Posts tonen met het label Wiskunde. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Wiskunde. Alle posts tonen

donderdag 20 februari 2014

Werkvorm: De wiskwis

Voor Valentijnsdag heb ik een quiz gemaakt voor mijn brugklasleerlingen. Het had niets met Valentijn of met de liefde te maken, het was een wiskundige quiz. Oftewel: een wiskwis. Dat ik de quiz uitvoerde op Valentijnsdag, was puur toeval. Of misschien ook niet.

Wegens een avondprogramma de dag voor Valentijn, waren alle leerlingen op 14 februari huiswerkvrij. De leerlingen liepen al enorm voor op het huiswerk en ik had geen idee wat ik anders met de les aan moest. Ik besloot dus dat er een activerende werkvorm verzonnen moest worden en ik kwam weer op mijn oude vertrouwde quiz, iets wat ik vorig jaar ook deed in mijn brugklas op de laatste lesdag.

De quiz had ik binnen een half uurtje gemaakt. Ik had vier ronden, te weten een spellingsronde, een ronde met meerkeuzevragen, open vragen en als afsluiting een rekenronde. De inspiratie voor de vragen, zo'n vijf per ronde, haalde ik uit de wiskundeboeken. Ik gebruikte alles uit de eerdere zes hoofdstukken, van rekenvolgorde tot ruimtefiguren, van assenstelsels tot kwadratische formules.

Ik wilde er een Ik hou van Holland-element inbrengen en dat deed ik door bij de eerste twee ronden (spelling en meerkeuze) per groepje een leerling naar voren te roepen. Alleen deze leerlingen mochten een antwoord geven. Bij de andere twee ronden wilde ik iedereen een kans geven. Zodra ze het antwoord wisten, moesten ze gaan staan. Zo kreeg iedereen een eerlijke kans om aan de beurt te komen.

Een groot nadeel, iets wat ik vrijwel elke keer ervaarde, is dat ik niet wist wie er als eerste ging staan. Bij de lastige vragen, waarbij iedereen echt goed moest rekenen, lukte dit nog wel, maar bij de makkelijkere vragen leek het alsof iedereen tegelijk ging staan. Ik probeerde zo goed mogelijk te herinneren wie ik als eerste zag staan, maar dat was niet zo eenvoudig. Vooral niet toen iedereen riep dat Pietje als eerste ging staan, of juist Jantje. Lastig!

Maar dat weerhoudt me er niet van om zo'n quiz niet nog eens te doen. Voor de brugklassers doe ik het weer op het einde van het schooljaar, het moet wel leuk blijven. Maar als ik binnenkort een les over heb in mijn 2havo-klas, ga ik absoluut voor hen ook een quiz in elkaar flansen.
Liefs!

maandag 17 februari 2014

StudySteps, de persoonlijke online wiskundetrainer

Van een leerling kreeg ik een tijdje geleden de tip om eens naar www.studysteps.nl te surfen. Ze gebruikte deze website voor het oefenen met wiskunde en wilde de tip graag met mij delen.
StudySteps is een website bedoeld voor leerlingen die moeite hebben met wiskunde. Van de website: ‘Wiskunde is soms best lastig en veel leerlingen op havo en vwo worstelen met wiskunde. Gelukkig is wiskunde is te leren met het juiste leerproces. StudySteps helpt om stap voor stap betere leerresultaten te bereiken.’ Op de website van StudySteps vind je ontelbaar veel oefensommen (ruim 50.000 per leerjaar). Naast het oefenen van opgaven kun je ook met online wiskundecoaches communiceren door middel van een chat- of videogesprek.
StudySteps is bedoeld voor leerlingen, maar ook als ouder (en docent) kun je ook een account aanmaken. Hiermee kun je de voortgang van je kind (of leerling) in de gaten houden.
Aan StudySteps zijn echter wel kosten verbonden. Logisch, want die online coaches, met wie de leerlingen een online afspraak kunnen maken, steken er ook werk, tijd en energie in. Per maand betaal je vanaf €16,95. De specifieke kosten per abonnement kun je hier vinden.
Liefs!
P.S. Dit is geen reclame, slechts een leuke tip van een leerling!

donderdag 13 februari 2014

De WiskundeAcademie

Vorige keer had ik een leerling die naar me toekwam om me te tippen over StudySteps, afgelopen week kwam er een leerling naar me toe met een andere website om wiskunde mee te oefenen: WiskundeAcademie. Ze vertelde dat ze elke dag (al lijkt me dat wat overdreven) een uur lang wiskundefilmpjes kijkt en dat het huiswerk daardoor een makkie wordt.
Direct in het daaropvolgende tussenuur ben ik gaan surfen naar hun website en bijbehorende YouTube-kanaal. Ik heb meteen mijn conclusie getrokken: wat een leuke en vooral handige website!
Van de website: ‘In mei 2012 zijn de broers Roeland & Florian Hiele de OnderwijsAcademie gestart met als doel het onderwijs een nieuwe impuls te geven. Zij zijn van mening dat het huidige onderwijs meer op het individu gericht kan worden. Met de huidige technologie is het mogelijk om leerlingen en studenten in hun eigen tempo te begeleiden. Momenteel wordt hier nog te weinig gebruik van gemaakt.’
Door middel van YouTube-filmpjes laten zij onderwerpen uit de wiskunde zien, aan de hand van voorbeelden en theorie uit heb boek. Zij gebruiken hierbij de methode Getal en Ruimte voor zowel de onderbouw als de bovenbouw, maar ook als je op school met een andere methode werkt, kunnen de filmpjes nuttig zijn. Wiskunde blijft natuurlijk wiskunde, in welk boek het ook staat.
Ik heb nog niet alle filmpjes bekeken (daar zou ik wel wat extra tijd voor moeten uittrekken), maar de filmpjes die ik heb gezien vond ik enorm nuttig. Er worden goede voorbeelden gebruikt, Roeland Hiele legt het duidelijk uit én hij doet dit ook op meerdere manier. Hij herhaalt continu dat je het filmpje kunt proberen, bijvoorbeeld als je zelf de voorbeelden eerst wilt maken.
Voor mij gaat de uitleg te langzaam (het zou gek zijn als ik het zelf niet meer zou volgen), maar ik denk dat het een perfect tempo is voor de zwakkere leerlingen. Dat is tenslotte – in mijn ogen – de doelgroep voor deze website.
Behalve de WiskundeAcademie bestaan er ook soortgelijke websites voor Engels, Nederlands, scheikunde, aardrijkskunde, biologie en Duits. Een goed initiatief van deze broers en ik denk dat vele leerlingen hiermee geholpen kunnen zijn – mits ze van het bestaan afweten!
Liefs!

Ik was echt in de veronderstelling dat ik al eens een artikel heb geschreven over StudySteps. Helaas kan ik dit artikel niet meer terugvinden (kan het zijn dat er spontaan blogposts verdwijnen?!), dus ik zal er in de toekomst nog eens over schrijven.

vrijdag 31 januari 2014

De Wiskunde Olympiade

Eind december 2013 schreef ik over de Wiskunde Olympiade. Wat het is, wat de leerlingen voor vragen kunnen verwachten en voor wie het bedoeld is. De wedstrijd vond plaats in de periode van 20 t/m 30 januari, wat betekent dat het er in het hele land op zit.

Op dinsdag 28 januari hadden wij de Olympiade op mijn werk. Door omstandigheden van een collega heb ik me als vrijwilliger gemeld om alles in goede banen te leiden en dat is aardig gelukt. Met ruim honderd leerlingen die graag mee wilden doen was er nog aardig wat te regelen, maar uiteindelijk is alles gelukt.

Omdat ik als ‘wedstrijdleider’ was aangewezen, kreeg ik de opgaven al eerder onder ogen. De vrijdag voor de Olympiade ben ik zelf thuis gaan puzzelen. De wedstrijd is onder andere voor brugklasleerlingen bedoeld, maar er zaten zelfs opgaven in waar ik niet ben uitgekomen. Pittig dus!

Om 14.10 uur verzamelden de leerlingen zich bij de lokalen. Nadat iedereen een plekje gevonden had, konden we beginnen. Ik was benieuwd wat ze er van zouden vinden. Na een kwartier kreeg ik wel een idee. Sommige leerlingen keken naar de vragen alsof ze water zagen branden en dat was ook het moment dat de leerlingen hun pennen neerlegden en een leesboek uit hun tas haalden. Oké, duidelijk. Zij hadden het blijkbaar niet in zich om überhaupt de moeite te nemen om te puzzelen en logisch na te denken. Jammer!

Om 14.55 uur begon echt het geduld op te raken bij de leerlingen. Wij, de surveillanten, hadden afgesproken om de leerlingen pas om 15.00 uur te laten vertrekken. De leerlingen wisten dat, dus toen ze zagen dat er nog maar een paar minuten resterend waren, begonnen ze al te bewegen en te fluisteren. Ai. Toen om drie uur eindelijk de bel ging, vlogen ze het lokaal uit, nog even navragend waarom ze niets te eten hadden gekregen. Dat stond namelijk op de flyer die ze gekregen hadden. Dit geeft maar weer aan wat de motivatie is van deze leerlingen, buiten de reden dat ze mee wilden doen zodat ze het 7e en 8e uur niet naar hun les hoefden.

Binnenkort vindt bij ons de kangoeroewedstrijd plaats, waar ik ook nog het een en ander over wil schrijven. Deze wedstrijd ga ik organiseren en ik ben blij dat er organisatorisch wat dingen zullen veranderen. Zo wordt aan de leerlingen een bijdrage van €3,- gevraagd, wat de drempel voor velen al verhoogd om mee te doen. Daarbij is de wedstrijd op mijn school op een vrijdag in de late ochtend, als alle leerlingen al klaar zijn met hun proefwerken van die week. Het zijn twee kleine veranderingen, maar ik hoop dat daardoor alleen de diehards besluiten mee te doen.

We zullen het zien.

Liefs!

maandag 30 december 2013

Wiskunde-olympiade

Ik was echt in de veronderstelling dat ik in de afgelopen maanden een keer een blogpost geschreven heb over de kangoeroewedstrijd. Ik heb me rot gezocht naar dit artikel (ik weet zeker dat ik het artikel geschreven heb, maar waarschijnlijk heb ik deze per ongeluk verwijderd?) maar ik heb deze niet meer kunnen vinden. Ik ga daarom – tegen de tijd dat de wedstrijd er aan komt – weer een artikel schrijven over dit onderwerp maar eerst… de wiskunde-olympiade!
Vroeger, toen ik zelf nog op de middelbare school zat, deed ik mee aan de wiskunde-olympiade. Heel 5VWO met wiskunde B1,2 moest meedoen aan deze wedstrijd en ik hoorde ook bij dat selecte gezelschap. Ik vond het wel grappig (gratis drinken!), maar ik won niets. Logisch, want de puzzels waren rete-moeilijk!

Maar… Wat is die wiskunde-olympiade dan? De Nederlandse Wiskunde Olympiade is een jaarlijks terugkerende wedstrijd met wiskundepuzzels. Alle leerlingen van havo en vwo (klas 1 t/m 5) mogen meedoen en er zijn ook leuke prijzen te winnen.

Aan de eerste ronde mag iedereen meedoen die aan bovenstaande eisen voldoet. Van al deze leerlingen worden er ongeveer 800 uitgekozen om mee te doen aan de tweede ronde. Deze ronde bestaat uit drie groepen: de onderbouw, klas 4 en klas 5. Omdat de leeftijd, de kennis en het inzicht per groep verschilt, heeft de ene groep minder punten nodig dan de andere groep om door te mogen naar de derde ronde. De derde ronde, de finale, bestaat uit ongeveer 130 leerlingen. Uit deze groep worden de besten geselecteerd om mee te doen aan de internationale wiskundewedstrijden.

De opgaven van de eerste ronde bestaan deels uit meerkeuzevragen (de A-vragen) en voor een deel uit vragen waarbij je een getal als antwoord moet geven (de B-vragen). Voorbeelden van vragen zijn te vinden op www.wiskundeolympiade.nl, waar ik ook deze informatie vandaan heb. Ik zal ook deze blogpost afsluiten met een leuke vraag.

De wedstrijd vindt plaats in de periode van 20 – 30 januari. De (middelbare) school kiest zelf een geschikte datum om de wiskunde-olympiade af te nemen. De sluitingsdatum voor de inschrijvingen is op 10 januari a.s.

Liefs!

27 januari 2012, vraag A2
Een palindroomgetal is een getal dat van links naar rechts gelezen hetzelfde is als van rechts naar links gelezen, zoals 707 en 154451. Leon maakt een lijst van alle palindroomgetallen van vijf cijfers (getallen beginnen niet met een 0), gesorteerd van klein naar groot. Wat is het 12e getal op Leons lijst?
A) 11111   B) 11211   C) 12221   D) 12321   E) 12421

zondag 15 september 2013

Raadsels in de klas

Ooit, in een ver verleden (vorig jaar dus…) had ik iets bedacht. Ik weet niet eens meer wanneer dat was en wat de titel was van de blog. Ik ga het ook niet opzoeken, want ik ga het hier toch herhalen. Het ging om het afsluiten van de les en hoe je dat leuk en/of anders kan maken dan alleen ‘Doei, tot morgen’ te zeggen.

Ik had me voorgenomen om elke les, of in ieder geval zo nu en dan, mijn les af te sluiten met een raadsel. De reden daarachter is dat de leerlingen zo benieuwd zijn naar het antwoord dat ze weer zin hebben in de volgende les. Het zijn natuurlijk pubers, dus zo heel benieuwd zullen ze niet zijn en zin hebben in een wiskundeles is wel heel overdreven. Maar ik denk dat er toch wel wat leerlingen hiermee aan de slag zullen gaan.
Tot op heden heb ik nog geen raadsel aan het einde van de les gegeven. Want zo gaat dat bij mij, met die voornemens. Maar vorige week besloot ik dat het er echt van moest komen. Ik zocht op internet naar leuke raadsels, ik pakte mijn scheurkalender van ‘Volgens Bartjens’ erbij en ging aan de slag.

Ik heb wat leuke raadsels opgeschreven en me voorgenomen (oei, gevaarlijk woord!) om elke donderdag – dat ik de laatste dag van de week dat ik de leerlingen zie – een raadsel mee te geven. Ik zie de leerlingen op dinsdag weer, dus dan hebben ze ruim de tijd om ermee te puzzelen.
Inmiddels heb ik mijn leerlingen ook op de hoogte gebracht van mijn Facebookpagina. De pagina is eigenlijk bedoeld voor belangrijke dingen, maar ik zou natuurlijk ook op donderdag de raadsels hierop kunnen zetten. Wow, wat een goed idee van mezelf!

Ik ben heel benieuwd hoe dit gaat uitpakken, ik ga er komende week mee beginnen. Uiteraard zal er binnenkort, als ik het een paar keer heb uitgevoerd, een vervolg op deze blogpost komen.

Liefs!

P.S. Zet tussen de cijfers 987654321 bewerkingstekens (+, -, ×, : en haakjes) zodat de uitkomst 2013 is. Succes!

maandag 8 juli 2013

Ik hou van wiskunde - eindles brugklas

Ik schreef vorige week al over de laatste les die ik in 2havo gaf. Toen deed ik een rekenbingo met mijn leerlingen. De drie lesuren erna gaf ik de laatste lessen aan mijn brugklassen. In die lessen ging iets meer voorbereiding zitten. Ik deed in die laatste les een spel dat lijkt op “Ik hou van Holland” van televisie. Maar dan met wiskundevragen. Ik hou van wiskunde dus.

Ik begon de dag van tevoren met de voorbereiding. Ik verzon de spelrondes die ik in de quiz wilde hebben en ik bladerde door het boek voor inspiratie bij het opstellen van de vragen. Ik wilde vrij algemene vragen hebben over onderwerpen die niet te moeilijk waren. Vragen waarop de leerlingen het antwoord wel zouden weten, met een klein beetje graven in hun geheugen. Dat is uiteindelijk wel gelukt.

Toen ik ’s avonds thuis kwam heb ik er een PowerPointpresentatie bij gemaakt. Zo konden de leerlingen de vragen meelezen op het bord. Bovendien staat het ook een tikkeltje professioneler als ik er wat meer werk in steek. Én ik kan het de komende jaren gewoon blijven gebruiken!

Ik was heel benieuwd wat de leerlingen er van zouden vinden. Om niet te veel te stuntelen voor de klas heb ik het goed voorbereid. Ik had de antwoorden van tevoren al in een kladblokje geschreven en ik had alles van tevoren uitgedacht. Wat dat betreft ging het dus perfect!

Ik heb de klas in vijf groepen van ongeveer vijf leerlingen verdeeld. De quiz bestond uit vijf spelrondes. Bij één klas kwam ik niet aan de laatste spelronde toe omdat ik tussendoor best veel waarschuwingen heb moeten geven, maar op zich is vijf rondes precies genoeg voor een lesuur van 40 minuten.

Spelronde 1 was spellen. Ik had tien woorden opgezocht in de twee wiskundeboeken die redelijk lastig waren. Parallellogram natuurlijk, want daar struikelt iedereen over. Maar ook geodriehoek bleek een best lastig woord te zijn, net als vermenigvuldigingspunt en diagonaal. Bij de eerste spelronde liet ik uit ieder groepje één leerling naar voren komen. De teamleider uit het groepje mocht iemand aanwijzen van wie hij/zij dacht dat diegene goed kon spellen.

Spelronde 2 bestond uit open vragen. Dit spreekt voor zich. Bij deze ronde mocht iedereen meedoen. Bij de vorige ronde waren er slechts vijf leerlingen aan het nadenken (en meedoen), bij deze ronde kon iedereen een beetje actief worden. Ik stelde de vragen en zodra iemand het antwoord wist, moest hij/zij opstaan. Degene die het eerst stond, mocht het antwoord zeggen. Als een leerling al stond nog voordat hij/zij het antwoord wist, werd het groepje gediskwalificeerd.

Spelronde 3 was een meerkeuzevraag. Uit ieder groepje ging één leerling staan. Als diegene het antwoord wist, moest de leerling zijn vinger opsteken. Als ik dit als ronde 2 zou doen, zou ik het overzicht niet meer hebben. Daarom waren hier maar vijf leerlingen die het antwoord mochten zeggen.

Spelronde 4 waren de snelle rekensommen. Iedereen mocht een antwoord roepen, net als bij ronde 2. Het grappige was dat ik in één klas een leerling had zitten die onwijs snel is met hoofdrekenen. Hij was zo snel met rekenen dat de rest van de klas al snel iets had van: pfff, ik ga al niet eens meer nadenken!

De laatste ronde, ronde 5, waren de schattingsvragen. Het groepje speelde hierbij als een team. Ik stelde vragen (“Schat het kwadraat van 543”) en de leerlingen moesten binnen 30 seconden het antwoord op een briefje schrijven en deze bij mij inleveren. Ik rekende dan snel uit wie het dichtst bij zat.

De score hield ik bij op het whiteboard. Aan het eind van de quiz maakte ik de winnaar bekend. Het winnende groepje mocht bij mij een prijs uitzoeken (variërend van een geodriehoek tot een grappige pen, van een gum in de vorm van een iPhone tot een tol met daarin een viltstift).

Ik vond het een geslaagde les en ik weet zeker dat de leerlingen dat ook vonden!

Liefs!

zondag 7 april 2013

Nieuwe documenten!

Vrijdagavond las ik wat oude blogposts van mezelf door. Onder andere die van mijn voornemens van 2013. Elke maand komt er een update over mijn vijf goede voornemens, maar over mijn zesde voornemen schrijf ik eigenlijk nooit. Mijn zesde voornemen is namelijk om meer documenten op mijn blog te plaatsen.

Dit weekend ben ik aan de slag gegaan. Een leerling uit de brugklas vroeg vorige week om extra oefensommen over herleiden. Dat was er wel, maar het sloot niet heel goed aan bij het brugklashoofdstuk. Daarom heb ik een document gemaakt met alleen sommetjes die aansluiten bij het hoofdstuk dat ik nu behandel.

Omdat ik toch bezig was heb ik meteen nog meer oefensommen gemaakt. Zowel voor de brugklas als voor de tweede klas. Volgorde bij bewerkingen, ontbinden in factoren, vergelijkingen oplossen...

Alle documenten zijn te vinden onder Documenten. Voel je vrij om het te gebruiken!

Liefs!

P.S. Ik beloof niets, maar ik hoop echt in de toekomst vaker documenten online te zetten.

maandag 10 december 2012

Activerende werkvorm: de leerlingen leggen uit


Deels omdat het tijd werd om weer eens een leuke werkvorm toe te passen en deels omdat het tijd werd om mijn 2havo-klas aan het werk te krijgen besloot ik een tijdje terug een activerende werkvorm in te zetten. Het was de laatste les voor het proefwerk en eigenlijk had ik alles uit het hoofdstuk wel behandeld. Tijd om te zien wat de leerlingen ervan hadden opgestoken.

Mijn 2havo-klas bestond oorspronkelijk uit 26 leerlingen, maar in de afgelopen weken zijn er al twee leerlingen overgestapt naar (ik citeer!) “een klas waarin ze wel gelukkig kunnen zijn”. Heel jammer natuurlijk, maar het voordeel is nu wel dat ik een ideaal aantal over heb om in groepjes te werken. Ik zette in mijn lokaal zes groepjes van vier tafels neer. De overige zes tafels liet ik in het midden van het lokaal staan en kon er mooi voor zorgen dat de groepjes niet te veel met elkaar konden praten.
De leerlingen gaf ik de opdracht om één of twee opgaven van de diagnostische toets te maken. Deze twee pagina’s achterin elk hoofdstuk bestaan uit herhalende sommen en deze kun je mooi voor zo’n werkvorm gebruiken. De leerlingen moesten de opdracht niet alleen maken, maar ook snappen. Dit heb ik wel een keer of tien benadrukt met daarbij de uitleg dat ik ze straks naar voren zou roepen om deze opdracht uit te leggen voor het bord. Ook vertelde ik dat ze vooral moesten samenwerken, zodat ook de zwakkere leerlingen de opgaven zouden begrijpen en konden uitleggen.
Ik heb de leerlingen een kwartier gegeven om deze opgaven te maken, te snappen en aan elkaar uit te leggen. Daarna haalde ik uit elk groepje één leerling naar voren. Zij deden een opgave voor op het bord, legden daarna uit wat ze hadden gedaan en daarna mochten de andere leerlingen vragen stellen. Het was nog best leuk om te zien dat er leerlingen serieuze vragen stelden en dat de leerling voor het bord ook het juiste antwoord wist te geven. Nu heb ik expres wel sterke leerlingen voor de klas gehaald, omdat ik niemand wilde laten afgaan, maar toen was het erg fijn om te zien.

Aan het eind van de les vroeg ik de leerlingen wat ze ervan vonden om een keer in groepjes te werken. Eén leerling gaf aan het begin van het jaar al aan dat hij graag in groepjes wilde zitten, omdat dat gezelliger was, maar vandaag merkte hij op dat het vooral ook leerzaam is. Dat was toch wel prettig om te horen. De overige 23 leerlingen waren iets minder enthousiast. Ik kan wel raden waarom. Aan de ene kant was het van 8.15 tot 8.55 en de leerlingen sliepen toen nog half. Aan de andere kant werden ze door deze werkvorm gedwongen om te werken. En dat is toch iets waar ze nog enorm aan moeten werken!

Maar weet je, ik probeer het de volgende keer gewoon weer en als er dan al vijf leerlingen enthousiast zijn, heb ik mijn volgende doel alvast bereikt!

Liefs!

vrijdag 9 november 2012

Werkvormen

Af en toe probeer ik een andere werkvorm te verzinnen dan de doorsnee ga-zelfstandig-de-opdrachten-maken-die-op-het-bord-staan-werkvorm. Vooral tijdens mijn stageperiodes deed ik dit vaak. Niet alleen omdat dit “moest” van de opleiding, maar ook omdat ik daad de mogelijkheden voor had. De klassen waren niet te groot, het lokaal was ruim (waardoor de tafels makkelijk in groepjes gezet konden worden) en de begeleiders die ik heb gehad, moedigden dit alleen maar aan.

Nu ik zelf voor de klas sta, vind ik het wat lastiger. Hoewel ik maar maximaal 26 leerlingen in een klas heb en de leerlingen ook best in zijn voor iets alternatiefs, vind ik het moeilijk om dit helemaal te organiseren. Ten eerste zit ik in een klein lokaal. Het is te krap om de tafels in groepjes te zetten. De leerlingen zitten nu al enorm opgepropt in het lokaal, in groepjes wordt dat alleen maar erger.

Daarbij zit er voor mij ook minder haast achter, omdat ik er toch geen verslag over hoef te schrijven. Natuurlijk kan ik er wel over bloggen, maar dat kan de komende maanden ook nog wel. Er is geen deadline voor het inleveren van een portfolio met daarin minimaal vijf lesverslagen met een alternatieve werkvorm of iets dergelijks. Ik stel zo’n werkvorm waarin ik echt afwijk van het boek alleen maar uit.

Wat ik wel aan het eind van het hoofdstuk doe, is de gehele stof nog eens herhalen. Voor de eerste twee hoofdstukken deed ik dat met een kwartetspel, voor hoofdstuk 3 ga ik morgen een quiz houden met daarin vragen over het gehele hoofdstuk. Ik twijfel nog een beetje of ik de vragen alleen laat maken, in tweetallen of in groepjes (waarbij ik de leerlingen laat omdraaien op hun stoel i.p.v. dat ik met tafels ga slepen), maar zodra ik eruit ben – waarschijnlijk morgen pas – dan ga ik er ongetwijfeld iets over schrijven!
Inmiddels heb ik de les gegeven. Omdat de leerlingen al lekker druk binnenkwamen (logisch, vrijdag het (voor hen) laatste uur) heb ik de leerlingen de vragen individueel en dus in stilte laten maken. Ze vonden het op deze manier ongetwijfeld minder leuk dan wanneer het in groepjes mocht, maar ik verzin wel een leuke werkvorm voor tijdens het volgende hoofdstuk! (Note to myself: echt doen!!!)

Liefs!

maandag 29 oktober 2012

De experts

Tijdens mijn derde studiejaar kreeg ik het vak dat in het teken stond van samenwerkend leren – waarover ik later ongetwijfeld nog veel meer ga schrijven. Eén van de werkvormen die bij samenwerkend leren past is ‘de expertgroep’. Deze werkvorm gebruikten we ook vaak bij dit college om op een andere manier de theorie uit het boek te bestuderen.

De expertgroep werkt vrij simpel en bestaat uit een paar stappen.
Stap 1: De leerlingen/studenten krijgen een opdracht toegewezen. Dit kan het lezen van een stuk theorie zijn, zoals wij toen deden, maar ook het maken van een lastige wiskundeopdracht. Deze stof/opdracht bestuderen ze goed. Zij worden later ‘de expert’ over deze stof of opdracht.
Stap 2: De leerlingen die dezelfde opdracht hebben gekregen, vormen een groep. Zij bespreken hun “taak” met elkaar en zorgen dat ze het volledig onder de knie hebben.
Stap 3: Er worden nieuwe groepen gevormd waarbij ervoor gezorgd moet worden dat van iedere opdracht (minstens) één expert aanwezig is. Om de beurt presenteren de experts hun opdracht aan elkaar, zodat ook de anderen hier weet van krijgen.

Et voila, zo zit de expertgroep in elkaar.

Bij de studiedag van dinsdag 16 oktober hebben we ook deze expertvorm gebruikt. Ik schreef al over “OBIT” (onthouden, begrijpen, integreren en toepassen). Op de studiedag kregen wij de opdracht om nader kennis te maken met één van deze begrippen en hierover onze andere groepsgenoten in te lichten. Op deze manier leerden we al deze begrippen uitgebreid kennen, maar dan eens op een leukere manier dan simpelweg wat uitgeprinte pagina’s lezen.

Ik heb een tijdje na zitten denken hoe ik dit in de les zou kunnen gebruiken en ik denk dat er in de wiskunde twee manieren voor zijn: de korte manier en de lange manier. Bij de korte manier duurt de expertgroep slechts één les. Dit kan als volgt: je zorgt ervoor dat je vier ingewikkelde opgaven zijn die passen bij de lesstof. Je geeft de leerlingen de opdracht om één van deze opdrachten uitgebreid te bestuderen. Vervolgens laat je de leerlingen de opdrachten aan elkaar uitleggen. Dit kan in kleine groepjes, maar het kan ook klassikaal – voor de afwisseling.

De langere manier is meteen wat risicovoller, omdat het meteen een heel hoofdstuk en dus een paar lessen in beslag neemt. Je geeft de leerlingen de opdracht om één paragraaf uit het hoofdstuk te bestuderen. (Dit kan echter alleen als de paragrafen los van elkaar te maken zijn.) Ze maken hierbij enkele opgaven en zorgen ervoor dat ze de theorie op hun duimpje kennen. Dit duurt één à twee lesuren. In de lesuren daarna gaan de leerlingen de paragrafen aan elkaar presenteren. Dit kan in groepjes, maar een presentatie voor de hele klas werkt hierbij waarschijnlijk beter omdat de docent op deze manier de leerlingen nog kan aansturen. De leerlingen presenteren de paragraaf dus op een manier zoals de docent ook zou doen. Ook kunnen de andere leerlingen vragen stellen die de ‘experts’ mogen beantwoorden.

Liefs!

woensdag 17 oktober 2012

Tijd over

Afgelopen maandag merkte ik dat ik veel te weinig huiswerkopgaven aan de leerlingen had meegegeven voor de dag erna. Ik gaf zes of zeven opgaven en normaal gesproken is dat ruim voldoende. Dit keer bleek het te weinig te zijn. Na twintig minuten waren de eerste leerlingen al klaar en toen moest ik de rest van de les ter plekke in zien te vullen. Maar hoe?

Omdat ik er totaal niet op had gerekend dat de leerlingen al zo snel klaar waren, had ik geen alternatieve opdracht bij de hand. Daarom gaf ik ze de keuze om of alvast te beginnen aan het huiswerk voor vrijdag of om het huiswerk voor een ander vak te maken.

Aangezien heel veel leerlingen kozen om alvast het huiswerk voor vrijdag te maken, zal ik morgen, donderdag dus, weer met hetzelfde probleem zitten. De leerlingen hebben dan weer een half uur niets te doen en ik kan ze moeilijk alvast het huiswerk voor na de vakantie laten maken. Daarom heb ik maandagavond zitten brainstormen om een leuke opdracht te verzinnen dat past bij het huidige onderwerp (negatieve getallen).

Uiteindelijk ben ik, met dank aan mijn vriend, op het idee gekomen om een soort woordzoeker te maken, maar dan met getallen. Een getalzoeker dus. Ik heb een veld van twaalf bij twaalf hokjes met in ieder hokje een positief of negatief getal. De leerlingen hebben in het boek geleerd om positieve en negatieve getallen bij elkaar op te tellen en dat moeten ze ook bij deze opdracht doen. Ze nemen vier aangrenzende hokjes, tellen deze vier getallen bij elkaar op en berekenen de uitkomst. De vier hokjes strepen je weg, even als het antwoord. De leerlingen moeten de uitkomsten -20 tot en met 20 proberen te vinden. Daar zijn ze vast wel een tijdje mee zoet!

Ik ben zelf alvast begonnen…

Ik ben benieuwd hoe ze het gaan vinden!

Liefs!
 
P.S. Een digitale versie is te vinden onder "Documenten"!

woensdag 3 oktober 2012

Hoe gaan de leerlingen om met de fouten die ze maken?

Ik vind de leerlingen van tegenwoordig wel erg gemakkelijk. In deze blog sta ik stil bij hun gemakkelijkheid wat betreft hun huiswerkopgaven.

Wat ik van de leerlingen verlang, is dat ze hun huiswerkopgaven maken, nakijken en zo nodig verbeteren. Het maken gaat over het algemeen goed en daarover heb ik ook weinig te klagen. Het nakijken gaat iets minder goed, maar daar zal ik vandaag niet over zeuren. Waar ik het wel over wil hebben, is het verbeteren van hun huiswerk. Want wat gaat dat slecht! Wat veel leerlingen doen, en wat ook heel gemakkelijk is, is het foute antwoord doorstrepen en het goede antwoord ernaast zetten. Of ze daar iets van leren? Dat denk ik niet. Ik zeg vaak genoeg tegen de leerlingen dat ik het niet erg vind als ze fouten maken, omdat ze daar juist van leren. Maar hoe kun je leren van je fouten als je niet weet wat je fout doet? Dat lijkt me lastig. Omdat ik heb gemerkt dat veel leerlingen hun fouten niet serieus nemen, heb ik tien minuten van mijn lestijd gewijd aan dit onderwerp.

Mijn lessen beginnen altijd klassikaal. De eerste vijf tot vijftien minuten ben ik aan het woord en dat weten de leerlingen ook. Dit keer begon ik met de vraag wie er wel eens fouten maakt bij de opgaven. Zoals verwacht gingen alle vingers omhoog. Toen ik vervolgens vroeg wie die opgave dan nog eens opnieuw maakt, gingen bijna alle vingers weer naar beneden. Wat een teleurstelling. Een tijd terug, in de tweede of derde week van het schooljaar, gaf ik alle leerlingen een half A4-tje met daarop een stappenplan met daarop aangegeven hoe ze de opgaven moeten maken en wat ze moeten doen als ze iets niet snappen. Daarop stond duidelijk dat ik van ze wil dat ze de opgaven die ze fout hebben gemaakt nog eens maken. Omdat er duidelijk te weinig naar dit stappenplan wordt gekeken, heb ik deze nog eens op het bord gezet. Aan de leerlingen vroeg ik om dit over te schrijven in hun schrift. Ik heb toch altijd het idee dat het dan beter bij ze blijft hangen.

Wat de leerlingen in hun schrift moesten schrijven, ziet er zo uit:

Elke wiskundeles zorg ik dat mijn huiswerk in orde is. Dat betekent:
-       opgaven overgeschreven (behalve bij ‘verhaaltjessommen’, dan alleen hoofdpunten noteren).
-       tussenstappen opgeschreven, liefst onder elkaar.
-       eindantwoord opgeschreven.
-       opgaven nagekeken met een andere kleur.
-       bij een fout antwoord de opgave opnieuw gemaakt.

Wil een opgave maar niet lukken? Dan lees ik de uitleg nog een keer heel goed. Helpt dat niet? Dan bestudeer ik de voorbeelden nog eens grondig. Nog steeds geen succes? Dan schrijf ik wél de opgave over, wat ik geprobeerd heb en wat ik precies niet begreep!

Vooral dat laatste vind ik erg belangrijk. Ik krijg vaak genoeg leerlingen aan mijn bureau die zeggen dat ze “helemaal niets van opgave 17 begrijpen”. Met zo’n probleem kan ik niets. Er is altijd wel iets wat de leerlingen wel kunnen van opgave 17, want als ik vraag waarom ze geen assenstelsel kunnen tekenen, dan roepen ze meteen dat ze dat wel kunnen, “maar de rest niet”. Daarom heb ik gezegd dat ze vanaf nu alleen naar me toe mogen komen met een duidelijke vraag.

Volgende week hebben mijn brugklasleerlingen een proefwerk. Mijn plan is om hun schriften in te nemen en eens goed te kijken hoe serieus de leerlingen ondertussen zijn geworden in het nakijken en het verbeteren van hun huiswerkopgaven. Ik ben benieuwd!

Liefs!

maandag 1 oktober 2012

Hoe activeer je de voorkennis van de leerlingen?

Als je een leerling nieuwe stof wilt aanleren, is het belangrijk voor de leerling als hij of zij weet bij welke kennis dit hoort. De leerlingen moeten de nieuwe kennis aan de oude kennis kunnen koppelen, wil het goed blijven hangen. Daarom is het belangrijk dat de voorkennis van de leerlingen wordt geactiveerd, het liefst aan het begin van iedere les.

Dat is dan ook de reden dat ik elke les begin met de vraag: “Wie weet nog wat we tijdens de vorige les hebben gedaan?” In mijn klassen schieten dan altijd dezelfde vingers omhoog: de vingers van de leerlingen die altijd onwijs goed meedoen met de les. Als dit de enige vingers zijn die omhoog schieten, laat ik de leerlingen nog even nadenken. Uiteindelijk geef ik dan het woord aan iemand die even zit te dromen of van wie ik weet dat hij/zij niet goed heeft meegedaan tijdens de vorige les. Ik heb graag dat iedereen actief meedoet tijdens mijn les en dat er geen leerlingen zijn die gaan zitten dromen of uit hun neus gaan zitten eten. Mocht het je niet veel uitmaken of er leerlingen zijn die liever met andere dingen bezig zijn, geef dan gewoon het woord aan iemand die zijn vinger de lucht in steekt. Dan verloopt de les net even wat soepeler… Ik laat de leerling(en) vertellen wat ze nog weten van de vorige les en dit herhaal ik zelf ook nog een keer.

Voorkennis kun je op vele andere manieren activeren. Je kunt het de leerlingen zelf vertellen of je kunt de leerlingen in groepjes met elkaar laten overleggen. Wat ook een leuk idee is, is om de voorkennis van de leerlingen bij te houden in een ballon.

Je begint heel simpel door te schrijven wat je in les 1 doet, in mijn geval ging dit over de zeven ruimtefiguren. Daarna vul je elke les aan wat je hebt gedaan. Aan het begin van de les kun je alle “ballonnetjes” nog even herhalen en aan het eind van de les, tijdens de reflectie, kun je er een nieuw ballonnetje bijmaken met de activiteiten van die les.

Een andere manier is om de leerlingen elkaar te laten interviewen over de stof die ze al hebben gehad. Leerling 1 stelt (klassikaal) een vraag aan leerling 2. Leerling 2 beantwoordt de vraag en verzint een nieuwe vraag voor leerling 3. Leerling 3 beantwoordt de vraag en verzint een nieuwe vraag voor leerling 4. Zo gaat er een “vragenslang” door de klas waarbij ongeveer tien leerlingen actief bezig zijn. De overige leerlingen krijgen aan het begin van de volgende les de beurt.

Liefs!

# Lees hier het artikel over directe instructie

vrijdag 28 september 2012

Het ontbreken van voorkennis

Maandag komt er een blog online over het ophalen van de voorkennis. Ik vind het heel fijn om elke les even de voorkennis op te halen en in de brugklas gaat dit ook makkelijk. Met mijn tweede klas is dit iets lastiger. Waarom? Ze missen ontzettend veel voorkennis. Vandaar ook deze toepasselijke titel!

Mijn 2havo-klas scoort dramatisch op toetsen en ik ben er achter gekomen waar dit aan ligt. Voordat ik een heel verhaal ga houden over dat het aan de leerlingen ligt, zal ik zelf ook een duit in het zakje doen: deels ligt het ook aan mij. Ik vind het soms lastig om orde te houden in mijn 2havo-klas en wat ik op zo’n moment doe, is mijn klassikale uitleg onderbreken en de leerlingen aan het werk zetten. Wanneer ik de leerlingen aan het werk zet, zijn er misschien tien leerlingen die dit ook echt doen. De andere vijftien leerlingen zijn met andere dingen bezig. Ik vertik het om die leerlingen te helpen met hun opgaven: ze zoeken het maar uit. Alleen de leerlingen die echt laten zien dat ze serieus bezig zijn, biedt ik mijn hulp.

Dan nu over de leerlingen zelf. Vorig jaar hebben ze een dramatisch jaar gehad op het gebied van wiskunde. In een jaar tijd hadden ze vier docenten voor wiskunde, waarvan er drie ontslagen zijn en één zelf is opgestapt. Er werden kruidnoten naar de docenten gegooid (iehhh, het zal je maar gebeuren!) en vrijwel niemand deed nog zijn best. Misschien is dit ook best begrijpelijk. Omdat ze vorig jaar zulke problemen hebben gehad tijdens de lessen wiskunde en dit meer als tussenuur zagen, hebben ze nu ook geen zin meer om te werken. Tja, daar moet dus iets aan veranderen!

Maar met het bovenstaande stukje heb ik dus de basis van de problemen te pakken. Ten eerste hebben ze vorig jaar zo weinig lessen in wiskunde gehad, dat ze een groot deel van de voorkennis missen. Ten tweede is hun werkhouding naar het dieptepunt gedaald. En dit zijn dus de twee punten die ik de komende tijd aan wil pakken. Met de drie uurtjes in de week dat ik ze zie, kan ik een hoop doen, maar niet alles. Het ophalen van de voorkennis (ze kunnen geen coördinaten aflezen, het optellen van 2a en 3a gaat moeizaam, laat staan het vermenigvuldigen ervan, en tekeningen maken doen ze met pen…) gaat een hoop tijd in beslag nemen. Aangezien ik daarnaast ook nog de reguliere stof wil/moet behandelen, gaat dat in drie uur niet passen. Daarom heb ik besloten om op maandagmiddag wat langer op school te blijven zitten voor de leerlingen die echt willen. Vanaf nu zal ik op maandagmiddag vrijwillig en vrijblijvend een extra uurtje wiskunde geven aan de leerlingen van mijn klas 2havo om in dat uur vooral aandacht te besteden aan de basis van wiskunde. Hoe teken je een assenstelsel, hoe teken je een grafiek en hoe vindt je de snijpunten van twee formules?

Voor deze uren op maandagmiddag zal ik extra werkbladen ontwikkelen die ik ook op deze website zal plaatsen. Wie weet kunnen anderen er ook nog iets mee!

Liefs!

vrijdag 21 september 2012

Kwartetspel


Toen ik er plotseling achter kwam dat de repetities aan de parallelklassen op dezelfde dag gegeven moeten worden, moest ik het proefwerk voor de brugklassen van dinsdag opschuiven naar vrijdag. Hierdoor had ik twee lessen extra over die ik wel graag wilde benutten. Daarbij had ik in mijn lesplanning staan dat we op maandag het hoofdstuk zouden herhalen, maar dit had dus nog niet heel veel zin. Ik moest de lessen dus herinrichten.

De eerste twee lessen van de week, op maandag en op dinsdag, heb ik een begin gemaakt aan het nieuwe hoofdstuk. Op donderdag ben ik hier even mee doorgegaan, maar omdat de leerlingen op vrijdag het proefwerk zouden krijgen, wilde ik de laatste twintig minuten van de les toch nog even besteden aan het eerste hoofdstuk, genaamd “In de ruimte”. Dit wilde ik spelenderwijs doen.

Op de lerarenopleiding worden ontzettend veel tips gegeven. Sommige tips gaan het ene oor in en het andere oor weer uit, maar er zijn ook tips die blijven hangen. Bijvoorbeeld tips om hoofdstukken over vlakke figuren of ruimtefiguren op een leuke manier te herhalen. Dit kan op allerlei manieren. Eén van deze manieren is het spelen van een ouderwets spelletje “kwartet”.

 
De voorbereiding voor het spel begon al vroeg. Tijdens mijn tussenuren en na de les ontwierp ik de kaartjes en zocht ik leuke, bijpassende plaatjes. Hier ging wat werk in zitten, bij elkaar opgeteld ruim een uur. Maar ach, een leuke docent heeft dit toch wel voor haar leuke leerlingen over? En het enige dat ik daarna nog moest doen, was zo gedaan: uitknippen en op gekleurd papier plakken. In dat laatste klusje vergiste ik me. Het uitknippen en het opplakken duurde bij elkaar ook zeker een uur, misschien ging het wel richting de twee uur. En dan had ik ook nog eens hulp gekregen van mijn zusje en mijn vriend. Toen de klas aan het eind van de les vroeg of we dit nog eens gingen doen, heb ik dit plan dan ook meteen afgewezen. ;)

Het was nog even stressen over de uitvoering ervan. Welke regels bij het spel kwartet moest ik aanhouden? Kennen de leerlingen überhaupt het spel “kwartetten”? Hoeveel tijd moet ik ervoor reserveren? En hoe moet ik de tafels zetten? Gelukkig bleken de problemen zichzelf op te lossen. Vrijwel alle leerlingen kenden de regels, al had ik ze voor de zekerheid eerst nog even op het bord gezet. Ook kwam ik er op een simpele manier achter hoelang zo’n spel ongeveer duurt: gewoon het spel zelf spelen, romantisch met mijn vriend. Omdat zo’n spel ongeveer een kwartiertje duurt, heb ik de tafels gewoon twee aan twee laten staan. Het is een kleine moeite voor de leerlingen om zich simpelweg om te draaien met hun stoel en een bijkomend voordeel hiervan is ook dat ze niet zo ver van elkaar af zitten. Stressen voor niets dus.

Zoals ik al zei waren er een paar leerlingen die graag nog eens wilden kwartetten. “Mooi niet,” was mijn reactie meteen. “Ik heb ruim twee uur aan die dingen gezeten, ik heb echt geen zin om dat nog eens te doen.” Maar aan de andere kant: de leerlingen vonden het leuk om te spelen, ik vond het leuk om de leerlingen met een kwartetspel bezig te zien en het resultaat is dat de leerlingen nu op een leuke manier de stof van het vorige hoofdstuk hebben opgehaald. Het is iets om te overwegen, maar misschien kan ik eerst de andere tips uitproberen die ik op de opleiding heb opgepikt. Hopelijk neemt dat iets minder vrije tijd in beslag!

Liefs!
 
P.S. Binnenkort zet ik de kwartetspellen onder het kopje "Documenten"!
P.P.S. Ondertussen is het document te vinden onder het kopje "Documenten"!

maandag 17 september 2012

Wedstrijdelement

Door het lezen van één woord in het boek “Tuurrrlijk” van Jane Costello kwam ik op het idee voor een nieuwe blog. Wedstrijdelement. Dit boek gaat over een nanny en tijdens het lesgeven heb ik één ding gemeen met deze nanny: we moeten allebei pedagogisch handelen.
Kinderen, dus ook leerlingen, kun je makkelijk motiveren door ergens een wedstrijdelement aan toe te voegen. Eén van mijn eerste blogs ging over de laatste schooldag. Ik schreef over het “Ik hou van Wiskunde”-spel, een werkvorm waarbij je een wedstrijdelement kunt toevoegen zodat de leerlingen iets hebben om voor te strijden. Met het organiseren van zo’n werkvorm ben je veel tijd kwijt. Je moet allerlei spelrondes verzinnen met daarbij ook nog verschillende vragen, je moet van tevoren alles klaarzetten en na het lesuur ook nog van alles opruimen. Gelukkig hoeft een wedstrijdelement niet altijd extra tijd te kosten en soms kan het zelfs tijd opleveren. Hiervoor hoef je slechts één minuut van je lestijd te reserveren. “Volgende week krijgen jullie een proefwerk over hoofdstuk (…). Aan het eind van het proefwerk zit een bonusopgave, maar deze heb ik nog niet gemaakt. Ik wil aan jullie vragen om één bonusopgave te verzinnen over dit hoofdstuk en deze moeten jullie de volgende les bij mij inleveren. Uit alle opgaven zal ik de beste kiezen en die stop ik in het proefwerk.”
Er zullen ongetwijfeld leerlingen zijn die niets inleveren omdat ze dit als extra huiswerk zien, maar de rest zullen met geweldige ideeën komen voor een extra opgave achterin de toets!

Liefs!

dinsdag 14 augustus 2012

Eerstegraadsopleiding: waarom niet?

Er is me al vaak gevraagd of ik, nu ik klaar ben met de tweedegraadsopleiding, wil beginnen aan de eerstegraadsopleiding. Als ik die vraag met een nee beantwoord, staan ze me vaak raar aan te kijken. De wiskundevakken op de opleiding verliepen buitengewoon goed en ik lijk er het type voor om op een hoger niveau wiskunde te geven. (Als mensen dat laatste tegen me zeggen, vraag ik me wel af of het een compliment is of niet…)  Toch heb ik al tijdens deze opleiding besloten om (nog) niet verder te studeren. Naast het feit dat ik geen geld heb voor een vervolgstudie (ik krijg dan wel een lerarenbeurs, maar het vervoer en de boeken moet ik dan nog steeds betalen) heb ik op dit moment veel meer zin om ervaring op te doen in het onderwijs. Ik heb drie jaar lang gestudeerd en tijdens stages was ik altijd maar “de stagiaire”. Ik ben nu wel heel benieuwd hoe het is om echt de docent te zijn.

Toch heeft het ook wel wat om nog verder te studeren. Ik ben altijd al leergierig geweest en ik zou nog heel veel studies willen volgen in mijn leven. Op dit moment zit ik midden in een zelfstudie “Webdesigner”, omdat het me leuk lijkt om zelf een website te bouwen in plaats van een standaard zoals deze te gebruiken. Daarbij zou ik ook graag nog meer willen doen met schrijven of met rekenen/wiskunde op zich.  Een andere reden dat ik nu nog niet verder ga met de eerstegraadsopleiding, is dat ik niet weet hoe het lesgeven mij gaat bevallen. Ik heb al veel stages gelopen, maar dat is heel anders dan lesgeven zelf. Mocht het lesgeven me heel goed bevallen en ik ga me vervelen in de onderbouw, dan houd ik de eerstegraadsopleiding zeker als optie. Maar voor nu is het een nee.

Liefs!

dinsdag 19 juni 2012

Waarom wiskunde?

Zoals de titel al zegt, zal ik hier beschrijven waarom ik voor wiskunde heb gekozen. Wiskunde is net zoiets als de liefde: het klikt of het klikt niet. Anderen hebben die klik met een vak als Engels of scheikunde, ik heb die klik met wiskunde. Waarom de vonk is overgesprongen, is voor mij een raadsel. Ik heb een fobie voor nerds. Ik moet lachen om “The Big Bang Theory” op tv, maar ik moet er niet aan denken om daar tussen te zitten (Dat is overigens ook één van de hoofdredenen dat ik snel weg ging op de universiteit!) en ik herken mezelf er al helemáál niet in.

Toch wordt iemand die van wiskunde houdt (ja, ik hou van wiskunde…) vaak geassocieerd met een nerd. Ik deel die mening niet. Laat ik het zo schetsen, nu we toch in de EK-sfeer zijn: je hebt mensen die voetbal leuk vinden, maar die daarnaast nog normaal kunnen functioneren en je hebt mensen die zo verslaafd zijn aan voetbal dat er voor hen geen leven zonder voetbal denkbaar zou zijn. En nu weer terugvertalen naar wiskunde: je hebt wiskundeliefhebbers en je hebt nerds. Ik behoor dus duidelijk tot die eerste categorie. Ik vind wiskunde leuk, ik vind het fascinerend hoe alles in de wiskunde “klopt” en soms, heel soms, denk ik zelfs in wiskunde. Het is een voorrecht om een wiskundeknobbel te hebben, vind ik. Ik kan “analytische denken”, zoals het zo mooi heet, en ik zie daardoor al heel snel oplossingen bij wiskundige vraagstukken. Dat helpt overigens ook in het dagelijks leven, bijvoorbeeld bij een volle agenda. Ik ben geweldig in plannen; ik weet precies wat ik als eerst moet doen en waarom, en daardoor heb ik maar zelden gebrek aan tijd. Dat is in dit stadium van mijn studie geweldig: vrijwel iedereen zit nu in het weekend te blokken voor de laatste tentamens of is druk bezig met de scripties, en dat terwijl ik heerlijk blogs kan schrijven. :)
Dan nu weer even terugkomen op de vraag uit de titel: waarom wiskunde? De klik is er, ik vind het heerlijk om wiskundige puzzels op te lossen en de tentamens wiskunde zijn het makkelijkst: je hoeft er niet voor te leren, alleen af en toe een beetje te oefenen.
Liefs!