Posts tonen met het label Tip van de week. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Tip van de week. Alle posts tonen

woensdag 21 mei 2014

Tip: Denk na over jezelf (#40)

De tijd van solliciteren is aangebroken, misschien ben ik zelfs al een beetje laat. Vandaag komt er een tip die voor een groot deel met solliciteren te maken heeft. Deze komt uit het hoofdstuk ‘De juiste baan’.
 
Hoofdstuk 29, tip 1: Denk na over jezelf
‘Wie ben ik? Wat kan ik? Wat wil ik? Waar pas ik?’ Dat zijn de vier vragen die je jezelf moet stellen. Ga na wat je tot nu toe gepresteerd hebt en bedenk welke kwaliteiten je daarvoor nodig had. Bespreek met goede vrienden en familieleden wat zij als jouw specifieke eigenschappen en vaardigheden zien. En wat kreeg je te horen tijdens je opleiding van medestudenten, docenten en stagebegeleiders? Dank vervolgens ook eens terug aan het begin van je studie. Waarom heb je ook alweer voor dit vak gekozen? Het belangrijkste: ga niet uit van de banen die beschikbaar zijn, maar bedenk waar je enthousiast van wordt.



Bij het voorbereiden van mijn sollicitatiegesprek vond ik het bedenken van (positieve) eigenschappen absoluut het moeilijkste ding. Ik ben altijd bang dat ik dan arrogant over kom als ik iets positiefs over mezelf. Of dat ze me meteen afwijzen wanneer ik negatiefs noem.

Toch is dat absoluut niet het geval. Werkgevers zijn juist benieuwd naar jouw positieve kanten, dus schaam je er niet voor om deze punten vooraf te bedenken en op te noemen tijdens hét gesprek. 

Het laatste zinnetje in deze tip is heel belangrijk. Zoek niet alleen naar vacatures, maar ga eerst op zoek naar scholen die bij je passen. Op wat voor school wil je lesgeven? Aan welk niveau? Een gelovige school of juist niet? In de buurt, of liever wat verder weg? Maak eerst een lijstje met eigenschappen waar de school aan moet voldoen en ga dan pas op zoek naar een eventuele vacature. Niets is zo erg om ergens te werken waar je het helemaal niet naar je zin hebt.

Ga je binnenkort solliciteren? Op mijn blog staan sollicitatietips, wie weet heb je er iets aan! Succes.

Liefs!

woensdag 7 mei 2014

Tip: Laat ze zelf iets uitleggen (#39)

Eén van de leukste stages is een stage op een internationale school geweest. Het was mijn tweede stage, na een beroerde eerste stage voortijdig te hebben beëindigd, en ik vond het geweldig. Het was zo anders dan mijn eerste stage en ik heb nog nooit zo veel van het onderwijs gehouden als toen. De leerlingen, die niet tot nauwelijks Nederlands spraken, krijgen een behoorlijk aantal uren Nederlands in de week, maar daarnaast ook wiskunde/rekenen (en andere vakken natuurlijk). Er waren twee soorten klassen: de leerlingen die nog maar heel kort in Nederland waren en de leerlingen die er al iets langer zijn. Bij beide groepen moest je enorm op je taalgebruik letten, alles net even wat extra uitleg geven en zo goed mogelijk articuleren.
Hoofdstuk 8, tip 4: Laat ze zelf iets uitleggen
Zelf iets uitleggen in het Nederlands vinden kinderen soms lastig: ze beginnen te stamelen, ze formuleren gebrekkig. Ga ze niet ‘helpen’ door het voor ze in te vullen. Je helpt ze er namelijk niet echt mee. Kinderen leren een taal vooral door zelf veel te praten en woorden te geven aan hun gedachten. Laat ze daar mee oefenen, want alleen luisteren en lezen is niet genoeg.
Bij de heel-kort-in-Nederland-groep heb ik deze tip vaak toegepast. Ik kreeg een klein groepje sterke rekenaars toegewezen. De kinderen in dat groepje spraken de taal niet heel erg goed. Mijn taak was om met deze kinderen een rekentoets te bespreken van het Cito en dan vooral naar de vraagstelling te kijken. Voor Nederlandse kinderen is de rekentoets goed te maken, maar voor leerlingen die de taal niet spreken, is dat toch een stuk lastiger.
Ik vroeg de leerlingen heel goed naar de sommen te kijken, en soms ook naar de plaatjes, en vervolgens moesten ze aan mij uitleggen wat ze bij die som moesten doen. Ik probeerde ze zo veel mogelijk zelf te laten praten, ze mochten elkaar aanvullen als de ander er echt niet uit kwam, maar ik probeerde zelf zo min mogelijk te verklappen.
Nu ik dit stukje heb geschreven, besef ik wel dat ik deze stage echt heel erg mis. De kinderen waren zo lief, ze waren dankbaar voor de lessen (en bedankten me ook aan het einde van een les!) en ook de collega’s waren heel lief en behulpzaak. Aaah, mag ik de tijd terugdraaien?
Liefs!

woensdag 23 april 2014

Tip: Communiceer en wees benaderbaar (#38)

Ik vind dit typisch een tip voor een basisschooljuf of voor een mentor, maar ik denk dat een “gewone” docent hier ook wel iets mee kan. Het is voor mij alleen een enorme berg die ik over moet.
 
Hoofdstuk 22, tip 1: Communiceer en wees benaderbaar
Praat met ouders. Een goede schoolgids en een regelmatige nieuwsbrief is belangrijk, maar nog beter is het om zelf duidelijk te communiceren met ouders. Over regels in de klas, maar ook over prestaties van een kind. Als je steeds zegt dat Pietje het prima doet, maar hij moet vervolgens naar het vmbo, dan snappen ouders dat natuurlijk niet. En zorg dat je benaderbaar bent, bijvoorbeeld door een periodiek inloopmoment te organiseren. Als je ouders het gevoel geeft dat ze bij je terecht kunnen, heb je al veel gewonnen.
Ik schrok een beetje toen ik de volgende zin las: ‘Als je steeds zegt dat Pietje het prima doet, maar hij moet vervolgens naar het vmbo.’ Alsof het vmbo niet goed genoeg is?
Goed, terug naar de tip. Communiceren met ouders is belangrijk, maar ik vraag me toch wel een beetje af of ook gewone docenten dat moeten doen. Er zijn altijd wel leerlingen die het minder goed doen en zeker in de onderbouw blijkt vaak dat het niveau net iets te hoog is voor leerlingen. Zou ik dan alle ouders moeten bellen om te vertellen over de cijfers? Tips moeten geven over hoe het beter kan? Of kan ik beter iets anders doen?
Als ik een moeder zou zijn van een kind dat op de middelbare school zit, zou ik helemaal gek worden als ik door tien verschillende docenten word gebeld om van alle vakdocenten te horen dat mijn kind het niet goed doet. Het liefst zou ik door alleen de mentor gebeld worden om een samenvattend verhaal te horen over alle vakken.
Wat een gewone docent dan wel kan met deze tip? Communiceer met de mentor! Laat de mentor wat weten over de cijfers, zodat hij/zij dit door kan spelen naar de ouders van de leerling. Eventueel kun je ook een gesprek met de leerling aan gaan, en mocht het nu zo zijn dat jouw vak het enige is waar de leerling op uitvalt, dan kun je altijd nog een telefoontje plegen (of een e-mail sturen…).
Liefs!

woensdag 26 maart 2014

Tip: Wacht op een heterdaadje (#37)

Vandaag heb ik een tip uit een hoofdstuk waar ik nog niet eerder een tip vandaag geplukt heb: het hoofdstuk ‘pesten’. Ik weet niet zo goed wat ik van de tip moet vinden. Lees hieronder de tip en mijn mening daarover.

Hoofdstuk 11, tip 6: Wacht op een heterdaadje
Voorkom vage beschuldigingen. Wacht dus op een heterdaadje en grijp dat pas in. En benoem wat je ziet. De leerling moet zich verantwoorden en de hele klas ziet: dit kan niet ongestraft.

Zoals ik al zei: ik weet niet wat ik met deze tip moet. Ze suggereren hier dat je moet wachten tot je pestgedrag signaleert. Als de pestkoppen slim zijn, doen ze het pesten buiten het zicht van de docent. Op het schoolplein, onderweg naar huis of zelfs online. Dan kun je als docent heel lang wachten.

Aan de andere kant snap ik de tip ook wel. Als je op de zogenaamde pesters afstapt met het verhaal dat je hebt gehoord dat ze pesten, kunnen ze twee dingen doen: toegeven of ontkennen. Wanneer ze ontkennen, is de kans groot dat ze alleen nog maar meer gaan pesten, of in een ernstigere vorm. Ik denk dat meteen aan bedreigingen als ‘jij hebt de docent erbij gehaald, dus als je ons ooit nog één keer verlinkt, dan …’. Lijkt me voor het slachtoffer niet erg fijn.

Dit is serieus een tip waar ik niet zo zeker van ben. Hopelijk zal ik het nooit in de praktijk tegenkomen!

Liefs!

woensdag 5 maart 2014

Tip: Bereid je lessen goed voor (#36)

Op de lerarenopleiding leer je om je lessen tot in de puntjes voor te bereiden, inclusief formulieren van drie pagina’s lang, inclusief het opnoemen van de leerdoelen, inclusief het opsommen van de voorkennis en inclusief het noteren van je POP, je persoonlijk ontwikkelingsplan, oftewel: je aandachtspunten. Ik werd er moe van, maar ik snap de lerarenopleiding wel.
Hoofdstuk 9, tip 10: Bereid je lessen goed voor
Een goede voorbereiding is het halve werk. Een goede voorbereiding van de lessen geeft jou zekerheid. En die straal je uit. Daarmee versterk je je leiderschap.

Jong geleerd is oud gedaan, zullen we maar zeggen. Als je op de opleiding meteen al leert om lessen (tot in de puntjes) voor te bereiden, dan zal je dat later automatisch ook doen. Niet met hele schema’s, waarbij je elk gesproken woord gaat analyseren en reflecteren, maar de belangrijkste dingen neem je wel mee in de voorbereiding. Wat ga je die les doen? In welke werkvorm gaan de leerlingen aan de slag? Wat moeten de leerlingen die les geleerd hebben voordat ze het lokaal uitlopen? Bewust of onbewust, iedereen houdt zich daar mee bezig.

Ik merk het ook meteen als ik een keer een les niet heb voorbereid, bijvoorbeeld omdat ik een les ziek ben geweest en niet precies weet wat ik ga behandelen. Als ik niet weet wat de leidraad van de les is, raak ik de kluts kwijt. Ik weet echt niet wat ik aan het begin van de les moet zeggen tegen de leerlingen, ik weet niet in welke volgorde ik de theorie, de voorbeelden en het zelfstandig werken toe ga passen en ik struikel enorm over mijn woorden. Het is niet zo dat ik normaal gesproken elke zin van tevoren uitschrijf, zodat ik precies weet wat ik ga zeggen, maar ik zorg wel dat ik precies weet wat de belangrijkste dingen van de theorie zijn, welke voorbeelden ik kan gebruiken enzovoorts.

Zonder het voorbereiden van de lessen sta ik ook heel onzeker voor de klas, mede door de bovengenoemde punten. Het voorbereiden van een les kost niet heel veel tijd, maar je plukt er wel de vruchten van. Aan de ene kant doordat je zekerheid uitstraalt, zoals in de tip beschreven staat, maar aan de andere kant ook omdat het me de hele dag door op de been houdt. Als ik één les niet heb voorbereid, ben ik de rest van de dag uit mijn doen. En dat willen we niet hebben.

Liefs! 

woensdag 12 februari 2014

Tip: Respecteer de opvoeding (#35)

Enkele weken terug had ik een gesprek met een “lastige” vader, voor zover ik hem zo mag noemen. Hij was het niet eens met sommige aanpakken van mij en wilde dit graag anders zien.
Hoofdstuk 22, tip 4: Respecteer de opvoeding
Je kunt je waarschijnlijk niet altijd vinden in de opvoedingsstijl van een ouder. Accepteer dit en dring ze niet jouw opvoedtips op. Je begeeft je dan op glad ijs. Maak wel altijd duidelijk wat jouw regels zijn in de klas, want daar ligt jouw verantwoordelijkheid. En benadruk jullie gemeenschappelijke belang; dat het goed gaat met het kind.
Deze vader is nogal streng voor zijn zoon. Het kind moet en zou volgend jaar vwo gaan doen en vader doet er alles aan om zijn zoon daar te krijgen. Een 7,3? Niet goed genoeg! Een 7,8? Dat kan beter! Vader dwingt de zoon om goed naar zijn fouten te kijken, maar ook om mij aan te spreken op zo’n beetje alles waar eventueel nog punten te behalen zijn. Er staan geen berekeningen, maar het antwoord is wel goed. Voor mij een reden om geen enkele punt toe te kennen. Voor de vader een reden om zoon op mij af te sturen.
Ik snap de vader wel. Natuurlijk is het gaaf om je zoon naar vwo te zien gaan, om je zoon goede cijfers te zien halen en om later naar de diplomauitreiking van je zoon te kunnen gaan voor een of andere studie met ontzettend moeilijke woorden. Toch kan ik me niet vinden in zijn aanpak. Zoon is namelijk geen vwo-leerling. Een vwo-leerling is geïnteresseerd, een vwo-leerling heeft een goede werkhouding en een vwo-leerling heeft geen duizend waarschuwingen nodig voordat hij aan het werk gaat. Deze jongen wel. De jongen met het mobieltje, de jongen die de grenzen opzoekt, de jongen die liever op etuis tekent dan dat hij in de les aan het werk gaat. De jongen die passerbogen uitgumt, zelfs na honderd keer te hebben benadrukt om deze te laten staan. De jongen die geen berekeningen opschrijft, ondanks dat het duidelijk bovenaan de opgave staat (en ondanks dat de docent (ik!) het al zo vaak heeft gezegd).
Natuurlijk is het niet erg dat deze jongen een havo-leerling is. Maar dat vindt vader wel. En daar kan ik me niet helemaal in vinden. Ik fantaseer wel eens. ‘Als ik later een kind heb, dan ben ik echt een stuk milder,’ zeg ik dan. Of: ‘Mijn kind hoeft van mij geen vwo te doen, als hij/zij maar zijn best doet.’ Het belangrijkste vind ik dat het kind, of het nu die van mij is of die van iemand anders, op het juiste niveau zit. Dat hij/zij niet boven zijn kunnen moet presteren, maar ook zeker niet dat het kind zich in de les moet vervelen. Het maakt dan niet uit welk niveau het is, als het kind er maar gelukkig mee is.
Ik heb dat niet zo tegen vader gezegd, omdat ik dat te ver vind gaan. Wat hij voor toekomstbeeld van zijn zoon heeft, moet hij weten. Ik weet alleen dat we allebei hetzelfde willen: het beste voor zijn zoon.
Liefs!

woensdag 29 januari 2014

Tip: Zorg dat je als eerste in het lokaal bent (#34)

Vorig jaar was ik best extreem. De eerste schoolbel gaat bij ons om tien over acht. Ik wilde altijd per se om acht uur in het lokaal zijn om alle leerlingen voor te zijn. Ook in de pauzes ging ik altijd eerder weg uit de koffieruimte, zodat ik vóór de eerste bel in het lokaal was.
Hoofdstuk 9, tip 3: Zorg dat je als eerste in het lokaal bent
Zorg dat je als eerste in het lokaal bent. Bij de deur heet je alle leerlingen welkom. Verder loop je wat door  de klas, je maakt hier en daar een praatje en zorgt ervoor dat de tassen van tafels verdwijnen.

In de loop van de tijd ben ik daar in veranderd. Zodra  de eerste bel gaat, loop ik pas richting mijn lokaal. Soms ga ik zelfs eerst nog naar het toilet. Yup! Zo snel kan dat gaat in een paar maanden tijd.

Maar dat wil niet zeggen dat ik nu niet meer als eerste in mijn lokaal ben. Nog steeds ben ik degene die het lokaal opent, die de leerlingen binnenlaat en die de leerlingen verwelkomt. Ik zou niet weten hoe dat anders zou moeten. Het is bij ons de regel dat de docent altijd aanwezig moet zijn als er leerlingen in het lokaal zitten.

Of ik de leerlingen verwelkom bij de deur? Nee. Mijn lokaal is zo ontzettend klein – af en toe vraag ik me af waarom ik in een poppenhuisje les geef, maar oké, dit mag geen zeur-blog worden – dat er geen ruimte is om bij de deur te staan en tegelijkertijd de leerlingen langs je heen te laten lopen. Letterlijk gezegd: je kunt in mijn lokaal niet met z’n tweeën door één deur.

Conclusie van deze tip? Ja, zorg dat je als eerste in het lokaal bent. Nee, je hoeft niet per se bij de deur te verwelkomen. Je kunt ook gewoon ergens anders staan en ze welkom heten. Echt waar, probeer maar eens, en je ziet dat de wereld niet vergaat…

Liefs!

woensdag 18 december 2013

Tip: Gebruik je agenda (#33)

Ik ben de koningin der to do-lijstjes. Controlfreak als ik ben werk ik dagelijks met drie takenlijstjes: een lijstje in mijn agenda, een lijstje op mijn telefoon en ook nog een handgeschreven lijstje op een los blaadje. Op mijn telefoon plan ik alle blog- en werkgerelateerde taken in voor de komende week. Zo kan ik precies zien wanneer ik wat moet doen en wanneer ik het wat rustiger heb. In mijn agenda houd ik alleen dingen bij die met mijn werk te hebben. Het gaat hier vooral om afspraken die ik met leerlingen moet maken en andere dingen die ik anders ga vergeten, zoals wie wanneer welk strafwerk moet laten zien. En op het briefje schrijf ik alles wat ik die dag moet doen, tot de kleinste dingen aan toe.
Hoofdstuk 19, tip 4: Gebruik je agenda
Maak per afgebakende periode – bijvoorbeeld van vakantie tot vakantie – een schema waarop precies staat wanneer je wat af moet hebben. Noteer alles: van ouderavonden en proefwerken tot grote privézaken als een jubileum of verbouwing. Zo voorkom je dat het je overvalt. Een agenda schept orde. Gebruik hem dus goed en kijk aan het eind van elke dag wat er de volgende dag op je af komt. Maak elke dag een to-do-lijstje en streep af wat je gedaan hebt.

Ik kan het me best voorstellen dat mensen niets met dit soort lijstjes hebben en liever van dag tot dag leven, maar ik zou dan absoluut niet kunnen. Veel te bang dat ik iets vergeet uit te voeren wat echt moest gebeuren. Veel te bang dat ik een afspraak vergeet. Dus ik houd het fijn bij al mijn lijstjes.

Naast de drie bovengenoemde lijstjes maak ik ook nog een planning voor de klas. Bij de start van het schooljaar is er voor ieder leerjaar een jaarplanning. Hierop staan alle toetsmomenten. Aan het begin van elk hoofdstuk schrijf ik op wat de leerlingen wanneer af moeten hebben en wanneer de toetsen zijn. De leerlingen krijgen het huiswerk per week op, maar voor mezelf maak ik een overzicht voor het hele hoofdstuk, zo'n drie tot vier weken.

Liefs!

woensdag 4 december 2013

Tip: Houd je aan de regels (#32)

Er zijn docenten die de regels aan hun spreekwoordelijke laars lappen. Ik had op de middelbare school een (hele lieve!) docent die altijd te laat kwam. Altijd! Hij stond namelijk nog buiten te roken. Of hij was nog even koffie aan het halen, aan het kopiëren of hij had zich verslapen. Het maakte ons niet veel uit. Wij, de leerlingen, wisten wel dat we rustig aan konden doen. ‘Ach, hij zal toch nog niet bij het lokaal zijn.’

Hoofdstuk 7, tip 7: Houd je aan je eigen regels
Petten en mutsen af, jassen uit, op tijd komen en niet kauwen in de klas. Puberende jongeren meten zich af aan de docent. Leg de regels uit en verklaar waarom je ze belangrijk vindt. Gedraag je vervolgens altijd zelf volgens de regels. Te laat komen in de les is bij pubers funest, want dan ‘mogen’ zij het ook.

Ik keur het niet goed dat die docent altijd te laat kwam, maar nu, een paar jaar later, is dat wel één van de dingen die me zijn bijgebleven van hem. Het hoorde een beetje bij zijn verstrooide karakter en achteraf kan ik er wel om lachen. Zo was hij.
Toch vind ik het niet heel erg netjes naar de leerlingen en ook niet erg collegiaal. Je werkt op een school en op een school zijn nu eenmaal regels. Véél regels. En ook al ben je het niet met alle regels eens, het is wel van belang om je ook als docent te houden aan die regels.

Een ander voorbeeld. Op één van mijn stagescholen zat mijn begeleidster elke les te whatsappen met haar vriend. Natuurlijk is het heel cool als je met de tijd mee gaat, maar ik vind het absoluut not done om dit te doen in het bijzijn van de leerlingen. Want terwijl zij hun hersentjes braken over de wiskundesommen, zat zij te grinniken om iets wat haar vriend stuurde. Nee, dat kan niet.

Nu moet ik heel eerlijk bekennen dat ik me ook niet aan alles regels houd die voor de leerlingen gelden. Leerlingen mogen in het lokaal niet eten of drinken. Ik drink tijdens het lesgeven best wat flesjes water weg, of kopjes thee. En als er geen leerlingen zijn en mijn maag begint te knorren, dan ga ik niet helemaal naar de personeelskamer lopen om daar mijn boterham op te eten. Dat doe ik ook gewoon achter mijn bureau.

En die telefoons… Ja, we kunnen wel stellen dat ik niet zonder telefoon kan. Hij ligt op mijn bureau achter een stapel papierbakken, verstopt voor de leerlingen. Ik raak dat ding niet aan tijdens de lessen, maar zodra ik een vrij minuutje vind en er geen leerlingen in de buurt zijn, kijk ik toch even of ik nog belangrijk ben geweest.

Water drinken en dit laatste voorbeeld zie ik niet als tegen de regels in gaan. Er zijn extremere voorbeelden te bedenken. Over het algemeen kunnen we dus wel zeggen dat ik me aan de regels houd. Dat zouden al mijn collega’s moeten doen.

Liefs!

woensdag 20 november 2013

Tip: Interpreteer 'orde' ruim (#31)

Ik schreef het al eens eerder, maar ik dacht altijd dat ‘orde houden’ betekende dat het muisstil is in je lokaal. Dat er niet wordt gepraat, dat de leerlingen alleen maar met hun opdrachten bezig zijn. Nu weet ik dat het niet zo is. ‘Orde houden’ mag best wat ruimer genomen worden. Dat is ook in onderstaande tip te lezen.

Hoofdstuk 9, tip 7: Interpreteer ‘orde’ ruim
Orde wordt vaak geassocieerd met rust en regelmaat. Maar dat hoeft niet. Orde is ook taakgericht bezig zijn. Bijvoorbeeld als je je leerlingen opdraagt op groepen te vormen. Iedereen loopt dan door elkaar heen; het is onrustig, maar er is wel orde. Immers, de groep is bezig met de taak, het vormen van subgroepen.

Ik heb er altijd respect voor als ik langs een lokaal loop en zie dat alle leerlingen muisstil aan hun werk zitten. Respect voor de docent, maar ook voor de leerlingen. Vijftig minuten lang in rust werken, dat is echt een enorme prestatie. Ik ben zelf absoluut geen druk persoon, maar als ik vijftig minuten lang geconcentreerd met mijn werk bezig moet zijn, dan zou ik gillend gek worden. Dat is echt niet aan mij besteed.

Ik moet er dan ook niet aan denken dat de leerlingen vijftig minuten lang stil zijn. Ik merk nu al bij tien minuten stilte dat het bij mij begint te kriebelen. ‘Wat zijn jullie goed aan het werk,’ zeg ik dan om de stilte te verbreken. Negen van de tien keer wordt er vanaf dat moment wel gepraat. Gelukkig maar!

Ideaal zou zijn als de leerlingen zachtjes praten met de buurman of buurvrouw. Het liefst over de wiskundestof, maar af en toe een uitstapje naar een ander onderwerp keur ik ook niet af. Het mag af en toe een beetje ‘uit de hand lopen’, als ze daarna maar wel weer rustig aan het werk gaan. Met ‘rustig’ bedoel ik niet dat het compleet stil moet zijn, als iedereen zich maar op zijn of haar eigen werk kan concentreren.

Liefs!

woensdag 30 oktober 2013

Tip: Betrap hem op goed gedrag (#30)

Ik heb in 2havo een jongen zitten met ADHD. Vorig jaar was hij nog (enigszins) te corrigeren, maar dit jaar is dat echt lastig. Ik besloot het boekje met tips te raadplegen en kwam daarbij op de volgende tip.

Hoofdstuk 16, tip 5: Betrap hem op goed gedrag
Complimenteer hem direct als hij goed luistert of eerst zijn vinger opsteekt voor hij praat. Of steek even je duim op. Hij zal de volgende dag eerder geneigd zijn weer zijn best te doen.


Wat ik nu ga zeggen klinkt ontzettend fout, maar ik vind het af en toe best jammer dat ik zelf niet iemand ken (in mijn persoonlijke omgeving) met ADHD. Het zou voor mij als docent veel makkelijker zijn als ik de persoon achter de ‘ADHD’ kan zien. In de lessen zie ik vaak alleen de nadelen van deze leerlingen. Natuurlijk weet ik dat deze leerlingen ook heel veel positieve kanten hebben, maar ik vergeet daar helaas te vaak naar te kijken.

Misschien moet ik deze jongen als een soort projectje zien. Ik denk dat ik veel van deze leerling kan leren wat betreft omgaan met leerlingen met ADHD. Het is een ontzettend lieve jongen, maar ik zie bij hem dat zijn ADHD (en lichte vorm van autisme) bij hem enorm in de weg zit.

Ik zal proberen de komende tijd wat trucs op hem toe te passen. Zonder dat hij het merkt natuurlijk! Gewoon, wat complimenten, wat positieve aandacht… Ik ben benieuwd waar dat toe gaat leiden! 

Liefs!

woensdag 16 oktober 2013

Tip: Gooi je perfectionisme overboord (#29)

Ik heb het idee dat het al een tijd geleden is dat ik een ‘Tip van de Week’ op mijn blog zette. Voor de duidelijkheid, het is inderdaad ook al drie weken terug. Hoog tijd voor een nieuwe tip dus!

Het was niet moeilijk om een tip uit te zoeken. Ik was heel benieuwd naar  de tips uit het hoofdstuk ‘Burn-out’. Niet dat ik nu een burn-out heb, hoor! Ik zit gewoon in een dipje, groter wil ik het niet maken. Maar toch staan er in dit hoofdstuk tips die ook buiten een burn-out om te gebruiken zijn. Zoals onderstaande tip bijvoorbeeld.

Hoofdstuk 27, tip 4: Gooi je perfectionisme overboord
Ken je dat stemmetje in je hoofd dat zegt dat het eigenlijk nog beter moet, beter kan? Of vind je dat je bepaalde dingen ‘gewoon’ moet kunnen? Voel je een constante druk en schakel je dan gewoon een tandje bij? Misschien ben je te perfectionistisch. Bedenk dat het ook anders kan. Perfectionisme is overigens op zich een sterke eigenschap. Perfectionisme wordt pas je vijand als je je eigen fouten en falen overdrijft en je zelf bovendien onhaalbare doelen stelt.

Perfectionistisch? Ik? Eh… JA! Ik wil altijd alles precies doen zoals ik het wil. Het moet kloppen met het plaatje in mijn hoofd. Ik wil niet afwijken van mijn standaard, want dat voelt als falen. En falen voelt als… Het is overdreven om te zeggen dat mijn wereld dan instort, maar ik vind mezelf op dat moment wel even een mislukkeling.

Neem nu mijn lesvoorbereidingen. Vorig jaar heb ik elke les tot in de puntjes voorbereid en opgeslagen op de computer. ‘Dan kan ik het volgend jaar weer gebruiken,’ zei ik tegen mezelf. Dat leek me zo makkelijk! Eén keer iets voorbereiden en de jaren erna de vruchten ervan plukken. Helaas loopt het niet zoals ik toen voor ogen had. Want dit jaar bereid ik weer mijn lessen voor. Dit jaar geef ik meer aantekeningen. Ik geef andere huiswerkopgaven op. De leerlingen hebben niet meer op dezelfde dag wiskunde. Het was zelfs zo dat sommige klassen twee uur wiskunde op één dag hebben. Dan kan ik niet de lessen van vorig jaar gebruiken.

Maar het voorbereiden van de lessen, pfff. Het neemt zoveel tijd in beslag! Elke week schrijf ik het weer op mijn to do-list:
- Les brugklas dinsdag voorbereiden
- Les (1) brugklas woensdag voorbereiden
- Les (2) brugklas woensdag voorbereiden
- Les brugklas donderdag voorbereiden
- Les 2havo dinsdag voorbereiden
- Les 2havo woensdag voorbereiden
- Les 2havo donderdag voorbereiden
Dat zijn zo al zeven punten en met elk punt ben ik 20 tot 40 minuten bezig, als het niet meer is. Reken maar uit hoeveel tijd ik daar wekelijks mee kwijt ben. Vaak is het dan ook nog zo dat ik dan achteraf toch maar iets anders ga doen in mijn les. Of dat er nog iets bijkomt, of weggehaald wordt. Dat er een les uitvalt. Dat ik zelf ziek ben…

Ideaal is het dus niet, ookal leek het voor mij wel zo. Vanaf deze week ga ik iets anders proberen. Mijn lessen niet meer (uitgebreid) voorbereiden. Elke ochtend kijk ik even wat ik die lessen ga doen en dat schrijf ik voor mezelf op een post-it, wat ik op de juiste pagina in mijn boek kan plakken. Al het huiswerk voor de klassen schrijf ik in mijn agenda, zodat ik het gewoon op kan lezen. En de andere belangrijke dingen zet ik op mijn Facebook-pagina, want daar heb ik hem tenslotte voor aangemaakt.

Ik ben echt heel benieuwd hoe dit gaat werken. Improviseren. Geen houvast meer. En aan de andere kant ook geen uren voorbereiden meer. Het zal wennen zijn in het begin, maar ik denk dat het uiteindelijk als een bevrijding zal voelen. Ik houd jullie op de hoogte!

Liefs!

woensdag 25 september 2013

Tip: Stel samen klassenregels op (#28)

Met sommige dingen begin ik altijd te laat. Met streng zijn bijvoorbeeld. Of met het duidelijk maken van de regels. En voordat ik met mijn ogen kan knipperen hebben de leerlingen de leiding overgenomen.

‘Nee,’ moet ik dan zeggen. Ik moet het denken, ik moet het voelen. De leerlingen zijn in mijn lokaal en in mijn lokaal gelden mijn regels. Het is wellicht aan de late kant om nu mijn regels nog eens te roepen, maar wat ik wel kan doen, is samen de regels opstellen.

Hoofdstuk 20, tip 5: Stel samen klassenregels op
Zet jezelf ‘stevig' neer. Wat verwacht jij van de klas? Wat mogen ze van jou verwachten? Dat geldt zowel voor de lesinhoud als voor de omgang met elkaar. Stel verder samen met de klas vijf klassenregels op die sturend zijn, niet straffend. En houd iedereen daar consequent aan.

Vijf regels biedt overzicht. Vijf sturende – en dus niet straffende – regels biedt mogelijkheden. En het samen opstellen van de klas, uiteraard wel onder mijn leiding (en niet onder die van hen!) biedt inspraak van de leerlingen. Dit is wat ik nodig heb.

Mijn 2havo-leerlingen worden steeds drukker, steeds lastiger en luisteren steeds slechter. Dit is wat ik moet doen. Deze week ga ik, samen met de klas, vijf regels opstellen. Mijn doel? Een fijn leerklimaat voor de leerlingen. Met nadruk op fijn, maar zeker ook met nadruk op ‘leer’klimaat, want tot nu toe is dat leren bij veel leerlingen nog niet helemaal gelukt.

Liefs! 

woensdag 4 september 2013

Tip: Wees echt aanwezig (#27)

Bij het doorbladeren van het tips-boekje van de algemene onderwijsbond kwam ik bij het hoofdstuk over de eerste maanden van het schooljaar. Ik weet niet goed of de schrijvers daarmee de eerste maanden van ieder schooljaar of de eerste maanden van je eerste schooljaar bedoelen, maar ik vind het absoluut een fijne tip. Zowel voor je eerste jaar als voor de jaren erna.

Hoofdstuk 20, tip 1: Wees echt aanwezig
Kennisoverdracht begint met contact maken. Het eerste wat je in de klas moet doen is een band opbouwen met de leerlingen. Daarbij is de eerste klap een daalder waard. Wees écht aanwezig. Zorg dat je er helemaal bent in het lokaal. Ga dus niet achter je bureau zitten, maar ga staan, loop rond en maak oogcontact.

Als ik terugkijk op de laatste weken en maanden van het schooljaar, zie ik mezelf vooral achter het bureau zitten. Het voelde als mijn thuisbasis, ik had meer overzicht op de groep en de leerlingen wisten me te vinden. Maar volgens deze tip is dat absoluut niet de beste plek in het lokaal. Zeker in de eerste maanden is het belangrijk om door het lokaal te bewegen.

Ik ben altijd een beetje bang dat ik het overzicht verlies als ik door het lokaal loop. Het lokaal is maar klein, maar zodra ik iemand één op één aan het helpen ben, lijkt het alsof de andere leerlingen allemaal kilometers ver weg zitten. Ik zie ze niet meer en ik hoor ze niet meer. Valkuil!

Ik moet dus een compromis zoeken tussen het zitten achter mijn bureau en het lopen door het lokaal. Een oplossing daarvoor kan zijn de uitleg klassikaal voor het bord te geven, tijdens het zelfstandig werken rondlopen en de vragen aan mijn bureau te stellen. Tijdens het zelfstandig werken, bijvoorbeeld tijdens het stiltemoment, mogen de leerlingen geen vragen stellen, maar ik kan dan wel rondlopen om te kijken hoe het bij de leerlingen gaat. Als ik zie dat een leerling helemaal vastloopt of ergens flink de mist in gaat, kan ik een kleine tip geven. Maar de echte vragen behandel ik achter mijn bureau.

Omdat ik het komende jaar meer wil reflecteren op mijn eigen kunnen, zal ik ook over dit punt nog wat blogs schrijven. Wordt dus vervolgd!

Liefs!

woensdag 21 augustus 2013

282 tips: hoofdstuk 21 t/m 30

De laatste tien hoofdstukken zijn de hoofdstukken waar ik tot nu toe nog maar weinig aandacht aan heb besteed. Als ik op zoek ga naar een tip om die week te behandelen, zoek ik als eerst naar een tip aan het begin van het boekje dan aan het eind. Jammer eigenlijk, want er zitten een heleboel goede onderwerpen tussen. Over het functioneringsgesprek bijvoorbeeld. En over lichaamstaal. Deze hoofdstukken zal ik de komende weken wat meer aandacht geven dan ik voorheen gedaan heb.


21: Lichaamstaal
Waarom kan de ene docent een klas prima onder controle houden en de andere docent niet? Dat heeft voor een groot deel te maken met een goede lichaamstaal. Leerlingen moeten aan je houding zien dat jij de baas bent. En je moet zorgen dat je met je lichaamstaal hetzelfde zegt als met je woorden.

22: Moeilijke ouders
Je krijgt er hoe dan ook een keer mee te maken: ouders die vinden dat jij slecht met hun kind omgaat, of die geen slecht nieuws over hun kind kunnen verkroppen. Hoe ga je daarmee om? Wees duidelijk en práát met ze.

23: Overgewicht
Een op de zes kinderen is te zwaar. De gevolgen variëren van een hoge bloeddruk, vervetting van de lever en suikerziekte tot een negatief zelfbeeld én slechte schoolprestaties. Als leerkracht kun je je steentje bijdragen om dit te voorkomen. Aandacht voor leefstijl helpt. Zoek eens uit met je klas: hoeveel suikerklontjes zitten er eigenlijk in een glas cola?

24: Collega’s
Het is in het begin misschien wat overweldigend, al die collega’s die meer ervaring hebben dan jij. Maar laat je niet intimideren, maar liever gebruik van hun kennis en ervaring! Smeed een goede band met je collega’s, want door goede contacten met je collega’s is de kans dat je het redt als beginnende leraar, een stuk groter.

25: Politieke spelletjes
Gefluister in de wandelgangen. Ellebogenwerk. Humor ten koste van iemand anders. Collega’s met geheime agenda’s. De cultuur van de onderwijsinstelling waar je werkt, heeft invloed op je werk(plezier). Hoe ga je om met politieke spelletjes?

26: Functioneringsgesprek
Veel mensen hebben een hekel aan het functioneringsgesprek. Jammer, want met de juiste voorbereiding kun je juist met deze gesprekken je carrière een zet in de juiste richting geven. Hoe? Door zelf sturing te geven aan het gesprek.

27: Burn-out
Een op de tien werknemers krijgt een burn-out. Het is een gevolg van langdurige overbelasting op meerdere fronten. En het voelt als totale uitputting die niet overgaat na een paar nachten goed slapen. Sterker nog, misschien kun je helemaal niet meer slapen. Het is lastig om de symptomen bij jezelf te herkennen. Je hebt anderen nodig die je een spiegel voorhouden.

28: Onderwijsinspectie
Minstens eens per vier jaar bezoekt de Onderwijsinspectie alle scholen voor basis- en voorgezet onderwijs. Om een goed beeld te krijgen van de kwaliteit van de school woont de inspectie meestal ook lessen bij. Misschien wel jouw les. Hoe bereid je je hier als leerkracht op voor? Doe zoals je anders ook doet, want op een toneelstukje zit niemand te wachten.

29: De juiste baan
Je eerste baan is belangrijk. Toch gaan beginnende leraren nogal eens in zee met de eerste de beste school die ze een plek aanbiedt. Niet verstandig, want je kunt vreselijk afknappen op een baan die niet bij je past. Hoe vind je een baan waar je wel gelukkig van wordt?

30: Lerarenbeurs
Met de Lerarenbeurs kun je als leraar een aanvullende bachelor- of masteropleiding volgen. Niet alle schoolleiders staan daarbij te juichen, want ook al is op papier de vervanging geregeld, het blijft veel gedoe en geregel. Hoe pak je het als leerkracht aan?

# Lees hier tip 11 t/m 20

woensdag 14 augustus 2013

282 tips: hoofdstuk 11 t/m 20

Vorige week zette ik de eerste tien hoofdstukken uit het boekje van de Algemene onderwijsbond (“282 tips voor leerkrachten”) online. Omdat dertig hoofdstukken erg veel was voor in één blog, heb ik het opgedeeld in drie blogs. Vandaag dus de tweede blog.
11: Pesten
Een tas van een fiets afschoppen, schelden, spugen, anonieme mailtjes sturen en buitensluiten. Pesten kan altijd en overal gebeuren, ook op school. Slachtoffers gaan niet alleen elke dag met angst naar school, vaak houden zij hun leven lang last van de gevolgen. Als leraar kan – en moet – je optreden tegen pesten op school.

12: Verdriet
Een klasgenootje dat verongelukt, een ouder die zelfmoord pleegt of een asielzoekertje dat het land wordt uitgezet. Bij grote en kleinere calamiteiten kunnen de emoties in de klas hoog oplopen. Hoe ga je daar als leerkracht mee om? En wat doe je met je eigen emoties?

13: Internet
Van de Nederlandse kinderen in 98 procent actief op internet. Als leerkracht weet je nooit precies wat je leerlingen digitaal uitspoken. Worden er vreemde sites bekeken? Wordt er digitaal gepest? Hoe hou je een vinger aan de pols?

14: Seks
Seks in ruil voor een breezer en groepsverkrachtingen in kelderboxen – de media melden regelmatig seksuele ontsporingen bij jongeren. Het kan niet anders of ook seksuele opvoeding ligt op het bordje van scholen. Voer voor specialisten, zou je denken. Maar wat als de sfeer in de klas seksueel geladen is of leerlingen zelf met vragen komen?

15: Slechtnieuwsgesprek
Een kind dat blijft zitten, zich misdraagt in de klas of een verwijzing krijgt voor een andere school – het leidt meestal tot een lastig gesprek met de ouders. Beginnende leraren zijn vaak als de dood voor een slechtnieuwsgesprek. Hoe bereid je het voor en wat doe je als de ouders eenmaal tegenover je zitten?

16: ADHD
Ze doen voor de denken, hebben geen rem en zijn zowel innerlijk als uiterlijk steeds in beweging. Een ADHD-kind voelt zich constant onrustig van binnen en heeft moeite met plannen en organiseren. Drie tot vijf procent van de kinderen heeft last van een aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit, ofwel ADHD. Hoe ga je daar als leerkracht mee om?

17: Koninginnen en krengen
Met één blik kunnen meiden een ander vermorzelen. Wat zij doen, wordt vaak afgedaan als iets wat nu eenmaal bij meiden hoort. Maar het koninginnengedrag en de meidenintimidatie maken de klas tot een onveilige leeromgeving. Volwassenen hebben meestal geen idee wat er zich in alle subtiliteit afspeelt. Wat kun je eraan doen?

18: Faalangst
Eén op de vijf kinderen presteert onder de maat omdat hij bang is om te falen. Meestal zijn deze kinderen zo gefocust op de angst om te falen, dat ze helemaal blokkeren. Hun grootste angst wordt dan werkelijkheid; ze falen. Hoe haal je als docent het beste in zulke leerlingen naar boven?

19: Timemanagement
In het onderwijs is het werk nooit af. Daarbij heb je naast je dagelijkse werkportie soms piekbelastingen. Als je niet oppast, ben je alle dagen druk tot in de kleine uurtjes en brand je binnen de kortste kerel op. Hoe win je tijd in je agenda en ruimte in je hoofd?

20: De eerste maanden
Na jarenlang studeren komt het moment dat je echt aan het werk gaat. En dat valt zijn altijd mee. Je maakt in korte tijd kennis met tientallen collega’s, honderden leerlingen, de regels van de school en nog veel meer. Hoe kom je deze periode ongeschonden door?

Volgende week hoofdstuk 21 t/m 30!

Liefs!

woensdag 7 augustus 2013

282 tips: hoofdstuk 1 t/m 10

Vandaag zet ik een blog online waarin vooral – of eigenlijk bijna alleen maar – is overgetypt uit het boekje “282 tips voor leerkrachten”. Zo’n twee keer per maand zet ik een tip online afkomstig uit dit boekje dat ik ooit kreeg bij een abonnement, maar ik heb nooit specifiek verteld welke hoofdstukken het boek bevat. Een beetje laat, maar beter laat dan nooit.

Het boek van de algemene onderwijsbond bevat dertig hoofdstukken. Elk hoofdstuk begint met een kleine introductie. Ik zal hieronder van de eerste tien hoofdstukken de titel en de intro opschrijven. De volgende hoofdstukken volgen later!

01: Stage
Lesgeven leer je het beste voor de klas. En dus zijn stages een heel belangrijk onderdeel van je opleiding. Maar hoe zorg je ervoor dat je tijdens je stage ook leert wat je moet leren? Of wat je wilt leren? Hoe bereid je je voor? En hoe ga je bijvoorbeeld om met je stagementor of begeleider. Hoe haal je het beste uit je stage?

02: Je eerste klas
Daar sta je dan met je diploma op zak en vol goede moed; je staat voor het eerst zelfstandig voor de klas. Maar een afgeronde opleiding en een dosis enthousiasme zijn niet voldoende om succesvol je eerste jaar door te komen. Wat heb je nog meer nodig?

03: Autisme
Autistische kinderen ervaren de wereld om zich heen anders dan ‘normale’ kinderen. Prikkels worden in de hersenen op een andere manier verwerkt. Hoe kun je als leerkracht zo’n kind helpen?

04: Stemgebruik
Een leraar vergt net zoveel van zijn strottenhoofd als een profvoetballer van zijn knieën. Het verschil is dat een topsporter medisch goed wordt begeleid terwijl een leraar pas bij een arts terechtkomt als zijn stem het al heeft begeven. Als docent ben je een beroepsspreker, met je stem als belangrijkste instrument. Wees er zuinig op!

05: Invallen
Veel startende leerkrachten doen hun eerste werkervaring op met invalwerk. Dat heeft als voordeel dat je veel ervaring opdoet, maar nadelen zijn er ook. Iedere keer een andere klas, onbekendheid met lesmethoden en gedoe met rechtspositie. Hoe word je een succesvolle invalkracht?

06: Vakantiekriebels
Het schooljaar is bijna ten einde. Terwijl buiten de zon schijnt, slaat binnen de lamlendigheid toe. Hoe hou je leerlingen – en jezelf – tot het eind van het schooljaar bij de les?

07: Pubers
Pubers gedragen zich vaak impulsief en hebben maar weinig respect voor gezag. Tegelijkertijd zijn ze uiterst kwetsbaar en onzeker over hun veranderende lijf en de toekomst die voor hen ligt. Hoe ga je als leerkracht om met pubers? Zorg in ieder geval dat je inzicht hebt in het puberbrein.

08: Multicultureel
Een klas met meer allochtone dan autochtone leerlingen komt steeds vaker voor; zeker in grotere steden. Wat doe je dan? Is gewoon goed lesgeven voldoende? Het helpt, maar toch is het ook belangrijk om oog te hebben voor bijzonderheden en gevoeligheden van een multiculturele klas.

09: Chaos in de klas
Hoe houd je orde in de klas? Streng beginnen; consequent zijn; niet boos worden. Als startende leerkracht word je overspoeld met tips. Nog een paar? Ga stevig staan, met je voeten iets uit elkaar, schouders naar achteren, hoofd omhoog. Zo zie je er uit als de baas.

10: Agressie
Agressie op school – je weet dat het bestaat. Toch zul je je overvallen voelen als je er mee te maken krijgt. Het zijn heftige momenten. Je schrikt, misschien raak je zelfs in paniek. Begrijpelijk, maar schrik of paniek helpt niet. Wat wel?

Liefs!

woensdag 31 juli 2013

Tip: Lees! (#26)


Voor iemand die zo gek is op lezen, komt deze tip als geroepen. En dat de tip dan te maken heeft met een specifiek onderwerp, dan nemen we dat maar voor lief.

Hoofdstuk 18, tip 10: Lees!
Lees een boek over faalangst. Ard Nieuwenbroek schreef boeken als ‘Omgaan met faalangst’ en ‘Faalangst & ouders’. Ook het boek ‘Pedagogische adviezen voor speciale kinderen’ van Trix van Lieshout biedt handreikingen. Kijk voor meer tips ook eens op de website www.faalangst.nl. Hierop staat ook een zelftest die je kunt downloaden.

Ik weet niet heel veel van faalangst, dus ik ga zeker een kijkje nemen op de website en in de boeken. De bibliotheek is tegenwoordig mijn tweede huis en daarnaast heeft mijn zus een afstudeerscriptie geschreven over faalangst. Mogelijkheden genoeg!

Liefs!

woensdag 17 juli 2013

Tip: Wees rechtvaardig en duidelijk (#25)

Wat ik het moeilijkste vind van het begin van het schooljaar? De grote vraag of je streng moet beginnen of juist aan het begin een band met de leerlingen op moet bouwen. Volgens onderstaande tip, volgens mijn docenten van de lerarenopleiding en volgens alle stagebegeleid(st)ers moet je streng beginnen. Dan kun je daarna altijd nog de teugels laten vieren.

Hoofdstuk 2, tip 1: Wees rechtvaardig en duidelijk
Natuurlijk wil je een leuke juf of meester zijn. Daar doe je je best voor. Maar je kunt beter je best doen om consequent te zijn. Als je rechtvaardig bent, gaan leerlingen je vanzelf aardig vinden. Treed op, wees duidelijk. En wil vooral niet te lief zijn.

Natuurlijk is het belangrijk om rechtvaardig en duidelijk te zijn. Maar dat betekent ook dat je vanaf les 1 al straf uit moet delen als iemand iets tegen de regels doet. En daar ben ik geen voorstander van. Het is nog niet zo lang geleden dat ik aan de andere kant van het klaslokaal stond en als ik meteen in de eerste les al strafwerk had gekregen omdat ik tijdens de uitleg praatte, dan had ik de docent niet heel aardig en meegaand gevonden. En als ik de docent niet aardig vind, dan ben ik ook niet bereid om hard voor het vak te werken. Ik ben nu natuurlijk wat ouder en wijzer (hoop ik) en ik weet nu dat ik niet voor de docent werk, maar voor mijn eigen toekomst. En ik weet ook wel dat de leerlingen je respecteren als je meteen vanaf dag 1 al laat zien wie de baas is…

…maar het is zo tegenstrijdig met mijn eigen gevoel! Ik wil leuk gevonden worden, ik wil lief zijn, ik wil dat de leerlingen me mogen. Dat zit in mijn karakter en hoe vaak ik het ook probeer, ik krijg het er niet uitgeslagen. Aan de ene kant natuurlijk heel jammer, maar aan de andere kant ook een goede eigenschap. Ik ben gewoon een zachtaardig meisje en ik laat me niet graag veranderen, hoe hard mensen ook roepen dat het goed is om streng te zijn.

Gelukkig bereik ik ook een hoop door wel gewoon aardig en lief te zijn. Zoals ik al zei, een band met de leerlingen opbouwen vind ik ontzettend belangrijk. Ik ben nog steeds van mening dat je op deze manier het meeste gedaan kunt krijgen. Dat zag ik het afgelopen jaar wel. Met een van mijn brugklassen was de band uitstekend. Er was daardoor ook meer rust in het lokaal en de leerlingen luisterden naar me tijdens mijn uitleg. Bij een andere brugklas was de band minder goed te noemen. In die klas was het een stuk rumoeriger tijdens de uitleg en ook tijdens het zelfstandig werken waren de leerlingen Oost-Indisch doof.

Natuurlijk moet iedere docent zelf uitzoeken wat de beste manier van lesgeven voor hem/haar is. Ik zeg ook niet dat het erg is als je wel streng begint, maar voor mij werkt dat niet. Het is tegenstrijdig met mijn karakter en als ik voor de klas sta, wil ik graag voor een groot deel mezelf kunnen zijn. Ik hou het dus bij mijn eigen aanpak. Hopelijk pakt dat het komende schooljaar net zo goed uit als het afgelopen jaar.

Liefs!

woensdag 3 juli 2013

"Tip" van de week

Voor vandaag heb ik een ander soort tip. Deze tip komt niet uit het boekje van de algemene onderwijsbond, maar kwam ik laatst eens tegen tijdens het surfen.

Als docent krijg je altijd een ‘docentenagenda’ van school. Dit jaar mocht ik kiezen uit drie versies: een ringbandagenda, een ‘standaard docentenagenda’ en een andere agenda die ik nooit eerder gezien had. Ik heb altijd een ringbandagenda gehad, omdat ik die heel fijn vond werken. Het probleem met deze agenda was helaas wel dat hij bij mij na een paar weken al uit elkaar viel. Ik stop altijd allemaal papieren tussen mijn agenda en dat kon deze helaas niet hebben.

Ik besloot op internet rond te kijken naar andere agenda’s voor leraren en ik kwam al heel snel op een site waar je je eigen agenda kunt ontwerpen. Oké, alleen de voorkant dan. Ik begon meteen te google’en naar leuke plaatjes op internet en nog geen uur later had ik mijn agenda besteld. Supertof!

Ik dacht dat het twee weken zou duren voordat mijn agenda op de deurmat zou liggen, maar ik geloof dat het slechts twee of drie dagen heeft geduurd. Fijne service! Ik wist niet hoe snel ik de verpakking open moest scheuren toen ik ‘m eenmaal in mijn handen had. De agenda ziet er mooi uit. Helaas geen ringband, maar ook deze blijft redelijk goed open liggen.

Hoe de agenda eruit ziet? De buitenkant is vrij simpel. Het is een groot, wit boek op A4-formaat waar een sticker op is geplakt met de foto die je zelf in kon sturen. De grootte vind ik wel erg fijn. In een gewone agenda is het altijd maar priegelen om al het huiswerk er in te kunnen schrijven. Met deze agenda heb je veel meer ruimte!

De agenda begint met een aantal pagina’s die vrij standaard zijn in een (docenten)agenda. Een pagina met vakanties, een jaarrooster en een ruimte om je lesrooster op te schrijven. Achterin de agenda vindt je pagina’s voor klasgegevens, bladzijdes voor notities, adresgegevens en notities voor volgend schooljaar.

De agenda zelf is geweldig. Zoals ik al zei is de agenda op A4-grootte. Op één pagina is één week afgedrukt. Als je de agenda openslaat zie je dus twee weken. Heerlijk overzichtelijk, want je ziet meteen wat voor belangrijke dingen er de komende week op de planning staan. Naast de dagen zijn er ook nog andere ruimtes om dingen op te schrijven. Aan de zijkant zie je een vakje met “Deze week:” staan. Een vak om op te schrijven wat voor bijzondere activiteiten er in die week zijn. Daaronder is ruimte gemaakt voor een to do-list, alsof ze deze agenda speciaal voor mij hebben ontworpen!

Behalve de hardcover (die ik heb)(€24,95) kun je ook kiezen uit een ringbandagenda (€25,95) waar je dezelfde papieren in kunt doen. Ik vond deze zelf te dik om mee te nemen, maar als je je agenda altijd op je werk laat liggen, is ook deze ideaal!

Benieuwd hoe de agenda er van binnen uitziet? Of wil je ook zo’n agenda bestellen? Klik dan hier.

Liefs!