Posts tonen met het label De leerlingen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label De leerlingen. Alle posts tonen

maandag 9 januari 2017

Keuzes maken (en verantwoorden)

Na een heerlijke vakantie (die best nog een weekje langer had mogen duren) begon ik vanochtend weer vol frisse tegenzin moed aan mijn eerste werkdag van 2017. Gisteravond zag ik al direct een roosterwijziging, wat me een extra les en dus een tussenuur minder kostte. Best jammer, want ik had zo veel op mijn to do-list staan deze eerste dag!

Waaronder het analyseren van een enquête die ik vandaag heb afgenomen bij mijn leerlingen. Uitgebreid de resultaten bekijken is me niet gelukt, maar ik heb wel scannend de uitslag bekeken. Het viel me direct op dat ik niet goed scoor op 'afwisselend lesgeven'. Waar de meeste leerlingen bij vrijwel alles heel positief zijn, vinkt vrijwel iedereen 'neutraal' aan op de vraag of ik afwisselende lessen geef. En dat snap ik heel goed.

Mijn lessen zien er altijd hetzelfde uit: bij mijn wiskundelessen begin ik met de uitleg van de nieuwe theorie en daar laat ik de leerlingen vervolgens een half uur zelfstandig of in tweetallen aan werken. Bij rekenen verplicht ik de leerlingen om het eerste halfuur van de les in (zo veel mogelijk) stilte te werken aan het huiswerk, daarna geef ik ze een puzzeltje of een raadsel. Het kost me heel weinig voorbereidingstijd en het zijn lessen waar het grote deel van de leerlingen gek op is: lekker veel huiswerk in de les maken, zodat ze thuis niets meer hoeven te doen. Win-winsituatie!

Dat ze vinden dat ik geen afwisselende lessen geef, verbaast me dus niet. Toch denk ik dat het binnenkort in het gesprek met mijn afdelingsleidster wel over dit onderwerp zal gaan. Gelukkig hoorde ik onlangs van een docentenopleider dat je geen foute keuzes kan maken met betrekking tot het lesgeven: het gaat erom dat je jouw keuzes kunt verantwoorden. En dat kan ik.

Door niet te veel tijd te steken in mijn lesvoorbereidingen, houd ik tijd over om te besteden aan mijn ontwikkelingen op andere gebieden. Voor de leerlingen die uitvallen bij rekenen schrijf ik nu een boekwerk om ze de basis van het rekenen bij te spijkeren voordat ze volgend jaar naar de volgende klas gaan. Voor de leerlingen uit mijn 3vwo-klas heb ik een flink pakket met opgaven gemaakt om ze beter te kunnen voorbereiden op de bovenbouw: welke soorten wiskunde zijn er en wat zijn de verschillen hiertussen? Hoe zien die soorten wiskunde eruit? Doordat ik niet uren bezig ben om lessen in PowerPoint, Prezi's of dat soort dingen te maken, houd ik tijd over om mijn andere werk (toetsen maken bijvoorbeeld) ruim op tijd in orde te hebben. (In tegenstelling tot andere collega's, maar dat terzijde.)

Tijdgebrek* is één van de redenen dat ik niet doe aan wekelijkse activerende werkvormen, maar het grootste belang hecht ik aan de regelmaat en de voorspelbaarheid van mijn lessen. Bij binnenkomst weten de leerlingen waar ze aan toe zijn en dat creëert rust. Daarbij geven ze in diezelfde enquête aan dat ze goed kunnen werken in mijn lessen en dat vind ik veel belangrijker. Ik kan wel elke dag iets nieuws verzinnen, maar als een groot deel daar geen behoefte aan heeft: waarom zou ik dat dan doen?

Liefs!

* Ik gebruik het woord tijdgebrek, maar eigenlijk draait het om grenzen stellen. Mijn man zit avonden en weekenden achter zijn computer om lessen voor te bereiden, maar ik gun mezelf 's avonds rust, omdat ik weet dat ik dat nodig heb. Ik krijg betaald om 73,5% te werken, niet om (meer dan) full-time te werken.

dinsdag 22 november 2016

Lesvrij

Het is algemeen bekend dat docenten in de avonduren, in de weekenden en in de vakanties doorwerken. Er is altijd nog wel wat te doen: contact met ouders, toetsen nakijken, planningen maken... Ook ik heb nooit het gevoel dat mijn werkdag is afgelopen en in mijn vakanties ruim ik ook altijd wat tijd in om te werken. 

Vorige week heb ik mijn recuperatieverlof opgenomen, zoals jullie vorige week hebben kunnen lezen. Op maandag en dinsdag heb ik alleen maar op de bank gelegen met een boek: op en top genieten! Op woensdag begon het toch weer te kriebelen: ik wilde iets nuttigs doen. Ik begon thuis, maar mijn favoriete plek om te werken is toch echt op school. Weinig afleiding en alle papieren, boeken en kopieerapparaten binnen handbereik. Daarom vertrok ik rond lunchtijd richting school.

Ook de hele donderdag heb ik op school gewerkt. Woensdag lukte het me om iedereen te omzeilen: ik kwam pas na de pauze binnen en ik heb in mijn eentje in de werkruimte gezeten. Op donderdag was ik er de hele dag, ik kwam tientallen collega's tegen en op de gangen zag ik veel van mijn leerlingen lopen. Ik vond het leuk om ze tegen te komen, maar er begon toch iets te knagen: het voelde alsof ik spijbelde.

Gisteren, toen ik weer voor de klas stond, vroegen leerlingen er naar. 'Waarom hadden we geen les? Ik zag u lopen!' Mijn collega, die ook die week vrij had gevraagd, heeft zijn leerlingen verteld dat hij aan het verhuizen was, maar bij mij zou dat smoesje niet werken. Daarom vertelde ik de leerlingen dat ik lesvrij had. En dat is precies hoe de vakanties en verlofweken voelen: écht vakantie is het nooit, we geven in die weken alleen geen les.

Liefs!

dinsdag 11 oktober 2016

Muziek luisteren tijdens de les

Er ontstond laatst in een vergaderingen de discussie: is het goed om leerlingen muziek te laten luisteren tijdens de les? Op de school waar ik werk is het niet toegestaan om de telefoon zichtbaar te hebben, het gebruiken van een telefoon tijdens de les valt daar ook onder. 

En toch kan het handig zijn om de telefoons wel toe te staan. Ik doe het vrijwel nooit, ook omdat de leerlingen er bij mij niet om vragen, maar tijdens een lesbezoek zag ik dat het luisteren naar muziek tijdens het werken zeker wel nut kan hebben. De leerlingen maken op die manier zelfstandig hun opgaven, wat voor een stukje meer rust in de klas zorgt.

Het heeft natuurlijk ook gevaren om de telefoon toe te staan in de les. Leerlingen raken erdoor afgeleid, zeker als ze een berichtje ontvangen. Het risico is dat hun aandacht wordt verplaatst naar de telefoon in plaats van naar het werk en zo schiet je je doel voorbij.

Ik ben er geen voorstander van om leerlingen muziek te laten luisteren, maar als ik het zou toestaan, is het alleen in de rekenlessen. Hierbij moeten de leerlingen verplicht zelfstandig werken, terwijl ik ze bij wiskunde juist stimuleer om samen te werken. 

Laten jullie de leerlingen muziek luisteren tijdens de les?

Liefs!

zondag 9 oktober 2016

Jarig!

Vrijdag vroeg ik heel nonchalant aan mijn leerlingen of ze al met elkaar hadden afgesproken wat ze voor mijn verjaardag zouden kopen. Gisteren, zaterdag, was ik jarig en het was voor mij voor het eerst dat ik mijn verjaardag niet met mijn leerlingen kon vieren. Daarom probeerde ik er op een andere manier aandacht aan te geven...

De leerlingen werden plotseling heel enthousiast, terwijl ik het echt bedoelde als grapje. Er werden afspraken gemaakt over het kopen van een kaart, chocola en een fles wijn. Sommige leerlingen stelden zelfs voor om ook op zaterdag naar school te komen.

Ik ben benieuwd waar ze morgen mee binnen komen. Zullen ze het vergeten zijn of zijn ze echt massaal naar de stad gegaan om chocola te kopen? :-)

Liefs!

vrijdag 26 augustus 2016

Stoelen aanschuiven

Ik vind het fijn als mijn lokaal netjes geordend is. Een opgeruimde werkplek zorgt voor een opgeruimd hoofd, zegt men. Dit gaat zelfs zo ver dat ik de leerlingen elke les vijf keer vraag om de stoelen aan te schuiven zodra ze het lokaal willen verlaten. Zodra de tafels en stoelen netjes staan, dus twee en twee, mooi tegen elkaar aan en de stoelen normaal aangeschoven, geeft me dat een prettiger gevoel dan wanneer alles schots en scheef staat. 

Niet alleen voor mezelf vind ik het prettig om alles netjes op een rijtje te hebben, ook voor de volgende groep is het fijn om binnen te komen in een opgeruimd lokaal, waarbij de stoelen zijn aangeschoven. Althans, wanneer ik een ruimte inkom waar het een zooitje is, krijg ik een apenkooiengevoel. Alsof alles kan en alles mag. Dat gevoel wil ik niet creëren bij dertig stuiterende kinderen.

Het kost energie om de leerlingen zo ver te krijgen om hun werkplek netjes achter te laten. Vlak voor het einde van de les vraag ik het de leerlingen een keer of drie en zodra een leerling het lokaal dreigt te verlaten terwijl zijn stoel niet is aangeschoven, fluit ik de leerling terug. Toch kwam het de afgelopen week nog te vaak voor dat ik zelf aan het einde van de les nog wat stoelen moest aanschuiven. Daar werd ik vandaag een beetje chagrijnig door, waardoor ik zelfs het woord "strafwerk" liet vallen. 'Als jullie straks het lokaal verlaten, noteer ik de namen van de leerlingen die hun stoel niet hebben aangeschoven. Die leerlingen krijgen in de les van maandag een flink stapeltje strafwerk. Hopelijk snappen die leerlingen daarna wel dat het een kleine moeite is om even een stoel aan te schuiven.' Het resultaat: dertig aangeschoven stoelen. 

Ik probeer me niet te veel af te vragen waar het bij de leerlingen fout gaat, of waardoor ze de moeite niet nemen om zich als een gast te gedragen in mijn lokaal en hun werkplek netjes achter te laten. Ik wil mijn energie liever te steken in het oplossen van dit probleem. En als waarschuwen met strafwerk het enige is dat werkt, dan is dat maar zo.

Liefs!

P.S. Voor de lezers die denken dat ik aan een dwangneurose lijd doordat ik dertig tegels kaarsrecht wil hebben: dat is niet zo. Maar vandaag schuiven ze hun stoelen niet aan, volgende week gooien ze hun vuilnis niet in de vuilnisbak en volgend jaar breken ze de boel af. We moeten toch ergens beginnen met het heropvoeden van de kinderen? ;-)

 




donderdag 25 augustus 2016

Leerlingen vs. vergeten spullen

Moe word ik ervan, leerlingen die hun spullen niet meenemen naar de les. Een paar missende geodriehoeken hier, veel leerlingen zonder rekenmachine daar... Vier jaar lang heb ik met twee verschillende systemen gewerkt, maar dit jaar besloot ik het anders te doen.

Het eerste systeem was simpel. Iedere leerling krijgt aan het einde van een periode een 10 als extra cijfer. Elke keer dat een leerling iets vergat, ging er een half punt van het cijfer af. Het werkte erg goed. Leerlingen waren eerlijk wanneer ik vroeg wie wat niet bij zich had, en ik noteerde het allemaal netjes in mijn map.

Toch wilde ik er iets op aanpassen. Ik wilde namelijk ook schriften controleren. Niet op het meenemen van het schrift, maar op de netheid, op de berekeningen, op de eisen die ik stel bij een assenstelsel e.d. Vorig jaar deed ik het als volgt: iedereen krijgt een 7,0. Elke keer dat een leerling iets vergeet, gaat er een half punt af, maar elke keer dat een leerling zijn schrift perfect in orde had, ging er een half punt bij. Ik controleerde het schrift elke week. Daar zaten twee nadelen aan, merkte ik. Ten eerste was het een hoop gedoe om elke week bij iedereen het schrift te controleren, zeker toen mijn stagiaire twee van de drie/vier lessen per week overnam. Ik moest alles in één of twee lesuren doen en dat was niet haalbaar. Ten tweede controleerde ik het veel vaker dan zes keer per periode, waardoor leerlingen gemakkelijk vier keer een boek konden vergeten zonder daarvoor gestraft te worden. 

Dit jaar doe ik het dus anders: ik controleer niet meer of leerlingen hun spullen meenemen naar de les. Vandaag heb ik wel voor het idee alles genoteerd, de klas streng toegesproken dat een eigen geodriehoek en eigen rekenmachine echt verplicht is in de les... Maar meer doe ik er niet mee. Dan maar lenen van anderen... Echter geldt vanaf dit schooljaar wel dat ik mijn spullen niet meer ga uitlenen aan leerlingen, en al helemaal niet op toetsen. Vorig jaar heb ik te veel geodriehoeken moeten bijkopen en dat grapje was wel erg duur.

Ik ben benieuwd of er andere docenten meelezen die een ideaal systeem hanteren. Dus vertel: wat doen jullie met leerlingen die hun spullen vergeten?

Liefs!

woensdag 24 augustus 2016

Moeite met namen

Vanmiddag stond ik bij de deur van het lokaal al mijn nieuwe leerlingen de hand te schudden om ze welkom te heten. Sommigen noemden heel beleefd hun eigen naam en af en toe noemde ik ook mijn eigen naam. Bij alle lessen ging dat goed, tot mijn laatste les.
'Hoi, ik ben mevrouw Snelten. Eh... Grapje! Ik ben mevrouw Heemskerk!'
Het zal wel door de hittegolf komen dat ik ineens een verkeerde achternaam noemde. 

Bij mijn huwelijk een paar maanden geleden heb ik namelijk niet alleen een hele mooie ring gekregen, maar ook een nieuwe achternaam. En dat was vandaag bij het voorstellen even wennen. 's Morgens had ik niet voor niks mijn naam op het bord geschreven. Ik vertelde de reden ook aan deze leerlingen. 'Jullie denken natuurlijk dat ik mijn naam op het bord heb geschreven zodat jullie het onthouden, maar stiekem doe ik het voor mezelf. Ik vergeet mijn eigen achternaam namelijk elke keer.' Een paar leerlingen keken elkaar verbaasd aan en ik zag ze denken: wat is dit voor rare docent? 'Ik ben twee maanden geleden getrouwd. Sindsdien heb ik een nieuwe achternaam.'

Maar nu vraag ik me af... Als ik na twee maanden mijn eigen naam niet weet, hoe lang duurt het dan voordat ik de namen van mijn tweehonderd nieuwe leerlingen weet?

Liefs!

maandag 28 september 2015

Rust

Het is niet leuk om te moeten werken met een klas vol stuiterballen en brutale kinderen. De eerste keren was ik echt in staat om te huilen als ik thuis kwam uit mijn werk. Ik zag het niet zitten en kreeg de kriebels als de klas onderweg was naar mijn lokaal. Vijftig minuten lang pijn lijden, help!

Gelukkig is de rust teruggekeerd in deze klas. Ik was niet de enige die moeite had met een paar kinderen uit deze klas. Dat bleek toen ik meerdere berichtjes in het systeem van school zag verschijnen over een mogelijke overplaatsing van twee van deze leerlingen.

Vandaag was de eerste dag zonder de twee grootste probleemmakers. De meest agressieve jongens - de ruziezoekers - zijn uit de klas gehaald en overgezet naar een andere brugklas. Dat merkte ik direct. De klas is nog steeds wel druk, hoor, ik heb ook echt heel veel energie nodig om de les te laten verlopen zoals ik het wil. Maar dat is geen probleem. De overgebleven vijfentwintig leerlingen zijn redelijk corrigeerbaar en weten mijn grenzen echt wel te herkennen.

Ik ben benieuwd hoe de komende lessen zullen zijn in deze klas, maar waar ik nog veel nieuwsgieriger naar ben, is hoe de andere twee jongens zich gaan redden in hun nieuwe klas. Eén van hen (de minst erge!) zit nu in een andere brugklas waar ik les aan geef en vandaag deed hij ontzettend goed mee met de les. Nu de rest van het jaar nog!

Liefs!

maandag 21 september 2015

Wees duidelijk en consequent

'Je moet me even wat moed inpraten, ik heb klas 1k weer,' zei ik aan het einde van de pauze tegen mijn vriend a.k.a. mijn favoriete collega. Uiteraard is de naam van de klas verzonnen, ik heb de klas nu vernoemd naar 1-kutklas. Creatief! Achteraf bleek het inpraten van moed niet nodig te zijn, de les ging namelijk best goed. En waarom? Ik was duidelijk.

Vorige week merkte ik dat in deze klas één ding geweldig goed werkt. Duidelijk zijn. Duidelijk zijn in het vertellen van de regels, maar ook duidelijk zijn in het vertellen van de consequenties. Daarom begin ik de les tegenwoordig met het benoemen van de regels.

"De regels binnen deze vier muren zijn niet anders dan de regels tijdens de lessen vorige week, maar toch ga ik ze herhalen. Zo wordt jullie geheugen weer even opgefrist. Jullie zijn stil tijdens de uitleg, jullie blijven van elkaars spullen af, jullie steken je vinger op als je iets wilt vragen of zeggen en jullie maken geen rare geluiden om de aandacht van elkaar te trekken. Als je één van de regels overtreedt, breng je de rest van het lesuur door bij de afdelingsleider en ga je daar verder met het maken van je huiswerk. Dus even een korte herhaling: stil zijn, afblijven van elkaar spullen, vinger opsteken en geen rare geluiden maken."

Tijdens de les van vandaag zag ik echt wel dat leerlingen moeite hadden met de regels. De klas zit vol leerlingen die te pas en te onpas commentaar willen geven en even hun stem willen gebruiken. Toch ben ik stiekem wel trots op ze. Ik heb er één leerling uitgestuurd, eigenlijk geheel tegen mijn zin in. Hij riep het antwoord door de klas zonder zijn vinger op te steken. In een willekeurige klas zou ik hem een compliment geven voor het goede antwoord met daarbij de waarschuwing om in het vervolg één van zijn tien vingers op te steken, maar in deze klas moet ik consequent zijn in het naleven van de regels.

En af en toe moet ik dan iemand tegen mijn zin in wegsturen...

Liefs!

woensdag 2 september 2015

Zie het als een uitdaging

Gisteren heb ik meerdere blogposts geschreven. In mijn hoofd dan, ik had de energie niet om mijn laptop erbij te pakken. Maar de tekst had ik al helemaal bedacht. 'Ik denk dat ik maar ga stoppen in het onderwijs,' zei ik gisteren tegen mijn zussen. En zo wilde ik ook mijn artikelen openen.

Ik zat er even helemaal doorheen. Ik had een hoop brutale leerlingen voor mijn neus gehad die dag en daar was ik flink chagrijnig van geworden. Ik schrok van de woorden die mijn leerlingen gebruikten, het gedrag wat ze toonden - tegen hun klasgenoten en tegen mij. Ik schrok van mijn collega, die iets deed waar ik echt enorm van stond te kijken (lang verhaal, misschien vertel ik het nog eens als ik daar behoefte aan heb). Het kostte me zoveel energie om alles te verwerken dat ik thuis direct op bed ben gaan liggen.

Ik wilde een blogpost schrijven om te vertellen wat er allemaal was gebeurd die dag en dat ik echt ging twijfelen aan mezelf als docent. De tranen rolden over mijn wangen, iets wat ik na een ontzettend leuke eerste week absoluut niet had verwacht in deze tweede week van het schooljaar. Maar ik wilde ook een stukje schrijven over hoe je uit zo'n dip komt. Ik merkte namelijk dat het mij enorm hielp om buiten even een stukje te wandelen, maar een halve reep chocola en een schaaltje crème brûlée hebben me ook geholpen om weer iets vrolijker te worden.

De echte ommekeer in mijn gedrag kwam 's avonds, toen ik met mijn vriend op bed lag te praten over mijn dag. Ik deed mijn verhaal, liet weer wat tranen vloeien en hij gaf me wat tips. Toen ging er een knop om in mijn hoofd. Vanaf dat moment zag ik het niet meer als een probleem, dat gedrag van de leerlingen. Het probleem was veranderd in een uitdaging!

En met die insteek ging ik vandaag mijn les draaien. De leerlingen kwamen binnen, zeiden extreem aardig 'goedemiddag' tegen me, luisterden naar mijn toespraak over hun gedrag van gisteren en konden zich vinden in de eventuele straf die zou volgen bij slecht gedrag.

Ik wist niet welke klas ik voor me had, maar de rampenklas van gisteren was het niet. Wat waren ze lief, wat deden ze goed mee en wat fijn dat ze me lieten uitpraten en dat ze hun vinger opstaken in plaats van hun stem direct lieten gelden! Ik heb de klas heel veel complimenten gegeven en de les afgesloten met een kleine traktatie.

Zo kan het dus ook. Met het gevoel een uitdaging aan te gaan verlopen de lessen een stuk beter en de leerlingen merken die positiviteit ook. Ze bedankten me voor het snoepje dat ze kregen en er waren zelfs leerlingen die hun excuses hebben aangeboden aan het einde van de les. Aandoenlijk!

Dus ehh... Voorlopig blijf ik nog even in het onderwijs hangen!

Liefs!


woensdag 24 december 2014

Het is toch wel leuk

Gisteravond ging de deurbel. Ik deed open en ik weet niet wie van ons meer schrok: ik of zij. Voor mijn deur stond een leerling die ik twee jaar terug in de brugklas had. Ze wilde me namens het wijkfolderdingetje een fijne kerst en een gelukkig nieuwjaar wensen, maar ze wist natuurlijk niet dat haar oud-docent wiskunde in dit huis woont.

'Huh, hé!' kwam er uit haar mond.
'Verrassing,' lachte ik.
'Nou, eh... Fijne kerst dus,' zei ze, 'en een gelukkig nieuw jaar.'
'Jij ook!'
Met twee kersverse eurootjes in haar hand liep ze mijn voortuin uit. 

Ik dacht dat ik het verschrikkelijk zou vinden om mijn (oud)leerlingen tegen te komen, maar nu het eenmaal zo ver is, vind ik het best leuk!

Liefs!

donderdag 4 december 2014

Twijfelen aan mijn kwaliteiten

Zodra de tafeltjesavond voor de deur staat, begin ik aan mezelf te twijfelen. Vooral aan mijn kwaliteiten als docent. Heb ik er alles aan gedaan om de leerlingen succeservaringen te laten opdoen? Heb ik de leerlingen kansen geboden om hun cijfer op te halen of in ieder geval om de volgende keer wel een mooi cijfer te halen? Heb ik duidelijk zicht op hoe de leerling in de les werkt en wat er in zijn schrift staat? En eigenlijk is het antwoord op alle vragen: nee.

Maar dan is het al een beetje te laat. Volgende week heb ik acht gesprekken. De leerlingen staan onvoldoende voor mijn vak en dat heeft twee (overlappende) redenen: ze werken niet in de les of ze weten niet hoe ze moeten werken. Dat ze na honderd waarschuwingen nog steeds niet werken, dan ben ik mijn geduld kwijt en probeer ik te negeren. Maar wat zeg ik dan op zo'n tafeltjesavond?

Ik heb net anderhalf uur vergaderd over wat te doen bij onvoldoendes van leerlingen. Het is niet altijd onwil. Af en toe weten ze gewoon echt niet wat ze moeten doen. Wat er van ze verwacht wordt. En ik merk aan mezelf dat ik iets van de leerlingen verwacht wat deze jongeren nog niet beschikken: motivatie, doorzettingsvermogen, discipline en zelfstandigheid. 

Ik moet dit clubje leerlingen, die na honderd onvoldoendes echt wel de motivatie kwijt zijn en zich geen vervelen in de les, bij de hand nemen. Ik moet hun schriften controleren, ik moet ze laten zien dat ze het wel kunnen en vooral: ik moet ze duidelijk vertellen wat ze moeten doen en wat ik van ze verwacht. 

Maar dat vind ik lastig. Het gaat hier om een groepje jongens die ik achter het behang wil plakken. Die zo stronteigenwijs zijn, dat ik ze al niet meer wil helpen. Die me af en toe het blond onder mijn nagels vandaan halen, dat ik niet langer energie in ze wil steken. Maar dat mag ik natuurlijk niet hardop zeggen. Het is mijn taak, als opvoedende docent, om ze te begeleiden. Ik moet ze steunen, ik moet ze supporten en ik moet ze handvatten bieden.

En hoe moeizaam het ook gaat zijn, het hoort bij mijn baan. Ik krijg ervoor betaald. Dus ik moet er maar eens verandering in brengen.

Liefs!

dinsdag 2 december 2014

Sinterklaasgedicht

Het aller- aller- allerleukste aan mijn werk vind ik de gesprekken met de leerlingen. De spontane gesprekken, de leuke dialogen en de grappigste uitspraken. Zoals die van vanmiddag.

Met mijn mentorklas vierde ik Sinterklaas. Iedereen had een lootje getrokken en kocht een cadeautje voor een ander. Een gedicht en surprise mocht, maar het was niet verplicht. Naast hun enorme huiswerk wilde ik ze niet nog meer belasten. 

Ik schreef wel een gedicht voor het meisje dat ik trok. Ik knalde het gedicht er in vijf minuten uit (de accu van mijn laptop was bijna leeg en ik dacht dat ik geen oplader had liggen in mijn nieuwe huis), maar ik was tevreden. Op mijn werk plakte ik er nog een leuk plaatje van een Sinterklaas bij en printte ik het uit. 

Toen het gedicht werd voorgelezen, zag ik veel goedkeurende blikken van de leerlingen. Hier en daar hoorde ik een complimentje.
'Wie heeft dat geschreven?' vroeg iedereen zich af. Toen ze mij zagen glimlachen, wisten ze genoeg.
'Mevrouw, u moet echt dichteres worden,' zei een van de jongens.
Ik lachte. 'Doe ik dat beter dan lesgeven?'
En toen wist hij even niet meer wat hij moest zeggen...

Liefs!

vrijdag 28 november 2014

Hier doe ik het voor

Deze week is het me twee keer gebeurd dat ik een enorm compliment heb gekregen van twee leerlingen van mijn werk. De ene leerling gaf ik vorig jaar les, de ander heb ik nooit les gegeven.

Ik kom mijn oud-leerling, een meisje, tegen in de deuropening van de school. Ik wil net weggaan en zij komt net binnen. Waarschijnlijk iets vergeten in haar kluisje.
'Mevrouw, ik wil u weer voor wiskunde.'
Dat snap ik maar al te goed, ik ben ook niet heel erg gecharmeerd van haar wiskundedocent die ze dit jaar heeft.
'Hoezo dan?'
'Ik heb vandaag mijn eerste voldoende van dit jaar gekregen en dat was een zes. Hiervoor haalde ik alleen maar onvoldoendes.'
Ik zeg haar maar niet dat ze vorig jaar bij mij ook alleen onvoldoendes haalde...
'Weet je wat. Als er iets is wat je niet begrijpt, zoek je me een keer op in de pauze. Afgesproken?'
Tevreden loopt ze weg. En ik moet een glimlach van oor tot oor. Dit meisje was absoluut niet mijn favoriete leerling van vorig jaar, we hadden geen echte klik, dus dat ze zo'n compliment maakt, doet me goed.

De jongen die me een compliment gaf, heb ik nooit lesgegeven. Ik weet niet meer precies wat het moment was dat ik hem leerde kennen. Misschien was dat tijdens de studieles ooit, of tijdens de geldinzamelactie voor het goede doel. Ik heb geen idee, maar ik mocht hem direct en hij mij blijkbaar ook. 
Ik liep langs een grote groep leerlingen die met z'n allen op een bank pauzen aan het houden waren. Deze jongen sprong op.
'Mevrouw, mevrouw!' 
Ik draaide me om, verbaasd dat hij me aansprak.
'Mevrouw, ik heb me speciaal ingeschreven voor studieles wiskunde omdat ik dacht dat ik dan les kreeg van u.'
'Waarom dacht dat je dat dan?'
'Nou, gewoon. Weet ik ook niet. Maar nu geeft meneer Visser dat dus.'
'Aha. En wat vind je lastig aan wiskunde nu?'
'Niks eigenlijk. Het leek me gewoon leuk om weer hulp van u te krijgen. U legt zo goed uit.'

THANK YOU!

Liefs!

donderdag 9 oktober 2014

Het gedrag van Pietje

Het nieuws volg ik vaker niet dan wel en met de politiek heb ik al helemaal niets. Toch hoorde ik net iets op het nieuws wat over de politiek ging en wat wél mijn aandacht trok.

Drie politici schijnen iets gezegd te hebben over Marokkanen. Ik hoorde de helft van het gesprek niet, want ik was voor de verandering druk bezig om mijn woonkamer op te ruimen, maar het ging over of hun uitspraken strafbaar waren of niet. De drie politici hadden namelijk commentaar op Marokkanen. Wilders gaf commentaar op de gehele groep, terwijl de twee andere politieke mannen commentaar hadden op het gedrag van Marokkanen. En dat is een verschil.

Eén van de dingen die ik heb geleerd tijdens mijn stage is dat je geen commentaar op een leerling mag hebben. Je mag dan ook nooit zeggen dat Pietje vervelend is. Wat je wel mag zeggen? Dat het gedrag van Pietje vervelend is. Keur niet de persoon af, maar het gedrag van die persoon.

Ik probeer er op te letten en probeer ook nog eens de ik-boodschap toe te passen ('Pietje, ik vind het gedrag dat jij vertoont vervelend'), maar het gebeurt ongetwijfeld vaker dan ik wil dat ik dit belangrijke verschil vergeet. Door dit stukje te schrijven herinner ik mezelf er extra aan dat ik hier echt op moet letten.

Liefs!

woensdag 28 mei 2014

Intervisie: Erg veel vragen (#13)

Maandag schreef ik over mijn klas 1C, die erg veel vragen stellen. Vandaag behandel ik dit probleem in mijn intervisie.

De situatie
In klas 1C worden tijdens de uitleg erg veel vragen gesteld. Op zich is het niet erg dat er veel vragen worden gesteld, maar veel vragen zijn onnodig en daardoor overbodig. De uitleg duurt daardoor soms tien tot vijftien minuten langer dan in andere klassen. Het probleem is dat veel leerlingen zich heel erg gaan ergeren aan dit clubje, maar dat ze zich ook gaan vervelen.

De hulpvraag
Hoe zorg ik ervoor dat er minder vragen worden gesteld of dat de rest van de klas niet de dupe is van deze (onnodige) vragen?

De mogelijke oplossingen
1. Spreek met de leerlingen die veel vragen stellen af, dat ze per klassikale uitleg maximaal twee vragen mogen stellen. De andere vragen mogen ze individueel stellen tijdens het zelfstandig werken.
2. Ga in gesprek met deze leerlingen. Waarom stellen ze zo veel vragen? In dit geval gaat het om onzekere meisjes die continu op zoek zijn naar bevestiging. Geef ze meer complimenten en succesmomenten, er is een kans dat de onzekerheid dan een beetje afneemt.
3. Zeg tegen de klas dat iedereen moet luisteren naar de vragen. Misschien leren ze er zelf ook wat van. Laat de vragen herhalen door een medeleerling om te checken of deze nog niet in slaap gevallen is.
4. Beantwoord de vraag niet zelf, maar laat de vraag door een medeleerling beantwoorden. Zo kunnen ze elkaar helpen, is er meer interactie en door willekeurig iemand aan te wijzen die antwoord moet geven, moet iedereen wel opletten.
5. Laat de leerlingen de vragen aan hun buurvrouw stellen. Er wordt altijd beweerd dat leerlingen er het meeste van leren als ze iets aan een ander moeten uitleggen, dus zo wordt het een win-winsituatie.

Omdat ik oplossing 4 zeker wel de beste oplossing vind, ga ik dit vanaf nu uitproberen in mijn lessen. Ik ben heel benieuwd of dit gaat werken!

Liefs!

maandag 12 mei 2014

Klas 1B

Ook vandaag weer een stukje over één van mijn brugklassen, die ik vandaag 1B noem. Deze klas is helaas minder leuk dan klas 1A.

Ik ga meteen met de deur in huis vallen: klas 1B is de klas waar ik absoluut de minste klik mee heb. Er wordt wel eerst beweerd dat je havo-docenten en vwo-docenten hebt. Wat dat betreft ben ik absoluut een havo-docent. Klas 1B zit vol met kinderen die naar het vwo gaan, terwijl mijn andere brugklassen toch meer havo-leerlingen heeft. Met die leerlingen heb ik ook een betere klik.
Ik zie er altijd wel tegenop om deze klas les te geven. Soms lijkt het alsof ik tegen een muur praat. Er is heel weinig interactie en het grapje, het dolletje, het lachje dat ik met andere klassen tussen de theorie door doe, dat heb ik niet met deze groep. Weinig humor, heel serieus, heel op zichzelf.
Natuurlijk zitten er ook leuke kinderen in deze groep, al zijn het er maar weinig. Er is één jongen die het vaak heeft over de voetbalclub van de stad waar ik woon. ‘Ze hebben weer verloren, mevrouw,’ zegt hij dan. Of: ‘Dit weekend spelen we tegen elkaar,’ waarbij hij met ‘we’ “zijn” club en “mijn” club bedoeld. Ik heb absoluut niets met voetbal, maar zo’n praatje vind ik hartstikke gezellig. Helaas heb ik wel al vele weddenschappen verloren, en hij al heel veel Twixxen gewonnen.

Er zit een jongen in deze klas die heel zwak is in wiskunde, maar zich wel vanuit zijn tenen inzet. Elke drie minuten komt hij naar mijn bureau toe om een vraag te stellen. ‘Daar ben ik weer, sorry,’ zegt hij dan. ‘Geeft niet, Marnix, ik vind het wel gezellig.’ En inderdaad, ik vind het gezellig, want dit zijn de enige twee leerlingen in de klas die ik wel oké vind.
Aan het begin van het jaar was deze klas enorm stil. Tijdens het zelfstandig werken werd er nauwelijks gepraat en als het te druk werd, waren ze na een waarschuwing meteen weer stil. Nu is dat anders. De meisjes beginnen los te komen en verliefd te worden, er wordt heel veel gekletst en die waarschuwingen hebben weinig zin meer. Heel jammer, want aan het begin van het jaar zag ik dit uur als ‘even rust’. Nu hoop ik alleen nog maar dat dit uur snel voorbij gaat.
Al met al weet ik wel dat ik het heb getroffen met mijn klas, hoor. Het had nog veel erger gekund, vooral als je kijkt naar klassen op andere scholen. Er zijn geen ruzies, geen vechtpartijen, geen eigenwijze leerlingen. Maar… ik mis de interactie zo!
Liefs!

woensdag 12 maart 2014

Intervisie: Wat doe ik met deze jongens? (#10)

Ik heb twee jongens in mijn 2havo-klas zitten die zich niet helemaal houden aan mijn afspraken. Voor de voorjaarsvakantie zouden ze strafregels inleveren: dit is niet gebeurd. Na de vakantie zouden ze de regels inleveren: weer niet gebeurd. Ik word er moe van!
De situatie
Zoals hierboven beschreven is, hebben deze heren zich twee keer niet aan de afspraak gehouden. De derde dag, toen ik weer ging controleren, hadden ze het weer niet bij zich. Ik was er echt even klaar mee en in plaats van dat ik ze naar de afdelingsleiders heb gestuurd, heb ik letterlijk tegen ze gezegd dat ik er genoeg van had en dat het me niet meer interesseert wat ze in de lessen uitspoken, als ik er maar geen last van heb. Ze gaan hun eigen gang maar!
De hulpvraag
Hoe had ik tegen deze twee jongens moeten reageren en hoe had ik dit probleem beter kunnen aanpakken?
De mogelijke oplossingen
1. Ze naar de afdelingsleider sturen. Dit zou de enige juiste oplossing zijn geweest, want ik had al tegen ze gezegd dat de derde keer hun laatste kans zou worden. Ik had de leerlingen “moeten overdragen” aan de afdelingsleider en hij zou dan verder mogen beslissen.
2. Ik had na de les, bijvoorbeeld in een pauze, met deze twee jongens kunnen praten. Eén op één of allebei tegelijk, dat maakt niet zo veel uit. Als de rest van de klas er maar niet bij zou zijn.
3. Ik had de leerlingen die middag bij mij kunnen laten nablijven. Ze hadden dan pas naar huis gemogen als alle strafregels geschreven waren.
4. Ik had het aantal strafregels weer kunnen verdubbelen (maar dat heb ik al twee keer eerder gedaan, en achteraf is gebleken dat dat ook niet heel veel nut had).
5. Ik had de leerlingen met tafel en al op de gang moeten zetten, zodat ze daar aan de strafregels hadden kunnen schrijven.
Op het moment wist ik al dat ik niet goed handelde. Deze jongens hebben allebei een aparte gebruiksaanwijzing en na anderhalf jaar stoeien ken ik ze nog niet. Ze doen waar ze zin in hebben, hebben een muur om zich heen en het boeit hen totaal niet wat de docent van ze denkt. Ze gaan toch wel hun eigen gang…
Liefs!

vrijdag 21 februari 2014

Werkvorm: Levend memory

Vorige week heb ik een quiz georganiseerd in mijn brugklassen, een zogeheten wiskwis. Ik dacht dat het wel zou lukken om een heel lesuur te vullen, maar helaas: na een half uur was ik de quiz afgelopen en hadden we nog twintig minuten te gaan. En nu?

Ik legde de eerste klas twee keuzes voor: optie 1 was verder gaan met het wiskundeboek. Optie 2 was een ander spel, maar ik had zelf nog geen flauw idee. Dat kon dus alleen doorgaan als iemand uit de klas een goed idee had.

Er gingen direct vingers omhoog. Ik wees willekeurig iemand aan en ze kwam meteen met een briljant spel: een levend memory. Ik heb er een kleine draai aangegeven door er een wiskundig memory van te maken, maar het idee wat precies hetzelfde.

Hoe werkt het?
Bij een oneven aantal leerlingen gaan er drie leerlingen de gang op, bij een even aantal leerlingen gaan twee leerlingen de gang op. (Je zou er als docent eventueel ook voor kunnen kiezen om zelf mee te spelen met het spel, maar dat heb ik zelf niet gedaan.)
Zodra deze leerlingen op de gang staan, worden er in het lokaal duo’s gevormd. Elk duo kiest een woord (wiskundig, uiteraard). Als iedereen een maatje heeft gevonden én als elk duo een woord verzonnen heeft, gaat iedereen op de tafel zitten. De leerlingen van de gang komen dan terug het klaslokaal in. Zij gaan voorin staan en noemen om de beurt twee namen van leerlingen. Deze leerlingen noemen wat ze zijn, zoals een kwadratische formule of de stelling van Pythagoras. Als er twee gelijken worden genoemd, heeft de leerling een punt en mag deze nog een keer twee namen noemen. Bij twee verschillende dingen gaat de beurt over naar de andere leerling.
Als een duo is genoemd door een leerling, verplaatst het duo zich van de tafel naar de stoel. Zo zien de ‘raders’ welke kinderen nog niet genoemd zijn. 
Het spel stopt zodra alle duo’s bekend zijn.

Levend memory duurt zo’n tien minuten, maar als je leerlingen hebt die niet enorm treuzelen voordat ze een naam noemen, kan het ook gespeeld worden binnen deze tien minuten. Als je er een beetje druk achter zet, zou je dit bijvoorbeeld ook kunnen doen wanneer je nog zeven lesminuten over hebt en je de leerlingen wel een lolletje gunt.

Variaties
Ik liet de duo’s twee gelijke woorden verzinnen. Beide leerlingen waren dan een prisma, een vermenigvuldigingspunt of een Einstein. Wil je het spel leerzaam maken? Dan kun je woorden verzinnen die met elkaar te maken hebben. Rechthoekige driehoek en stelling van Pythagoras, Einstein en E = mc². 
En natuurlijk kun je deze werkvorm ook toepassen bij andere vakken. Jaartallen en gebeurtenissen bij geschiedenis, begrippen bij aardrijkskunde, vertalingen bij Engels, Duits, Frans en Spaans en betekenissen bij Nederlands. Elementen bij scheikunde, formules bij natuurkunde. Oké, en rekensommetjes bij rekenen zouden ook nog best leuk kunnen zijn!

Ik ben blij met dit geweldige idee van mijn leerling en ik weet zeker dat ik dit nog eens ga toepassen in mijn lessen.

Liefs!

maandag 17 februari 2014

StudySteps, de persoonlijke online wiskundetrainer

Van een leerling kreeg ik een tijdje geleden de tip om eens naar www.studysteps.nl te surfen. Ze gebruikte deze website voor het oefenen met wiskunde en wilde de tip graag met mij delen.
StudySteps is een website bedoeld voor leerlingen die moeite hebben met wiskunde. Van de website: ‘Wiskunde is soms best lastig en veel leerlingen op havo en vwo worstelen met wiskunde. Gelukkig is wiskunde is te leren met het juiste leerproces. StudySteps helpt om stap voor stap betere leerresultaten te bereiken.’ Op de website van StudySteps vind je ontelbaar veel oefensommen (ruim 50.000 per leerjaar). Naast het oefenen van opgaven kun je ook met online wiskundecoaches communiceren door middel van een chat- of videogesprek.
StudySteps is bedoeld voor leerlingen, maar ook als ouder (en docent) kun je ook een account aanmaken. Hiermee kun je de voortgang van je kind (of leerling) in de gaten houden.
Aan StudySteps zijn echter wel kosten verbonden. Logisch, want die online coaches, met wie de leerlingen een online afspraak kunnen maken, steken er ook werk, tijd en energie in. Per maand betaal je vanaf €16,95. De specifieke kosten per abonnement kun je hier vinden.
Liefs!
P.S. Dit is geen reclame, slechts een leuke tip van een leerling!