dinsdag 26 november 2013

Reflectie #4

Mijn vorige reflectie kwam ruim een maand geleden online. Tijd voor een volgende reflectie. Hoe gaat het met de vijf veranderingen die ik met ingang van dit jaar wilde doorvoeren? Je leest het hieronder.

Verandering 1: Onvoldoendes van de leerlingen
Ik ben ondertussen nog druk met het kopiëren van de toetsen waar groot een onvoldoende op staat, ik ben nog steeds vragenlijsten aan het uitdelen en innemen en ik ben ook nog steeds de toetsen aan het analyseren. Binnenkort komen de vergaderingen en tafeltjesavond om de hoek kijken. Ik ben benieuwd of het nut heeft gehad dat ik hier zo veel tijd aan heb besteed.

Verandering 2: De opstelling in mijn lokaal
Ik heb nog steeds amper in groepjes gewerkt. Erg jammer! Binnenkort wordt ons schoolgebouw verbouwd. We krijgen er extra lokalen bij. Hopelijk mag ik dan les gaan geven in een groter gebouw. Tot die tijd zal ik waarschijnlijk niet veel anders in mijn lessen doen dan wat ik nu al doe: twee aan twee werken.

Verandering 3: Huiswerkcontrole
Ik kijk zo af en toe de schriften van de leerlingen door. In de brugklassen is het minder nodig, maar bij mijn 2havo-leerlingen probeer ik het wel wekelijks te doen. Ik heb nu ook een nieuwe regel bij deze klas: als het huiswerk niet in orde is, kom je dit vrijdag het 8e uur inhalen.

Verandering 4: Consequenter zijn bij het geven van straf
Om meteen in te haken op het vorige: vrijdag het 8e uur staat. Ik heb geen medelijden met de leerlingen, want ik moet zelf ook tot vier uur 's middags lesgeven op vrijdag. Dat het van hun weekend af gaat, is hun eigen schuld.

Verandering 5: De stoelen en de tassen
Ik moet het blijven herhalen, maar dan lukt het wel. Ik heb dit overigens alleen bij mijn brugklassen toegepast. Bij 2havo is het nog steeds een zooitje met slingerende tassen op de grond. Daar moet ik ook maar eens iets van gaan zeggen, denk ik zo.

Liefs!
 

maandag 25 november 2013

Mentor in het voortgezet onderwijs, hoofdstuk 5

Hoofdstuk 5: Begeleidingsgesprekken

Vandaag een stukje over het vijfde hoofdstuk van het boek ‘Mentor in het voortgezet onderwijs’. Het hoofdstuk was bijna net zo dik als de vorige vier hoofdstukken bij elkaar, maar ik kwam er goed doorheen. Het was informatief en interessant tegelijk.

Het hoofdstuk ging over begeleidingsgesprekken. Een gesprek met een leerling bevat pedagogische en didactische doelen. Vaak gaan deze gesprekken over de ontwikkeling van de zelfstandigheid of zelfverantwoordelijkheid van de leerlingen. Bij het reflecteren van deze doelen is de reflectiespiraal van Korthagen erg handig. Deze bestaat uit vijf fases; de ervaring, terugblikken hierop, conclusies trekken, een nieuwe werkwijze bedenken en deze uitproberen.
Omdat niet iedereen uit zichzelf deze stappen doorloopt, is daar de rol van de mentor. Hierover wordt meer beschreven in het volgende hoofdstuk.

Van het doel van het gesprek gaan ze in het boek over naar de leerling. De leerling met wie de mentor het gesprek heeft wil uiteraard serieus genomen worden. In de tweede paragraaf geven ze hier wat tips voor. De belangrijkste tip is om vragen te stellen. Toon interesse in de leerling en vraag vooral ook door. Een andere tip is om empathie te tonen. Koppel vooral ook terug wat je bij een leerling ziet.

Ik jump meteen door naar de vijfde paragraaf van het hoofdstuk, waarbij ze het hebben over de organisatie van het gesprek. Bij een mentorgesprek hoort natuurlijk een goede voorbereiding. Lees alle informatie over een leerling nog even door, verzamel informatie wat je in het gesprek nodig zal hebben en vraag ook aan de leerling om zich voor te bereiden. De leerling wil misschien zelf iets inbrengen. Hiervoor bestaan ook vragenlijsten die een leerling in kan vullen voorafgaand aan het gesprek.
Een tweede stap is om duidelijk het doel van het gesprek te formuleren. Wil je het hebben over het gedrag? Over de cijfers? En wat voor soort gesprek wordt het?
Na het gesprek is het tijd voor de afronding. Bespreek met de leerling nog even kort wat de eventuele afspraken zijn. Maak hiervan ook – tijdens of na het gesprek – een verslag. Handig voor de leerling om terug te lezen, absoluut handig voor jezelf en misschien ook nog voor collega’s.

Ik noemde het net al kort. Er zijn verschillende soorten gesprekken. In dit hoofdstuk behandelen ze vijf soorten mentorgesprekken. Ze beginnen met het kennismakingsgesprek, wat uiteraard ergens aan het begin van het schooljaar plaats zal vinden. Vervolgens komt het probleemverhelderend gesprek, het adviesgesprek en het slechtnieuwsgesprek. Een laatste soort gesprek is het bemiddelend gesprek, een gesprek met meer dan één leerling.

Hoofdstuk 6 zal gaan over de rol van de mentor bij het begeleiden van leerlingen bij het leren. Over twee weken zal mijn verslag daarvan online komen.

Liefs!

zaterdag 23 november 2013

Dagboek: Repetitieweek numero uno (#11)

Afgelopen week hebben we op mijn werk de eerste repetitieweek van het jaar gehad. Ik weet nog dat dit vorig jaar altijd aanvoelde als een weekje vakantie. Nu heb ik toch wel het idee gehad dat ik echt gewerkt heb!

 
Dinsdag hoefde ik maar tot half elf naar mijn werk. Aan dat soort tijden kan ik echt wel wennen! Na schooltijd heb ik nog wel wat toetsen nagekeken. Ze waren gelukkig goed gemaakt, dat geeft me toch altijd wel een goed gevoel. Zeker omdat het de laatste toets voor het rapport was.

Op woensdag mocht (moest…) ik surveilleren bij mijn 2havo-klas. Schatjes, echt waar! Het liefst zou ik ze elke les een toets willen geven. Heerlijk zoals ze waren. Tijdens het surveilleren heb ik de andere toetsen nagekeken en een beginnetje gemaakt in mijn Mentor-boek. Aanstaande maandag komt daar een stukje over online.
In het laatste uur, een studieuur, van die dag vroeg ik aan de klas wie er nog een hoesje wilde hebben voor een iPhone. Ik heb laatst namelijk een nieuwe telefoon gekocht, maar het hoesje was nog voor een ouder model. Ik kon er gelukkig een leerling, Selma, heel blij mee maken.

Donderdag was weer mijn extreem lange dag. ’s Morgens op half zeven de deur uit, ’s avonds om half elf pas weer thuis. En tussendoor negen uur lang wachten. Bah! Ik woon net op zo’n afstand van de school dat het zonde is om tijdens het wachten naar huis te gaan. Daarnaast kost het ook nog eens een smak met geld. Elf euro voor een retourtje en dat twee keer per dag. Nee, daar ga ik niet aan beginnen. Ik weet wel leukere dingen te doen met dat geld. Zoals een lunch met een collega bijvoorbeeld. Ze stelde voor om eens samen te lunchen en donderdag hadden we eindelijk de afspraak staan. We zijn naar een gezellig restaurantje in de buurt gegaan. Na de lunch ging zij naar huis, ik mocht weer richting school voor mijn “avonddingetje”. De tijd dat ik nog moest wachten kon ik prima doden met een reep chocola. Selma was namelijk zo blij met haar nieuwe telefoonaccessoires dat ze blij op me afliep met een mooi ingepakte reep chocola. Thanks!

Op vrijdagochtend had ik het ook wel flink moeilijk. Ik kreeg spontaan koorts, verkoudheid, griep, hoofdpijn en misselijkheid toen ik om half zes de wekker hoorde loeien. Bah! Gelukkig hoefde ik ook de laatste dag van de week maar tot kwart over tien naar mijn werk. Om half twaalf was ik weer thuis. Mijn weekend begon dus vroeg!

Ook dit weekend wil ik tijd spenderen achter mijn computer. Het begint een gewoonte te worden! Ik moet nog wat notities invoeren voor de rapportvergaderingen, ik wil blogs schrijven en ik wil het verbeteren van mijn verhaal ook weer oppakken. Eind november wilde ik het hele ‘boek’ verbeterd hebben. Ik mag dus wel opschieten!

Liefs!

woensdag 20 november 2013

Tip: Interpreteer 'orde' ruim (#31)

Ik schreef het al eens eerder, maar ik dacht altijd dat ‘orde houden’ betekende dat het muisstil is in je lokaal. Dat er niet wordt gepraat, dat de leerlingen alleen maar met hun opdrachten bezig zijn. Nu weet ik dat het niet zo is. ‘Orde houden’ mag best wat ruimer genomen worden. Dat is ook in onderstaande tip te lezen.

Hoofdstuk 9, tip 7: Interpreteer ‘orde’ ruim
Orde wordt vaak geassocieerd met rust en regelmaat. Maar dat hoeft niet. Orde is ook taakgericht bezig zijn. Bijvoorbeeld als je je leerlingen opdraagt op groepen te vormen. Iedereen loopt dan door elkaar heen; het is onrustig, maar er is wel orde. Immers, de groep is bezig met de taak, het vormen van subgroepen.

Ik heb er altijd respect voor als ik langs een lokaal loop en zie dat alle leerlingen muisstil aan hun werk zitten. Respect voor de docent, maar ook voor de leerlingen. Vijftig minuten lang in rust werken, dat is echt een enorme prestatie. Ik ben zelf absoluut geen druk persoon, maar als ik vijftig minuten lang geconcentreerd met mijn werk bezig moet zijn, dan zou ik gillend gek worden. Dat is echt niet aan mij besteed.

Ik moet er dan ook niet aan denken dat de leerlingen vijftig minuten lang stil zijn. Ik merk nu al bij tien minuten stilte dat het bij mij begint te kriebelen. ‘Wat zijn jullie goed aan het werk,’ zeg ik dan om de stilte te verbreken. Negen van de tien keer wordt er vanaf dat moment wel gepraat. Gelukkig maar!

Ideaal zou zijn als de leerlingen zachtjes praten met de buurman of buurvrouw. Het liefst over de wiskundestof, maar af en toe een uitstapje naar een ander onderwerp keur ik ook niet af. Het mag af en toe een beetje ‘uit de hand lopen’, als ze daarna maar wel weer rustig aan het werk gaan. Met ‘rustig’ bedoel ik niet dat het compleet stil moet zijn, als iedereen zich maar op zijn of haar eigen werk kan concentreren.

Liefs!

maandag 18 november 2013

Werkblad ‘Smarties’

Binnenkort ga ik met een hoofdstuk over procenten en diagrammen beginnen. Ik weet nog wel dat we op de opleiding een werkblad kregen om daarbij cirkeldiagrammen te tekenen. Zoiets lijkt me ook wel leuk om te doen met mijn 2havo-klas!

Ik heb een werkblad gemaakt die past binnen de theorie van het boek. Bij het werkblad hoort ook nog een stuk theorie. De theorie wil ik in de les bespreken, maar op het werkblad heb ik een samenvatting van de theorie gezet. Zo kunnen de leerlingen hier af en toe nog een blik op werpen.

De benodigdheden voor deze les zijn simpel: de leerlingen zorgen voor een pen, een potlood, een passer en een geodriehoek. Ook gekleurde potloden zijn nodig voor de legenda (bij de cirkeldiagram). De docent, ik dus, zorg voor doosjes smarties, M&M’s of andere gekleurde snoepjes.

Het werkblad wijst zich van zelf, maar voor vragen kun je altijd een reactie achterlaten.

Liefs!

P.S. Het werkblad vind je ook onder 'Documenten'!

zaterdag 16 november 2013

Dagboek: Op en top genieten (#10)

Wat een heerlijk weekje heb ik toch achter de rug. En nu ik weer zo geniet van het lesgeven, merk ik ook dat de dagen (en dus de weken) een stuk sneller gaan. Om dinsdagochtend zie ik er nog tegenop om vier dagen voor de klas te staan, maar op vrijdagmiddag weet ik weer waar ik het voor heb gedaan. Vrijdagmiddag, als ik na vieren het gebouw moe maar voldaan verlaat, heb ik ook wel het idee dat ik écht gewerkt heb. Ik sta dan nog wel altijd even stil bij hoe fijn het ook al weer is om docent te zijn.

De dinsdag vloog niet, zoals vorige week, voorbij. De lesuren kropen af en toe voorbij en ik heb me ook meerdere keren afgevraagd of de klok misschien stilstond. Pas na de tweede pauze ging het in de versnelling. Ach, dat soort dagen moet je er ook tussen hebben.
 
Op woensdag heb ik weer veel kunnen doen in mijn tussenuren. Printen, kopiëren, voorbereidend werk voor komende week (repetitieweek!), toetsen controleren enzovoorts. Het is onvoorstelbaar hoeveel papier er op zo'n dag door mijn handen gaat. Het verbaast me dat er nog steeds bomen rechtop staan.
 
En dan de donderdag... Weer mocht ik 's avonds meewerken aan een naschoolse activiteit. Half acht 's morgens aanwezig in het gebouw en pas om half tien zat ik in de auto van mijn vriend richting huis. Gelukkig was het wel een leuke dag. Zo had ik een goed gesprek met een leerling in de studieles, over wie ik vorige keer al iets in de intervisie-blog schreef. De studieles ging niet meer over wiskunde, maar we hebben het gehad over 'Hoe ga je om met docenten?'. Erg leerzaam, zowel voor haar als voor mij. Ook had ik op donderdag eindelijk weer een vergadering met de wiskunde-afdeling. We zien elkaar in bijna iedere pauze, maar de vergadering met elkaar is toch al zeker zes weken terug. En 's avonds was ik dus druk bezig op school. Ik heb weer enorm genoten, maar het leukste van de avond was toch wel dat mijn vriend ook in de zaal zat. Joepie!
 
De vrijdag bestond uit veel tussenuren. Ik heb een toets uitgewerkt en gekopieerd, ik heb met leerlingen gepraat over hun onvoldoendes en ik heb dit blogje geschreven. 's Avonds als ik thuis kom, ben ik vaak zo uitgeput dat het schrijven van een blog er niet meer in zit. Thank God zijn daar de tussenuren en de weekenden!
 
Dit weekend wordt dus weer een blog-weekend. Schrijven, schrijven, schrijven!

Liefs!
 
P.S. Vrijdagmiddag had ik een leerling die van drie uur tot half vijf moest nablijven. Ik vond het best sneu, want vanaf vier uur werden de lichten al langzaam uitgezet. Maar ik zou consequent zijn dit jaar met het geven van straffen en dat heb ik gedaan! ;-)

woensdag 13 november 2013

Intervisie: Onhandelbare leerlingen bij steunles (#5)

Ik kan me nauwelijks heugen wanneer de laatste intervisie-blog online kwam, dus het wordt tijd voor een nieuwe. Vandaag wil ik het hebben over twee onhandelbare leerlingen die ik voor mijn neus krijg bij steunles – een lesuur waarbij leerlingen kiezen voor welk vak ze extra uitleg willen.

De situatie
De leerlingen – zo’n vijftien in totaal – druppelden mijn lokaal binnen. Ik wilde net beginnen met mijn uitleg toen er twee giechelende meisjes binnen kwamen lopen. Zonder iets tegen me te zeggen liepen ze door naar twee tafels achterin het lokaal. Ze praatten nog met elkaar door, zwaaiden naar een jongen die buiten liep, giechelden nog wat af… Terwijl ik stond te wachten om de les te beginnen.

Ik vroeg de meiden naar hun naam, maakte ze duidelijk dat het bij mij heel normaal is als ze eerst langs mij komen voordat ze, pratend en lachend, direct naar achteren lopen, en vroeg de meiden om hun boek open te doen. Het duurde even, want ze pakten eerst een snoepje dat werd aangeboden door één van hun vriendinnen. Een minuut later stonden hun tassen nog steeds op tafel en waren hun boeken nergens te bekennen. Toen ik nog een keer vroeg waar die boeken bleven, kreeg ik een brutale mond terug.

Ik stuurde de twee naar de afdelingsleider, want hier had ik geen zin in. Aan het eind van de les kwamen ze terug met een rode kaart. “We snappen niet waarom we het lokaal uit zijn gestuurd,” stond erop. Ik legde het de dames uit, schreef op de kaart dat ze brutaal waren geweest en gaf de kaart terug.

‘We waren helemaal niet brutaal,’ zei één van hen. Ik probeerde het nog een keer uit te leggen, maar daar hadden ze geen behoefte aan. Ze gristen de kaart van tafel, liepen vloekend het lokaal uit en smeten de deur achter hen dicht.

Hulpvraag
Hoe had ik (eerder?) in moeten grijpen, zodat deze twee meisjes normaal hadden gereageerd op de situatie?

De mogelijke oplossingen
1. Duidelijke aanwijzingen geven aan het begin van de les. Op tijd komen in de les, eerst namen doorgeven, vervolgens een plekje zoeken. Boek, schrift en etui uit de tas pakken, tas op de grond zetten en luisteren naar de instructie.

2. Duidelijk vertellen wat er niet goed ging. Niet eerst nog zwaaien naar een klasgenoot die buiten staat, een snoepje aanpakken van iemand anders, tassen op tafel laten staan en nog even gezellig zitten kletsen. Deze steunles is immers geen theekransje.

3. Bij het wegsturen duidelijk vertellen waarom ze weg zijn gestuurd. ‘Ik stuur jullie nu naar meneer Visser, omdat jullie te laat binnen kwamen, vervolgens nog gingen kletsen, jullie kwamen je niet melden en nadat ik twee keer heb gevraagd om de boeken open te doen, kreeg ik een grote mond.’

4. Ik had bij het ontvangen van de leerlingen na de les één voor één met de meisjes moeten praten, in plaats van allebei tegelijk. Zo hebben ze gegarandeerd een minder grote mond (omdat ze zich niet tegenover hun vriendin hoeven te bewijzen) en zijn ze beter benaderbaar.

5. Bij het weggaan had ik ze moeten wijzen op hoe het wel moet. Ik had ze met een positief gevoel weg moeten laten gaan. Dat was voor beide partijen prettiger geweest.

Liefs!

maandag 11 november 2013

Mentor in het voortgezet onderwijs, hoofdstuk 4 (dl II)

Hoofdstuk 4 – Organisatie van het mentoraat op school

Twee weken terug schreef ik al over het eerste deel van hoofdstuk 4. Hoofdstuk 4 is geen lang hoofdstuk, maar toch heb ik het opgeknipt in twee delen. Dit komt doordat het hoofdstuk een enorm overload aan informatie bevat. Vandaag kijk ik naar het tweede – en laatste – deel van het vierde hoofdstuk uit het inmiddels bekende boekje.


Het begint meteen met een interessant stuk over scholing voor beginnend mentoren. Ergens eind vorig jaar kreeg ik een e-mail van één van mijn collega’s of er nog geïnteresseerden waren voor zo’n soort cursus. Absoluut! Ik heb direct een mail teruggestuurd dat ik daar wel aan mee wilde doen. De cursus is nog niet begonnen, maar ik ben er wel erg benieuwd naar. In ieder geval; het stukje gaat er dus over dat er op sommige scholen wel eens zo’n cursus gegeven wordt. Mocht dat er niet zijn, dan kan het altijd leerzaam zijn om je collega’s om tips te vragen, omdat zij al meer ervaring hebben met het vak.

Van de hak op de tak springt het over naar ouderavonden en mentorenoverleg. Ik weet dat er op mijn werk ook sprake is van dit bovenstaande, maar ik heb er nog nooit deel van uitgemaakt. Eigenlijk best jammer, want het lijkt me toch wel interessant. Ik ben vooral benieuwd naar de inhoud van het mentorenoverleg. Wie weet dat ik dit jaar eens gewoon een stoeltje aanschuif!

De andere paragrafen gaan over de invulling van het mentoruur. Voor veel mentoren is het namelijk onduidelijk wat er gedaan en besproken moet worden in zo’n lesuur. Over het algemeen is er geen boekje waar het programma in staat. Ik heb het vermoeden dat de inhoud van de lessen wordt besproken in het mentorenoverleg, maar zeker weten doe ik dat niet.

Het volgende hoofdstuk zal gaan over begeleidingsgesprekken, dat lijkt me interessant!

Liefs!

zaterdag 9 november 2013

Dagboek: Waar is mijn bed? (#9)

Ik heb zo’n week gehad waar ik heel tevreden over ben, maar waar ik wel echt helemaal kapot van ben. Echt waar, de vrijdag wilde ik de hele dag alleen maar slapen. Helaas lukte dat pas ’s avonds om elf uur. Anyway, terug naar het begin.

Dinsdag had ik een hele aparte dag. Ik gaf les, deed wat nakijkwerk in mijn tussenuren en ik herinnerde me nog dat ik tijdens een les op de klok keek. Twee uur. Ik schrok er echt van. Op dinsdag ben ik om tien over twee vrij – tien minuten nadat ik op de klok keek dus – maar ik had nog niet eens het idee gehad dat ik had gewerkt. De dag verliep zo heerlijk op rolletjes dat de tijd echt voorbij gevlogen is. Heerlijk, die dagen!

Op woensdag had ik precies zo’n dag. Op woensdagochtend heb ik twee tussenuren achter elkaar en ik heb toen zo ontzettend veel kunnen doen. Nagekeken, cijfers ingevoerd, heel veel gekopieerd, dingen bij collega’s in postvakjes kunnen stoppen, mijn werk van donderdagavond voorbereid…

Ja, want donderdag moest ik weer tot ’s avonds laat werken. Ik vind het heel jammer dat ik niet op mijn blog kan schrijven wat ik die avond heb gedaan (omdat wij de enige school in Nederland zijn die dit organiseren), maar ik wil er wel over kwijt dat het heel leuk is om te doen. Leuk, leerzaam en ook een beetje stressy. Ik sta namelijk voor een grote zaal vol met mensen. Echt waar, als je dit een paar jaar terug tegen me zou zeggen, zou ik je ronduit uitlachen. Ik, vol een grote zaal? Ehhh… Oké! 

De vrijdag was ik dus erg moe. Ik was donderdagavond pas na half elf thuis en ik kon toen niet meteen slapen. Ik heb nog een uur wakker gelegen in bed. Ik baalde er enorm van – wat slaap is zooo belangrijk voor mij! – maar het was niet anders. Vrijdag merkte ik dit wel. Om zes uur mijn bed uit (ik mag tegenwoordig van mezelf een trein later nemen!) en vervolgens lesgeven tot vier uur ’s middags. Ik ben dan ook ontzettend blij dat ik vrijdag wel allemaal leuke lessen had. De vrijdag heeft toch altijd een andere sfeer. Ontspannen of zo. Ik vind het in ieder geval heerlijk!

Dit weekend heb ik volgepland. Gelukkig met alleen ontspannende dingen. Blogs schrijven, heel veel lezen, wat huishoudelijke taken en wat familiebezoeken. Ik zie er nog een beetje tegenop om dinsdag te moeten beginnen (want ik wil nu alleen nog maar slapen!), maar dat kan ik gelukkig wel snel uit mijn hoofd praten. Het is absoluut niet meer zo erg als een paar weken terug – Thank God!

Ik wens jullie een heel fijn weekend!

Liefs!

woensdag 6 november 2013

Wel of niet: de pauze gebruiken voor gesprekken met leerlingen?

“Kan ik in de pauze even met u praten over mijn cijfers?”
“Zou ik in de pauze extra uitleg kunnen krijgen voor de repetitie?”

Die vraag krijg ik best vaak. Het antwoord blijf ik moeilijk vinden. In het verleden was het namelijk zo dat ik dagen met zes of zeven lesuren achter elkaar had. De pauzes waren dan mijn enige rustmomentjes van de dag. Toch lukte het me vaak niet om ‘nee’ tegen deze leerlingen te zeggen.

Waarom ik dat lastig vind? Ik vrees dat ik anders straks van de ouders te horen krijg dat ik geen tijd vrij wil maken voor hun kind. De pauzes zijn uiteraard niet bedoeld voor bijles, maar bij sommige leerlingen is het nu eenmaal nodig om één op één over de cijfers te praten. Ten eerste hoeft de rest van de klas dat niet te horen. Ten tweede heb ik het idee dat de leerling een stuk beter luistert (en oppikt!) als ik dit individueel met hem/haar bespreek.

Maar dat extra uitleg is wel een heel ander geval. Dat is eigenlijk bijles en dat staat niet in mijn takenpakket. In dit geval ging het om een leerling uit de tweede klas. Ik zie de leerling drie lesuren in de week. Tijd genoeg om het in de les te vragen, zou je denken.  Maar in de les is deze jongen helaas veel te veel met andere dingen bezig. Waarom ik het dat toch doe dat ik mijn pauze voor hem opoffer en niet gewoon tegen hem zeg: “Hé Joep, misschien moet je gewoon in de les wat meer opletten?” Deze jongen heeft op de basisschool een enorme achterstand gehad wat betreft rekenen. Wegens medische redenen heeft hij veel te veel stof gemist en dat merk ik nu enorm. De tweede reden is dat deze jongen, ook wegens medische redenen, medicijnen slikt. En die medicijnen zorgen er bij hem voor dat hij druk wordt en dat zijn concentratie enorm afneemt. Daarom heeft hij er in de les niet altijd zijn hoofd bij.

Of ik de pauze gebruik voor gesprekken met leerlingen? Het antwoord is ja, maar alleen als/omdat het niet anders kan. Extra uitleg moeten de leerlingen in de les vragen – op deze ene jongen na. Praten over cijfers of andere dingen die in de les niet kunnen: vooruit dan maar. Ik offer mijn pauze wel op. Maar alleen omdat het moet…

Liefs!

dinsdag 5 november 2013

Stoppen met blog

Ik schreef in mijn update over mijn goede voornemens al dat ik wilde stoppen met andere blog; de blog waarop ik schreef over de boeken die ik gelezen had. Mijn plan was om dit voor 2013 nog even af te maken, maar ik merk dat ik de laatste paar weken nog maar heel weinig lees. Daarom heb ik deze blog per direct stopgezet.

Maar met deze blog ga ik wel vrolijk door, hoor!

Liefs!

maandag 4 november 2013

Wedstrijdelement toevoegen aan je les

Ik schreef er al eerder over, maar het toevoegen van een wedstrijdelement aan je lessen heeft vrijwel altijd een positief gevolg. De leerlingen zijn gemotiveerder en dat komt je les ten goeden.
Vandaag wil ik twee kleine voorbeelden geven van dit soort wedstrijdelementen. De eerste kost nauwelijks tijd, met de tweede ben je misschien iets langer bezig in je vrije tijd. Maar… doe er je voordeel mee!


1. De drie beste posters
Ik heb de leerlingen uit één brugklas posters laten maken over het eerste hoofdstuk uit het wiskundeboek. Dit had te maken met de stickers die ze konden verdienen. Voor het maken van een poster krijgen ze een sticker bij ‘Extra opdracht’.
Nu is het natuurlijk al heel leuk om een sticker te winnen, maar als extra dingetje heb ik er aan toegevoegd dat ik de drie mooiste posters aan de muur ga hangen. En ineens werden ze fanatiek, hoor, die leerlingen!

2. De ‘leerling van de week’
Je zou zoiets als een ‘leerling van de week’ kunnen oprichten. De leerling van de week is een leerling die zich goed gedraagt in de klas, die boven zichzelf is uitgestegen, die een cijfer heeft gehaald ver boven zijn eigen gemiddelde enzovoorts. Elke week zet je een andere leerling in het zonnetje. Als je dit vaak terugbrengt in je les, zullen de leerlingen zeker gemotiveerd zijn. Hang er nog iets leuks aan vast: een grote foto van de leerling die de hele week op de muur mag blijven hangen met daarboven groot de tekst dat hij de leerling van de week is. Of een oorkonde. Of beide.
Omdat er ongeveer veertig weken in een schooljaar zitten, zou iedereen hiervoor aan de beurt kunnen komen. Je zou ook zoiets als ‘leerling van de maand’ kunnen doen.

Liefs!

zaterdag 2 november 2013

Dagboek: Genieten! (#8)

Ik kan niet zeggen dat dit een doorsnee week was, maar fijn was het wel. Ondanks dat ik vier dagen last van mijn keel en een krakende stem had, heb ik wel van mijn lessen genoten.
 
Niet van allemaal hoor, want dinsdag gingen de lessen echt niet zo goed. Ik ga dit keer de schuld niet geven aan iemand buiten mezelf: het was een beetje mijn eigen fout dat de lessen te chaotisch waren. Ik wilde te veel doen in te weinig tijd. Daar word ik onrustig van, maar de leerlingen ook! En dat heb ik geweten.
 
Op woensdag ging het al iets beter. Ik durf te wedden dat mijn leerlingen uit 2havo niet heel blij met me waren, want ik heb bij de halve klas de schriften gecontroleerd. Dinsdag had ik het al aangekondigd, woensdag voerde ik het uit. En alsnog waren er leerlingen die het niet in orde hadden. Of die zelfs hun schrift "vergeten" waren.*
 
Donderdag klonk mijn stem steeds slechter. In oktober was ik al twee dagen ziek, dus ik ging me echt niet weer ziekmelden. Bovendien had ik die dag drie repetities en als ik flink schreeuwde, was ik nog best verstaanbaar. Goed te doen dus. Al was ik best uitgeput na die dag. Toen ik thuiskwam dook ik meteen mijn bed in. Van vier uur 's middags tot acht uur 's avonds heb ik in bed televisieprogramma's teruggekeken op mijn laptop. Uitstekend vermaak dus! Om half negen, nadat ik mijn Facebook en Twitter had gecheckt, ben ik toch maar gaan slapen. Heerlijk!
 
Vrijdag klonk mijn stem nog kutter dan kut, maar dat had nauwelijks invloed op mijn lessen. Bij 2havo deed ik weer een schriftcontrole (en wéér leerlingen die hun schrift niet in orde hebben, oh oh!), in mijn brugklassen zorgde ik ervoor dat iedereen medelijden met de kreeg vanwege mijn stem - en daardoor rustig aan het werk gingen - en zo vloog mijn dag van vier lesuren en vier tussenuren voorbij.
 
Maar... Thank God It's Saturday, want de week had niet langer moeten duren. Ik kan mijn stem drie dagen met rust laten. Drie dagen schrijven voor mijn blog. Vier repetities nakijken. O ja, en het huishouden! Ik kom de vrije tijd wel door.
 
Liefs!
 
* Ik had een leerling van wie de schrift was afgepakt door zijn zusje. Precies op de dag van de schriftcontrole. Heel vreemd vond ik dat. Daarom vroeg ik aan de jongen of ik het telefoonnummer mocht van één van zijn ouders. Dan kon ik het even controleren.
En verrek! Het schrift zat toch ineens in zijn tas... De leerlingen zijn soms zo doorzichtig. ;-)

vrijdag 1 november 2013

Mijn voornemens, update 10

We gaan nu echt naar het einde van het jaar. Nog twee maanden en dan zitten we aan de oliebollen en appelflappen. Ik zie op tegen het slechte weer, maar stiekem houd ik wel van die knusheid. Kerst vieren met de familie, een glas (kinder)champagne drinken met mijn vriend, kerstfilms kijken met de kaarsjes aan en natuurlijk het verzinnen van de nieuwe voornemens! Want geloof me, die heb ik genoeg!

1. Verder met mijn blog
Laat ik het zo zeggen: ik moet moeite doen om géén 333 blogs online te hebben aan het einde van het jaar. Het gaat echt lekker met mijn blog. Ik had aan het begin van het schooljaar een kalendertje ingevuld met welke blog op welke dag online moest komen. Ik moet eerlijk toegeven dat ik er niet dagelijks op kijk en dat ik ook wel eens afwijk, maar de hoofdlijnen blijven hetzelfde en dat zorgt er toch wel voor dat ik wekelijks ruim over de drie posts zit.

2. Een boek schrijven
Ik ben begonnen aan het herschrijven van mijn verhaal en dat loopt op zich best goed. Ik heb zitten twijfelen om mijn boek in eigen beheer uit te geven, maar ik heb toch besloten om het via de reguliere weg te willen. Het maakt me niet uit hoe veel energie ik erin moet steken, maar het zal me lukken (ooit).

3. Heel veel lezen
Vorige maand gaf ik de schuld aan de 'opstartmaand' van mijn werk, vandaag weet ik niet waar ik de schuld aan ga geven. Het komt er op neer dat ik net veel meer heb gelezen. Ik vond het altijd zo stom als anderen zeiden dat ze geen tijd hebben om te lezen (daar maak je toch tijd voor?), maar nu heb ik er zelf ook geen tijd voor gehad. Zonde, want ik heb nog zoveel leuke boeken liggen die wachten om gelezen te worden!

4. Mijn andere blog oppakken
Over alle boeken heb ik een blog geschreven.
Klik hier om te zien welke boeken dat waren en wat ik ervan vond.
Ik heb overigens besloten om met deze blog te stoppen. Voor 2013 maak ik het even af, maar daarna maak ik er een eind aan. Ik merk dat ik door deze blog niet ineens meer ga lezen, en ik merk ook dat ik door het lezen niet ineens veel liever schrijf voor deze blog. Het heeft dus niet echt een toegevoegde waarde. Ik vind het schrijven over het onderwijs toch net even wat leuker!

5. Engels leren
Ook deze maand heb ik niets gedaan aan het 'Engels leren'. Zal ik dat dan maar weer opschuiven naar de komende maand? 

6. 50.000 woorden schrijven
In oktober wilde ik verder schrijven aan het verhaal waar ik in augustus zo veel tijd en energie in heb gestoken. Het is me niet gelukt, maar ik ben allang blij dat ik die 50.000 woorden heb kunnen schrijven.

7. Mijn blogs bundelen
Ik was compleet vergeten dat ik dit zou doen. Wat ben ik toch lekker bezig!

Liefs!

* Lees ook de eerdere blogs over mijn voornemens *

woensdag 30 oktober 2013

Tip: Betrap hem op goed gedrag (#30)

Ik heb in 2havo een jongen zitten met ADHD. Vorig jaar was hij nog (enigszins) te corrigeren, maar dit jaar is dat echt lastig. Ik besloot het boekje met tips te raadplegen en kwam daarbij op de volgende tip.

Hoofdstuk 16, tip 5: Betrap hem op goed gedrag
Complimenteer hem direct als hij goed luistert of eerst zijn vinger opsteekt voor hij praat. Of steek even je duim op. Hij zal de volgende dag eerder geneigd zijn weer zijn best te doen.


Wat ik nu ga zeggen klinkt ontzettend fout, maar ik vind het af en toe best jammer dat ik zelf niet iemand ken (in mijn persoonlijke omgeving) met ADHD. Het zou voor mij als docent veel makkelijker zijn als ik de persoon achter de ‘ADHD’ kan zien. In de lessen zie ik vaak alleen de nadelen van deze leerlingen. Natuurlijk weet ik dat deze leerlingen ook heel veel positieve kanten hebben, maar ik vergeet daar helaas te vaak naar te kijken.

Misschien moet ik deze jongen als een soort projectje zien. Ik denk dat ik veel van deze leerling kan leren wat betreft omgaan met leerlingen met ADHD. Het is een ontzettend lieve jongen, maar ik zie bij hem dat zijn ADHD (en lichte vorm van autisme) bij hem enorm in de weg zit.

Ik zal proberen de komende tijd wat trucs op hem toe te passen. Zonder dat hij het merkt natuurlijk! Gewoon, wat complimenten, wat positieve aandacht… Ik ben benieuwd waar dat toe gaat leiden! 

Liefs!

maandag 28 oktober 2013

Mentor in het voortgezet onderwijs, hoofdstuk 4 (dl I)

Hoofdstuk 4 – Organisatie van het mentoraat op school

Na drie hoofdstukken met wat achtergrondinformatie over de doelgroep begint met dit hoofdstuk eindelijk de interessante informatie. Het vierde hoofdstuk heeft alles te maken met de regelingen rondom het mentoraat. Het hoofdstuk is niet heel lang, maar is wel in veertien paragrafen opgedeeld. Daarom heb ik besloten hier twee blogs over te schrijven. Vandaag het eerste deel, over twee weken het tweede deel.

Eén van de eerste paragrafen heeft als titel ‘Wie wordt mentor?’. De alinea begint met de volgende zin.
‘Omdat elke docent over zowel (vak)didactische als pedagogische kwaliteiten hoort te beschikken, zou elke docent mentor moeten kunnen zijn.’
Ik heb er lang tegenop gezien om naast gewone lessen ook mentor te zijn. Het is niet dat ik het niet wil, maar ik ben bang dat ik er niet goed genoeg voor ben. Dat zal mijn onzekerheid wel zijn.
Toch heeft dit boek wel gelijk met deze zin. Als je docent bent, moet je toch enige vorm van affiniteit met de leerlingen hebben (in de goede zin natuurlijk!). Opvoeden hoort al bij het docentschap, dus in principe is het mentoraat maar een klein stapje verder.

De twee paragrafen daarna gaan erover wie je mentorleerlingen worden en hoeveel mentorleerlingen iedere mentor krijgt. Bij ons is het heel simpel: per klas is er slechts één mentor. Ik denk dat dit op de meeste scholen zo is. De onderbouwgroepen bestaan bij ons uit 25 tot 30 leerlingen, de bovenbouwgroepen 20 tot 25 leerlingen. Hierbij krijgen de mentoren een mentorklas aan wie ze ook de vaklessen geven. Zo zijn er meer contactmomenten per week dan alleen het mentoruur.
In de bovenbouw wordt dit wat lastiger. De klas valt vaak uiteen door de verschillende vakken die de leerlingen hebben, dus het is niet altijd zo dat de mentor van de klas aan de gehele klas ook vaklessen geeft. Vooral in mijn vak is dat lastig. Wiskunde wordt in de bovenbouw grofweg in tweeën gesplitst; wiskunde A en wiskunde B. Als een wiskundedocent dus mentor in de bovenbouw wordt, geeft hij slechts aan de helft van de klas ook vaklessen.

Er staat nog een andere interessante alinea in het eerste deel van het hoofdstuk, genaamd ‘Leerlingmentoraat’. Het is niet op alle scholen geregeld – op mijn huidige school helaas niet – maar ik vind het leerlingmentoraat een enorme toegevoegde waarde hebben. Vooral leerlingen uit de brugklas zullen hier veel baat bij hebben. Deze brugpiepers hebben zojuist een enorme stap gemaakt van groep 8 naar klas 1. Ik kan me heel goed voorstellen dat deze leerlingen vaak met obstakels zitten. De mentoren hebben het in deze eerste weken van het jaar al heel druk met de individuele gesprekken, de telefoontjes naar huis en alle activiteiten die er voor de brugklassers georganiseerd worden in deze eerste weken. Het zou een uitkomst zijn als de brugklassers met hun vragen dan terecht kunnen bij leerlingmentoren; leerlingen uit de bovenbouw die graag de mentoren van de onderbouw een handje willen helpen.

De volgende paragrafen gaan onder andere over scholing voor mentoren en ouderavonden. Voor het eerst dat ik dit boek bestudeer heb ik zin om verder te lezen!

Liefs!

zaterdag 26 oktober 2013

Herfstvakantie

Mijn herfstvakantie zit er bijna op en ik heb nog niet eens écht het idee gehad dat ik vakantie had. Hoe dat komt? Deze week is mijn keuken verbouwd. De keuken was een paar dagen lang niet begaanbaar, dus alle spullen die normaal gesproken in de keuken staan, hebben nu de hele week in de woonkamer gestaan.

Het was hier dus kamperen in ons eigen huis. Eten van plastic borden, drinken uit plastic bekertjes, de koelkast die ineens binnen handbereik stond en het gasstel dat op de plek van de eettafel staat. Apart is het wel.


De hele week ben ik aan huis gekluisterd geweest. Ik kon overdag nauwelijks weg. Ik keek er van tevoren wel naar uit (‘Yes, dan kan ik de hele dag werken aan mijn blog’ en ‘Yes, dan kan ik de hele dag werken aan mijn verhaal’), maar de praktijk was toch wat minder leuk. Ik ben best een ochtendmens, maar om zeven uur wakker in de vakantie is niets voor mij. Ook het feit dat er steeds andere mannen in huis zijn en dat het een enorm kabaal is, maakt het toch wat minder comfortabel. Daar moet ik ook echt wel even van bijkomen, bijvoorbeeld door de ochtend te beginnen met een film. Voordat ik het weet is het dan tien uur. Ontbijten, nog even televisie kijken en blogs lezen/Facebook bijwerken/Twitter checken en we zijn weer twee uur verder. En als het eenmaal twaalf uur is, dan heb ik ook niet heel veel zin meer om nog iets te doen. Ik schrijf dan nog een blogje, doe een poging om iets aan mijn verhaal te doen, maar tegen vier uur is het dan toch tijd om af te sluiten en naar mijn vader te vertrekken voor een avondmaal.

Ik klaag niet hoor, want ik heb best een fijne week gehad. Een weekje thuiszitten is best lekker en in de weekenden heb ik me goed kunnen vermaken. Zo ga ik vanavond uit eten en naar de bioscoop en ben ik de rest van het weekend het huis aan het opruimen en schoonmaken, de keuken aan het herinrichten en nog aan het genieten van de laatste vrije uurtjes.

Ik heb best zin om weer te werken. Het is alleen wel een heel gek idee dat de volgende vakantie bestaat uit kerstdagen en oud en nieuw. Wat gaat de tijd dan toch ineens snel!

Liefs!

donderdag 24 oktober 2013

Vakoverstijgende opdracht

Vakoverstijgende opdrachten, hoe vaak heb ik dat al niet gehoord? Vooral op één van mijn stagescholen waren ze daar helemaal weg van. Alles moest vakoverstijgend zijn, er moest meer overleg zijn met andere vakdocenten, er moesten in de lessen meer verbanden worden gelegd met andere vakken enzovoorts.

Waar ik nu werk heb ik dat helemaal niet. Er is nog nooit het begrip voorbij gekomen, in alle maanden dat ik er werk heb ik het niet één keer gehoord. Tot bij de afgelopen vergadering, toen we een formulier moesten invullen wat onze ‘vakoverstijgende plannen voor dit jaar waren’. Ehh… Niets?
 
Ik ben daar ook helemaal niet goed in. Projecten bedenken is niets voor mij, evenals het verzinnen van activiteiten, werkvormen (oké, dat gaat op zich nog wel) of andere creatieve dingen. Het lukt me al helemaal niet om zoiets te bedenken als het vanuit het niets wordt gevraagd. Dan sla ik echt dicht.
 
Het lukt me alleen om zoiets te denken als ik met iets compleet anders bezig ben. Ik zat deze week bij een familielid in de auto op weg naar een ander familielid en ineens kwam ik met dit idee. Ik zou niet weten hoe ik erop ben gekomen en dat doet er ook niets toe. Ik vind het al heel knap dat ik zoiets heb kunnen bedenken.
 
Een speurtocht door de school. Geef de leerlingen aan het begin van de les een kaartje mee met daarop een opdracht. De leerlingen gaan naar de volgende plek waar ze de volgende opdracht krijgen enzovoorts. Elke opdracht heeft met een andere vakles te maken, of misschien een combinatie van twee of meerdere vakken. Hoe leuk zou dat voor de leerlingen zijn?
 
Wij hebben op mijn werk twee keer in het jaar een activiteitenweek. Op een gewone lesdag zou het moeilijk te realiseren zijn om groepen leerlingen door het gebouw te laten lopen (lees: rennen), maar in zo’n activiteitenweek – waarin een groot deel van de leerlingen toch buiten de deur op weg naar musea of pretparken is – zou het prima kunnen.
 
Ik ga hier niets mee doen hoor, met dit idee. Misschien heel kleinschalig in mijn eigen les, waarbij ik een speurtocht uitzet in het lokaal en op het schoolplein (ik zie ineens het voordeel van een lokaal direct naast het schoolplein!), maar met dit idee naar een van de organisatoren stappen? Nee… Zo vol vertrouwen ben ik ook weer niet!
 
Liefs!

Spreuk van de week

Tegenwoordig lees ik steeds vaker mooie spreuken. Ik lees ze in tijdschriften, op andere blogs en tegenwoordig ook in een boekje dat ik onlangs kocht. De mooiste spreuken zal ik in de balk rechts op mijn blogs plaatsen. Deze wissel ik elke week met elkaar af!

Liefs!

woensdag 23 oktober 2013

Wel of niet: vragen stellen tijdens een toets?

Ik denk dat de titel al genoeg zegt, maar vandaag wil ik het hebben over de vragen die de leerlingen tijdens een toets mogen stellen. Ik ben een voorstander van geen vragen stellen tijdens een toets. Als je niet uitkijkt, steken er tien leerlingen per minuut hun vinger op om een vraag te stellen.

Ik weet nog wel dat ik stage liep en dat de klas een toets had. Keer op keer gingen de vingers omhoog. De leerlingen snapten een vraag niet, dus ik hielp ze op weg. Vervolgens waren er leerlingen die een stuk theorie niet begrepen. Ook dat legde ik uit. En zo hielp ik, tijdens een toets!, leerlingen van een 4 naar een 7.

Ontzettend slecht natuurlijk. De leerlingen moeten de vragen stellen vóór de toets, niet tijdens. Dat is ook de reden dat ik de leerlingen helemaal geen vragen meer wil laten stellen tijdens een toets. ‘Steek alleen je hand op als je een extra blaadje wilt,’ zeg ik vlak voor de toets begint. Je hebt er toch altijd leerlingen tussen zitten die toch hun vinger opsteken. ‘Wil je een blaadje?’ vraag ik dan. Vaak weet ik het antwoord al.

En hoewel dit een waterdicht plan lijkt (alleen je vinger opsteken als je een blaadje wilt lijkt me voor de leerlingen vrij helder), zijn er toch altijd andere vragen. Vragen die niet over de inhoud van de toets gaan, maar bijvoorbeeld over de vraagstelling. Een spelfoutje, een verkeerd woord, een verkeerd getalletje. Of een grafiek dat niet goed af te lezen is. Een vraag dat op meerdere manieren te interpreteren is. Noem maar op.

Natuurlijk doe ik er alles aan om te vermijden dat er foutjes in de toets zitten, maar soms is dat niet te voorkomen. Als ik de toets zelf niet heb ingezien voordat ik de toets afneem, bijvoorbeeld. Het komt helaas geregeld voor dat ik vlak voor het afnemen van de toets de stapel papieren in mijn hand gedrukt krijg. Probeer dan maar eens in die paar minuten de toets te controleren op fouten en andere rare dingen.

Het blijft lastig, die vragen tijdens een toets. Het liefst schaf ik alle vragen af en spreek ik met de leerlingen een teken af voor als ze een extra blaadje willen. Het opsteken van hun volle blad bijvoorbeeld. Maar of dat ook haalbaar is?

Liefs!

dinsdag 22 oktober 2013

Lessen niet meer voorbereiden


De afgelopen week heb ik mijn lessen niet voorbereid. Aan de ene kant was dat heel raar, maar het voelde aan de andere kant ook zo heerlijk. Het heeft me veel tijd opgeleverd en om heel eerlijk te zijn: ik vond het ook altijd een enorm gedoe om die lessen keer op keer voor te bereiden.

Improviseren vind ik nog een te groot woord, want ik kijk echt nog wel vlak voor de lessen wat ik die keren wil behandelen en hoe ik dat ga doen. Maar het is niet meer te vergelijken met ‘vroeger’. Vandaag wil ik daar iets over schrijven. Want… Hoe doe ik het dan nu?

Ik liep afgelopen week langs een lokaal van een collega. Ik zag op het bord een Word-document geopend waar het huiswerk in stond voor de komende lessen. Aha! Dat kan ik ook doen! Ik heb direct in vier verschillende bestanden het huiswerk voor al mijn klassen opgeschreven. Dat wil zeggen: het huiswerk voor alle dagen tot aan de repetitie van het hoofdstuk.

Elke les open ik dat bestand. De leerlingen kunnen op het bord zien welke opgaven zij moeten maken voor de komende les(sen). In het bestand zet ik ook wat ze tijdens die les kunnen doen als ze klaar zijn met de opgaven. Wat ik ook doe, en dat doe ik voor elke les, is even het boek doorbladeren om te zien wat ik in de lessen ga behandelen en hoe ik dat ga doen. Dit schrijf ik dan even op een briefje voor mezelf.

Het is bevrijdend. Het is minder tijdverspilling. Het is voor mij overzichtelijk genoeg. En de leerlingen vinden het niet eens raar dat de lessen ineens ‘anders’ zijn! De komende weken ga ik hiermee door en ik ben benieuwd hoe het die tijd zal verlopen.

Liefs!

maandag 21 oktober 2013

Hoe zijn de weken tot aan de herfstvakantie verlopen?

In de eerste weken van het schooljaar leek het me leuk om in de herfstvakantie eens terug te blikken op de voorgaande weken. Hoe is het gegaan? Zou het beter gaan dan in mijn eerste jaar als docent? Ik zette de blog in mijn agenda en keek er een maand niet meer naar om.
 
De herfstvakantie is inmiddels begonnen. Ik denk dat ik alles al flink heb laten doorschemeren in mijn zaterdagposts en ook tussendoor, maar voor het idee ga ik het toch nog eens herhalen in deze blog.

De eerste weken ging het goed. Perfect is een groot woord, maar ik was wel blij met hoe het verliep. Even opstarten, even mijn draai vinden, maar ik had niets te klagen. Ik vond het leuk om met mijn vijf veranderingen aan de slag te gaan. Ik vond het een uitdaging om alle namen van de leerlingen zo snel mogelijk uit mijn hoofd te leren. De eerste weken ging het écht goed.

En toen kwam het moment ineens dat er een knopje omging in mijn hoofd. Ik merkte dat ik het toch wel zwaar vond om maar drie dagen in de week op mijn werk te zijn en om alle lessen en andere taken over die dagen verdeeld te hebben. In mijn hoofd werd het steeds drukker en ik kwam maar niet uit de vervelende, neerwaartse spiraal.

Hoe dat is afgelopen was in dagboek 6 te lezen. Mijn werk heeft geregeld dat ik weer vier dagen werk. De afgelopen week heb ik mogen ervaren hoe dat is en serieus: het is een verademing. Ik probeer in mijn blogposts niet te vaak een uitroepteken te gebruiken, omdat het er toch net wat minder professioneel uitziet, maar hier had ik echt wel vijf uitroeptekens achter kunnen zetten. De laatste week voor de herfstvakantie heb ik zo goed af kunnen sluiten dat ik het gevoel heb dat ik het vervelende hoofdstuk weer achter me heb kunnen laten.

De afgelopen weken waren slopend, maar ik zie het als een leermoment. Ik ben (nu) geen type om fulltime te werken. Dat gaat ten koste van mijn lessen, mijn humeur en mijn gezondheid. Ik weet dat ik mijn werk moet verspreiden. Ik heb tijd nodig om alles in mijn hoofd te evalueren, te reflecteren, te accepteren. Om alles nog eens na te lopen, om alles op een rijtje te krijgen, om even adem te halen.

Fulltime werken komt misschien nog wel. Ooit. Voor nu doe ik het rustig aan. Want, zoals ik laatst in een tijdschrift las: ik heb het al druk genoeg, op mijn eigen manier!
Ik vind het altijd beschamend om tegen anderen te zeggen dat ik het druk heb, terwijl ik in feite niets te doen heb. ’s Avonds hang ik met een boek, een laptop of de televisie op de bank. Heel relaxt allemaal, maar in mijn hoofd is het echt een bende. En dat is wat anderen niet zien…

Om het nog even kort samen te vatten: ik ben tevreden over de eerste weken van het schooljaar. Tevreden over het eerste deel, omdat het een fijne start was. Tevreden over het tweede deel, omdat het een groot leermoment voor me is geweest.

Ik sluit mijn stukje van vandaag af met een toepasselijke quote: “Goede tijden worden goede herinneringen. Slechte tijden worden goede lessen.”

Liefs!