Posts tonen met het label Intervisie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Intervisie. Alle posts tonen

dinsdag 13 september 2016

Onrustig gevoel

Na in inspirerende dag heb ik vaak een onrustig gevoel in mijn lichaam. Enerzijds ben ik doodmoe van alle indrukken die op me af zijn gekomen, maar aan de andere kant wil ik zo graag iets doen met alle inspiratie die ik op zo'n dag krijg.

Zoals ik gisteren al schreef, heb ik vandaag een aantal lessen van collega's bijgewoond. Het was mijn doel om te ontdekken hoe mijn collega's hun leerlingen motiveerden, maar ook om te zien welke werkvormen er werden gebruikt in hun rekenles. En hoewel de lessen van mijn collega's helemaal niet veel verschilden ten opzichte van mijn eigen lessen, ben ik wel een hoop wijzer geworden.

Het leuke van achterin de klas zitten is dat je een beter zicht hebt op de leerlingen. Doordat je zelf niet op hoeft te treden, kun je bijvoorbeeld veel beter letten op het gedrag van de leerlingen. Hoe reageren ze op hun docenten, en vooral: waarom reageren ze zo op hun docenten? In welke lessen voelen leerlingen zich op hun gemak? Welke leerlingen hebben een klik met de docent, en waar komt dat door?

Alleen het schrijven van bovenstaande alinea geeft me al veel nieuwe ideeën voor mijn lessen. Je ziet het: daar is het onrustige gevoel weer. Ik wil zo veel schrijven, ik wil zo graag mijn ideeën uitwerken, ik wil zo graag iets doen met alles wat me vandaag te binnen is geschoten... En doordat ik alles tegelijk wil, lukt er uiteindelijk helemaal niks.

Waarschijnlijk is het beter als ik me vanavond ga ontspannen. Morgen weer een nieuwe werkdag!

Liefs!

woensdag 28 mei 2014

Intervisie: Erg veel vragen (#13)

Maandag schreef ik over mijn klas 1C, die erg veel vragen stellen. Vandaag behandel ik dit probleem in mijn intervisie.

De situatie
In klas 1C worden tijdens de uitleg erg veel vragen gesteld. Op zich is het niet erg dat er veel vragen worden gesteld, maar veel vragen zijn onnodig en daardoor overbodig. De uitleg duurt daardoor soms tien tot vijftien minuten langer dan in andere klassen. Het probleem is dat veel leerlingen zich heel erg gaan ergeren aan dit clubje, maar dat ze zich ook gaan vervelen.

De hulpvraag
Hoe zorg ik ervoor dat er minder vragen worden gesteld of dat de rest van de klas niet de dupe is van deze (onnodige) vragen?

De mogelijke oplossingen
1. Spreek met de leerlingen die veel vragen stellen af, dat ze per klassikale uitleg maximaal twee vragen mogen stellen. De andere vragen mogen ze individueel stellen tijdens het zelfstandig werken.
2. Ga in gesprek met deze leerlingen. Waarom stellen ze zo veel vragen? In dit geval gaat het om onzekere meisjes die continu op zoek zijn naar bevestiging. Geef ze meer complimenten en succesmomenten, er is een kans dat de onzekerheid dan een beetje afneemt.
3. Zeg tegen de klas dat iedereen moet luisteren naar de vragen. Misschien leren ze er zelf ook wat van. Laat de vragen herhalen door een medeleerling om te checken of deze nog niet in slaap gevallen is.
4. Beantwoord de vraag niet zelf, maar laat de vraag door een medeleerling beantwoorden. Zo kunnen ze elkaar helpen, is er meer interactie en door willekeurig iemand aan te wijzen die antwoord moet geven, moet iedereen wel opletten.
5. Laat de leerlingen de vragen aan hun buurvrouw stellen. Er wordt altijd beweerd dat leerlingen er het meeste van leren als ze iets aan een ander moeten uitleggen, dus zo wordt het een win-winsituatie.

Omdat ik oplossing 4 zeker wel de beste oplossing vind, ga ik dit vanaf nu uitproberen in mijn lessen. Ik ben heel benieuwd of dit gaat werken!

Liefs!

woensdag 16 april 2014

Intervisie: Leerlingen die niet bepaald een klik hebben (#12)

Ik had geen flauw idee hoe ik dit een titel moest geven, omdat ik niet precies weet wat nu mijn probleem is. In de afgelopen blogs was er al van alles te lezen over een groepje leerlingen in de brugklas die wat problemen met elkaar hadden. Daar ga ik vandaag wéér iets over schrijven!
De situatie
Ik heb achterin het lokaal vier leerlingen neergezet die voor nogal wat onrust zorgen. Alle andere leerlingen worden afgeleid van deze vier, vandaar dat ik ze achterin heb geïsoleerd. ‘Dan zijn ze elkaar tot overlast, maar dan laten ze in ieder geval alle andere leerlingen met rust,’ zo dacht ik. Helaas blijkt dat ze nu écht zo veel overlast van elkaar hebben (en dat ze strontirritant zijn), waardoor wel iedereen er last van heeft.

De hulpvraag
Hoe kan ik ervoor zorgen dat deze vier leerlingen niet meer zo veel overlast veroorzaken?
De mogelijke oplossingen
1. Ga met de leerlingen in gesprek. Dit heb ik gedaan, maar ze waren alleen maar op elkaar aan het schelden. Het gesprek dat ik heb gevoerd, heb ik op de gang gedaan, terwijl de andere leerlingen in het lokaal zaten. Niet bepaald een rustige setting. Ik zou deze leerlingen beter in de pauze of na schooltijd terug kunnen laten komen.
2. Een straf- en beloningssysteem opstellen. Deze leerlingen zijn al vanaf het begin van het schooljaar bijzonder te noemen. Ze vragen continu op een negatieve manier aandacht. Ik zou dus een systeem kunnen verzinnen waarbij ze straf krijgen wanneer ze op een negatieve manier opvallen en een beloning wanneer dit tijdens één lesuur niet is gebeurd, dus wanneer ze wel 50 minuten lang kunnen werken in dezelfde ruimte.
3. Overdragen aan de mentor. Het is de taak van de docent om orde te handhaven, maar of het ook mijn taak is om ruzies op te lossen, om de positieve sfeer in de klas te bevorderen? Natuurlijk draag ik er wel aan bij, maar van de mentor is dit de hoofdtaak. Bovendien is het niet alleen in mijn lessen zo dat deze leerlingen opvallen.
4. Negeren. Ik heb het heel lang kunnen volhouden om ze te negeren. Ze stellen zich namelijk enorm aan. ‘Mevrouw, Cindy schopt tegen mijn tafel,’ roepen, terwijl ze er alleen per ongeluk tegenaan kwam met haar voet.
5. Laat het los. Accepteer dat er altijd leerlingen zijn die aandacht vragen op een negatieve manier, dat er altijd leerlingen zijn die ruzie zoeken en dat er altijd leerlingen zijn die zich enorm kunnen aanstellen en die alles willen verklikken. Maak er niet jouw probleem van, want het is jouw probleem niet.
Liefs!

woensdag 2 april 2014

Intervisie: Klacht van een vader (#11)

Ik heb het er al eerder over gehad op mijn blog en zelfs op mijn twitteraccount ben ik er heel even over begonnen. Ik kreeg twee weken terug een klacht van een vader. Ik heb instinctief gehandeld toen hij mij de eerste e-mail stuurde. Vandaag zet ik ook nog andere mogelijke oplossingen op een rijtje.
De situatie
De vader van een leerling is het niet helemaal eens met mijn aanpak. Voor het vergeten van spullen en het niet maken van huiswerk krijgen de leerlingen een cijfer. Vader zag mijn manier van cijferen liever anders en stuurde mij een ander voorstel, wat hij me min of meer opdrong.
De hulpvraag
Hoe kan ik (het beste) handelen wanneer ik een semi-boze e-mail krijg van een ouder van een leerling?
De mogelijke oplossingen
1. Dit is wat ik ook heb gedaan: stuur de e-mail door naar de mentor van de leerling en vraag om tips. De mentor kent de leerling én de ouders beter dan jij, heeft meer ervaring met hen en kan daarom vertellen hoe je moet handelen. Sowieso is het goed om de mentor in te schakelen, omdat hij/zij ook wil weten wat er zich achter de schermen afspeelt.
2. Schakel de afdelingsleider in. De afdelingsleider speelt op onze school een grote rol en is samen met de mentor het belangrijkste aanspreekpunt voor dit soort dingen. Het is dus belangrijk dat de afdelingsleider ook wordt ingeschakeld of in ieder geval wordt ingelicht over de situatie. Vooral bij deze vader is dat belangrijk, omdat hij graag iedereen erbij roept. Voordat vader naar de afdelingsleider belt om zijn kant van het verhaal te vertellen, is het ook goed om je eigen kant van het verhaal toe te lichten aan de afdelingsleider.
3. Reageer rustig en stuur niet te snel een e-mail terug. Na zijn eerste e-mail op de vraag waar het cijfer vandaan kwam heb ik binnen een half uur een mailtje teruggestuurd met daarin een uitleg. Vrijwel direct kwam een bozere e-mail terug. Omdat ik eerst wilde bespreken met de afdelingsleider/mentor, heb ik daarna twee dagen gewacht met reageren. In die twee dagen is de vader naar school gekomen om verhaal te halen en zijn zegje te doen. Beter had ik dus een dag kunnen wachten met terugmailen.
4. Maak een afspraak met vader om alles face to face uit te leggen. Dit werkt beter dan wanneer je dit via de e-mail doet.
5. Of maak een afspraak met vader én kind. Vooral in deze situatie zou dat goed zijn, omdat de zoon nogal eens het een en ander verdraaid. In zo’n gesprek ziet vader ook dat zoon onzorgvuldig is bij het inpakken van zijn tas en laks is bij het maken van het huiswerk.
Liefs!

woensdag 12 maart 2014

Intervisie: Wat doe ik met deze jongens? (#10)

Ik heb twee jongens in mijn 2havo-klas zitten die zich niet helemaal houden aan mijn afspraken. Voor de voorjaarsvakantie zouden ze strafregels inleveren: dit is niet gebeurd. Na de vakantie zouden ze de regels inleveren: weer niet gebeurd. Ik word er moe van!
De situatie
Zoals hierboven beschreven is, hebben deze heren zich twee keer niet aan de afspraak gehouden. De derde dag, toen ik weer ging controleren, hadden ze het weer niet bij zich. Ik was er echt even klaar mee en in plaats van dat ik ze naar de afdelingsleiders heb gestuurd, heb ik letterlijk tegen ze gezegd dat ik er genoeg van had en dat het me niet meer interesseert wat ze in de lessen uitspoken, als ik er maar geen last van heb. Ze gaan hun eigen gang maar!
De hulpvraag
Hoe had ik tegen deze twee jongens moeten reageren en hoe had ik dit probleem beter kunnen aanpakken?
De mogelijke oplossingen
1. Ze naar de afdelingsleider sturen. Dit zou de enige juiste oplossing zijn geweest, want ik had al tegen ze gezegd dat de derde keer hun laatste kans zou worden. Ik had de leerlingen “moeten overdragen” aan de afdelingsleider en hij zou dan verder mogen beslissen.
2. Ik had na de les, bijvoorbeeld in een pauze, met deze twee jongens kunnen praten. Eén op één of allebei tegelijk, dat maakt niet zo veel uit. Als de rest van de klas er maar niet bij zou zijn.
3. Ik had de leerlingen die middag bij mij kunnen laten nablijven. Ze hadden dan pas naar huis gemogen als alle strafregels geschreven waren.
4. Ik had het aantal strafregels weer kunnen verdubbelen (maar dat heb ik al twee keer eerder gedaan, en achteraf is gebleken dat dat ook niet heel veel nut had).
5. Ik had de leerlingen met tafel en al op de gang moeten zetten, zodat ze daar aan de strafregels hadden kunnen schrijven.
Op het moment wist ik al dat ik niet goed handelde. Deze jongens hebben allebei een aparte gebruiksaanwijzing en na anderhalf jaar stoeien ken ik ze nog niet. Ze doen waar ze zin in hebben, hebben een muur om zich heen en het boeit hen totaal niet wat de docent van ze denkt. Ze gaan toch wel hun eigen gang…
Liefs!

woensdag 5 februari 2014

Intervisie: Rare verhalen over een collega (#9)

Vandaag weer iets nieuws: geen intervisieartikel over het lesgeven of over de leerlingen, maar over één van mijn collega’s. Ik denk dat ik dit verreweg het lastigst vind om een oplossing voor te vinden, maar ik doe mijn best.

De situatie
Tijdens het lesgeven in mijn 2havo-klas hoor ik iets raars: hun docent Duits heeft tegen een (best wel volle) klasgenoot gezegd dat hij met zijn dikke kont op een stoel moest gaan zitten. En toen een meisje heel even niet oplette, heeft hij haar schrift van haar tafel gepakt en door het klaslokaal gegooid. De leerlingen vonden dit nogal overdreven (en respectloos naar de jongen toe!) en daar ben ik het helemaal mee eens. Zo ga je niet met leerlingen, hun gevoel en hun spullen om.

De hulpvraag
Wat zou ik, als collega van deze leraar Duits en als docent van deze leerlingen, moeten doen om ervoor te zorgen dat deze leerlingen zich veilig voelen in het lokaal?

De mogelijke oplossingen
1. Praat nog eens met de leerlingen, maar dan niet in een lessituatie. Roep de leerlingen in de pauze langs vraag naar wat er precies gebeurd is. Bedenk vervolgens oplossingen, samen met de leerlingen, en laat de leerlingen het gesprek aangaan met hun docent Duits.

2. Ga verhaal halen bij deze collega. Is het wel echt zo gebeurd, of hebben de leerlingen de waarheid verdraaid? Ik geloof absoluut niet dat deze leerlingen dit gelogen hebben, want ik hoor vaker verhalen van deze man. Bovendien schrijft hij naar mijn mening te vaak negatieve (en kwetsende!) opmerking in het klassenboek over deze leerlingen.

3. Leg het probleem neer bij iemand die er meer mee kan. De mentor zou er samen met de leerlingen én de collega over kunnen praten. De afdelingsleider heeft misschien vaker dit verhalen gehoord over deze collega en misschien kan hij zo ook een link leggen tussen de uren afwezigheid van de “leerling met de dikke kont” en deze opmerking.

4. Bemoei je er niet mee. Misschien maak je het probleem alleen maar groter door er weer over te beginnen. Wacht tot je weer zo’n verhaal van een leerling hoort en ga dan pas actie ondernemen. Alle docenten zeggen of doen wel eens iets waar ze later spijt van hebben.

5. Neem contact op met je begeleidster van vorig jaar en vraag haar hoe je zou moeten handelen. Ze heeft dit wellicht vaker meegemaakt en weet precies wat wel en niet handig is om te doen. Bovendien kun je haar alles in vertrouwen zeggen zonder dat het uitkomt.
Ik weet nog niet wat ik ga doen – waarschijnlijk optie 4 – maar ik hoop dat er snel een staartje komt aan dit verhaal. Naar mijn mening mogen dit soort opmerkingen absoluut niet gemaakt worden, zeker niet op een school met een streng pestbeleid. Als je leerlingen op hun donder geeft bij dit soort opmerkingen, zouden docenten nog tien keer strenger aangepakt moeten worden, aangezien zij het goede voorbeeld horen te geven.

Liefs!

woensdag 22 januari 2014

Intervisie: Moeilijk onderwerp (#8)

Alle vorige intervisie-blogs gingen over situaties met leerlingen, of iets in die richting. Vandaag wil ik eens vakinhoudelijk kijken naar welke problemen ik op mijn werk tegen kom. In dit geval gaat het over het onderwerp ‘hoeken berekenen’ in de brugklas.
De situatie
Ik behandel het onderwerp ‘hoeken berekenen’ in drie klassen, maar in alle klassen merk ik dat een deel van de leerlingen me met een scheef gezicht aankijk zodra ik alle hoeken uitgerekend heb. Ik doe echt mijn best om het op een duidelijke manier uit te leggen, maar toch zijn er in iedere klas zeker vijf tot acht leerlingen die achteraf zeggen: ‘Heel leuk wat u daar allemaal doet, maar ik snap er niets van.’
De hulpvraag
Hoe kan ik ervoor zorgen dat deze leerlingen de stof wel gaan snappen?
Mogelijke oplossingen
1.       Bij de methode horen enkele demonstratiefilmpjes. Ik heb het filmpje gebruikt dat hoort bij het onderwerp ‘Hoeken berekenen’ maar blijkbaar was dit niet genoeg. Of het ging te snel. Ik heb met deze demo wel een opstapje gemaakt naar de uitleg, maar ik had tussendoor nog meer uitleg kunnen geven. Ook had ik op zoek kunnen gaan naar een ander filmpje waarbij dit onderwerp wordt uitgelegd. YouTube staat zo vol met video’s, dan zal er vast wel iets bij zitten waar ik ook iets aan heb, toch?
2.      Bij dit soort onderwerpen kun je beter makkelijk beginnen en het niveau dan beetje bij beetje opbouwen. In de demo begonnen ze met een vrij lastig voorbeeld, waarbij gestrekte hoeken én overstaande hoeken voorkwamen. Ik had beter eerst kunnen laten zien hoe je de hoeken bij een gestrekte hoek kunt uitrekenen, daarna hoe je overstaande hoeken kunt berekenen en daarna pas een combinatie van beide.
3.      Ik had de zwakkere leerlingen in een groepje kunnen zetten, zodat ik ze allemaal in één keer een portie extra uitleg had kunnen geven. Ik heb nu de uitleg één op één gegeven, maar dat kost veel tijd en energie, waardoor andere leerlingen geen tijd hebben gehad om nog vragen te stellen. Jammer, dit had anders gekund!
4.      Ik had ook de leerlingen kunnen koppelen aan een buddy. Bij één klas heb ik het wel zo geregeld dat de zwakkere wiskundigen naast een sterke leerling zit. Als ik dan even druk ben, kunnen ze het aan hun klasgenoot vragen. Het is een mogelijkheid om dat bij al mijn klassen te doen, want ik merk wel dat ze nu juist in die klas wat zelfstandiger worden.
5.      Leerlingen komen naar me toe met de opmerking dat ze er helemaal niets van snappen. Ik had de leerlingen naar me toe moeten laten komen met een specifieke vragen. Wat is het precies wat ze niet snappen? En wat snappen ze wel? Leerlingen zijn snel geneigd om te zeggen dat ze er helemaal niets van begrijpen, maar dit is natuurlijk niet waar. Er is altijd wel iets dat ze wel snappen en daar kun je als docent op voortborduren. Als ze beweren er helemaal niets van te begrijpen, leg ik ongetwijfeld dingen uit die ze allang weten.
Liefs!

woensdag 8 januari 2014

Intervisie: Mobiele telefoon en een liegend meisje (#7)

Op mijn werk zijn mobieltjes ten strengste verboden. Zie je een telefoon? Innemen en drie uur nablijven. Ik vind dit een beetje té streng – als ik in de pauze door de gangen loop, doe ik net alsof ik oogkleppen op heb – dus ik maak zo mijn eigen regels. Soms ben ik te mild. Dat heb ik gisteren gemerkt.
 
De situatie
In mijn 2havo-klas ging een telefoon af. Normaal zou ik er allang geen probleem van maken, maar omdat de klas zo uitbundig reageerde, ging ik er ook op in. Ik vroeg de rij waar ik het geluid vandaan hoorde komen van wie de telefoon was. Niemand gaf toe, dus ik begon mijn geduld te verliezen. Na tien seconden hardop aftellen heb ik iedereen uit de rij de telefoon laten inleveren. Ze zouden de telefoons terugkrijgen zodra degene had toegegeven dat zijn/haar telefoon was afgegaan.
Na de les was er niemand die wilde toegeven. Toen ik zei dat ze geen strafwerk zouden krijgen, was er uiteindelijk toch een meisje dat “bekende”. Ze zei: ‘Als we toch geen straf krijgen, neem ik de schuld wel op me. Mag ik dan nu mijn telefoon terug?’ En omdat ik zo perplex stond, heb ik ze allemaal weg laten gaan met hun telefoon.
 
Hulpvraag
Hoe had ik moeten omgaan met deze situatie en in het bijzonder met deze leerling, waarvan ik bijna zeker weet dat het haar telefoon was dat af ging?
 
De mogelijke oplossingen
1. Ik had één op één met de leerlingen kunnen praten. Dan durven ze vaak wel toe te geven of een ander te verlinken. Nu wil ik er natuurlijk niet op drammen dat ze gaan klikken, maar het zou een oplossing kunnen zijn.
2. Nadat de anderen weg mochten nog even napraten met deze leerling, één op één. Waarom ze liegt of waarom ze de schuld op zich neemt. Een band opbouwen met deze leerling, zodat ze misschien toch toe geeft. Ik weet niet of het werkt, maar het is te proberen.
3. Ik had alle leerlingen in deze rij moeten straffen. Zegt niemand het? Oké, dan allemaal nablijven.
4. Ik had alle leerlingen naar de afdelingsleider kunnen sturen. De afdelingsleider is aardig streng, dus misschien dat dit meisje dan meteen al zoiets zou hebben van: oké, ik vertel het wel!
5. Geen idee. Ik heb echt geen idee hoe ik anders zou kunnen handelen dan de bovengenoemde opties…
 
Liefs!
 
P.S. Later op de avond hoorde ik bij de tafeltjesavond van de moeder van dit meisje dat het inderdaad haar telefoon was... Foei!

woensdag 11 december 2013

Intervisie: Leerling vraagt veel aandacht (#6)

Vandaag een intervisie-blog waarin ik inzoom op één specifieke leerling.

De situatie
In mijn klas heb ik één leerling die erg veel aandacht trekt. Hij heeft geen ADHD of een andere (aandacht tekort)stoornis, maar er zit wel iets in zijn karakter waardoor hij steeds opnieuw om aandacht blijft vragen. Dit varieert van antwoorden voorzeggen tijdens de klassikale uitleg tot extreem onnodige vragen precies op het moment dat ik de leerlingen aan het werk wil zetten.

Hulpvraag
Hoe zorg ik ervoor dat deze leerling genoeg aandacht krijgt, zonder dat het mijn les verstoort of dat ik me er aan ga ergeren?

De mogelijke oplossingen
1. Geef hem complimenten. De aandacht die hij nu vraagt, is negatieve aandacht. Hij is er elke keer op uit om waarschuwingen te krijgen, waar hij totaal niet meer van terugdeinst. Volgens mij kickt hij daar juist op. Door alleen te focussen op de positieve punten en door hem complimenten te geven, krijgt hij ook aandacht. Voor de docent (mij!) leuker, omdat ik niet constant gericht ben op de dingen die hij fout doet. En ook voor de leerling leuk (denk ik), omdat hij nu nog steeds zijn aandacht krijgt. Maar dan op een positieve manier.

2. Geef de leerling een andere plek in de klas. Hij zit nu vooraan in het lokaal, op nog geen meter afstand van mijn bureau en de plek waar ik sta als ik uitleg geef. Ik kan hem een plek geven waar hij niet meer vooraan zit. Hij is op deze manier al minder aanwezig. Misschien zal hij zich ook minder aandachttrekkend opstellen.

3. Geef hem ook eens een klassikale beurt. Dit soort leerlingen worden vaak overgeslagen bij het beantwoorden van de vragen, omdat ze al vaak genoeg aandacht krijgen. Maar geef hem ook eens de beurt, waarbij hij dus wel ‘legaal’ mag praten. Dat zal hem goed doen.

4. Praat met de leerling, één op één. Leg hem uit wanneer hij wel om aandacht mag vragen en wanneer hij een stapje terug moet doen. De leerling in kwestie is een bijdehand en slim mannetje. Hij zal dit heus wel snappen.

5. Spreek eventueel met hem af dat hij niet meer dan drie waarschuwingen mag krijgen. Het roepen door de klas en/of het stellen van onnodige vragen zit er bij hem al helemaal ingeslepen. Hij doet dit vast niet meer bewust. Geef hem de ruimte om nog een paar keer de fout in te gaan, maar zorg er ook voor dat het niet te vaak gebeurt. Drie keer per les is meer dan genoeg om eraan te wennen dat hij iets minder in de spotlights mag staan.

De komende tijd ga ik proberen om deze tips op de jongen toe te passen. Ik ben benieuwd.

Liefs!

woensdag 13 november 2013

Intervisie: Onhandelbare leerlingen bij steunles (#5)

Ik kan me nauwelijks heugen wanneer de laatste intervisie-blog online kwam, dus het wordt tijd voor een nieuwe. Vandaag wil ik het hebben over twee onhandelbare leerlingen die ik voor mijn neus krijg bij steunles – een lesuur waarbij leerlingen kiezen voor welk vak ze extra uitleg willen.

De situatie
De leerlingen – zo’n vijftien in totaal – druppelden mijn lokaal binnen. Ik wilde net beginnen met mijn uitleg toen er twee giechelende meisjes binnen kwamen lopen. Zonder iets tegen me te zeggen liepen ze door naar twee tafels achterin het lokaal. Ze praatten nog met elkaar door, zwaaiden naar een jongen die buiten liep, giechelden nog wat af… Terwijl ik stond te wachten om de les te beginnen.

Ik vroeg de meiden naar hun naam, maakte ze duidelijk dat het bij mij heel normaal is als ze eerst langs mij komen voordat ze, pratend en lachend, direct naar achteren lopen, en vroeg de meiden om hun boek open te doen. Het duurde even, want ze pakten eerst een snoepje dat werd aangeboden door één van hun vriendinnen. Een minuut later stonden hun tassen nog steeds op tafel en waren hun boeken nergens te bekennen. Toen ik nog een keer vroeg waar die boeken bleven, kreeg ik een brutale mond terug.

Ik stuurde de twee naar de afdelingsleider, want hier had ik geen zin in. Aan het eind van de les kwamen ze terug met een rode kaart. “We snappen niet waarom we het lokaal uit zijn gestuurd,” stond erop. Ik legde het de dames uit, schreef op de kaart dat ze brutaal waren geweest en gaf de kaart terug.

‘We waren helemaal niet brutaal,’ zei één van hen. Ik probeerde het nog een keer uit te leggen, maar daar hadden ze geen behoefte aan. Ze gristen de kaart van tafel, liepen vloekend het lokaal uit en smeten de deur achter hen dicht.

Hulpvraag
Hoe had ik (eerder?) in moeten grijpen, zodat deze twee meisjes normaal hadden gereageerd op de situatie?

De mogelijke oplossingen
1. Duidelijke aanwijzingen geven aan het begin van de les. Op tijd komen in de les, eerst namen doorgeven, vervolgens een plekje zoeken. Boek, schrift en etui uit de tas pakken, tas op de grond zetten en luisteren naar de instructie.

2. Duidelijk vertellen wat er niet goed ging. Niet eerst nog zwaaien naar een klasgenoot die buiten staat, een snoepje aanpakken van iemand anders, tassen op tafel laten staan en nog even gezellig zitten kletsen. Deze steunles is immers geen theekransje.

3. Bij het wegsturen duidelijk vertellen waarom ze weg zijn gestuurd. ‘Ik stuur jullie nu naar meneer Visser, omdat jullie te laat binnen kwamen, vervolgens nog gingen kletsen, jullie kwamen je niet melden en nadat ik twee keer heb gevraagd om de boeken open te doen, kreeg ik een grote mond.’

4. Ik had bij het ontvangen van de leerlingen na de les één voor één met de meisjes moeten praten, in plaats van allebei tegelijk. Zo hebben ze gegarandeerd een minder grote mond (omdat ze zich niet tegenover hun vriendin hoeven te bewijzen) en zijn ze beter benaderbaar.

5. Bij het weggaan had ik ze moeten wijzen op hoe het wel moet. Ik had ze met een positief gevoel weg moeten laten gaan. Dat was voor beide partijen prettiger geweest.

Liefs!

woensdag 13 februari 2013

Intervisie: Briefjes in de klas (#4)


Laatst schreef ik nog vrolijk dat ik wel kan omgaan met briefjes in de klas. Ik verzin gewoon een grappige manier hoe ik daarmee kan omgaan. Helaas gaat dat niet altijd zo makkelijk. In twee weken tijd is het namelijk al twee keer gebeurd dat de teksten op die briefjes helemaal niet zo onschuldig waren. Vooral die laatste keer heeft me aan het denken gezet, omdat ik het niet zo goed heb opgelost zoals ik eigenlijk had moeten doen.

De situatie
Er zitten wat vreemde types in mijn “nieuwe” brugklas, waaronder een leerling (jongen) die niet aan het werk te krijgen is en een leerling (meisje) dat altijd bij me komt slijmen door hele verhalen te vertellen waar ik niet heel erg in geïnteresseerd ben. Deze les waren ze samen aan het klieren. Toen ik even later het meisje een briefje zag doorgeven aan twee andere meisjes achterin het lokaal, wist ik dat ik iets had gemist. Eén van de meisjes vouwde het briefje open en wilde gaan lezen. Op dat moment besloot ik in te grijpen.
Om een lang verhaal kort te maken: er stond op dat één van de mannelijke klasgenoten een hoer is en verder nog wat rare dingen. Ik was behoorlijk boos, dus ik stuurde de twee leerlingen weg. Vijf minuten later kwamen ze terug: beide afdelingsleiders waren niet aanwezig op hun kantoor, dus ze konden zich niet melden. Ik heb ze weer terug gelaten in de les en ze een opstel meegegeven over hun gedrag, die ze de volgende dag in moesten leveren.
Terug in de les kregen ze natuurlijk alle aandacht van hun klasgenoten en daar greep ik niet goed op in.

Hulpvraag
Hoe had ik deze situatie op een andere (betere) manier moeten aanpakken?

De mogelijke oplossingen
Nummer 1: De leerlingen absoluut niet meer terug laten zetten in mijn les. Of ze nu voor het lokaal van de afdelingsleiders gingen zitten of gewoon in het trappenhuis: alles is beter dan ze terug laten in de les.
Nummer 2: Ik had ze in de pauze moeten terugsturen naar de afdelingsleiders. Dit soort lesverstoringen moet ik niet afschepen met een opstel van 300 woorden.
Nummer 3: Een goed gesprek met de leerlingen zou ook niet verkeerd zijn geweest. Ik had op dat moment geen zin om nog maar één woord met deze leerlingen te wisselen, maar ik denk dat het wel goed zou zijn geweest als ik ze even goed de waarheid onder de ogen had geschoven: dit soort dingen schrijf je niet over je klasgenoten en al helemaal niet op een briefje dat heel de klas door gaat. Ik ben nu veel te mild geweest voor deze leerlingen, terwijl ze echt wel harder aangepakt moesten worden. Ze staan allebei niet bekend als goedwerkende leerlingen, dus wat boze woorden vanaf mijn kant was misschien wel een goede aanpak geweest.
Nummer 4: 300 woorden is gelijk aan de inleiding, “De situatie” en “De hulpvraag” van deze blog. Bah, wat ben ik mild geweest. Ik had ze 3000 woorden moeten laten schrijven.
Nummer 5: Alsnog de afdelingsleider(s) en/of mentor inlichten. Gelukkig is dit een puntje dat ik ook nu, twee dagen later, nog kan doen!

Liefs!

woensdag 16 januari 2013

Intervisie: Slechte resultaten (#3)

Ik heb één klas waarin de resultaten erg slecht zijn. Tijdens het nakijken vliegt mijn pen over het papier en als ik aan daarna de punten moet gaan tellen, ben ik snel klaar. De rode cijfers vliegen me om de oren als ik ze invul in het puntensysteem en als ik vervolgens het gemiddelde zie (vaak tussen de 4 en de 5…), voel ik me toch wel een beetje schuldig. Waar ging het nu weer mis?

De situatie
Hierboven laat ik het al een beetje doorschemeren, maar ik zit er erg mee als ik tijdens het nakijken weer cijfers als een 3,8 of zelfs een 1,7 moet opschrijven. Ik kijk meteen waar de fouten zitten en probeer me te herinneren hoe de les verliep toen ik dat deel theorie uitlegde aan de klas. Vaak heeft dat geen enkele zin, want over het algemeen verlopen mijn lessen in de klas (mijn 2havo-klas, uiteraard) allemaal hetzelfde: er zijn leerlingen die opletten bij de uitleg, maar vervolgens niet uitvoeren en er zijn leerlingen die niet opletten en niets uitvoeren. Dat komt dus op hetzelfde neer…

Toch trek ik het me wel persoonlijk aan en dat vind ik vervelend. Ik denk dat ik er vaker wakker van lig (figuurlijk dan, want ’s avonds tegen een uur of tien lig ik toch echt wel als een roosje te slapen!) dan de leerlingen en dat zou niet zo moeten zijn. Tenminste, dat zegt mijn gezonde verstand.

Hulpvraag
De hulpvraag die hierbij hoort is vrij logisch: wanneer zijn de belabberde cijfers van een klas niet meer jouw verantwoordelijkheid?

De mogelijke oplossingen
Nummer 1: Pak er andere gegevens bij dan alleen de cijfers voor jouw vak. Bijvoorbeeld cijfers van voorgaande jaren voor jouw vak, maar ook cijfers van andere vakken die ze op dat moment hebben behaald. Bij mijn 2havo-klas regent het rode cijfers. Daaruit kan ik concluderen dat ze niet alleen bij mijn vak slecht presteren, maar ook bij de andere vakken. Bekijk ook hun werkhouding. Hoe zijn ze in de les? Doen ze goed mee met de klassikale uitleg? Maken ze hun huiswerk? En hoe verzorgd ziet hun schrift (of werkboek) eruit?
Nummer 2: Ga met de leerlingen in gesprek. Vraag hen naar de oorzaak van de cijfers. Dit kan eventueel ook door middel van een enquête, zodat je van iedereen de antwoorden op papier hebt. Vraag daarin hoe ze hebben geleerd (en of ze überhaupt hebben geleerd) en ook hoelang en hoeveel ze hebben geleerd. Vraag ook naar hoe ze denken het cijfer te kunnen verbeteren. Leg de verantwoording bij de leerling neer en niet meer bij jou.
Nummer 3:  Ga in gesprek met de mentor/afdelingsleider. De mentor van mijn klas heeft geregeld één op één-gesprekken met de leerlingen en kan op deze manier (als manier 2 niet lukt…) met de leerlingen communiceren over de slechte cijfers. Bovendien is het sowieso belangrijk dat de mentor weet van de slechte cijfers die de leerlingen halen. Dit in verband met de voortgang van de leerling en de communicatie naar de ouders toe.
Nummer 4: Als je parallelklassen hebt waarin je precies hetzelfde lesgeeft als in de klas waar slecht in wordt gescoord, dan kun je snel de conclusie trekken: het ligt niet aan jou.
Nummer 5: Maak de leerlingen duidelijk dat jij er alles aan hebt gedaan om hen een goed cijfer te geven en dat de enige oplossing voor nu is om harder te werken en gemotiveerder naar de les te komen. Laat ze weten dat het hun probleem is en niet die van jou.

Liefs!

woensdag 28 november 2012

Intervisie: ADHD & PDD-NOS (#2)

Binnen een klas zijn er altijd leerlingen die iets meer aandacht nodig hebben dan de rest. Deze leerlingen hebben een aparte handleiding, maar deze is nooit kant en klaar gegeven. Aan de docent wordt dan de opdracht gegeven om zelf uit te vogelen hoe je met bepaalde leerlingen om moet gaan.

Ik heb bijvoorbeeld een leerling met ADHD en PDD-NOS. Ik heb af en toe best wat moeite met deze leerling en ik vind het lastig om met hem om te gaan. Ik weet vaak niet meer waar ik de grens moet trekken tussen “het is een leerling op een reguliere school, dus hij moet zich gewoon aan de regels houden en gaan werken wanneer ik dat van hem vraag” en “het is een leerling met ADHD en PDD-NOS, dus ik moet extra rekening met hem houden”.

De situatie
Bovenstaande alinea beschrijft twee problemen: ik weet niet hoe ik met deze leerling om moet gaan (omdat ik vaak niet tot hem door kan dringen) en ik weet niet in hoeverre ik hem als “rugzakleerling” moet behandelen en wanneer hij zich moet gedragen zoals ieder ander. Ik ga vandaag slechts één van deze problemen behandelen, namelijk het eerste.

De hulpvraag
Hoe ga ik om met iemand die zowel ADHD als PDD-NOS heeft?

De mogelijke oplossingen
Uiteraard heeft iedere leerling een aparte gebruiksaanwijzing, dus niet alle onderstaande oplossingen zullen de juiste zijn, maar proberen kan geen kwaad!
Nummer 1: Kijk op internet. Op internet is veel te vinden over dit soort aandoeningen/stoornissen. Er staan niet alleen de symptomen, maar ook suggesties over hoe je met dit soort leerlingen om kan gaan.
Nummer 2: Ga in gesprek met de mentor, met andere docenten of met de ouders van deze leerling. De ouders kennen het kind uiteraard het beste en weten ook goed hoe je met deze leerling om moet gaan. Ook de mentor kan vaak goede tips geven. Als het goed is heeft de mentor namelijk al vaker contact met thuis gehad, dus de mentor weet vaak ook wat je wel en niet kunt doen.
Nummer 3: De leerling heeft soms wat extra aandacht nodig. Niet per se in de negatieve zin, maar ook zodra er gewerkt moet worden. Zeg duidelijk tegen de leerling wat er nu gedaan moet worden en wat er van hem gevraagd wordt. “Maak de huiswerkopdrachten” kan te abstract zijn. Vertel duidelijk welke opgaven gemaakt moeten worden en geef er eventueel een tijdslimiet bij.
Nummer 4: Zorg dat de leerling niet te veel afgeleid kan worden. Door een leerling vooraan te zetten, het liefst bij het bureau, ziet de leerling veel minder dan wanneer de leerling ergens in het midden of zelfs achteraan zit. Bovendien kun je als docent ook veel sneller ingrijpen dan wanneer de leerling ergens verscholen zit tussen allemaal anderen.
Nummer 5: Zet de leerling naast een serieus persoon. Vraag ook aan dat klasgenootje of hij/zij af en toe de “PDD-NOS-er/ADHD-er” aan kan sporen om bij de les te blijven.

En dat zijn weer vijf suggesties. Natuurlijk zijn er nog veel meer dingen die je kunt doen met een dergelijke leerling en ook niet alle vijf punten zullen werken, maar niet geschoten is altijd mis.

Liefs!

woensdag 14 november 2012

Intervisie: De start van de les (#1)

In plaats van een tip van de week een eerste deel van “intervisie”. Ik schreef er vorige week al over, maar nu nog een keer: vanaf nu zal ik af en toe – in plaats van mijn maandag- of woensdagblog – een intervisie-stukje plaatsen. Wat bedoel ik daarmee? Vrij simpel: ik breng zelf een casus in, een probleem dat zich voor kan doen tijdens het lesgeven of daaromheen, en ik geef daar zelf mogelijke oplossingen voor. Vandaag: de start van een les.

Eén van de lastigste dingen van lesgeven is het krijgen en vooral het houden van de aandacht van de leerlingen. Met name aan het begin van de les is dat lastig. Tijdens mijn studie deed ik al een klein onderzoek hiernaar en ook tijdens mijn eerste intervisiebijeenkomst hebben we het over deze casus gehad. Het vervelende hiervan is dat er eigenlijk niet één ding is dat altijd werkt. Het hangt (in mijn lessen) ook heel erg van de bui van de leerlingen af of ik een snelle start heb of dat ik tien minuten stuntel met de klas voordat ik eindelijk kan beginnen. Daarbij lukt iets ook niet altijd meteen. Als je een oplossing gevonden denkt te hebben, moet je dit eerst een aantal keer proberen voordat iedereen eraan gewend is. Een verandering is altijd even wennen, zowel voor de leerlingen als voor de docent zelf.

De situatie
De docent wisselt van lokaal, waardoor de computer nog niet is opgestart. De docent staat het liefst bij de start van de les bij de deur om de leerlingen te verwelkomen, maar hij wil ook graag de computer opstarten en zijn lesvoorbereiding klaarzetten. Hij moet een keuze maken en kiest dan toch voor het klaarzetten van de powerpointpresentatie. De leerlingen stromen binnen, ze zijn onrustig en de docent heeft moeite om de leerlingen rustig te krijgen.

De hulpvraag
Hoe krijg je de leerlingen stil aan het begin van de les als je zelf ook nog met andere dingen bezig bent?

De mogelijke oplossingen
Nummer 1: Ga in gesprek met de leerlingen. Of het nu een brugklas is of een 5VWO: (bijna) alle leerlingen willen goed les en zijn ook best bereid om de docent tips te geven op welke manier de docent dit zou kunnen vormgeven. Daarbij zijn leerlingen ook nog eens ontzettend verschillend. De ene klas luistert al als de docent in zijn of haar handen klapt, de andere klas heeft een andere methode nodig om stil te worden. Vraag aan de leerlingen welke manier bij hen helpt. Je hebt er weinig mee te verliezen als je het vraagt en je kunt er een hoop mee winnen. Baat het niet dan schaadt het niet.
Nummer 2: Zorg dat je er klaar voor bent. De leerlingen worden onrustig als ze zien dat je er zelf nog niet klaar voor bent en ze zijn nog niet op die manier afgericht dat zij er dan wel klaar voor gaan zitten. Ze gebruiken die tijd om te kletsen, om nog even de laatste huiswerkopgaven over te schrijven van een klasgenoot of om nog even de laatste roddels door te nemen, maar hun boek en schrift openen op de juiste bladzijde, hun pen in de aanslag en hun lippen op elkaar? Nee, dat gebeurt maar zelden. In ieder geval heb ik het niet meegemaakt. Zorg dus dat je het signaal afgeeft dat je er zelf klaar voor bent. Ga op je bureau zitten en kijk de klas in, ga voor het bord staan of verwelkom de leerlingen in de deuropening. Het maakt niet zo veel uit, als je maar oog hebt voor de leerlingen. Het klaarzetten van een powerpoint kan later ook nog. De eerste prioriteit is het krijgen en behouden van de aandacht van de leerlingen. Pas daarna zet je de computer aan. Geef de leerlingen bijvoorbeeld de opdracht om alvast een stuk theorie te lezen, wat begrippen te leren of een opgave uit het boek te maken. Zet ze aan het werk en ga daarna zelf aan de slag.
Nummer 3: Accepteer dat de leerlingen aan het begin van de les wat drukker zijn. Geef ze een paar minuten om te praten met elkaar, maar zorg wel dat het daarvoor direct stil is. Een leuke manier om de grens aan te geven tussen het praten en het opletten? Zet een liedje op. Een nummer duurt meestal zo’n drie à vier minuten. Zeg van tevoren tegen de leerlingen dat ze mogen praten zolang als het liedje duurt, maar ook dat ze echt stil moeten zijn zodra het liedje is afgelopen. Voor de leerlingen is het op deze manier dan duidelijk wanneer ze wel mogen praten en wanneer ze écht op moeten letten. Bind er ook consequenties aan waar iedereen zich aan houdt. Ben je nog aan het praten nadat het liedje is afgelopen? Dan meld je je bij de afdelingsleider of iets dergelijks.

Uiteraard zijn er nog veel meer mogelijke oplossingen, maar die komen vast ooit nog eens naar voren in een andere blog!

Liefs!