Posts tonen met het label Werkvormen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Werkvormen. Alle posts tonen

maandag 9 januari 2017

Keuzes maken (en verantwoorden)

Na een heerlijke vakantie (die best nog een weekje langer had mogen duren) begon ik vanochtend weer vol frisse tegenzin moed aan mijn eerste werkdag van 2017. Gisteravond zag ik al direct een roosterwijziging, wat me een extra les en dus een tussenuur minder kostte. Best jammer, want ik had zo veel op mijn to do-list staan deze eerste dag!

Waaronder het analyseren van een enquête die ik vandaag heb afgenomen bij mijn leerlingen. Uitgebreid de resultaten bekijken is me niet gelukt, maar ik heb wel scannend de uitslag bekeken. Het viel me direct op dat ik niet goed scoor op 'afwisselend lesgeven'. Waar de meeste leerlingen bij vrijwel alles heel positief zijn, vinkt vrijwel iedereen 'neutraal' aan op de vraag of ik afwisselende lessen geef. En dat snap ik heel goed.

Mijn lessen zien er altijd hetzelfde uit: bij mijn wiskundelessen begin ik met de uitleg van de nieuwe theorie en daar laat ik de leerlingen vervolgens een half uur zelfstandig of in tweetallen aan werken. Bij rekenen verplicht ik de leerlingen om het eerste halfuur van de les in (zo veel mogelijk) stilte te werken aan het huiswerk, daarna geef ik ze een puzzeltje of een raadsel. Het kost me heel weinig voorbereidingstijd en het zijn lessen waar het grote deel van de leerlingen gek op is: lekker veel huiswerk in de les maken, zodat ze thuis niets meer hoeven te doen. Win-winsituatie!

Dat ze vinden dat ik geen afwisselende lessen geef, verbaast me dus niet. Toch denk ik dat het binnenkort in het gesprek met mijn afdelingsleidster wel over dit onderwerp zal gaan. Gelukkig hoorde ik onlangs van een docentenopleider dat je geen foute keuzes kan maken met betrekking tot het lesgeven: het gaat erom dat je jouw keuzes kunt verantwoorden. En dat kan ik.

Door niet te veel tijd te steken in mijn lesvoorbereidingen, houd ik tijd over om te besteden aan mijn ontwikkelingen op andere gebieden. Voor de leerlingen die uitvallen bij rekenen schrijf ik nu een boekwerk om ze de basis van het rekenen bij te spijkeren voordat ze volgend jaar naar de volgende klas gaan. Voor de leerlingen uit mijn 3vwo-klas heb ik een flink pakket met opgaven gemaakt om ze beter te kunnen voorbereiden op de bovenbouw: welke soorten wiskunde zijn er en wat zijn de verschillen hiertussen? Hoe zien die soorten wiskunde eruit? Doordat ik niet uren bezig ben om lessen in PowerPoint, Prezi's of dat soort dingen te maken, houd ik tijd over om mijn andere werk (toetsen maken bijvoorbeeld) ruim op tijd in orde te hebben. (In tegenstelling tot andere collega's, maar dat terzijde.)

Tijdgebrek* is één van de redenen dat ik niet doe aan wekelijkse activerende werkvormen, maar het grootste belang hecht ik aan de regelmaat en de voorspelbaarheid van mijn lessen. Bij binnenkomst weten de leerlingen waar ze aan toe zijn en dat creëert rust. Daarbij geven ze in diezelfde enquête aan dat ze goed kunnen werken in mijn lessen en dat vind ik veel belangrijker. Ik kan wel elke dag iets nieuws verzinnen, maar als een groot deel daar geen behoefte aan heeft: waarom zou ik dat dan doen?

Liefs!

* Ik gebruik het woord tijdgebrek, maar eigenlijk draait het om grenzen stellen. Mijn man zit avonden en weekenden achter zijn computer om lessen voor te bereiden, maar ik gun mezelf 's avonds rust, omdat ik weet dat ik dat nodig heb. Ik krijg betaald om 73,5% te werken, niet om (meer dan) full-time te werken.

dinsdag 13 september 2016

Onrustig gevoel

Na in inspirerende dag heb ik vaak een onrustig gevoel in mijn lichaam. Enerzijds ben ik doodmoe van alle indrukken die op me af zijn gekomen, maar aan de andere kant wil ik zo graag iets doen met alle inspiratie die ik op zo'n dag krijg.

Zoals ik gisteren al schreef, heb ik vandaag een aantal lessen van collega's bijgewoond. Het was mijn doel om te ontdekken hoe mijn collega's hun leerlingen motiveerden, maar ook om te zien welke werkvormen er werden gebruikt in hun rekenles. En hoewel de lessen van mijn collega's helemaal niet veel verschilden ten opzichte van mijn eigen lessen, ben ik wel een hoop wijzer geworden.

Het leuke van achterin de klas zitten is dat je een beter zicht hebt op de leerlingen. Doordat je zelf niet op hoeft te treden, kun je bijvoorbeeld veel beter letten op het gedrag van de leerlingen. Hoe reageren ze op hun docenten, en vooral: waarom reageren ze zo op hun docenten? In welke lessen voelen leerlingen zich op hun gemak? Welke leerlingen hebben een klik met de docent, en waar komt dat door?

Alleen het schrijven van bovenstaande alinea geeft me al veel nieuwe ideeën voor mijn lessen. Je ziet het: daar is het onrustige gevoel weer. Ik wil zo veel schrijven, ik wil zo graag mijn ideeën uitwerken, ik wil zo graag iets doen met alles wat me vandaag te binnen is geschoten... En doordat ik alles tegelijk wil, lukt er uiteindelijk helemaal niks.

Waarschijnlijk is het beter als ik me vanavond ga ontspannen. Morgen weer een nieuwe werkdag!

Liefs!

maandag 12 september 2016

Kijkje in andermans keuken

Deze week staat voor mij in het teken van een kijkje nemen in andermans keuken. Vanochtend heb ik een les bijgewoond bij mijn leukste collega (beter bekend als mijn man!) en morgen staan er veel lesbezoekjes bij mijn rekencollega's gepland. Waarom? Ik vind het heel interessant om te zien hoe mijn collega's lesgeven.

Als je een tijdje in het onderwijs zit, begin je een eigen stijl te ontwikkelen. Langzaam maar zeker ontdek je wat voor type docent je bent. Ik heb nu na vier jaren als zelfstandige voor de klas een "basis" voor mezelf gecreëerd. Ik kan me staande houden voor een klas met dertig pubers en ik kan ze zelfs van alles bijleren op het gebied van wiskunde en rekenen. Het lesgeven kost me niet heel veel energie meer, het gaat eigenlijk allemaal vanzelf. 

Maar op een gegeven moment kwam ik tot de conclusie dat ik meer wilde dan alleen mijn lessen draaien. Ik wil de leerlingen niet alleen de theorie uit het boek in hun hoofd stampen: ik wil het ook leuk maken. En dat is de reden dat ik deze week een hoop lesbezoeken ingepland heb staan.

Morgen mag ik de rekenlessen van vier collega's bijwonen en dat heeft twee redenen. Ten eerste wil ik zien of mijn collega's werkvormen gebruiken die anders zijn dan de "jullie werken zelfstandig en ik begeleid waar nodig is"-vorm. Ik ben de afgelopen dagen veel bezig geweest met het verzinnen van creatieve werkvormen waarbij de leerlingen op een speelse manier met rekenen bezig zijn. Ten tweede ben ik benieuwd hoe mijn collega's de leerlingen motiveren. Mijn brugklasleerlingen krijg ik tijdens een rekenles prima aan het werk, ze vinden het soms nog leuk ook om veertig minuten in stilte te rekenen met breuken... Maar mijn derde klassers hebben er toch meer moeite mee. Het woord "SAAI" is in grote letters op hun hoofden geschreven en ik kan ze geen ongelijk geven.

Ik ben heel benieuwd hoe mijn collega's hun rekenlessen vorm geven. Hopelijk krijg ik er een hoop inspiratie door!

Liefs!

dinsdag 30 augustus 2016

Memory

Vorig jaar liep er een stagiaire met me mee die uren besteedde aan haar lesvoorbereidingen. Ze maakte niet alleen geweldige powerpoints, maar verzon ook leuke werkvormen. Als afsluiting van het schooljaar had ze een memoryspel gemaakt. 

Inmiddels heb ik mijn eigen draai aan haar werkvorm gegeven. Bij een cursus didactiek is deze werkvorm ook een keer besproken en werd er als extra tip gegeven om de leerlingen zelf eerst een memoryspel te laten maken. Dit heeft twee voordelen. 1: Als docent heb je minder werk, je hoeft de memorykaartjes namelijk niet te beschrijven. 2: De leerlingen leren er enorm veel van om zelf een spel in elkaar te zetten. Uiteraard geef je als docent wel richtlijnen.

Tijdens de lessen rekenen zet ik leerlingen het hele lesuur aan het werk. Heel effectief, je leert rekenen tenslotte door het te doen (oefenen, oefenen, oefenen, oefenen, oefenen...), maar een beetje saai is het wel. De leerlingen maken driekwartier lang sommetjes waarvan het niveau ver beneden hun eigen niveau is. Daarom wil ik proberen om aan de rekenlessen een leuke draai te geven. Ik laat de leerlingen eerst een half uur werken, daarna geef ik ze iets te doen waarbij ze wel met rekenen bezig zijn, maar dan gegoten in een andere vorm: het maken en het spelen van een memory!

Als voorbereiding heb ik zelf al kaartjes van 5 bij 5 cm gesneden in alle kleuren van de regenboog. Per groepje (van twee tot vier leerlingen) geef ik twintig kaartjes. Ze ontwerpen eerst zelf een memoryspel dat past bij het hoofdstuk dat ze aan het maken zijn. Als ze dat gedaan hebben, kunnen ze de resterende tijd gebruiken om het spel te spelen.

Het leuke van dit memoryspel is dat het inzetbaar is bij alle vakken. Bij de vreemde talen kun je het gebruiken voor de vertalingen van woordjes, bij geschiedenis en aardrijkskunde kun je het gebruiken voor de begrippen en zo is er bij elk vakgebied wel iets leuks te verzinnen!

Liefs!

donderdag 11 december 2014

Werkvorm: bonuspunten verdienen

Afgelopen dinsdag heb ik het werkblad over de cirkeldiagram weer eens uit de spreekwoordelijk kast geplukt. Het was de eerste keer dat ik met mijn mentorklas in groepjes heb gewerkt (en ook überhaupt de eerste keer dat ik dit schooljaar in groepjes heb gewerkt!), dus het was even spannend. De eerste twee minuten van de les heb ik de leerlingen dan ook even laten wennen aan het idee. Maar daarna verliep het perfecter dan perfect.

Het zal ook wel hebben geholpen dat ik beloofde dat het groepje dat het beste zou samenwerken én goed werk zou afleveren, een half punt extra zou krijgen bovenop het komende proefwerkcijfer. Drie van de vijf groepjes hebben dan ook écht goed samengewerkt. De andere twee verliepen wat moeizamer, maar zelfs in die groepjes werd er gewerkt én werden de opdrachten keurig ingeleverd.

Ik had het werkblad aangepast t.o.v. het vorige jaar. Ik geef nu les aan een 2vwo-klas, vorig jaar was dit in 2havo. Ik heb er tips tussenuit gelaten en ik ben niet begonnen met theorie. Ik heb er verwijzingen naar het theorieboek in gestopt, zodat ze zelf konden puzzelen hoe je een histogram en een cirkeldiagram moet tekenen. En dat lukte bij alle groepjes heel goed.

Ik hoorde een leerling tegen haar klasgenoten zeggen "dat dit echt een leuke les is". Ze dacht dat ik buiten gehoorafstand stond, maar stiekem stond ik met een big smile te genieten van haar compliment. Hoewel ze een van de weinige leerlingen was die dit hardop zei, weet ik wel dat de rest van de klas dit ook een leuke opdracht vond. Samenwerken in groepjes, werken aan een werkblad i.p.v. de huiswerkopdrachten uit het boek, smarties eten en bonuspunten verdienen. Wat is er nu leuker dan dat?

Ik ga kijken of ik elk hoofdstuk zo'n opdracht kan maken met een werkblad waarbij ze bonuspunten kunnen verdienen. En misschien is het ook leuk om één dag per week in groepjes te werken. Dan niet aan een leuke opdracht, maar gewoon het huiswerk. Volgens mij vinden ze het al heel leuk om in groepjes te zitten. Ik denk dat ik dit als voornemen voor 2015 maak: één dag per week in groepjes werken.

Liefs!

vrijdag 23 mei 2014

Werkvorm 'Cirkels'

Vorige week vrijdag heb ik de werkvorm over cirkels in mijn brugklassen gedaan. Vandaag ga ik vertellen hoe de lessen zijn verlopen, wat er goed ging en ook waar ik de volgende keer extra rekening mee moet houden.

Laat ik meteen met de deur in huis vallen: ik vond de lessen enorm leuk. Het is leuk om te zien dat de leerlingen heel goed met elkaar aan het samenwerken waren. Ze vonden het leuk om eens iets anders te doen. Ik had ze de les van tevoren al ingelicht dat we in groepjes zouden werken, en ook dat ze niet mochten klagen als ze in een groepje zouden komen wat ze misschien niet zo leuk zouden vinden. Ik heb dan ook geen gezeur gehoord over het groepje. Eén meisje kwam de dag van tevoren wel naar me toe om te vertellen met wie ze allemaal ruzie had, maar daar heb ik niet naar geluisterd. ‘Ik ga er morgen geen rekening mee houden. Het is maar voor vijftig minuten, dat overleef je wel.’ Het enige waar ik rekening mee heb gehouden is dat er in elk groepje van zes minimaal twee jongens en twee meisjes zaten.

De lessen had ik goed voorbereid. Alles was gekopieerd, alle materialen had ik klaar en ik had de groepjes al klaargezet. Ik had vijf groepjes van zes gemaakt en daardoor ontstond er heel veel ruimte in het midden van het lokaal. Ik zeurde altijd dat ik een te klein lokaal had om in groepjes te kunnen werken, maar eigenlijk is het juist ruimtebesparend. Dit kan ik dus best vaker doen, en als de leerlingen weten hoe ik de groepjes wil hebben, is het heel snel klaar te zetten.

In het kerstpakket van mijn vriend zat een belletje die je wel eens bij bijvoorbeeld de balie in een hotel ziet staan. Ik heb deze bel gebruikt om aan te geven dat de leerlingen van groepjes moesten wisselen, maar ook wanneer ik tussendoor even een opmerking wilde maken. Wanneer je in een lokaal zit waar de akoestiek zo kut is als bij mij, en dat je ook nog eens met groepjes werkt, waardoor het geluidsniveau al helemaal stijgt, is het ideaal om iets van een belletje te hebben om even de aandacht van de leerlingen te krijgen. 

Dan nu een minder puntje. Ik dacht dat ik vorig jaar tijd te kort had, maar dit keer had ik juist tijd over. De leerlingen waren al snel klaar met hun opdracht, waardoor ik elke keer best snel ben gaan wisselen. Aan het einde van de les had ik dan zo’n tien minuten over. Bij de eerste en laatste klas heb ik deze tien minuten gebruikt om de tafels weer twee aan twee te zetten, maar bij de tweede brugklas ging dat niet. Daarom heb ik in deze klas verteld hoe de theorie in elkaar zat van de omtrek van een cirkel, zodat ze verder konden gaan met de huiswerkopgaven uit het boek. Het is wel een idee om er volgend jaar een extra opdracht in te stoppen, zodat ze net even wat langer bezig zijn.

Ik vond het heel leuk om deze les uit te voeren en volgend jaar ga ik er ook zeker mee door. Wil jij ook deze werkvorm uitvoeren? Kijk dan eens bij de Documenten voor de blogpost die ik er eerder over geschreven heb en naar het materiaal dat hiervoor online staat.

Liefs!

maandag 3 maart 2014

Opgaven laten inleveren

Onlangs kreeg ik van een collega de tip om de laatste herhalingsopgaven van het hoofdstuk, de diagnostische toets, te laten inleveren op losse blaadjes. Ze krijgen één les om hier aan te werken. Wat ze niet af hebben, maken ze thuis als huiswerk af. De les erna leveren ze dit in en hier krijgen ze een waardering voor: onvoldoende, voldoende of goed.
Ik heb dit bij mijn 2havo-klas geprobeerd en ik moet toegeven dat ik het een succes vond. De leerlingen vonden het wel wennen. Ik had er namelijk nogal wat eisen aan gesteld die nogal streng waren. Het is maar goed dat ik zo streng was, want het had wel de nodige effecten.
Wat die strenge eisen waren?
De leerlingen moesten het hele lesuur in stilte werken. Ze mochten dus niet met elkaar overleggen, maar ze mochten ook geen vragen aan mij stellen. Ik had ook de tafels uit elkaar gezet om het idee van een echte toets te creëren. Dat was ook weer een tip van mijn collega en ik ben blij dat ik deze heb opgevolgd, want ik merkte dat de leerlingen daardoor ook veel beter werkten.
De tweede eis was dat ze het zo netjes mogelijk moesten doen. Tekenen met potlood, langs een geodriehoek, berekeningen netjes en onder elkaar noteren enzovoorts. Dit zou meewegen in hun beoordeling: geen berekening, geen voldoende.
Een andere eis was dat de leerlingen geen opgaven mochten overslaan. Er staan in het boek zoveel voorbeeldopgaven, we hebben in de les geoefend, ze hebben aantekeningen overgenomen enzovoorts. Ze zouden dus alles moeten weten. Mochten ze ergens vastlopen, dan kan dat. Maar ze moesten in ieder geval wel iets proberen en geen enkele opgave leeg laten. Zo niet, dan zou ik ze een onvoldoende geven.
Dan tot slot de strengste eis: de leerlingen die een onvoldoende zouden krijgen voor de diagnostische toets, mochten de toets niet maken. ‘En als jullie de toets niet maken, is er maar één cijfer dat ik kan noteren: een 1.’
Er zaten echt wel wat strenge eisen aan, maar uiteindelijk heb ik wel van bijna iedereen nette blaadjes teruggekregen met wat ik van hen verlangde: mooie assenstelsels, nette berekeningen en niets opengelaten. Perfect. Natuurlijk waren er wat leerlingen die een of twee opgaven niet snapten en daardoor niets hadden ingevuld. Ik heb ze daarom die les nog aan de opgaven laten werken, na een korte uitleg. Zouden ze de blaadjes die les nog inleveren, dan zouden ze alsnog een voldoende krijgen, maar alleen als het er goed uit zag.
Er was één leerling die ook die les de opgaven niet af kreeg. Met hem heb ik een afspraak gemaakt. Hij kreeg van mij de tijd om de toets alsnog af te maken. Voor elke les dat hij te laat was met het inleveren zou er één punt van zijn cijfer af gaan.
Ik vond dit een fijne manier om het hoofdstuk af te sluiten en om de leerlingen verplichten om de herhalingsopgaven van het hoofdstuk netjes te maken en in te leveren. Door de opgaven te laten inleveren zie je dat ze beter hun best doen, helemaal als ze horen dat ze er een (on)voldoende voor kunnen krijgen. Dit ga ik dus zeker vaker doen.
Liefs!

vrijdag 21 februari 2014

Werkvorm: Levend memory

Vorige week heb ik een quiz georganiseerd in mijn brugklassen, een zogeheten wiskwis. Ik dacht dat het wel zou lukken om een heel lesuur te vullen, maar helaas: na een half uur was ik de quiz afgelopen en hadden we nog twintig minuten te gaan. En nu?

Ik legde de eerste klas twee keuzes voor: optie 1 was verder gaan met het wiskundeboek. Optie 2 was een ander spel, maar ik had zelf nog geen flauw idee. Dat kon dus alleen doorgaan als iemand uit de klas een goed idee had.

Er gingen direct vingers omhoog. Ik wees willekeurig iemand aan en ze kwam meteen met een briljant spel: een levend memory. Ik heb er een kleine draai aangegeven door er een wiskundig memory van te maken, maar het idee wat precies hetzelfde.

Hoe werkt het?
Bij een oneven aantal leerlingen gaan er drie leerlingen de gang op, bij een even aantal leerlingen gaan twee leerlingen de gang op. (Je zou er als docent eventueel ook voor kunnen kiezen om zelf mee te spelen met het spel, maar dat heb ik zelf niet gedaan.)
Zodra deze leerlingen op de gang staan, worden er in het lokaal duo’s gevormd. Elk duo kiest een woord (wiskundig, uiteraard). Als iedereen een maatje heeft gevonden én als elk duo een woord verzonnen heeft, gaat iedereen op de tafel zitten. De leerlingen van de gang komen dan terug het klaslokaal in. Zij gaan voorin staan en noemen om de beurt twee namen van leerlingen. Deze leerlingen noemen wat ze zijn, zoals een kwadratische formule of de stelling van Pythagoras. Als er twee gelijken worden genoemd, heeft de leerling een punt en mag deze nog een keer twee namen noemen. Bij twee verschillende dingen gaat de beurt over naar de andere leerling.
Als een duo is genoemd door een leerling, verplaatst het duo zich van de tafel naar de stoel. Zo zien de ‘raders’ welke kinderen nog niet genoemd zijn. 
Het spel stopt zodra alle duo’s bekend zijn.

Levend memory duurt zo’n tien minuten, maar als je leerlingen hebt die niet enorm treuzelen voordat ze een naam noemen, kan het ook gespeeld worden binnen deze tien minuten. Als je er een beetje druk achter zet, zou je dit bijvoorbeeld ook kunnen doen wanneer je nog zeven lesminuten over hebt en je de leerlingen wel een lolletje gunt.

Variaties
Ik liet de duo’s twee gelijke woorden verzinnen. Beide leerlingen waren dan een prisma, een vermenigvuldigingspunt of een Einstein. Wil je het spel leerzaam maken? Dan kun je woorden verzinnen die met elkaar te maken hebben. Rechthoekige driehoek en stelling van Pythagoras, Einstein en E = mc². 
En natuurlijk kun je deze werkvorm ook toepassen bij andere vakken. Jaartallen en gebeurtenissen bij geschiedenis, begrippen bij aardrijkskunde, vertalingen bij Engels, Duits, Frans en Spaans en betekenissen bij Nederlands. Elementen bij scheikunde, formules bij natuurkunde. Oké, en rekensommetjes bij rekenen zouden ook nog best leuk kunnen zijn!

Ik ben blij met dit geweldige idee van mijn leerling en ik weet zeker dat ik dit nog eens ga toepassen in mijn lessen.

Liefs!

donderdag 20 februari 2014

Werkvorm: De wiskwis

Voor Valentijnsdag heb ik een quiz gemaakt voor mijn brugklasleerlingen. Het had niets met Valentijn of met de liefde te maken, het was een wiskundige quiz. Oftewel: een wiskwis. Dat ik de quiz uitvoerde op Valentijnsdag, was puur toeval. Of misschien ook niet.

Wegens een avondprogramma de dag voor Valentijn, waren alle leerlingen op 14 februari huiswerkvrij. De leerlingen liepen al enorm voor op het huiswerk en ik had geen idee wat ik anders met de les aan moest. Ik besloot dus dat er een activerende werkvorm verzonnen moest worden en ik kwam weer op mijn oude vertrouwde quiz, iets wat ik vorig jaar ook deed in mijn brugklas op de laatste lesdag.

De quiz had ik binnen een half uurtje gemaakt. Ik had vier ronden, te weten een spellingsronde, een ronde met meerkeuzevragen, open vragen en als afsluiting een rekenronde. De inspiratie voor de vragen, zo'n vijf per ronde, haalde ik uit de wiskundeboeken. Ik gebruikte alles uit de eerdere zes hoofdstukken, van rekenvolgorde tot ruimtefiguren, van assenstelsels tot kwadratische formules.

Ik wilde er een Ik hou van Holland-element inbrengen en dat deed ik door bij de eerste twee ronden (spelling en meerkeuze) per groepje een leerling naar voren te roepen. Alleen deze leerlingen mochten een antwoord geven. Bij de andere twee ronden wilde ik iedereen een kans geven. Zodra ze het antwoord wisten, moesten ze gaan staan. Zo kreeg iedereen een eerlijke kans om aan de beurt te komen.

Een groot nadeel, iets wat ik vrijwel elke keer ervaarde, is dat ik niet wist wie er als eerste ging staan. Bij de lastige vragen, waarbij iedereen echt goed moest rekenen, lukte dit nog wel, maar bij de makkelijkere vragen leek het alsof iedereen tegelijk ging staan. Ik probeerde zo goed mogelijk te herinneren wie ik als eerste zag staan, maar dat was niet zo eenvoudig. Vooral niet toen iedereen riep dat Pietje als eerste ging staan, of juist Jantje. Lastig!

Maar dat weerhoudt me er niet van om zo'n quiz niet nog eens te doen. Voor de brugklassers doe ik het weer op het einde van het schooljaar, het moet wel leuk blijven. Maar als ik binnenkort een les over heb in mijn 2havo-klas, ga ik absoluut voor hen ook een quiz in elkaar flansen.
Liefs!

maandag 17 februari 2014

StudySteps, de persoonlijke online wiskundetrainer

Van een leerling kreeg ik een tijdje geleden de tip om eens naar www.studysteps.nl te surfen. Ze gebruikte deze website voor het oefenen met wiskunde en wilde de tip graag met mij delen.
StudySteps is een website bedoeld voor leerlingen die moeite hebben met wiskunde. Van de website: ‘Wiskunde is soms best lastig en veel leerlingen op havo en vwo worstelen met wiskunde. Gelukkig is wiskunde is te leren met het juiste leerproces. StudySteps helpt om stap voor stap betere leerresultaten te bereiken.’ Op de website van StudySteps vind je ontelbaar veel oefensommen (ruim 50.000 per leerjaar). Naast het oefenen van opgaven kun je ook met online wiskundecoaches communiceren door middel van een chat- of videogesprek.
StudySteps is bedoeld voor leerlingen, maar ook als ouder (en docent) kun je ook een account aanmaken. Hiermee kun je de voortgang van je kind (of leerling) in de gaten houden.
Aan StudySteps zijn echter wel kosten verbonden. Logisch, want die online coaches, met wie de leerlingen een online afspraak kunnen maken, steken er ook werk, tijd en energie in. Per maand betaal je vanaf €16,95. De specifieke kosten per abonnement kun je hier vinden.
Liefs!
P.S. Dit is geen reclame, slechts een leuke tip van een leerling!

donderdag 13 februari 2014

De WiskundeAcademie

Vorige keer had ik een leerling die naar me toekwam om me te tippen over StudySteps, afgelopen week kwam er een leerling naar me toe met een andere website om wiskunde mee te oefenen: WiskundeAcademie. Ze vertelde dat ze elke dag (al lijkt me dat wat overdreven) een uur lang wiskundefilmpjes kijkt en dat het huiswerk daardoor een makkie wordt.
Direct in het daaropvolgende tussenuur ben ik gaan surfen naar hun website en bijbehorende YouTube-kanaal. Ik heb meteen mijn conclusie getrokken: wat een leuke en vooral handige website!
Van de website: ‘In mei 2012 zijn de broers Roeland & Florian Hiele de OnderwijsAcademie gestart met als doel het onderwijs een nieuwe impuls te geven. Zij zijn van mening dat het huidige onderwijs meer op het individu gericht kan worden. Met de huidige technologie is het mogelijk om leerlingen en studenten in hun eigen tempo te begeleiden. Momenteel wordt hier nog te weinig gebruik van gemaakt.’
Door middel van YouTube-filmpjes laten zij onderwerpen uit de wiskunde zien, aan de hand van voorbeelden en theorie uit heb boek. Zij gebruiken hierbij de methode Getal en Ruimte voor zowel de onderbouw als de bovenbouw, maar ook als je op school met een andere methode werkt, kunnen de filmpjes nuttig zijn. Wiskunde blijft natuurlijk wiskunde, in welk boek het ook staat.
Ik heb nog niet alle filmpjes bekeken (daar zou ik wel wat extra tijd voor moeten uittrekken), maar de filmpjes die ik heb gezien vond ik enorm nuttig. Er worden goede voorbeelden gebruikt, Roeland Hiele legt het duidelijk uit én hij doet dit ook op meerdere manier. Hij herhaalt continu dat je het filmpje kunt proberen, bijvoorbeeld als je zelf de voorbeelden eerst wilt maken.
Voor mij gaat de uitleg te langzaam (het zou gek zijn als ik het zelf niet meer zou volgen), maar ik denk dat het een perfect tempo is voor de zwakkere leerlingen. Dat is tenslotte – in mijn ogen – de doelgroep voor deze website.
Behalve de WiskundeAcademie bestaan er ook soortgelijke websites voor Engels, Nederlands, scheikunde, aardrijkskunde, biologie en Duits. Een goed initiatief van deze broers en ik denk dat vele leerlingen hiermee geholpen kunnen zijn – mits ze van het bestaan afweten!
Liefs!

Ik was echt in de veronderstelling dat ik al eens een artikel heb geschreven over StudySteps. Helaas kan ik dit artikel niet meer terugvinden (kan het zijn dat er spontaan blogposts verdwijnen?!), dus ik zal er in de toekomst nog eens over schrijven.

woensdag 15 januari 2014

Werkvorm: Smarties!

Vandaag geen tip, geen intervisie en geen lijstje. Vandaag schrijf ik over een werkvorm die ik vorige week toegepast heb.

Ik schreef er al over in mijn dagboek: vorige week heb ik in mijn 2havo-klas de werkvorm met de smarties uitgevoerd, onder de documenten te vinden als ‘Cirkeldiagram’. November vorig jaar schreef ik een artikel over deze werkvorm en zette ik ook het werkblad online.

De les begon ik door een heel klein stukje aantekening te geven over de cirkeldiagram. Toen iedereen dit had overgenomen, zette ik de leerlingen in groepjes; van twee, drie of vier leerlingen, net wat handig uit kwam. Daarna liet ik een leerling de werkbladen uitdelen. Zelf liep ik rond met de smarties. Ik gaf daarbij de duidelijke opdracht dat de leerlingen deze nog niet mochten opeten, maar dat ze nodig waren voor de opdracht.

Het was prachtig om te zien: 27 leerlingen, waarvan de helft normaal gesproken niet serieus mee doet, waren nu geconcentreerd aan het werk. Wauw! Ik heb geen uitleg geven over de opdracht en toch snapte iedereen wat de bedoeling was. Ze hielpen elkaar enorm en de vragen die er kwamen hadden te maken met de smarties: ‘Wanneer mogen we ze opeten?’

Een doosje smarties bestaat uit acht kleuren, terwijl ik mijn werkblad had gemaakt voor zes kleuren. Zodra de leerlingen aan de cirkeldiagrammen zouden beginnen, mochten ze dus twee kleuren opeten. Daar waren ze héél blij mee.

Er zijn wel wat dingen die ik een volgende keer zou veranderen. Ik zou van tevoren op het bord herhalen hoe je een hoek moet tekenen. Dit was bij veel leerlingen niet meer helemaal duidelijk. Ik heb het wel op het werkblad gezet, maar dat was op een pagina die de leerlingen niet voor hun neus hadden tijdens het maken van de cirkeldiagram. Dat is dus ook een puntje dat ik de volgende keer anders zou doen; de indeling van het werkblad. En natuurlijk zou ik een grotere tabel maken, waar alle acht kleuren uit het doosje in gezet kunnen worden. 

Omdat de les verder heel goed verliep, kan ik verder geen verbeterpunten bedenken. Ik heb de klas achteraf ook een groot compliment gegeven over hun werkhouding.

Liefs!

maandag 2 december 2013

Werkvorm Sinterklaas

Het leek me zo leuk om een activerende werkvorm te verzinnen voor aanstaande donderdag, 5 december. Helaas liep dat door mijn planning een beetje anders. Deze week wil ik graag een SO geven aan mijn brugklassen. Dinsdag en woensdag is te vroeg, dan heb ik de theorie nog niet af. Vrijdag mag niet, dan zijn de leerlingen huiswerkvrij. Dus ik moest de toets wel op donderdag plannen…

De leerlingen maakten er – mede door de verklaring – geen probleem van. Maar leuk is het natuurlijk niet. Daarom heb ik alsnog iets ‘leuks’ verzonnen voor aan het einde van de toets.
Op de achterkant van het toetsblaadje maak ik een puzzel. De leerlingen zitten nu midden in een hoofdstuk over (het vermenigvuldigen en delen van) negatieve getallen. Deze puzzel sluit daar goed bij aan.

Ik heb een rijtje sommen gemaakt. Het antwoord van de som correspondeert met een letter uit het alfabet. Het getal 1 staat voor a, 2 staat voor b, enzovoorts. Als ze alle opgaven goed gemaakt hebben, komt er een zin uit.


Ik wens jullie een fijne Sinterklaasavond.


Ik hoop dat dit het maken van de toets op deze speciale dag iets draaglijker maakt.

Liefs!

maandag 18 november 2013

Werkblad ‘Smarties’

Binnenkort ga ik met een hoofdstuk over procenten en diagrammen beginnen. Ik weet nog wel dat we op de opleiding een werkblad kregen om daarbij cirkeldiagrammen te tekenen. Zoiets lijkt me ook wel leuk om te doen met mijn 2havo-klas!

Ik heb een werkblad gemaakt die past binnen de theorie van het boek. Bij het werkblad hoort ook nog een stuk theorie. De theorie wil ik in de les bespreken, maar op het werkblad heb ik een samenvatting van de theorie gezet. Zo kunnen de leerlingen hier af en toe nog een blik op werpen.

De benodigdheden voor deze les zijn simpel: de leerlingen zorgen voor een pen, een potlood, een passer en een geodriehoek. Ook gekleurde potloden zijn nodig voor de legenda (bij de cirkeldiagram). De docent, ik dus, zorg voor doosjes smarties, M&M’s of andere gekleurde snoepjes.

Het werkblad wijst zich van zelf, maar voor vragen kun je altijd een reactie achterlaten.

Liefs!

P.S. Het werkblad vind je ook onder 'Documenten'!

maandag 4 november 2013

Wedstrijdelement toevoegen aan je les

Ik schreef er al eerder over, maar het toevoegen van een wedstrijdelement aan je lessen heeft vrijwel altijd een positief gevolg. De leerlingen zijn gemotiveerder en dat komt je les ten goeden.
Vandaag wil ik twee kleine voorbeelden geven van dit soort wedstrijdelementen. De eerste kost nauwelijks tijd, met de tweede ben je misschien iets langer bezig in je vrije tijd. Maar… doe er je voordeel mee!


1. De drie beste posters
Ik heb de leerlingen uit één brugklas posters laten maken over het eerste hoofdstuk uit het wiskundeboek. Dit had te maken met de stickers die ze konden verdienen. Voor het maken van een poster krijgen ze een sticker bij ‘Extra opdracht’.
Nu is het natuurlijk al heel leuk om een sticker te winnen, maar als extra dingetje heb ik er aan toegevoegd dat ik de drie mooiste posters aan de muur ga hangen. En ineens werden ze fanatiek, hoor, die leerlingen!

2. De ‘leerling van de week’
Je zou zoiets als een ‘leerling van de week’ kunnen oprichten. De leerling van de week is een leerling die zich goed gedraagt in de klas, die boven zichzelf is uitgestegen, die een cijfer heeft gehaald ver boven zijn eigen gemiddelde enzovoorts. Elke week zet je een andere leerling in het zonnetje. Als je dit vaak terugbrengt in je les, zullen de leerlingen zeker gemotiveerd zijn. Hang er nog iets leuks aan vast: een grote foto van de leerling die de hele week op de muur mag blijven hangen met daarboven groot de tekst dat hij de leerling van de week is. Of een oorkonde. Of beide.
Omdat er ongeveer veertig weken in een schooljaar zitten, zou iedereen hiervoor aan de beurt kunnen komen. Je zou ook zoiets als ‘leerling van de maand’ kunnen doen.

Liefs!

dinsdag 20 augustus 2013

Tipje voor taaldocenten

Aan het eind van het vorige schooljaar deed ik in mijn 2havo-klas een rekenbingo. Voor de exacte beschrijving kun je mijn vorige blog nog eens teruglezen, maar om het even samen te vatten: de leerlingen krijgen een lege bingokaart (met 9, 16 of 25 hokjes) en vullen in de hokjes getallen van 0 t/m 100 in. Ik lees de sommen op/laat de sommen op het bord zien en de leerlingen kruizen het juiste antwoord aan. De leerling die het eerst de kaart vol heeft, wint.

Dit kun je natuurlijk net zo goed doen als je een docent Frans/Duits/Engels/welke andere taal dan ook bent. Laat de leerlingen een rijtje van zo'n dertig woorden leren en geef ze een lege bingokaart (het liefst van 9 hokjes). Laat de leerlingen daarop negen Franse/Duitse/... woorden opschrijven. Zorg dat ze daarna hun boek en schrift dicht hebben.

Lees de Nederlandse woorden één voor één op. De leerlingen strepen de vertaling van dat woord weg op de bingokaart. De leerling die als eerst de kaart vol heeft, wint.

Dit kun je natuurlijk ook doen met begrippen van geschiedenis, aardrijkskunde, biologie of welk vak dan ook.

Liefs!

P.S. Kijk voor de bingokaarten eens onder het kopje 'Documenten' bovenaan!

maandag 22 juli 2013

Verandering #2

Vorige week schreef ik al over een eerste verandering die ik wilde doorvoeren tijdens mijn werk het komende schooljaar. Vandaag zet ik een tweede verandering online. Deze verandering gaat meer over de opstelling in mijn lokaal.

Het afgelopen jaar heb ik voornamelijk een zogenaamde busopstelling in mijn lokaal gehad. De leerlingen zaten twee aan twee, in drie rijen opgedeeld. Zoals in vrijwel alle lokalen gebeurd. Het komende jaar wil ik hier iets meer verandering in brengen. Ik heb het afgelopen jaar af en toe in groepjes gemerkt. De ene keer verliep dit uitstekend, de andere keer was het nog best lastig. Lastig om de leerlingen aan het werk te krijgen, lastig om de leerlingen hun mond te snoeren als het erg gezellig begon te worden, lastig omdat de leerlingen de regels nog niet zo goed kenden. Dat ligt niet (alleen) aan de leerlingen, maar ook aan mij.

Ik durf mijn hand ervoor in het vuur te steken (figuurlijk dan, want dat zou ik natuurlijk nooit echt doen!) dat de leerlingen veel beter kunnen samenwerken als ze er maar vaak genoeg mee oefenen. De zeldzame keren dat ik mijn brugklassers in groepjes zette, was het maar afwachten hoe de les zou verlopen. In mijn 2havo-klas zaten de leerlingen altijd in groepjes, tenzij ze een proefwerk hadden. In het begin was het even wennen, maar na een tijdje werkte dat heel goed. Ze waren iets meer geconcentreerd, ze waren gemotiveerd en hun werkhouding was ook beter. Dit was een hele prestatie voor deze klas. (Heel even een kleine update tussendoor: van de 24 leerlingen uit de klas zijn er slechts 14 door naar 3havo. De andere leerlingen zijn blijven zitten of overgestapt naar een lager niveau.)

Vanaf volgend jaar wil ik dus vaker in groepjes werken. Van tevoren zal ik duidelijk de regels vermelden die ik ook in mijn 2havo-klas heb gezegd (samenwerken is een must, als je iets niet snapt vraag je dat eerst aan je groepsgenoten, als niemand het snapt komt er één leerling naar mij). Ik zal dit niet elke dag doen, maar één of twee dagen in de week lijkt me een mooie tussenweg.

Ik wil ook meer gaan kijken naar het niveau van de leerlingen. De groepssamenstelling wil ik dan ook niet baseren op de vriendschappen in de klas, maar op het niveau. Na een paar weken heb ik een beeld van de inzet en het inzicht van een leerling, dus aan de hand daarvan maak ik de groepjes.

Liefs!

maandag 8 juli 2013

Ik hou van wiskunde - eindles brugklas

Ik schreef vorige week al over de laatste les die ik in 2havo gaf. Toen deed ik een rekenbingo met mijn leerlingen. De drie lesuren erna gaf ik de laatste lessen aan mijn brugklassen. In die lessen ging iets meer voorbereiding zitten. Ik deed in die laatste les een spel dat lijkt op “Ik hou van Holland” van televisie. Maar dan met wiskundevragen. Ik hou van wiskunde dus.

Ik begon de dag van tevoren met de voorbereiding. Ik verzon de spelrondes die ik in de quiz wilde hebben en ik bladerde door het boek voor inspiratie bij het opstellen van de vragen. Ik wilde vrij algemene vragen hebben over onderwerpen die niet te moeilijk waren. Vragen waarop de leerlingen het antwoord wel zouden weten, met een klein beetje graven in hun geheugen. Dat is uiteindelijk wel gelukt.

Toen ik ’s avonds thuis kwam heb ik er een PowerPointpresentatie bij gemaakt. Zo konden de leerlingen de vragen meelezen op het bord. Bovendien staat het ook een tikkeltje professioneler als ik er wat meer werk in steek. Én ik kan het de komende jaren gewoon blijven gebruiken!

Ik was heel benieuwd wat de leerlingen er van zouden vinden. Om niet te veel te stuntelen voor de klas heb ik het goed voorbereid. Ik had de antwoorden van tevoren al in een kladblokje geschreven en ik had alles van tevoren uitgedacht. Wat dat betreft ging het dus perfect!

Ik heb de klas in vijf groepen van ongeveer vijf leerlingen verdeeld. De quiz bestond uit vijf spelrondes. Bij één klas kwam ik niet aan de laatste spelronde toe omdat ik tussendoor best veel waarschuwingen heb moeten geven, maar op zich is vijf rondes precies genoeg voor een lesuur van 40 minuten.

Spelronde 1 was spellen. Ik had tien woorden opgezocht in de twee wiskundeboeken die redelijk lastig waren. Parallellogram natuurlijk, want daar struikelt iedereen over. Maar ook geodriehoek bleek een best lastig woord te zijn, net als vermenigvuldigingspunt en diagonaal. Bij de eerste spelronde liet ik uit ieder groepje één leerling naar voren komen. De teamleider uit het groepje mocht iemand aanwijzen van wie hij/zij dacht dat diegene goed kon spellen.

Spelronde 2 bestond uit open vragen. Dit spreekt voor zich. Bij deze ronde mocht iedereen meedoen. Bij de vorige ronde waren er slechts vijf leerlingen aan het nadenken (en meedoen), bij deze ronde kon iedereen een beetje actief worden. Ik stelde de vragen en zodra iemand het antwoord wist, moest hij/zij opstaan. Degene die het eerst stond, mocht het antwoord zeggen. Als een leerling al stond nog voordat hij/zij het antwoord wist, werd het groepje gediskwalificeerd.

Spelronde 3 was een meerkeuzevraag. Uit ieder groepje ging één leerling staan. Als diegene het antwoord wist, moest de leerling zijn vinger opsteken. Als ik dit als ronde 2 zou doen, zou ik het overzicht niet meer hebben. Daarom waren hier maar vijf leerlingen die het antwoord mochten zeggen.

Spelronde 4 waren de snelle rekensommen. Iedereen mocht een antwoord roepen, net als bij ronde 2. Het grappige was dat ik in één klas een leerling had zitten die onwijs snel is met hoofdrekenen. Hij was zo snel met rekenen dat de rest van de klas al snel iets had van: pfff, ik ga al niet eens meer nadenken!

De laatste ronde, ronde 5, waren de schattingsvragen. Het groepje speelde hierbij als een team. Ik stelde vragen (“Schat het kwadraat van 543”) en de leerlingen moesten binnen 30 seconden het antwoord op een briefje schrijven en deze bij mij inleveren. Ik rekende dan snel uit wie het dichtst bij zat.

De score hield ik bij op het whiteboard. Aan het eind van de quiz maakte ik de winnaar bekend. Het winnende groepje mocht bij mij een prijs uitzoeken (variërend van een geodriehoek tot een grappige pen, van een gum in de vorm van een iPhone tot een tol met daarin een viltstift).

Ik vond het een geslaagde les en ik weet zeker dat de leerlingen dat ook vonden!

Liefs!

maandag 1 juli 2013

Rekenbingo

Afgelopen dinsdagochtend moest ik even heel snel bedenken wat ik ging doen in mijn 2havo-klas. Het was de laatste les, dus ik wilde wel iets leuks met ze doen. Oefenen voor de toets was geen optie: dat zou geen leuke afsluiting zijn. Maar omdat ik het wel educatief wilde houden, kwam ik op de rekenbingo.

Iedereen van de lerarenopleiding Wiskunde kent deze werkvorm waarschijnlijk wel: ik heb hem ook meerdere keren voorbij horen komen. Een rekenbingo uitvoeren had ik alleen nog niet eerder gedaan. Daarom duurde de voorbereiding dan ook erg lang (anderhalf uur).

De voorbereiding
Ik heb voor iedereen een lege bingokaart van 4 bij 4 hokjes (zie Documenten) uitgeprint. Hierbij heb ik enkele hokjes grijs gekleurd. De eerste ronde is de grijze hokjes vol krijgen, bij de tweede ronde speel je om een volle kaart.
Daarna begon ik met de rekensommen. Ik opende een PowerPointbestand en op elke dia zette ik één som. Deze som past qua inhoud bij de sommen die de leerlingen deze week bij hun proefwerk rekenen krijgen. Ik zorgde dat alle rekensommen een andere uitkomst zouden hebben (een antwoord tussen de 0 en de 50). Ik wilde eerst de uitkomsten 0 t/m 100 hebben, maar dit bleek erg veel werk te zijn en de les zou daardoor ook heel lang duren. Daarom ben ik overgestapt naar 0 t/m 50. Na anderhalf uur was alles gekopieerd en stond de PowerPointpresentatie klaar.

De uitvoering
Iedereen kreeg van mij een lege bingokaart en een kladblaadje. Op de kaart mochten de leerlingen zelf getallen invullen van 0 t/m 50. Na de uitleg (eerst grijze hokjes, daarna een volle kaart) begon de bingo. Ik zette de sommen één voor één op het bord en de leerlingen begonnen te rekenen. Ik had makkelijke en moeilijke opgaven afgewisseld. Om de snelheid er in te houden heb ik per dia maximaal 30 seconden aangehouden. Er waren ook dia’s waar ik sneller doorheen ging (3 + 3 = …).
Als een leerling dacht bingo te hebben, moest hij/zij naar mij komen. Ik zou controleren of deze juist was (ik had alle getallen in de juiste volgorde op een blaadje geschreven). Bij een valse bingo moest de leerling een liedje zingen, bij een goede bingo kreeg de leerling een prijs.
Ik deed zo’n 25 minuten over de bingo. We waren ruim voor de bel klaar, dus had ik nog mooi de tijd om alles weer op te ruimen en nog even snel naar de voorbereiding van de volgende klas te kijken.

De mening van de leerlingen
De leerlingen kwamen klagend binnen (“neeeee, geen bingo!”), maar uiteindelijk deed iedereen goed mee. Ik kan dus wel zeggen dat het een geslaagde les was.

Mijn mening
Ik vond het heel leuk om deze werkvorm toe te passen in deze klas. Ik denk dat het voor hen een juiste afsluiting van het jaar was. Komend schooljaar ga ik dit zeker nog een keer uitvoeren. Niet alleen bij 2havo als laatste les, maar ook gedurende het jaar én bij de brugklassen. De eerste en tweede klassen krijgen op mijn school drie keer in het jaar een repetitie voor rekenen. In de les wordt er nauwelijks iets behandeld, omdat de leerlingen dit in zelfstudie moeten doen. Maar het is wel leuk om op deze manier nog even de stof voor de toets te herhalen.

Liefs!

maandag 24 juni 2013

Toets bespreken

Normaal gesproken bespreek ik alle toetsen klassikaal. Ik projecteer de toets op het bord, ik geef de leerlingen hun eigen toets terug en bespreek alle opgaven. Bij de “makkelijke” opgaven geef ik even snel de antwoorden, bij de complexe opdrachten geef ik ook de berekening. De leerlingen mogen meeschrijven op hun blaadje en that’s it.

Omdat de leerlingen nu wel erg onder de maat hebben gepresteerd (een 5,0 gemiddeld), besloot ik het anders aan te pakken. Van klassikaal bespreken steken niet alle leerlingen iets op: er zijn altijd leerlingen bij die niet opletten. Daarom heb ik de leerlingen allemaal hun eigen toetsblaadje teruggegeven, het proefwerk zelf en een nieuw blaadje. Daarbij kregen ze de opdracht om de toets te verbeteren om te zorgen dat ze nu wel alles snapten.

In het proefwerk waren veel slordige fouten gemaakt. Rekenfouten, formules door elkaar gehaald, niet goed afgerond etc. Al deze kleine foutjes bij elkaar levert dan helaas wel een onvoldoende op, terwijl dit makkelijk een voldoende had kunnen zijn. Ik wilde door deze werkvorm de leerlingen actief aan het werk zetten met hun eerder gemaakte fouten, zodat ze in het vervolg twee keer zouden nadenken (en beter zouden leren).

Nadat de leerlingen hun eigen fouten hadden verbeterd, mochten ze elkaar helpen. Er zat namelijk één opgave tussen die best lastig was. Ze hebben er in groepjes van vier aan mogen puzzelen en uiteindelijk ging het bij sommige groepjes aardig de goede kant op. Aan het eind van de les heb ik de opgave nog wel klassikaal besproken, zodat ook de andere groepjes de uitwerking van de opgave snapten.

Het zou me veel tijd kosten als ik bij elke toets deze werkvorm zou gebruiken, omdat je hiermee zo’n 30 minuten kwijt bent. Wel is het een goede oplossing als toetsen over het algemeen slecht gemaakt zijn. De leerlingen zijn zo actiever bezig met de stof en het is weer eens iets anders. Dit jaar komt er geen moment meer om klassikaal een toets te bespreken, maar ik ga het zeker voor volgend jaar onthouden!

Liefs!