woensdag 13 februari 2013

Intervisie: Briefjes in de klas (#4)


Laatst schreef ik nog vrolijk dat ik wel kan omgaan met briefjes in de klas. Ik verzin gewoon een grappige manier hoe ik daarmee kan omgaan. Helaas gaat dat niet altijd zo makkelijk. In twee weken tijd is het namelijk al twee keer gebeurd dat de teksten op die briefjes helemaal niet zo onschuldig waren. Vooral die laatste keer heeft me aan het denken gezet, omdat ik het niet zo goed heb opgelost zoals ik eigenlijk had moeten doen.

De situatie
Er zitten wat vreemde types in mijn “nieuwe” brugklas, waaronder een leerling (jongen) die niet aan het werk te krijgen is en een leerling (meisje) dat altijd bij me komt slijmen door hele verhalen te vertellen waar ik niet heel erg in geïnteresseerd ben. Deze les waren ze samen aan het klieren. Toen ik even later het meisje een briefje zag doorgeven aan twee andere meisjes achterin het lokaal, wist ik dat ik iets had gemist. Eén van de meisjes vouwde het briefje open en wilde gaan lezen. Op dat moment besloot ik in te grijpen.
Om een lang verhaal kort te maken: er stond op dat één van de mannelijke klasgenoten een hoer is en verder nog wat rare dingen. Ik was behoorlijk boos, dus ik stuurde de twee leerlingen weg. Vijf minuten later kwamen ze terug: beide afdelingsleiders waren niet aanwezig op hun kantoor, dus ze konden zich niet melden. Ik heb ze weer terug gelaten in de les en ze een opstel meegegeven over hun gedrag, die ze de volgende dag in moesten leveren.
Terug in de les kregen ze natuurlijk alle aandacht van hun klasgenoten en daar greep ik niet goed op in.

Hulpvraag
Hoe had ik deze situatie op een andere (betere) manier moeten aanpakken?

De mogelijke oplossingen
Nummer 1: De leerlingen absoluut niet meer terug laten zetten in mijn les. Of ze nu voor het lokaal van de afdelingsleiders gingen zitten of gewoon in het trappenhuis: alles is beter dan ze terug laten in de les.
Nummer 2: Ik had ze in de pauze moeten terugsturen naar de afdelingsleiders. Dit soort lesverstoringen moet ik niet afschepen met een opstel van 300 woorden.
Nummer 3: Een goed gesprek met de leerlingen zou ook niet verkeerd zijn geweest. Ik had op dat moment geen zin om nog maar één woord met deze leerlingen te wisselen, maar ik denk dat het wel goed zou zijn geweest als ik ze even goed de waarheid onder de ogen had geschoven: dit soort dingen schrijf je niet over je klasgenoten en al helemaal niet op een briefje dat heel de klas door gaat. Ik ben nu veel te mild geweest voor deze leerlingen, terwijl ze echt wel harder aangepakt moesten worden. Ze staan allebei niet bekend als goedwerkende leerlingen, dus wat boze woorden vanaf mijn kant was misschien wel een goede aanpak geweest.
Nummer 4: 300 woorden is gelijk aan de inleiding, “De situatie” en “De hulpvraag” van deze blog. Bah, wat ben ik mild geweest. Ik had ze 3000 woorden moeten laten schrijven.
Nummer 5: Alsnog de afdelingsleider(s) en/of mentor inlichten. Gelukkig is dit een puntje dat ik ook nu, twee dagen later, nog kan doen!

Liefs!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen