dinsdag 20 augustus 2013

Tipje voor taaldocenten

Aan het eind van het vorige schooljaar deed ik in mijn 2havo-klas een rekenbingo. Voor de exacte beschrijving kun je mijn vorige blog nog eens teruglezen, maar om het even samen te vatten: de leerlingen krijgen een lege bingokaart (met 9, 16 of 25 hokjes) en vullen in de hokjes getallen van 0 t/m 100 in. Ik lees de sommen op/laat de sommen op het bord zien en de leerlingen kruizen het juiste antwoord aan. De leerling die het eerst de kaart vol heeft, wint.

Dit kun je natuurlijk net zo goed doen als je een docent Frans/Duits/Engels/welke andere taal dan ook bent. Laat de leerlingen een rijtje van zo'n dertig woorden leren en geef ze een lege bingokaart (het liefst van 9 hokjes). Laat de leerlingen daarop negen Franse/Duitse/... woorden opschrijven. Zorg dat ze daarna hun boek en schrift dicht hebben.

Lees de Nederlandse woorden één voor één op. De leerlingen strepen de vertaling van dat woord weg op de bingokaart. De leerling die als eerst de kaart vol heeft, wint.

Dit kun je natuurlijk ook doen met begrippen van geschiedenis, aardrijkskunde, biologie of welk vak dan ook.

Liefs!

P.S. Kijk voor de bingokaarten eens onder het kopje 'Documenten' bovenaan!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen