Posts tonen met het label Overig. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Overig. Alle posts tonen

vrijdag 26 september 2014

Weekend!

Hoe gek kan het leven soms zijn? De hele week kijk ik uit naar de vrijdag, maar als het dan vrijdag is, denk ik: ik zou nog wel een dagje kunnen werken!
Dat vrijdaggevoel geeft me zo veel energie. :-)

Fijn weekend allemaal!

Liefs!

donderdag 19 juni 2014

De huispakken van Roy Donders

Ik ga mijn korte pauze op mijn blog voor deze ene keer onderbreken. Vandaag maakte ik iets mee waarbij ik niet direct dacht dat dit een goed punt zou zijn voor op mijn blog. Zojuist, tijdens het douchen, bedacht ik dat dit juist iets is om over te schrijven. Zeker met de filmpjes die op dit moment circuleren op Facebook.

Welke filmpjes? Onder andere het filmpje waarbij een jongen een meisje in elkaar slaat, duwt en schopt. Het gaat er heftig aan toe en ik werd misselijk bij het zien van deze gruwelijke daad. (Net zo misselijk als toen ik op oudjaarsdag hoorde dat iemand een rotje in het achterwerk van een kat had gestopt en toen had aangestoken. Medelijden tot de duizendste macht, om het even bij mijn vakgebied te houden…) Je voelt het misschien al een beetje aankomen, maar dit meisje wordt dus gepest door deze jongen.

Oké, dit filmpje is niet zo zeer de aanleiding voor de blog. Het gaat namelijk allemaal om Roy Donders. Voorheen was hij nog niet heel bekend in Nederland, maar nu hij de huispakken voor het WK heeft ontworpen, kent vrijwel iedereen hem. Nu ga ik écht to the point komen. Mijn collega sloeg de krant open en vroeg bij het zien van Roy Donders wie deze jongen überhaupt kende voordat hij zijn samenwerking aanging met de Jumbo.

Nou… Ik! Roy Donders kwam eerst af en toe in beeld bij programma’s over de gipsy-family, de zigeuners. Hij mocht vaak de styling doen als er een communie of ander belangrijk feestje was. Vervolgens krijg hij zijn eigen realityshow op televisie en inmiddels is seizoen twee al weer tot zijn einde gekomen. Ik heb alle afleveringen met heel veel plezier bekeken. Roy Donders schrikt de meeste mensen af. Hij valt op mannen, heeft lange, donkere krullen waar een halve bus haarlak in zit, besteed heel veel tijd aan de rest van zijn uiterlijk en draagt en ontwerpt huispakken en andere kleding, voorzien van ‘glittertjes, steentjes, printjes en pailletjes’. Dat is alles wat je op het eerste gezicht ziet.

Wat veel mensen niet zien, is hoe hardwerkend deze jongen is. Hij is heel ondernemend, heeft een eigen mening, een eigen stijl en hij heeft lef. Hij wordt bestempeld als ‘apart’, maar ik heb altijd een klein beetje het idee dat hier een tikkeltje jaloezie achter schuil gaat. Hij heeft al zo veel bereikt en is zelfs jonger dan ik. Dat vind ik knap!

Nee, dit was echt geen blog om Roy Donders op te hemelen. Want ik ga nu pas echt vertellen waar het eigenlijk om draait. Als docent hoor je het pesten tegen te gaan. Opkomen voor de slachtoffers, de pesterkoppen aanpakken en straffen en zorgen dat dit soort dingen zoals in Rotterdam, waar die tieners uit het filmpje vandaan komen, niet gebeuren. Laat zien dat iedereen gelijkwaardig is, laat zien dat het niet erg is als iemand ‘anders’ is, als iemand een eigen mening heeft, een eigen stijl heeft of op iemand valt van hetzelfde geslacht. Laat iedereen in zijn of haar waarde, ook als die persoon anders is dan jij. Je hoeft geen beste matties te worden en je hoeft elkaar niet aardig te vinden. Maar doe elkaar geen pijn, lichamelijk of fysiek.

Opmerkingen zoals ‘ik snap niet dat zo’n jongen überhaupt zendtijd krijgt’ kan ik echt niet begrijpen. Wanneer ze ook nog komen uit de mond van een collega, begint er bij mij iets te knappen. Ik heb de ballen niet om er iets van te zeggen, maar het geeft me wel weer inspiratie om over te schrijven.

Ben jij een docent en kun jij Roy Donders om welke reden dan ook niet uitstaan? Prima. Houd het voor je. Dan houd ik ook voor me dat ik jou – zonder je eigenlijk te kennen – ook niet mag.

Liefs!

P.S. Zondag en maandag zijn dagen waarop ik een hele lege planning heb. De kans is groot dat ik in een boek duik, maar mocht ik zin hebben, dan kruip ik achter mijn laptop om nog wat woorden te tikken. Twee weken radiostilte levert zo veel inspiratie op!

maandag 7 april 2014

Teachers be like

Er was een tijd dat je op Facebook werd doodgegooid met de ‘… be like’-pagina’s. Intussen is het wat minder, maar toch ga ik het voor mijn blog van vandaag er weer bijhalen.

De ‘teachers be like’-pagina is voor mij af en toe best confronterend. Ik zie er enorm veel herkenbare uitspraken terug en elke keer denk ik: shit, dat doe ik ook! Vandaag heb ik zes van deze plaatjes die ik stuk voor stuk ga bespreken.


Ga maar even afkoelen op de gang, hoe vaak heb ik dat niet tegen een te drukke of te vervelende leerling gezegd? Vorig jaar gebeurde het vrijwel dagelijks dat ik iemand op de gang zette om verschillende redenen. Ik had dan ook een behoorlijk pittig 2havo-klasje. Dit jaar gebeurt het gelukkig wat minder vaak, maar als ik het doe, zet ik ze er meestal met tafel en al neer. Kunnen ze tijdens het afkoelen meteen werken aan het huiswerk!

Het geven van beurten aan leerlingen die geen vinger hebben opgestoken, dat gebeurde afgelopen vrijdag nog. Soms geef ik er wel een opmerking bij, zoals ‘volgende keer steek je eerst je vinger op’, maar dit keer liet ik het aan me voorbij gaan. Ik moet allang blij zijn dat er van die enthousiaste leerlingen zijn!

Oeps, heel herkenbaar. Ik loop wel eens zo ver vooruit op de stof dat ik drie lessen over heb. De proefwerken worden bij alle klassen op dezelfde dag gegeven, dus de toets verzetten lukt niet. Wat doe je dan? Precies, alvast beginnen aan het volgende hoofdstuk. Dat is iets wat ik heb geleerd van mijn collega’s. Ik was er zelf geen voorstander van, maar omdat zij het in hun klassen ook deden, ben ik het ook gaan doen. Ik heb er nog nooit een klacht van een leerling over gekregen, dus het zal wel goed zijn.

Leerlingen die ongevraagd mijn ramen open zetten, leerlingen die ongevraagd mijn kachel aanzetten, leerlingen die met mijn bordstiften op mijn whiteboard tekenen… Natuurlijk zijn al die spullen niet van mij, maar ik voel me er wel verantwoordelijk voor. Je hebt er altijd leerlingen tussen zitten die het raam slopen, die de kachel zo heet zetten dat het een sauna wordt in het lokaal en leerlingen die per ongeluk een watervaste stift gebruiken in plaats van een bordstift. Dus: ‘Blijf van mijn spullen af!’

 
Vorig jaar heb ik meerdere keren een hele klas straf gegeven. Strafregels schrijven, een samenvatting overschrijven, een opstel, nablijven. Alles kwam er aan te pas. Na een paar klachten van ouders doe ik dit niet meer. Wat ik dan doe? Geen straf, heel goed opletten wie vervelend doen en wie niet of heel eerlijk vragen wie zich hebben misdragen. Als je het goed overbrengt op de leerlingen, reageren ze verbazend eerlijk op die laatste vraag.

Het gebeurt me tijdens elke repetitieweek. Dan mag ik surveilleren bij willekeurige klassen die toetsen krijgen van allerlei vakken. Wanneer ze een toets geschiedenis, aardrijkskunde of biologie hebben, is de kans groot dat me wordt gevraagd wat een bepaald woord betekent. Ik houd van lezen, maar mijn woordenschat is verbazingwekkend laag. Negen van de tien keer weet ik het niet en die ene keer dat ik het wel weet, kan ik het niet omschrijven. Ik zeg dus altijd maar dat ik dat niet mag zeggen. Ondertussen surf ik naar google, tik ik het woord in en zoek de betekenis op. Als de leerling na drie minuten nog steeds geen idee heeft, noem ik de betekenis.

Liefs!

woensdag 18 december 2013

Tip: Gebruik je agenda (#33)

Ik ben de koningin der to do-lijstjes. Controlfreak als ik ben werk ik dagelijks met drie takenlijstjes: een lijstje in mijn agenda, een lijstje op mijn telefoon en ook nog een handgeschreven lijstje op een los blaadje. Op mijn telefoon plan ik alle blog- en werkgerelateerde taken in voor de komende week. Zo kan ik precies zien wanneer ik wat moet doen en wanneer ik het wat rustiger heb. In mijn agenda houd ik alleen dingen bij die met mijn werk te hebben. Het gaat hier vooral om afspraken die ik met leerlingen moet maken en andere dingen die ik anders ga vergeten, zoals wie wanneer welk strafwerk moet laten zien. En op het briefje schrijf ik alles wat ik die dag moet doen, tot de kleinste dingen aan toe.
Hoofdstuk 19, tip 4: Gebruik je agenda
Maak per afgebakende periode – bijvoorbeeld van vakantie tot vakantie – een schema waarop precies staat wanneer je wat af moet hebben. Noteer alles: van ouderavonden en proefwerken tot grote privézaken als een jubileum of verbouwing. Zo voorkom je dat het je overvalt. Een agenda schept orde. Gebruik hem dus goed en kijk aan het eind van elke dag wat er de volgende dag op je af komt. Maak elke dag een to-do-lijstje en streep af wat je gedaan hebt.

Ik kan het me best voorstellen dat mensen niets met dit soort lijstjes hebben en liever van dag tot dag leven, maar ik zou dan absoluut niet kunnen. Veel te bang dat ik iets vergeet uit te voeren wat echt moest gebeuren. Veel te bang dat ik een afspraak vergeet. Dus ik houd het fijn bij al mijn lijstjes.

Naast de drie bovengenoemde lijstjes maak ik ook nog een planning voor de klas. Bij de start van het schooljaar is er voor ieder leerjaar een jaarplanning. Hierop staan alle toetsmomenten. Aan het begin van elk hoofdstuk schrijf ik op wat de leerlingen wanneer af moeten hebben en wanneer de toetsen zijn. De leerlingen krijgen het huiswerk per week op, maar voor mezelf maak ik een overzicht voor het hele hoofdstuk, zo'n drie tot vier weken.

Liefs!

donderdag 24 oktober 2013

Vakoverstijgende opdracht

Vakoverstijgende opdrachten, hoe vaak heb ik dat al niet gehoord? Vooral op één van mijn stagescholen waren ze daar helemaal weg van. Alles moest vakoverstijgend zijn, er moest meer overleg zijn met andere vakdocenten, er moesten in de lessen meer verbanden worden gelegd met andere vakken enzovoorts.

Waar ik nu werk heb ik dat helemaal niet. Er is nog nooit het begrip voorbij gekomen, in alle maanden dat ik er werk heb ik het niet één keer gehoord. Tot bij de afgelopen vergadering, toen we een formulier moesten invullen wat onze ‘vakoverstijgende plannen voor dit jaar waren’. Ehh… Niets?
 
Ik ben daar ook helemaal niet goed in. Projecten bedenken is niets voor mij, evenals het verzinnen van activiteiten, werkvormen (oké, dat gaat op zich nog wel) of andere creatieve dingen. Het lukt me al helemaal niet om zoiets te bedenken als het vanuit het niets wordt gevraagd. Dan sla ik echt dicht.
 
Het lukt me alleen om zoiets te denken als ik met iets compleet anders bezig ben. Ik zat deze week bij een familielid in de auto op weg naar een ander familielid en ineens kwam ik met dit idee. Ik zou niet weten hoe ik erop ben gekomen en dat doet er ook niets toe. Ik vind het al heel knap dat ik zoiets heb kunnen bedenken.
 
Een speurtocht door de school. Geef de leerlingen aan het begin van de les een kaartje mee met daarop een opdracht. De leerlingen gaan naar de volgende plek waar ze de volgende opdracht krijgen enzovoorts. Elke opdracht heeft met een andere vakles te maken, of misschien een combinatie van twee of meerdere vakken. Hoe leuk zou dat voor de leerlingen zijn?
 
Wij hebben op mijn werk twee keer in het jaar een activiteitenweek. Op een gewone lesdag zou het moeilijk te realiseren zijn om groepen leerlingen door het gebouw te laten lopen (lees: rennen), maar in zo’n activiteitenweek – waarin een groot deel van de leerlingen toch buiten de deur op weg naar musea of pretparken is – zou het prima kunnen.
 
Ik ga hier niets mee doen hoor, met dit idee. Misschien heel kleinschalig in mijn eigen les, waarbij ik een speurtocht uitzet in het lokaal en op het schoolplein (ik zie ineens het voordeel van een lokaal direct naast het schoolplein!), maar met dit idee naar een van de organisatoren stappen? Nee… Zo vol vertrouwen ben ik ook weer niet!
 
Liefs!

zaterdag 19 oktober 2013

De trein

Na mijn val met de scooter van vorige week heb ik besloten om weer met de trein naar mijn werk te gaan. Ik probeer de voordelen ervan in te zien (in de trein blogs lezen, Facebook en Twitter bijhouden, WhatsApp'en...) maar ik vraag me elke keer weer af of het tegen deze nadelen op kan wegen:

- Vijf keer zo duur
- Duurt langer dan met de scooter
- Afhankelijk van de tijden van de tram en trein
- Tot nu toe élke dag vertraging. Élke dag, wtf? Bedankt, NS!

Ik kijk er naar uit om weer met de scooter naar mijn werk te kunnen. Vrijheid, blijheid!

Liefs!

woensdag 3 juli 2013

"Tip" van de week

Voor vandaag heb ik een ander soort tip. Deze tip komt niet uit het boekje van de algemene onderwijsbond, maar kwam ik laatst eens tegen tijdens het surfen.

Als docent krijg je altijd een ‘docentenagenda’ van school. Dit jaar mocht ik kiezen uit drie versies: een ringbandagenda, een ‘standaard docentenagenda’ en een andere agenda die ik nooit eerder gezien had. Ik heb altijd een ringbandagenda gehad, omdat ik die heel fijn vond werken. Het probleem met deze agenda was helaas wel dat hij bij mij na een paar weken al uit elkaar viel. Ik stop altijd allemaal papieren tussen mijn agenda en dat kon deze helaas niet hebben.

Ik besloot op internet rond te kijken naar andere agenda’s voor leraren en ik kwam al heel snel op een site waar je je eigen agenda kunt ontwerpen. Oké, alleen de voorkant dan. Ik begon meteen te google’en naar leuke plaatjes op internet en nog geen uur later had ik mijn agenda besteld. Supertof!

Ik dacht dat het twee weken zou duren voordat mijn agenda op de deurmat zou liggen, maar ik geloof dat het slechts twee of drie dagen heeft geduurd. Fijne service! Ik wist niet hoe snel ik de verpakking open moest scheuren toen ik ‘m eenmaal in mijn handen had. De agenda ziet er mooi uit. Helaas geen ringband, maar ook deze blijft redelijk goed open liggen.

Hoe de agenda eruit ziet? De buitenkant is vrij simpel. Het is een groot, wit boek op A4-formaat waar een sticker op is geplakt met de foto die je zelf in kon sturen. De grootte vind ik wel erg fijn. In een gewone agenda is het altijd maar priegelen om al het huiswerk er in te kunnen schrijven. Met deze agenda heb je veel meer ruimte!

De agenda begint met een aantal pagina’s die vrij standaard zijn in een (docenten)agenda. Een pagina met vakanties, een jaarrooster en een ruimte om je lesrooster op te schrijven. Achterin de agenda vindt je pagina’s voor klasgegevens, bladzijdes voor notities, adresgegevens en notities voor volgend schooljaar.

De agenda zelf is geweldig. Zoals ik al zei is de agenda op A4-grootte. Op één pagina is één week afgedrukt. Als je de agenda openslaat zie je dus twee weken. Heerlijk overzichtelijk, want je ziet meteen wat voor belangrijke dingen er de komende week op de planning staan. Naast de dagen zijn er ook nog andere ruimtes om dingen op te schrijven. Aan de zijkant zie je een vakje met “Deze week:” staan. Een vak om op te schrijven wat voor bijzondere activiteiten er in die week zijn. Daaronder is ruimte gemaakt voor een to do-list, alsof ze deze agenda speciaal voor mij hebben ontworpen!

Behalve de hardcover (die ik heb)(€24,95) kun je ook kiezen uit een ringbandagenda (€25,95) waar je dezelfde papieren in kunt doen. Ik vond deze zelf te dik om mee te nemen, maar als je je agenda altijd op je werk laat liggen, is ook deze ideaal!

Benieuwd hoe de agenda er van binnen uitziet? Of wil je ook zo’n agenda bestellen? Klik dan hier.

Liefs!

maandag 20 mei 2013

Ik had een burn-out

“Fijn hè, schat, dat ik nu nooit meer zo vaak huil?” zeg ik wel eens tegen mijn vriend. Hij kan niet anders dan dat beamen.

Ik vind het altijd zo stom om te zeggen dat ik denk dat ik een burn-out heb gehad. Het is zo’n groot begrip. Daarbij is het ook nog eens een begrip wat ik altijd koppelde aan een oudere man of vrouw. Zo rond de vijftig/zestig. Absoluut niet aan een jong meisje van twintig die nog bezig is met de opleiding.

En toch herken ik bijna alle symptomen die er op internet te vinden zijn. Ik vond het heel confronterend toen ik het opzocht op internet, maar aan de andere kant was ik ook best opgelucht. Er was een naam voor alle gedachten, gevoelens en lichamelijke mankementen die ik voelde.

De lichamelijke klachten
doorlopend moe / oververmoeid zijn
vaak en aanhoudend hoofdpijn
vaak en aanhoudend maag- en/of buikpijn
maagzweren
spierpijn
rug-, nek- en gewrichtspijn
gebrek aan eetlust en misselijkheid
slapeloosheid
verminderde weerstand
vaak en langdurig grieperig
hartkloppingen
verhoogde bloeddruk
 
De psychische klachten
opgejaagd en rusteloos gevoel
angstig voelen of paniekaanvallen hebben
somberheid, huilbuien
piekeren
machteloosheid
stemmingswisselingen
prikkelbaar en snel geïrriteerd (een ‘kort lontje’)
alles is teveel, niet meer kunnen genieten
lusteloos, futloos
onzeker, minder zelfvertrouwen en een laag zelfbeeld
verminderd concentratievermogen
vergeetachtigheid
besluiteloosheid
last van schuldgevoelens
Bron

Ik was er redelijk snel bij. In de herfstvakantie had ik de knoop voor mezelf doorgehakt: ik ging stoppen met het werk dat ik deed en ik ging aan mezelf werken. Ik had toen zo’n acht weken stage/werk erop zitten. Toch leken die acht weken enorm lang te duren. Elke dag ging ik met tegenzin naar mijn werk. Ik vond het verschrikkelijk, want ik ging mijn hele leven lang met veel plezier naar mijn school of werk. Waar kwam dit allemaal ineens vandaan?

In die tijd zat ik in een neerwaartse spiraal en ik kwam er niet uit. Elke dag werd het gevoel erger en ik heb nog nooit zoveel gehuild als in die periode. Ik heb ook nog nooit zo veel slapeloze nachten gehad. Of zoveel nachtmerries. Ik krijg weer de kriebels als ik eraan terugdenk.

De week voor de herfstvakantie meldde ik me ziek. Ik wilde dat absoluut niet, maar mijn studiebegeleidster dwong me daartoe. “Maar ik heb allemaal proefwerken gepland,” zei ik tegen haar, door mijn tranen heen. “Doe het maar wel,” antwoordde ze. “Je zult me er dankbaar voor zijn.”

Twee weken lang heb ik voor een dubio gestaan. Ga ik stoppen met stage of zet ik het de rest van het schooljaar door? Na veel gesprekken met mijn vriend en na alle steun van de andere mensen om me heen heb ik de knoop doorgehakt. Ik wilde daar weg en wel zo snel mogelijk!

Ik heb een afspraak gemaakt met de huisarts en zij stuurde me door naar een psycholoog. Daar ben ik niet zo zeer behandeld voor een burn-out. Samen met de psycholoog heb ik mijn sociale faalangst aangepakt, hetgeen wat bij mij voor veel stress heeft gezorgd (en nog steeds zorgt). Na veel gesprekken en opdrachten om ‘thuis’ mee te oefenen zat het erop. Ik voelde me nog niet helemaal de oude Elseline, maar ik zat wel beter in mijn vel dan tijdens de donkere periode. Een stuk beter!

Inmiddels was het eind van het schooljaar in zicht. Ik had mijn sollicitatiegesprek, ik haalde mijn diploma en toen was het zomervakantie. De vakantie waar ik heel erg naar toe had geleefd. In die periode wilde ik heel veel uitrusten van de zware tijd en tegelijkertijd wilde ik alles van me afschrijven. Een lang verhaal schrijven over alles wat ik had meegemaakt zag ik niet zo zitten. Dan zou ik er continu mee bezig zijn en daar had ik geen zin in. Daarom startte ik een blog, de gouden tip van mijn vriend. In de zomervakantie schreef ik van alles wat met lesgeven te maken had en ineens voelde ik het weer: de zin om te werken! Ik had ineens zó’n zin om weer voor de klas te staan. Het was een heerlijk gevoel!

Ik heb nu nog steeds wel dagen dat ik met tegenzin naar mijn werk ga. Maar dan zie ik eerder op tegen het vroege opstaan, de treinreis, een lesbezoek of iets anders kleins. Van die dingen die makkelijk te overzien zijn.

Liefs!

dinsdag 12 maart 2013

Leerpuntje: cijfers invoeren

Als de leerlingen bij mij een toets hebben gemaakt, kijk ik hem het liefst direct na. Dat is voor mij heel fijn, omdat ik het dan meteen van mijn lijstje af kan strepen. En het is voor de leerlingen fijn. Zij hebben de cijfers het liefst zo snel mogelijk.

Bij de afelopen repetitieweek heb ik dus ook direct hun toetsen nagekeken en de cijfers in het systeem ingevoerd. Leerlingen blij, ik blij, iedereen blij. Niet dus. Ik had iets over het hoofd gezien!

Bij de repetitieweek krijgen de leerlingen twee (en soms zelfs drie) proefwerken op één dag. Als de leerlingen uit school komen, slaan ze meteen de boeken open om voor hun volgende toets te leren. En ergens tussen het leren door openen ze de schoolsite om hun cijfers te checken.

Daar gaat het mis.

Wiskunde hadden de leerlingen op dag één van de toetsweek. De cijfers stonden er dezelfde dag nog op. Het meerendeel had voor de toets een onvoldoende gehaald en eigenlijk had - op een enkeling na - iedereen onder zijn of haar gemiddelde gescoord. Dat demotiveert... Op de laatste dag van de toetsweek hadden ze ook nog eens een rekenrepetitie. De leerlingen die voor wiskunde een laag cijfer hebben gehaald zagen dat natuurlijk helemaal niet meer zitten. Tja, dat heeft er nu dus toe geleid dat ook die cijfers erg slecht zijn...

Zoals ik al vaker heb gezegd: ik heb nog een hoop te leren. Dat is ook niet erg, ik zal mijn hele leven nog dingen moeten leren. Het is nu alleen wel erg jammer dat het ten koste van de cijfes van mijn leerlingen gaat...

Maar vanaf nu weet ik dus dat ik de cijfers na de toetsweek online moet zetten!

Liefs!

maandag 4 februari 2013

De rekenkalender van Volgens Bartjens


Toen ik laatst aan een vriendin vroeg wat ze voor haar verjaardag wilde hebben, zei ze dat ze graag de rekenkalender van Volgens Bartjens wilde hebben. Vorig jaar heeft ze het hier ook over gehad, dus ik wist al van het bestaan van deze kalender af. Toen ik voor haar deze kalender ging bestellen had ik net een dag achter de rug met lessen waarin de leerlingen al klaar waren met hun huiswerk. Ik had geen idee wat voor opdracht ik ze nu weer kon geven. Hiermee sla ik dus twee vliegen in één klap: het is een leuke uitdaging voor mezelf om elke dag weer een leuke, uitdagende rekenpuzzel te doen en het is leuk voor mijn leerlingen!

Want dat is dus de inhoud van deze afscheurkalender: elke dag een rekenpuzzel in vier verschillende moeilijkheidsgraden. Het varieert van een “simpele” denker (1 ster) tot een serieuze hersenkraker (4 sterren). De puzzels komen terug met een vaste regelmaat. Dit is wat er op de eerste pagina van de kalender staat:

“Elke week kent een vast ritme: op zondag een één- of tweesterrenpuzzel, gevolgd door een rijtje hoofdrekensommen om de week mee te beginnen. Op dinsdag weer een puzzel en op woensdag een lettersom of tovervierkant. Dan elke donderdag een variant van de bekende flippo met het 24-spel (zelfde regels, andere uitkomst), variërend in moeilijkheid van 1 tot en met 4 sterren. Op vrijdag is er dan weer een ‘gewone’ puzzel en op zaterdag een serieuze hersenkraker voor het weekend.”

Op de voorkant van elk afscheurblaadje staat de puzzel. Op de achterkant ervan staat de oplossing. Een groot gevaar voor mij, omdat ik al snel de neiging heb om even op de achterkant te kijken “om te controleren of ik het goed heb”. Toch ook een groot pluspunt, omdat je hierdoor niet helemaal naar achteren hoeft te bladeren voor het antwoord, maar ook omdat je hierdoor bij het afscheuren altijd de puzzel en het antwoord ervan samen op één blaadje hebt. Daar is over nagedacht!

Wil jij ook deze rekenkalender van Volgens Bartjens? Je kunt hem bestellen volgens hun site. De kalender kost €6,95 per stuk excl. €3,50 verzendkosten.

Liefs!

P.S. Deze kalender heb ik afgelopen vrijdagmiddag ontvangen. Nu ik dit schrijf is het zondag. Morgen - vandaag dus - zal ik de kalender meenemen naar mijn werk. Eens kijken wat de leerlingen ervan zullen vinden. Er komt ongetwijfeld een verslag van op mijn site!

dinsdag 29 januari 2013

Mijn aankopen van de Action

Aan mijn foto’s kun je heel goed zien waar ik niet goed in ben: fotograferen. Maar het is even voor het idee…

Het stond al in mijn dagboekblog van afgelopen weekend, maar vorige week heb ik bij de Action wat dingetjes gekocht om een aanvulling op mijn lessen te geven.

 
Laatst kocht ik al bij de Action twee gummen; één in de vorm van een kubus, de andere in de vorm van een ster. Ik denk dat het inmiddels al een maand geleden is, maar vorige week donderdag besloot ik ze mee te nemen naar school. Ik vond ze er wel grappig uitzien en ik dacht dat mijn leerlingen ze ook wel leuk zouden vinden. En inderdaad, ze vochten erom!

Die middag besloot ik er iets meer te kopen. Twee puzzeltjes in een klas van 26 leerlingen bleek iets te weinig te zijn. Toen ik in de winkel kwam, zag ik dat ze ook nog een andere variant hadden: de piramide. De volgende dag bleek het weer een groot succes te zijn.

Toen ik op weg naar de Action was besloot ik dat ik nog iets moest hebben. Een fluitje. Ik heb één klas die best slecht luistert en dan zou een fluitsignaal wel een ideale oplossing zijn. In de Action heb ik me rot gezocht naar een fluit, maar ik kon niets vinden. Ook geen feesttoeters of iets dergelijks. Wel vond ik iets anders wat ik goed kon gebruiken: een fietsbel. In de winkel durfde ik hem niet uit te proberen, maar eenmaal thuis bleek dat ding (van nog geen euro!) prima te werken! Dat zijn nog eens leuke aankopen. Het patroontje is heerlijk in de stijl van de gummetjes: kleurrijk!

De fietsbel werkte! Het was even lachen toen ik out of the blue met dat ding begon te tringelen, maar toen ik hem voor de tweede keer gebruikte (en vertelde wat de consequenties waren als je daarna nog praatte (namelijk een bladzijde overschrijven uit het boek)) was iedereen direct stil.

Ik heb tegen de klas gezegd dat ik deze week de fietsbel vaak ga gebruiken als hulpmiddel. De laatste tijd heb ik heel wat keelpijn gehad, dus ik heb geen zin om mijn stem (weer) te overbelasten.

In mijn dagboek van deze week zal ongetwijfeld iets geschreven worden over het effect van de fietsbel!

Liefs!

maandag 31 december 2012

De tafeltjesavond

Vorige week schreef ik al drie tips over het voorbereiden van een tafeltjesavond. Vandaag geef ik drie tips over de gesprekken zelf.

Tip 1: Begin met een compliment
Ik had deze tip natuurlijk vorige week al genoemd, maar ik vind het de moeite waard om hem nog eens te noemen. Ik ben zelf gevoelig voor complimentjes (even serieus, ik kreeg op dinsdag 18 december een leuke compliment over mijn make-up en ik ben er nog steeds blij mee), leerlingen zijn er gevoelig voor en ja, ook ouders vinden het vast niet erg om iets positiefs te horen over hun kind. Begin het gesprek dus met een leuke opmerking en dan komt de rest hopelijk helemaal goed.

Tip 2: Luisteren en incasseren
Veel ouders zijn helemaal niet zo moeilijk en bijna niemand komt naar een tafeltjesavond om herrie te schoppen. Ze vinden het al heel fijn als je naar hun verhaal wilt luisteren en een beetje knikken en af en toe een opmerking tussendoor doet al wonderen. Ook incasseren is een belangrijk puntje. Niet alle ouders komen even goed uit de verf, dus hier en daar zal er best een opmerking komen over jouw lesstijl of iets wat er mee te maken heeft. Ga niet meteen de aanval in, maar luister, incasseer en reageer daarna pas, mocht dit echt nodig zijn. Oost-Indisch doof spelen kan ook nog wel helpen. Doe alsof je die nare opmerking niet hebt gehoord en draai een beetje om de hete brei heen. Vraag de ouders wat zij graag van jou als docent verlangen en sluit een compromis. Je hele lesgeven veranderen is wel heel heftig, maar je kunt best af en toe het huiswerk controleren of een lastige huiswerkopgave klassikaal uitleggen.

Tip 3: Let op de structuur van het gesprek
Tijdens mijn opleiding leerde ik dat er vijf “fases” tijdens een oudergesprek zouden moeten zijn. Namelijk de volgende:
Fase 1: De opening
Dit is de verwelkoming, maar ook het moment waarop de inhoud of de aanleiding van het gesprek van het gesprek wordt aangegeven. De eventuele notities (de notities die de ouders kunnen invoeren tijdens het inplannen van een gesprek) van de voorbereiding kunnen erbij gehaald en kort besproken worden.
Fase 2: De oriëntatie
Tijdens deze tweede fase wordt er verder gekeken naar de aanleiding van het gesprek.
Fase 3: De uitdieping
Je gaat (samen met de ouders en eventueel de leerling) op zoek naar de achtergrond van het probleem. Je kunt de gemaakte repetities erbij halen, je kunt de cijfers erbij halen, de cijfers van de andere vakken of eventueel de voorgaande jaren en al het andere verzamelde materiaal. Ook vertellen de ouders soms hele nuttige dingen die je zelf nog niet wist, maar die best eens de oorzaak kunnen zijn van het knelpunt (faalangst, problemen thuis etc.).
Fase 4: De conclusie
Na de derde, lange fase volgt uiteraard de conclusie. In deze fase worden afspraken gemaakt, zoals een uurtje bijles om eens goed te kijken naar de probleemoplossing bij verhaaltjessommen (ik noem maar wat) of het produceren van extra materiaal voor iemand met rekenproblemen.
Fase 5: De afronding
Natuurlijk, als laatst, de afronding. Hierbij vat je nog even de gemaakte afspraken samen en je zorgt er ook bij de leerling voor dat de afspraak goed is begrepen.
Zorg er aan het eind van het gesprek – nadat de ouders weg zijn, maar voordat de volgende ouders weer aan je tafel staan – dat je deze afspraken zwart op wit zet. Op mijn werk worden deze afspraken ook nog eens doorgestuurd naar de afdelingsleider, maar ook als dat niet zou hoeven is het fijn om het even op een rijtje te zetten. Ik spreek uit ervaring (haha, één tafeltjesavond en ik spreek al uit ervaring…): na vijf ouders gezien te hebben weet je niet meer wat je met ouder 1 of 2 hebt afgesproken…

Liefs!

maandag 24 december 2012

Tafeltjesavond voorbereiden

Twee weken geleden had ik mijn eerste officiële tafeltjesavond. Stikzenuwachtig was ik. Mijn allereerste “echte” face-to-face-gesprekken met de ouders van de leerlingen. Wat als ze boos waren? Wat als ze gaan zeggen dat ik mijn manier van lesgeven moet veranderen? Wat als … (vul hier nog tien dingen in die mis kunnen gaan)?
Gelukkig ging het niet mis. Deels kwam dat gewoon doordat de ouders aardig waren, maar deels ook door mijn voorbereiding. In deze blog daarom mijn tips over hoe je je kunt voorbereiden op de tafeltjesavond.

Allereerst zal ik even vertellen hoe het bij “ons” in zijn werking gaat. De leerlingen krijgen – na de rapportvergaderingen – het rapport mee naar huis. De ouders krijgen bij het rapport een brief mee met daarin een beschrijving van hoe ze zich kunnen aanmelden voor de oudergesprekken. Dit gebeurt digitaal. De ouders kunnen aangeven met wie ze een gesprek willen, ze kunnen een tijdsindicatie doorgeven en (voor de docenten erg belangrijk) ze kunnen een notitie meesturen waarom ze een gesprek willen. Dit laatste is helaas niet verplicht.

Twee dagen voor de oudergesprekken ontving ik een lijstje in mijn postvak. Acht ouders, allemaal van leerlingen uit verschillende klassen. Dat vond ik al een hele geruststelling, want ik was al bang dat alle ouders van mijn 2havo-leerlingen op me af zouden stappen. Bij slechts drie van de acht stond een notitie. Het is in ieder geval iets…

En dan nu mijn tips voor het voorbereiden van een tafeltjesavond.

Tip 1: Breng de leerling in kaart
Dit is ongetwijfeld de belangrijkste stap, maar ook meteen de uitgebreidste. Dat komt omdat hier heel veel dingen onder vallen. Ik heb een notitieboekje gebruikt waarin ik per bladzijde één leerling noteerde. In dit boekje schreef ik de werkhouding in de klas, het gedrag ten opzichte van anderen maar ook of hij/zij opvalt in de klas. Ook noteerde ik hier de (eventuele) vraag van de ouders en probeerde ik hier alvast antwoord op te geven. Eén van de vragen was bijvoorbeeld wat de knelpunten van de leerling waren en hoe deze punten aangepakt kunnen worden. Dit kun je natuurlijk ter plekke in het gesprek bepalen, maar je kunt ook van tevoren bij iedereen (je weet maar nooit waar het goed voor kan zijn) opschrijven waar het mis gaat. Bij deze leerling was het rekenen een struikelblok. De proefwerken over de rekenhoofdstukken maakte hij dramatisch, de meetkundige repetities gingen een stuk beter.
Het is ook goed om eens de andere (rapport)cijfers van de leerlingen erbij te halen. Scoort een leerling alleen voor jouw vak slecht of is het over de hele linie beroerd? Bij leerlingen die ook andere soortgelijke vakken hebben, bij mij vakken als natuurkunde, kan het ook nog uitmaken. Zo kun je zien of de leerling gewoon een typische alpha-leerling is of dat de leerling gewoon moeite heeft met wiskunde alleen.

Tip 2: Verzamel je hele administratie (en neem deze mee)
Op mijn tafeltjesavond had ik een laptop ter beschikking, maar toch heb ik alle mogelijke cijferlijsten uitgedraaid. Ook houd ik tijdens elk trimester bij wie welke spullen niet bij zich heeft of wie het huiswerk niet heeft gemaakt. Mocht heb gesprek een beetje stilvallen, dan kun je het hier altijd nog hebben, op een positieve of een minder positieve manier. (“Maar mevrouw, ik zie dat uw zoon het huiswerk ook niet heel vaak af heeft. Als hij hier eerst iets aan gaat verbeteren, dan zie ik daarna wel of hij in aanmerking komt voor bijles vanuit school.”)

Tip 3: Zorg dat je wat positiefs te melden hebt
Het klinkt zo simpel, maar bij sommige leerlingen is het nog best lastig om iets positiefs te verzinnen. Ik heb bijvoorbeeld één leerling die altijd onderuitgezakt zit, nooit (!) zijn boeken bij zich heeft, zijn huiswerk pas een paar keer (als het vijf keer is, is het al veel) heeft gemaakt tijdens het schooljaar, en hele slechte cijfers haalt, ondanks dat hij het jaar nu al voor de tweede keer doet. Als zijn moeder tegenover me zou zitten, zou ik niet verder kunnen komen dan “wat een leuk kapsel heeft uw zoon”, of iets anders onbenulligs. Toch wordt het vaak aangeraden om een tafeltjesavondgesprek te openen met een leuk compliment over de leerling. “Om de ouders een beetje in te palmen,” zei een collega vlak voor de avond tegen me. “En daarna kun je hun kind zo hard de grond in trappen als je wilt, maar probeer ook te eindigen met een compliment.” Dat laatste was overigens niet heel serieus bedoeld. ;-)

Volgende keer mijn tips voor de oudergesprekken zelf.

Liefs!

maandag 26 november 2012

Toiletbezoek tijdens de les


Sommige scholen zijn er heel stellig in: tijdens de lessen mogen de leerlingen niet naar het toilet. Andere scholen laten je er juist heel vrij in. Als je de leerlingen naar het toilet wilt laten gaan, dan doe je dat. Heb je het liever niet, dan doe je het niet. Op zo’n soort school werk ik. Het is aan de docent om te bepalen of de leerlingen naar het toilet mogen en ik heb besloten om de leerlingen daarom ook te laten gaan zodra ze moeten.

Waarom ik die beslissing heb gemaakt? Dat is vrij simpel. Hiervoor heb ik op een school gewerkt waar de leerlingen alleen de gangen op mochten tijdens de leswissels. Zodra een lesuur was begonnen mochten de leerlingen niet buiten de lokalen komen. Niet om hun boek uit het kluisje te halen, niet om naar het toilet te gaan, niet om welke reden dan ook. Vaak hadden de leerlingen wel het juiste boek bij zich, maar lag die nog in het kluisje. Of hadden ze het in de pauze zo druk gehad dat ze geen tijd hadden om naar het toilet te gaan. Het was dan de taak van de docenten om te zeggen dat ze niet weg mochten.
“Maar ik ben ongesteld,” zeiden de meisjes dan.
“Dan doe ik het wel in mijn broek,” zeiden de jongens.
“Zonder boeken kan ik ook niet mee doen met de les. Dan moet u niet gaan zeuren als ik met andere dingen bezig ben.”
En wat moet je dan als beginnend docent zijnde?
Af en toe zei ik maar gewoon dat ze mochten gaan, want ik had ook geen flauw idee wat ik aan moet met een meisje dat “is doorgelekt” of een jongen die gaat dreigen dat hij zijn behoeftes in het lokaal gaat doen.

Daarom ben ik ook heel blij met de regel dat de docenten vrij zijn in hun beslissingen. De leerlingen weten ook dat ze van mij het toilet mogen bezoeken tijdens de lessen. Wel heb ik de regel dat ze niet weg mogen tijdens mijn klassikale uitleg en ook de laatste minuten mogen ze van mij niet weg. Meestal vertel ik dan nog iets over het huiswerk of over hun gedrag in de les en dan vind ik het wel fijn als iedereen erbij is.
Een tweede regel is dat ik de leerlingen nooit tegelijk laat gaan. De tweede leerling mag van mij pas naar het toilet als de eerste weer terug is. Maar ach, dat lijkt me wel logisch, toch?

Liefs!

woensdag 14 november 2012

Pesten


Als docent, maar ook als mens, zijnde kan ik bijna niet om dit onderwerp heen. De afgelopen dagen zie je overal blogs en nieuwsberichten over pesten en daarom lijkt dit het juiste tijdstip om er ook eens iets over te schrijven.

Vorige week deed ik overigens al meerdere pogingen om een blog te schrijven over pesten, maar ik vond het erg lastig om er “als buitenstaander” iets over te schrijven. Nu dus poging zoveel in de hoop dat het nu wel lukt!

Voor zo ver ik weet ben ik nooit actief geweest als pester en ben ik zelf gelukkig ook nooit gepest. Ik was zeker niet de populairste van de klas, maar buitengesloten werd ik ook niet. (Op het-laatst-gekozen-worden-bij-gym na, maar ik denk dat dat meer een tactische beslissing was van mijn klasgenoten dan dat ze het deden om te pesten.) Ik had in elke groep of klas wel vriendinnen en als ik die niet had, dan maakte ik ze wel. Wel heb ik pesten een paar keer van dichtbij gezien. Op de basisschool werd een klasgenoot van mij gepest. Er werd gezegd dat hij vies had, dat hij een lange piemel had (ik weet niet of zo’n opmerking nu als pesterij werd gezien of juist als compliment, maar goed… het waren toch kinderen van 8/9 jaar) en dat hij gewoon raar was. Ik vind het verschrikkelijk om toe te geven, maar ik deed er ook aan mij. Als kinderen hem per ongeluk hadden aangeraakt, gingen ze dat aan anderen afgeven. “Iehh, Marcel!” En die leerling “smeerde” dat ook weer af aan iemand anders. En ja, ook ik deed daaraan mee. Waarom weet ik niet, want zo verschrikkelijk vond ik hem niet.
In diezelfde klas zat ook een meisje – in groep 8 één van mijn beste vriendinnen – die werd gepest. En waarom? Omdat ze dun was. “Anorexia!” riepen ze dan naar haar. Ze negeerde het en ook ik deed alsof ik het niet hoorde. Ik heb er nooit wakker van gelegen, maar nu ik dit schrijf vraag ik me af of zij dat wel heeft gedaan.
Van die jongen weet ik het wel. Toen Hyves helemaal hot was, kwam ik hem toevallig via via online tegen. Ik voegde hem toe op MSN en zo raakte we aan de praat. Over de alledaagse dingen, maar ook over toen. Hij vertelde me dat hij een rottijd had gehad en het pesten is op de middelbare school doorgegaan. Dat vond ik verschrikkelijk om te horen! Ik heb zelf een hele leuke tijd gehad, zowel op de basisschool als op de middelbare school, en dat gun ik anderen ook!

Nu maak ik het pesten wel eens mee als docent. Toen ik nog stage liep, hoorde ik van mijn begeleidster dat er een meisje uit de klas werd gepest. Ik had het absoluut niet door en ik weet ook nog steeds niet waarom ze werd gepest. Wat mijn begeleidster – en mentor van de klas – toen deed, heeft me diep geraakt. Ze zette alle tafels aan de kant en zette de stoelen in een kring. Een ouderwets kringgesprek. Ze vertelde eerst iets algemeens over pesten en vroeg toen aan de klas of zij wisten dat er iemand werd gepest. En inderdaad, heel veel leerlingen konden de naam van het meisje noemen. Daarna begon mijn begeleidster haar eigen verhaal. Want ook zij werd vroeger op school gepest. Jarenlang werd ze getreiterd door haar klasgenoten, maar ook thuis ging dit door. Ze was thuis de jongste, maar wel het enige meisje. Omdat haar moeder vroeg overleed, kreeg zij de zware taken op zich. Door haar broers werd ze enorm gepest en haar vader deed er niets aan. Ze voelde zich nergens veilig en niemand hielp haar. Door dit pesten is ze depressief geworden en daardoor slikt ze tot op de dag vandaag nog steeds medicijnen. Terwijl ze dit vertelde, rolde de ene traan na de andere over haar wangen en ook de leerlingen en ik hebben wat tranen moeten laten. Wat verschrikkelijk! Na dit klassengesprek is het gepest van het meisje gestopt.
De reden dat dit plek heeft plaatsgevonden is omdat het meisje dat werd gepest zelf naar de docente toe is gegaan en heeft gezegd wat er in de klas speelde. Als ze het niet had verteld, had mijn begeleidster ook niets gezien. Mensen die gepest worden denken dat iedereen het weet, maar dat niemand er iets aan wil doen, maar dat is niet altijd waar. Pestkoppen kunnen ontzettend sneaky zijn. Briefjes die worden doorgegeven in de klas, dingen die buiten worden gezegd, dingen die online worden gezegd… Er zijn maar weinig docenten die daar zicht op hebben. Wel ben ik sinds het gesprek in mijn stageklas extra alert op pesten. Ik onderschep briefjes die door de klas gaan en ik spreek de leerlingen er op aan als er iets lelijks wordt gezegd over een ander. Zodra ik ook maar het vermoeden heb dat er iemand wordt gepest, trek ik aan de bel. Ik neem de leerling apart of ga er mee naar de mentor. Maar het doodzwijgen, dat doe ik niet!

Om af te sluiten nog een stukje dat ik tegenkwam op Facebook. Mocht ik ooit mentor worden en ik krijg te maken met pesterijen, dan ga ik hier zeker aan terugdenken!

Een onderwijzeres in New York onderwees haar klas over de gevolgen van pesten. Ze gaf hen de volgende opdracht. Ze gaf alle kinderen in de klas een stuk papier en zei hen het te verfomfaaien, het te verkreukelen, er een prop van te maken, het op de grond te gooien en er op te stampen. Kortom er echt een puinhoop van te maken, maar het ni
et te verscheuren. De kinderen vonden dat wel een leuke opdracht en deden hun best het blad zo veel mogelijk te verkreukelen. Toen kregen ze de opdracht om het papier voorzichtig weer open te vouwen, zodat het niet scheurde en het weer glad te strijken. Ze liet hen zien hoe vol littekens en vuil het papier was geworden. Toen zei ze de de klas dat ze het papier moesten zeggen dat het hen speet dat ze het zo verkreukeld hadden. Maar hoe vaak ze ook zeiden dat het hen speet en hoe ze hun best ook deden om de kreukels weer uit het papier te halen, het lukte hen niet om het blad in de vorige gladde staat terug te krijgen. Ze wees haar leerlingen op alle littekens die ze achterlieten. En dat die littekens nooit meer zullen verdwijnen, hoe hard ze ook probeerden ze te repareren. Dat is wat er gebeurt als een kind een ander kind pest. Je kan zeggen dat het je spijt, je kan proberen het weer goed te maken, maar de littekens zijn er en die blijven. Mensen van 80 kunnen nu nog navertellen hoe ze op de lagere school gepest werden. De kreukels gingen er niet meer uit. De gezichten van de kinderen in de klas vertelden haar dat haar boodschap was overgekomen.

Liefs!

maandag 12 november 2012

De stem

Om inspiratie op te doen voor een nieuwe informatie blog surfde ik naar de website van Straks voor de klas. Hierop kwam ik een interessante alinea tegen.

Een leraar vergt net zoveel van zijn strottenhoofd als een profvoetballer van zijn knieën. Het verschil is dat een topsporter medisch goed wordt begeleid, terwijl een leraar pas bij een arts terechtkomt als zijn stem het al heeft begeven. Als docent ben je een beroepsspreker, en je belangrijkste instrument is je stem. Wees er zuinig op!

Zelf heb ik nooit last gehad met problemen met mijn stem en ik ben zelden ziek (als in: verkouden, last van mijn keel, stem kwijt…). Misschien komt dat wel doordat ik redelijk wat (water) drink op een dag waarop ik voor de klas sta.

Hoewel leerlingen niet mogen drinken binnen het lokaal, doe ik dat wel. Als ik tijdens een lesuur veel heb gepraat, bijvoorbeeld bij een lang stuk theorie of bij een hele vervelende klas (waarbij ik ook nog eens veel mijn stem moet verheffen), merk ik wel eens dat ik te veel heb gevraagd van mijn stem. Voor dit soort momenten heb ik altijd een flesje water in mijn tas dat ik rustig leegdrink terwijl de leerlingen verder gaan met wat ze aan het doen zijn. Daarbij drink ik tussen de lessen door aardig wat kopjes thee. Meestal groene thee, omdat dit een stuk beter is dan normale thee. Als ik toevallig in de buurt ben van mijn kluisje, wil het ook nog wel eens zo zijn dat ik er wat honing doorheen roer. Niet alleen omdat het lekker is, maar ook omdat het goed schijnt te zijn voor je keel.

Ook op straks voor de klas staan wat tips om je stem in tact te houden. De meest interessante tips staan hieronder, verteld in mijn eigen woorden:
-       Niet roken! Voor veel mensen is dit makkelijker gezegd dat gedaan, daar kan ik me best iets bij voorstellen, maar echt: roken komt je stem niet ten goeden.
-       Voorkom stress. Stress is een belangrijke oorzaak van stemklachten. Mocht je merken dat je in een periode gestrest bent, pak dit dan aan. Praat er met iemand over, schrijf het van je af of zorg op een andere manier dat je er vanaf komt.
-       Gebruik in plaats van je stem andere middelen om de klas tot orde te roepen. Klap in je handen, fluit tussen je vingers (jammer dat ik dat niet kan!), blaas op een fluitje of verzin iets anders. Complete stilte wil bij sommige klassen ook nog wel eens helpen.
-       Probeer vanuit je buik te ademen in plaats van vanuit je borst. Op deze manier vraag je minder van je stembanden.

Mocht het toch zo zijn dat je (langdurig) last krijgt van je stem, laat het dan onderzoeken. 

Liefs!

maandag 3 september 2012

Respect

Binnen het klaslokaal probeer ik een klein steentje bij te dragen aan de maatschappij. Ik probeer de leerlingen wat normen en waarden bij te brengen en daarin staat het woord "respect" vaak centraal. Ze hoeven elkaar niet aardig te vinden, ze hoeven mij ook niet aardig te vinden, maar ik vind het wel belangrijk dat mensen, en dus ook leerlingen, respect voor elkaar hebben. Ik waak er in het lokaal voor dat de leerlingen elkaar niet uitschelden, kwetsende dingen tegen elkaar zeggen, elkaar verwonden of elkaars spullen vernielen.

Toch is het jammer dat ik mijn normen en waarden slechts op zo'n honderd leerlingen kan overbrengen en het is al helemaal jammer dat ik soms het idee heb dat ik er alleen voor sta. Want waarom hebben de docenten van mijn fietsvernielers niet op hun leerlingen overgebracht dat het leksteken van andermans voorwiel respectloos gedrag is? Waar gaat dat toch heen met deze maatschappij?

Heel jammer dit...

Liefs!

zondag 26 augustus 2012

De zomervakantie, deel V

Dat was hem dan, de zomervakantie van 2012. Het begon net een gewenning te worden om elke dag om tien uur mijn bed uit te komen, maar nu zijn toch echt de tijden aangebroken dat ik om tien uur ’s morgens al lang en breed (figuurlijk hè, niet letterlijk…) voor de klas sta, met het hele ochtendritueel, een lange rit met het openbaar vervoer en al twee lessen achter de rug. Ik had mezelf voorgenomen om de wekker de afgelopen week elke dag steeds een half uur eerder te zetten, maar dat is er niet van gekomen. Voor mij geen oefenen van te voren, maar gewoon cold turkey in één keer om half zes mijn bed uit. Het zal even pijnlijk zijn de eerste weken, maar hopelijk maakt het lesgeven (en het salaris) alles weer goed.

Of ik genoten heb van de vakantie? Of ik echt een vakantiegevoel heb gehad? Ik weet het niet. Zoals ik eerder al zei, het werd een gewenning. Niet alleen het uitslapen, maar ook de vrije dagen. Een vakantiegevoel heb ik in de herft-, kerst-, voorjaars- en meivakantie, als ik er even één of twee weken tussenuit ben. Ik kan in ieder geval nu, na afgelopen vrijdag, met zekerheid zeggen dat ik zin heb in het nieuwe schooljaar. De weg van de metro naar de school voelt al als “mijn weg” en de gangen van de school voelen al als “mijn gangen”. Het zal wennen zijn aan het begin als ik zie dat er ook nog 1400 anderen door mijn gangen lopen, maar alles went. Dat zeggen ze.

Om toch nog even van mijn vakantie te genieten bekijk ik vandaag al mijn opgenomen tv-programma’s en doe ik verder heel weinig. Morgen hoef ik pas rond lunchtijd aanwezig te zijn, dus gelukkig houden ze op mijn werkplek nu al rekening met mijn gevoelens. I like!

Liefs!
 
P.S. Nog even een eind-update.
De stapel tijdschriften uitlezen: Done!
Minimaal drie boeken lezen: Done! 5,5 zelfs...
Vijf posts vooruit schrijven: Done! and still counting...
Een idee voor een verhaal uitwerken: Helaas... Wel een poging gedaan tot, maar daar bleef het helaas bij.
Mijn administratie ordenen: Hahaha. What was I thinking...? Niet dus.
De cursus “Webdesigner” afronden: Helaas... Laat ik dit maar als doel voor 2012 houden.
De docentengids doorlezen: Done! En toen kreeg ik vrijdag weer een nieuwe gids, inclusief aangepaste regels. Ik mag dus weer fijn opnieuw beginnen, ooit.

Lees ook:

maandag 20 augustus 2012

De zomervakantie, deel IV

Sportief. Dat is hoe mijn week eruit zag. Vier keer buiten hardlopen, twee keer trainen in de sportschool en een paar wandelingen tussendoor. Afgezien van de spierpijn in mijn buik (yes, buikspieren!) voel ik me heerlijk. Het afgelopen half jaar heb ik een hekel gehad aan de sportschool, maar ik geloof dat het plezier weer langzaam terug begint te komen. Vooral het hardlopen vind ik fijner dan ik dacht. Mijn conditie zit nog steeds enorm tegen en langer dan twee minuten achter elkaar houd ik het hardlopen helaas ook niet vol, maar ik merk nu al dat er verbetering in zit. Tijdens mijn eerste aflevering van “Start to Run” was ik na vijf minuten al helemaal gesloopt en nu kan ik de hele aflevering (van twintig minuten) zonder te zeuren afronden.

Er staan voor mij nog vier vrije dagen op het programma, inclusief vandaag. Ik heb nog geen plannen gemaakt en dat vind ik eigenlijk ook wel lekker. Hardlopen doe ik sowieso nog twee keer en verder zal ik mijn tijd waarschijnlijk doorbrengen met een boek, een stapel tijdschriften en/of mijn laptop. Nog even genieten voordat ik weer mag beginnen!

Ik had gehoopt dat mijn rooster ergens afgelopen week op de deurmat zou vallen, maar die is helaas nog niet binnen. Ik ben ontzettend benieuwd naar mijn werkdagen, zodat ik alles daar buiten ook in kan plannen. Wel heb ik alvast een planning gemaakt wanneer welke posts online zullen komen. Deze planning staat morgen op mijn blog.

Liefs!

dinsdag 14 augustus 2012

De zomervakantie, deel III

Het derde deel van mijn update over de zomervakantie. Het zou natuurlijk heel fijn zijn als ik kon zeggen dat ik alle punten van mijn to do-list heb kunnen afstrepen, of op zijn minst de helft van de punten. Maar nee, ik moet mezelf hier toch echt in teleurstellen. Ik heb het derde boek uit (Jane Costello – Tuurrrlijk, een heel leuk boek!), maar met de rest ben ik erg lui geweest. Ik ben absoluut nog van plan om in ieder geval de docentengids nog uit te lezen zodat ik de schoolregels weet, maar of het me ook gaat lukken om een idee voor een verhaal uit te werken, om alle flairs uit te lezen of om de administratie te ordenen (haha, dat neem ik me al drie jaar lang voor, wat dacht ik nou zelf?)… Nee, dat denk ik niet. Misschien komt dat ook door mijn nieuwe missie.

Mijn nieuwe missie? Hardlopen. Het begon allemaal toen ik geen fiets had toen ik bij mijn vader in huis was. Mijn OV-kaart was niet meer geldig (ik had geen zin om de volle prijs te betalen voor een stukje met de tram, zo verwend ben ik in die drie jaar student-zijn wel geworden…) en er was niemand om me naar huis te brengen. Wat doe je dan? Lopen. Gelukkig woon ik, volgens Google Maps, op een afstand van 2,2 km van mijn ouderlijk huis vandaan, dus dat was wel te doen. Binnen een half uur was ik thuis. En wat een lekker gevoel was dat. Dat stukje lopen deed ik steeds vaker, afgelopen weekend zelfs met vier liter bier onder mijn armen. Ja, echt waar. Laatst liep ik hetzelfde stuk met mijn vriend en toen besloten we het wandelen even af te wisselen met een beetje hardlopen. Ondanks mijn afzakkende spijkerbroek en mijn afgetrapte gympies was dat best lekker!

Gisteren tijdens het winkelen liepen we langs de sportwinkel. Vanwege de pijn in mijn portemonnee vond ik dat ik het best kon doen op die oude gympen en ik had ergens nog wel een broek en shirt liggen die ik kon gebruiken. Tot ik bedacht dat dat voor mij geen goede motivatie is. Ik schakelde om en mijn motto werd: “Als ik er veel geld aan uitgeef, dan is het zonde als ik die spullen niet ga gebruiken. Door dure schoenen, nieuwe kleding en sportsokken te kopen móet ik dus wel rennen!” ’s Avonds downloadde ik als extra stimulans ook nog de stem van de Belgische vrouw die mij gedurende dertig afleveringen helpt om door te zetten. Er kon dus niets meer mis gaan.
Behalve dan mijn conditie die enorm tegenzit, en de snikhete zon die op mijn lichaam brandt. Vanochtend heb ik mijn eerste rondje gedaan en na twee minuten liep het zweet al over mijn rug. Ik heb de stem af en toe op pauze gezet en wat meer gewandeld dan eigenlijk mocht, maar hé, ze zei zelf dat ik vooral op mijn eigen tempo moet hardlopen, en als mijn eigen tempo nu toevallig 5 km/h is…

Liefs!

# De zomervakantie deel I
# De zomervakantie deel II