maandag 29 oktober 2012

De experts

Tijdens mijn derde studiejaar kreeg ik het vak dat in het teken stond van samenwerkend leren – waarover ik later ongetwijfeld nog veel meer ga schrijven. Eén van de werkvormen die bij samenwerkend leren past is ‘de expertgroep’. Deze werkvorm gebruikten we ook vaak bij dit college om op een andere manier de theorie uit het boek te bestuderen.

De expertgroep werkt vrij simpel en bestaat uit een paar stappen.
Stap 1: De leerlingen/studenten krijgen een opdracht toegewezen. Dit kan het lezen van een stuk theorie zijn, zoals wij toen deden, maar ook het maken van een lastige wiskundeopdracht. Deze stof/opdracht bestuderen ze goed. Zij worden later ‘de expert’ over deze stof of opdracht.
Stap 2: De leerlingen die dezelfde opdracht hebben gekregen, vormen een groep. Zij bespreken hun “taak” met elkaar en zorgen dat ze het volledig onder de knie hebben.
Stap 3: Er worden nieuwe groepen gevormd waarbij ervoor gezorgd moet worden dat van iedere opdracht (minstens) één expert aanwezig is. Om de beurt presenteren de experts hun opdracht aan elkaar, zodat ook de anderen hier weet van krijgen.

Et voila, zo zit de expertgroep in elkaar.

Bij de studiedag van dinsdag 16 oktober hebben we ook deze expertvorm gebruikt. Ik schreef al over “OBIT” (onthouden, begrijpen, integreren en toepassen). Op de studiedag kregen wij de opdracht om nader kennis te maken met één van deze begrippen en hierover onze andere groepsgenoten in te lichten. Op deze manier leerden we al deze begrippen uitgebreid kennen, maar dan eens op een leukere manier dan simpelweg wat uitgeprinte pagina’s lezen.

Ik heb een tijdje na zitten denken hoe ik dit in de les zou kunnen gebruiken en ik denk dat er in de wiskunde twee manieren voor zijn: de korte manier en de lange manier. Bij de korte manier duurt de expertgroep slechts één les. Dit kan als volgt: je zorgt ervoor dat je vier ingewikkelde opgaven zijn die passen bij de lesstof. Je geeft de leerlingen de opdracht om één van deze opdrachten uitgebreid te bestuderen. Vervolgens laat je de leerlingen de opdrachten aan elkaar uitleggen. Dit kan in kleine groepjes, maar het kan ook klassikaal – voor de afwisseling.

De langere manier is meteen wat risicovoller, omdat het meteen een heel hoofdstuk en dus een paar lessen in beslag neemt. Je geeft de leerlingen de opdracht om één paragraaf uit het hoofdstuk te bestuderen. (Dit kan echter alleen als de paragrafen los van elkaar te maken zijn.) Ze maken hierbij enkele opgaven en zorgen ervoor dat ze de theorie op hun duimpje kennen. Dit duurt één à twee lesuren. In de lesuren daarna gaan de leerlingen de paragrafen aan elkaar presenteren. Dit kan in groepjes, maar een presentatie voor de hele klas werkt hierbij waarschijnlijk beter omdat de docent op deze manier de leerlingen nog kan aansturen. De leerlingen presenteren de paragraaf dus op een manier zoals de docent ook zou doen. Ook kunnen de andere leerlingen vragen stellen die de ‘experts’ mogen beantwoorden.

Liefs!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen