dinsdag 10 juli 2012

Ervaringen: Grote school

Voordat ik begon aan het schrijven van deze log heb ik even opgezocht wat een grote school (en een kleine school) precies is. Ik heb nergens de grens hiertussen kunnen vinden en daarom heb ik deze grens zelf gesteld. Een grote school vind ik een school met meer dan duizend leerlingen. Een kleine school is een school met minder dan duizend leerlingen.

Ik heb zelf op een grote middelbare school gezeten. Mijn school telde ongeveer 2200 leerlingen, verdeeld over twee locaties. Dagelijks liep ik tussen zo’n 1500 andere leerlingen en na verloop van tijd weet je niet beter. Ik was niets anders gewend, dus ik heb er nooit problemen mee gehad.

Als docent kijk ik heel anders tegen een grote school aan. Mijn eerste stageschool was mijn oude middelbare school, dus tot zover vond ik het niet vervelend. Mijn mening over een grote school veranderde pas toen ik, twee jaar nadat ik op een kleine school stage had gelopen, terugkeerde naar een grote school. Ik heb mijn periode op de kleine scholen als heel positief en warm ervaren (daarover later meer) en een grote school voelde ineens heel kil en koud aan. Ik kende slechts een beperkt aantal docenten en van de leerlingen kende ik alleen mijn eigen klassen. Als ik de school binnen liep, voelde ik me heel klein worden. Sterker nog, ik voelde me net een leerling. Daar kwam ook nog eens bij dat ik halverwege het jaar binnen kwam en dat ik nooit een goede rondleiding heb gekregen. Ik wist de lokalen te vinden waar ik les moest geven, maar de aula? Geen flauw idee.

Natuurlijk heeft een grote school ook wel voordelen. Op een kleine school is er maar een kleine wiskundesectie, vaak van hooguit vier of vijf docenten. Op een grote school bestaat een wiskundesectie uit vijftien tot twintig wiskundedocenten, soms zelfs nog meer. Behalve het feit dat de kans kleiner is dat je vervelende taken op je bordje krijgt, is de kans ook heel groot dat je kunt opschieten met je collega’s. Er zit tenslotte altijd wel iemand tussen met wie je het kunt vinden. Dat is met die vier docenten op een kleine school wel anders. (Overigens kon ik het ook met die vier goed vinden, maar het had natuurlijk gekund van niet…)
Daarnaast zijn er natuurlijk veel klassen. Ik vind het zelf erg leuk om de brugklassen les te geven. Als er daar veel van zijn, is de kans groot dat jij (onder andere) de brugklassen toegewezen krijgt.

Nog even mijn voor- en nadelen op een rijtje wat betreft de “grote school”.

Voordelen
Je hebt veel collega’s, wat het wel zo gezellig maakt.
Er zijn veel klassen, dus de kans is groot dat je je favoriete klas mag gaan lesgeven.

Nadelen
De band met veel collega’s is niet diepgaand, omdat je vaak 100 collega’s hebt.
Je kent niet alle leerlingen, en zij kennen jou niet, wat er bij mij voor zorgde dat ik me een “niemand” voelde zodra ik het gebouw in liep.
Het gebouw is enorm en daar houd ik niet van.
Het is er vaak koud en kil en daar houd ik ook niet van.
Liefs!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen