woensdag 13 november 2013

Intervisie: Onhandelbare leerlingen bij steunles (#5)

Ik kan me nauwelijks heugen wanneer de laatste intervisie-blog online kwam, dus het wordt tijd voor een nieuwe. Vandaag wil ik het hebben over twee onhandelbare leerlingen die ik voor mijn neus krijg bij steunles – een lesuur waarbij leerlingen kiezen voor welk vak ze extra uitleg willen.

De situatie
De leerlingen – zo’n vijftien in totaal – druppelden mijn lokaal binnen. Ik wilde net beginnen met mijn uitleg toen er twee giechelende meisjes binnen kwamen lopen. Zonder iets tegen me te zeggen liepen ze door naar twee tafels achterin het lokaal. Ze praatten nog met elkaar door, zwaaiden naar een jongen die buiten liep, giechelden nog wat af… Terwijl ik stond te wachten om de les te beginnen.

Ik vroeg de meiden naar hun naam, maakte ze duidelijk dat het bij mij heel normaal is als ze eerst langs mij komen voordat ze, pratend en lachend, direct naar achteren lopen, en vroeg de meiden om hun boek open te doen. Het duurde even, want ze pakten eerst een snoepje dat werd aangeboden door één van hun vriendinnen. Een minuut later stonden hun tassen nog steeds op tafel en waren hun boeken nergens te bekennen. Toen ik nog een keer vroeg waar die boeken bleven, kreeg ik een brutale mond terug.

Ik stuurde de twee naar de afdelingsleider, want hier had ik geen zin in. Aan het eind van de les kwamen ze terug met een rode kaart. “We snappen niet waarom we het lokaal uit zijn gestuurd,” stond erop. Ik legde het de dames uit, schreef op de kaart dat ze brutaal waren geweest en gaf de kaart terug.

‘We waren helemaal niet brutaal,’ zei één van hen. Ik probeerde het nog een keer uit te leggen, maar daar hadden ze geen behoefte aan. Ze gristen de kaart van tafel, liepen vloekend het lokaal uit en smeten de deur achter hen dicht.

Hulpvraag
Hoe had ik (eerder?) in moeten grijpen, zodat deze twee meisjes normaal hadden gereageerd op de situatie?

De mogelijke oplossingen
1. Duidelijke aanwijzingen geven aan het begin van de les. Op tijd komen in de les, eerst namen doorgeven, vervolgens een plekje zoeken. Boek, schrift en etui uit de tas pakken, tas op de grond zetten en luisteren naar de instructie.

2. Duidelijk vertellen wat er niet goed ging. Niet eerst nog zwaaien naar een klasgenoot die buiten staat, een snoepje aanpakken van iemand anders, tassen op tafel laten staan en nog even gezellig zitten kletsen. Deze steunles is immers geen theekransje.

3. Bij het wegsturen duidelijk vertellen waarom ze weg zijn gestuurd. ‘Ik stuur jullie nu naar meneer Visser, omdat jullie te laat binnen kwamen, vervolgens nog gingen kletsen, jullie kwamen je niet melden en nadat ik twee keer heb gevraagd om de boeken open te doen, kreeg ik een grote mond.’

4. Ik had bij het ontvangen van de leerlingen na de les één voor één met de meisjes moeten praten, in plaats van allebei tegelijk. Zo hebben ze gegarandeerd een minder grote mond (omdat ze zich niet tegenover hun vriendin hoeven te bewijzen) en zijn ze beter benaderbaar.

5. Bij het weggaan had ik ze moeten wijzen op hoe het wel moet. Ik had ze met een positief gevoel weg moeten laten gaan. Dat was voor beide partijen prettiger geweest.

Liefs!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen