijn spullen pakken, en dan? Wat doe ik de dagen erna? Ik kan wel een redelijke schatting maken. Ik zou eerst dagenlang huilen, piekeren en chocola eten. En daarnaast al het andere troostvoer dat ik in de dichtstbijzijnde supermarkt zou vinden. Daarna kan het twee kanten op gaan. Solliciteren naar een nieuwe baan en proberen het ergens anders wel te maken. Of nog dieper zakken en uiteindelijk weer wekelijks bij de psycholoog aan tafel zitten om te praten over wat dan ook.

Dat zou mogelijk mijn verhaal zijn. Maar wat is er gebeurd met deze vier (ex-) wiskundedocenten? Zouden ze nog steeds thuis zitten, terugdenkend al alle mislukte lessen? Zouden ze kilo’s zijn aangekomen van alle keren dat ze hun emoties weg aten? Zouden ze ook wekelijks een uurtje praten met een professional? Zouden ze inmiddels al een nieuwe baan hebben gevonden? Of zouden ze hebben gedacht dat lesgeven niets voor hen is en een carrièreswitch gemaakt hebben en nu een topbaan hebben (of juist ergens achter de kassa zitten)?

Vragen, vragen, vragen. Wie weet zoek ik ze nog eens op Google op, of vraag ik het aan mijn collega’s. Misschien kom ik ze ooit nog eens toevallig tegen, bijvoorbeeld als ik zelf van werkgever verander. Niet dat dat in de planning zit, maar je weet maar nooit…

Liefs!

woensdag 6 februari 2013

Tip: Investeer in contacten (#13)

Soms lees ik tips waarvan ik denk: dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Dit is zo’n tip waarbij ik dat dacht. Zeker voor mij is dat een lastig advies, omdat ik sowieso al moeilijker contact leg. Bij leerlingen valt dat nog enigszins mee, maar bij leeftijdgenoten of bij collega’s heb ik daar de grootste moeite mee. Ik zie mijn collega’s vaak met elkaar een praatje maken over het weekend of over hun (klein)kinderen en vrijwel altijd denk ik dan: kon ik dat maar. Kon ik maar zo makkelijk praten over koetjes en kalfjes.

Hoofdstuk 24, tip 2: Investeer in contacten
Misschien koos je voor een baan in het onderwijs vanwege het leuke contact met jongeren of kinderen. Maar met je collega’s bouw je veel sneller een echte band op. En dan hoef je het echt niet de hele tijd over werk te hebben, dan gaat het natuurlijk ook over hoe je weekend was. Of je het op een school naar je zin hebt of niet, hangt vaak voor een groot deel van de contacten met je collega’s af. Zonder je dus niet af tijdens de pauzes.

Zoals ik al zei, ik maak niet zo snel een praatje over het weekend. Als ik contact maak met collega’s, gaat dan altijd over iets inhoudelijks, zoals de resultaten van een toets of de vraag waar ik iets kan vinden. Ik probeer het wel hoor, maar ik vind het zo lastig.

Ik probeer het onder andere door me in de pauzes inderdaad niet af te zonderen. Soms is het niet anders, omdat ik dan mijn lessen klaar moet zetten of mijn lokaal op orde aan het maken ben. Maar over het algemeen breng ik de pauzes door in de personeelskamer. Ik zit daar standaard aan dezelfde tafel, omgedoopt tot “de wiskundetafel”. Het zijn collega’s waarbij ik me al iets meer op mijn gemak voel, dus waar ik eerder een gesprek mee durf aan te gaan. Maar wat ik hoofdzakelijk doe, is knikken.

Ik vind het wel heel erg jammer dat ik geen hechte band heb met collega’s en door het lezen van deze tip word ik wel weer enorm met mezelf geconfronteerd. Ik hoef echt niet in mijn vrije tijd met collega’s af te spreken, maar een gezellig praatje maken in de pauzes zou ik toch wel waarderen.

Nu mezelf nog overtuigen van het feit dat het echt niet eng is om een gesprek aan te gaan met een vreemde…

Liefs!

woensdag 23 januari 2013

Tip: Regel een vast aanspreekpunt (#12)


Deze tip heb ik uit het hoofdstuk met de titel “De eerste maanden”. Vlak voordat ik met mijn eerste stage begon maakten we op de opleiding een lijstje met dingen die je op je eerste (of tweede) stagedag moest vragen aan iemand. Zoals waar je sleutels vandaan moest halen, hoe je rooster eruit zag en al dat soort kleine dingetjes. Met een echte baan worden deze vragen wat groter en is er niet meer zoiets als een stagebegeleider om al je vragen aan te stellen.

Hoofdstuk 20, tip 4: Regel een vast aanspreekpunt
Wie moet je aanspreken over de roosters? Hoe kom je erachter welke kinderen een ‘rugzakje’ hebben? Veel scholen beschikken over een inwerkplan waarin de praktische zaken staan vermeld. Heeft jouw school zo’n plan niet? Probeer dan zo veel mogelijk vooraf in kaart te brengen. Of vraag om een vast aanspreekpunt of een coach die je met dit soort vragen helpt.

Natuurlijk kun je met al je vragen terecht bij een willekeurige collega: daar zijn collega’s tenslotte voor. Maar als je ook maar een beetje op mij lijkt, dan stel je een vraag liever niet dan dat je hem moet stellen aan iemand die je nog maar nauwelijks kent. Gelukkig zorgde de introductiedag aan het eind van de zomervakantie er al voor dat er zo veel mogelijk vragen al werden beantwoord. Op deze dag, die een paar uur duurde, werd ons zo’n beetje alles verteld wat we moesten weten.

Toch zijn er genoeg vragen die pas na een paar weken of maanden komen. Bijvoorbeeld vragen over de tafeltjesavond, kerstviering of iets anders wat pas later in het jaar plaatsvindt. Voor dat soort vragen is het toch handig om een vast aanspreekpunt te gaan. Op mijn school is er een docent die is ingezet om alle nieuwe collega’s te begeleiden. Ze komt op lesbezoek, ze regelt de intervisie en ze is er als je een vraag hebt.

Mocht zo’n begeleider er niet zijn, probeer dan een collega (bij voorkeur een sectiegenoot) te vragen of ze een vast aanspreekpunt kan/wil worden. Ik zet er tussen haakjes bij dat het bij voorkeur een sectiegenoot kan zijn, omdat er ongetwijfeld vragen binnen een vakgebied komen die het beste beantwoord kunnen worden door iemand die in jouw sectie zit.

Liefs!

donderdag 10 januari 2013

Mijn functioneringsgesprek

Deze week had ik mijn allereerste functioneringsgesprek ever. Ik had me nauwelijks voorbereid, dus toen ik tijdens het lesuur ervoor even snel op Google zocht naar de gang van zaken bij een dergelijk gesprek, stond er als eerst: zorg dat je goed bent voorbereid. Iedereen die me ook maar een beetje zou kennen zou weten dat ik meteen in de stress schoot. Voorbereiden? Oeps!

Gelukkig bleek het allemaal wel mee te vallen. Toevallig sprak ik mijn begeleidster in de wandelgangen die dag en toen ik haar vertelde van het gesprek zei ze direct: “Weet je, Elseline, als er één ding is dat ik heb geleerd dan is het wel dat je je alleen zorgen moet maken op de momenten dat het nodig is. Als het gesprek goed gaat dan zijn al je zorgen voor niets geweest en dat zou jammer van je dag zijn.” Daar had ik iets aan! Ik voelde dat ik me begon te ontspannen en de lichte stress was weg.

Het gesprek stelde weinig voor. Om heel eerlijk te zijn leek het meer op een kruisverhoor, maar dan iets minder ongemakkelijk en had ik zelf ook nog dingen in te brengen. Het gesprek begon met de vraag hoe het met me ging en op de rest van de vragen heb ik eigenlijk alleen maar hetzelfde antwoord gegeven: goed. Ik voel dat ik uitstekend op mijn plek zit en ik zou het vervelend vinden als ik aan het eind van het jaar weg zou moeten.

Natuurlijk zijn er ook dingen die minder goed gaan en ook daar moest over gesproken worden. Eén van mijn struikelblokken tijdens mijn werk is mijn sociale faalangst. Hierdoor vind ik het moeilijk om op anderen, met name collega’s, af te stappen en ook vind ik het lastig om met ideeën te komen. Bij mij klinkt er altijd één ding in mijn hoofd: Ze zullen het vast niets/slecht/bagger/vul hier iets anders negatiefs in vinden. Tijdens het lesgeven zelf heb ik hier totaal geen problemen mee, het kan me niet heel veel schelen wat de leerlingen over me denken. Maar mijn collega’s… Dat vind ik toch wel wat zwaarder meetellen. Door dit hele idee in mijn hoofd vind ik het moeilijk om initiatieven te nemen. Dit heb ik dan ook verteld tegen mijn baas en hij pakte het aardig goed op.

“Dan is dit jouw doel op korte termijn. Ik stuur het personeel vaak weg met een boodschap en voor jou is dat om proberen meer initiatief te tonen. Dat mag op jouw manier en op jouw tempo, als je er maar in probeert te groeien.”

Met die woorden, een handje en een bedankje kon ik zijn kamer verlaten. Mijn functioneringsgesprek zat erop.

Liefs!

zaterdag 25 augustus 2012

De introductiedag voor nieuwe docenten

Het was donderdag een raar moment toen ik mijn wekker om zeven uur ’s morgens moest inplannen. Dat was al een hele tijd geleden! Gisterochtend begon dan ook erg moeizaam. Na nog even een half uur te blijven liggen ben ik er dan toch maar uitgegaan. Ik trok de kleren aan die ik de avond ervoor al had klaargelegd, ik deed de make-up op die ik al in gedachten had en ik pakte mijn tas in. Na nog een ontbijtje en de andere ochtendrituelen was ik er klaar voor: ik mocht aan het werk!

Het was kwart over negen toen ik aankwam bij mijn werk, slechts driekwartier te vroeg! Ik verwachtte dat er nog niemand was, maar niets bleek minder waar. In de gang voor de personeelskamer stond iemand van het MT die ik nog nooit eerder de hand had geschud, maar die wel mijn naam wist. Ik voelde me even speciaal, totdat hij zei dat hij uren bezig was geweest met het smoelenboek voor het personeel en daardoor alle namen wist. Tja. Daar ging het speciale gevoel.

We begonnen in de personeelskamer met drie collega’s en langzaam druppelden de andere dertien (!) nieuwe docenten ook binnen. Het gesprek werd al erg gezellig, maar we werden al snel afgekapt door de begeleidster van de nieuwe docenten. “Nog niet te veel vertellen hoor, anders heb je straks bij het voorstelrondje niets meer te vertellen.” De zenuwen kwamen meteen omhoog. Zet me voor een groep van dertig leerlingen en ik voel me op mijn plek. Zet me voor een groep van twintig collega’s en ik sla dicht. Ik wist al helemaal niets meer te vertellen nadat iedereen zijn verhaal over zijn huwelijk, zijn kinderen, zijn bedrijfsleven en zijn extreme hobby’s had verteld. (“Hallo, ik ben Elseline Snelten, ik ben ongetrouwd, ik woon niet samen, ik heb geen kinderen, ik heb geen jarenlange ervaring in het bedrijfsleven en mijn hobby is lezen. Ik ben net klaar met de lerarenopleiding en dat is het enige wat ik tot nu toe qua nuttige dingen in mijn leven heb gedaan. Next.”) Gelukkig verliep de rest van de dag wat soepeler. We kregen enorm veel uitleg over wat regels van de school, waar je moet zijn als je een probleem hebt met een leerling, wat te doen bij zichtbare elektronica zoals een mobiele telefoon en een iPad (ja, daar lopen de leerlingen van nu mee rond…) en al dat soort dingen. We kregen meer informatie over de begeleiding, een rondleiding door de school en vervolgens stond er een heerlijke lunch voor ons klaar. Tot slot kregen me nog een minicursus over de ICT in het lokaal en dat was onze dag. Na ruim vier uur luisteren mochten we genieten van de rest van de middag. Samen met één van mijn nieuwe collega’s nam ik de trein richting huis en dat was heel gezellig. Ik heb al meer woorden met haar gewisseld dan dat ik heb gedaan op mijn laatste stageschool met alle collega’s bij elkaar en mede door dat gezellige gesprek in de trein heb ik ook echt zin gekregen in het nieuwe schooljaar. Eindelijk.

Ook kreeg ik gisteren mijn rooster voor het komend half jaar. Ik schrok even omdat ik ineens vier dagen moest werken i.p.v. drie, maar ik heb me daar uiteindelijk bij neergelegd. Twee ochtenden werken, één middag, één lange dag met daarin vier tussenuren en de woensdag ben ik vrij. Genoeg tijd om te kunnen schrijven voor mijn blog!

Liefs!