zondag 5 maart 2017

Radiostilte

Hoewel ik me had voorgenomen om wekelijks iets te schrijven, is er nu anderhalve maand niets online gekomen. Om heel eerlijk te zijn heb ik daar de energie niet voor: 's middags uit school heb ik al het gevoel dat ik geen stap meer kan zetten en 's avonds na het eten duik ik meteen mijn bed in. De afgelopen weken heb ik non-stop Netflix gekeken, omdat ik te moe ben om iets anders te doen.

Gelukkig weet ik ook waar de vermoeidheid vandaan komt: ik ben zwanger! Op de dag dat ik dit schrijf ben ik precies twaalf weken zwanger en als ik iedereen mag geloven, is die vermoeidheid over vier weken voorbij. Dat is maar goed ook, want dan krijgen we de sleutel van ons nieuwe huis. Ik heb dan mijn energie echt wel nodig!

Liefs!

dinsdag 24 januari 2017

De invulling van mijn vrije dag

Toen ik vorig jaar vijf dagen per week werkte, wist ik al gauw dat het te zwaar voor me was. Ik had altijd vier dagen in de week gewerkt en ik merkte dat ik die vrije dag miste voor het huishouden, om op adem te komen of om toch wat dingen voor school te doen, maar dan in mijn eigen tijd. Dit jaar ben ik weer teruggegaan naar vier dagen werken, maar ik merk de laatste weken toch dat ik niet goed weet wat ik met mijn vrije dag aan moet.

's Morgens slaap ik uit, vaak tot negen uur. Het is alsof mijn lichaam weet dat ik een vrije dag heb, want zodra de wekker om zes uur gaat om mijn man te wekken, merk ik daar nauwelijks wat van. Aan het begin van het schooljaar nam ik me voor om ook meteen uit bed te gaan zodra mijn man opstaat, maar dat is er nooit van gekomen. 

Daarna weet ik eigenlijk nooit wat ik moet doen. Vaak heb ik niets te doen voor school, omdat ik alles makkelijk kan plannen op de dagen dat ik wel werk. Huishoudelijke klusjes doe ik wel, maar daar ben ik ook in een uurtje mee klaar. En boeken lezen vind ik heerlijk, maar daar kan ik geen hele dag mee vullen. Het komt er vrijwel altijd op neer dat ik maar wat op de bank hang, een serie kijk op Netflix en al rond half vier begin met koken, puur uit verveling.

Ik zou niet terug willen naar vijf dagen lesgeven, want op maandagavond vind ik het heerlijk om weer een weekendgevoel te hebben, maar als op dinsdag de verveling toeslaat, heb ik wel vaak de neiging om toch naar school te gaan om de gezelligheid op te zoeken. 

Ik ben benieuwd wat anderen doen op hun vrije dag!

Liefs!

maandag 9 januari 2017

Keuzes maken (en verantwoorden)

Na een heerlijke vakantie (die best nog een weekje langer had mogen duren) begon ik vanochtend weer vol frisse tegenzin moed aan mijn eerste werkdag van 2017. Gisteravond zag ik al direct een roosterwijziging, wat me een extra les en dus een tussenuur minder kostte. Best jammer, want ik had zo veel op mijn to do-list staan deze eerste dag!

Waaronder het analyseren van een enquête die ik vandaag heb afgenomen bij mijn leerlingen. Uitgebreid de resultaten bekijken is me niet gelukt, maar ik heb wel scannend de uitslag bekeken. Het viel me direct op dat ik niet goed scoor op 'afwisselend lesgeven'. Waar de meeste leerlingen bij vrijwel alles heel positief zijn, vinkt vrijwel iedereen 'neutraal' aan op de vraag of ik afwisselende lessen geef. En dat snap ik heel goed.

Mijn lessen zien er altijd hetzelfde uit: bij mijn wiskundelessen begin ik met de uitleg van de nieuwe theorie en daar laat ik de leerlingen vervolgens een half uur zelfstandig of in tweetallen aan werken. Bij rekenen verplicht ik de leerlingen om het eerste halfuur van de les in (zo veel mogelijk) stilte te werken aan het huiswerk, daarna geef ik ze een puzzeltje of een raadsel. Het kost me heel weinig voorbereidingstijd en het zijn lessen waar het grote deel van de leerlingen gek op is: lekker veel huiswerk in de les maken, zodat ze thuis niets meer hoeven te doen. Win-winsituatie!

Dat ze vinden dat ik geen afwisselende lessen geef, verbaast me dus niet. Toch denk ik dat het binnenkort in het gesprek met mijn afdelingsleidster wel over dit onderwerp zal gaan. Gelukkig hoorde ik onlangs van een docentenopleider dat je geen foute keuzes kan maken met betrekking tot het lesgeven: het gaat erom dat je jouw keuzes kunt verantwoorden. En dat kan ik.

Door niet te veel tijd te steken in mijn lesvoorbereidingen, houd ik tijd over om te besteden aan mijn ontwikkelingen op andere gebieden. Voor de leerlingen die uitvallen bij rekenen schrijf ik nu een boekwerk om ze de basis van het rekenen bij te spijkeren voordat ze volgend jaar naar de volgende klas gaan. Voor de leerlingen uit mijn 3vwo-klas heb ik een flink pakket met opgaven gemaakt om ze beter te kunnen voorbereiden op de bovenbouw: welke soorten wiskunde zijn er en wat zijn de verschillen hiertussen? Hoe zien die soorten wiskunde eruit? Doordat ik niet uren bezig ben om lessen in PowerPoint, Prezi's of dat soort dingen te maken, houd ik tijd over om mijn andere werk (toetsen maken bijvoorbeeld) ruim op tijd in orde te hebben. (In tegenstelling tot andere collega's, maar dat terzijde.)

Tijdgebrek* is één van de redenen dat ik niet doe aan wekelijkse activerende werkvormen, maar het grootste belang hecht ik aan de regelmaat en de voorspelbaarheid van mijn lessen. Bij binnenkomst weten de leerlingen waar ze aan toe zijn en dat creëert rust. Daarbij geven ze in diezelfde enquête aan dat ze goed kunnen werken in mijn lessen en dat vind ik veel belangrijker. Ik kan wel elke dag iets nieuws verzinnen, maar als een groot deel daar geen behoefte aan heeft: waarom zou ik dat dan doen?

Liefs!

* Ik gebruik het woord tijdgebrek, maar eigenlijk draait het om grenzen stellen. Mijn man zit avonden en weekenden achter zijn computer om lessen voor te bereiden, maar ik gun mezelf 's avonds rust, omdat ik weet dat ik dat nodig heb. Ik krijg betaald om 73,5% te werken, niet om (meer dan) full-time te werken.

dinsdag 20 december 2016

Toe aan vakantie

Sommige dingen kun je beter niet uitspreken. Dat heb ik gemerkt toen ik anderhalve week geleden tegen een collega zei dat ik eigenlijk nog helemaal niet zo wanhopig aan vakantie toe ben als anders. Vrijwel alle collega's om me heen klaagden over vermoeidheid, terwijl ik energie voor tien had. Zoals ik al zei: sommige dingen moet je niet hardop zeggen.

Een paar dagen later kwam ik enorm gefrustreerd thuis na een vermoeiende vergadering. Ik heb veel leuke collega's en ik kan het goed met ze vinden, maar wanneer je écht moet samenwerken, begin ik me aan van alles te ergeren. Bijvoorbeeld bij de vergadering van vorige week: er zijn tien verschillende meningen, er wordt heel veel gepraat en gezeurd en uiteindelijk worden er nog steeds geen knopen doorgehakt. Na anderhalf uur allemaal problemen aanhoren kunnen we eigenlijk maar één conclusie trekken: we gaan op dezelfde voet verder, er zal niets veranderen en de volgende vergadering begint weer van voren af aan.

Op zich kan ik dat prima naast me neerleggen, maar vorige week lukte dat niet zo makkelijk. De hele week was één bron van stressvolle momenten, nieuwe indrukken en emoties: tafeltjesavonden, een kapotte wasmachine, een studiedag, een overvolle agenda met allemaal afspraken... Dat zorgde ervoor dat donderdag, de middag na de vergadering, bij mij de stoppen doorsloegen. Toen ik thuiskwam plofte ik op bed neer en liet ik de tranen stromen.

Het afgelopen weekend heeft een hoop goedgemaakt (wat een rust!), maar toch moet ik nu ook bekennen: ik ben toe aan vakantie!

Liefs!




vrijdag 9 december 2016

Onzeker over begeleiding

In de loop der jaren ben ik het steeds makkelijker gaan vinden om iemand achterin mijn les te hebben zitten. Een stagiaire, een willekeurige collega, iemand van de schoolleiding... Ik merk dat ik zelden nog zenuwachtig ben voor lesbezoekjes; ik nodig collega's zelfs van harte uit om een keer achterin mijn les te zitten.

Toch knaagt er altijd iets aan me als mijn stagiaire achterin de les zit, vooral wanneer een les niet goed gaat. Dan vraag ik me altijd af: hoe kan ze iets van me leren als ik zelf ook niet altijd tevreden ben over mijn kunnen? Als ik zelf ook fouten maak?

Ik gooide dit gisteren in de groep bij een cursus en ik merkte direct dat er geruststellende antwoorden werden gegeven.

"Daar kan ze juist van leren!" vond mijn collega. "Niet zo zeer van jouw fouten, maar wel hoe je met jouw fouten omgaat. Voor een stagiaire is het nieuw om te reageren op haar eigen verkeerde handelingen, zij weet nog niet hoe ze dat recht kan breien. Jij wel. Juist door zelf fouten te maken en deze recht te zetten laat je haar zien wat goed lesgeven is: vallen, opstaan en doorgaan."

Bijzonder hoe die zinnetjes mijn zelfvertrouwen een enorme boost kunnen geven!

Liefs!

zondag 4 december 2016

Mijn planningen

Ik heb voor mezelf graag alles overzichtelijk op een rijtje staan. Ik heb een notitieboekje waarop ik per dag heb staan wat ik die dag moet/wil doen en voor mijn wiskundelessen maak ik een planning per hoofdstuk (zo'n drie tot vier weken). Voor mijn rekenklassen staat het huiswerk voor het hele jaar al vast. Ik vind het heerlijk, die houvast.

Het grote nadeel is dat niet iedereen rekening houdt met mijn planningen. Klinkt misschien vrij logisch (en zelfs een tikkeltje arrogant), maar ik vind het toch heel vervelend als er op het laatste moment een wijziging in het rooster komt, waardoor mijn hele planning overhoop ligt.

Zojuist keek ik op mijn lesrooster voor komende week. Ik had niets bijzonders verwacht, maar toch hebben de roostermakers op mijn school er weer een puinhoop van weten te maken. Aanstaande donderdag zou ik de eerste lesuren worden uitgeroosterd in verband met een cursus. Er zijn namelijk drie lesuren spontaan uitgeroosterd en ik zou niet weten wat de reden daarvan is.

Ik heb mezelf in de loop der jaren steeds beter leren kennen en ik ben er achter gekomen dat veranderingen niet goed zijn voor mijn humeur. Vooral als de logica van dit soort roosterwijzigingen ver te zoeken is... 

Ach, dat is het onderwijs. Elke dag anders.

Liefs!

dinsdag 22 november 2016

Lesvrij

Het is algemeen bekend dat docenten in de avonduren, in de weekenden en in de vakanties doorwerken. Er is altijd nog wel wat te doen: contact met ouders, toetsen nakijken, planningen maken... Ook ik heb nooit het gevoel dat mijn werkdag is afgelopen en in mijn vakanties ruim ik ook altijd wat tijd in om te werken. 

Vorige week heb ik mijn recuperatieverlof opgenomen, zoals jullie vorige week hebben kunnen lezen. Op maandag en dinsdag heb ik alleen maar op de bank gelegen met een boek: op en top genieten! Op woensdag begon het toch weer te kriebelen: ik wilde iets nuttigs doen. Ik begon thuis, maar mijn favoriete plek om te werken is toch echt op school. Weinig afleiding en alle papieren, boeken en kopieerapparaten binnen handbereik. Daarom vertrok ik rond lunchtijd richting school.

Ook de hele donderdag heb ik op school gewerkt. Woensdag lukte het me om iedereen te omzeilen: ik kwam pas na de pauze binnen en ik heb in mijn eentje in de werkruimte gezeten. Op donderdag was ik er de hele dag, ik kwam tientallen collega's tegen en op de gangen zag ik veel van mijn leerlingen lopen. Ik vond het leuk om ze tegen te komen, maar er begon toch iets te knagen: het voelde alsof ik spijbelde.

Gisteren, toen ik weer voor de klas stond, vroegen leerlingen er naar. 'Waarom hadden we geen les? Ik zag u lopen!' Mijn collega, die ook die week vrij had gevraagd, heeft zijn leerlingen verteld dat hij aan het verhuizen was, maar bij mij zou dat smoesje niet werken. Daarom vertelde ik de leerlingen dat ik lesvrij had. En dat is precies hoe de vakanties en verlofweken voelen: écht vakantie is het nooit, we geven in die weken alleen geen les.

Liefs!

maandag 14 november 2016

Een weekje verlof

Het is maandagmiddag, half één en ik zit thuis op de bank. Niet omdat ik ziek ben, maar omdat ik deze week een vrije week heb opgenomen. Heerlijk, zo'n weekje recuperatieverlof.

In het kader van de werkdrukverlaging heb ik gekozen om mijn 50 uren in te zetten als een verlofweek. Vorig jaar heb ik heel veel moeite gehad met deze periode. De weken naar de toetsweek toe vond ik al erg vermoeiend, waarschijnlijk ook vanwege het donkere weer, maar in de toetsweek zelf bereikte ik een hoogtepunt. Ik kan me nog goed herinneren dat ik vier espresso's uit het koffieapparaat haalde, omdat ik echt niet wakker kon blijven tijdens het surveilleren. Dat was niet zo'n succes, na de koffie stond ik te stuiteren...

Onvermijdelijk bij een toetsweek is de enorme stapel nakijkwerk. Vorig jaar was het rampzalig: ik wist gewoon niet meer waar ik de tijd vandaan moest halen om alle toetsen te corrigeren. Dat was voor mij de reden om begin dit schooljaar naar de schoolleiding te stappen om deze week vrij te vragen. Zo kon ik in alle rust de toetsen nakijken.

Zo zie je maar hoe elk schooljaar kan verschillen: vorig jaar zat ik rond deze periode huilend op de bank, nu heb ik een hele week om te ontspannen. Het nakijkwerk bleek zo weinig te zijn, dat ik alles al tijdens de toetsweek heb kunnen nakijken. Deze week is mijn agenda dus echt leeg en wordt het voor het eerst in tijden dat ik geen goedgevulde to do-list bij me draag. Dat is even wennen!

Liefs!

dinsdag 1 november 2016

Bellen naar ouders

Als er één ding was waar ik vroeger nachten van wakker lag, dan was het contact maken met de ouders van leerlingen. Via de e-mail vond ik geen probleem, maar het bellen met ouders... Verschrikkelijk!

Bellen is sowieso mijn hobby niet, maar vooral bij ouders van leerlingen gaat het altijd verkeerd. Ik krijg het altijd voor elkaar om door de ander heen te praten, ik vind het lastig om emoties uit een stem af te lezen en ik weet nooit hoe ik een gesprek moet beginnen ("Hallo, met Elseline Snelten. Eh. Oké, laten we beginnen met de cijfers.") of afsluiten (ik presteerde het vandaag om "Heeft u verder nog vragen?" te stellen, terwijl de moeder midden in haar verhaal zat). Gelukkig merk ik dat het steeds wat gemakkelijker gaat. Een goede voorbereiding is het halve werk!

Twee jaar geleden, toen ik voor het eerst tientallen telefoontjes achter elkaar moest plegen, zette ik een openingszin op papier. Zodra er aan de andere kant wordt opgenomen, ben ik vaak zo vak slag, dat een normale zin bijna niet over mijn lippen komt. Nu gaat het allemaal een stuk soepeler, maar wat ik wel doe, is mijn eigen naam bovenaan het blaadje zetten. Sinds ik getrouwd ben gebruik ik een andere achternaam en daar vergis ik me nog regelmatig in.

Voordat ik een telefoongesprek begin, zet ik wat steekwoorden op papier. Wat vind ik van de leerling? Hoe gedraagt de leerling zich in de klas? Waar heeft de leerling moeite mee? Op die manier heb ik altijd wel iets te vertellen, al is dat vaak niet nodig. Ik merk dat ouders héél graag over hun eigen kind praten, dus het enige wat ik als mentor hoef te doen, is meepraten en af en toe aanvullen.

Daarnaast heb altijd de cijferlijst open staan op mijn laptop, zodat ik precies kan zien hoe een leerling ervoor staat. Altijd handig om bij de hand te hebben!

Nog steeds vind ik het niet leuk om te bellen, maar er is één ding wat me dwingt om het toch te doen: de ouders hebben bij de ouderavond allemaal aangegeven welke avond en welk tijdstip voor hen het meest gunstig was, zodat ik zeker wist dat ik gelegen zou bellen. Dat de ouders nu op een telefoontje wachten is voor mij een extra stok achter de deur om het niet steeds voor me uit te schuiven.

Liefs!

woensdag 26 oktober 2016

Kritisch denken komt met de jaren

Wie ooit heeft bedacht dat wijsheid met de jaren komt: voor kritisch denken geldt precies hetzelfde. Waar ik twee tot drie jaar geleden nog op alles ja en amen zei, durf ik nu vaker een tegengeluid te geven. Om heel eerlijk toe te geven vind ik het nog wel lastig om mijn mening te ventileren, maar dat ik nu een stuk kritischer denk dat een tijd terug, vind ik al een hele grote stap in de goede richting.

Ik weet nog goed dat ik begon op de school waar ik nu werk en dat ik al snel doorhad dat al altijd dezelfde collega's overal een weerwoord op hadden. Inmiddels ben ik met één van hen getrouwd, misschien heeft dat er iets mee te maken dat ik zelf ook kritischer ben geworden (is het besmettelijk?). Op dat moment vond ik het strontirritant en zij waren ook de reden dat ik zelf geen mening durfde te hebben: die collega's zouden het ongetwijfeld direct de grond in boren.

Nu ik wat jaren ervaring heb, begin ik een eigen mening te ontwikkelen en dat voelt goed. Ik moet toegeven dat het meer energie kost, omdat ik me hierdoor vaker erger aan collega's dan voorheen, maar het brengt ook iets positiefs met zich mee. Ik voel me minder vervangbaar dan eerst en ik ben dagelijks bezig om het onderwijs te verbeteren. Op een kleine schaal dan.

Nog steeds vind ik het lastig om mijn mening duidelijk te maken, vooral wanneer anderen (met nog meer ervaring) een totaal ander beeld hebben dan ik. Maar oké, alles op zijn tijd. Het is al heel prettig om eens een eigen mening te hebben, in plaats van altijd meelopen met de kudde...

Liefs!

P.S. Het is overigens wel bijzonder om 'de oude ik' terug te zien in mijn nieuwe collega's. Ook zij keuren alles goed en vinden alles best. Hopelijk zullen zij ook ooit een metamorfose ondergaan.

dinsdag 11 oktober 2016

Muziek luisteren tijdens de les

Er ontstond laatst in een vergaderingen de discussie: is het goed om leerlingen muziek te laten luisteren tijdens de les? Op de school waar ik werk is het niet toegestaan om de telefoon zichtbaar te hebben, het gebruiken van een telefoon tijdens de les valt daar ook onder. 

En toch kan het handig zijn om de telefoons wel toe te staan. Ik doe het vrijwel nooit, ook omdat de leerlingen er bij mij niet om vragen, maar tijdens een lesbezoek zag ik dat het luisteren naar muziek tijdens het werken zeker wel nut kan hebben. De leerlingen maken op die manier zelfstandig hun opgaven, wat voor een stukje meer rust in de klas zorgt.

Het heeft natuurlijk ook gevaren om de telefoon toe te staan in de les. Leerlingen raken erdoor afgeleid, zeker als ze een berichtje ontvangen. Het risico is dat hun aandacht wordt verplaatst naar de telefoon in plaats van naar het werk en zo schiet je je doel voorbij.

Ik ben er geen voorstander van om leerlingen muziek te laten luisteren, maar als ik het zou toestaan, is het alleen in de rekenlessen. Hierbij moeten de leerlingen verplicht zelfstandig werken, terwijl ik ze bij wiskunde juist stimuleer om samen te werken. 

Laten jullie de leerlingen muziek luisteren tijdens de les?

Liefs!

zondag 9 oktober 2016

Jarig!

Vrijdag vroeg ik heel nonchalant aan mijn leerlingen of ze al met elkaar hadden afgesproken wat ze voor mijn verjaardag zouden kopen. Gisteren, zaterdag, was ik jarig en het was voor mij voor het eerst dat ik mijn verjaardag niet met mijn leerlingen kon vieren. Daarom probeerde ik er op een andere manier aandacht aan te geven...

De leerlingen werden plotseling heel enthousiast, terwijl ik het echt bedoelde als grapje. Er werden afspraken gemaakt over het kopen van een kaart, chocola en een fles wijn. Sommige leerlingen stelden zelfs voor om ook op zaterdag naar school te komen.

Ik ben benieuwd waar ze morgen mee binnen komen. Zullen ze het vergeten zijn of zijn ze echt massaal naar de stad gegaan om chocola te kopen? :-)

Liefs!

dinsdag 4 oktober 2016

Nadelen van een stagiaire

Vorige week beschreef ik de voordelen van een stagiaire, waarbij ik het onder andere had over de extra inspiratie en de "vrije tijd" als jouw lessen werden overgenomen door de stagiaire. Dit jaar merk ik helaas ook dat er nadelen zitten aan het hebben van een stagiaire.

Hiermee bedoel ik niet te zeggen dat de stagiaire die ik nu heb het heel slecht doet voor de klas, maar ik merk wel dat ik meer tijd kwijt ben aan de begeleiding. Vooral voor aanvang van de les heb ik er al best wat tijd in zitten, namelijk bij het bekijken van de lesvoorbereiding.

Het grootste nadeel van een stagiaire is namelijk dat een stagiaire geen kopie van jezelf is. Dat kun je natuurlijk ook helemaal niet verwachten, maar het zorgt er wel voor dat zij dingen heel anders aanpakt dan jij zelf doet. Om een voorbeeld te geven: mijn stagiaire is een stuk minder georganiseerd dan ik. Dat bleek toen ik voor het eerst haar lesvoorbereiding voor ogen zag, wat eigenlijk niet veel meer was dan wat gekrabbel op een blaadje dat uit een schrift gescheurd was. De lesvoorbereidingsformulieren die ze daarna invulde zagen er qua opmaak misschien wat beter uit, maar de inhoud liet te wensen over. Ze stuurde me regelmatig lesvoorbereidingen van lessen die ik al gegeven had. Natuurlijk is het mijn taak als begeleidster om haar hierin te helpen, maar ik vind het wel vermoeiend en onnodig. Als ik haar een planning stuur, mag ik toch verwachten dat ze die kan aflezen?

Ook tijdens de lessen zelf denk ik regelmatig: doe ik er goed aan om haar mijn lessen te laten overnemen? Ze stelt minder eisen aan de leerlingen dan ik. Zo hecht ze bijvoorbeeld minder waarde aan het opschrijven van berekeningen, terwijl dat juist zo belangrijk is bij het vak wiskunde. Ik kreeg van iemand de goede tip om eens samen een les voor te bereiden met haar, zodat ik dit soort dingen met haar kan bespreken voordat ze de les geeft, maar ook dat bleek niet te werken. Van tevoren zegt ze namelijk wel dat ze nadruk zal leggen op het noteren van berekeningen, maar zodra ze voor de klas staat, loopt ze les toch anders dan ze in gedachten had.

Ik merk een wereld van verschil tussen mijn stagiaire van nu en mijn stagiaire van vorig jaar. Het verschil is zelfs zo groot, dat ik betwijfel of ik volgend jaar nog stagebegeleidster wil zijn. Natuurlijk zitten er veel positieve kanten aan, maar ik merk dat ik tijdens de lessen die mijn stagiaire niet geeft extra hard moet werken om haar "fouten" recht te zetten.

Heb jij weleens een stagiaire gehad? Wat zijn jouw ervaringen?

Liefs!

woensdag 28 september 2016

Voordelen van een stagiaire

Vorig jaar, vlak voor de kerstvakantie, werd me gevraagd of ik een stagiaire wilde begeleiden. In eerste instantie had ik daar niet heel veel zin in. Ik zat in een enorm drukke periode en had last van een dip(je). Ik zat niet te wachten op nóg meer werk. Uiteindelijk heb ik er toch voor gekozen om het wel te doen. Waarom? 

Toen ik aangaf dat ik op dat moment al overvol met werk zat, werd meteen gezegd dat een stagiaire ook heel veel werk van je weg kan nemen. In eerste instantie dacht ik aan nakijk- en kopieerwerk en vooral dat eerste is werk dat ik liever zelf doe. Ik wil weten hoe mijn leerlingen ervoor staan en bovendien is de kans groot dat de stagiaire het werk anders (soepeler) nakijkt. Dat wilde ik niet. Maar er is ook heel veel ander werk dat de stagiaire over kan nemen: de lessen natuurlijk! 

Mijn eerste stagiaire was een fijne: het lesgeven ging ontzettend goed, waardoor ik haar al vrij snel alleen kon laten in het lokaal. Af en toe liep ik eventjes weg voor een bezoekje aan het toilet of het halen van een kopje koffie, maar die "uitstapjes" werden steeds wat langer. Even wat kopieerwerk, een toets in elkaar zetten, langs een collega voor werkoverleg, dat soort dingen. Toen ik doorhad dat ik haar met een gerust gevoel kon achterlaten, merkte ik dat het zeker ook voordelen heeft om een stagiaire te begeleiden. Het lukte om al mijn nakijkwerk af te ronden onder mijn eigen lestijd, waardoor ik 's avonds minder hoefde te doen. Hoe fijn is dat!

Daarnaast merkte ik al vrij snel nog een heel groot voordeel: door naar andere docenten te kijken, kom je veel over je eigen lesgeven te weten. Er wordt als het ware een spiegel voorgehouden. Je ziet van een afstandje wat voor effect bepaalde handelingen op de leerlingen hebben en zo kun je je eigen lessen ook anders aanpakken. Heel interessant!

Daarbij was mijn vorige stagiaire heel erg bezig met activerende werkvormen: elke les had ze weer een spel, een gezellige powerpoint of iets anders bedacht om de leerlingen een leuke tijd te bezorgen. Al die werkvormen zorgden er bij mij voor dat ik zelf ook zin had om leuke lessen te ontwerpen.

Vertel eens: heb jij weleens een stagiaire gehad? Welke voordelen heb jij ervaren?

Liefs!

dinsdag 13 september 2016

Onrustig gevoel

Na in inspirerende dag heb ik vaak een onrustig gevoel in mijn lichaam. Enerzijds ben ik doodmoe van alle indrukken die op me af zijn gekomen, maar aan de andere kant wil ik zo graag iets doen met alle inspiratie die ik op zo'n dag krijg.

Zoals ik gisteren al schreef, heb ik vandaag een aantal lessen van collega's bijgewoond. Het was mijn doel om te ontdekken hoe mijn collega's hun leerlingen motiveerden, maar ook om te zien welke werkvormen er werden gebruikt in hun rekenles. En hoewel de lessen van mijn collega's helemaal niet veel verschilden ten opzichte van mijn eigen lessen, ben ik wel een hoop wijzer geworden.

Het leuke van achterin de klas zitten is dat je een beter zicht hebt op de leerlingen. Doordat je zelf niet op hoeft te treden, kun je bijvoorbeeld veel beter letten op het gedrag van de leerlingen. Hoe reageren ze op hun docenten, en vooral: waarom reageren ze zo op hun docenten? In welke lessen voelen leerlingen zich op hun gemak? Welke leerlingen hebben een klik met de docent, en waar komt dat door?

Alleen het schrijven van bovenstaande alinea geeft me al veel nieuwe ideeën voor mijn lessen. Je ziet het: daar is het onrustige gevoel weer. Ik wil zo veel schrijven, ik wil zo graag mijn ideeën uitwerken, ik wil zo graag iets doen met alles wat me vandaag te binnen is geschoten... En doordat ik alles tegelijk wil, lukt er uiteindelijk helemaal niks.

Waarschijnlijk is het beter als ik me vanavond ga ontspannen. Morgen weer een nieuwe werkdag!

Liefs!

maandag 12 september 2016

Kijkje in andermans keuken

Deze week staat voor mij in het teken van een kijkje nemen in andermans keuken. Vanochtend heb ik een les bijgewoond bij mijn leukste collega (beter bekend als mijn man!) en morgen staan er veel lesbezoekjes bij mijn rekencollega's gepland. Waarom? Ik vind het heel interessant om te zien hoe mijn collega's lesgeven.

Als je een tijdje in het onderwijs zit, begin je een eigen stijl te ontwikkelen. Langzaam maar zeker ontdek je wat voor type docent je bent. Ik heb nu na vier jaren als zelfstandige voor de klas een "basis" voor mezelf gecreëerd. Ik kan me staande houden voor een klas met dertig pubers en ik kan ze zelfs van alles bijleren op het gebied van wiskunde en rekenen. Het lesgeven kost me niet heel veel energie meer, het gaat eigenlijk allemaal vanzelf. 

Maar op een gegeven moment kwam ik tot de conclusie dat ik meer wilde dan alleen mijn lessen draaien. Ik wil de leerlingen niet alleen de theorie uit het boek in hun hoofd stampen: ik wil het ook leuk maken. En dat is de reden dat ik deze week een hoop lesbezoeken ingepland heb staan.

Morgen mag ik de rekenlessen van vier collega's bijwonen en dat heeft twee redenen. Ten eerste wil ik zien of mijn collega's werkvormen gebruiken die anders zijn dan de "jullie werken zelfstandig en ik begeleid waar nodig is"-vorm. Ik ben de afgelopen dagen veel bezig geweest met het verzinnen van creatieve werkvormen waarbij de leerlingen op een speelse manier met rekenen bezig zijn. Ten tweede ben ik benieuwd hoe mijn collega's de leerlingen motiveren. Mijn brugklasleerlingen krijg ik tijdens een rekenles prima aan het werk, ze vinden het soms nog leuk ook om veertig minuten in stilte te rekenen met breuken... Maar mijn derde klassers hebben er toch meer moeite mee. Het woord "SAAI" is in grote letters op hun hoofden geschreven en ik kan ze geen ongelijk geven.

Ik ben heel benieuwd hoe mijn collega's hun rekenlessen vorm geven. Hopelijk krijg ik er een hoop inspiratie door!

Liefs!

dinsdag 6 september 2016

Consequent zijn: begin klein

Gisteren lukte het om voet bij stuk te houden toen twee leerlingen vroegen of ze naar het toilet mochten. Op mijn school wordt door het personeel geklaagd dat het te druk is op de gangen, maar dat is voor mij niet de reden geweest om de leerlingen binnen het lokaal te houden. De reden is dat het toilet verslavend werkt voor een klas: als ik één leerling toestemming geef, moet de rest ook ineens heel nodig...

Consequent zijn is een lastig dingetje, ik durf bijna te beweren dat alle docenten daar moeite mee hebben. Vorig jaar zijn er genoeg leerlingen geweest die het bij mij voor elkaar kregen om het strafwerk te halveren, of die tijdens de lestijd een boterham mochten eten omdat ze het in de pauze te druk hadden met andere dingen. Elk jaar probeer ik er weer op te letten om consequent te zijn, maar het blijft lastig.

Ik denk dat het belangrijk is om klein te beginnen. Bijvoorbeeld om de leerlingen voorlopig te verbieden om tijdens de les naar het toilet te gaan.

Liefs!

zondag 4 september 2016

Kan ik het nog wel?

Deze vraag komt opzetten aan het einde van elke herfstvakantie, kerstvakantie, voorjaarsvakantie, meivakantie en vooral aan het einde van de zomervakantie: kan ik het nog wel? Deze vraag brengt me elke keer aan het twijfelen en soms zelfs aan het huilen. Wat als ik de verkeerde keuze heb gemaakt? Wat als dat lesgeven echt niks voor mij is? Kan ik niet beter weer kiezen voor een baantje bij de supermarkt? Dat ik de laatste week van de zomervakantie standaard last heb van nachtmerries is toch een heel duidelijk voorteken?

Afgelopen week, toen ik een cursus volgde, werd ik gerustgesteld. Ik bleek namelijk niet de enige docent met dit soort vragen te zijn. De collega die naast me zat biechtte op dat ze zichzelf precies hetzelfde afvroeg, en toen zij eenmaal begon over haar twijfels, sloten er steeds meer collega's aan.

'Oh, dat heb ik ook!'
'Ja, ik ook! Af en toe word ik badend in het zweet wakker, zo erg zijn die nachtmerries.'
'Elke laatste zondagavond van de vakantie stel ik mezelf ook die vraag, of ik het nog wel kan. Maar als ik dan weer voor de klas sta, snap ik niet waarom ik mezelf dat afvroeg.'

Enerzijds is het een geruststelling dat ik hier niet de enige in ben, maar ik vraag me wel af waar deze twijfels bij mij en mijn collega's vandaan komen. En is het zo dat alle docenten twijfelen aan hun kunnen? Voeren we allemaal een toneelstukje op als we voor een groep met dertig leerlingen staan? Is er eigenlijk een docent die wel honderd procent overtuigd is van zijn eigen kunnen?

Heb ik een volger die in het onderwijs werkt en nog nooit van deze twijfels last heeft gehad? Ik ben benieuwd.

Liefs!
 


dinsdag 30 augustus 2016

Memory

Vorig jaar liep er een stagiaire met me mee die uren besteedde aan haar lesvoorbereidingen. Ze maakte niet alleen geweldige powerpoints, maar verzon ook leuke werkvormen. Als afsluiting van het schooljaar had ze een memoryspel gemaakt. 

Inmiddels heb ik mijn eigen draai aan haar werkvorm gegeven. Bij een cursus didactiek is deze werkvorm ook een keer besproken en werd er als extra tip gegeven om de leerlingen zelf eerst een memoryspel te laten maken. Dit heeft twee voordelen. 1: Als docent heb je minder werk, je hoeft de memorykaartjes namelijk niet te beschrijven. 2: De leerlingen leren er enorm veel van om zelf een spel in elkaar te zetten. Uiteraard geef je als docent wel richtlijnen.

Tijdens de lessen rekenen zet ik leerlingen het hele lesuur aan het werk. Heel effectief, je leert rekenen tenslotte door het te doen (oefenen, oefenen, oefenen, oefenen, oefenen...), maar een beetje saai is het wel. De leerlingen maken driekwartier lang sommetjes waarvan het niveau ver beneden hun eigen niveau is. Daarom wil ik proberen om aan de rekenlessen een leuke draai te geven. Ik laat de leerlingen eerst een half uur werken, daarna geef ik ze iets te doen waarbij ze wel met rekenen bezig zijn, maar dan gegoten in een andere vorm: het maken en het spelen van een memory!

Als voorbereiding heb ik zelf al kaartjes van 5 bij 5 cm gesneden in alle kleuren van de regenboog. Per groepje (van twee tot vier leerlingen) geef ik twintig kaartjes. Ze ontwerpen eerst zelf een memoryspel dat past bij het hoofdstuk dat ze aan het maken zijn. Als ze dat gedaan hebben, kunnen ze de resterende tijd gebruiken om het spel te spelen.

Het leuke van dit memoryspel is dat het inzetbaar is bij alle vakken. Bij de vreemde talen kun je het gebruiken voor de vertalingen van woordjes, bij geschiedenis en aardrijkskunde kun je het gebruiken voor de begrippen en zo is er bij elk vakgebied wel iets leuks te verzinnen!

Liefs!

vrijdag 26 augustus 2016

Stoelen aanschuiven

Ik vind het fijn als mijn lokaal netjes geordend is. Een opgeruimde werkplek zorgt voor een opgeruimd hoofd, zegt men. Dit gaat zelfs zo ver dat ik de leerlingen elke les vijf keer vraag om de stoelen aan te schuiven zodra ze het lokaal willen verlaten. Zodra de tafels en stoelen netjes staan, dus twee en twee, mooi tegen elkaar aan en de stoelen normaal aangeschoven, geeft me dat een prettiger gevoel dan wanneer alles schots en scheef staat. 

Niet alleen voor mezelf vind ik het prettig om alles netjes op een rijtje te hebben, ook voor de volgende groep is het fijn om binnen te komen in een opgeruimd lokaal, waarbij de stoelen zijn aangeschoven. Althans, wanneer ik een ruimte inkom waar het een zooitje is, krijg ik een apenkooiengevoel. Alsof alles kan en alles mag. Dat gevoel wil ik niet creëren bij dertig stuiterende kinderen.

Het kost energie om de leerlingen zo ver te krijgen om hun werkplek netjes achter te laten. Vlak voor het einde van de les vraag ik het de leerlingen een keer of drie en zodra een leerling het lokaal dreigt te verlaten terwijl zijn stoel niet is aangeschoven, fluit ik de leerling terug. Toch kwam het de afgelopen week nog te vaak voor dat ik zelf aan het einde van de les nog wat stoelen moest aanschuiven. Daar werd ik vandaag een beetje chagrijnig door, waardoor ik zelfs het woord "strafwerk" liet vallen. 'Als jullie straks het lokaal verlaten, noteer ik de namen van de leerlingen die hun stoel niet hebben aangeschoven. Die leerlingen krijgen in de les van maandag een flink stapeltje strafwerk. Hopelijk snappen die leerlingen daarna wel dat het een kleine moeite is om even een stoel aan te schuiven.' Het resultaat: dertig aangeschoven stoelen. 

Ik probeer me niet te veel af te vragen waar het bij de leerlingen fout gaat, of waardoor ze de moeite niet nemen om zich als een gast te gedragen in mijn lokaal en hun werkplek netjes achter te laten. Ik wil mijn energie liever te steken in het oplossen van dit probleem. En als waarschuwen met strafwerk het enige is dat werkt, dan is dat maar zo.

Liefs!

P.S. Voor de lezers die denken dat ik aan een dwangneurose lijd doordat ik dertig tegels kaarsrecht wil hebben: dat is niet zo. Maar vandaag schuiven ze hun stoelen niet aan, volgende week gooien ze hun vuilnis niet in de vuilnisbak en volgend jaar breken ze de boel af. We moeten toch ergens beginnen met het heropvoeden van de kinderen? ;-)