woensdag 21 augustus 2013

282 tips: hoofdstuk 21 t/m 30

De laatste tien hoofdstukken zijn de hoofdstukken waar ik tot nu toe nog maar weinig aandacht aan heb besteed. Als ik op zoek ga naar een tip om die week te behandelen, zoek ik als eerst naar een tip aan het begin van het boekje dan aan het eind. Jammer eigenlijk, want er zitten een heleboel goede onderwerpen tussen. Over het functioneringsgesprek bijvoorbeeld. En over lichaamstaal. Deze hoofdstukken zal ik de komende weken wat meer aandacht geven dan ik voorheen gedaan heb.


21: Lichaamstaal
Waarom kan de ene docent een klas prima onder controle houden en de andere docent niet? Dat heeft voor een groot deel te maken met een goede lichaamstaal. Leerlingen moeten aan je houding zien dat jij de baas bent. En je moet zorgen dat je met je lichaamstaal hetzelfde zegt als met je woorden.

22: Moeilijke ouders
Je krijgt er hoe dan ook een keer mee te maken: ouders die vinden dat jij slecht met hun kind omgaat, of die geen slecht nieuws over hun kind kunnen verkroppen. Hoe ga je daarmee om? Wees duidelijk en práát met ze.

23: Overgewicht
Een op de zes kinderen is te zwaar. De gevolgen variëren van een hoge bloeddruk, vervetting van de lever en suikerziekte tot een negatief zelfbeeld én slechte schoolprestaties. Als leerkracht kun je je steentje bijdragen om dit te voorkomen. Aandacht voor leefstijl helpt. Zoek eens uit met je klas: hoeveel suikerklontjes zitten er eigenlijk in een glas cola?

24: Collega’s
Het is in het begin misschien wat overweldigend, al die collega’s die meer ervaring hebben dan jij. Maar laat je niet intimideren, maar liever gebruik van hun kennis en ervaring! Smeed een goede band met je collega’s, want door goede contacten met je collega’s is de kans dat je het redt als beginnende leraar, een stuk groter.

25: Politieke spelletjes
Gefluister in de wandelgangen. Ellebogenwerk. Humor ten koste van iemand anders. Collega’s met geheime agenda’s. De cultuur van de onderwijsinstelling waar je werkt, heeft invloed op je werk(plezier). Hoe ga je om met politieke spelletjes?

26: Functioneringsgesprek
Veel mensen hebben een hekel aan het functioneringsgesprek. Jammer, want met de juiste voorbereiding kun je juist met deze gesprekken je carrière een zet in de juiste richting geven. Hoe? Door zelf sturing te geven aan het gesprek.

27: Burn-out
Een op de tien werknemers krijgt een burn-out. Het is een gevolg van langdurige overbelasting op meerdere fronten. En het voelt als totale uitputting die niet overgaat na een paar nachten goed slapen. Sterker nog, misschien kun je helemaal niet meer slapen. Het is lastig om de symptomen bij jezelf te herkennen. Je hebt anderen nodig die je een spiegel voorhouden.

28: Onderwijsinspectie
Minstens eens per vier jaar bezoekt de Onderwijsinspectie alle scholen voor basis- en voorgezet onderwijs. Om een goed beeld te krijgen van de kwaliteit van de school woont de inspectie meestal ook lessen bij. Misschien wel jouw les. Hoe bereid je je hier als leerkracht op voor? Doe zoals je anders ook doet, want op een toneelstukje zit niemand te wachten.

29: De juiste baan
Je eerste baan is belangrijk. Toch gaan beginnende leraren nogal eens in zee met de eerste de beste school die ze een plek aanbiedt. Niet verstandig, want je kunt vreselijk afknappen op een baan die niet bij je past. Hoe vind je een baan waar je wel gelukkig van wordt?

30: Lerarenbeurs
Met de Lerarenbeurs kun je als leraar een aanvullende bachelor- of masteropleiding volgen. Niet alle schoolleiders staan daarbij te juichen, want ook al is op papier de vervanging geregeld, het blijft veel gedoe en geregel. Hoe pak je het als leerkracht aan?

# Lees hier tip 11 t/m 20

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen