maandag 24 september 2012

Directe instructie

Ik weet nog dat er een periode was dat ik helemaal gek werd van deze twee woorden. Ze werden te pas en te onpas gebruikt in de personeelskamer van mijn stageschool waar álle docenten deze lesvorm bij álle lessen moesten gebruiken. Ten minste, dat was het idee van de school. Om heel eerlijk te zijn kotste iedereen het principe uit en werd de lesvorm alleen toegepast als de begeleidster langskwam om de les te beoordelen.

Directe instructie is een lesvorm waarbij op zes fasen wordt ingezoomd.
Fase 1: Activeren van voorkennis, terugblik
Fase 2: Oriëntatie op het (nieuwe) onderwerp, doel van de les
Fase 3: Kern van de les, instructie
Fase 4: Oefenen
Fase 5: Verwerking
Fase 6: Reflectie op inhoud van de les, eigen leerproces en gedrag
 
Tijdens de eerste lessen dat de begeleidster kwam kijken heb ik me verplicht gehouden aan deze zes fasen van het instructiemodel. Mijn lesvoorbereidingen waren gericht op deze fasen en per onderdeel beschreef ik precies wat ze van me verwachtte. De lessen gaf ik met tegenzin. Ik hou er niet van om manieren opgelegd te krijgen, omdat het in mijn ogen heel statisch overkomt. Geef me liever tips zodat ik zelf kan kijken wat ik ermee doe.
Toch bleek het directe instructiemodel wel te werken in mijn lessen. Door eerst de voorkennis op een leuke manier te activeren (“Hmm, waar waren we ook al weer gebleven, ik weet het even niet meer. Wat hebben we ook al weer in de vorige les gedaan?”) en vervolgens het doel van de les te vermelden, zijn de leerlingen veel bewuster bezig met de lesstof. Als je aan het eind van de les ook nog eens herhaalt wat de leerlingen hebben opgestoken van de nieuwe stof, ben je al helemaal dichtbij een didactisch goede les.

Het directe instructiemodel voelde in het begin voor mij heel gemaakt en heel nep. Ik had er geen zin in om bij elke les te vertellen wat het doel van de les was. (“Goedemorgen allemaal. Het doel van vandaag is dat jullie de oppervlakte van een cirkel kunnen uitrekenen.”) Ik vraag me ook heel erg af hoe dat op leerlingen overkomt. Naarmate ik eenmaal doorhad hoe ik het model in een andere vorm kon gieten (“Vandaag ga ik jullie leren hoe je de oppervlakte van een cirkel kunt uitrekenen.”), voelde het voor mij een stuk natuurlijker. Ik merk nu dat dit model goed werkt en dat de leerlingen bewuster bezig zijn met de stof. Het komt wel eens voor dat ik vergeet terug te blikken of bewust de instructie over sla, maar het vermelden van het doel van de les en het reflecteren achteraf plan ik wel in vrijwel iedere les in.

Liefs!

Volgende week: Hoe activeer je de voorkennis van de leerlingen?

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen