dinsdag 11 oktober 2016

Muziek luisteren tijdens de les

Er ontstond laatst in een vergaderingen de discussie: is het goed om leerlingen muziek te laten luisteren tijdens de les? Op de school waar ik werk is het niet toegestaan om de telefoon zichtbaar te hebben, het gebruiken van een telefoon tijdens de les valt daar ook onder. 

En toch kan het handig zijn om de telefoons wel toe te staan. Ik doe het vrijwel nooit, ook omdat de leerlingen er bij mij niet om vragen, maar tijdens een lesbezoek zag ik dat het luisteren naar muziek tijdens het werken zeker wel nut kan hebben. De leerlingen maken op die manier zelfstandig hun opgaven, wat voor een stukje meer rust in de klas zorgt.

Het heeft natuurlijk ook gevaren om de telefoon toe te staan in de les. Leerlingen raken erdoor afgeleid, zeker als ze een berichtje ontvangen. Het risico is dat hun aandacht wordt verplaatst naar de telefoon in plaats van naar het werk en zo schiet je je doel voorbij.

Ik ben er geen voorstander van om leerlingen muziek te laten luisteren, maar als ik het zou toestaan, is het alleen in de rekenlessen. Hierbij moeten de leerlingen verplicht zelfstandig werken, terwijl ik ze bij wiskunde juist stimuleer om samen te werken. 

Laten jullie de leerlingen muziek luisteren tijdens de les?

Liefs!

zondag 9 oktober 2016

Jarig!

Vrijdag vroeg ik heel nonchalant aan mijn leerlingen of ze al met elkaar hadden afgesproken wat ze voor mijn verjaardag zouden kopen. Gisteren, zaterdag, was ik jarig en het was voor mij voor het eerst dat ik mijn verjaardag niet met mijn leerlingen kon vieren. Daarom probeerde ik er op een andere manier aandacht aan te geven...

De leerlingen werden plotseling heel enthousiast, terwijl ik het echt bedoelde als grapje. Er werden afspraken gemaakt over het kopen van een kaart, chocola en een fles wijn. Sommige leerlingen stelden zelfs voor om ook op zaterdag naar school te komen.

Ik ben benieuwd waar ze morgen mee binnen komen. Zullen ze het vergeten zijn of zijn ze echt massaal naar de stad gegaan om chocola te kopen? :-)

Liefs!

dinsdag 4 oktober 2016

Nadelen van een stagiaire

Vorige week beschreef ik de voordelen van een stagiaire, waarbij ik het onder andere had over de extra inspiratie en de "vrije tijd" als jouw lessen werden overgenomen door de stagiaire. Dit jaar merk ik helaas ook dat er nadelen zitten aan het hebben van een stagiaire.

Hiermee bedoel ik niet te zeggen dat de stagiaire die ik nu heb het heel slecht doet voor de klas, maar ik merk wel dat ik meer tijd kwijt ben aan de begeleiding. Vooral voor aanvang van de les heb ik er al best wat tijd in zitten, namelijk bij het bekijken van de lesvoorbereiding.

Het grootste nadeel van een stagiaire is namelijk dat een stagiaire geen kopie van jezelf is. Dat kun je natuurlijk ook helemaal niet verwachten, maar het zorgt er wel voor dat zij dingen heel anders aanpakt dan jij zelf doet. Om een voorbeeld te geven: mijn stagiaire is een stuk minder georganiseerd dan ik. Dat bleek toen ik voor het eerst haar lesvoorbereiding voor ogen zag, wat eigenlijk niet veel meer was dan wat gekrabbel op een blaadje dat uit een schrift gescheurd was. De lesvoorbereidingsformulieren die ze daarna invulde zagen er qua opmaak misschien wat beter uit, maar de inhoud liet te wensen over. Ze stuurde me regelmatig lesvoorbereidingen van lessen die ik al gegeven had. Natuurlijk is het mijn taak als begeleidster om haar hierin te helpen, maar ik vind het wel vermoeiend en onnodig. Als ik haar een planning stuur, mag ik toch verwachten dat ze die kan aflezen?

Ook tijdens de lessen zelf denk ik regelmatig: doe ik er goed aan om haar mijn lessen te laten overnemen? Ze stelt minder eisen aan de leerlingen dan ik. Zo hecht ze bijvoorbeeld minder waarde aan het opschrijven van berekeningen, terwijl dat juist zo belangrijk is bij het vak wiskunde. Ik kreeg van iemand de goede tip om eens samen een les voor te bereiden met haar, zodat ik dit soort dingen met haar kan bespreken voordat ze de les geeft, maar ook dat bleek niet te werken. Van tevoren zegt ze namelijk wel dat ze nadruk zal leggen op het noteren van berekeningen, maar zodra ze voor de klas staat, loopt ze les toch anders dan ze in gedachten had.

Ik merk een wereld van verschil tussen mijn stagiaire van nu en mijn stagiaire van vorig jaar. Het verschil is zelfs zo groot, dat ik betwijfel of ik volgend jaar nog stagebegeleidster wil zijn. Natuurlijk zitten er veel positieve kanten aan, maar ik merk dat ik tijdens de lessen die mijn stagiaire niet geeft extra hard moet werken om haar "fouten" recht te zetten.

Heb jij weleens een stagiaire gehad? Wat zijn jouw ervaringen?

Liefs!

woensdag 28 september 2016

Voordelen van een stagiaire

Vorig jaar, vlak voor de kerstvakantie, werd me gevraagd of ik een stagiaire wilde begeleiden. In eerste instantie had ik daar niet heel veel zin in. Ik zat in een enorm drukke periode en had last van een dip(je). Ik zat niet te wachten op nóg meer werk. Uiteindelijk heb ik er toch voor gekozen om het wel te doen. Waarom? 

Toen ik aangaf dat ik op dat moment al overvol met werk zat, werd meteen gezegd dat een stagiaire ook heel veel werk van je weg kan nemen. In eerste instantie dacht ik aan nakijk- en kopieerwerk en vooral dat eerste is werk dat ik liever zelf doe. Ik wil weten hoe mijn leerlingen ervoor staan en bovendien is de kans groot dat de stagiaire het werk anders (soepeler) nakijkt. Dat wilde ik niet. Maar er is ook heel veel ander werk dat de stagiaire over kan nemen: de lessen natuurlijk! 

Mijn eerste stagiaire was een fijne: het lesgeven ging ontzettend goed, waardoor ik haar al vrij snel alleen kon laten in het lokaal. Af en toe liep ik eventjes weg voor een bezoekje aan het toilet of het halen van een kopje koffie, maar die "uitstapjes" werden steeds wat langer. Even wat kopieerwerk, een toets in elkaar zetten, langs een collega voor werkoverleg, dat soort dingen. Toen ik doorhad dat ik haar met een gerust gevoel kon achterlaten, merkte ik dat het zeker ook voordelen heeft om een stagiaire te begeleiden. Het lukte om al mijn nakijkwerk af te ronden onder mijn eigen lestijd, waardoor ik 's avonds minder hoefde te doen. Hoe fijn is dat!

Daarnaast merkte ik al vrij snel nog een heel groot voordeel: door naar andere docenten te kijken, kom je veel over je eigen lesgeven te weten. Er wordt als het ware een spiegel voorgehouden. Je ziet van een afstandje wat voor effect bepaalde handelingen op de leerlingen hebben en zo kun je je eigen lessen ook anders aanpakken. Heel interessant!

Daarbij was mijn vorige stagiaire heel erg bezig met activerende werkvormen: elke les had ze weer een spel, een gezellige powerpoint of iets anders bedacht om de leerlingen een leuke tijd te bezorgen. Al die werkvormen zorgden er bij mij voor dat ik zelf ook zin had om leuke lessen te ontwerpen.

Vertel eens: heb jij weleens een stagiaire gehad? Welke voordelen heb jij ervaren?

Liefs!

dinsdag 13 september 2016

Onrustig gevoel

Na in inspirerende dag heb ik vaak een onrustig gevoel in mijn lichaam. Enerzijds ben ik doodmoe van alle indrukken die op me af zijn gekomen, maar aan de andere kant wil ik zo graag iets doen met alle inspiratie die ik op zo'n dag krijg.

Zoals ik gisteren al schreef, heb ik vandaag een aantal lessen van collega's bijgewoond. Het was mijn doel om te ontdekken hoe mijn collega's hun leerlingen motiveerden, maar ook om te zien welke werkvormen er werden gebruikt in hun rekenles. En hoewel de lessen van mijn collega's helemaal niet veel verschilden ten opzichte van mijn eigen lessen, ben ik wel een hoop wijzer geworden.

Het leuke van achterin de klas zitten is dat je een beter zicht hebt op de leerlingen. Doordat je zelf niet op hoeft te treden, kun je bijvoorbeeld veel beter letten op het gedrag van de leerlingen. Hoe reageren ze op hun docenten, en vooral: waarom reageren ze zo op hun docenten? In welke lessen voelen leerlingen zich op hun gemak? Welke leerlingen hebben een klik met de docent, en waar komt dat door?

Alleen het schrijven van bovenstaande alinea geeft me al veel nieuwe ideeën voor mijn lessen. Je ziet het: daar is het onrustige gevoel weer. Ik wil zo veel schrijven, ik wil zo graag mijn ideeën uitwerken, ik wil zo graag iets doen met alles wat me vandaag te binnen is geschoten... En doordat ik alles tegelijk wil, lukt er uiteindelijk helemaal niks.

Waarschijnlijk is het beter als ik me vanavond ga ontspannen. Morgen weer een nieuwe werkdag!

Liefs!

maandag 12 september 2016

Kijkje in andermans keuken

Deze week staat voor mij in het teken van een kijkje nemen in andermans keuken. Vanochtend heb ik een les bijgewoond bij mijn leukste collega (beter bekend als mijn man!) en morgen staan er veel lesbezoekjes bij mijn rekencollega's gepland. Waarom? Ik vind het heel interessant om te zien hoe mijn collega's lesgeven.

Als je een tijdje in het onderwijs zit, begin je een eigen stijl te ontwikkelen. Langzaam maar zeker ontdek je wat voor type docent je bent. Ik heb nu na vier jaren als zelfstandige voor de klas een "basis" voor mezelf gecreëerd. Ik kan me staande houden voor een klas met dertig pubers en ik kan ze zelfs van alles bijleren op het gebied van wiskunde en rekenen. Het lesgeven kost me niet heel veel energie meer, het gaat eigenlijk allemaal vanzelf. 

Maar op een gegeven moment kwam ik tot de conclusie dat ik meer wilde dan alleen mijn lessen draaien. Ik wil de leerlingen niet alleen de theorie uit het boek in hun hoofd stampen: ik wil het ook leuk maken. En dat is de reden dat ik deze week een hoop lesbezoeken ingepland heb staan.

Morgen mag ik de rekenlessen van vier collega's bijwonen en dat heeft twee redenen. Ten eerste wil ik zien of mijn collega's werkvormen gebruiken die anders zijn dan de "jullie werken zelfstandig en ik begeleid waar nodig is"-vorm. Ik ben de afgelopen dagen veel bezig geweest met het verzinnen van creatieve werkvormen waarbij de leerlingen op een speelse manier met rekenen bezig zijn. Ten tweede ben ik benieuwd hoe mijn collega's de leerlingen motiveren. Mijn brugklasleerlingen krijg ik tijdens een rekenles prima aan het werk, ze vinden het soms nog leuk ook om veertig minuten in stilte te rekenen met breuken... Maar mijn derde klassers hebben er toch meer moeite mee. Het woord "SAAI" is in grote letters op hun hoofden geschreven en ik kan ze geen ongelijk geven.

Ik ben heel benieuwd hoe mijn collega's hun rekenlessen vorm geven. Hopelijk krijg ik er een hoop inspiratie door!

Liefs!

dinsdag 6 september 2016

Consequent zijn: begin klein

Gisteren lukte het om voet bij stuk te houden toen twee leerlingen vroegen of ze naar het toilet mochten. Op mijn school wordt door het personeel geklaagd dat het te druk is op de gangen, maar dat is voor mij niet de reden geweest om de leerlingen binnen het lokaal te houden. De reden is dat het toilet verslavend werkt voor een klas: als ik één leerling toestemming geef, moet de rest ook ineens heel nodig...

Consequent zijn is een lastig dingetje, ik durf bijna te beweren dat alle docenten daar moeite mee hebben. Vorig jaar zijn er genoeg leerlingen geweest die het bij mij voor elkaar kregen om het strafwerk te halveren, of die tijdens de lestijd een boterham mochten eten omdat ze het in de pauze te druk hadden met andere dingen. Elk jaar probeer ik er weer op te letten om consequent te zijn, maar het blijft lastig.

Ik denk dat het belangrijk is om klein te beginnen. Bijvoorbeeld om de leerlingen voorlopig te verbieden om tijdens de les naar het toilet te gaan.

Liefs!

zondag 4 september 2016

Kan ik het nog wel?

Deze vraag komt opzetten aan het einde van elke herfstvakantie, kerstvakantie, voorjaarsvakantie, meivakantie en vooral aan het einde van de zomervakantie: kan ik het nog wel? Deze vraag brengt me elke keer aan het twijfelen en soms zelfs aan het huilen. Wat als ik de verkeerde keuze heb gemaakt? Wat als dat lesgeven echt niks voor mij is? Kan ik niet beter weer kiezen voor een baantje bij de supermarkt? Dat ik de laatste week van de zomervakantie standaard last heb van nachtmerries is toch een heel duidelijk voorteken?

Afgelopen week, toen ik een cursus volgde, werd ik gerustgesteld. Ik bleek namelijk niet de enige docent met dit soort vragen te zijn. De collega die naast me zat biechtte op dat ze zichzelf precies hetzelfde afvroeg, en toen zij eenmaal begon over haar twijfels, sloten er steeds meer collega's aan.

'Oh, dat heb ik ook!'
'Ja, ik ook! Af en toe word ik badend in het zweet wakker, zo erg zijn die nachtmerries.'
'Elke laatste zondagavond van de vakantie stel ik mezelf ook die vraag, of ik het nog wel kan. Maar als ik dan weer voor de klas sta, snap ik niet waarom ik mezelf dat afvroeg.'

Enerzijds is het een geruststelling dat ik hier niet de enige in ben, maar ik vraag me wel af waar deze twijfels bij mij en mijn collega's vandaan komen. En is het zo dat alle docenten twijfelen aan hun kunnen? Voeren we allemaal een toneelstukje op als we voor een groep met dertig leerlingen staan? Is er eigenlijk een docent die wel honderd procent overtuigd is van zijn eigen kunnen?

Heb ik een volger die in het onderwijs werkt en nog nooit van deze twijfels last heeft gehad? Ik ben benieuwd.

Liefs!
 


dinsdag 30 augustus 2016

Memory

Vorig jaar liep er een stagiaire met me mee die uren besteedde aan haar lesvoorbereidingen. Ze maakte niet alleen geweldige powerpoints, maar verzon ook leuke werkvormen. Als afsluiting van het schooljaar had ze een memoryspel gemaakt. 

Inmiddels heb ik mijn eigen draai aan haar werkvorm gegeven. Bij een cursus didactiek is deze werkvorm ook een keer besproken en werd er als extra tip gegeven om de leerlingen zelf eerst een memoryspel te laten maken. Dit heeft twee voordelen. 1: Als docent heb je minder werk, je hoeft de memorykaartjes namelijk niet te beschrijven. 2: De leerlingen leren er enorm veel van om zelf een spel in elkaar te zetten. Uiteraard geef je als docent wel richtlijnen.

Tijdens de lessen rekenen zet ik leerlingen het hele lesuur aan het werk. Heel effectief, je leert rekenen tenslotte door het te doen (oefenen, oefenen, oefenen, oefenen, oefenen...), maar een beetje saai is het wel. De leerlingen maken driekwartier lang sommetjes waarvan het niveau ver beneden hun eigen niveau is. Daarom wil ik proberen om aan de rekenlessen een leuke draai te geven. Ik laat de leerlingen eerst een half uur werken, daarna geef ik ze iets te doen waarbij ze wel met rekenen bezig zijn, maar dan gegoten in een andere vorm: het maken en het spelen van een memory!

Als voorbereiding heb ik zelf al kaartjes van 5 bij 5 cm gesneden in alle kleuren van de regenboog. Per groepje (van twee tot vier leerlingen) geef ik twintig kaartjes. Ze ontwerpen eerst zelf een memoryspel dat past bij het hoofdstuk dat ze aan het maken zijn. Als ze dat gedaan hebben, kunnen ze de resterende tijd gebruiken om het spel te spelen.

Het leuke van dit memoryspel is dat het inzetbaar is bij alle vakken. Bij de vreemde talen kun je het gebruiken voor de vertalingen van woordjes, bij geschiedenis en aardrijkskunde kun je het gebruiken voor de begrippen en zo is er bij elk vakgebied wel iets leuks te verzinnen!

Liefs!

vrijdag 26 augustus 2016

Stoelen aanschuiven

Ik vind het fijn als mijn lokaal netjes geordend is. Een opgeruimde werkplek zorgt voor een opgeruimd hoofd, zegt men. Dit gaat zelfs zo ver dat ik de leerlingen elke les vijf keer vraag om de stoelen aan te schuiven zodra ze het lokaal willen verlaten. Zodra de tafels en stoelen netjes staan, dus twee en twee, mooi tegen elkaar aan en de stoelen normaal aangeschoven, geeft me dat een prettiger gevoel dan wanneer alles schots en scheef staat. 

Niet alleen voor mezelf vind ik het prettig om alles netjes op een rijtje te hebben, ook voor de volgende groep is het fijn om binnen te komen in een opgeruimd lokaal, waarbij de stoelen zijn aangeschoven. Althans, wanneer ik een ruimte inkom waar het een zooitje is, krijg ik een apenkooiengevoel. Alsof alles kan en alles mag. Dat gevoel wil ik niet creëren bij dertig stuiterende kinderen.

Het kost energie om de leerlingen zo ver te krijgen om hun werkplek netjes achter te laten. Vlak voor het einde van de les vraag ik het de leerlingen een keer of drie en zodra een leerling het lokaal dreigt te verlaten terwijl zijn stoel niet is aangeschoven, fluit ik de leerling terug. Toch kwam het de afgelopen week nog te vaak voor dat ik zelf aan het einde van de les nog wat stoelen moest aanschuiven. Daar werd ik vandaag een beetje chagrijnig door, waardoor ik zelfs het woord "strafwerk" liet vallen. 'Als jullie straks het lokaal verlaten, noteer ik de namen van de leerlingen die hun stoel niet hebben aangeschoven. Die leerlingen krijgen in de les van maandag een flink stapeltje strafwerk. Hopelijk snappen die leerlingen daarna wel dat het een kleine moeite is om even een stoel aan te schuiven.' Het resultaat: dertig aangeschoven stoelen. 

Ik probeer me niet te veel af te vragen waar het bij de leerlingen fout gaat, of waardoor ze de moeite niet nemen om zich als een gast te gedragen in mijn lokaal en hun werkplek netjes achter te laten. Ik wil mijn energie liever te steken in het oplossen van dit probleem. En als waarschuwen met strafwerk het enige is dat werkt, dan is dat maar zo.

Liefs!

P.S. Voor de lezers die denken dat ik aan een dwangneurose lijd doordat ik dertig tegels kaarsrecht wil hebben: dat is niet zo. Maar vandaag schuiven ze hun stoelen niet aan, volgende week gooien ze hun vuilnis niet in de vuilnisbak en volgend jaar breken ze de boel af. We moeten toch ergens beginnen met het heropvoeden van de kinderen? ;-)

 




donderdag 25 augustus 2016

Leerlingen vs. vergeten spullen

Moe word ik ervan, leerlingen die hun spullen niet meenemen naar de les. Een paar missende geodriehoeken hier, veel leerlingen zonder rekenmachine daar... Vier jaar lang heb ik met twee verschillende systemen gewerkt, maar dit jaar besloot ik het anders te doen.

Het eerste systeem was simpel. Iedere leerling krijgt aan het einde van een periode een 10 als extra cijfer. Elke keer dat een leerling iets vergat, ging er een half punt van het cijfer af. Het werkte erg goed. Leerlingen waren eerlijk wanneer ik vroeg wie wat niet bij zich had, en ik noteerde het allemaal netjes in mijn map.

Toch wilde ik er iets op aanpassen. Ik wilde namelijk ook schriften controleren. Niet op het meenemen van het schrift, maar op de netheid, op de berekeningen, op de eisen die ik stel bij een assenstelsel e.d. Vorig jaar deed ik het als volgt: iedereen krijgt een 7,0. Elke keer dat een leerling iets vergeet, gaat er een half punt af, maar elke keer dat een leerling zijn schrift perfect in orde had, ging er een half punt bij. Ik controleerde het schrift elke week. Daar zaten twee nadelen aan, merkte ik. Ten eerste was het een hoop gedoe om elke week bij iedereen het schrift te controleren, zeker toen mijn stagiaire twee van de drie/vier lessen per week overnam. Ik moest alles in één of twee lesuren doen en dat was niet haalbaar. Ten tweede controleerde ik het veel vaker dan zes keer per periode, waardoor leerlingen gemakkelijk vier keer een boek konden vergeten zonder daarvoor gestraft te worden. 

Dit jaar doe ik het dus anders: ik controleer niet meer of leerlingen hun spullen meenemen naar de les. Vandaag heb ik wel voor het idee alles genoteerd, de klas streng toegesproken dat een eigen geodriehoek en eigen rekenmachine echt verplicht is in de les... Maar meer doe ik er niet mee. Dan maar lenen van anderen... Echter geldt vanaf dit schooljaar wel dat ik mijn spullen niet meer ga uitlenen aan leerlingen, en al helemaal niet op toetsen. Vorig jaar heb ik te veel geodriehoeken moeten bijkopen en dat grapje was wel erg duur.

Ik ben benieuwd of er andere docenten meelezen die een ideaal systeem hanteren. Dus vertel: wat doen jullie met leerlingen die hun spullen vergeten?

Liefs!

woensdag 24 augustus 2016

Moeite met namen

Vanmiddag stond ik bij de deur van het lokaal al mijn nieuwe leerlingen de hand te schudden om ze welkom te heten. Sommigen noemden heel beleefd hun eigen naam en af en toe noemde ik ook mijn eigen naam. Bij alle lessen ging dat goed, tot mijn laatste les.
'Hoi, ik ben mevrouw Snelten. Eh... Grapje! Ik ben mevrouw Heemskerk!'
Het zal wel door de hittegolf komen dat ik ineens een verkeerde achternaam noemde. 

Bij mijn huwelijk een paar maanden geleden heb ik namelijk niet alleen een hele mooie ring gekregen, maar ook een nieuwe achternaam. En dat was vandaag bij het voorstellen even wennen. 's Morgens had ik niet voor niks mijn naam op het bord geschreven. Ik vertelde de reden ook aan deze leerlingen. 'Jullie denken natuurlijk dat ik mijn naam op het bord heb geschreven zodat jullie het onthouden, maar stiekem doe ik het voor mezelf. Ik vergeet mijn eigen achternaam namelijk elke keer.' Een paar leerlingen keken elkaar verbaasd aan en ik zag ze denken: wat is dit voor rare docent? 'Ik ben twee maanden geleden getrouwd. Sindsdien heb ik een nieuwe achternaam.'

Maar nu vraag ik me af... Als ik na twee maanden mijn eigen naam niet weet, hoe lang duurt het dan voordat ik de namen van mijn tweehonderd nieuwe leerlingen weet?

Liefs!

dinsdag 23 augustus 2016

De eerste werkdag

De eerste werkdag zit erop en ik kan zeggen dat ik meer dan tevreden ben. Ik kan ook zeggen dat ik dolgelukkig ben dat ik tegenwoordig op dinsdag vrij ben, want dat dagje had ik wel nodig na de eerste dag.

Op maandag stond er een hoop gepland, waaronder een kennismaking met mijn nieuwe mentorklas en heel veel vergaderingen. Het spannendste was natuurlijk de kennismaking met mijn mentorklas. Van tevoren had ik al de nodige informatie over de leerlingen gelezen (slechts negentien stuks!), waardoor ik wist dat het een leuk en gezellig clubje zou zijn. Toch blijft het afwachten. Hoe reageren ze op een nieuwe mentor?

Bij binnenkomst merkte ik direct dat er een paar mondige jongens in de klas zaten. Jongens met leuke humor, dat wel, maar het zijn ook types die snel over een docent heen willen lopen. En dat moet niet gebeuren op de eerste dag. Daarom gaf ik één van de leerlingen een grote mond terug. Het resultaat was dat hij me stomverbaasd aankeek. Zo’n reactie had hij niet verwacht. Zijn klasgenoten moesten grinniken, maar ondertussen wisten ze heel goed dat een grote mond op een eerste dag niet goed bij mij valt.

In tegenstelling tot veel andere collega’s vind ik vergaderen absoluut geen ramp. (Waarschijnlijk omdat ik bij een vergadering niet op de voorgrond hoef te treden en alleen maar stil hoef te zitten en te luisteren, iets waar ik erg goed in ben.) Toch is het ook best intensief. Er komt zo veel informatie op je af! Na de laatste vergadering, om half vijf, was ik gesloopt. Toch kon ik nog niet naar huis. Dit jaar begeleid ik twee nieuwe docenten en daar was ik tot een uur of zes mee bezig. Ook toen kon ik nog niet naar huis: mijn to do-list stond nog vol met kleine dingen die geregeld moesten worden. Ouders terugmailen, notities over een leerling schrijven, collega’s mailen, notulen van één van de vergaderingen uittikken… Tot half acht was ik bezig en ik merkte aan heel mijn lichaam dat ik er toen ook wel echt klaar mee was. Zo hard werken ben ik niet meer gewend!

Morgen, woensdag, begint mijn eerste lesdag en vandaag neem ik uitgebreid de tijd om het tot in de puntjes voor te bereiden. Ik voel wat lichte spanning, maar ik heb er vooral heel veel zin in. Laat die leerlingen maar komen!

Liefs!

zaterdag 20 augustus 2016

Het komende schooljaar

Van een lezer van mijn blog kreeg ik de vraag wat ik komend schooljaar anders ga doen. Helemaal trots op het afgelopen schooljaar ben ik namelijk niet. Vanaf november zat ik erg in de knoop. Ik keek mijn grote angst naar mijn to do-list: hoe ging ik dit allemaal afkrijgen op één dag? Op zondagavond was ik somber omdat de werkweek weer voor de deur stond. En de tranen bleven maar over mijn wangen lopen als er iets tegen zat. Vanaf maart ging het allemaal een heel stuk beter, en het schooljaar heb ik met een lach op mijn gezicht afgemaakt. Toch heeft die periode in de winter me wel aan het denken gezet.

In het eerste gesprek dat ik had met HR-manager gaf ik direct aan dat ik komend schooljaar een dag minder ga werken. Hoewel ik “slechts” 0,8 fte werkte, vond ik vijf dagen gewoon echt te veel. ’s Avonds was ik gesloopt, het huishouden bleef liggen tot het weekend en op zaterdag en zondag was ik eigenlijk te moe om de was te draaien en te stofzuigen… Komend schooljaar mag ik gelukkig weer vier dagen werken (0,72 fte). Qua lesuren scheelt het dus niet veel, maar het dagje thuis zal me enorm goed doen, dat weet ik nu al.

Daarnaast wil ik nog iets veranderen: ik wil meer bloggen. Ik merkte namelijk dat ik het miste om dingen van me af te schrijven. Hoe frequent ik dat ga doen, weet ik nog niet, maar ik hoop dat ik op mijn vrije dag tijd kan vrijmaken om minimaal één artikel te schrijven. Al is het maar om mijn ei kwijt te kunnen.

Liefs,
Elseline

zaterdag 16 april 2016

Update: Hoe het nu gaat

Na mijn laatste bericht van een paar maanden terug heb ik meerdere keren nagedacht over een update. Als je een blog begint en je lezers geïnteresseerd worden, kun je de radiostilte eigenlijk niet maken. Zeker niet als je laatste berichtje overwegend negatief is.

Het is tijd voor een update! Het is een half jaar geleden dat ik iets van me liet horen en inmiddels is er veel veranderd. Niet veel later na het vorige berichtje zal ik er nogal doorheen. Na de eerste toetsweek, zo rond november, wist ik niet meer goed hoe ik nog moest genieten van het leven. Op mijn werk rende ik voor mijn gevoel van de ene kant van het gebouw naar de andere kant en tijdens al dat rennen en vliegen lukte het me maar niet om mijn to do-lijstje af te krijgen. In tegendeel. Soms werden ze alleen maar langer en langer naarmate de dag vorderde. Ik begin 's morgens met een redelijk leeg blaadje en aan het einde van de dag moest ik nog twintig dingen doen. Kleine dingen, dat wel. Even een mailtje sturen, even een toets kopiëren. Maar het idee dat ik zo hard werkte en dat ik nog steeds achter de feiten aan liep, nekte me. Ik verlangde zo naar de kerstvakantie!

Maar na de kerstvakantie werd het niet veel beter. De eerste week van het nieuwe jaar begon met twee avonden vol met oudergesprekken en de tweede week van het jaar waren er avonden om nieuwe brugklassers te werven. Weer een week later kwam er een roosterupdate voor de tweede helft van het schooljaar en die dag heb ik alleen maar gehuild. Ik ben 0,8 fte gaan werken in vijf dagen tijd, omdat ik de lessen mooi verdeeld wilde hebben over de week. En wat gebeurt er? Ik heb vier volle dagen en op de vijfde dag heb ik slechts één lesuur staan. Die dag was mijn vriend ziek en moest ik alleen naar huis fietsen. De hele fietstocht heb ik gehuild. Waarom? Doen ze dit expres, om mij te pesten?

De volgende dag vroeg een collega aan me hoe mijn rooster was. De tranen sprongen in mijn ogen, zo hoog zat het. Ze heeft me naar een andere collega gestuurd, de HR-manager, met de boodschap dat ik nu echt moest gaan praten. Als je zo veel last hebt van werkdruk, en je elke avond alleen maar opziet tegen de volgende dag, moet er iets gaan gebeuren.

Het praten luchtte al enorm op. Ik was mijn verhaal kwijt en dat voelde als een bevrijding. Ik kreeg tips mee en thuis ging ik op zoek naar een cursus die me werd aangeraden. Een cursus mindfulness.

We zijn nu een paar weken verder. De cursus mindfulness was een succes. Elke donderdagavond lag ik tweeënhalf uur te mediteren, ik heb trucjes geleerd hoe je om kunt gaan met stress en ik heb geleerd om tijd voor mezelf te nemen. Het was heel leerzaam, maar ik weet ook dat dat niet het enige is geweest dat ik weer beter in mijn vel zat. Het zonlicht heeft er ook heel goed aan bijgedragen. Blijkbaar ben ik zo gevoelig voor het weer en de donkere dagen, dat het ook op mijn persoonlijkheid effect heeft. 

Om een lang verhaal kort te maken: het gaat nu dus goed met me. Natuurlijk heb ik ook nog dagen dat ik echt baal van het gedrag van sommige leerlingen, maar ik zet het makkelijker van me af. Bovendien heb ik weer zin om leuke lessen te ontwerpen, dat is ook iets wat ik al maanden niet meer heb gedaan!

Liefs!

dinsdag 13 oktober 2015

Pensioen

Een van de fijnste dingen aan mijn vriend is dat ik mijn zorgen compleet vergeet als ik in zijn bijzijn ben. Hij maakt me aan het lachen, hij maakt me gelukkig, hij zorgt ervoor dat ik met een glimlach naar het leven kijk. De keerzijde daarvan is dat ik enorm kan blijven piekeren als hij niet in de buurt is. Zoals vandaag.

Ik deed veertig minuten over de fietstocht naar huis en daarvan heb ik minimaal een half uur nagedacht over de wereld. Nagedacht over de leerlingen. Nagedacht over de opvoeding. Of het gebrek daaraan bij sommige leerling.

Vanochtend het eerste uur gaf ik les aan een derde klas. Tegen het einde van de les hoorde ik ineens geschreeuw. Een leerling had een klasgenoot uit boosheid in zijn onderarm gebeten. Ik was zo verbaasd, zo in shock, dat ik er niet adequaat op kon reageren.

In de pauze liep ik van de koffiekamer naar mijn lokaal. Onderweg kwam ik een jongen tegen die bij alle langslopende leerlingen zijn been naar voren stak. 

Ik kan enorm huilen om dit soort situaties. Leerlingen die elkaar uit woede bijten, leerlingen die elkaar voor de grap laten struikelen. En zo zijn er nog veel meer momenten op te noemen waarbij de leerlingen ongevraagd aan elkaar zitten. Ze schelden elkaar uit, duwen aan elkaars tas, pakken elkaars spullen af. Deze gebeurtenissen zetten me enorm aan het denken. Ik vind wiskunde een leuk vak om te geven, ik vind de omgang met de leerlingen (meestal) leuk en alle administratie die bij het lesgeven komt kijken, vind ik - in tegenstelling tot heel veel collega's - alleen maar heerlijk. Toch twijfel ik meer dan ooit of het docentschap wel iets voor mij is. Er zijn duizenden momenten te noemen waar ik enorm van kan genieten, maar als ik dit respectloze gedrag bij de leerlingen zie, doen al die duizenden momenten er niet meer toe. Dan denk ik alleen maar: hoe lang nog tot mijn pensioen?

Liefs!

maandag 28 september 2015

Rust

Het is niet leuk om te moeten werken met een klas vol stuiterballen en brutale kinderen. De eerste keren was ik echt in staat om te huilen als ik thuis kwam uit mijn werk. Ik zag het niet zitten en kreeg de kriebels als de klas onderweg was naar mijn lokaal. Vijftig minuten lang pijn lijden, help!

Gelukkig is de rust teruggekeerd in deze klas. Ik was niet de enige die moeite had met een paar kinderen uit deze klas. Dat bleek toen ik meerdere berichtjes in het systeem van school zag verschijnen over een mogelijke overplaatsing van twee van deze leerlingen.

Vandaag was de eerste dag zonder de twee grootste probleemmakers. De meest agressieve jongens - de ruziezoekers - zijn uit de klas gehaald en overgezet naar een andere brugklas. Dat merkte ik direct. De klas is nog steeds wel druk, hoor, ik heb ook echt heel veel energie nodig om de les te laten verlopen zoals ik het wil. Maar dat is geen probleem. De overgebleven vijfentwintig leerlingen zijn redelijk corrigeerbaar en weten mijn grenzen echt wel te herkennen.

Ik ben benieuwd hoe de komende lessen zullen zijn in deze klas, maar waar ik nog veel nieuwsgieriger naar ben, is hoe de andere twee jongens zich gaan redden in hun nieuwe klas. Eén van hen (de minst erge!) zit nu in een andere brugklas waar ik les aan geef en vandaag deed hij ontzettend goed mee met de les. Nu de rest van het jaar nog!

Liefs!

maandag 21 september 2015

Wees duidelijk en consequent

'Je moet me even wat moed inpraten, ik heb klas 1k weer,' zei ik aan het einde van de pauze tegen mijn vriend a.k.a. mijn favoriete collega. Uiteraard is de naam van de klas verzonnen, ik heb de klas nu vernoemd naar 1-kutklas. Creatief! Achteraf bleek het inpraten van moed niet nodig te zijn, de les ging namelijk best goed. En waarom? Ik was duidelijk.

Vorige week merkte ik dat in deze klas één ding geweldig goed werkt. Duidelijk zijn. Duidelijk zijn in het vertellen van de regels, maar ook duidelijk zijn in het vertellen van de consequenties. Daarom begin ik de les tegenwoordig met het benoemen van de regels.

"De regels binnen deze vier muren zijn niet anders dan de regels tijdens de lessen vorige week, maar toch ga ik ze herhalen. Zo wordt jullie geheugen weer even opgefrist. Jullie zijn stil tijdens de uitleg, jullie blijven van elkaars spullen af, jullie steken je vinger op als je iets wilt vragen of zeggen en jullie maken geen rare geluiden om de aandacht van elkaar te trekken. Als je één van de regels overtreedt, breng je de rest van het lesuur door bij de afdelingsleider en ga je daar verder met het maken van je huiswerk. Dus even een korte herhaling: stil zijn, afblijven van elkaar spullen, vinger opsteken en geen rare geluiden maken."

Tijdens de les van vandaag zag ik echt wel dat leerlingen moeite hadden met de regels. De klas zit vol leerlingen die te pas en te onpas commentaar willen geven en even hun stem willen gebruiken. Toch ben ik stiekem wel trots op ze. Ik heb er één leerling uitgestuurd, eigenlijk geheel tegen mijn zin in. Hij riep het antwoord door de klas zonder zijn vinger op te steken. In een willekeurige klas zou ik hem een compliment geven voor het goede antwoord met daarbij de waarschuwing om in het vervolg één van zijn tien vingers op te steken, maar in deze klas moet ik consequent zijn in het naleven van de regels.

En af en toe moet ik dan iemand tegen mijn zin in wegsturen...

Liefs!

zondag 13 september 2015

Onzeker

Ik ben onzeker. Dat ben ik altijd al geweest. Er zijn momenten in mijn leven geweest dat dit een hoogtepunt bereikte, maar door de jaren heen heb ik redelijk geleerd er mee om te gaan (hallo bezoekjes-aan-de-psycholoog). Toch zijn er nog steeds ups en downs. Dat merkte ik vooral de afgelopen week.

Maandag had ik nogal een rotdag. De les in één van mijn brugklassen verliep weer niet zoals ik het voor ogen had en daar baalde ik van. Hoe kon het toch dat ik de zin in het lesgeven bij deze klas totaal kwijt was? Het leek erop dat ik in een cirkel terecht was gekomen: ik sta met tegenzin voor de klas, waardoor de les slecht gaat, waardoor ik de volgende les met nog meer tegenzin voor de klas sta. De les gaat daardoor uiteraard nog slechter.

Waar mijn twijfels over het onderwijs op maandag nog een bijrol speelden, kregen de gedachten om te stoppen met lesgeven op dinsdag de hoofdrol. En dat dankzij de woorden van een collega. De exacte woorden kan ik me niet meer herinneren, maar wat ik nog precies weet, is dat na het horen van zijn woorden het licht bij me uitging. Ik kreeg het gevoel dat het werk dat ik deed totaal niet werd gewaardeerd en ik wist het meteen: ik ben niet bestemd voor het onderwijs.

Na dat besef schoten de tranen in mijn ogen. Gelukkig was het tijd voor pauze. Ik ben direct naar buiten gegaan en heb een rondje door de wijk gelopen. Ik probeerde mezelf te kalmeren, wat maar met mate lukte. Gelukkig kon mijn vriend me die middag veel beter tot rust krijgen. Door het gesprek met hem ben ik ook alles gaan relativeren.

In die brugklas zitten hooguit vijf leerlingen die ik achter het behang wil plakken. Daar staan bijna zo'n honderdvijftig leerlingen tegenover met wie ik wel goed door één deur kan. Er zijn zelfs oud-leerlingen waar ik nog steeds met een grote glimlach aan terug denk. Mijn hart smelt als ik hoor dat ik iemands lievelingsdocent ben (of dat nou de waarheid is of niet, dat een leerling die woorden uitspreekt is al ontzettend lief!) en als er leerlingen in de pauze mijn lokaal in lopen om even bij te kletsen. 

Die ene collega, met wie ik het normaal gesproken aardig kan vinden, zal zijn dag niet hebben gehad. Of hij had gewoon even niet goed nagedacht over wat hij aan het bazelen was. Hij zal de woorden echt niet hebben uitgesproken om mij aan het huilen te maken, laat staan dat hij me het onderwijs uit wil hebben.

Hoe dan ook, het mag duidelijk zijn dat ik voorlopig nog niet weg ben uit het onderwijs. Het is af en toe ontzettend kut (een betere omschrijving kan ik even niet verzinnen) en ik vind ook echt niet elke dag even leuk, maar de meeste momenten bezorgen me nog steeds blije gevoelens. Daar doe ik het voor!

Liefs!

woensdag 2 september 2015

Zie het als een uitdaging

Gisteren heb ik meerdere blogposts geschreven. In mijn hoofd dan, ik had de energie niet om mijn laptop erbij te pakken. Maar de tekst had ik al helemaal bedacht. 'Ik denk dat ik maar ga stoppen in het onderwijs,' zei ik gisteren tegen mijn zussen. En zo wilde ik ook mijn artikelen openen.

Ik zat er even helemaal doorheen. Ik had een hoop brutale leerlingen voor mijn neus gehad die dag en daar was ik flink chagrijnig van geworden. Ik schrok van de woorden die mijn leerlingen gebruikten, het gedrag wat ze toonden - tegen hun klasgenoten en tegen mij. Ik schrok van mijn collega, die iets deed waar ik echt enorm van stond te kijken (lang verhaal, misschien vertel ik het nog eens als ik daar behoefte aan heb). Het kostte me zoveel energie om alles te verwerken dat ik thuis direct op bed ben gaan liggen.

Ik wilde een blogpost schrijven om te vertellen wat er allemaal was gebeurd die dag en dat ik echt ging twijfelen aan mezelf als docent. De tranen rolden over mijn wangen, iets wat ik na een ontzettend leuke eerste week absoluut niet had verwacht in deze tweede week van het schooljaar. Maar ik wilde ook een stukje schrijven over hoe je uit zo'n dip komt. Ik merkte namelijk dat het mij enorm hielp om buiten even een stukje te wandelen, maar een halve reep chocola en een schaaltje crème brûlée hebben me ook geholpen om weer iets vrolijker te worden.

De echte ommekeer in mijn gedrag kwam 's avonds, toen ik met mijn vriend op bed lag te praten over mijn dag. Ik deed mijn verhaal, liet weer wat tranen vloeien en hij gaf me wat tips. Toen ging er een knop om in mijn hoofd. Vanaf dat moment zag ik het niet meer als een probleem, dat gedrag van de leerlingen. Het probleem was veranderd in een uitdaging!

En met die insteek ging ik vandaag mijn les draaien. De leerlingen kwamen binnen, zeiden extreem aardig 'goedemiddag' tegen me, luisterden naar mijn toespraak over hun gedrag van gisteren en konden zich vinden in de eventuele straf die zou volgen bij slecht gedrag.

Ik wist niet welke klas ik voor me had, maar de rampenklas van gisteren was het niet. Wat waren ze lief, wat deden ze goed mee en wat fijn dat ze me lieten uitpraten en dat ze hun vinger opstaken in plaats van hun stem direct lieten gelden! Ik heb de klas heel veel complimenten gegeven en de les afgesloten met een kleine traktatie.

Zo kan het dus ook. Met het gevoel een uitdaging aan te gaan verlopen de lessen een stuk beter en de leerlingen merken die positiviteit ook. Ze bedankten me voor het snoepje dat ze kregen en er waren zelfs leerlingen die hun excuses hebben aangeboden aan het einde van de les. Aandoenlijk!

Dus ehh... Voorlopig blijf ik nog even in het onderwijs hangen!

Liefs!