Posts tonen met het label Stage. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Stage. Alle posts tonen

vrijdag 9 december 2016

Onzeker over begeleiding

In de loop der jaren ben ik het steeds makkelijker gaan vinden om iemand achterin mijn les te hebben zitten. Een stagiaire, een willekeurige collega, iemand van de schoolleiding... Ik merk dat ik zelden nog zenuwachtig ben voor lesbezoekjes; ik nodig collega's zelfs van harte uit om een keer achterin mijn les te zitten.

Toch knaagt er altijd iets aan me als mijn stagiaire achterin de les zit, vooral wanneer een les niet goed gaat. Dan vraag ik me altijd af: hoe kan ze iets van me leren als ik zelf ook niet altijd tevreden ben over mijn kunnen? Als ik zelf ook fouten maak?

Ik gooide dit gisteren in de groep bij een cursus en ik merkte direct dat er geruststellende antwoorden werden gegeven.

"Daar kan ze juist van leren!" vond mijn collega. "Niet zo zeer van jouw fouten, maar wel hoe je met jouw fouten omgaat. Voor een stagiaire is het nieuw om te reageren op haar eigen verkeerde handelingen, zij weet nog niet hoe ze dat recht kan breien. Jij wel. Juist door zelf fouten te maken en deze recht te zetten laat je haar zien wat goed lesgeven is: vallen, opstaan en doorgaan."

Bijzonder hoe die zinnetjes mijn zelfvertrouwen een enorme boost kunnen geven!

Liefs!

dinsdag 4 oktober 2016

Nadelen van een stagiaire

Vorige week beschreef ik de voordelen van een stagiaire, waarbij ik het onder andere had over de extra inspiratie en de "vrije tijd" als jouw lessen werden overgenomen door de stagiaire. Dit jaar merk ik helaas ook dat er nadelen zitten aan het hebben van een stagiaire.

Hiermee bedoel ik niet te zeggen dat de stagiaire die ik nu heb het heel slecht doet voor de klas, maar ik merk wel dat ik meer tijd kwijt ben aan de begeleiding. Vooral voor aanvang van de les heb ik er al best wat tijd in zitten, namelijk bij het bekijken van de lesvoorbereiding.

Het grootste nadeel van een stagiaire is namelijk dat een stagiaire geen kopie van jezelf is. Dat kun je natuurlijk ook helemaal niet verwachten, maar het zorgt er wel voor dat zij dingen heel anders aanpakt dan jij zelf doet. Om een voorbeeld te geven: mijn stagiaire is een stuk minder georganiseerd dan ik. Dat bleek toen ik voor het eerst haar lesvoorbereiding voor ogen zag, wat eigenlijk niet veel meer was dan wat gekrabbel op een blaadje dat uit een schrift gescheurd was. De lesvoorbereidingsformulieren die ze daarna invulde zagen er qua opmaak misschien wat beter uit, maar de inhoud liet te wensen over. Ze stuurde me regelmatig lesvoorbereidingen van lessen die ik al gegeven had. Natuurlijk is het mijn taak als begeleidster om haar hierin te helpen, maar ik vind het wel vermoeiend en onnodig. Als ik haar een planning stuur, mag ik toch verwachten dat ze die kan aflezen?

Ook tijdens de lessen zelf denk ik regelmatig: doe ik er goed aan om haar mijn lessen te laten overnemen? Ze stelt minder eisen aan de leerlingen dan ik. Zo hecht ze bijvoorbeeld minder waarde aan het opschrijven van berekeningen, terwijl dat juist zo belangrijk is bij het vak wiskunde. Ik kreeg van iemand de goede tip om eens samen een les voor te bereiden met haar, zodat ik dit soort dingen met haar kan bespreken voordat ze de les geeft, maar ook dat bleek niet te werken. Van tevoren zegt ze namelijk wel dat ze nadruk zal leggen op het noteren van berekeningen, maar zodra ze voor de klas staat, loopt ze les toch anders dan ze in gedachten had.

Ik merk een wereld van verschil tussen mijn stagiaire van nu en mijn stagiaire van vorig jaar. Het verschil is zelfs zo groot, dat ik betwijfel of ik volgend jaar nog stagebegeleidster wil zijn. Natuurlijk zitten er veel positieve kanten aan, maar ik merk dat ik tijdens de lessen die mijn stagiaire niet geeft extra hard moet werken om haar "fouten" recht te zetten.

Heb jij weleens een stagiaire gehad? Wat zijn jouw ervaringen?

Liefs!

woensdag 28 september 2016

Voordelen van een stagiaire

Vorig jaar, vlak voor de kerstvakantie, werd me gevraagd of ik een stagiaire wilde begeleiden. In eerste instantie had ik daar niet heel veel zin in. Ik zat in een enorm drukke periode en had last van een dip(je). Ik zat niet te wachten op nóg meer werk. Uiteindelijk heb ik er toch voor gekozen om het wel te doen. Waarom? 

Toen ik aangaf dat ik op dat moment al overvol met werk zat, werd meteen gezegd dat een stagiaire ook heel veel werk van je weg kan nemen. In eerste instantie dacht ik aan nakijk- en kopieerwerk en vooral dat eerste is werk dat ik liever zelf doe. Ik wil weten hoe mijn leerlingen ervoor staan en bovendien is de kans groot dat de stagiaire het werk anders (soepeler) nakijkt. Dat wilde ik niet. Maar er is ook heel veel ander werk dat de stagiaire over kan nemen: de lessen natuurlijk! 

Mijn eerste stagiaire was een fijne: het lesgeven ging ontzettend goed, waardoor ik haar al vrij snel alleen kon laten in het lokaal. Af en toe liep ik eventjes weg voor een bezoekje aan het toilet of het halen van een kopje koffie, maar die "uitstapjes" werden steeds wat langer. Even wat kopieerwerk, een toets in elkaar zetten, langs een collega voor werkoverleg, dat soort dingen. Toen ik doorhad dat ik haar met een gerust gevoel kon achterlaten, merkte ik dat het zeker ook voordelen heeft om een stagiaire te begeleiden. Het lukte om al mijn nakijkwerk af te ronden onder mijn eigen lestijd, waardoor ik 's avonds minder hoefde te doen. Hoe fijn is dat!

Daarnaast merkte ik al vrij snel nog een heel groot voordeel: door naar andere docenten te kijken, kom je veel over je eigen lesgeven te weten. Er wordt als het ware een spiegel voorgehouden. Je ziet van een afstandje wat voor effect bepaalde handelingen op de leerlingen hebben en zo kun je je eigen lessen ook anders aanpakken. Heel interessant!

Daarbij was mijn vorige stagiaire heel erg bezig met activerende werkvormen: elke les had ze weer een spel, een gezellige powerpoint of iets anders bedacht om de leerlingen een leuke tijd te bezorgen. Al die werkvormen zorgden er bij mij voor dat ik zelf ook zin had om leuke lessen te ontwerpen.

Vertel eens: heb jij weleens een stagiaire gehad? Welke voordelen heb jij ervaren?

Liefs!

woensdag 7 mei 2014

Tip: Laat ze zelf iets uitleggen (#39)

Eén van de leukste stages is een stage op een internationale school geweest. Het was mijn tweede stage, na een beroerde eerste stage voortijdig te hebben beëindigd, en ik vond het geweldig. Het was zo anders dan mijn eerste stage en ik heb nog nooit zo veel van het onderwijs gehouden als toen. De leerlingen, die niet tot nauwelijks Nederlands spraken, krijgen een behoorlijk aantal uren Nederlands in de week, maar daarnaast ook wiskunde/rekenen (en andere vakken natuurlijk). Er waren twee soorten klassen: de leerlingen die nog maar heel kort in Nederland waren en de leerlingen die er al iets langer zijn. Bij beide groepen moest je enorm op je taalgebruik letten, alles net even wat extra uitleg geven en zo goed mogelijk articuleren.
Hoofdstuk 8, tip 4: Laat ze zelf iets uitleggen
Zelf iets uitleggen in het Nederlands vinden kinderen soms lastig: ze beginnen te stamelen, ze formuleren gebrekkig. Ga ze niet ‘helpen’ door het voor ze in te vullen. Je helpt ze er namelijk niet echt mee. Kinderen leren een taal vooral door zelf veel te praten en woorden te geven aan hun gedachten. Laat ze daar mee oefenen, want alleen luisteren en lezen is niet genoeg.
Bij de heel-kort-in-Nederland-groep heb ik deze tip vaak toegepast. Ik kreeg een klein groepje sterke rekenaars toegewezen. De kinderen in dat groepje spraken de taal niet heel erg goed. Mijn taak was om met deze kinderen een rekentoets te bespreken van het Cito en dan vooral naar de vraagstelling te kijken. Voor Nederlandse kinderen is de rekentoets goed te maken, maar voor leerlingen die de taal niet spreken, is dat toch een stuk lastiger.
Ik vroeg de leerlingen heel goed naar de sommen te kijken, en soms ook naar de plaatjes, en vervolgens moesten ze aan mij uitleggen wat ze bij die som moesten doen. Ik probeerde ze zo veel mogelijk zelf te laten praten, ze mochten elkaar aanvullen als de ander er echt niet uit kwam, maar ik probeerde zelf zo min mogelijk te verklappen.
Nu ik dit stukje heb geschreven, besef ik wel dat ik deze stage echt heel erg mis. De kinderen waren zo lief, ze waren dankbaar voor de lessen (en bedankten me ook aan het einde van een les!) en ook de collega’s waren heel lief en behulpzaak. Aaah, mag ik de tijd terugdraaien?
Liefs!

zondag 21 april 2013

Herinnering: Zo moet het niet.

"Tempo, tempo, tempo," riep stagebegeleider nummer één tijdens een les die ik mocht observeren. De leerlingen waren rustig bezig met sommetjes maken en mijn stagebegeleider liep langs en schreeuwde constant dezelfde woorden naar de arme kinderen toe. 

"De kinderen zijn zo langzaam. Ze denken veel te lang na bij de sommen. Het moet op de automatische piloot gaan, daarom roep ik steeds dat ze tempo moeten maken." Dit vertelde hij me na afloop van de les. Ik stond er enorm van versteld. Ik had nog nooit eerder zo iemand voor de klas meegemaakt. Belachelijk!

"FOUT," schreeuwde hij toen een jongen voor het bord kwam om een opgave voor de rest van de klas uit te werken. Hij deed het blijkbaar niet goed. De jongen liep teleurgesteld terug naar zijn plaats en ging zitten. Iemand anders moest de opgave afmaken. "Iemand die het wel kan," riep mijn stagebegeleider er nog even achteraan.

"De leerlingen moeten weten wanneer ze iets fout doen. Daar leren ze van. En er is maar één manier om ze dat duidelijk te maken. Door het ze gewoon te zeggen." Ik vroeg me af of dat niet op een andere manier kon. Iets subtieler of zo, wat vriendelijker.

"Ze zijn gewoon dom," zei hij tegen mij aan het eind van het lesuur. Mijn oren klapperden na die woorden. Ze zijn gewoon dom? Mag je dat als docent zeggen?

Ik zeg niet dat hij een slechte docent was, die eerste stagebegeleider van mij. Maar ik zeg wel dat zijn manier van lesgeven absoluut niet lijkt op mijn lesstijl. Gelukkig heb ik van die man ook veel geleerd. Namelijk hoe het niet moet!

Liefs!

woensdag 17 april 2013

Tip: Evalueer ook met je klas (#18)

Ik had laatst een rotles. Écht een rotles. Je kunt het al raden: het was een les in 2havo. Uitgerekend die les zat mijn begeleidster achterin om mij de laatste tips te geven voor het geval mijn baas binnenkort in mijn les komt kijken.

Ik stuurde drie leerlingen eruit, ik gaf honderd waarschuwingen, ik heb miljoenen keren binnensmonds gevloekt en ik bleef maar naar de klok kijken of de bel al zou gaan. Vijf minuten voor de bel had ik het echt niet meer. “Ga allemaal op jullie eigen plek zitten. Ik trek het niet meer.”

Hoofdstuk 1, tip 6: Evalueer ook met je klas
Je kunt niet alleen veel leren van het commentaar van je begeleider, ook de leerlingen kunnen je waardevolle feedback geven. Evalueer dan ook met de kinderen in je klas wat er goed is gegaan. Meestal zeggen ze eerst alleen maar dat ze het wel leuk vonden, maar dan moet je nog even doorvragen. Vaak komen ze met goede, scherpe tips en opmerkingen. Dat je zo vaak ‘ssst’ zegt, bijvoorbeeld.

“Ik ga heel eerlijk tegen jullie zijn. Ik vind het heel moeilijk om jullie te helpen én om tegelijkertijd de rest van de klas in de gaten te houden. Ik heb gemerkt dat dit in deze klas bijna niet te doen is. Ik wil iedereen dolgraag naar een hoger cijfer helpen, maar dat lukt niet als het ondertussen een dierentuin is in het lokaal. Dus hebben jullie tips voor me hoe ik jullie kan helpen én tegelijkertijd de klas in de gaten kan houden?”

En ja, daaruit kwamen een heleboel tips. Niet allemaal even bruikbaar, maar dat deed er op dat moment even niet toe. Ik wilde ze laten zien dat ik er echt wel bij stil stond dat mijn lesgeven anders moet en ik wilde hun mening daar ook over horen. De volgende dag zijn we daar op doorgegaan.

Ik heb de tip gelezen in het eerste hoofdstuk, “Stage”, maar ik vind hem hier niet helemaal op zijn plek staan. Ja, natuurlijk moet je tijdens je stage met je klas evalueren. Maar ook nog het jaar erna, en ook nog vijf/tien/twintig jaar later. Het probleem met lesgeven is dat jouw manier van werken misschien bij de ene klas wel heel goed werkt, maar in de andere klas totaal niet. Je zult dus altijd moeten blijven evalueren. Alleen of, zoals in deze tip staat beschreven, met de klas.

Liefs!

woensdag 3 april 2013

Tip: Weet wat je wilt leren (#17)

Alle tips zijn afkomstig uit het boekje “282 tips voor leerkrachten”, uitgegeven door de Algemene onderwijsbond.

Ik weet nog goed dat ik een lamme hand kreeg van al het schrijfwerk tijdens mijn stage. Ik wilde alles wat er werd gezegd en gedaan opschrijven. Als de les was afgelopen was het me gelukt om de halve les bijna letterlijk op te schrijven. De rest liet ik zitten. Ik wilde zo ontzettend veel dingen opschrijven, ook de onbelangrijke dingen, terwijl ik die dingen nooit meer zou teruglezen. Lekker belangrijk wat de docent precies vertelde toen hij zijn les ging openen. Of wat hij als antwoord teruggaf op een leerling.

Hoofdstuk 1, tip 1: Weet wat je wilt leren
Als je ‘gewoon maar wat doet’, schiet je weinig met je stage op. Het belangrijkste is dan ook dat je goed weet wat je in je stage wilt leren. Laat dit ook aan je begeleider en je mentor weten, zodat zij je daarin kunnen ondersteunen. En om te voorkomen dat je je stage van dag tot dag moet vormgeven, kun je het beste een weekplanning maken. Zo zorg je ervoor dat je daadwerkelijk leert wat je wilt leren.

Pas later in dat jaar werd me duidelijk dat je niet alles zo letterlijk op hoeft te schrijven. Het is vooral belangrijk dat je let op de punten die voor jou belangrijk zijn. Zo wilde ik bijvoorbeeld in het eerste jaar dat ik stage liep letten op het houden van orde. Dat is een ontzettend algemene term en ik wist ook totaal niet wat ik daarmee bedoelde. Daarom schrijf ik gewoon alles op wat ermee te maken had. Boze blikken, “ssst”, wat voor waarschuwingen er werden gegeven, wat de mimiek daarbij was etc. Pas later in de opleiding werd het echt duidelijk wat ik wilde.

Toen ik eenmaal ook zelf les ging geven moest ik natuurlijk aan mijn begeleider(s) doorgeven waar zij op moesten letten. Dit was uiteraard weer het houden van orde, maar ook op mijn mimiek en hoe ik harder kon optreden ten opzichte van de leerlingen zonder boos te worden. Want ook de begeleider(s) kan/kunnen zo gericht kijken naar mijn les en tips geven op de punten waar ik ze nodig heb.

Wat je dus moet doen voordat je met stage begint? Stel een lijst op met punten waar jij op gaat letten bij je begeleider of bij de docent bij wie je eens een kijkje neemt. Lijkt het je lastig om een les af te sluiten? Zoom daar dan vooral op in bij het maken van aantekeningen. Of vraag je je af wat voor soort waarschuwingen je kunt geven? Let dan heel goed op wat voor soort waarschuwingen er worden uitgesproken.
Wat je moet doen als je al wat verder in je stage bent en zelf ook al lessen aan het geven bent? Stel een lijst op met punten waar je moeite mee hebt en extra aandacht voor wilt vragen. Geef dit – samen met je lesvoorbereiding – aan je stagebegeleider. Hij/zij kan dan specifiek op de punten letten waar jij om hebt gevraagd. Wat je ook kunt doen is elke les een nieuw lijstje opstellen. De ene week wordt er alleen gelet op het houden van orde, de andere les op het contact met de leerlingen.

Liefs!

zondag 10 maart 2013

Herinnering: Ik wil niet!

Op mijn laatste stageschool heb ik dagen gehad dat ik echt niet wilde. Ik wilde mijn bed niet uitkomen, ik wilde niet naar stage, ik wilde geen les geven, ik wilde geen les observeren. En wat doe je dan? Gewoon, zeggen dat je niet wilt. Maar dan verpakt in een mooi jasje. “Ik ben gisteren tot heel laat bezig geweest met een opdracht voor school. Ik heb geen tijd gehad om de lessen voor te bereiden.” – “Ik voel me al de hele week niet zo lekker. Ik kom morgen niet naar stage. Sorry.” – “Ik moet vrijdag mijn portfolio inleveren. Ik kom morgen wel naar stage, maar ik ga dan de hele dag achter de computer werken om mijn portfolio af te krijgen. Ik ben dus niet bij de les van klas X.”

Ik heb zo ontzettend veel smoesjes verzonnen. Alles om maar niets te hoeven doen wat op stage lijkt. Gelukkig kreeg ik, mede door mijn achtergrond, maar ongetwijfeld ook mede door mijn onschuld, nooit problemen. Ze wisten dat ik een zwaar jaar achter de rug had en dat ik daar nog steeds last van had. Ze toonden begrip voor mijn situatie en daar maakte ik (iets te vaak) misbruik van. Wonder boven wonder zagen ze wel een docent in me en hebben ze het me gegund om binnen korte tijd mijn stage af te ronden.

Heel soms mis ik die tijd wel. De dagen dat ik gewoon achterin de klas mocht zitten in plaats van dat ik les moest geven. Dat ik gewoon met mijn mobieltje kon spelen, boodschappenlijstjes kon maken, portfolioplanningen kon maken en al het andere wat weinig met observeren te maken had. Toch ben ik ook wel blij dat ik die Elseline niet meer ben. Ik sta vaker mét plezier voor de klas dan zonder. Ik mopper als mijn wekker weer om half zes gaat, maar dat zet ik dan snel van me af. Ik raak mijn telefoon nauwelijks aan als ik op mijn werk ben, laat staan dat ik het in de les doe. En me ziekmelden? Dat doe ik alleen bij hoge uitzondering. En zelfs dan voel ik me de hele dag enorm schuldig.

Ik had een jaar geleden absoluut niet durven hopen dat het nu zo goed met me zou gaan. Nog steeds denk ik dat ik in één grote droom leef. Maar dan knijp ik mezelf weer even en dan weet ik: dit is allemaal echt!
 
Liefs!

donderdag 15 november 2012

Update: Hoe is het als beginnend docent?


Ik denk dat dit de ideale dag is om deze blog te schrijven. Ik heb vandaag een ontzettend fijne dag achter de rug en eigenlijk staat deze dag symbool voor de afgelopen elf weken op mijn nieuwe werk. Want na zo’n lange periode wordt het tijd voor een update. Hoe is het nu als beginnend docent en wat ervaar ik als de grootste verschillen met toen ik nog een stagiaire was?

Het grootste verschil tussen vroeger en nu is dat mijn onzekerheid enorm is gedaald. Vroeger – dat wil zeggen: nog geen half jaar geleden – werd ik om bijna elke opmerking onzeker, of het nu positief of minder positief bedoeld was. Als er maar tegen me werd gezegd dat ik iets moest veranderen, dan had ik een vreselijke dag. Shit, dacht ik dan, ik doe het weer niet goed. Nu krijg ik dat soort opmerkingen niet meer dan dat heeft een enorm positieve invloed op me.

Ik straal meer. Ik merk dat ik een stuk meer lach voor de klas dan vroeger. Waarschijnlijk komt dat doordat ik niet het idee heb dat ik altijd wordt gecontroleerd. Want zo zag ik de begeleiding vaak. Als een controle of ik het allemaal wel goed deed. Nu heb ik het idee dat ik “legaal” mag lachen voor de klas. Dat ik mijn werk met een lach en een grapje mag combineren. En dat ik nu legaal mag stralen voor de klas heeft ook een positieve uitwerking op de band met de klas. De leerlingen zeggen me nu niet alleen meer gedaan in het lokaal, maar ook buiten op het schoolplein of in de wandelgangen.

Ik heb geen huiswerkopdrachten meer te doen thuis, wat betekent dat ik veel meer vrije tijd over houd. Als ik ’s middags, ergens tussen twee en vijf, thuis kom, dan kan het relaxen beginnen. Ik heb geen huiswerk meer, geen verslagen meer die nog even af moeten en ik hoef niet meer te leren voor tentamens. En hoewel ik gek ben op het schrijven van verslagen en het leren voor tentamens (echt!), vind ik tv kijken, boeken lezen en andere dingen doen toch wel een stuk fijner!

Ik hoef me niet meer te verantwoorden tegenover mijn begeleiders. “Waarom pakte je dit op deze manier aan en niet op die andere manier?” of “je had hem beter op de gang kunnen zetten in plaats van dat je alleen een waarschuwing geeft” zijn twee dingen die ik nu niet meer te horen krijg. En zo zijn er nog vele opmerkingen die ik in het verleden wel vaak hoorde, maar die ik in de toekomst waarschijnlijk niet heel veel meer ga horen. Ik hoef niet meer uit te leggen waarom ik denk dat manier A beter werkt dan manier B of waarom ik de ene leerling wel strafwerk heb gegeven en de andere leerling niet. Het is mijn lokaal, dus er gelden nu mijn regels. Dat weet ik, dat weten de leerlingen en dat weten mijn collega’s ook.

Over collega’s gesproken, ook dat gaat een stuk beter. Ik voel me nog steeds wel “de nieuweling”, maar “de stagiaire” ben ik niet meer en zo voel ik me ook niet meer. Het contact met de collega’s gaat een stuk beter dan op mijn stages en ik denk dat het in de toekomst, als ik me wat meer op mijn gemak voel, nog beter zal worden.

Kortom, ik vind het heerlijk om nu eens echt aan het werk te zijn als beginnend docente. Natuurlijk, ’s morgens zou ik wel eens willen dat ik langer kon blijven liggen, op vrijdag kijk ik enorm uit na het weekend en na een paar weken mag de vakantie wat mij betreft wel beginnen, maar er zijn gelukkig meer dan genoeg momenten waarop ik denk dat ik de leukste baan van de wereld heb.

Liefs!

maandag 24 september 2012

Directe instructie

Ik weet nog dat er een periode was dat ik helemaal gek werd van deze twee woorden. Ze werden te pas en te onpas gebruikt in de personeelskamer van mijn stageschool waar álle docenten deze lesvorm bij álle lessen moesten gebruiken. Ten minste, dat was het idee van de school. Om heel eerlijk te zijn kotste iedereen het principe uit en werd de lesvorm alleen toegepast als de begeleidster langskwam om de les te beoordelen.

Directe instructie is een lesvorm waarbij op zes fasen wordt ingezoomd.
Fase 1: Activeren van voorkennis, terugblik
Fase 2: Oriëntatie op het (nieuwe) onderwerp, doel van de les
Fase 3: Kern van de les, instructie
Fase 4: Oefenen
Fase 5: Verwerking
Fase 6: Reflectie op inhoud van de les, eigen leerproces en gedrag
 
Tijdens de eerste lessen dat de begeleidster kwam kijken heb ik me verplicht gehouden aan deze zes fasen van het instructiemodel. Mijn lesvoorbereidingen waren gericht op deze fasen en per onderdeel beschreef ik precies wat ze van me verwachtte. De lessen gaf ik met tegenzin. Ik hou er niet van om manieren opgelegd te krijgen, omdat het in mijn ogen heel statisch overkomt. Geef me liever tips zodat ik zelf kan kijken wat ik ermee doe.
Toch bleek het directe instructiemodel wel te werken in mijn lessen. Door eerst de voorkennis op een leuke manier te activeren (“Hmm, waar waren we ook al weer gebleven, ik weet het even niet meer. Wat hebben we ook al weer in de vorige les gedaan?”) en vervolgens het doel van de les te vermelden, zijn de leerlingen veel bewuster bezig met de lesstof. Als je aan het eind van de les ook nog eens herhaalt wat de leerlingen hebben opgestoken van de nieuwe stof, ben je al helemaal dichtbij een didactisch goede les.

Het directe instructiemodel voelde in het begin voor mij heel gemaakt en heel nep. Ik had er geen zin in om bij elke les te vertellen wat het doel van de les was. (“Goedemorgen allemaal. Het doel van vandaag is dat jullie de oppervlakte van een cirkel kunnen uitrekenen.”) Ik vraag me ook heel erg af hoe dat op leerlingen overkomt. Naarmate ik eenmaal doorhad hoe ik het model in een andere vorm kon gieten (“Vandaag ga ik jullie leren hoe je de oppervlakte van een cirkel kunt uitrekenen.”), voelde het voor mij een stuk natuurlijker. Ik merk nu dat dit model goed werkt en dat de leerlingen bewuster bezig zijn met de stof. Het komt wel eens voor dat ik vergeet terug te blikken of bewust de instructie over sla, maar het vermelden van het doel van de les en het reflecteren achteraf plan ik wel in vrijwel iedere les in.

Liefs!

Volgende week: Hoe activeer je de voorkennis van de leerlingen?

dinsdag 7 augustus 2012

Ervaringen: Stagebegeleiders

Na alle schooltypes, waar ik ervaring mee heb, te hebben besproken, ga ik het nu hebben over mijn ervaringen met stagebegeleiders. Ik heb vier “echte” stagebegeleiders gehad. Daarnaast zijn er nog een stuk of tien bij wie ik wel lessen heb gegeven, maar die niet mijn officiële begeleiders zijn geweest.

Over het algemeen ben ik best tevreden geweest met mijn stagebegeleiders. Ik heb tijdens mijn drie jaar stage-ervaring veel geleerd en alle begeleiders hielpen me met een ander onderdeel van het lesgeven. Er is één begeleider die niet binnen het rijtje past en mijn mening over de begeleiding ook zwaar naar beneden trekt. Helaas voor mij was het ook meteen mijn eerste begeleider. Na mijn allereerste les (denk aan: dertig gillende kinderen) heeft hij een boos mailtje naar mijn begeleidster van de hogeschool gestuurd. Ze kan het niet en ze zal het ook nooit kunnen. Dat was de rode draad van de e-mail. Ik kreeg van mijn begeleider nog één kans en mijn begeleidster van de hogeschool moest daarbij zijn van hem. Deze kans heb ik volgens de stagebegeleider verpest. Op advies van mijn docent van de opleiding ben ik daar dan ook weggegaan. Van zo iemand kun je niet leren.

Over mijn andere stagebegeleiders ben ik gelukkig wel tevreden. Zij hebben mij laten zien dat lesgeven veel meer is dan alleen kennis overbrengen. Mijn tweede begeleidster heeft mij geleerd op educatieve werkvormen te verzinnen en toe te passen, mijn derde begeleidster leerde mij om orde te houden en mijn laatste begeleider… Tja, wat leerde ik van hem? Vooral het krijgen van zelfvertrouwen voor de klas, want dat was ik na mijn eerste stage kwijtgeraakt.

vrijdag 3 augustus 2012

Tip: Respecteer je stagementor (#1)

Alle tips zijn afkomstig uit het boekje “282 tips voor leerkrachten”, uitgegeven door de Algemene onderwijsbond.

Ik heb ervoor gekozen om deze tip als eerst te gebruiken, omdat deze heel nauw samenvalt met mijn post voor komende dinsdag. Elke dinsdag vertel ik iets over mijn ervaringen, aanstaande dinsdag zal in het teken staan van mijn stagebegeleidsters.

Hoofdstuk 1, tip 3: Respecteer je stagementor
Heb respect voor je mentor. Natuurlijk moet je kritisch kijken naar zijn manier van lesgeven. Misschien doet hij wel dingen die jij nooit zou doen, maar respecteer zijn manier van lesgeven. Leer van hem en veroordeel nooit! Je mag van je begeleider verwachten dat hij jou ook respecteert.

Gedurende mijn opleiding heb ik bij enorm veel docenten hun lessen bekeken. In eerste instantie was dit omdat het roostertechnisch beter uitkwam, maar een heel groot bijkomend voordeel is dat alle docenten op een andere manier lesgeven. Vaak is er wel iets in een docent wat jou aanstaat en wat jij ook wilt gebruiken in jouw lesstijl. Daar tegenover staan honderden dingen die jou niet aanstaan. Ik heb zelf eens meegemaakt dat een docent tegen de kinderen schreeuwde of vertelde dat de kinderen dom zijn. Of ik dan nog respect voor zo iemand heb? Het kost me in ieder geval heel veel moeite. Tegen leerlingen schreeuwen kan ik me nog voorstellen. Een docent kan boos worden en uit zijn slof schieten. Maar zeggen dat de leerlingen dom zijn? No way. Ik vind het zelf heel belangrijk dat de leerlingen zelfvertrouwen hebben en daarom strooi ik ook vaak met (gemeende) complimenten. Een docent die tegen iemand zegt dat hij/zij dom is, daar kan ik met mijn hoofd niet bij. Zijn manier van lesgeven én zijn manier van oordelen ten opzichte van mij heeft er dan ook voor gezorgd dat ik snel weg was op deze stageschool.

In de jaren erna zijn er nog genoeg momenten geweest dat ik bij het bekijken van een docent dacht: dat zou ik anders doen. Of ik dan nog respect heb voor hem/haar: JA! Iedereen heeft een andere lesstijl en het is een hele kleine kans dat een docent precies zo lesgeeft als jij ook wilt doet. Dat zou ook raar zijn, want geen mens is hetzelfde. Toch kun je ook van deze docenten heel veel leren. Want werkt bijvoorbeeld jouw methode van nakijken niet? Probeer dan eens een manier die je hebt afgekeken van een andere docent. Er is altijd wel iets wat wel werkt.

Liefs!

dinsdag 31 juli 2012

Ervaringen: HAVO/VWO

Ik vraag me af of ik deze post wel moet schrijven, omdat hij natuurlijk heel erg samenhangt met mijn log waarin ik mijn ervaring op het VMBO deel. Ach, laat ik het toch maar doen voor de compleetheid.

Ik heb drie keer op een HAVO/VWO-school stage gelopen. Mijn eerste stage was op mijn eigen middelbare school. Ik heb er slechts drie keer lesgegeven, daarna had ik het al snel gezien. Ik kon totaal niet overweg met mijn stagebegeleider, daarover later meer, en mijn begeleidster van de hogeschool zei ook dat het beter voor me was als ik daar weg zou gaan. Mijn tweede stageschool was de school met internationale schakelklassen. Dit is absoluut niet te vergelijken met een reguliere HAVO/VWO-school, omdat de nadruk vooral ligt op het leren van correct Nederlands. Mijn derde HAVO/VWO-ervaring is op de school met daltononderwijs. Pas hier zag ik goed het verschil tussen een VMBO-school en een HAVO/VWO-school.

Mijn voorkeur ging altijd uit naar een hoger niveau om les aan te geven. Ik ben ook begonnen op de universiteit, omdat ik graag de bovenbouw van HAVO en VWO les wilde geven. Ik heb zelf een VWO-diploma gehaald en ik kon me totaal niet inleven in VMBO-leerlingen. Daarnaast vond ik het niveau van de stof op HAVO en VWO beter bij mij passen. Er zat meer uitdaging en diepgang in. Ook heb ik gemerkt dat de leerlingen veel nieuwsgieriger zijn, wat ik alleen maar leuk vind.

Als je mijn ervaringen op het VMBO leest, weet je dat mijn mening over deze leerlingen heel erg is veranderd. Ik denk dat ik de leerlingen op dit niveau juist leuker vind dan op het VWO. Ze zijn veel directer, ze staan vaker open voor andere werkvormen en je kunt veel meer met ze lachen. Ik twijfel dan ook heel erg wat ik leuker vind. De reden dat ik nu heb gekozen om op een HAVO/VWO-school te werken, heeft puur te maken met de veiligheid. Ik heb op het VMBO vaker problemen gehad met orde houden dan op de hogere niveaus en omdat ik vanaf nu (veel) minder begeleiding ga krijgen, leek het mij verstandiger om te kiezen voor een HAVO/VWO-school.

Nog even mijn voor- en nadelen op een rijtje.

Voordelen
Het is makkelijker op orde te houden
De stof is uitdagend en heeft diepgang
Ervaring op een hoger niveau is makkelijk als je door wilt stromen naar een eerstegraadsopleiding

Nadelen
De leerlingen zijn minder direct
De leerlingen staan minder open voor activerende werkvormen

Liefs!

#Klik hier om te lezen over mijn andere ervaringen

dinsdag 24 juli 2012

Ervaringen: VMBO

Ik kon mezelf wel voor mijn kop slaan. Aan het eind van mijn tweede studiejaar was ik te lui geweest om een stageplaats te zoeken, waardoor alle HAVO/VWO-scholen geen plek meer hadden voor mij. Er zat toen maar één ding op: op zoek gaan naar een stageplek op een VMBO-school. Ik had er totaal geen zin in aan het begin van het jaar. Wat als de leerlingen echt met wapens naar school komen? Zal ik echt geen orde kunnen houden? Wat als één van die leerlingen me bedreigt? Nee, VMBO leek niets voor mij.

Totdat ik in de eerste weken merkte dat die kinderen helemaal niet gewelddadig zijn. De leerlingen waren ontzettend leuk, heel direct en hadden heel veel humor. Orde houden was wel een aandachtspuntje, maar daar hadden alle studenten het moeilijk mee op dat moment. Ik merkte dat je in een VMBO-klas veel meer kunt qua werkvormen dan in een HAVO/VWO-klas. Ook het inrichten van de lessen is een stuk leuker. Omdat de doorsnee VMBO-leerling een hele korte concentratieboog heeft, is het belangrijk dat er heel veel afwisseling zit in de les. Een leerling kan vaak maximaal tien minuten hetzelfde doen, daarna is het belangrijk dat er een leswissel plaatsvindt. Aan het begin vond ik dat erg lastig. Ik wilde gewoon uitleg geven en de leerlingen vervolgens aan het werk zetten, maar dat bleek niet te gaan. Door veel te oefenen ging het me steeds beter af om elke tien minuten iets anders te verzinnen. Een activerende werkvorm, een wiskundig spelletje, een klassengesprek of gewoon een nieuw stukje stof uitleggen… Halverwege het jaar vond mijn stagebegeleidster dat het zo goed ging, dat ze me haar klassen toevertrouwde terwijl zij thuis met ziekteverlof zat. Ik snap natuurlijk wel dat het voor de school makkelijker (en goedkoper) is om de uren op te laten vullen door een stagiaire dan door een nieuwe docent, maar ik weet ook dat ze me absoluut niet zouden aannemen als ze geen vertrouwen in me hadden.

Of ik weer op een VMBO-school zou willen werken? Ja. Ik zou zeker nog eens aan VMBO-tl les willen geven, omdat ik dit type leerlingen erg leuk vind. Lager dan de theoretische leerweg zou ik niet willen gaan, omdat er dan nog maar heel weinig uitdaging in de stof zit.

Nog even mijn mening op een rijtje.

Voordelen
Leuke leerlingen, heel direct
Vaak kleine klassen, waardoor je goed overzicht hebt
Veel mogelijkheden wat betreft werkvormen
Door de openheid van de leerlingen krijg je sneller een band met ze

Nadelen
Het is lastiger om orde te houden
Er zit weinig diepgang in de wiskunde

Liefs!

dinsdag 17 juli 2012

Ervaringen: Kleine school

Vorige week had ik het over een grote school. Deze post zal in het teken van een kleine school gaan. Mijn mening daarover zal makkelijk te raden zijn na het lezen van mijn mening over een grote school, maar ik zal het allemaal nog een keer op een rijtje zetten.

Om te beginnen: een kleine school zie ik als een school met minder dan duizend leerlingen, of zelfs nog minder.
Ik heb twee ervaringen met een kleine school. De eerste kleine school was een school met internationale schakelklassen. Hier is al eerder een post over geweest (klik). Ik weet niet precies hoeveel leerlingen op deze school zaten, maar ik schat tussen de vierhonderd en vijfhonderd leerlingen.
Mijn tweede ervaring was op een school met VMBO-tl-leerlingen, waar volgende week een post over zal komen. Op deze school zaten ongeveer zeshonderd leerlingen.

Voordat ik begon met mijn stage op een kleine school had ik geen idee van het bestaan van dit soort kleine scholen. Ik dacht altijd dat middelbare scholen standaard rond de tweeduizend leerlingen hadden. Daarom noemden we het op de basisschool ook altijd “de grote school”. Toen ik mijn eerste stage had gelopen op een kleine school, had ik nog steeds geen benul van wat een kleine school was. Oké, ik had een half jaar doorgebracht tussen slechts vijfhonderd leerlingen, maar dat was toch omdat het speciaal onderwijs was? Niet dus. Er zijn dus blijkbaar ook kleine scholen waar ze wel regulier onderwijs geven. Wat een eyeopener.

Op de tweede kleine school kwam ik een oud-docent van mij tegen. Ik vroeg haar waarom ze was geswitcht van school en daarop antwoordde ze dat ze liever op een kleinere school les wilde geven. Vanaf dat moment ben ook ik de voordelen in gaan zien van een kleine school. Je kent alle leerlingen, er is vaak een goede band met de collega’s, je kent behalve de docenten ook al het andere personeel, je kent het hele gebouw van onder tot boven en van links naar rechts… Er zijn voor mij genoeg redenen om een kleine school boven een grote school te verkiezen. Omdat ik voor deze post de voor- én de nadelen van een kleine school wil noteren, heb ik diep zitten graven. Ik zie zelf geen nadelen van een kleine school, maar ik kan me voorstellen dat anderen deze wel zien. De twee grootste nadelen zijn dat er maar weinig klassen zijn en dat je er dus niet altijd zeker van bent dat je je favoriete klassen lesgeeft, en dat er weinig sectieleden zijn. Op een grote school is de kans veel groter dat je het met iemand van je sectie goed kunt vinden dan op een kleine school. Ik heb hier absoluut geen last van gehad, maar ik kan me voorstellen dat anderen dit als een nadeel kunnen zien.

Dan, zoals altijd, nog even mijn voor- en nadelen op een rijtje.

Voordelen
Je kent alle leerlingen.
Je kent al het personeel, zowel de docenten als het personeel van de administratie, de conciërges, het personeel van de kantine etc.
Je kent het hele gebouw.
De vaksecties zijn klein, waardoor er vaak een goede band onderling is.

Nadelen
Er zijn weinig klassen, dus de kans is klein dat je je favoriete klas mag gaan lesgeven.
Als je het niet met je sectiegenoten kunt vinden, heb je pech. Heel veel pech. De secties zijn namelijk erg klein.

Liefs!

dinsdag 10 juli 2012

Ervaringen: Grote school

Voordat ik begon aan het schrijven van deze log heb ik even opgezocht wat een grote school (en een kleine school) precies is. Ik heb nergens de grens hiertussen kunnen vinden en daarom heb ik deze grens zelf gesteld. Een grote school vind ik een school met meer dan duizend leerlingen. Een kleine school is een school met minder dan duizend leerlingen.

Ik heb zelf op een grote middelbare school gezeten. Mijn school telde ongeveer 2200 leerlingen, verdeeld over twee locaties. Dagelijks liep ik tussen zo’n 1500 andere leerlingen en na verloop van tijd weet je niet beter. Ik was niets anders gewend, dus ik heb er nooit problemen mee gehad.

Als docent kijk ik heel anders tegen een grote school aan. Mijn eerste stageschool was mijn oude middelbare school, dus tot zover vond ik het niet vervelend. Mijn mening over een grote school veranderde pas toen ik, twee jaar nadat ik op een kleine school stage had gelopen, terugkeerde naar een grote school. Ik heb mijn periode op de kleine scholen als heel positief en warm ervaren (daarover later meer) en een grote school voelde ineens heel kil en koud aan. Ik kende slechts een beperkt aantal docenten en van de leerlingen kende ik alleen mijn eigen klassen. Als ik de school binnen liep, voelde ik me heel klein worden. Sterker nog, ik voelde me net een leerling. Daar kwam ook nog eens bij dat ik halverwege het jaar binnen kwam en dat ik nooit een goede rondleiding heb gekregen. Ik wist de lokalen te vinden waar ik les moest geven, maar de aula? Geen flauw idee.

Natuurlijk heeft een grote school ook wel voordelen. Op een kleine school is er maar een kleine wiskundesectie, vaak van hooguit vier of vijf docenten. Op een grote school bestaat een wiskundesectie uit vijftien tot twintig wiskundedocenten, soms zelfs nog meer. Behalve het feit dat de kans kleiner is dat je vervelende taken op je bordje krijgt, is de kans ook heel groot dat je kunt opschieten met je collega’s. Er zit tenslotte altijd wel iemand tussen met wie je het kunt vinden. Dat is met die vier docenten op een kleine school wel anders. (Overigens kon ik het ook met die vier goed vinden, maar het had natuurlijk gekund van niet…)
Daarnaast zijn er natuurlijk veel klassen. Ik vind het zelf erg leuk om de brugklassen les te geven. Als er daar veel van zijn, is de kans groot dat jij (onder andere) de brugklassen toegewezen krijgt.

Nog even mijn voor- en nadelen op een rijtje wat betreft de “grote school”.

Voordelen
Je hebt veel collega’s, wat het wel zo gezellig maakt.
Er zijn veel klassen, dus de kans is groot dat je je favoriete klas mag gaan lesgeven.

Nadelen
De band met veel collega’s is niet diepgaand, omdat je vaak 100 collega’s hebt.
Je kent niet alle leerlingen, en zij kennen jou niet, wat er bij mij voor zorgde dat ik me een “niemand” voelde zodra ik het gebouw in liep.
Het gebouw is enorm en daar houd ik niet van.
Het is er vaak koud en kil en daar houd ik ook niet van.
Liefs!

dinsdag 3 juli 2012

Ervaringen: Daltononderwijs

Ik heb ongeveer een half jaar lang stage gelopen op een school met Daltononderwijs. Dit was op een middelbare school waar ik zelf ook naar toe wilde toen ik naar de brugklas ging. De reden dat ik toch voor het reguliere onderwijs heb gekozen is heel oppervlakkig: ik vond het gebouw niet mooi.

Toch ligt het Daltononderwijs mij wel. Ik ben zelf gek op plannen en mijn bureau, mijn computer én mijn telefoon zijn bezaaid met to do-lijstjes. Naast het eten van chocola (haha!) geeft het afstrepen van een taak op mijn to do-lijstje een gevoel van voldoening. Ik vind het dan ook heerlijk dat ik straks “Blog 8 schrijven” kan afstrepen van mijn lijstje! Ook zelfstandigheid is iets wat heel erg bij mij past en de discipline die je nodig hebt om de daltontaken af te ronden heb ik ook wel.

Of ik ook docent wil worden op een Daltonschool? Nee. Ik heb in die zes maanden tijd gezien dat leerlingen er als een berg tegenop kunnen zien om hun taken af te ronden en het komt dan ook geregeld voor dat de leerlingen grote achterstanden hebben. Deze achterstanden zijn alleen in te halen door alsnog alle stof te maken die op de studieplanners staan, terwijl je in het reguliere onderwijs vaak naar een andere (passende) oplossing zoekt. Daarbij is het de bedoeling dat alle docenten zich houden aan de studieplanners die gemaakt zijn per vakgroep. Dit is fijn voor de docenten die het zelf niet fijn vinden om een planning te maken, maar het heeft ook nadelen. Als een docent ziek is, wordt het van de leerlingen verlangd dat ze verder werken met de stof. Als de leerlingen echt zo zelfstandig zouden zijn, zou dat geen probleem zijn, maar wiskunde is nu eenmaal geen gemakkelijk vak. Het lukt de leerlingen niet om de stof voldoende te beheersen en daardoor neemt hun zelfvertrouwen af. Dat is één van de redenen dat ik niet zo willen werken op een school met vaste studieplanners. Ik heb liever een school met richtlijnen, waarbij de docent zelf de tijd mag verdelen. In dat geval is er namelijk veel meer ruimte om werkbladen te ontwikkelen die de stof uit het boek kunnen aanvullen of vervangen.

Nog even op een rijtje wat ik de voor- en nadelen van het Daltononderwijs vind.

Voordelen
Het stimuleert de leerlingen om zelfstandig te worden en om ze discipline bij te brengen.
Er zijn studieplanners gemaakt, waardoor je niet zelf de stof hoeft in te delen.

Nadelen
De leerlingen kunnen het tempo niet altijd bijbenen (of hebben gewoon geen zin in huiswerk), waardoor ze grote achterstanden hebben.
Er is weinig tot geen ruimte voor het ontwerpen met werkbladen.
Bij ziekte van een docent wordt het van de leerlingen verlangt dat ze zelf verder gaan met de stof, terwijl dit vaak onmogelijk blijkt.

Liefs!

dinsdag 26 juni 2012

Ervaringen: ISK

Gedurende mijn opleiding heb ik stage gelopen op verschillende scholen. Ik heb kennis gemaakt met het Daltononderwijs, maar ook met internationale schakelklassen. Ik heb stage gelopen op grote scholen, maar ook op kleinschalige scholen. Ik zal de komende weken inzoomen op al deze verschillende stagescholen en daarbij vertellen wat ik de voordelen en de nadelen van dat type onderwijs vind.

Deze post staat in het teken van de internationale schakelklassen. Dit was één van de eerste scholen waar ik stage mocht lopen. Mócht lopen, inderdaad, want ik vind het nog steeds een groot voorrecht dat ze mij hebben gevraagd om daar gedurende een paar maanden stage te lopen. In mijn log met de titel “Waarom kiezen voor het onderwijs?” laat ik al doorschemeren dat ik op een zwarte school heb gewerkt. Dit was niet zomaar een school. Dit was een school met internationale schakelklassen. Op zo’n school komen kinderen uit allerlei landen om vakken als Engels, wiskunde en aardrijkskunde te leren, maar ze krijgen vooral veel Nederlands. Heel veel Nederlands. Om welke reden dan ook zijn de kinderen naar Nederland gereisd. Soms met hun ouders, soms met hun broers of zussen en heel soms zelfs alleen. De verhalen hebben we heel erg ontroerd en in de tijd dat ik daar stage heb gelopen heb ik meer dan ooit geboft dat ik “gewoon” in Nederland ben geboren.
Omdat de school zo klein is, zaten alle niveaus bij elkaar in de klas. Er werd in de lessen erg veel gedifferentieerd. Dat maakte het lesgeven soms wel ingewikkelder, maar daardoor niet minder leuk. Er werd veel gewerkt met materiaal, omdat de taal soms een belemmering kon zijn. In de lessen moest ik heel veel rekening houden met de taalbarrière en alle moeilijke woorden moest ik goed articuleren en vaak ook meer dan eens uitleggen. Ondanks dat ik mezelf soms afvroeg of ik een docent wiskunde of een docent Nederlands was, had de school ontzettend veel voordelen. Het is een kleinschalige school, wat ik zelf erg fijn vind. Ik kende alle leerlingen en alle leerlingen kenden mij. De band met de collega’s was goed. De leerlingen zijn negen van de tien keer ontzettend dankbaar dat ze naar school mogen en dat ze op school veel positieve aandacht krijgen. De glimlach op hun gezicht zorgde er dan ook voor dat ik altijd met plezier voor de klas stond.

Nog even alles op een rijtje:

Voordelen
Het is een kleinschalige school.
Goede band met de leerlingen en de collega’s.
Hele fijne leerschool: je leert les te geven met materiaal, met verschillende werkvormen en met differentiëren op niveau.
De leerlingen zijn dankbaar dat ze onderwijs krijgen, waardoor het vaak ook makkelijk is om orde te houden.

Nadelen
Er is weinig diepgang in de wiskunde. De docenten die zich meer met wiskunde bezig willen houden dan met lesgeven, voelen zich hier vast niet thuis.  
Liefs!