Posts tonen met het label Mentor. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Mentor. Alle posts tonen

dinsdag 1 november 2016

Bellen naar ouders

Als er één ding was waar ik vroeger nachten van wakker lag, dan was het contact maken met de ouders van leerlingen. Via de e-mail vond ik geen probleem, maar het bellen met ouders... Verschrikkelijk!

Bellen is sowieso mijn hobby niet, maar vooral bij ouders van leerlingen gaat het altijd verkeerd. Ik krijg het altijd voor elkaar om door de ander heen te praten, ik vind het lastig om emoties uit een stem af te lezen en ik weet nooit hoe ik een gesprek moet beginnen ("Hallo, met Elseline Snelten. Eh. Oké, laten we beginnen met de cijfers.") of afsluiten (ik presteerde het vandaag om "Heeft u verder nog vragen?" te stellen, terwijl de moeder midden in haar verhaal zat). Gelukkig merk ik dat het steeds wat gemakkelijker gaat. Een goede voorbereiding is het halve werk!

Twee jaar geleden, toen ik voor het eerst tientallen telefoontjes achter elkaar moest plegen, zette ik een openingszin op papier. Zodra er aan de andere kant wordt opgenomen, ben ik vaak zo vak slag, dat een normale zin bijna niet over mijn lippen komt. Nu gaat het allemaal een stuk soepeler, maar wat ik wel doe, is mijn eigen naam bovenaan het blaadje zetten. Sinds ik getrouwd ben gebruik ik een andere achternaam en daar vergis ik me nog regelmatig in.

Voordat ik een telefoongesprek begin, zet ik wat steekwoorden op papier. Wat vind ik van de leerling? Hoe gedraagt de leerling zich in de klas? Waar heeft de leerling moeite mee? Op die manier heb ik altijd wel iets te vertellen, al is dat vaak niet nodig. Ik merk dat ouders héél graag over hun eigen kind praten, dus het enige wat ik als mentor hoef te doen, is meepraten en af en toe aanvullen.

Daarnaast heb altijd de cijferlijst open staan op mijn laptop, zodat ik precies kan zien hoe een leerling ervoor staat. Altijd handig om bij de hand te hebben!

Nog steeds vind ik het niet leuk om te bellen, maar er is één ding wat me dwingt om het toch te doen: de ouders hebben bij de ouderavond allemaal aangegeven welke avond en welk tijdstip voor hen het meest gunstig was, zodat ik zeker wist dat ik gelegen zou bellen. Dat de ouders nu op een telefoontje wachten is voor mij een extra stok achter de deur om het niet steeds voor me uit te schuiven.

Liefs!

dinsdag 23 augustus 2016

De eerste werkdag

De eerste werkdag zit erop en ik kan zeggen dat ik meer dan tevreden ben. Ik kan ook zeggen dat ik dolgelukkig ben dat ik tegenwoordig op dinsdag vrij ben, want dat dagje had ik wel nodig na de eerste dag.

Op maandag stond er een hoop gepland, waaronder een kennismaking met mijn nieuwe mentorklas en heel veel vergaderingen. Het spannendste was natuurlijk de kennismaking met mijn mentorklas. Van tevoren had ik al de nodige informatie over de leerlingen gelezen (slechts negentien stuks!), waardoor ik wist dat het een leuk en gezellig clubje zou zijn. Toch blijft het afwachten. Hoe reageren ze op een nieuwe mentor?

Bij binnenkomst merkte ik direct dat er een paar mondige jongens in de klas zaten. Jongens met leuke humor, dat wel, maar het zijn ook types die snel over een docent heen willen lopen. En dat moet niet gebeuren op de eerste dag. Daarom gaf ik één van de leerlingen een grote mond terug. Het resultaat was dat hij me stomverbaasd aankeek. Zo’n reactie had hij niet verwacht. Zijn klasgenoten moesten grinniken, maar ondertussen wisten ze heel goed dat een grote mond op een eerste dag niet goed bij mij valt.

In tegenstelling tot veel andere collega’s vind ik vergaderen absoluut geen ramp. (Waarschijnlijk omdat ik bij een vergadering niet op de voorgrond hoef te treden en alleen maar stil hoef te zitten en te luisteren, iets waar ik erg goed in ben.) Toch is het ook best intensief. Er komt zo veel informatie op je af! Na de laatste vergadering, om half vijf, was ik gesloopt. Toch kon ik nog niet naar huis. Dit jaar begeleid ik twee nieuwe docenten en daar was ik tot een uur of zes mee bezig. Ook toen kon ik nog niet naar huis: mijn to do-list stond nog vol met kleine dingen die geregeld moesten worden. Ouders terugmailen, notities over een leerling schrijven, collega’s mailen, notulen van één van de vergaderingen uittikken… Tot half acht was ik bezig en ik merkte aan heel mijn lichaam dat ik er toen ook wel echt klaar mee was. Zo hard werken ben ik niet meer gewend!

Morgen, woensdag, begint mijn eerste lesdag en vandaag neem ik uitgebreid de tijd om het tot in de puntjes voor te bereiden. Ik voel wat lichte spanning, maar ik heb er vooral heel veel zin in. Laat die leerlingen maar komen!

Liefs!

vrijdag 28 augustus 2015

Mijn eerste jaar als mentor: wat ging er minder goed?

Het was helemaal niet de bedoeling dat het zo lang zou duren voordat ik het vervolg zou schrijven op dit artikel, maar in de vakantie is het er niet van gekomen om te schrijven. En ik kan nu allemaal excuses gaan verzinnen, maar eerlijk is eerlijk: tv-series kijken is ook gewoon heel erg leuk om te doen.

In dit artikel ga ik drie punten delen die ik minder goed vond gaan tijdens mijn eerste jaar als mentor en ik begin meteen met een punt dat op de eerste ochtend van dit schooljaar ook weer verkeerd ging. Als ik mijn klas een mentorles geef waarbij ik veel informatie te delen heb, praat ik veel te snel. Omdat deze ochtend nog heel duidelijk op mijn netvlies ligt, zal ik kort beschrijven hoe zoiets eruit ziet.

Ik had zowel op mijn iPad als in een notitieboekje een lijstje staan met dingen die ik moest bespreken met de leerlingen. Schoolregels, persoonlijke gegevens, een plattegrondje, belangrijke data... Omdat ik alles in één uur moest proppen, was ik veel te bang om in tijdnood te komen. De eerste vijf punten heb ik in een minuut verteld, aan de schoolregels ben ik nauwelijks begonnen ("Dat weten jullie nog wel van vorig schooljaar, toch?") en het gevolg was dat ik een kwartier later al klaar was met mijn praatje. Oké, en nu?

Om meteen op dit eerste punt in te haken; soms heb ik zo veel huishoudelijke mededelingen, dat ik denk dat ik daar wel een hele mentorles mee kan vullen. Ik ben er dan helemaal van overtuigd dat er echt geen tijd is voor een andere mentorgerelateerde invulling van de les, dus ik bereid ook niets anders dan mijn praatje voor. Je raadt het al, na tien minuten ben ik klaar met praten met het gevolg dat er de veertig daaropvolgende minuten een leeg programma is. Wat laat ik de leerlingen dan doen? Tja, huiswerk maken bijvoorbeeld. Iets anders creatiefs kan ik dan zo snel niet meer verzinnen. Ik ben gewoon ontzettend slecht in het verzinnen van werkvormen die ik kan toepassen in een mentorles...

Het derde en laatste punt dat ik nu kan verzinnen is het contact met ouders. Ik heb een hekel aan telefoontjes plegen, ik kan zoiets echt een week lang uitstellen. Het bellen naar ouders is dan ook echt een dingetje dat ik alleen bij hoge uitzondering doe. Nu valt het aantal probleemgevallen in mijn mentorklas wel mee (zero!), dus ik heb geluk gehad dit jaar. Maar zo gaat mijn angst voor het voeren van oudergesprekken natuurlijk nooit weg...

Binnenkort - ooit - maak ik een lijstje met drie punten die ik dit jaar verander ten opzichte van dit schooljaar. 

Liefs!

P.S. Wat zijn jouw valkuilen als mentor?

zaterdag 4 juli 2015

Mijn eerste jaar als mentor: wat ging er goed?

Hoewel ik niet heel veel meer met deze blog doe, krijg ik toch af en toe nog wat reacties binnen. Zo vroeg Roos me onlangs of ik een stukje wilde schrijven over mijn eerste jaar als mentor. Wat een leuk idee!

Een paar weken terug heb ik iemand geholpen bij het herschrijven van zijn portfolio. Bij de reflecties hebben we elke keer drie vragen beantwoord: wat ging er goed, wat ging er minder goed en wat ga ik de volgende keer anders doen? Schrijven over het mentoraat leent zich er uitstekend voor om dat ook op deze manier te doen. Daarom zal ik vandaag schrijven over wat er goed ging in mijn eerste jaar als mentor.

Het eerste dat direct in me op komt, is de band met de klas. Mijn mentorklas bestaat overwegend uit meisjes, 16 van de 25. Ik was daar eerst een beetje huiverig voor, omdat veel meisjes vaak voor een kippenhok zorgt, maar ook omdat meisjes echte bitches kunnen zijn. Ik was lichtelijk bang voor veel ruzies en valsheid, maar dat is me uiteindelijk alles meegevallen. Het is absoluut niet zo dat iedereen goed met de rest van de klas kan opschieten, er is bijvoorbeeld echt een groepje met populaire meisjes en een groepje met hele rustige meisjes. Maar het bijzondere in mijn klas is dat iedereen de ander in zijn waarde laat. Zo zit er een jongen in mijn klas dat op zijn rapport vrijwel alleen maar negens heeft staan. Ik had verwacht dat er veel vervelende opmerkingen over zouden komen, maar dat is absoluut niet zo gegaan. Sterker nog, ze willen er allemaal op een positieve manier van profiteren. Ze vragen hem om uitleg als ze iets niet begrijpen en vragen om feedback als ze vastlopen bij een opgave. 

Naast de band onderling voel ik ook dat de leerlingen een klik met mij hebben. Ze komen niet alleen met hun problemen naar mij toe, maar ze komen ook naar me toe voor een gezellig kletspraatje. Op donderdag en vrijdag zag ik mijn mentorklas het lesuur voor de pauze. Het kwam regelmatig voor dat ze vroegen of ze in de pauze in het lokaal mochten blijven zitten. Ontzettend gezellig, dus daar zeg ik geen nee tegen!

Het viel me alles mee om mentor te zijn, dat is meteen het tweede puntje. Ik zag er enorm tegenop om mentor te worden, maar als ik er zo op terug kijk, heb ik er enorm van genoten. Het geeft me een extra functie in de school, ik ben ingedeeld in een team (2/3-vwo) en ik heb nu het gevoel dat ik er meer bij hoor. Door het mentoraat heb ik meer contact met andere collega's, iets wat ik nog steeds heel lastig vind. Na drie jaar voel ik me steeds meer op mijn plek, maar mezelf zijn lukt nog steeds niet. Contact maken met collega's vind ik nog steeds heel lastig, maar het mentor-zijn dwingt mij daar af en toe wel toe en dat vind ik stiekem wel fijn. Overleg met de afdelingsleidster, van mening wisselen met andere mentoren... Dat zou ik niet hebben gehad als ik geen mentor was geworden.

Tot slot sluit ik af met mijn liefde voor het lesgeven en de leerlingen. Meteen in de eerste week als mentor wist ik het zeker: deze leerlingen zou ik aan het einde van het schooljaar enorm gaan missen! Ik baalde in de eerste weken enorm dat ik op woensdag vrij was, omdat ik de leerlingen miste. Ik miste het lesgeven, het contact, de leuke gesprekken, de humor. Door dat gevoel is ook de liefde voor het lesgeven gegroeid. Nog steeds zie ik mezelf niet als een docent in hart en nieren, waarschijnlijk doordat ik gewoon niet zo sociaal ben, maar ik merk wel dat het steeds meer bij me gaat passen. Het geeft me energie in plaats van dat het me energie kost en dat is het allerbelangrijkste. Hoewel dit weinig met het mentoraat te maken heeft, speelt het er zeker wel een rol in.

Daarnaast ging er natuurlijk nog veel meer goed. Het klassenuitje van afgelopen week was ontzettend leuk, we zijn met een groep van zestien leerlingen gaan paintballen. Ook het uitje naar Engeland eerder dit jaar was enorm genieten. De interesse die de leerlingen hebben in mij en de relatie met mijn vriend vind ik ontzettend lief. En zo zijn er nog veel meer dingen die ik absoluut niet had willen missen. 

Liefs!

dinsdag 25 november 2014

Rapportvergadering: drie slechtnieuws-gesprekken

Vandaag heb ik de eerste rapportvergadering van mijn mentorklas gehad. En dat was spannend!

Mijn klas doet het gemiddeld erg goed. Veel leerlingen staan gemiddeld rond de zeven, een handje vol leerlingen staat gemiddeld een acht of hoger en het zijn er maar een paar die naar beneden uitschieten. Ik had dus niet heel veel leerlingen in de bespreekzone, maar de leerlingen waar wel over gepraat moest worden, zijn wel een stel rare types. 

Ik heb drie jongens in mijn mentorklas die op een andere planeet lijken te leven. Ze komen enorm wazig over, ik kan niet tot ze doordringen en als ik iets vertel, kijken ze me aan alsof ik Chinees praat. Oké, dat is dan bij wijze van spreken, aangezien twee van de drie jongens ook echt van Chinese afkomst zijn.

De drie jongens doen, net als de rest van mijn mentorleerlingen, een extra programma. Bovenop het atheneumprogramma krijgen ze drie extra vakken: Spaans, drama en versterkt talenonderwijs. Een behoorlijk pittig programma en dus ook een flinke stapel met huiswerk. Als je dit programma volhoudt tot de zesde klas, ligt er een wereld voor je open. Maar dan moet je het wel eerst zes jaar zien uit te houden. En dan is pittig, met een instelling als ik-maak-geen-huiswerk-want-in-de-brugklas-deed-ik-het-ook-met-tien-vingers-in-mijn-neus. Dat ze in de brugklas net zesjes haalden en met de hakken over de sloot waren, dat snappen ze niet. Het is ze toen gelukt, dus waarom dan niet nu?

Binnenkort moet ik met deze drie heren én hun ouders gaan praten. En dat wordt lastig. De ouders van de Chinese leerlingen spreken gebrekkig Nederlands, dus hoe ga ik dan een lastig gesprek met ze voeren? En hoe ga ik de ouders van het derde jongetje vertellen dat deze leerling heel raar gedrag vertoont (lees: uit het niets gekke bekken trekken en ongecontroleerde bewegingen maken, een warrige indruk, zelden het huiswerk in orde en een ongeconcentreerde houding in de les)?

Heel leuk hoor, dat mentor zijn. Maar dit vind ik toch wel lastig.

Liefs!

dinsdag 11 november 2014

Ik ben zelfs een beetje verliefd op ze

"Mijn mentorleerlingen zijn zo leuk! Ik ben zelfs een beetje verliefd op ze." (Citaat van mezelf)

Echt waar, ik heb zo geboft met mijn mentorklas. Vijfentwintig lieve kindjes, de een iets meer dan de ander. Zeker twintig hardwerkende leerlingen, maar de andere compenseren dat ruimschoots met hun leuke humor. Ze zijn enthousiast, ze weten wanneer het speelkwartiertje voorbij is en ze zijn gewoon ontzettend slim dat ik er zelf af en toe versteld van sta.

Ik vind het ontzettend jammer dat ik geen klassenuitje kan organiseren (iets met vrije tijd in het klussen stoppen), maar in plaats daarvan organiseer ik een Sinterklaasviering en de laatste dag voor de kerstvakantie is er kerstontbijt. Hopelijk maakt dat het weer een beetje goed.

"Jij bent zo'n leuke mentor! Ik zou willen dat ik in jouw klas zat." (Citaat van mijn zusje)

Ik heb nog een hoop te leren en ik vind heel veel dingen nog lastig (telefoontjes, mailtjes, inhoud van de mentorlessen verzinnen...), maar ik hoop dat ik het goed kan maken met mijn enthousiasme. Verjaardagskaarten sturen, vragen naar hun verkering, lekkers voor tijdens het vrijwillige huiswerkleeruurtje in de toetsweek, dat soort dingen. 

"Ik krijg nu al pijn in mijn buik als ik me bedenk dat ik over anderhalf jaar geen mentor meer van ze ben." (Wederom een citaat van mezelf)

Liefs!

donderdag 30 oktober 2014

De ouderavond, een korte terugblik

Gisteravond was de ouderavond voor de ouders van mijn mentorleerlingen en het eerste dat ik na afloop tegen mezelf zei, was: 'Waar heb ik me druk om gemaakt?'

Ik was op van de zenuwen. De grootste zenuwen waren er voor de eventuele kritische vragen. Ook was ik bang dat ik veel dingen zou vergeten te zeggen en zo kon ik nog vele angsten bedenken. Toen ik eenmaal de grote zaal in liep (we begonnen met een algemeen deel waar alle ouders met een zoon/dochter in klas 2 zich verzamelden), ging het eigenlijk best goed. En toen moesten we per groep naar het lokaal.

De opkomst was redelijk beperkt. Zo'n twintig ouders, dus dat was een fijne grootte. Ik schudde een hoop handjes, ik startte de powerpoint en ik begon met een praatje. De muis en het toetsenbord werkten absoluut niet mee, maar verder liep alles op rolletjes. Er waren wat opmerkingen achteraf over problemen bij andere vakken, maar dat heb ik kunnen doorspelen naar mijn afdelingsleidster. Er waren vragen die ik zelf heb kunnen oplossen en godzijdank waren er ook leuke berichten, van bijvoorbeeld ouders die trots vertellen dat hun zoon/dochter het enorm naar zijn/haar zin heeft. Dat is om blij van te worden!

Na de ouderavond volgde een korte evaluatie met de afdelingsleiders van de tweede klassen. Ik heb de opmerkingen kunnen doorspelen en zij zouden het vanaf hier regelen. Met een fijn gevoel liep ik het gebouw uit. Maar serieus: waar heb ik me druk om gemaakt?

Liefs!

woensdag 29 oktober 2014

Wat ik voor werk doe?

Een baan van 0,6 fte leek me een makkie. Aan het begin van het jaar dacht ik nog: doe er nog maar wat lesuren bij! Maar deze week staat mijn hoofd op ontploffen. Ik hoorde mijn collega's altijd klagen: 'Wat ik voor werk doe? Administratie, contact met ouders, lespakketten maken, studielessen geven, gesprekken voeren met (mentor)leerlingen over hun gedrag of hun cijfers... En o ja, ik geef tussendoor ook nog les.' Ik snapte nooit waar ze het over hadden. Tot ik dit gevoel zelf kreeg.

Deze week pak ik mijn rust tijdens de lessen. Terwijl de leerlingen redelijk zelfstandig aan hun werk gaan, probeer ik even achterover te zitten en diep adem te halen. Even te ontspannen en alles te laten bezinken. En dit moet wel tijdens de lessen gebeuren, want verder heb ik geen tijd. De pauzes worden ingenomen door mentorleerlingen, mijn tussenuren besteed ik tegenwoordig aan het kopiëren van van alles en na schooltijd moet ik de ouders van mijn mentorleerlingen bellen. Net als 's avonds trouwens... En het zijn telefoontjes van twee minuten. Nee, ik hang rustig een kwartier aan de lijn - ook als er geen enkele problemen rondom het kind zijn - en naderhand moet ik daar nog een verslag van schrijven ook. Zucht, steun, klaag.

Allemaal leuk en aardig, maar wat ben ik blij dat ik met mijn studie gestopt ben. Hoe had ik dat ook nog moeten combineren? Ik vind dit al een enorme last, laat staan als ik ook zelf nog huiswerk moet maken en moet studeren. Nee, dat zou niet hebben gewerkt voor mij. Als ik iets doe, wil ik het perfect doen. Half werk leveren op mijn studie is niets voor mij, maar ook mijn werk wil ik niet te kort doen.

En dan hebben we ook nog een verhuizing op de planning staan. Het duurt allemaal veel langer dan verwacht, maar vandaag gaan we eindelijk de hypotheekofferte op de post doen. Het komt steeds dichterbij. Eindelijk.

Liefs!

maandag 27 oktober 2014

Telefoongesprekken met ouders

Gisteren maakte ik mijn weekplanning. Ik was al enorm gestrest, omdat ik deze week drie avonden op mijn werk ben. Maar toen ik alle verplichte telefoontjes aan de ouders van mijn mentorleerlingen ging inplannen, was ik helemaal van slag.

Wij hebben sinds kort de regel dat de mentor alle ouders van de mentorleerlingen belt voor het eerste rapport. Er zijn twee weken ingeroosterd en in die weken moet je alle ouders bellen. Vandaag is de eerste week aangebroken en omdat ik al zo'n drukke week heb, besloot ik alle telefoontjes voor vandaag en morgen te plannen.

Het kostte me één pagina uit mijn to do-schrift om alles op te schrijven wat ik vandaag moest doen. Er stonden dertien telefoontjes gepland, maar daarnaast ook nog heel veel andere dingen die gedaan moesten worden. Zo moet ik bijvoorbeeld de ouderavond van woensdag voorbereiden, ik moet verlof aanvragen voor de dag dat ik de sleutel krijg, er moest van alles worden geprint en gekopieerd en ik moest nog bedenken wat ik met de mentorles wilde doen. Druk, druk, druk!

Ik besloot een aantal telefoontjes dan toch maar op te schuiven naar een ander moment, zodat ik iets meer rust had. Maar vanochtend merkte ik dat ik ergens geen rekening mee had gehouden. Wat als de ouders hun telefoon niet opnemen? Van de uiteindelijk negen belletjes heb ik er vier ook echt uitgevoerd. De andere vijf namen de telefoon niet op, waardoor mijn planning enorm in de soep liep. Ik besloot de telefoontjes dan maar 's avonds te plegen, maar ook nu zit ik weer met een dilemma.

Ik wil de ouders niet storen tijdens het eten. Maar van hoe laat tot hoe laat is het avondeten? Ik eet regelmatig om zes uur, maar er zijn zat gezinnen die pas om half acht aan tafel gaan. Of misschien nog later. Ik heb geen idee wat een geschikt tijdstip is om te bellen, dus er zit maar één ding op: ik stel de telefoontjes weer uit. Naar volgende week. Want dat mag ook.

Liefs!

donderdag 25 september 2014

Telefoontjes naar ouders

In de vijf jaren tijd dat ik nu stage loop en voor de klas sta, heb ik één telefoontje gepleegd naar de moeder van een leerling. Dat gesprek ging uiteindelijk nergens over (of er uitwerkingen van de opgaven op internet te vinden zijn...), maar ik vond het doodeng. Dit telefoontje was drie jaar terug. Alle jaren daarna heb ik het telefoneren mooi weten te omzeilen. Totdat ik mentor werd.

Op mijn werk is het verplicht om alle ouders van de mentorleerlingen te bellen rond eind oktober. Ik leek er nog even onder uit te komen. Toch mailde een moeder mij of ik telefonisch contact met haar wilde opnemen. Oh no! Ik heb er uren tegenop gezien, maar uiteindelijk was het me gelukt. Zonder te stotteren, maar wel met rode wangetjes, belde ik moeder op. Het gesprek duurde een minuut of tien en ik kon de conclusie trekken dat het eigenlijk wel heel goed ging.

Vanavond had ik weer een telefonische afspraak gepland, uiteraard op verzoek van moeder. Om half zeven 's avonds zou ik bellen. Mijn avondeten van half zes kreeg ik maar met moeite binnen, door de zenuwen. Ik heb al een hekel aan bellen (WhatsApp is echt een uitvinding!), maar al helemaal als ik een vader of moeder van een (mentor)leerling moet bellen. Doodeng!

Hopelijk verdwijnt die angst vanzelf. Over een paar weken moet ik toch alle ouders gaan bellen. Wat zou het heerlijk zijn als ik die gesprekken kan aangaan zonder afgekloven vingernagels...

Liefs!

maandag 15 september 2014

Volle agenda's & het mentoraat

Half acht 's avonds. Mijn avondeten zit net in mijn maag, terwijl ik toch het liefst rond zessen mijn avondeten nuttig. Maar dat zat er vandaag niet in.

Om half zes zat ik bij de makelaar om ons (tijdelijke) koopcontract te leven. Een enorme stap in ons leven, al voelt dat nog niet zo. Ik kan het nog steeds niet beseffen. Waarschijnlijk komt het besef pas echt als we de sleutel krijgen en elke avond aan het klussen zijn. Tegen het klussen zie ik enorm op, maar ik kijk des te meer uit naar het moment waarop ik kan gaan inrichten én het moment dat het helemaal af is. Hopelijk zal dat eind januari zijn.

De agenda's van mijn vriend en mij zitten helemaal volgeschreven. Gezamenlijke afspraken, zoals het tekenen van dit soort papieren en een gesprek met de hypotheekadviseur, maar ook veel persoonlijke afspraken. Mijn vriend gaat vanaf deze week weer avonddiensten draaien en ik ga vanaf deze week weer 's avonds les geven op mijn werk. Vijf avonden verdeeld over een paar maanden, maar toch! Ook ben ik iedere woensdagavond op mijn studie. 

Toch klaag ik niet. Ik vind het heerlijk om weer een volle agenda te hebben. Ik ben een persoon dat het liefst de avond op de bank doorbrengt, maar ik voel me met zo'n druk schema enorm nuttig. Ik zie er niet meer tegenop om naar mijn werk te gaan (daarover straks meer) en die rustmomentjes probeer ik op een ander tijdstip te pakken. In een tussenuur bijvoorbeeld, of 's avonds voor het slapen gaan. Mijn voornemen is om vanaf nu zonder telefoon naar bed te gaan. Ik zit gemakkelijk elke avond nog een uur met mijn telefoon te spelen voordat ik daadwerkelijk ga slapen. Social media checken, whatsappen, YouTube-filmpjes kijken... Zo zonde van mijn nachtrust!

Ik vond het gisteren zo jammer dat ik niet naar mijn werk hoefde. Sinds de allereerste werkdag tel ik nog net niet de minuten af tot ik weer naar mijn werk kan. Ik vind mijn mentorklas zo leuk, dat ik de rest maar voor lief neem. Ik merk dat ik, nu ik mentorleerlingen heb, de andere leerlingen niet meer zo speciaal vind. Ze zijn wel leuk hoor, die brugklassers. Maar als mijn mentorleerlingen binnenkomen, voelt het als 'thuiskomen'. Ja, echt! Kunnen jullie de tijd nog herinneren dat ik enorm tegen het mentoraat opkeek? Ik zou nu niets liever meer willen!

Morgen begin ik met mijn eerste mentorgesprekken, waarbij ik individueel met mijn leerlingen praat. Ik heb me goed voorbereid. Ik heb flesjes water klaarstaan en een doos tissues gekocht. Ik weet niet wat ik per ongeluk bij de leerlingen los maak of wat ze op tafel gaan gooien, maar ik kan maar beter voorbereid zijn...

Liefs!

dinsdag 9 september 2014

Geen perfecte mentoractie

Ik ben absoluut geen perfecte mentor. Ik doe mijn best om een goede, fijne mentrix te zijn, maar vandaag zat ik héél ver bij het perfecte vandaan. Ik heb drie keer iets door de ogen gezien, bij één leerling, binnen vier uurtjes tijd. 

Het eerste uur kwam hij binnen. 'Mevrouw, ik heb gistermiddag per ongeluk gespijbeld,' zei Chang. 'Ik dacht dat we na het zevende uur al klaar waren, maar we hadden het achtste uur nog Nederlands.'
Ik vergat om mijn mentorrol in te stappen en het enige wat ik kon doen, was heel hard lachen. Ik heb een half uur lang grapjes gemaakt over zijn actie. Pas daarna bedacht ik me dat het beter zou zijn geweest als ik hem naar de afdelingsleidster had gestuurd.

Ik gaf mijn leerlingen de laatste tien minuten van het mentoruur de tijd om hun huiswerk te maken of om een boek te lezen. Chang ging naast het tafeltje van een klasgenoot staan. Met z'n tweeën keken ze verdacht veel in het derde schrift dat open op tafel lag. Toen ik erbij ging staan, keken ze niet op of om.

'Lukt het met overschrijven?' vroeg ik. Ze twee leerlingen keken me even geschrokken aan. 'Maar mevrouw,' schoot Chang meteen in de verdediging, 'ik had gisteren geen tijd om mijn huiswerk te maken.'
'Geen tijd?' vroeg ik zogenaamd verbaasd. 'Je had vijftig minuten langer de tijd dan de rest van de klas, weet je nog?' 

Tot zover het eerste lesuur. Maar toen ik de leerlingen het vierde lesuur weer zag, dit keer voor een wiskundeles, zag ik Chang met zijn telefoon in zijn hand staan. Die zijn bij ons op school heel erg verboden. Daar staat twee tot drie uur nablijven voor, ligt aan de bui van de mentor of afdelingsleider. 
'Hé, een Samsung. Wat levert zo'n tweedehands dingetje op op Marktplaats?' 
Chang keek me geschrokken aan. Een telefoon afpakken van een tiener is als een snoepje afpakken van een peuter. Het hele lesuur lag zijn mobiele telefoon te pronken op de hoek van mijn bureau. Ik zag hem af en toe gluren en elke keer voelde ik weer een lach opkomen. Ahh, ik had best wel medelijden met hem!
Drie minuten voor het einde van de les riep ik de klas tot orde. 'Ik heb een getal onder de honderd in mijn hoofd. Wie het getal raadt, wint een Samsungtelefoon inclusief oordopjes.'
De ogen van Chang werden steeds groter. Hij is zo goedgelovig, die jongen. Ik liet alle leerlingen één voor één raden. Uiteraard raadde niemand het juiste getal. Chang was als laatste aan de beurt.
'Eénenzestig?' vroeg hij hoopvol. 
Ik lachte. 'Bofkont! Maar reken er maar op dat je volgende keer echt niet zo veel geluk hebt.'

De telefoon verdween snel in zijn tas. Groot gelijk, want de eerstvolgende keer dat ik dat ding zie, mag hij drie uur lang nablijven. Ho, wacht. Mag? Moet!

Liefs!