woensdag 28 november 2012

Intervisie: ADHD & PDD-NOS (#2)

Binnen een klas zijn er altijd leerlingen die iets meer aandacht nodig hebben dan de rest. Deze leerlingen hebben een aparte handleiding, maar deze is nooit kant en klaar gegeven. Aan de docent wordt dan de opdracht gegeven om zelf uit te vogelen hoe je met bepaalde leerlingen om moet gaan.

Ik heb bijvoorbeeld een leerling met ADHD en PDD-NOS. Ik heb af en toe best wat moeite met deze leerling en ik vind het lastig om met hem om te gaan. Ik weet vaak niet meer waar ik de grens moet trekken tussen “het is een leerling op een reguliere school, dus hij moet zich gewoon aan de regels houden en gaan werken wanneer ik dat van hem vraag” en “het is een leerling met ADHD en PDD-NOS, dus ik moet extra rekening met hem houden”.

De situatie
Bovenstaande alinea beschrijft twee problemen: ik weet niet hoe ik met deze leerling om moet gaan (omdat ik vaak niet tot hem door kan dringen) en ik weet niet in hoeverre ik hem als “rugzakleerling” moet behandelen en wanneer hij zich moet gedragen zoals ieder ander. Ik ga vandaag slechts één van deze problemen behandelen, namelijk het eerste.

De hulpvraag
Hoe ga ik om met iemand die zowel ADHD als PDD-NOS heeft?

De mogelijke oplossingen
Uiteraard heeft iedere leerling een aparte gebruiksaanwijzing, dus niet alle onderstaande oplossingen zullen de juiste zijn, maar proberen kan geen kwaad!
Nummer 1: Kijk op internet. Op internet is veel te vinden over dit soort aandoeningen/stoornissen. Er staan niet alleen de symptomen, maar ook suggesties over hoe je met dit soort leerlingen om kan gaan.
Nummer 2: Ga in gesprek met de mentor, met andere docenten of met de ouders van deze leerling. De ouders kennen het kind uiteraard het beste en weten ook goed hoe je met deze leerling om moet gaan. Ook de mentor kan vaak goede tips geven. Als het goed is heeft de mentor namelijk al vaker contact met thuis gehad, dus de mentor weet vaak ook wat je wel en niet kunt doen.
Nummer 3: De leerling heeft soms wat extra aandacht nodig. Niet per se in de negatieve zin, maar ook zodra er gewerkt moet worden. Zeg duidelijk tegen de leerling wat er nu gedaan moet worden en wat er van hem gevraagd wordt. “Maak de huiswerkopdrachten” kan te abstract zijn. Vertel duidelijk welke opgaven gemaakt moeten worden en geef er eventueel een tijdslimiet bij.
Nummer 4: Zorg dat de leerling niet te veel afgeleid kan worden. Door een leerling vooraan te zetten, het liefst bij het bureau, ziet de leerling veel minder dan wanneer de leerling ergens in het midden of zelfs achteraan zit. Bovendien kun je als docent ook veel sneller ingrijpen dan wanneer de leerling ergens verscholen zit tussen allemaal anderen.
Nummer 5: Zet de leerling naast een serieus persoon. Vraag ook aan dat klasgenootje of hij/zij af en toe de “PDD-NOS-er/ADHD-er” aan kan sporen om bij de les te blijven.

En dat zijn weer vijf suggesties. Natuurlijk zijn er nog veel meer dingen die je kunt doen met een dergelijke leerling en ook niet alle vijf punten zullen werken, maar niet geschoten is altijd mis.

Liefs!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen