Posts tonen met het label De opleiding. Alle posts tonen
Posts tonen met het label De opleiding. Alle posts tonen

donderdag 16 maart 2017

De escalatieladder

Tijdens mijn studie hoorde ik veel interessante dingen voorbij komen, maar er waren ook veel theorieën die me nauwelijks interesseerden. Het hele gedoe rondom de escalatieladder was er één van. In een escalatieladder beschrijf je stap voor stap hoe je omgaat met een vervelende situatie. Je kunt beginnen met het maken van oogcontact, het schudden van je hoofd is ook een trede van een escalatieladder en ergens bovenaan staat vaak het verwijderen uit de les. De reden dat het me niet interesseerde was dat ik me niet kon voorstellen dat ik ooit tijdens het werken een escalatieladder op papier zou zetten en de treden zou afvinken. Dit zou toch allemaal vanzelf gaan?

De escalatieladder was ik allang vergeten, tot ik bij het bijwonen van een les van mijn stagiaire realiseerde dat haar escalatieladder uit twee treden bestaat: ze spreekt de leerling aan bij de naam en geeft waarschuwingen. Deze treden worden continu afgewisseld. De leerlingen in kwestie zullen geen idee hebben wat een escalatieladder is, maar hebben inmiddels echt wel door dat de stagiaire alleen waarschuwingen geeft, hoe vervelend ze zich ook gedragen.

Ik heb mijn stagiaire de opdracht gegeven om haar escalatieladder op papier te zetten en om extra treden erbij te verzinnen. Wat zou ze kunnen doen om tot leerlingen door te dringen? Oogcontact maken, één op één met leerlingen praten, naar leerlingen toe lopen om ze aan te spreken? We hebben de ladder besproken en (volgens mij...) ziet ze nu in dat er nog vele andere manieren zijn om een leerling te krijgen daar waar je de leerling wilt hebben.

Inmiddels ben ik er achter dat een escalatieladder toch best wel nuttig is. Het laat de docent nadenken over welke stappen er zijn tot het verwijderen van een leerling. Bovendien hoeven de treden op een ladder helemaal niet vervelend te zijn. Geven van strafwerk heeft lang niet bij iedereen nut. Met een gesprek één op één kun je zoveel meer bereiken.

Liefs!

P.S. Hoe ziet jouw escalatieladder eruit?

 


woensdag 28 september 2016

Voordelen van een stagiaire

Vorig jaar, vlak voor de kerstvakantie, werd me gevraagd of ik een stagiaire wilde begeleiden. In eerste instantie had ik daar niet heel veel zin in. Ik zat in een enorm drukke periode en had last van een dip(je). Ik zat niet te wachten op nóg meer werk. Uiteindelijk heb ik er toch voor gekozen om het wel te doen. Waarom? 

Toen ik aangaf dat ik op dat moment al overvol met werk zat, werd meteen gezegd dat een stagiaire ook heel veel werk van je weg kan nemen. In eerste instantie dacht ik aan nakijk- en kopieerwerk en vooral dat eerste is werk dat ik liever zelf doe. Ik wil weten hoe mijn leerlingen ervoor staan en bovendien is de kans groot dat de stagiaire het werk anders (soepeler) nakijkt. Dat wilde ik niet. Maar er is ook heel veel ander werk dat de stagiaire over kan nemen: de lessen natuurlijk! 

Mijn eerste stagiaire was een fijne: het lesgeven ging ontzettend goed, waardoor ik haar al vrij snel alleen kon laten in het lokaal. Af en toe liep ik eventjes weg voor een bezoekje aan het toilet of het halen van een kopje koffie, maar die "uitstapjes" werden steeds wat langer. Even wat kopieerwerk, een toets in elkaar zetten, langs een collega voor werkoverleg, dat soort dingen. Toen ik doorhad dat ik haar met een gerust gevoel kon achterlaten, merkte ik dat het zeker ook voordelen heeft om een stagiaire te begeleiden. Het lukte om al mijn nakijkwerk af te ronden onder mijn eigen lestijd, waardoor ik 's avonds minder hoefde te doen. Hoe fijn is dat!

Daarnaast merkte ik al vrij snel nog een heel groot voordeel: door naar andere docenten te kijken, kom je veel over je eigen lesgeven te weten. Er wordt als het ware een spiegel voorgehouden. Je ziet van een afstandje wat voor effect bepaalde handelingen op de leerlingen hebben en zo kun je je eigen lessen ook anders aanpakken. Heel interessant!

Daarbij was mijn vorige stagiaire heel erg bezig met activerende werkvormen: elke les had ze weer een spel, een gezellige powerpoint of iets anders bedacht om de leerlingen een leuke tijd te bezorgen. Al die werkvormen zorgden er bij mij voor dat ik zelf ook zin had om leuke lessen te ontwerpen.

Vertel eens: heb jij weleens een stagiaire gehad? Welke voordelen heb jij ervaren?

Liefs!

dinsdag 30 september 2014

Ik zit met een dilemma

Ik zit met een enorm dilemma. Ik denk dat ik het eerder al een beetje heb laten doorschemeren, maar ik heb totaal geen zin meer in mijn studie. Vandaag heb ik het meerdere keren proberen uit te leggen aan iemand, maar ik kan niet goed verwoorden waarom het me zo tegen is gaan staan.
 
Ik ging met onwijs veel zin mijn opleiding in. De hele vakantie heb ik er naar uitgekeken en ook tot aan de eerste dag had ik er enorm veel plezier in. De eerste lesdag was wel oké. Het niveau lag redelijk hoog, maar ik kon het nog volgen. De klas vond ik minder leuk. De gemiddelde leeftijd ligt enorm hoog en er zitten maar weinig leeftijdsgenoten op de opleiding.
 
Bij het maken van het huiswerk ging er een knop om. Voor het eerst maakte ik mee hoe het is om iets niet te snappen. Mijn vorige opleiding heb ik met weinig moeite doorstaan. Dat ik nu niets van het huiswerk snapte, vond ik eng. Wat voelde ik me dom! En ik heb al niet de doorzettingsvermogen om dan vervolgens verder te puzzelen, dus dit was het eerste teken dat de opleiding niet de juiste keuze was.
 
Maar het niveau is absoluut niet het enige wat me tegenstaat. Het hele idee van de opleiding is om vervolgens les te kunnen geven in de bovenbouw. En tja, dan wil ik niet. Natuurlijk wist ik dit van tevoren, maar de reden dat ik de opleiding ben gaan doen is omdat ik het studeren miste. En nu de studie me tegen is gaan staan, is het hele doel van de studie voor mij weggevallen.
 
Extra salaris zal ik ook niet krijgen als ik de opleiding heb voltooid. Misschien een beetje, maar - omdat ik in de onderbouw wil blijven werken - zal het geen enorm verschil zijn.
 
Als ik nu stop met de opleiding, kan ik me richten op mijn huis, op mijn werk en eindelijk weer op mijn hobby's. Wat mis ik het lezen! Er komen zo veel leuke boeken in de winkels de komende dagen, er liggen thuis nog veel leuke boeken op me te wachten... Ik wil lezen! En ik mis het schrijven ook. De recensies, maar ook mijn eigen verhalen. Het is niet dat ik daar nu geen tijd voor heb, maar doordat ik nu constant met mijn opleiding in mijn achterhoofd zit, lukt het me niet te richten op het schrijven van mijn verhaal.
 
Hopelijk kan ik volgend jaar wat extra uren gaan werken. Op dit moment geef ik vijftien lesuren, maar ik zou met liefde meer willen werken. Vergeleken met de opleiding vind ik het lesgeven zo leuk, dat ik het liefst mijn woensdag ook nog vol zou plannen met lessen in plaats van met de studie. Voor mijn portemonnee zou dat ook niet verkeerd zijn.
 
De knoop is nog niet definitief doorgehakt, maar het gaat niet lang meer duren voordat ik echt stop met studeren. Of ik het zonde vind dat ik nu ga stoppen? Ja, aan de ene kant wel. Ik ben nu nog jong en ik heb er nu de tijd voor. Maar aan de andere kant gaat de studie mij nu niet gelukkig maken. En dan het idee dat ik dit nog drie jaar moet doen...
 
Liefs! 

vrijdag 9 mei 2014

Een nieuwe baan (... of toch niet?)

Vanmiddag overkwam me iets bizars. Ik liep nietsvermoedend de woonkamer in na een uurtje bijles geven toen ik mijn telefoon over zag gaan. Er stond een nummer in beeld dat ik niet kende. Toen ik op nam, werd het al snel duidelijk wie de beller was: mijn begeleider van de lerarenopleiding. Huh?
Er schoten wat dingen door mijn hoofd. Heeft hij een bijlesleerling voor me? Belt hij zomaar, naar iedereen, om te kijken hoe het gaat met al zijn oud-studenten? Of belde hij om te vragen om te vragen of ik me aan wil melden voor zijn LinkedIn-groep, waar hij al eerder om had gevraagd. Nee, nee, nee. En hij belde ook niet om te zeggen dat mijn diploma ongeldig was verklaard, zei hij zelf al direct. Er was een andere reden.
Hij bood me een baan aan, op de lerarenopleiding. Er was een vacature vrijgekomen en als ik zijn woorden mag geloven, moest hij direct aan mij denken. ‘Omdat ik toch altijd wel positief terugdenk aan jou,’ zei hij erbij. ‘En omdat ik denk dat je daar wel bekwaam voor bent.’ Wow! Ik was even stil, maar ik wist eigenlijk meteen al het antwoord. ‘Nee, sorry,’ zei ik. ‘Ik ga in september beginnen met de eerstegraadsopleiding, dus dan krijg ik het al heel druk.’ Hij probeerde me nog over te halen door te zeggen dat ik dat mooi kon combineren, maar ik bleef bij mijn antwoord. Bovendien ben ik heel blij met mijn huidige werkgever.
Toen ik had opgehangen, rende ik meteen naar mijn vriend toen. ‘Wat bizar! Ik heb net een baan aangeboden gekregen.’ Pas toen het hele verhaal mijn lippen was gepasseerd, besefte ik wat me zojuist was overkomen. In deze tijden van crisis, waar nog steeds heel veel mensen werkloos thuis zitten, tientallen sollicitatiebrieven de deur uit sturen, krijg ik een baan aangeboden. ‘En het is nog een goedbetaalde baan ook,’ zei mijn vriend nadat hij de vacature had opgezocht. ‘Ruim drieduizend euro bruto per maand!’
Ik ben niet zo iemand van de uitdagingen. Ik houd van zekerheid, ‘binnen mijn comfort zone blijven’ is bijna mijn levensmotto en dat ik volgend jaar ga beginnen met een nieuwe opleiding, is een hele grote stap. Toch is er ook wel iets in mij dat zegt dat het een ENORME kans is die ik met beide handen aan moet grijpen. Ik ben nu 23 jaar, mijn hele leven ligt nog voor me en als ik op zo’n jonge leeftijd al zo’n enorme stap vooruit kan maken, kan dat alleen maar heel veel goeds voor de toekomst betekenen. En dat salaris… Dat is natuurlijk ook wel bijzonder aantrekkelijk. Van schaal LB ga ik direct naar LE, waarvan ik tot vanmiddag niet eens wist dat het bestond.
Maar ik doe het niet. Als ik nu begin op een nieuwe werkplek én start met een studie, komt er te veel op me af. Te veel indrukken, te veel nieuwe dingen bijleren en te veel stress. Dat kan ik niet heel goed aan. Bovendien ben ik dan bang dat heel mijn plaatje van de toekomst in duigen valt. Dat droomhuis zal er natuurlijk wel sneller komen met zo’n salaris, maar het bloggen zal minder worden, ik kan geen les meer geven aan lieve, schattige brugklaskindertjes, ik kan lang niet meer zo veel aandacht besteden aan de andere blog waarvoor ik onder mijn eigen naam schrijf, ik heb geen tijd meer om bijles te geven – wat ik toch wel heel erg leuk vind, want ik ben gisteren gebeld voor een bijlesklantje, vandaag is ze bij mij thuis geweest en één op één uitleggen is toch wel héél leuk, maar dat is allemaal een ander verhaal – en mijn ultieme droom om een boek uit te geven zal dan ook in duigen vallen, want daar heb ik dan ook de tijd/energie niet voor.
‘Dus ik doe het niet,’ zei ik tegen mijn vriend, ‘maar ik heb nu wel weer inspiratie voor een blogartikel!’
Liefs!

dinsdag 11 maart 2014

Open dag

Afgelopen weekend heb ik een open dag bezocht voor de master ‘Eerstegraads lerarenopleiding wiskunde’. De knoop moest nu echt worden doorgehakt, want op mijn werk moet ik doorgeven hoeveel uur ik volgend jaar wil werken en dat hangt toch zeker wel af van of ik volgend jaar ga studeren.
Ik ging er heen met een paar vragen. De opleiding wordt door de meeste studenten behaald in drie jaar, maar op internet las ik dat dit een tweejarige studie is. Hier wilde ik meer over weten. Ook had ik wat vragen over de lessen, met name over de verplichting om te komen.

Ik ben dit weekend het een en ander wijzer geworden. Deze master is inderdaad een tweejarige cursus, maar omdat het toch lastig blijkt voor veel studenten om werk, studie en privé te combineren, is er een ander traject voor als je de opleiding in drie jaar wilt doen. De studie is ook best pittig: één dag per week ben je van ’s middags tot ’s avonds op school voor de lessen en in totaal besteed je, als je de cursus in twee jaar wilt afronden, dertig uur per week aan de opleiding. Buiten het werk om! Wanneer je je diploma na drie jaar wilt behalen, werk je twintig uur per week aan de opleiding.

Waar ik nu al erg tegenop kijk zijn de avonden op school. Ik merk bij mezelf dat mijn concentratie na vier uur ’s middags zo goed als weg is. Ik werk het beste als ik ’s morgens kan starten, maar dat is er bij deze opleiding niet bij. Daarom wilde ik weten hoe het zit met de verplichting van de lessen. Blijkbaar zijn de lessen niet verplicht – tenzij je moet presenteren – en dat vind ik een groot voordeel. Het is natuurlijk niet zo dat ik dan alle woensdagen thuis ga studeren, want de stof die behandeld gaat worden is best pittig, maar ik weet dan wel dat ik eventueel wat lessen zou kunnen skippen als dat nodig zou zijn.

Ik wil niet bij voorbaat al zeggen dat ik de studie in twee jaar wil halen, want ik ben bang dat ik mezelf daarmee alleen maar teleur stel, maar ik vind het wel heel fijn om te weten dat die mogelijkheid er is. Twee jaar klinkt al veel minder lang dan drie jaar!

De knoop is dus doorgehakt: volgend jaar begin ik weer met studeren! Ik vind het heel spannend, ik duim vooral dat ik geen vervelende terugvallen krijg en ik hoop héél erg dat ik de opleiding binnen twee jaar kan afronden. Het zal zwaar worden, zeker in combinatie met mijn werk, met deze blog, met andere ‘buitenschoolse activiteiten’ en met mijn droom om schrijfster te worden. Sommige dingen zal ik op een lager pitje moeten zetten, ik zal een deel van mijn rust moeten opgeven, ik zal heel veel koffie aan moeten schaffen en volgend jaar gaat het vast niet lukken om vijftig boeken uit te lezen, maar dat maakt niet uit. Een extra papiertje is leuk, meer salaris is helemaal leuk en het allerleukste is dat ik weer de studieboeken in mag duiken, en dat ik ein-de-lijk weer klasgenoten krijg! Joepie!

Liefs!

woensdag 25 december 2013

Ik wil studeren!

In de vakantie neem ik even afscheid van mijn normale routine. Er komt vandaag dus geen tip of intervisie online, maar een ander soort blog. Ik wil namelijk iets anders leuks vertellen…

Ik eindigde mijn vorige blog er al mee, vandaag ga ik er op door. Ik wil in september beginnen aan de eerstegraads opleiding! Dat staat al voor 99% vast (ik twijfel nog of ik die lange avonden wel trek, maar dat zien we dan wel weer!). Ik weet dat ik in mijn vijfjarenplan had geschreven dat die opleiding pas na een aantal jaren zou komen, maar die plannen zijn gewijzigd.
Er zijn meerdere redenen waarom ik heb besloten het proces te versnellen. Ten eerste woon ik nu nog in een redelijk goedkoop huurhuis. De vaste kosten per maand zijn laag, waardoor ik per maand behoorlijk kan sparen. Het plan is om binnen nu en een paar jaar te verhuizen. Als ik dan in een koophuis zit met hoge lasten, is het niet meer zo makkelijk om een studie te betalen. Ik weet dat er een lerarenbeurs is voor de lerarenopleiding, maar ik weet bijna zeker dat er altijd nog andere kosten aan vast zitten. Reiskosten, studieboeken, ander materiaal enzovoorts.

De opleiding gaat veel tijd kosten. Er staat drie jaar voor en dat is best lang. Ik begin er dan liever nu mee, nu mijn leven nog rustig is, dan wanneer ik dat over een paar jaar doe (wanneer mijn eierstokken gaan rammelen (je weet maar nooit) of wanneer ik met andere grote plannen bezig ben). Bovendien is het rustig opbouwen. Ik wil nu nog niet fulltime werken, omdat ik bang ben dat ik dat niet trek. Daardoor houd ik wel tijd over voor leuke dingen, zoals een studie.

Want de opleiding zie ik puur als iets ‘leuks’. Ik wil de komende jaren nog gewoon les blijven geven in de onderbouw, de bovenbouw trekt me niet zo. Ik mis het gewoon om een studie te volgen, om weer thuis aan de werkstukken te zitten, om dingen te leren enzovoorts.

En daarbij mis ik het contact met leeftijdsgenoten ook wel. Ik heb nooit heel veel vrienden gehad, maar op de opleiding (middelbare school en lerarenopleiding) heb ik altijd in een hechte groep gezeten. Nu die scholen zijn weggevallen (en ik weinig moeite heb gestoken in het onderhouden van vorige contacten) heb ik eigenlijk alleen nog contact met mijn collega’s. En tja, die zijn minimaal tien jaar ouder…

De knoop is nog niet definitief doorgehakt, dus er zal vast nog het één en ander over geschreven worden op mijn blog!

Ik wens iedereen fijne feestdagen en alvast een heel gelukkig, gezond en fijn 2014!

Liefs!

dinsdag 10 september 2013

Een vader en een moeder

Mijn moeder is overleden. Niet recent, maar zo voelt het af en toe nog wel. Het verdrietig is nog aanwezig en dat zal het altijd blijven. Inmiddels heb ik er een plekje voor gevonden, maar het blijft pijnlijk om eraan herinnerd te worden.

Er zijn genoeg mensen in mijn omgeving die het niet weten en die er ook niet bij stilstaan. Eén van mijn docenten op de lerarenopleiding was zo iemand. Die vrouw was geweldig. Alle mannelijke klasgenoten keken haar met grote ogen na en alle vrouwelijke klasgenoten waren ook weg van haar. Dat gebeurde op de lerarenopleiding niet vaak. En hoewel ik ook weg was van deze vrouw, heeft ze me toch aan het huilen gemaakt.

Ik weet niet meer precies wat eraan vooraf ging. Wat de aanleiding van mijn tranen was, weet ik nog wel. Die dag was de sterfdag van mijn moeder. Ik ben toch naar school gegaan, want het leven gaat nu eenmaal door. Tijdens de college ging het over iets. Ik weet niet meer wat. Een spelletje of een trucje of zo. En toen zei de docente: ‘Dat zou leuk zijn om thuis eens bij je moeder uit te proberen.’ Thuis, bij mijn moeder… Ze zei het alsof het de normaalste zaak van de wereld was. Thuis, bij mijn moeder. Maar mijn moeder was niet meer thuis. Al een paar jaar niet meer.

Ik probeerde de tranen te bedwingen, maar dat ging moeilijk. Ik bleef de woorden herhalen. Gelukkig zat ik achterin en zag niemand dat er nogal wat vocht over mijn wangen liep. Behalve de docente zelf. Aan het eind van de les, toen iedereen het lokaal uitliep, snelde ik weg. Ik had het aan mijn vriendin uitgelegd, die het inmiddels ook door had. Ze begreep het en stuurde me naar het toilet. Zij zou wel aan de docent uitleggen wat de oorzaak van de tranen waren.

De docente bood haar excuses aan. ‘Ik dacht er niet bij na toen ik dat zei,’ vertelde ze. En dat is logisch, want als mijn moeder nog geleefd had, was het ook een doodnormale (oeps, gekke woordkeuze) uitspraak. ‘Maar het is goed dat je het me hebt uitgelegd. Vanaf nu zal ik oppassen wanneer ik dit soort dingen wil zeggen.’

En dat doe ik ook. Aan het begin van het schooljaar krijgen de docenten op mijn werk een lijst met alle ‘mankementen’ van de leerlingen. Er zit altijd wel een leerling in de klas van wie één van de ouders (of beide…) zijn overleden. Van wie één van de ouders in de gevangenis zit. Van wie één van de ouders niet meer in beeld is. Van wie één van de ouders geen contact meer wil. Dat is dan ook de reden dat ik nooit klassikaal de woorden ‘vader’ of ‘moeder’ gebruik. In plaats daarvan gebruik ik het woord ‘thuis’. Wat een thuis, dat hebben ze wel.

Voor velen is het normaal dat anderen een vader én een moeder hebben. Maar helaas geldt dat lang niet voor iedereen…

Liefs!

maandag 17 juni 2013

Boek: Mentor in het voortgezet onderwijs

Onlangs kreeg ik het boek binnen waar ik al eerder over schreef: Mentor in het voortgezet onderwijs, geschreven door Margriet Groothuis en Hildelien Verkuyl. De reden waarom ik dit boek kocht is vanwege het feit dat ik toen net het gehoord dat ik zeer waarschijnlijk mentor zou worden. Uiteindelijk was dat niet het geval, maar toen had ik eenmaal mijn bestelling al geplaatst bij bol.com. Geen probleem, want ooit zal ik dit boek toch wel nodig hebben. En voorbereiden op het mentor zijn, daar kun je niet vroeg genoeg mee beginnen.

De komende weken (en maanden) ga ik dit boek doorlezen en doorwerken en over elk hoofdstuk of onderwerp dat me interessant lijkt, zal ik iets gaan schrijven. Ik weet nu nog niet of ik het boek van voor naar achter door ga werken of dat ik zomaar ergens begin, maar dat zal later nog blijken.

Wat ik vandaag wel even wil laten zien, is de inhoudsopgave. Het boek is opgedeeld in elf hoofdstukken en elk hoofdstuk is opgedeeld in vier tot veertien paragrafen (en sommigen daarvan weer in deelparagrafen). Ik zal het onderwerp van elk hoofdstuk benoemen en een korte toelichting van de paragrafen erbij geven. Binnenkort dus een uitgebreider verslag van elk hoofdstuk!

Het boek begint met een voorwoord (hoofdstuk 0).
 
Hoofdstuk 1: Inleiding
Hoofdstuk 2: Leerlingen in beeld
In dit hoofdstuk gaat het over pubers en de ontwikkelingsfase waarin ze zich bevinden.
Hoofdstuk 3: De school als pedagogische omgeving
Het hoofdstuk wordt geopend met een citaat: je leert niet voor de school, maar voor het leven. Dit hoofdstuk gaat er dus over dat de school niet alleen een leerklimaat is, maar ook waar de leerlingen worden opgevoed.
Hoofdstuk 4: Organisatie van het mentoraat op school
Dit spreekt voor zich. Het hoofdstuk gaat dus om de feitjes: wie wordt mentor, hoeveel uur krijg je (op jaarbasis) om mentor te zijn, hoeveel mentorleerlingen krijgt een mentor enzovoorts.
Hoofdstuk 5: Begeleidingsgesprekken
Een uitgebreid hoofdstuk met daarin allerlei soorten gesprekken beschreven.
Hoofdstuk 6: Leerlingen begeleiden bij het leren
Dit hoofdstuk gaat onder andere over plannen, één van de dingen die me wel leuk lijken aan het mentoraat. Dit wordt ongetwijfeld ook een heel leuk hoofdstuk voor mij!
Hoofdstuk 7: Leerlingen begeleiden bij de psychosociale ontwikkeling
Een hoofdstuk met daarin alle ‘problemen’ die er bij de leerlingen kunnen spelen, zoals faalangst en een vervelende thuissituatie.
Hoofdstuk 8: Leerlingen begeleiden bij keuzes op school
Een hoofdstuk over profielkeuzes, studiekeuzes en andere keuzes die een leerling moet maken tijdens zijn of haar schoolcarrière. Ik hoop dat ik start met het mentor zijn van een brugklas, dus dan heb ik met dit hoofdstuk niet heel veel te maken.
Hoofdstuk 9: De leef- en werksfeer begeleiden in de klas
Een hoofdstuk gericht op de klas in plaats van op één leerling. In dit hoofdstuk wordt en onder andere ingezoomd op omgaan met conflicten.
Hoofdstuk 10: Ouders
Ook dat hoort bij de taak van de mentor. Vele oudergesprekken. Dit hoofdstuk gaat over kennismakingsgesprekken, huisbezoeken, tienminutengesprekken en andere contactvormen met ouders.
Hoofdstuk 11: Als mentor sta je niet alleen
Er zijn namelijk nog vele anderen die een oogje in het zeil houden. Op mijn werk is dat de afdelingsleider (die doet dat vaak nog meer dan de mentor…), maar ook het zorg advies team (ZAT) kan hier een rol in spelen.

Het boek sluit af met enkele bijlagen over onder andere een mentorgesprek, een langetermijnplanning en diverse vragenlijsten.

Ik ben heel benieuwd naar de verdere inhoud van het boek en ik kan niet wachten om alles tot me te nemen. Misschien ga ik dit wel vaker doen: een boek kopen m.b.t. het onderwijs en deze van voren naar achteren bespreken. Ook handig voor de studenten onder ons. ;-)

Liefs!

woensdag 15 mei 2013

Tip: Evalueer jezelf (#20)

Mijn twintigste tip luidt: Evalueer jezelf. Ik weet zeker dat menig student van de lerarenopleiding hier de kriebels van krijgt. Evalueren, reflecteren… Je ziet het bijna hun neus uitkomen, zo vaak wordt het op de opleiding gedaan. En niet voor niets, wat het is nu eenmaal ontzettend belangrijk.

Hoofdstuk 1, tip 7: Evalueer jezelf
Feedback van je begeleider, je stagecoördinator en de kinderen (waar ik laatst over schreef) is belangrijk. Maar nog belangrijker is dat je goed nadenkt over jezelf. Evalueer jezelf, nog voordat je feedback haalt bij je omgeving. Heb je je leerdoelen bereikt? Hoe heb je die bereikt? Wat heb je nodig om ze volgende keer wel te halen? Blijf niet hangen in omstandigheden die niet perfect waren, zoals ‘ik was verhouden’, ‘de docent begreep me niet’ of ‘de leerlingen waren zo druk’, maar kijk kritisch naar hoe jij zelf functioneert. Reflecteren op jezelf is best moeilijk, maar je kunt altijd om hulp vragen. Iedere docent zal het op prijs stellen als jij je eigen functioneren onder de loep wilt nemen.

Ik was een van de weinigen, zo niet de enige, die het leuk vond om te reflecteren. Waarschijnlijk ook de enige die het leuk vond om een portfolio te schrijven (en daarom ook andere studenten hielp bij het voltooien van hun portfolio). Sowieso ben ik gek op schrijven, anders was ik deze blog niet begonnen. Honderd pagina’s volschrijven vind ik dan ook totaal geen probleem. Maar evalueren en reflecteren vond ik ook helemaal niet zo erg als al mijn klasgenoten.

Het is niet zo dat ik elke les helemaal uitgebreid ging reflecteren. Dat is ook helemaal niet de bedoeling. Waar het vooral om gaat zijn de leerdoelen die je voor jezelf hebt opgesteld. Eén van mijn leerdoelen was bijvoorbeeld dat ik meer overzicht wilde hebben op de groep. Ik weet van mezelf dat zodra ik met één leerling bezig ben, ik de andere vijfentwintig leerlingen niet meer zie (of hoor). En dat is geen hele goede eigenschap van een docent.

Elke keer bedacht ik iets hoe ik aan mijn leerdoel kon werken. En elke keer probeerde ik die dingen weer uit. Na zo’n les begon ik te reflecteren. Had ik nu wel ook voor al die andere leerlingen? Paste het bij mijn manier van lesgeven? Hoe kwam het op de leerlingen (en eventueel op de stagebegeleider) over? Dit alles schreef ik op en vatte ik samen in mijn portfolio.

Het gevaar van geen verplichte portfolio hoeven maken is toch wel dat je veel minder aan het evalueren bent dan voorheen. Het is absoluut niet zo dat ik nu niet meer nadenk over mijn lessen, maar ik doe het vaker onbewust dan bewust. Ik noteer veel minder, ik stel geen leerdoelen voor mezelf op en ik vraag ook geen hulp aan derden om ‘mijn eigen functioneren onder de loep te nemen’.

Misschien iets om toch op te nemen in mijn blog?

Liefs!

maandag 18 maart 2013

Clusters, wat zijn dat?

Vorige week schreef ik het volgende:

Zo af en toe, tijdens een vergadering bijvoorbeeld, vallen er begrippen die ik niet of nauwelijks eerder heb gehoord en waarvan ik de betekenis niet ken.

Mijn blog ging toen over de Rots en Water-training, maar er zijn natuurlijk nog veel meer begrippen waar ik wel eens van heb gehoord, maar waar ik eigenlijk de betekenis niet van weet. Zoals “clusters” bijvoorbeeld. Ik weet dat er vier clusters zijn, dat heb ik dan nog wel onthouden van mijn opleiding. Maar wat zíjn clusters?

Voor leerlingen met een handicap, wat voor handicap dan ook, is er het speciaal onderwijs. Dit onderwijs is ingedeeld in vier verschillende groepen, de “clusters” genoemd. Door de leerlingen in “een hokje te plaatsen” worden de leerlingen professioneler geholpen. De groepen zijn daar een stuk kleiner, waardoor de leerling meer aandacht krijgt, en de docenten zijn daar deskundigen op het gebied van de desbetreffende cluster(s).

Cluster 1 is voor de leerlingen met een visuele handicap, dus de leerlingen die blind of slechtziend zijn.
Cluster 2 is voor de leerlingen met een auditieve handicap, oftewel de leerlingen die doof of slechthorend zijn. Ook leerlingen met ernstige spraakmoeilijkheden vallen onder cluster 2.
Cluster 3 is voor de leerlingen met een verstandelijke en/of lichamelijke handicap. Ook vallen hier de leerlingen onder die langdurig ziek zijn.
Cluster 4 is een grote groep. Hieronder vallen de leerlingen die een ernstige gedragsstoornis hebben, de leerlingen met psychische problemen, de leerlingen die langdurig ziek zijn maar geen lichamelijke handicap hebben en voor de leerlingen die verbonden zijn aan pedologische instituten. Deze instituten doen onderzoek naar leerproblemen, gedragsproblemen en emotionele problemen. Onder cluster 4 vallen ook de leerlingen die verbonden zijn aan justitie en/of jeugdzorg. Zoals ik al zei: het is een erg grote groep.

Het is voor leerlingen die “in een cluster zitten” niet verplicht om naar het speciaal onderwijs te gaan. Vandaar ook dat ik wel eens hoor dat een leerling een cluster 3-leerling of cluster 4-leerling is. Deze leerlingen krijgen een “rugzakje”. Dit is een leerlinggebonden financiering. Dit geld kan gebruikt worden voor speciaal lesmateriaal, extra hulp bij het leren of andere extra begeleiding.

Ik moet eerlijk toegeven dat het hele verhaal over de clusters me wel bekend voorkwam. Tijdens het derde jaar van mijn studie heb ik hier één college over gehad. Ik vind het jammer dat we er niet dieper op ingegaan zijn, want het is dus (blijkbaar) niet goed genoeg bij me blijven hangen. En terwijl dit toch best een belangrijk onderwerp is, ook op reguliere (middelbare) scholen.

Liefs!

Bron

woensdag 6 maart 2013

Tip: Heb engelengeduld (#15)

Ik heb deze tip uit het hoofdstuk ‘ADHD’. Ik vond het wel grappig toen ik de titel van de tip las, want als er iemand geen geduld heeft dan ben ik het wel. Misschien is het ook daarom dat ik best wat moeite heb met leerlingen die ADHD hebben. Of misschien komt het omdat ik de rust zelve ben.

Hoofdstuk 16, tip 7: Heb engelengeduld
Spreekt het kind alweer voor zijn beurt? Bestraf het niet, benoem het wel. Zeg: ‘Ik begrijp dat jij het antwoord ook weet. Als jij straks je vinger opsteekt, mag jij het zeggen.’ Wacht vervolgens niet zes beurten met het inlassen van zo’n belofte. Geef het kind de ruimte om de vraag te beantwoorden en geef niet te snel de beurt door. Korte feedback is belangrijk.

Ik heb wel wat leerlingen met ADHD en ik herken ze ook in deze tip. Af en toe kan ik er flink van balen als ze wéér het antwoord roepen zonder dat ze hun vinger opsteken. Snappen ze de regel dan niet? Als de rest het wel kan, waarom zij dan niet? Dit onbegrip komt ook wel heel erg door mijn onwetendheid over ADHD. Ik kan natuurlijk wat leerlingen met ADHD, ik heb al wat dingen over ADHD gelezen op internet, zowel voor mijn portfolio op de opleiding als voor mijn blog, ik heb mijn collega’s al over ADHD gehoord, maar toch… Er iets over lezen betekent niet dat ik het snap. Er is niemand in mijn omgeving die dit heeft en daarom heb ik er ook nooit iets van meegekregen. Aan de ene kant natuurlijk heel fijn, maar aan de andere kant betekent dit wel dat ik op dit moment ook nog niet heel goed kan snappen hoe zo’n leerling in elkaar zit. Ja, ik weet dat ze druk zijn, ja, ik weet dat ze snel afgeleid zijn, ja, ik weet dat ze af en toe de regels vergeten en dat ze dan inderdaad een antwoord door de klas gaan roepen. Maar dat zijn maar feitjes.

Als het zou kunnen zou ik graag eens één dag willen wisselen met iemand die ADHD heeft. Gewoon om eens te kijken hoe het is. Wat er in zo iemand omgaat. Hoe het komt dat zo’n kind druk is, moeite heeft met concentreren, moeite heeft met bepaalde regels. Dit zelfde geldt overigens ook voor andere ‘stoornis’. Autisme bijvoorbeeld.

Omdat zoiets natuurlijk nooit in de praktijk gebracht kan worden en er heel veel andere docenten zijn die, net als ik, geen ervaringen hebben met ADHD of andere stoornissen, snap ik niet dat er hierover op de lerarenopleiding geen aandacht aan wordt besteed. Je krijgt een half jaar lang les in allerlei soorten werkvormen die met samenwerkend leren te maken hebben, je krijgt drie maanden les in “Taalgericht onderwijs”, waar ik niets meer van heb onthouden, je krijgt gedurende de hele opleiding studieloopbaancoaching, waar over van alles wordt gepraat behalve over zinnige dingen. Het is natuurlijk niet zo dat ik de hele lerarenopleiding af wil kraken, maar door de ogen van een beginnend docent gezien is het wel handig als je leert om te gaan met leerlingen die een stoornis hebben. Ik denk dat je daar een stuk meer aan hebt dan aan vele andere dingen die – netjes gezegd – de revue zijn gepasseerd.

Maar dat is slechts een mening.

Liefs!

maandag 25 februari 2013

De les afsluiten, zo doe je dat


Twee weken geleden schreef ik dat ik me meer wilde richten op het afsluiten van de les. Ik had zelf weinig ideeën, dus ik was heel benieuwd naar de lesafsluitingen van anderen. Collega’s, oude studieboeken, internet etc. Ik gaf mezelf veertien dagen de tijd om eens op zoek te gaan naar  manieren om de les af te sluiten.

De afgelopen twee weken waren hectische weken. Ik heb mijn collega’s weinig gezien door de stapels proefwerken die ik moest nakijken en door de strafklanten met wie ik in de pauze even wilde praten. In mijn hoofd was ik af en toe wel bezig met het feit dat ik vandaag deze blog online moest zetten en dat ik nog maar x dagen de tijd had om iets te verzinnen. Langzaam maar zeker kwam de voorjaarsvakantie dichterbij en heb ik geen tijd gehad om bij collega’s na te gaan op welke manier zij een les afsluiten. Erg jammer!

Wel heb ik eens op internet rondgekeken. Wat blijkt? Ik ben zeker niet de enige die moeite heeft met de laatste lesfase. Op forums worden er om tips gevraagd, maar leuke ideeën kom ik zelden tegen. Na goed zoeken ben ik toch op een paar belangrijke punten gekomen.

Bij het afsluiten van de les zijn er een paar dingen belangrijk. Je wilt dat de leerlingen met een goed gevoel het lokaal verlaten en dat lukt niet wanneer je zelf achter het bureau blijft zitten en de leerlingen – die hun tas inpakken en het lokaal uitdruppelen – negeert. Het is dus belangrijk dat je ook in de laatste minuut van de les even centraal bent.

In de laatste minuut, of laatste drie minuten (het is maar net wat je zelf wilt natuurlijk), kun je van alles zeggen ter afsluiting. Wat ik vrijwel altijd doe is een seintje geven dat de leerlingen mogen inpakken. Zodra de bel gaat en de leerlingen staan op, loop ik naar een plek bij de deur waarbij ik iedereen nog even gedag zeg. Dat is het. Maar natuurlijk zijn er genoeg andere dingen die gedaan kunnen worden. Hieronder komt een opsomming van alternatieven. Deze heb ik uit mijn eigen praktijk gehaald (en dan voornamelijk van tijdens mijn stage), maar dingen die ik heb geleerd op de opleiding en die ik gelezen heb op internet.

- Geef het huiswerk op
Ik doe dit nooit, omdat de leerlingen in mijn les altijd 20-30 minuten de tijd krijgen om aan hun huiswerk voor de volgende les te werken. Wat ik wel kan doen is ze nog even attenderen op het huiswerk. “Zorg dat het morgen af is.”
- Bespreek de opgaven die in de les gemaakt zijn
In de laatste minuten heb ik nog nooit een opgave besproken. Dit doe ik altijd aan het begin van de les of ergens halverwege. Het is wel een leuke tip en ook zeker het proberen waard. Zo ben je toch nog even centraal in de laatste minuten en weet je zeker dat je van iedereen de aandacht hebt.
- Vat de belangrijkste punten samen
Deze tip komt van internet en ik snap niet heel goed wat er mee wordt bedoeld. De belangrijkste punten van de les op zich, de belangrijkste punten van de inhoud van de les?
- Geef de leerlingen feedback op de werkwijze
Dit doe ik wel af en toe. Als de leerlingen heel goed gewerkt hebben, geef ik ze een groot compliment (en soms ga ik zelfs met de snoeptrommel langs). Als ze minder goed dan gemiddeld werken, zeg ik dit er ook even bij.
Van een stagebegeleidster heb ik ooit de tip gekregen dat ik gele postit-briefjes kan uitdelen aan het eind van de les. Leerlingen moeten hierop schrijven wat er goed ging, wat er niet goed ging en welk cijfer ze zichzelf gaven. Zo maak je de leerlingen wel heel bewust van hun werkhouding. Dit ga ik zeker nog eens doen. (Met gewone briefjes kan dit natuurlijk ook. :-))
- Blik met de leerlingen terug op de les
Hierbij kun je bijvoorbeeld (klassikaal!) vragen wat ze vonden van hun werkhouding, wat ze hebben geleerd, of de stof te moeilijk/makkelijk was etc.
- Geef voor een extra leuke afsluiting een raadsel mee , of iets anders waardoor ze nieuwsgierig worden naar de volgende les
Ik vind dit een hele leuke tip en ik denk dat mijn rekenkalender vanVolgens Bartjens hier goed aan bij kan dragen. Aan het eind van de les zou ik een leuke opgave op het bord kunnen zetten, aan het begin of eind van de les erna zou ik het antwoord kunnen geven. Deze ga ik zeker eens uitproberen.
- Herhaal de belangrijkste boodschap van de les
Dit zou in mijn geval kunnen zijn dat de leerlingen heel goed de berekeningen op moeten schrijven bij de huiswerkopgaven, of dat ze een assenstelsel met potlood moeten tekenen in plaats van met een pen. Bij andere vakken geef je natuurlijk een andere boodschap mee.

Uiteindelijk zijn er toch nog zeven tips uit mijn digitale pen komen rollen. Ik denk dat ik veel tips best een zou kunnen toepassen, zoals het geven van een raadsel of het opschrijven op briefjes. Het zou zomaar kunnen dat er daarna nog eens een verslag van online komt!

Liefs!

zondag 10 februari 2013

Ik mis het zo!


Het floepte er laatst ineens uit. “Wat ben ik blij dat ik niet meer studeer.” Al snel bedacht ik me. Ik ben helemaal niet blij dat ik niet meer studeer! Sterker nog, ik verlang er soms enorm naar terug.

Ik kan veel positieve punten van het zelfstandig werken noemen. Allereerst natuurlijk het salaris, maar daarnaast is er nog veel meer. Ik word door iedereen beschouwd als een volwaardig docent en niet meer “als het meisje dat er nog voor studeert”. Ik hoef niet meer elke keer verantwoording af te leggen waarom ik iets op die manier heb aangepakt. Ik hoef geen nutteloze verslagen meer te schrijven over wat er allemaal wel en niet goed ging in mijn les en wat ik daar de volgende keer aan kan verbeteren.

Maar ik kan veel meer punten noemen waarom ik het jammer vind dat ik niet meer studeer. Want die nutteloze verslagen waar ik het net over had… Ze zijn misschien nutteloos, maar ik vond het wel altijd leuk om te schrijven. Ik ben nu eenmaal gek op schrijven, zelfs van boodschappenlijstjes zou ik nog een kunstwerk maken. En dan de scripties waar iedereen als een berg tegenop zag… Eerlijk is eerlijk, maar ik vond het zelfs jammer toen ik mijn laatste definitieve versie had ingeleverd. Sterker nog… Ik heb zelfs voor anderen… Hmmm, dat kan ik beter niet vertellen op een blog die door iedereen gelezen kan worden. Laat maar. Het punt is dus dat ik het toch wel mis om verslagen te schrijven. Het is alleen jammer dat het me aan inspiratie en discipline ontbreekt, anders had ik allang A4-tjes volgeschreven met… tja, wat dan ook.

Ik mis het ook om nieuwe dingen te leren. Natuurlijk leer ik nog steeds heel veel, maar dat is vaak in de praktijk. Terwijl ik juist gek ben op boeken, readers en teksten op welke andere manier dan ook. Maar dat is niet het enige wat ik mis. Het allermeest mis ik de mensen. Een hele lieve vriendin die ik gelukkig nog wel regelmatig spreek, maar heel weinig meer zie, mijn vrienden met wie we altijd (kaart)spellen speelden, mijn andere klasgenoten, met wie ik eigenlijk best goed op kon schieten, en mijn docenten, van wie ik heel veel heb geleerd en die me altijd weer een goed gevoel gaven door me over van alles en nog wat te complimenteren. Met deze opleiding is gebleken dat ik toch wel ergens goed in ben en dat gaf me een gevoel van zekerheid en trots.

Ik zou graag weer willen studeren, maar ik ben bang dat het nooit meer zo wordt als deze opleiding. Mijn vrienden zullen niet hetzelfde zijn, de stof zal anders zijn, mijn docenten zullen anders zijn, het gevoel zal anders zijn… Om teleurstellingen te voorkomen heb ik dus maar besloten niet te gaan studeren.

Voorlopig.

Liefs!

maandag 7 januari 2013

Uitgestelde evaluatie


Tijdens mijn studie, vooral in mijn laatste jaar, had ik vaak een “o-heet-dat-zo-moment”. Dan zat ik bij een college, bijvoorbeeld vakdidactiek, en dan werd een bepaald begrip toegelicht. In jaar 4 was dat het begrip ‘uitgestelde evaluatie’. Ik paste het al langer toe in mijn lessen, maar ik wist nooit dat er een naam aan zat. Tot dat moment dus.

Uitgestelde evaluatie is een stuk simpeler dan het klinkt. Als een leerling een verkeerd antwoord geeft, kun je twee dingen doen. Optie 1: zeggen dat het fout is. Optie 2: er omheen draaien. En dat ‘er omheen draaien’ kun je natuurlijk ook weer op verschillende manieren laten doen. Je kunt de leerling diepere vragen stellen, zoals “Hoe bedoel je dat precies?” of iets dergelijks. Je kunt ook aan de medeleerlingen vragen wie dat kan aanvullen of verbeteren. Eigenlijk pas ik beide manieren vaak toe en het heeft beide zijn voor- en nadelen. Door bij één leerling te blijven hangen ben ik af en toe bang dat de rest van de klas in slaap valt, maar door bij één leerling te blijven laat je wel zien dat je het antwoord niet meteen afkeurt.

Het fijne van uitgestelde evaluatie is dat je hier heel erg kunt letten op het taalgebruik van de leerlingen. In een hoofdstuk met alleen rekensommetjes is het antwoord uiteraard goed of fout, maar in een hoofdstuk met allerlei ingewikkelde formules en/of andere berekeningen kun je veel diepere vragen stellen. Waarom heeft een leerling de opgave op die manier opgelost? Waarom gebruikt de leerling hierbij de abc-formule (om maar even iets te noemen) of waarom kiest de leerling ervoor om een cirkeldiagram te maken in plaats van een histogram. Door dit soort diepere vragen te stellen geef je de leerlingen de uitdaging om hun gedachten te verwoorden. In het begin is dit voor de leerlingen heel lastig, maar hoe vaker je het doet, hoe meer de leerlingen in gaan zien dat ze niet alleen een simpel formuletje moeten gebruiken, maar dat ze ook moeten weten waarom ze die formule moeten gebruiken.

Het leuke van uitgestelde evaluatie is, vind ik, dat er veel interactie plaatsvindt. Ik hou ervan om met leerlingen in gesprek te gaan, maar ik vind het ook geweldig om te zien hoe de leerlingen elkaar verbeteren of aanvullen. Van elkaar kunnen ze een hoop leren!

Liefs!

donderdag 15 november 2012

Update: Hoe is het als beginnend docent?


Ik denk dat dit de ideale dag is om deze blog te schrijven. Ik heb vandaag een ontzettend fijne dag achter de rug en eigenlijk staat deze dag symbool voor de afgelopen elf weken op mijn nieuwe werk. Want na zo’n lange periode wordt het tijd voor een update. Hoe is het nu als beginnend docent en wat ervaar ik als de grootste verschillen met toen ik nog een stagiaire was?

Het grootste verschil tussen vroeger en nu is dat mijn onzekerheid enorm is gedaald. Vroeger – dat wil zeggen: nog geen half jaar geleden – werd ik om bijna elke opmerking onzeker, of het nu positief of minder positief bedoeld was. Als er maar tegen me werd gezegd dat ik iets moest veranderen, dan had ik een vreselijke dag. Shit, dacht ik dan, ik doe het weer niet goed. Nu krijg ik dat soort opmerkingen niet meer dan dat heeft een enorm positieve invloed op me.

Ik straal meer. Ik merk dat ik een stuk meer lach voor de klas dan vroeger. Waarschijnlijk komt dat doordat ik niet het idee heb dat ik altijd wordt gecontroleerd. Want zo zag ik de begeleiding vaak. Als een controle of ik het allemaal wel goed deed. Nu heb ik het idee dat ik “legaal” mag lachen voor de klas. Dat ik mijn werk met een lach en een grapje mag combineren. En dat ik nu legaal mag stralen voor de klas heeft ook een positieve uitwerking op de band met de klas. De leerlingen zeggen me nu niet alleen meer gedaan in het lokaal, maar ook buiten op het schoolplein of in de wandelgangen.

Ik heb geen huiswerkopdrachten meer te doen thuis, wat betekent dat ik veel meer vrije tijd over houd. Als ik ’s middags, ergens tussen twee en vijf, thuis kom, dan kan het relaxen beginnen. Ik heb geen huiswerk meer, geen verslagen meer die nog even af moeten en ik hoef niet meer te leren voor tentamens. En hoewel ik gek ben op het schrijven van verslagen en het leren voor tentamens (echt!), vind ik tv kijken, boeken lezen en andere dingen doen toch wel een stuk fijner!

Ik hoef me niet meer te verantwoorden tegenover mijn begeleiders. “Waarom pakte je dit op deze manier aan en niet op die andere manier?” of “je had hem beter op de gang kunnen zetten in plaats van dat je alleen een waarschuwing geeft” zijn twee dingen die ik nu niet meer te horen krijg. En zo zijn er nog vele opmerkingen die ik in het verleden wel vaak hoorde, maar die ik in de toekomst waarschijnlijk niet heel veel meer ga horen. Ik hoef niet meer uit te leggen waarom ik denk dat manier A beter werkt dan manier B of waarom ik de ene leerling wel strafwerk heb gegeven en de andere leerling niet. Het is mijn lokaal, dus er gelden nu mijn regels. Dat weet ik, dat weten de leerlingen en dat weten mijn collega’s ook.

Over collega’s gesproken, ook dat gaat een stuk beter. Ik voel me nog steeds wel “de nieuweling”, maar “de stagiaire” ben ik niet meer en zo voel ik me ook niet meer. Het contact met de collega’s gaat een stuk beter dan op mijn stages en ik denk dat het in de toekomst, als ik me wat meer op mijn gemak voel, nog beter zal worden.

Kortom, ik vind het heerlijk om nu eens echt aan het werk te zijn als beginnend docente. Natuurlijk, ’s morgens zou ik wel eens willen dat ik langer kon blijven liggen, op vrijdag kijk ik enorm uit na het weekend en na een paar weken mag de vakantie wat mij betreft wel beginnen, maar er zijn gelukkig meer dan genoeg momenten waarop ik denk dat ik de leukste baan van de wereld heb.

Liefs!

maandag 5 november 2012

Samenwerkend leren

Laatst schreef ik er al over – samenwerkend leren. Maar wat is dat nu eigenlijk? Met samenwerkend leren wordt bedoeld dat de leerlingen actief bezig zijn in samenwerking met hun klasgenoten. Alle leerlingen zijn ergens verantwoordelijk voor en samen werken zij naar een doel toe. Hierbij is de weg naar het doel, het leerproces, minstens zo belangrijk als het doel zelf. Bij samenwerkend leren leren de leerlingen hoe ze met anderen moeten omgaan. Daarbij kun je denken aan het rekening houden met elkaar, het luisteren naar elkaar en het samen plannen.

Tussen samenwerken en samenwerkend leren zit een groot verschil. Daar waar bij samenwerken vooral één persoon de meeste verantwoording op zich neemt, krijgt bij samenwerkend leren iedereen evenveel en even belangrijke taken. Zonder één van deze taken komt er geen product tot stand. De leerlingen zijn dus afhankelijk van elkaar. Iedere leerling levert dus een uniek product en zonder één van deze bijdragen is er geen resultaat.
Een tweede belangrijk punt van samenwerkend leren is dat iedereen aanspreekbaar is voor zijn eigen bijdrage, maar ook voor het eindresultaat. Het is de bedoeling dat alle producten van de leerlingen samenkomen, maar ook dat ze weet hebben van elkaars product.
Bij samenwerkend leren is er directe interactie tussen de leerlingen. Hierbij moet vooral gekeken worden naar de tafelopstelling. Wanneer drie leerlingen naast elkaar zitten, betekent het vaak dat één van de leerlingen er buiten valt. Zodra de leerlingen in een kring gaan zitten, is de kans hierop al een heel stuk kleiner.
Een vierde punt dat bij samenwerkend leren past, zijn de sociale vaardigheden. Deze vaardigheden worden tijdens het samenwerkend leren goed gebruikt. De leerlingen bij wie het ontbreekt aan sociale vaardigheden zullen juist baat hebben bij een werkvorm als deze, omdat dit een goede oefening is om deze vaardigheden te trainen.
Het vijfde en laatste punt van samenwerkend leren is de aandacht voor het groepsproces. Zoals ik eerder al schreef is bij samenwerkend leren niet alleen het eindresultaat belangrijk, maar speelt ook de weg hier naar toe een grote rol.

Wanneer al deze sleutelbegrippen van samenwerkend leren terugkomen in een opdracht, is de opdracht effectief en is er daadwerkelijk sprake van samenwerkend leren. Wanneer één van deze punten ontbreekt, spreek je eerder over samenwerken.

Later meer over samenwerkend leren!

Liefs!

Bron: Ebbens & Ettekoven – Samenwerkend leren, praktijkboek
 
# Bijpassende werkvorm: De experts

maandag 29 oktober 2012

De experts

Tijdens mijn derde studiejaar kreeg ik het vak dat in het teken stond van samenwerkend leren – waarover ik later ongetwijfeld nog veel meer ga schrijven. Eén van de werkvormen die bij samenwerkend leren past is ‘de expertgroep’. Deze werkvorm gebruikten we ook vaak bij dit college om op een andere manier de theorie uit het boek te bestuderen.

De expertgroep werkt vrij simpel en bestaat uit een paar stappen.
Stap 1: De leerlingen/studenten krijgen een opdracht toegewezen. Dit kan het lezen van een stuk theorie zijn, zoals wij toen deden, maar ook het maken van een lastige wiskundeopdracht. Deze stof/opdracht bestuderen ze goed. Zij worden later ‘de expert’ over deze stof of opdracht.
Stap 2: De leerlingen die dezelfde opdracht hebben gekregen, vormen een groep. Zij bespreken hun “taak” met elkaar en zorgen dat ze het volledig onder de knie hebben.
Stap 3: Er worden nieuwe groepen gevormd waarbij ervoor gezorgd moet worden dat van iedere opdracht (minstens) één expert aanwezig is. Om de beurt presenteren de experts hun opdracht aan elkaar, zodat ook de anderen hier weet van krijgen.

Et voila, zo zit de expertgroep in elkaar.

Bij de studiedag van dinsdag 16 oktober hebben we ook deze expertvorm gebruikt. Ik schreef al over “OBIT” (onthouden, begrijpen, integreren en toepassen). Op de studiedag kregen wij de opdracht om nader kennis te maken met één van deze begrippen en hierover onze andere groepsgenoten in te lichten. Op deze manier leerden we al deze begrippen uitgebreid kennen, maar dan eens op een leukere manier dan simpelweg wat uitgeprinte pagina’s lezen.

Ik heb een tijdje na zitten denken hoe ik dit in de les zou kunnen gebruiken en ik denk dat er in de wiskunde twee manieren voor zijn: de korte manier en de lange manier. Bij de korte manier duurt de expertgroep slechts één les. Dit kan als volgt: je zorgt ervoor dat je vier ingewikkelde opgaven zijn die passen bij de lesstof. Je geeft de leerlingen de opdracht om één van deze opdrachten uitgebreid te bestuderen. Vervolgens laat je de leerlingen de opdrachten aan elkaar uitleggen. Dit kan in kleine groepjes, maar het kan ook klassikaal – voor de afwisseling.

De langere manier is meteen wat risicovoller, omdat het meteen een heel hoofdstuk en dus een paar lessen in beslag neemt. Je geeft de leerlingen de opdracht om één paragraaf uit het hoofdstuk te bestuderen. (Dit kan echter alleen als de paragrafen los van elkaar te maken zijn.) Ze maken hierbij enkele opgaven en zorgen ervoor dat ze de theorie op hun duimpje kennen. Dit duurt één à twee lesuren. In de lesuren daarna gaan de leerlingen de paragrafen aan elkaar presenteren. Dit kan in groepjes, maar een presentatie voor de hele klas werkt hierbij waarschijnlijk beter omdat de docent op deze manier de leerlingen nog kan aansturen. De leerlingen presenteren de paragraaf dus op een manier zoals de docent ook zou doen. Ook kunnen de andere leerlingen vragen stellen die de ‘experts’ mogen beantwoorden.

Liefs!

maandag 24 september 2012

Directe instructie

Ik weet nog dat er een periode was dat ik helemaal gek werd van deze twee woorden. Ze werden te pas en te onpas gebruikt in de personeelskamer van mijn stageschool waar álle docenten deze lesvorm bij álle lessen moesten gebruiken. Ten minste, dat was het idee van de school. Om heel eerlijk te zijn kotste iedereen het principe uit en werd de lesvorm alleen toegepast als de begeleidster langskwam om de les te beoordelen.

Directe instructie is een lesvorm waarbij op zes fasen wordt ingezoomd.
Fase 1: Activeren van voorkennis, terugblik
Fase 2: Oriëntatie op het (nieuwe) onderwerp, doel van de les
Fase 3: Kern van de les, instructie
Fase 4: Oefenen
Fase 5: Verwerking
Fase 6: Reflectie op inhoud van de les, eigen leerproces en gedrag
 
Tijdens de eerste lessen dat de begeleidster kwam kijken heb ik me verplicht gehouden aan deze zes fasen van het instructiemodel. Mijn lesvoorbereidingen waren gericht op deze fasen en per onderdeel beschreef ik precies wat ze van me verwachtte. De lessen gaf ik met tegenzin. Ik hou er niet van om manieren opgelegd te krijgen, omdat het in mijn ogen heel statisch overkomt. Geef me liever tips zodat ik zelf kan kijken wat ik ermee doe.
Toch bleek het directe instructiemodel wel te werken in mijn lessen. Door eerst de voorkennis op een leuke manier te activeren (“Hmm, waar waren we ook al weer gebleven, ik weet het even niet meer. Wat hebben we ook al weer in de vorige les gedaan?”) en vervolgens het doel van de les te vermelden, zijn de leerlingen veel bewuster bezig met de lesstof. Als je aan het eind van de les ook nog eens herhaalt wat de leerlingen hebben opgestoken van de nieuwe stof, ben je al helemaal dichtbij een didactisch goede les.

Het directe instructiemodel voelde in het begin voor mij heel gemaakt en heel nep. Ik had er geen zin in om bij elke les te vertellen wat het doel van de les was. (“Goedemorgen allemaal. Het doel van vandaag is dat jullie de oppervlakte van een cirkel kunnen uitrekenen.”) Ik vraag me ook heel erg af hoe dat op leerlingen overkomt. Naarmate ik eenmaal doorhad hoe ik het model in een andere vorm kon gieten (“Vandaag ga ik jullie leren hoe je de oppervlakte van een cirkel kunt uitrekenen.”), voelde het voor mij een stuk natuurlijker. Ik merk nu dat dit model goed werkt en dat de leerlingen bewuster bezig zijn met de stof. Het komt wel eens voor dat ik vergeet terug te blikken of bewust de instructie over sla, maar het vermelden van het doel van de les en het reflecteren achteraf plan ik wel in vrijwel iedere les in.

Liefs!

Volgende week: Hoe activeer je de voorkennis van de leerlingen?

vrijdag 21 september 2012

Kwartetspel


Toen ik er plotseling achter kwam dat de repetities aan de parallelklassen op dezelfde dag gegeven moeten worden, moest ik het proefwerk voor de brugklassen van dinsdag opschuiven naar vrijdag. Hierdoor had ik twee lessen extra over die ik wel graag wilde benutten. Daarbij had ik in mijn lesplanning staan dat we op maandag het hoofdstuk zouden herhalen, maar dit had dus nog niet heel veel zin. Ik moest de lessen dus herinrichten.

De eerste twee lessen van de week, op maandag en op dinsdag, heb ik een begin gemaakt aan het nieuwe hoofdstuk. Op donderdag ben ik hier even mee doorgegaan, maar omdat de leerlingen op vrijdag het proefwerk zouden krijgen, wilde ik de laatste twintig minuten van de les toch nog even besteden aan het eerste hoofdstuk, genaamd “In de ruimte”. Dit wilde ik spelenderwijs doen.

Op de lerarenopleiding worden ontzettend veel tips gegeven. Sommige tips gaan het ene oor in en het andere oor weer uit, maar er zijn ook tips die blijven hangen. Bijvoorbeeld tips om hoofdstukken over vlakke figuren of ruimtefiguren op een leuke manier te herhalen. Dit kan op allerlei manieren. Eén van deze manieren is het spelen van een ouderwets spelletje “kwartet”.

 
De voorbereiding voor het spel begon al vroeg. Tijdens mijn tussenuren en na de les ontwierp ik de kaartjes en zocht ik leuke, bijpassende plaatjes. Hier ging wat werk in zitten, bij elkaar opgeteld ruim een uur. Maar ach, een leuke docent heeft dit toch wel voor haar leuke leerlingen over? En het enige dat ik daarna nog moest doen, was zo gedaan: uitknippen en op gekleurd papier plakken. In dat laatste klusje vergiste ik me. Het uitknippen en het opplakken duurde bij elkaar ook zeker een uur, misschien ging het wel richting de twee uur. En dan had ik ook nog eens hulp gekregen van mijn zusje en mijn vriend. Toen de klas aan het eind van de les vroeg of we dit nog eens gingen doen, heb ik dit plan dan ook meteen afgewezen. ;)

Het was nog even stressen over de uitvoering ervan. Welke regels bij het spel kwartet moest ik aanhouden? Kennen de leerlingen überhaupt het spel “kwartetten”? Hoeveel tijd moet ik ervoor reserveren? En hoe moet ik de tafels zetten? Gelukkig bleken de problemen zichzelf op te lossen. Vrijwel alle leerlingen kenden de regels, al had ik ze voor de zekerheid eerst nog even op het bord gezet. Ook kwam ik er op een simpele manier achter hoelang zo’n spel ongeveer duurt: gewoon het spel zelf spelen, romantisch met mijn vriend. Omdat zo’n spel ongeveer een kwartiertje duurt, heb ik de tafels gewoon twee aan twee laten staan. Het is een kleine moeite voor de leerlingen om zich simpelweg om te draaien met hun stoel en een bijkomend voordeel hiervan is ook dat ze niet zo ver van elkaar af zitten. Stressen voor niets dus.

Zoals ik al zei waren er een paar leerlingen die graag nog eens wilden kwartetten. “Mooi niet,” was mijn reactie meteen. “Ik heb ruim twee uur aan die dingen gezeten, ik heb echt geen zin om dat nog eens te doen.” Maar aan de andere kant: de leerlingen vonden het leuk om te spelen, ik vond het leuk om de leerlingen met een kwartetspel bezig te zien en het resultaat is dat de leerlingen nu op een leuke manier de stof van het vorige hoofdstuk hebben opgehaald. Het is iets om te overwegen, maar misschien kan ik eerst de andere tips uitproberen die ik op de opleiding heb opgepikt. Hopelijk neemt dat iets minder vrije tijd in beslag!

Liefs!
 
P.S. Binnenkort zet ik de kwartetspellen onder het kopje "Documenten"!
P.P.S. Ondertussen is het document te vinden onder het kopje "Documenten"!

maandag 10 september 2012

Meervoudige intelligenties

Tijdens mijn eindassessment, het gesprek dat plaatsvindt aan het eind van een LIO-stage, is het woord “meervoudige intelligenties” meerdere keren gevallen. Ook tijdens de diploma-uitreiking haalde een andere docent dit nog een keer aan. Beide docenten hadden namelijk, tijdens het bestuderen van mijn portfolio, gezien dat ik me hiervoor interesseerde.

Tot een paar maanden terug had ik nog nooit van de meervoudige intelligenties gehoord en toen ik er voor het eerst over hoorde tijdens één van de lessen van mijn studie, was ik ook niet heel erg onder de indruk. Noodgedwongen maakte ik een werkvorm waarin meerdere intelligenties werden aangesproken, zodat ik hier voor een huiswerkopdracht over kon schrijven. Pas later kwam ik er achter dat dit onderwerp eigenlijk best interessant is.

Er zijn acht meervoudige intelligenties en iedereen beschikt over deze acht. De ene intelligentie is sterker ontwikkeld dan de ander. Ik ben bijvoorbeeld beter in rekenen dan mijn vriend, maar hij is lichamelijk en muzikaal een (heel) stuk beter ontwikkeld dan ik. Doordat niet iedereen hetzelfde is, is het belangrijk om variatie in de lessen aan te brengen. In een goede les wordt er aandacht besteed aan meerdere van onderstaande intelligenties.

De acht meervoudige intelligenties zijn:
1.       Verbaal, “taalknap”
2.      Logisch, “rekenknap”
3.      Visueel, “kijkknap”
4.      Muzikaal, “muziekknap”
5.      Lichamelijk, “bewegingsknap”
6.      Naturalistisch, “natuurknap”
7.       Interpersoonlijk, “samenknap”
8.      Intrapersoonlijk, “zelfknap”

Tijdens het maken van simpele huiswerksommen wordt er aandacht besteed aan intelligentie 2 en 8. De leerlingen die graag op zichzelf zijn, vinden dit misschien heel fijn, maar de leerlingen die geen rekenknobbel hebben en die graag praten en samenwerken, vinden hier niets aan. Daarom is het belangrijk om meerdere intelligenties in een les terug te laten komen.

Hoe doe je dat? Dat kan vrij simpel. Zet de leerlingen in groepjes van vier, laat de leerlingen van te voren het huiswerk maken (#2, #8) en laat ze dit aan elkaar uitleggen (#1, #7).  Door deze eenvoudige werkvorm gebruik je vier intelligenties waarbij alle leerlingen worden aangesproken.

Liefs!