Posts tonen met het label De werkplek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label De werkplek. Alle posts tonen

dinsdag 22 november 2016

Lesvrij

Het is algemeen bekend dat docenten in de avonduren, in de weekenden en in de vakanties doorwerken. Er is altijd nog wel wat te doen: contact met ouders, toetsen nakijken, planningen maken... Ook ik heb nooit het gevoel dat mijn werkdag is afgelopen en in mijn vakanties ruim ik ook altijd wat tijd in om te werken. 

Vorige week heb ik mijn recuperatieverlof opgenomen, zoals jullie vorige week hebben kunnen lezen. Op maandag en dinsdag heb ik alleen maar op de bank gelegen met een boek: op en top genieten! Op woensdag begon het toch weer te kriebelen: ik wilde iets nuttigs doen. Ik begon thuis, maar mijn favoriete plek om te werken is toch echt op school. Weinig afleiding en alle papieren, boeken en kopieerapparaten binnen handbereik. Daarom vertrok ik rond lunchtijd richting school.

Ook de hele donderdag heb ik op school gewerkt. Woensdag lukte het me om iedereen te omzeilen: ik kwam pas na de pauze binnen en ik heb in mijn eentje in de werkruimte gezeten. Op donderdag was ik er de hele dag, ik kwam tientallen collega's tegen en op de gangen zag ik veel van mijn leerlingen lopen. Ik vond het leuk om ze tegen te komen, maar er begon toch iets te knagen: het voelde alsof ik spijbelde.

Gisteren, toen ik weer voor de klas stond, vroegen leerlingen er naar. 'Waarom hadden we geen les? Ik zag u lopen!' Mijn collega, die ook die week vrij had gevraagd, heeft zijn leerlingen verteld dat hij aan het verhuizen was, maar bij mij zou dat smoesje niet werken. Daarom vertelde ik de leerlingen dat ik lesvrij had. En dat is precies hoe de vakanties en verlofweken voelen: écht vakantie is het nooit, we geven in die weken alleen geen les.

Liefs!

dinsdag 23 augustus 2016

De eerste werkdag

De eerste werkdag zit erop en ik kan zeggen dat ik meer dan tevreden ben. Ik kan ook zeggen dat ik dolgelukkig ben dat ik tegenwoordig op dinsdag vrij ben, want dat dagje had ik wel nodig na de eerste dag.

Op maandag stond er een hoop gepland, waaronder een kennismaking met mijn nieuwe mentorklas en heel veel vergaderingen. Het spannendste was natuurlijk de kennismaking met mijn mentorklas. Van tevoren had ik al de nodige informatie over de leerlingen gelezen (slechts negentien stuks!), waardoor ik wist dat het een leuk en gezellig clubje zou zijn. Toch blijft het afwachten. Hoe reageren ze op een nieuwe mentor?

Bij binnenkomst merkte ik direct dat er een paar mondige jongens in de klas zaten. Jongens met leuke humor, dat wel, maar het zijn ook types die snel over een docent heen willen lopen. En dat moet niet gebeuren op de eerste dag. Daarom gaf ik één van de leerlingen een grote mond terug. Het resultaat was dat hij me stomverbaasd aankeek. Zo’n reactie had hij niet verwacht. Zijn klasgenoten moesten grinniken, maar ondertussen wisten ze heel goed dat een grote mond op een eerste dag niet goed bij mij valt.

In tegenstelling tot veel andere collega’s vind ik vergaderen absoluut geen ramp. (Waarschijnlijk omdat ik bij een vergadering niet op de voorgrond hoef te treden en alleen maar stil hoef te zitten en te luisteren, iets waar ik erg goed in ben.) Toch is het ook best intensief. Er komt zo veel informatie op je af! Na de laatste vergadering, om half vijf, was ik gesloopt. Toch kon ik nog niet naar huis. Dit jaar begeleid ik twee nieuwe docenten en daar was ik tot een uur of zes mee bezig. Ook toen kon ik nog niet naar huis: mijn to do-list stond nog vol met kleine dingen die geregeld moesten worden. Ouders terugmailen, notities over een leerling schrijven, collega’s mailen, notulen van één van de vergaderingen uittikken… Tot half acht was ik bezig en ik merkte aan heel mijn lichaam dat ik er toen ook wel echt klaar mee was. Zo hard werken ben ik niet meer gewend!

Morgen, woensdag, begint mijn eerste lesdag en vandaag neem ik uitgebreid de tijd om het tot in de puntjes voor te bereiden. Ik voel wat lichte spanning, maar ik heb er vooral heel veel zin in. Laat die leerlingen maar komen!

Liefs!

donderdag 18 december 2014

De kerstborrel

Maandag kreeg ik een mailtje van het roosterbureau van mijn werk. Of ik wilde surveilleren a.s. donderdag - vandaag dus - van half drie tot vijf. Het was niet eens een vraag, maar meer een opdracht. Omdat ik geen keuze had, stemde ik toe. Dat het tijdens de kerstborrel was, vond ik een beetje raar, maar verder dacht ik er niet meer over na. Ik ben toch al niet heel erg sociaal, dus die kerstborrel kon me gestolen worden.

Ik zou samen met iemand van de ICT surveilleren bij een grote groep 4havo-leerlingen. Handig, dacht ik, aangezien de toetsen worden afgenomen achter de computer. Het roosterbureau verzekerde me ervan dat ik niet zo veel hoefde te doen. Alleen maar toekijken.

Ruim op tijd liep ik naar de computerruimte, een open plek in een lange gang. Ik zag de man van de ICT al staan. We maakten een kort kletspraatje en ineens zei hij dat ik hem maar moest bellen als er iets mis ging met de computers. Huh? Hij gaf me wat meer uitleg toen hij mijn verbaasde gezicht zag.

'Je denkt toch niet dat ik hier blijf? Ik ben hier alleen om de leerlingen hun opdracht te geven. Daarna ga ik naar de borrel. Als er iets mis gaat, bel je maar. Ik zit hiernaast.'

Ik stond daar met mijn bek vol tanden. Dertig leerlingen uit de bovenbouw die een rekentoets afnemen op de computer? En wat bedoelt hij met 'hiernaast'? Op het moment dat ik het dacht, sprong de geluidsinstallatie aan. Aha. De kerstborrel zou twee deuren verder plaatsvinden. 

Twee uur later liep ik chagrijnig wel. Ik heb kunnen meegenieten van de kerstborrel. Elke keer dat de deur naar die ruimte open ging, klonken de kerstliedjes luid door de hele gang. Elke keer dat mijn collega's van of naar de kerstborrel gingen, klonken hun harde stemmen door de gang. De leerlingen raakten uit hun concentratie en ik raakte het laatste beetje van mijn goede humeur kwijt. 

Dat ik niet huilend weg ben gegaan, heb ik te danken aan een hele lieve collega. Hij kwam om het kwartier even kijken, even vragen wat hij voor me kon doen en hij bracht me wat te drinken en te eten. Het is fijn dat er iemand zo attent is. Jammer dat niet ook mijn andere collega's iets meer aan de medemens denken. Niet aan mij, hoor. Maar aan die leerlingen. Zij hebben er ook niet om gevraagd om onder het genot van heel veel herrie een hele saaie rekentoets te maken...

Liefs!

woensdag 10 december 2014

Meer werken?

'Zou je meer willen werken volgend jaar?' werd me gevraagd door een collega. Ik antwoordde dat ik dat wel zou willen, maar ik vraag me toch af hoe ik dat voor elkaar ga krijgen.

Ik heb nu al regelmatig het idee dat ik fulltime werk. Het gebeurt vaak dat ik vijf dagen per week werk. Ik heb dagen dat ik geen pauze heb. Dan kom ik om half acht aan op mijn werk en wanneer ik dan in de middag naar huis fiets, dan zit mijn lunch nog onaangeraakt in mijn tas. Deze week werk ik weer twee avonden, de tafeltjesavonden. Eén daarvan is gepland op mijn vrije dag. En hoewel dat maar voor twee uurtjes is, ben ik er toch de hele dag mee bezig. 

Ik weet nog niet zo goed hoe veel uren ik volgend jaar les wil geven. Ik zit nu op vijftien lesuren en dat vind ik mooi zat. Maar misschien komt dat ook wel door de donkere periode waar we nu in zitten. In vertrek in het donker naar mijn werk en soms kom ik zelfs in het donker thuis. Ik ben al geen avondmens, dus dat het nu om half vijf 's middags al avond lijkt, geeft me ook geen extra energie...

Waarschijnlijk wordt het me pas rond april gevraagd hoeveel uren ik volgend jaar les wil geven. In april zitten we al in de zomertijd, dus wie weet dat ik dan weer fluitend mijn dagen tegemoet ga. En misschien zeg ik dan wel ineens dat ik twintig lesuren wil geven. Wie weet...

Liefs!

zondag 9 november 2014

Dichtbij het werk wonen

Ik heb altijd geroepen dat ik niet dicht bij mijn werk wilde wonen. Dan kan ik nooit eens echt mezelf zijn als ik op straat loop, ik moet opletten met wat ik zeg en in de supermarkt zal ik op moeten letten met wat ik in mijn karretje gooi. "Kijk hoeveel repen chocola en zakken chips mevrouw Snelten koopt!"

Nu ga ik op een kwartier fietsen vanaf mijn werk wonen. In dezelfde stad, midden in een wijk waar ook heel wat leerlingen wonen. Eén van mijn mentorleerlingen woont zelfs drie straten achter me. Ik ben er best een beetje bang voor. De boodschappen zal ik voornamelijk op mijn vrije woensdag doen, uit eten zal ik misschien eerder in een andere stad doen en winkelen zal ik waarschijnlijk in mijn huidige woonplaats doen. Toch zitten er ook veel voordelen aan het dichtbij het werk wonen.

  • Kortere reistijd, uiteraard. In plaats van een uur doe ik er nu een kwartier over. Dat scheelt een hoop!
  • Ik ben niet meer afhankelijk van het openbaar vervoer, maar ik zal òf met de scooter gaan, òf met mijn (nieuwe!) fiets. Geen vertragingen meer, geen sneeuw op het wegdek, geen overvolle coupés of lege OV-chipkaarten...
  • Het gebeurt vaak genoeg dat ik uren moet wachten. Bijvoorbeeld voor een tafeltjesavond, een ouderavond, een schoolfeest of een vergadering. Ik kan dat wachten gewoon thuis doen!
  • Ik zal vaker vrijwillig naar mijn werk gaan. Bijvoorbeeld de laatste week van de zomervakantie om wat voorbereidend werk te doen, maar ook zal ik me vaker opgeven voor schoolfeesten of andere leuke naschoolse activiteiten.
  • Geen reiskosten. Fietsen is gratis en tien minuten op de scooter (die ik hopelijk niet snel zal gebruiken) kost nagenoeg niets. Wat zal ik een hoop geld overhouden!
Er zitten ongetwijfeld nog meer voordelen aan, maar dit zijn voor mij de vijf belangrijkste.

Liefs!

zondag 28 september 2014

Mijn taken van dit jaar

Er werd mij laatst de vraag gesteld welke klassen ik dit jaar les geef en welke andere taken ik dit jaar heb. Vandaag ga ik daar dus iets over schrijven.

Dit jaar geef ik les aan vier klassen: drie brugklassen havo/vwo en één klas 2vwo. In mijn 2vwo-klas zit een handje vol leerlingen met Grieks en Latijn. Alle leerlingen uit deze klas volgen drie extra vakken: Spaans, drama en extra Engels en Frans (dit is verwerkt in één vak). Bij elkaar komt dit voor mij neer op vijftien lesuren: vier uur wiskunde aan elke brugklas en drie uur aan mijn 2vwo-klas. 

Deze 2vwo-klas is ook mijn mentorklas, wat meteen mijn grootste extra taak is. Sinds dit jaar ben ik mentor en meteen vanaf de eerste dag vond ik dit een verrijking van het werk. Natuurlijk moeten alle moeilijkheden nog komen, maar op dit moment heb ik vooral de lusten van het mentoraat.

Een andere taak is de donderdagavond. Vijf avonden per jaar, vorig jaar waren het er negen, geef ik les aan ouders. Zij kunnen zich hier vrijwillig voor opgeven en samen met een collega geef ik de ouders wiskundeles, dezelfde stof als hun zoon/dochter tijdens de wiskundelessen krijgt. Ontzettend leuk!

Een paar weken geleden ben ik mee geweest op kamp. Ook dit valt binnen mijn extra taken. Ik zag hier ontzettend tegenop, maar uiteindelijk vond ik het heel leuk. Vermoeiend, maar wel leuk! 

Daarnaast organiseer ik de kangoeroewedstrijd, maar dat is pas ergens in maart. Wat ook pas later in het jaar terug komt, is het surveilleren bij een schoolfeest. De afgelopen jaren ben ik er mooi onderuit gekomen, maar in juni moet ik er helaas toch aan geloven. Bah!

Dat waren mijn taken van dit jaar. Niet veel, maar al met al ben ik er toch aardig wat tijd aan kwijt!

Liefs!

vrijdag 9 mei 2014

Een nieuwe baan (... of toch niet?)

Vanmiddag overkwam me iets bizars. Ik liep nietsvermoedend de woonkamer in na een uurtje bijles geven toen ik mijn telefoon over zag gaan. Er stond een nummer in beeld dat ik niet kende. Toen ik op nam, werd het al snel duidelijk wie de beller was: mijn begeleider van de lerarenopleiding. Huh?
Er schoten wat dingen door mijn hoofd. Heeft hij een bijlesleerling voor me? Belt hij zomaar, naar iedereen, om te kijken hoe het gaat met al zijn oud-studenten? Of belde hij om te vragen om te vragen of ik me aan wil melden voor zijn LinkedIn-groep, waar hij al eerder om had gevraagd. Nee, nee, nee. En hij belde ook niet om te zeggen dat mijn diploma ongeldig was verklaard, zei hij zelf al direct. Er was een andere reden.
Hij bood me een baan aan, op de lerarenopleiding. Er was een vacature vrijgekomen en als ik zijn woorden mag geloven, moest hij direct aan mij denken. ‘Omdat ik toch altijd wel positief terugdenk aan jou,’ zei hij erbij. ‘En omdat ik denk dat je daar wel bekwaam voor bent.’ Wow! Ik was even stil, maar ik wist eigenlijk meteen al het antwoord. ‘Nee, sorry,’ zei ik. ‘Ik ga in september beginnen met de eerstegraadsopleiding, dus dan krijg ik het al heel druk.’ Hij probeerde me nog over te halen door te zeggen dat ik dat mooi kon combineren, maar ik bleef bij mijn antwoord. Bovendien ben ik heel blij met mijn huidige werkgever.
Toen ik had opgehangen, rende ik meteen naar mijn vriend toen. ‘Wat bizar! Ik heb net een baan aangeboden gekregen.’ Pas toen het hele verhaal mijn lippen was gepasseerd, besefte ik wat me zojuist was overkomen. In deze tijden van crisis, waar nog steeds heel veel mensen werkloos thuis zitten, tientallen sollicitatiebrieven de deur uit sturen, krijg ik een baan aangeboden. ‘En het is nog een goedbetaalde baan ook,’ zei mijn vriend nadat hij de vacature had opgezocht. ‘Ruim drieduizend euro bruto per maand!’
Ik ben niet zo iemand van de uitdagingen. Ik houd van zekerheid, ‘binnen mijn comfort zone blijven’ is bijna mijn levensmotto en dat ik volgend jaar ga beginnen met een nieuwe opleiding, is een hele grote stap. Toch is er ook wel iets in mij dat zegt dat het een ENORME kans is die ik met beide handen aan moet grijpen. Ik ben nu 23 jaar, mijn hele leven ligt nog voor me en als ik op zo’n jonge leeftijd al zo’n enorme stap vooruit kan maken, kan dat alleen maar heel veel goeds voor de toekomst betekenen. En dat salaris… Dat is natuurlijk ook wel bijzonder aantrekkelijk. Van schaal LB ga ik direct naar LE, waarvan ik tot vanmiddag niet eens wist dat het bestond.
Maar ik doe het niet. Als ik nu begin op een nieuwe werkplek én start met een studie, komt er te veel op me af. Te veel indrukken, te veel nieuwe dingen bijleren en te veel stress. Dat kan ik niet heel goed aan. Bovendien ben ik dan bang dat heel mijn plaatje van de toekomst in duigen valt. Dat droomhuis zal er natuurlijk wel sneller komen met zo’n salaris, maar het bloggen zal minder worden, ik kan geen les meer geven aan lieve, schattige brugklaskindertjes, ik kan lang niet meer zo veel aandacht besteden aan de andere blog waarvoor ik onder mijn eigen naam schrijf, ik heb geen tijd meer om bijles te geven – wat ik toch wel heel erg leuk vind, want ik ben gisteren gebeld voor een bijlesklantje, vandaag is ze bij mij thuis geweest en één op één uitleggen is toch wel héél leuk, maar dat is allemaal een ander verhaal – en mijn ultieme droom om een boek uit te geven zal dan ook in duigen vallen, want daar heb ik dan ook de tijd/energie niet voor.
‘Dus ik doe het niet,’ zei ik tegen mijn vriend, ‘maar ik heb nu wel weer inspiratie voor een blogartikel!’
Liefs!

donderdag 24 oktober 2013

Vakoverstijgende opdracht

Vakoverstijgende opdrachten, hoe vaak heb ik dat al niet gehoord? Vooral op één van mijn stagescholen waren ze daar helemaal weg van. Alles moest vakoverstijgend zijn, er moest meer overleg zijn met andere vakdocenten, er moesten in de lessen meer verbanden worden gelegd met andere vakken enzovoorts.

Waar ik nu werk heb ik dat helemaal niet. Er is nog nooit het begrip voorbij gekomen, in alle maanden dat ik er werk heb ik het niet één keer gehoord. Tot bij de afgelopen vergadering, toen we een formulier moesten invullen wat onze ‘vakoverstijgende plannen voor dit jaar waren’. Ehh… Niets?
 
Ik ben daar ook helemaal niet goed in. Projecten bedenken is niets voor mij, evenals het verzinnen van activiteiten, werkvormen (oké, dat gaat op zich nog wel) of andere creatieve dingen. Het lukt me al helemaal niet om zoiets te bedenken als het vanuit het niets wordt gevraagd. Dan sla ik echt dicht.
 
Het lukt me alleen om zoiets te denken als ik met iets compleet anders bezig ben. Ik zat deze week bij een familielid in de auto op weg naar een ander familielid en ineens kwam ik met dit idee. Ik zou niet weten hoe ik erop ben gekomen en dat doet er ook niets toe. Ik vind het al heel knap dat ik zoiets heb kunnen bedenken.
 
Een speurtocht door de school. Geef de leerlingen aan het begin van de les een kaartje mee met daarop een opdracht. De leerlingen gaan naar de volgende plek waar ze de volgende opdracht krijgen enzovoorts. Elke opdracht heeft met een andere vakles te maken, of misschien een combinatie van twee of meerdere vakken. Hoe leuk zou dat voor de leerlingen zijn?
 
Wij hebben op mijn werk twee keer in het jaar een activiteitenweek. Op een gewone lesdag zou het moeilijk te realiseren zijn om groepen leerlingen door het gebouw te laten lopen (lees: rennen), maar in zo’n activiteitenweek – waarin een groot deel van de leerlingen toch buiten de deur op weg naar musea of pretparken is – zou het prima kunnen.
 
Ik ga hier niets mee doen hoor, met dit idee. Misschien heel kleinschalig in mijn eigen les, waarbij ik een speurtocht uitzet in het lokaal en op het schoolplein (ik zie ineens het voordeel van een lokaal direct naast het schoolplein!), maar met dit idee naar een van de organisatoren stappen? Nee… Zo vol vertrouwen ben ik ook weer niet!
 
Liefs!

maandag 21 oktober 2013

Hoe zijn de weken tot aan de herfstvakantie verlopen?

In de eerste weken van het schooljaar leek het me leuk om in de herfstvakantie eens terug te blikken op de voorgaande weken. Hoe is het gegaan? Zou het beter gaan dan in mijn eerste jaar als docent? Ik zette de blog in mijn agenda en keek er een maand niet meer naar om.
 
De herfstvakantie is inmiddels begonnen. Ik denk dat ik alles al flink heb laten doorschemeren in mijn zaterdagposts en ook tussendoor, maar voor het idee ga ik het toch nog eens herhalen in deze blog.

De eerste weken ging het goed. Perfect is een groot woord, maar ik was wel blij met hoe het verliep. Even opstarten, even mijn draai vinden, maar ik had niets te klagen. Ik vond het leuk om met mijn vijf veranderingen aan de slag te gaan. Ik vond het een uitdaging om alle namen van de leerlingen zo snel mogelijk uit mijn hoofd te leren. De eerste weken ging het écht goed.

En toen kwam het moment ineens dat er een knopje omging in mijn hoofd. Ik merkte dat ik het toch wel zwaar vond om maar drie dagen in de week op mijn werk te zijn en om alle lessen en andere taken over die dagen verdeeld te hebben. In mijn hoofd werd het steeds drukker en ik kwam maar niet uit de vervelende, neerwaartse spiraal.

Hoe dat is afgelopen was in dagboek 6 te lezen. Mijn werk heeft geregeld dat ik weer vier dagen werk. De afgelopen week heb ik mogen ervaren hoe dat is en serieus: het is een verademing. Ik probeer in mijn blogposts niet te vaak een uitroepteken te gebruiken, omdat het er toch net wat minder professioneel uitziet, maar hier had ik echt wel vijf uitroeptekens achter kunnen zetten. De laatste week voor de herfstvakantie heb ik zo goed af kunnen sluiten dat ik het gevoel heb dat ik het vervelende hoofdstuk weer achter me heb kunnen laten.

De afgelopen weken waren slopend, maar ik zie het als een leermoment. Ik ben (nu) geen type om fulltime te werken. Dat gaat ten koste van mijn lessen, mijn humeur en mijn gezondheid. Ik weet dat ik mijn werk moet verspreiden. Ik heb tijd nodig om alles in mijn hoofd te evalueren, te reflecteren, te accepteren. Om alles nog eens na te lopen, om alles op een rijtje te krijgen, om even adem te halen.

Fulltime werken komt misschien nog wel. Ooit. Voor nu doe ik het rustig aan. Want, zoals ik laatst in een tijdschrift las: ik heb het al druk genoeg, op mijn eigen manier!
Ik vind het altijd beschamend om tegen anderen te zeggen dat ik het druk heb, terwijl ik in feite niets te doen heb. ’s Avonds hang ik met een boek, een laptop of de televisie op de bank. Heel relaxt allemaal, maar in mijn hoofd is het echt een bende. En dat is wat anderen niet zien…

Om het nog even kort samen te vatten: ik ben tevreden over de eerste weken van het schooljaar. Tevreden over het eerste deel, omdat het een fijne start was. Tevreden over het tweede deel, omdat het een groot leermoment voor me is geweest.

Ik sluit mijn stukje van vandaag af met een toepasselijke quote: “Goede tijden worden goede herinneringen. Slechte tijden worden goede lessen.”

Liefs!

maandag 9 september 2013

Lokaal opvrolijken

Vorige week vrijdag ben ik voor het eerst naar mijn werk geweest om alvast te wennen. Op de scooter terug naar huis had ik ineens allemaal geweldige ideeën voor het komende schooljaar. Voor één van die plannen had ik materialen nodig, dus ik besloot meteen door te rijden naar het winkelcentrum.

Mijn lokaal is ontzettend saai. Witte muren, een leeg prikbord en verder helemaal niets. Ik wil het graag wat opleuken, maar het vervelende is dat mijn lokaal dan helemaal zo klein gaat lijken. Bij mijn collega’s zie ik wel eens planten op de vensterbanken staan. Maar: ik heb geen vensterbanken. Of ik zie allemaal leuke fotolijstjes aan de muur hangen met foto’s van hun kinderen. Maar: ik heb geen kinderen. En zo zie ik nog veel meer leuke dingen.

Het liefst maak ik van mijn lokaal een tweede huiskamer. Een leuke inrichting, leuke dingen aan de muur, planten in mijn lokaal. Ik wil me er thuis voelen en ik wil ook absoluut dat de leerlingen zich thuis gaan voelen. Alleen erg jammer dat er ten eerste niet veel verbouwd mag worden, er ten tweede heel weinig ruimte in mijn lokaal is en dat er ten derde binnenkort een nieuw plafond in wordt gezet, wat er voor gaat zorgen dat het een enorme puinzooi gaat worden.

Daarom bedacht ik iets wat niet veel ruimte in beslag neemt, wat toch de muren een beetje opleukt, waardoor je ziet dat in mijn lokaal wiskunde gegeven wordt en waarmee de leerlingen (op een leuke manier) met de stof bezig zullen zijn.

Ik wil een groepje van drie of vier leerlingen aan het eind van elk hoofdstuk een poster laten maken. Niet voor een cijfer, maar gewoon voor de lol. Ik ga ook niemand verplichten, maar het zou wel leuk zijn als iedereen een keer aan de beurt komt. Deze leerlingen mogen de poster naar eigen inzicht invullen. Een mindmap, leuke plaatjes van internet, mooie zelfgetekende voorbeelden enzovoorts. Ik laat dit maken op verschillende kleuren papier, zodat de muren niet langer wit zijn, maar eindelijk een beetje kleurrijk.

We zijn net een week begonnen, dus het duurt nog even voordat ik de leerlingen laat beginnen. Maar ik kan niet wachten tot het zover is en het lokaal er eindelijk wat leuker uit gaat zien!

Liefs!

dinsdag 3 september 2013

Eerste lesdag, korte terugblik

Mijn eerste lesdag zit erop. 'Ik heb het overleefd,' mailde ik naar mijn zusje. Dat was gelukkig ook niet zo moeilijk.

Dit jaar begon ik met veel minder zenuwen. Ik wist hoe het boek werkte, ik weet hoe alle elektronische dingen in het lokaal werken, ik kan de school al en ik begon vandaag met mijn 2havo-klas. Ik kende deze leerlingen dus al.

De les in 2havo was dan ook een eitje. Ik begon met een kort praatje over de nieuwe gang van zaken. Ik wil dit jaar veel betere controles in de schriften doen, dus dit heb ik de leerlingen ook verteld. Tot nu toe werkte iedereen vrij netjes en ik zag hier en daar al berekeningen staan, dus de eerste controle moet haast wel goed gaan.

In mijn brugklassen verliepen de lessen heel anders. In 2havo was er ruim de tijd om aan de opgaven te werken. In de brugklassen moest ik echt aanpoten. Daarbij duurden de lessen in de brugklassen ook tien minuten korter, omdat de leerlingen verdwaald waren… Er was zo veel te vertellen. Wie ik ben, wat wiskunde is, wat de leerlingen mee moeten nemen, waar de leerlingen op moeten letten bij het maken van huiswerk en nog wat andere zaken.

Mijn eerste indruk van mijn nieuwe brugklaskinderen is over het algemeen positief. Niet heel erg positief, want er zitten echt nog wel leerlingen in waar ik problemen mee ga krijgen. Maar zeker ook niet slecht, want volgens mij zitten de klassen voor een groot deel gevuld met schatjes.

Morgen zie ik de klassen weer, sommigen zelfs twee uur. Ik ben benieuwd hoe het dan gaat!

Liefs!

vrijdag 30 augustus 2013

Eerste werkdag zit erop!

Vandaag ben ik even op mijn werk langs geweest. Ik las bij mijn collega’s op Facebook dat ze vandaag alvast wat voorbereidend werk gingen doen op school, dus dat vond ik ook best een goed plan.

Het opstaan was verschrikkelijk, ik was zelfs nog moe toen ik op mijn werk aankwam. Maar het voelt wel weer heerlijk om het gebouw in de verte te zien, de grote, zware schooldeur te openen, de lege gangen in te lopen en thee te drinken zonder eerst vijf minuten bij de waterkoker te wachten. En het werken op zich was ook niet verkeerd. Ik heb vandaag vooral administratieve dingen gedaan. De vragenlijsten geprint en gekopieerd, lijsten voor de huiswerkcontrole gemaakt en in een map gestopt, alle belangrijke dingen in mijn agenda geschreven…

De hele week zag ik als een berg tegen aanstaande maandag op, maar na vandaag kan ik oprecht zeggen dat ik er zin in heb. Kom maar op met die 115 leerlingen!

Liefs!

woensdag 28 augustus 2013

Het rooster

Zojuist is mijn rooster voor het komende schooljaar, of in ieder geval de eerste weken, gepubliceerd op de website. Ik wist even niet wat ik zag. Drie dagen werken en twee doordeweekse dagen vrij. Whut? Dat was niet de afspraak! Maar ik vond het totaal niet erg. Voor het komende jaar heb ik heel veel plannen op schrijfgebied, dus dan kan ik daar wat extra tijd aan besteden.

Bron
En toen ging ik wat verder nadenken. De brugklassen hebben vier uur in de week les, ik werk slechts drie dagen per week. Dat wil dus zeggen dat er één dag in de week is dat ik de brugklas twee uur lesgeef. Oei!
En daarbij, wat ik nog veel vervelender vind, kon ik vorig jaar heel makkelijk parallellessen geven. Ik bereidde één les voor en deze gaf ik vervolgens aan drie klassen achter elkaar. Nu gaat dat niet meer. Op dinsdag heb ik klas 1a, 1b en 1c één lesuur, dus dan gaat het nog niet. Op woensdag geef ik klas 1a en 1b twee uur les en krijgt klas 1c slechts één uur. Op donderdag krijgt klas 1c twee uur les en klassen 1a en 1b dus één uur. Bij klas 1a en 1b loopt de planning dan dus parallel, maar bij klas 1c moet ik de leerstof en de huiswerkopgaven anders indelen. Dat wordt lastig!

Aan de andere kant… Het is wel weer een uitdaging! Want de brugklassers zelf zullen het probleem niet zijn – hoop ik! – en ook van mijn 2havo-klas zal ik het komende schooljaar weinig problemen mee hebben. Want: mijn favoriete klas van vorig jaar plus wat andere leerlingen uit andere brugklassen die ik vorig jaar les gaf is mijn nieuwe 2havo-klas geworden! Blijer kun je mij nu niet maken!

Ik moet nog een paar dagen wachten voor ik echt weer voor de klas mag staan. Ik twijfel nog of ik daar nu heel bang voor moet zijn of dat ik er heel erg zin in heb. Misschien moet ik maar gewoon voor het laatste gevoel gaan…

Liefs!

vrijdag 26 juli 2013

Dankbaarheidslijstje #9


Het is lang geleden dat ik mijn laatste dankbaarheidslijstje online zette. Volgens mij is de hype om deze trend ook weg aan het zakken. Als ik me niet vergis, heb ik mijn laatste dankbaarheidslijstje vlak na de meivakantie op mijn blog gezet. Erg lang geleden dus!



Ik denk dan ook dat dit (voorlopig) mijn laatste dankbaarheidslijstje wordt. Dit lijstje gaat over het afgelopen schooljaar en alle dingen waar ik dankbaar voor ben geweest. Ik zal ongetwijfeld heel veel dingen vergeten, maar
die zullen dan vast al eens eerder op mijn blog gepubliceerd zijn.



Het afgelopen schooljaar was ik dankbaar voor…

… de gezellige introductiedag die ik had met al mijn nieuwe collega’s. Hoewel ik ze niet allemaal even goed heb leren kennen dit jaar, heb ik toch het idee dat we met z’n allen vanaf die dag al een band hadden. We waren tenslotte lotgenoten.

… de gezellige sectie waarin ik terecht ben gekomen. En ook hierbij geldt weer dat ik niet met iedereen even veel heb gesproken, maar ik bof wel met deze collega’s. Ik heb op mijn stagescholen gemerkt dat ik het veel slechter had kunnen treffen.

… de lieve leerlingen die ik in mijn klas had zitten. Op mijn 3havo-klas na had ik met alle klassen een betere band dan ik voorheen ooit met een klas heb gehad. Ik wist al in de eerste weken dat ik te maken had met de liefste leerlingen ooit en dat ik ze aan het eind van het jaar enorm zou missen. En dat is waar. Ik vrees het ergste voor het komende jaar, want dit kan natuurlijk maar moeilijk overtroffen worden.

… de fijne werkplek waarin ik terecht ben gekomen. Ik klaag niet graag, maar als ik mijn huidige school vergelijk met de vorige scholen, dan was er op de vorige scholen toch wel aardig wat mis. Natuurlijk zijn er ook dingen op deze school, maar er is niets wat mij belemmert tijdens het lesgeven.

… voor de buitenschoolse activiteiten van dit jaar. Op die momenten vond ik niet alles even leuk, maar ik kijk toch wel met een positief gevoel terug naar het bezoekje aan het pretpark, de rondleiding door het museum, het schoolfeest en de sportdag.

… mijn begeleidster. Voorheen kreeg ik vaak wel wat minpunten te horen tijdens een lesbespreking, maar deze begeleidster was zo positief over me dat ze niets negatiefs kon bedenken. Dankzij dit gesprek, en dankzij deze lieve vrouw, heb ik zo’n enorme boost aan zelfvertrouwen gekregen dat het schooljaar me ontzettend goed af is gegaan.

… de collega’s met wie ik een leuk bedankje heb georganiseerd voor deze begeleidster. Voor alle goede zorgen, alle lieve woorden, haar luisterende oren, haar positiviteit en haar stralende lach die ze je schenkt als je haar ergens in het gebouw tegenkomt.



Stiekem heb ik best zin om weer te beginnen…



Liefs!

vrijdag 12 juli 2013

De laatste werkdagen van het schooljaar

Het jaar zit er nu echt op. Na de laatste les op 25 juni had ik wel een raar gevoel. Was dit het dan? Nee, natuurlijk niet, was het antwoord. Want na de laatste lesdag is het echt nog geen vakantie. Na het geven van mijn laatste Ik hou van wiskunde-les moest ik namelijk nog negen dagen werken. Wat ik deed? Dat lees je in deze blog.
 
Het schooljaar sluit op bijna alle scholen af met een toetsweek. Bij ons duurde deze week van woensdag t/m dinsdag, wat voor mij vier werkdagen zijn. Tijdens de toetsen ben je aan het surveilleren (lees: eigen toetsen aan het nakijken) en als je daar mee klaar bent, gaat het nakijken gewoon verder. Daarbij hoort natuurlijk ook het invoeren van de cijfers.
 
Op woensdag had niet alleen ik, maar zo goed als de hele school, een vrije dag. Alleen de leerlingen die een toets moesten inhalen waren op school, de rest zat heerlijk thuis te genieten. De rest van de week hoefde ik ook nog maar één dag te werken. Echt werken kun je het niet noemen, want ik hoefde slechts een uurtje aanwezig te zijn. De leerlingen kwamen die dag hun toets ophalen. De rest van de dag, en de vrijdag erna, waren dus heerlijke vrije uurtjes.
 
De week erna, deze week dus, bestond uit vier werkdagen. Maandag en dinsdag waren de rapportvergaderingen: aan de hand van de rapportcijfers en wat andere factoren gingen we bepalen of de leerlingen zijn bevorderd, gaan doubleren of naar een andere school gaan. Ik had slechts vijf vergaderingen, verdeeld over twee dagen, maar tussendoor wel zes uren ‘tussenuur’. Ik hoefde geen toetsen meer na te kijken, dus deze uren kan ik bestempelen als héél saai. Ik heb redelijk mijn best gedaan om mijn lokaal en mijn kluisje leeg te halen, maar binnen een half uur was ik daar ook mee klaar.
Woensdag en donderdag had ik vergaderingen met al het personeel. Vergaderingen om terug te blikken op het afgelopen jaar, maar ook om vooruit te kijken naar het komende jaar. Donderdagmiddag was er een personeelsdag, maar of je dat echt werken kunt noemen? Vorig jaar was ik niet naar de personeelsdag geweest omdat ik het een beetje eng vond. Dit jaar heb ik op het laatste moment afgezegd omdat ik liever bij de diplomauitreiking van mijn vriendin wilde zijn. Vorig jaar heb ik op een rottige manier afscheid genomen van de school (omdat mijn vader plotseling was opgenomen in het ziekenhuis), dus dit leek me een mooie kans om het nog eens over te doen. En het was natuurlijk heel leuk om mijn vriendin weer te zien!
 
En nu, lieve lezers, heb ik vakantie. Een welverdiende, als ik dat zelf zo mag noemen. Niet dat ik het enorm zwaar heb gehad als eerstejaars docent, maar ik keek zeker de laatste weken steeds meer uit naar al die vrije weken!
 
Liefs!

dinsdag 9 juli 2013

Mijn ideale vervoersmiddel

Dit is echt pijnlijk. Gistermiddag schreef ik een blog over mijn ideale vervoersmiddel naar mijn werk (de scooter) en afgelopen nacht is deze gestolen. Vandaag ga ik dus weer als vanouds met het openbaar vervoer naar mijn werk, maar ik wil mijn blog toch even online zetten…

Ik heb tegenwoordig een ander vervoersmiddel om naar mijn werk te komen. De scooter. I-de-aal!

Een tijdje geleden schreef ik al een blog over het vervoer naar mijn werk. In die tijd (nu lijkt het net alsof het jaaaren geleden is) ging ik met het openbaar vervoer naar mijn werk. Ik hoorde anderen er altijd over klagen, maar ik zag geen problemen. Zo vaak had ik geen vertraging en ik ben dit jaar nog nooit te laat op mijn werk gekomen. In de trein kan ik heerlijk ontspannen met mijn boek, het uitzicht of mijn telefoon. Ik vond het de ideale manier om van mijn huis naar mijn werk te komen, en andersom natuurlijk.

Maar nu heb ik de scooter. Ik had al langer een scooter, maar ik was nog nooit op het idee gekomen om daarmee naar mijn werk te gaan. 22 kilometer, oftewel iets minder dan een uur, met de scooter is wel erg lang! Tot ik een keer met de scooter naar mijn schoonouders reed (ruim een uur) en daarbij precies langs mijn werk kwam. Het was een mooie, zonnige dag, ik reed tussen de weilanden en ik genoot. En sindsdien ben ik niet meer met het openbaar vervoer geweest.

Dat is nu zo’n vier weken geleden. Ik heb de scooter dus al zo’n vijftien keer verkozen boven de trein en daar heb ik genoeg redenen voor. Benieuwd? Lees even dit rijtje hieronder.

- Reden nummer 1 is absoluut het geld. Mijn scooter rijdt heel zuinig en voor een retourtje ben ik zo’n twee euro kwijt. Ik hoef maar één keer in de week te tanken en dat kost me hooguit een tientje. Dat is geen geld, als je je bedenkt dat het met het openbaar vervoer vier tot vijf keer zo duur is. Ik bespaar hier dus enorm veel geld mee.
- Ik ben niet afhankelijk van de treintijden. Elke ochtend was ik aan het rekenen hoe laat ik de deur uit moest en hoe laat ik dan op mijn werk zou zijn. Nu kan ik de deur uit wanneer ik wil en dat is heel rustgevend. Als ik een keer vijf minuten later vertrek is dat geen probleem. Super!
- Nog iets rustgevends: ik zit nu niet meer tussen de chagrijnige ochtendhumeurtjes, tussen de bellende zakenmannen of tussen de stinkende  rokers: ik rijd de helft van de tijd tussen de weilanden. Ik kan kilometers (ik kan niet zo goed schatten, maar het is in ieder geval een enorme afstand) ver kijken en ik zie ontzettend veel koeien en paarden in het gras staan.
- En dan de reistijd. Met alleen groene stoplichten doe ik er 40 minuten over, met een beetje tegenwind en veel lichten tegen ben ik maximaal 50 minuten onderweg. Met het openbaar vervoer ben ik minimaal een uur onderweg en als ik de aansluiting mis of als er vertragingen zijn, kan dat enorm oplopen.
- Ik ben niet zo afhankelijk van de routes die de trams/treinen/bussen rijden. Ik had laatst een etentje middenin de weilanden. De bus deed er ruim een uur over, omdat deze niet in de buurt stopte. Met de scooter was het een stukje van nog geen kwartier.
- Ik kan uit mijn werk direct boodschappen doen zonder eerst over te moeten stappen.

Dat zijn voor mij genoeg redenen om ’s morgens op de scooter te stappen! Maar natuurlijk zitten er ook nadelen aan. Ik kan slechts één reden bedenken: regen. Bah!

Maar zo lang het nog niet met bakken uit de hemel komt en zolang er nog geen ijs op de weg ligt, ga ik gewoon met mijn scooter naar school!

Liefs!

woensdag 15 mei 2013

Mijn beoordelingsgesprek

Na een lesbezoek van de directie hoort natuurlijk een beoordelingsgesprek. En die kwam er, namelijk gistermiddag. Direct na mijn lessen stond de afspraak gepland. Ik schopte de leerlingen de klas uit en ik haastte mezelf naar de toiletten. Eerst even opfrissen voordat ik het kamertje binnen zou gaan.

Binnen een kwartier, als ik me niet vergis, stond ik weer buiten. Ieder ander zou na zo’n gesprek ontzettend blij zijn en een gat in de lucht springen, maar bij mij drong het nog niet helemaal door. Zo’n gesprek met allemaal moeilijke woorden gaat soms een beetje langs me heen. Ik probeerde te herhalen wat de twee mannen in driedelig pak tegen me hadden gezegd.
Ze waren positief over me.
Ze zagen wel dat ik een beginnend docent ben.
Maar ze vonden ook dat ik potentie had om door te groeien.
Ze wilden me graag houden voor het komende schooljaar.
Ik zou een vast contract krijgen.
En daarnaast een tijdelijk contract, omdat ze me niet kunnen garanderen dat de leerlingaantallen altijd zo hoog blijven. Of zoiets.
Ik mag volgend jaar vijftien lessen draaien, verdeeld over drie dagen.

En toen kreeg ik een hand. “Gefeliciteerd,” zei mijn baas. “Ga het thuis lekker vieren.” Maar ik kon alleen maar aan andere dingen denken. Ik mag volgend jaar vijftien lessen geven, terwijl ik nu zestien lesuur geef. Op het aantal lesuren ga ik dus een klein stapje achteruit. Het aantal uren is verdeeld over drie dagen. De brugklassen hebben vier uur wiskunde in de week. Dit kan dus twee dingen betekenen: 1) ik geef volgend jaar geen les aan de brugklassen, of 2) ik geef op sommige dagen een blokuur les aan de brugklassen. En allebei zie ik niet zo zitten.

Ik ben heel benieuwd hoe dit gaat aflopen. Het is natuurlijk heel fijn dat ik ineens twee vrije dagen heb (al vraag ik me af wat ik met al die vrije tijd moet!). Ik hoop alleen niet dat ik hiervoor de brugklassen in moet leveren, want dat vind ik dus echt de leukste klassen die er zijn!

Maar… Om een lang verhaal kort te maken: Ik mag blijven! En daar ben ik ook echt wel heel erg blij om hoor! :-) 

Liefs!

woensdag 10 april 2013

Zenuwen!

Vanochtend had ik ze weer: de zenuwen. Ik kan daardoor zo boos op mezelf worden. Als er iets op de planning staat wat maar een beetje afwijkt van mijn reguliere leventje dan voel ik de zenuwen door mijn hele lichaam.

En waarvoor? Voor slechts zeven simpele gesprekjes met ouders. Tenminste, dat probeer ik mezelf de hele tijd wijs te maken. Het zijn maar zeven gesprekken. Het valt best mee. Binnen tien minuten ben je van de ouders af. Hoe erg de ouders ook zijn, om 20.30 uur vanavond trek jij je jas aan en verlaat je het gebouw weer. Hoe erg kan het zijn?

In mijn ogen héél erg. Ik beeld me allerlei scenario’s in waar ik totaal niet in wíl zitten. Boze ouders, teleurgestelde ouders, verdrietige ouders, schreeuwende ouders, zwijgende ouders, ouders met rollende ogen, ouders die twijfelen aan mijn docentskills, ouders die lachend vragen hoe oud ik ben… Ieks!

Ik voor continu een tweestrijd in mijn bovenkamer. De ene stem vertelt me dus het bovenstaande, terwijl de andere stem het probeert te sussen.
“Bedenk je goed dat de ouders en jij en om dezelfde reden zitten: jullie willen beide het beste voor het kind/de leerling.”
“Je bent omring door collega’s. Als de ouders écht agressief worden, ook al is daar totaal geen reden voor, dan zijn er genoeg anderen om je heen.”
“De gesprekken duren echt maar tien minuten, hooguit met een beetje uitloop. Mochten de gesprekken echt zo rampzalig zijn, dan ben je snel weer van ze af.”
“…want wat is nou 600 seconden op een heel mensenleven?”
“Je hoeft geen slechtnieuws-gesprekken te voeren met de ouders. Don’t worry!”

En buiten dit allemaal zit het wel goed met mijn voorbereiding. Ik ben het hele lijstje af gegaan (komt over één uur op mijn blog!), ik heb alles opgeschreven, ik heb genoeg research gedaan… Én ik heb gedoucht, mijn make-up aangebracht, mijn mooiste jurk uit mijn kast gehaald en mijn schoenen schoongemaakt.

Zo erg kan het toch niet zijn?

Liefs!

maandag 25 maart 2013

Studiedag: passend onderwijs

Een typisch voorbeeld van wat er gebeurt als ik iets niet op een to do-lijst zet. Ik wilde een blog online zetten waarin ik zou terugverwijzen naar mijn vorige studiedag. De studiedag die ik op de eerste werkdag van 2013 had. Toen ik op mijn blog de link ervan zocht, bleek dat ik er nog geen blog over had geschreven.

Ik ben nu bijna drie maanden verder. Over het algemeen zit het wel goed met mijn geheugen, maar als ik nu stap voor stap moet opnoemen wat we die dag hebben gedaan dan weet ik het niet meer precies. Erg jammer, omdat ik er zo ontzettend positief over was! Natuurlijk weet ik het nog wel globaal. Misschien is het ook wel goed dat ik hier zo laat pas over schrijf. Ik weet nu alleen nog de dingen die me zijn bijgebleven en die dus ook echt belangrijk voor mij zijn.
 De dag stond in het teken van passend onderwijs. Waar de vorige studiedag gericht was op het lesgeven (namelijk toetsen en beoordelen), was het nu echt gericht op de leerlingen. Dat is toch waar het onderwijs voor een heel groot deel om draait. Het programma over toetsen en beoordelen was voor mij erg leerzaam, maar dit was minstens zo interessant. Ik heb die dag dingen geleerd waar ik vandaag de dag nog steeds over na denk. Hierover komt dus deze week een aparte blog!

Passend onderwijs heeft alles te maken met leerlingen die opvallen. Leerlingen die net even iets anders zijn. Leerlingen met een stempel. Ik vind het altijd heel moeilijk om dit zo neer te zetten. Iedereen is namelijk anders dan een ander, iedereen kun je in een hokje plaatsen. Ik wil ook helemaal niet neerbuigend doen over “dit soort leerlingen”, maar soms kan ik simpelweg niet op de juiste benaming komen. Leerlingen met een aandoening, leerlingen met een beperking, leerlingen met een handicap. Nee, het klinkt allemaal heel negatief.
 
Misschien is dat ook wel het belangrijkste wat me bij gebleven is. Dat ADHD/autisme/ODD als iets negatiefs wordt gezien. Terwijl er echt wel heel veel positieve dingen op te noemen zijn over deze leerlingen, of over deze “afwijkingen” (sorry, ik kan echt de juiste woorden hier niet voor vinden). Zo heb ik die dag geleerd dat leerlingen met ADHD ontzettend creatief zijn, leerlingen met autisme zijn ontzettend slim, hoogbegaafde leerlingen zijn heel muzikaal etc. Er is altijd zoveel meer achter het drukke gedrag of achter het onbegrip van een leerling met autisme. Dat is absoluut de grootste eye-opener van die dag geweest.
 Ik wil niet zeggen dat ik sindsdien alleen maar naar de zonnige kant van de aandoeningen kijk. Ik vind het nog steeds lastig als een leerling na tien waarschuwingen nog steeds achterom zit. Maar ik heb zeker wel gezien dat er een andere kant is. Een zonnige kant. Dat maakt het omgaan met deze leerlingen – die ik om heel eerlijk te zijn liever kwijt was dan rijk – toch een heel stuk leuker.
 Liefs!
 

zondag 24 maart 2013

Het openbaar vervoer

Ik heb het al vaker op mijn blog geschreven, maar vier dagen in de week reis ik met het openbaar vervoer naar mijn werk. Tegenwoordig vaak vanaf mijn eigen huis, ook af en toe vanaf het huis van mijn vriend. Dat laatste is een klein stukje. Slechts drie haltes met de metro en dan ben ik er. Vanaf mijn eigen huis is het een langere rit.

Een stuk met de metro, een stuk met de intercity en het laatste stuk met de stoptrein. Al met al (ruim) een uur reizen, afhankelijk of de NS mee wil werken of niet. Er zijn dagen dat mijn reistijd langer is dan mijn werktijd. Bijvoorbeeld in de repetitieweek. Of ik dat vervelend vind? Nee hoor! Het was een bewuste keuze.

Natuurlijk zitten er nadelen aan. Ik moet een stuk eerder op dan de meeste van mijn collega’s. Als ik klaar ben met werken duurt het nog minstens een uur voordat ik thuis ben. Ik ben afhankelijk van de vertrektijden van de tram/trein. Et cetera. Gelukkig zijn er ook voordelen!

Ik vermaak me prima in het openbaar vervoer. ’s Morgens maak ik me op in de tram. Dat was even wennen in het begin, maar dat lukt prima. Ik ben één van de weinigen die in de tram zit, dus anderen merken er weinig van. In de trein lees ik de blogs die ik volg op mijn telefoon. Ik maak lijstjes met dingen die ik die dag nog moet doen. Ik check Facebook. En soms lees ik een boek. Op de terugweg breng ik ook een groot deel van de tijd door op mijn telefoon. Dan schrijf ik een stukje voor mijn dagboek-blog.

Veel anderen ervaren het reizen met het OV als een grote stressfactor. Voor mij werkt het juist ontspannend. Natuurlijk vind ik het vervelend als ik zie dat mijn trein op de heenweg weer vertraging heeft. Maar over het algemeen verloopt mijn reis soepel. Dit klop ik even af! Ik kan heerlijk genieten van het zitten in de trein. Zelfs als ik geen telefoon heb, zelfs als ik geen boek bij de hand heb, of een schrift en een pen. Ik kan alleen al gelukkig worden van het geschommel, het kijken naar anderen, of het kijken naar buiten. Echt waar, ik vermaak me wel. Ik ging niet voor niets heel Nederland door met de trein toen ik nog een studenten-OV had. “Gewoon, omdat het kan,” zouden mijn 2havo-leerlingen zeggen.

Wanneer anderen weer zeggen dat ze medelijden met me hebben haal ik gewoon mijn schouders op. Waarom medelijden hebben met iemand die het zelf als één van de geluksmomentjes van de dag ervaart?

Liefs!