vrijdag 21 februari 2014

Werkvorm: Levend memory

Vorige week heb ik een quiz georganiseerd in mijn brugklassen, een zogeheten wiskwis. Ik dacht dat het wel zou lukken om een heel lesuur te vullen, maar helaas: na een half uur was ik de quiz afgelopen en hadden we nog twintig minuten te gaan. En nu?

Ik legde de eerste klas twee keuzes voor: optie 1 was verder gaan met het wiskundeboek. Optie 2 was een ander spel, maar ik had zelf nog geen flauw idee. Dat kon dus alleen doorgaan als iemand uit de klas een goed idee had.

Er gingen direct vingers omhoog. Ik wees willekeurig iemand aan en ze kwam meteen met een briljant spel: een levend memory. Ik heb er een kleine draai aangegeven door er een wiskundig memory van te maken, maar het idee wat precies hetzelfde.

Hoe werkt het?
Bij een oneven aantal leerlingen gaan er drie leerlingen de gang op, bij een even aantal leerlingen gaan twee leerlingen de gang op. (Je zou er als docent eventueel ook voor kunnen kiezen om zelf mee te spelen met het spel, maar dat heb ik zelf niet gedaan.)
Zodra deze leerlingen op de gang staan, worden er in het lokaal duo’s gevormd. Elk duo kiest een woord (wiskundig, uiteraard). Als iedereen een maatje heeft gevonden én als elk duo een woord verzonnen heeft, gaat iedereen op de tafel zitten. De leerlingen van de gang komen dan terug het klaslokaal in. Zij gaan voorin staan en noemen om de beurt twee namen van leerlingen. Deze leerlingen noemen wat ze zijn, zoals een kwadratische formule of de stelling van Pythagoras. Als er twee gelijken worden genoemd, heeft de leerling een punt en mag deze nog een keer twee namen noemen. Bij twee verschillende dingen gaat de beurt over naar de andere leerling.
Als een duo is genoemd door een leerling, verplaatst het duo zich van de tafel naar de stoel. Zo zien de ‘raders’ welke kinderen nog niet genoemd zijn. 
Het spel stopt zodra alle duo’s bekend zijn.

Levend memory duurt zo’n tien minuten, maar als je leerlingen hebt die niet enorm treuzelen voordat ze een naam noemen, kan het ook gespeeld worden binnen deze tien minuten. Als je er een beetje druk achter zet, zou je dit bijvoorbeeld ook kunnen doen wanneer je nog zeven lesminuten over hebt en je de leerlingen wel een lolletje gunt.

Variaties
Ik liet de duo’s twee gelijke woorden verzinnen. Beide leerlingen waren dan een prisma, een vermenigvuldigingspunt of een Einstein. Wil je het spel leerzaam maken? Dan kun je woorden verzinnen die met elkaar te maken hebben. Rechthoekige driehoek en stelling van Pythagoras, Einstein en E = mc². 
En natuurlijk kun je deze werkvorm ook toepassen bij andere vakken. Jaartallen en gebeurtenissen bij geschiedenis, begrippen bij aardrijkskunde, vertalingen bij Engels, Duits, Frans en Spaans en betekenissen bij Nederlands. Elementen bij scheikunde, formules bij natuurkunde. Oké, en rekensommetjes bij rekenen zouden ook nog best leuk kunnen zijn!

Ik ben blij met dit geweldige idee van mijn leerling en ik weet zeker dat ik dit nog eens ga toepassen in mijn lessen.

Liefs!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen