maandag 11 november 2013

Mentor in het voortgezet onderwijs, hoofdstuk 4 (dl II)

Hoofdstuk 4 – Organisatie van het mentoraat op school

Twee weken terug schreef ik al over het eerste deel van hoofdstuk 4. Hoofdstuk 4 is geen lang hoofdstuk, maar toch heb ik het opgeknipt in twee delen. Dit komt doordat het hoofdstuk een enorm overload aan informatie bevat. Vandaag kijk ik naar het tweede – en laatste – deel van het vierde hoofdstuk uit het inmiddels bekende boekje.


Het begint meteen met een interessant stuk over scholing voor beginnend mentoren. Ergens eind vorig jaar kreeg ik een e-mail van één van mijn collega’s of er nog geïnteresseerden waren voor zo’n soort cursus. Absoluut! Ik heb direct een mail teruggestuurd dat ik daar wel aan mee wilde doen. De cursus is nog niet begonnen, maar ik ben er wel erg benieuwd naar. In ieder geval; het stukje gaat er dus over dat er op sommige scholen wel eens zo’n cursus gegeven wordt. Mocht dat er niet zijn, dan kan het altijd leerzaam zijn om je collega’s om tips te vragen, omdat zij al meer ervaring hebben met het vak.

Van de hak op de tak springt het over naar ouderavonden en mentorenoverleg. Ik weet dat er op mijn werk ook sprake is van dit bovenstaande, maar ik heb er nog nooit deel van uitgemaakt. Eigenlijk best jammer, want het lijkt me toch wel interessant. Ik ben vooral benieuwd naar de inhoud van het mentorenoverleg. Wie weet dat ik dit jaar eens gewoon een stoeltje aanschuif!

De andere paragrafen gaan over de invulling van het mentoruur. Voor veel mentoren is het namelijk onduidelijk wat er gedaan en besproken moet worden in zo’n lesuur. Over het algemeen is er geen boekje waar het programma in staat. Ik heb het vermoeden dat de inhoud van de lessen wordt besproken in het mentorenoverleg, maar zeker weten doe ik dat niet.

Het volgende hoofdstuk zal gaan over begeleidingsgesprekken, dat lijkt me interessant!

Liefs!

zaterdag 9 november 2013

Dagboek: Waar is mijn bed? (#9)

Ik heb zo’n week gehad waar ik heel tevreden over ben, maar waar ik wel echt helemaal kapot van ben. Echt waar, de vrijdag wilde ik de hele dag alleen maar slapen. Helaas lukte dat pas ’s avonds om elf uur. Anyway, terug naar het begin.

Dinsdag had ik een hele aparte dag. Ik gaf les, deed wat nakijkwerk in mijn tussenuren en ik herinnerde me nog dat ik tijdens een les op de klok keek. Twee uur. Ik schrok er echt van. Op dinsdag ben ik om tien over twee vrij – tien minuten nadat ik op de klok keek dus – maar ik had nog niet eens het idee gehad dat ik had gewerkt. De dag verliep zo heerlijk op rolletjes dat de tijd echt voorbij gevlogen is. Heerlijk, die dagen!

Op woensdag had ik precies zo’n dag. Op woensdagochtend heb ik twee tussenuren achter elkaar en ik heb toen zo ontzettend veel kunnen doen. Nagekeken, cijfers ingevoerd, heel veel gekopieerd, dingen bij collega’s in postvakjes kunnen stoppen, mijn werk van donderdagavond voorbereid…

Ja, want donderdag moest ik weer tot ’s avonds laat werken. Ik vind het heel jammer dat ik niet op mijn blog kan schrijven wat ik die avond heb gedaan (omdat wij de enige school in Nederland zijn die dit organiseren), maar ik wil er wel over kwijt dat het heel leuk is om te doen. Leuk, leerzaam en ook een beetje stressy. Ik sta namelijk voor een grote zaal vol met mensen. Echt waar, als je dit een paar jaar terug tegen me zou zeggen, zou ik je ronduit uitlachen. Ik, vol een grote zaal? Ehhh… Oké! 

De vrijdag was ik dus erg moe. Ik was donderdagavond pas na half elf thuis en ik kon toen niet meteen slapen. Ik heb nog een uur wakker gelegen in bed. Ik baalde er enorm van – wat slaap is zooo belangrijk voor mij! – maar het was niet anders. Vrijdag merkte ik dit wel. Om zes uur mijn bed uit (ik mag tegenwoordig van mezelf een trein later nemen!) en vervolgens lesgeven tot vier uur ’s middags. Ik ben dan ook ontzettend blij dat ik vrijdag wel allemaal leuke lessen had. De vrijdag heeft toch altijd een andere sfeer. Ontspannen of zo. Ik vind het in ieder geval heerlijk!

Dit weekend heb ik volgepland. Gelukkig met alleen ontspannende dingen. Blogs schrijven, heel veel lezen, wat huishoudelijke taken en wat familiebezoeken. Ik zie er nog een beetje tegenop om dinsdag te moeten beginnen (want ik wil nu alleen nog maar slapen!), maar dat kan ik gelukkig wel snel uit mijn hoofd praten. Het is absoluut niet meer zo erg als een paar weken terug – Thank God!

Ik wens jullie een heel fijn weekend!

Liefs!

woensdag 6 november 2013

Wel of niet: de pauze gebruiken voor gesprekken met leerlingen?

“Kan ik in de pauze even met u praten over mijn cijfers?”
“Zou ik in de pauze extra uitleg kunnen krijgen voor de repetitie?”

Die vraag krijg ik best vaak. Het antwoord blijf ik moeilijk vinden. In het verleden was het namelijk zo dat ik dagen met zes of zeven lesuren achter elkaar had. De pauzes waren dan mijn enige rustmomentjes van de dag. Toch lukte het me vaak niet om ‘nee’ tegen deze leerlingen te zeggen.

Waarom ik dat lastig vind? Ik vrees dat ik anders straks van de ouders te horen krijg dat ik geen tijd vrij wil maken voor hun kind. De pauzes zijn uiteraard niet bedoeld voor bijles, maar bij sommige leerlingen is het nu eenmaal nodig om één op één over de cijfers te praten. Ten eerste hoeft de rest van de klas dat niet te horen. Ten tweede heb ik het idee dat de leerling een stuk beter luistert (en oppikt!) als ik dit individueel met hem/haar bespreek.

Maar dat extra uitleg is wel een heel ander geval. Dat is eigenlijk bijles en dat staat niet in mijn takenpakket. In dit geval ging het om een leerling uit de tweede klas. Ik zie de leerling drie lesuren in de week. Tijd genoeg om het in de les te vragen, zou je denken.  Maar in de les is deze jongen helaas veel te veel met andere dingen bezig. Waarom ik het dat toch doe dat ik mijn pauze voor hem opoffer en niet gewoon tegen hem zeg: “Hé Joep, misschien moet je gewoon in de les wat meer opletten?” Deze jongen heeft op de basisschool een enorme achterstand gehad wat betreft rekenen. Wegens medische redenen heeft hij veel te veel stof gemist en dat merk ik nu enorm. De tweede reden is dat deze jongen, ook wegens medische redenen, medicijnen slikt. En die medicijnen zorgen er bij hem voor dat hij druk wordt en dat zijn concentratie enorm afneemt. Daarom heeft hij er in de les niet altijd zijn hoofd bij.

Of ik de pauze gebruik voor gesprekken met leerlingen? Het antwoord is ja, maar alleen als/omdat het niet anders kan. Extra uitleg moeten de leerlingen in de les vragen – op deze ene jongen na. Praten over cijfers of andere dingen die in de les niet kunnen: vooruit dan maar. Ik offer mijn pauze wel op. Maar alleen omdat het moet…

Liefs!

dinsdag 5 november 2013

Stoppen met blog

Ik schreef in mijn update over mijn goede voornemens al dat ik wilde stoppen met andere blog; de blog waarop ik schreef over de boeken die ik gelezen had. Mijn plan was om dit voor 2013 nog even af te maken, maar ik merk dat ik de laatste paar weken nog maar heel weinig lees. Daarom heb ik deze blog per direct stopgezet.

Maar met deze blog ga ik wel vrolijk door, hoor!

Liefs!

maandag 4 november 2013

Wedstrijdelement toevoegen aan je les

Ik schreef er al eerder over, maar het toevoegen van een wedstrijdelement aan je lessen heeft vrijwel altijd een positief gevolg. De leerlingen zijn gemotiveerder en dat komt je les ten goeden.
Vandaag wil ik twee kleine voorbeelden geven van dit soort wedstrijdelementen. De eerste kost nauwelijks tijd, met de tweede ben je misschien iets langer bezig in je vrije tijd. Maar… doe er je voordeel mee!


1. De drie beste posters
Ik heb de leerlingen uit één brugklas posters laten maken over het eerste hoofdstuk uit het wiskundeboek. Dit had te maken met de stickers die ze konden verdienen. Voor het maken van een poster krijgen ze een sticker bij ‘Extra opdracht’.
Nu is het natuurlijk al heel leuk om een sticker te winnen, maar als extra dingetje heb ik er aan toegevoegd dat ik de drie mooiste posters aan de muur ga hangen. En ineens werden ze fanatiek, hoor, die leerlingen!

2. De ‘leerling van de week’
Je zou zoiets als een ‘leerling van de week’ kunnen oprichten. De leerling van de week is een leerling die zich goed gedraagt in de klas, die boven zichzelf is uitgestegen, die een cijfer heeft gehaald ver boven zijn eigen gemiddelde enzovoorts. Elke week zet je een andere leerling in het zonnetje. Als je dit vaak terugbrengt in je les, zullen de leerlingen zeker gemotiveerd zijn. Hang er nog iets leuks aan vast: een grote foto van de leerling die de hele week op de muur mag blijven hangen met daarboven groot de tekst dat hij de leerling van de week is. Of een oorkonde. Of beide.
Omdat er ongeveer veertig weken in een schooljaar zitten, zou iedereen hiervoor aan de beurt kunnen komen. Je zou ook zoiets als ‘leerling van de maand’ kunnen doen.

Liefs!

zaterdag 2 november 2013

Dagboek: Genieten! (#8)

Ik kan niet zeggen dat dit een doorsnee week was, maar fijn was het wel. Ondanks dat ik vier dagen last van mijn keel en een krakende stem had, heb ik wel van mijn lessen genoten.
 
Niet van allemaal hoor, want dinsdag gingen de lessen echt niet zo goed. Ik ga dit keer de schuld niet geven aan iemand buiten mezelf: het was een beetje mijn eigen fout dat de lessen te chaotisch waren. Ik wilde te veel doen in te weinig tijd. Daar word ik onrustig van, maar de leerlingen ook! En dat heb ik geweten.
 
Op woensdag ging het al iets beter. Ik durf te wedden dat mijn leerlingen uit 2havo niet heel blij met me waren, want ik heb bij de halve klas de schriften gecontroleerd. Dinsdag had ik het al aangekondigd, woensdag voerde ik het uit. En alsnog waren er leerlingen die het niet in orde hadden. Of die zelfs hun schrift "vergeten" waren.*
 
Donderdag klonk mijn stem steeds slechter. In oktober was ik al twee dagen ziek, dus ik ging me echt niet weer ziekmelden. Bovendien had ik die dag drie repetities en als ik flink schreeuwde, was ik nog best verstaanbaar. Goed te doen dus. Al was ik best uitgeput na die dag. Toen ik thuiskwam dook ik meteen mijn bed in. Van vier uur 's middags tot acht uur 's avonds heb ik in bed televisieprogramma's teruggekeken op mijn laptop. Uitstekend vermaak dus! Om half negen, nadat ik mijn Facebook en Twitter had gecheckt, ben ik toch maar gaan slapen. Heerlijk!
 
Vrijdag klonk mijn stem nog kutter dan kut, maar dat had nauwelijks invloed op mijn lessen. Bij 2havo deed ik weer een schriftcontrole (en wéér leerlingen die hun schrift niet in orde hebben, oh oh!), in mijn brugklassen zorgde ik ervoor dat iedereen medelijden met de kreeg vanwege mijn stem - en daardoor rustig aan het werk gingen - en zo vloog mijn dag van vier lesuren en vier tussenuren voorbij.
 
Maar... Thank God It's Saturday, want de week had niet langer moeten duren. Ik kan mijn stem drie dagen met rust laten. Drie dagen schrijven voor mijn blog. Vier repetities nakijken. O ja, en het huishouden! Ik kom de vrije tijd wel door.
 
Liefs!
 
* Ik had een leerling van wie de schrift was afgepakt door zijn zusje. Precies op de dag van de schriftcontrole. Heel vreemd vond ik dat. Daarom vroeg ik aan de jongen of ik het telefoonnummer mocht van één van zijn ouders. Dan kon ik het even controleren.
En verrek! Het schrift zat toch ineens in zijn tas... De leerlingen zijn soms zo doorzichtig. ;-)

vrijdag 1 november 2013

Mijn voornemens, update 10

We gaan nu echt naar het einde van het jaar. Nog twee maanden en dan zitten we aan de oliebollen en appelflappen. Ik zie op tegen het slechte weer, maar stiekem houd ik wel van die knusheid. Kerst vieren met de familie, een glas (kinder)champagne drinken met mijn vriend, kerstfilms kijken met de kaarsjes aan en natuurlijk het verzinnen van de nieuwe voornemens! Want geloof me, die heb ik genoeg!

1. Verder met mijn blog
Laat ik het zo zeggen: ik moet moeite doen om géén 333 blogs online te hebben aan het einde van het jaar. Het gaat echt lekker met mijn blog. Ik had aan het begin van het schooljaar een kalendertje ingevuld met welke blog op welke dag online moest komen. Ik moet eerlijk toegeven dat ik er niet dagelijks op kijk en dat ik ook wel eens afwijk, maar de hoofdlijnen blijven hetzelfde en dat zorgt er toch wel voor dat ik wekelijks ruim over de drie posts zit.

2. Een boek schrijven
Ik ben begonnen aan het herschrijven van mijn verhaal en dat loopt op zich best goed. Ik heb zitten twijfelen om mijn boek in eigen beheer uit te geven, maar ik heb toch besloten om het via de reguliere weg te willen. Het maakt me niet uit hoe veel energie ik erin moet steken, maar het zal me lukken (ooit).

3. Heel veel lezen
Vorige maand gaf ik de schuld aan de 'opstartmaand' van mijn werk, vandaag weet ik niet waar ik de schuld aan ga geven. Het komt er op neer dat ik net veel meer heb gelezen. Ik vond het altijd zo stom als anderen zeiden dat ze geen tijd hebben om te lezen (daar maak je toch tijd voor?), maar nu heb ik er zelf ook geen tijd voor gehad. Zonde, want ik heb nog zoveel leuke boeken liggen die wachten om gelezen te worden!

4. Mijn andere blog oppakken
Over alle boeken heb ik een blog geschreven.
Klik hier om te zien welke boeken dat waren en wat ik ervan vond.
Ik heb overigens besloten om met deze blog te stoppen. Voor 2013 maak ik het even af, maar daarna maak ik er een eind aan. Ik merk dat ik door deze blog niet ineens meer ga lezen, en ik merk ook dat ik door het lezen niet ineens veel liever schrijf voor deze blog. Het heeft dus niet echt een toegevoegde waarde. Ik vind het schrijven over het onderwijs toch net even wat leuker!

5. Engels leren
Ook deze maand heb ik niets gedaan aan het 'Engels leren'. Zal ik dat dan maar weer opschuiven naar de komende maand? 

6. 50.000 woorden schrijven
In oktober wilde ik verder schrijven aan het verhaal waar ik in augustus zo veel tijd en energie in heb gestoken. Het is me niet gelukt, maar ik ben allang blij dat ik die 50.000 woorden heb kunnen schrijven.

7. Mijn blogs bundelen
Ik was compleet vergeten dat ik dit zou doen. Wat ben ik toch lekker bezig!

Liefs!

* Lees ook de eerdere blogs over mijn voornemens *

woensdag 30 oktober 2013

Tip: Betrap hem op goed gedrag (#30)

Ik heb in 2havo een jongen zitten met ADHD. Vorig jaar was hij nog (enigszins) te corrigeren, maar dit jaar is dat echt lastig. Ik besloot het boekje met tips te raadplegen en kwam daarbij op de volgende tip.

Hoofdstuk 16, tip 5: Betrap hem op goed gedrag
Complimenteer hem direct als hij goed luistert of eerst zijn vinger opsteekt voor hij praat. Of steek even je duim op. Hij zal de volgende dag eerder geneigd zijn weer zijn best te doen.


Wat ik nu ga zeggen klinkt ontzettend fout, maar ik vind het af en toe best jammer dat ik zelf niet iemand ken (in mijn persoonlijke omgeving) met ADHD. Het zou voor mij als docent veel makkelijker zijn als ik de persoon achter de ‘ADHD’ kan zien. In de lessen zie ik vaak alleen de nadelen van deze leerlingen. Natuurlijk weet ik dat deze leerlingen ook heel veel positieve kanten hebben, maar ik vergeet daar helaas te vaak naar te kijken.

Misschien moet ik deze jongen als een soort projectje zien. Ik denk dat ik veel van deze leerling kan leren wat betreft omgaan met leerlingen met ADHD. Het is een ontzettend lieve jongen, maar ik zie bij hem dat zijn ADHD (en lichte vorm van autisme) bij hem enorm in de weg zit.

Ik zal proberen de komende tijd wat trucs op hem toe te passen. Zonder dat hij het merkt natuurlijk! Gewoon, wat complimenten, wat positieve aandacht… Ik ben benieuwd waar dat toe gaat leiden! 

Liefs!

maandag 28 oktober 2013

Mentor in het voortgezet onderwijs, hoofdstuk 4 (dl I)

Hoofdstuk 4 – Organisatie van het mentoraat op school

Na drie hoofdstukken met wat achtergrondinformatie over de doelgroep begint met dit hoofdstuk eindelijk de interessante informatie. Het vierde hoofdstuk heeft alles te maken met de regelingen rondom het mentoraat. Het hoofdstuk is niet heel lang, maar is wel in veertien paragrafen opgedeeld. Daarom heb ik besloten hier twee blogs over te schrijven. Vandaag het eerste deel, over twee weken het tweede deel.

Eén van de eerste paragrafen heeft als titel ‘Wie wordt mentor?’. De alinea begint met de volgende zin.
‘Omdat elke docent over zowel (vak)didactische als pedagogische kwaliteiten hoort te beschikken, zou elke docent mentor moeten kunnen zijn.’
Ik heb er lang tegenop gezien om naast gewone lessen ook mentor te zijn. Het is niet dat ik het niet wil, maar ik ben bang dat ik er niet goed genoeg voor ben. Dat zal mijn onzekerheid wel zijn.
Toch heeft dit boek wel gelijk met deze zin. Als je docent bent, moet je toch enige vorm van affiniteit met de leerlingen hebben (in de goede zin natuurlijk!). Opvoeden hoort al bij het docentschap, dus in principe is het mentoraat maar een klein stapje verder.

De twee paragrafen daarna gaan erover wie je mentorleerlingen worden en hoeveel mentorleerlingen iedere mentor krijgt. Bij ons is het heel simpel: per klas is er slechts één mentor. Ik denk dat dit op de meeste scholen zo is. De onderbouwgroepen bestaan bij ons uit 25 tot 30 leerlingen, de bovenbouwgroepen 20 tot 25 leerlingen. Hierbij krijgen de mentoren een mentorklas aan wie ze ook de vaklessen geven. Zo zijn er meer contactmomenten per week dan alleen het mentoruur.
In de bovenbouw wordt dit wat lastiger. De klas valt vaak uiteen door de verschillende vakken die de leerlingen hebben, dus het is niet altijd zo dat de mentor van de klas aan de gehele klas ook vaklessen geeft. Vooral in mijn vak is dat lastig. Wiskunde wordt in de bovenbouw grofweg in tweeën gesplitst; wiskunde A en wiskunde B. Als een wiskundedocent dus mentor in de bovenbouw wordt, geeft hij slechts aan de helft van de klas ook vaklessen.

Er staat nog een andere interessante alinea in het eerste deel van het hoofdstuk, genaamd ‘Leerlingmentoraat’. Het is niet op alle scholen geregeld – op mijn huidige school helaas niet – maar ik vind het leerlingmentoraat een enorme toegevoegde waarde hebben. Vooral leerlingen uit de brugklas zullen hier veel baat bij hebben. Deze brugpiepers hebben zojuist een enorme stap gemaakt van groep 8 naar klas 1. Ik kan me heel goed voorstellen dat deze leerlingen vaak met obstakels zitten. De mentoren hebben het in deze eerste weken van het jaar al heel druk met de individuele gesprekken, de telefoontjes naar huis en alle activiteiten die er voor de brugklassers georganiseerd worden in deze eerste weken. Het zou een uitkomst zijn als de brugklassers met hun vragen dan terecht kunnen bij leerlingmentoren; leerlingen uit de bovenbouw die graag de mentoren van de onderbouw een handje willen helpen.

De volgende paragrafen gaan onder andere over scholing voor mentoren en ouderavonden. Voor het eerst dat ik dit boek bestudeer heb ik zin om verder te lezen!

Liefs!

zaterdag 26 oktober 2013

Herfstvakantie

Mijn herfstvakantie zit er bijna op en ik heb nog niet eens écht het idee gehad dat ik vakantie had. Hoe dat komt? Deze week is mijn keuken verbouwd. De keuken was een paar dagen lang niet begaanbaar, dus alle spullen die normaal gesproken in de keuken staan, hebben nu de hele week in de woonkamer gestaan.

Het was hier dus kamperen in ons eigen huis. Eten van plastic borden, drinken uit plastic bekertjes, de koelkast die ineens binnen handbereik stond en het gasstel dat op de plek van de eettafel staat. Apart is het wel.


De hele week ben ik aan huis gekluisterd geweest. Ik kon overdag nauwelijks weg. Ik keek er van tevoren wel naar uit (‘Yes, dan kan ik de hele dag werken aan mijn blog’ en ‘Yes, dan kan ik de hele dag werken aan mijn verhaal’), maar de praktijk was toch wat minder leuk. Ik ben best een ochtendmens, maar om zeven uur wakker in de vakantie is niets voor mij. Ook het feit dat er steeds andere mannen in huis zijn en dat het een enorm kabaal is, maakt het toch wat minder comfortabel. Daar moet ik ook echt wel even van bijkomen, bijvoorbeeld door de ochtend te beginnen met een film. Voordat ik het weet is het dan tien uur. Ontbijten, nog even televisie kijken en blogs lezen/Facebook bijwerken/Twitter checken en we zijn weer twee uur verder. En als het eenmaal twaalf uur is, dan heb ik ook niet heel veel zin meer om nog iets te doen. Ik schrijf dan nog een blogje, doe een poging om iets aan mijn verhaal te doen, maar tegen vier uur is het dan toch tijd om af te sluiten en naar mijn vader te vertrekken voor een avondmaal.

Ik klaag niet hoor, want ik heb best een fijne week gehad. Een weekje thuiszitten is best lekker en in de weekenden heb ik me goed kunnen vermaken. Zo ga ik vanavond uit eten en naar de bioscoop en ben ik de rest van het weekend het huis aan het opruimen en schoonmaken, de keuken aan het herinrichten en nog aan het genieten van de laatste vrije uurtjes.

Ik heb best zin om weer te werken. Het is alleen wel een heel gek idee dat de volgende vakantie bestaat uit kerstdagen en oud en nieuw. Wat gaat de tijd dan toch ineens snel!

Liefs!

donderdag 24 oktober 2013

Vakoverstijgende opdracht

Vakoverstijgende opdrachten, hoe vaak heb ik dat al niet gehoord? Vooral op één van mijn stagescholen waren ze daar helemaal weg van. Alles moest vakoverstijgend zijn, er moest meer overleg zijn met andere vakdocenten, er moesten in de lessen meer verbanden worden gelegd met andere vakken enzovoorts.

Waar ik nu werk heb ik dat helemaal niet. Er is nog nooit het begrip voorbij gekomen, in alle maanden dat ik er werk heb ik het niet één keer gehoord. Tot bij de afgelopen vergadering, toen we een formulier moesten invullen wat onze ‘vakoverstijgende plannen voor dit jaar waren’. Ehh… Niets?
 
Ik ben daar ook helemaal niet goed in. Projecten bedenken is niets voor mij, evenals het verzinnen van activiteiten, werkvormen (oké, dat gaat op zich nog wel) of andere creatieve dingen. Het lukt me al helemaal niet om zoiets te bedenken als het vanuit het niets wordt gevraagd. Dan sla ik echt dicht.
 
Het lukt me alleen om zoiets te denken als ik met iets compleet anders bezig ben. Ik zat deze week bij een familielid in de auto op weg naar een ander familielid en ineens kwam ik met dit idee. Ik zou niet weten hoe ik erop ben gekomen en dat doet er ook niets toe. Ik vind het al heel knap dat ik zoiets heb kunnen bedenken.
 
Een speurtocht door de school. Geef de leerlingen aan het begin van de les een kaartje mee met daarop een opdracht. De leerlingen gaan naar de volgende plek waar ze de volgende opdracht krijgen enzovoorts. Elke opdracht heeft met een andere vakles te maken, of misschien een combinatie van twee of meerdere vakken. Hoe leuk zou dat voor de leerlingen zijn?
 
Wij hebben op mijn werk twee keer in het jaar een activiteitenweek. Op een gewone lesdag zou het moeilijk te realiseren zijn om groepen leerlingen door het gebouw te laten lopen (lees: rennen), maar in zo’n activiteitenweek – waarin een groot deel van de leerlingen toch buiten de deur op weg naar musea of pretparken is – zou het prima kunnen.
 
Ik ga hier niets mee doen hoor, met dit idee. Misschien heel kleinschalig in mijn eigen les, waarbij ik een speurtocht uitzet in het lokaal en op het schoolplein (ik zie ineens het voordeel van een lokaal direct naast het schoolplein!), maar met dit idee naar een van de organisatoren stappen? Nee… Zo vol vertrouwen ben ik ook weer niet!
 
Liefs!

Spreuk van de week

Tegenwoordig lees ik steeds vaker mooie spreuken. Ik lees ze in tijdschriften, op andere blogs en tegenwoordig ook in een boekje dat ik onlangs kocht. De mooiste spreuken zal ik in de balk rechts op mijn blogs plaatsen. Deze wissel ik elke week met elkaar af!

Liefs!

woensdag 23 oktober 2013

Wel of niet: vragen stellen tijdens een toets?

Ik denk dat de titel al genoeg zegt, maar vandaag wil ik het hebben over de vragen die de leerlingen tijdens een toets mogen stellen. Ik ben een voorstander van geen vragen stellen tijdens een toets. Als je niet uitkijkt, steken er tien leerlingen per minuut hun vinger op om een vraag te stellen.

Ik weet nog wel dat ik stage liep en dat de klas een toets had. Keer op keer gingen de vingers omhoog. De leerlingen snapten een vraag niet, dus ik hielp ze op weg. Vervolgens waren er leerlingen die een stuk theorie niet begrepen. Ook dat legde ik uit. En zo hielp ik, tijdens een toets!, leerlingen van een 4 naar een 7.

Ontzettend slecht natuurlijk. De leerlingen moeten de vragen stellen vóór de toets, niet tijdens. Dat is ook de reden dat ik de leerlingen helemaal geen vragen meer wil laten stellen tijdens een toets. ‘Steek alleen je hand op als je een extra blaadje wilt,’ zeg ik vlak voor de toets begint. Je hebt er toch altijd leerlingen tussen zitten die toch hun vinger opsteken. ‘Wil je een blaadje?’ vraag ik dan. Vaak weet ik het antwoord al.

En hoewel dit een waterdicht plan lijkt (alleen je vinger opsteken als je een blaadje wilt lijkt me voor de leerlingen vrij helder), zijn er toch altijd andere vragen. Vragen die niet over de inhoud van de toets gaan, maar bijvoorbeeld over de vraagstelling. Een spelfoutje, een verkeerd woord, een verkeerd getalletje. Of een grafiek dat niet goed af te lezen is. Een vraag dat op meerdere manieren te interpreteren is. Noem maar op.

Natuurlijk doe ik er alles aan om te vermijden dat er foutjes in de toets zitten, maar soms is dat niet te voorkomen. Als ik de toets zelf niet heb ingezien voordat ik de toets afneem, bijvoorbeeld. Het komt helaas geregeld voor dat ik vlak voor het afnemen van de toets de stapel papieren in mijn hand gedrukt krijg. Probeer dan maar eens in die paar minuten de toets te controleren op fouten en andere rare dingen.

Het blijft lastig, die vragen tijdens een toets. Het liefst schaf ik alle vragen af en spreek ik met de leerlingen een teken af voor als ze een extra blaadje willen. Het opsteken van hun volle blad bijvoorbeeld. Maar of dat ook haalbaar is?

Liefs!

dinsdag 22 oktober 2013

Lessen niet meer voorbereiden


De afgelopen week heb ik mijn lessen niet voorbereid. Aan de ene kant was dat heel raar, maar het voelde aan de andere kant ook zo heerlijk. Het heeft me veel tijd opgeleverd en om heel eerlijk te zijn: ik vond het ook altijd een enorm gedoe om die lessen keer op keer voor te bereiden.

Improviseren vind ik nog een te groot woord, want ik kijk echt nog wel vlak voor de lessen wat ik die keren wil behandelen en hoe ik dat ga doen. Maar het is niet meer te vergelijken met ‘vroeger’. Vandaag wil ik daar iets over schrijven. Want… Hoe doe ik het dan nu?

Ik liep afgelopen week langs een lokaal van een collega. Ik zag op het bord een Word-document geopend waar het huiswerk in stond voor de komende lessen. Aha! Dat kan ik ook doen! Ik heb direct in vier verschillende bestanden het huiswerk voor al mijn klassen opgeschreven. Dat wil zeggen: het huiswerk voor alle dagen tot aan de repetitie van het hoofdstuk.

Elke les open ik dat bestand. De leerlingen kunnen op het bord zien welke opgaven zij moeten maken voor de komende les(sen). In het bestand zet ik ook wat ze tijdens die les kunnen doen als ze klaar zijn met de opgaven. Wat ik ook doe, en dat doe ik voor elke les, is even het boek doorbladeren om te zien wat ik in de lessen ga behandelen en hoe ik dat ga doen. Dit schrijf ik dan even op een briefje voor mezelf.

Het is bevrijdend. Het is minder tijdverspilling. Het is voor mij overzichtelijk genoeg. En de leerlingen vinden het niet eens raar dat de lessen ineens ‘anders’ zijn! De komende weken ga ik hiermee door en ik ben benieuwd hoe het die tijd zal verlopen.

Liefs!

maandag 21 oktober 2013

Hoe zijn de weken tot aan de herfstvakantie verlopen?

In de eerste weken van het schooljaar leek het me leuk om in de herfstvakantie eens terug te blikken op de voorgaande weken. Hoe is het gegaan? Zou het beter gaan dan in mijn eerste jaar als docent? Ik zette de blog in mijn agenda en keek er een maand niet meer naar om.
 
De herfstvakantie is inmiddels begonnen. Ik denk dat ik alles al flink heb laten doorschemeren in mijn zaterdagposts en ook tussendoor, maar voor het idee ga ik het toch nog eens herhalen in deze blog.

De eerste weken ging het goed. Perfect is een groot woord, maar ik was wel blij met hoe het verliep. Even opstarten, even mijn draai vinden, maar ik had niets te klagen. Ik vond het leuk om met mijn vijf veranderingen aan de slag te gaan. Ik vond het een uitdaging om alle namen van de leerlingen zo snel mogelijk uit mijn hoofd te leren. De eerste weken ging het écht goed.

En toen kwam het moment ineens dat er een knopje omging in mijn hoofd. Ik merkte dat ik het toch wel zwaar vond om maar drie dagen in de week op mijn werk te zijn en om alle lessen en andere taken over die dagen verdeeld te hebben. In mijn hoofd werd het steeds drukker en ik kwam maar niet uit de vervelende, neerwaartse spiraal.

Hoe dat is afgelopen was in dagboek 6 te lezen. Mijn werk heeft geregeld dat ik weer vier dagen werk. De afgelopen week heb ik mogen ervaren hoe dat is en serieus: het is een verademing. Ik probeer in mijn blogposts niet te vaak een uitroepteken te gebruiken, omdat het er toch net wat minder professioneel uitziet, maar hier had ik echt wel vijf uitroeptekens achter kunnen zetten. De laatste week voor de herfstvakantie heb ik zo goed af kunnen sluiten dat ik het gevoel heb dat ik het vervelende hoofdstuk weer achter me heb kunnen laten.

De afgelopen weken waren slopend, maar ik zie het als een leermoment. Ik ben (nu) geen type om fulltime te werken. Dat gaat ten koste van mijn lessen, mijn humeur en mijn gezondheid. Ik weet dat ik mijn werk moet verspreiden. Ik heb tijd nodig om alles in mijn hoofd te evalueren, te reflecteren, te accepteren. Om alles nog eens na te lopen, om alles op een rijtje te krijgen, om even adem te halen.

Fulltime werken komt misschien nog wel. Ooit. Voor nu doe ik het rustig aan. Want, zoals ik laatst in een tijdschrift las: ik heb het al druk genoeg, op mijn eigen manier!
Ik vind het altijd beschamend om tegen anderen te zeggen dat ik het druk heb, terwijl ik in feite niets te doen heb. ’s Avonds hang ik met een boek, een laptop of de televisie op de bank. Heel relaxt allemaal, maar in mijn hoofd is het echt een bende. En dat is wat anderen niet zien…

Om het nog even kort samen te vatten: ik ben tevreden over de eerste weken van het schooljaar. Tevreden over het eerste deel, omdat het een fijne start was. Tevreden over het tweede deel, omdat het een groot leermoment voor me is geweest.

Ik sluit mijn stukje van vandaag af met een toepasselijke quote: “Goede tijden worden goede herinneringen. Slechte tijden worden goede lessen.”

Liefs!

zondag 20 oktober 2013

Reflectie #3

Vandaag mijn derde reflectie van dit jaar. We zijn weer een aantal weken werken, dus er is weer het één en ander te schrijven.

Verandering 1: Onvoldoendes van de leerlingen
Ik blijf er nog steeds bij dat het veel werk en tijd kost, maar hopelijk pluk ik daar later de vruchten van. Bij een rapportvergadering, bij een tafeltjesavond, bij een klacht van een ouder of een leerling…

Verandering 2: De opstelling in mijn lokaal
Ik ken alle namen, ik kan de klassen redelijk onder controle houden en toch is het me nog niet gelukt om wekelijks de tafels in groepjes te zetten. Waarom niet? Omdat mijn lokaal zó klein is. Vorig jaar had ik er geen last van. Ik had klassen met maximaal 26 leerlingen, dus ik had altijd wat tafels over waar niemand aan hoefde te zitten. Deze tafels gebruikte ik dan niet bij mijn opstelling. Maar nu… Nee, ik vraag me af of dit gaat werken.

Verandering 3: Huiswerkcontrole
Vorige keer noemde ik de controles in de brugklas nog saai: vandaag kan ik eindelijk schrijven dat ik de leerlingen (flink) kan corrigeren. We zitten nu middenin een hoofdstuk met berekeningen en tussenstappen en er zijn veel leerlingen die dan “vergeten”.
In 2havo heb ik de laatste weken geen schriftcontroles gedaan. Ik had het zo druk in de lessen dat ik er niet aan toe ben gekomen. Dit moet ik dus weer even oppakken.

Verandering 4: Consequenter zijn bij het geven van straf
Ik heb nog nauwelijks straf hoeven geven, maar ik ben wel altijd consequent geweest. Laat ik het zo zeggen: ik heb geen strafwerk gegeven omdat het niet nodig was, niet omdat ik niet consequent ben geweest.

Verandering 5: De stoelen en de tassen
“Herhalen, herhalen, herhalen,” schreef ik vorige keer. Maar ik heb dat de laatste weken niet meer gedaan. Ik moet het echt blijven zeggen, want ik merk nu dat de leerlingen de tassen in het gangpad laten slingeren en dat ze de tafels en stoelen nogal rommelig achter laten. Jammer, dat lijkt me toch wel bij de opvoeding horen…

Ik ben vandaag wel positiever over mijn veranderingen. Ik ga een oplossing verzinnen voor verandering 2 en ook verandering 5 ga ik steviger aanpakken. Als dat lukt…

Liefs!

 

zaterdag 19 oktober 2013

De trein

Na mijn val met de scooter van vorige week heb ik besloten om weer met de trein naar mijn werk te gaan. Ik probeer de voordelen ervan in te zien (in de trein blogs lezen, Facebook en Twitter bijhouden, WhatsApp'en...) maar ik vraag me elke keer weer af of het tegen deze nadelen op kan wegen:

- Vijf keer zo duur
- Duurt langer dan met de scooter
- Afhankelijk van de tijden van de tram en trein
- Tot nu toe élke dag vertraging. Élke dag, wtf? Bedankt, NS!

Ik kijk er naar uit om weer met de scooter naar mijn werk te kunnen. Vrijheid, blijheid!

Liefs!

Dagboek: Eindelijk (#7)

Eindelijk.

Eindelijk kan ik positief zijn. Eindelijk heb ik weer iets leuks te vertellen. Eindelijk zit ik weer goed in mijn vel. Eindelijk!

De weken dat ik in een dip zat leek oneindig te duren. Ik vind het ook heel gek dat dit pas mijn zevende dagboek is, want het lijkt alsof ik er al maanden op heb zitten. Volgens mij is dit de eerste keer dat ik het tegengestelde van ‘de tijd vliegt’ omschrijf.

Alhoewel, deze week ging best snel. Maandag voelde ik me zo goed, dat ik weer zin had om naar mijn werk te gaan. Ik had zin om mijn leerlingen weer te zien, mijn collega’s te zien, alle klusjes te doen enzovoorts. Ik ben dan ook heel blij dat mijn dag dinsdag enorm goed verliep. Anders had ik waarschijnlijk direct weer teruggevallen in mijn dip. Dinsdagochtend begon ik met de klusjes, om twaalf uur gaf ik mijn eerste les en twee uur later was ik al klaar. Kijk, dat zijn roosters waar ik gek op ben.

Ook woensdag was een dag die ik een lange tijd niet had gekend. Ik gaf vijf lesuren, maar het verschil met de afgelopen weken is dat er één tussenuur (en twee pauzes) tussen zaten. Het is niet te omschrijven hoe rustgevend dat is. Even een uurtje op adem komen. Even een uurtje alles laten bezinken. Fijn!

Terwijl ik dit schrijf word ik aangesproken door een collega. ‘Ik vind het zo leuk om te zien dat jij altijd dezelfde rust uitstraalt. Iedereen ziet er hier gespannen uit, maar jij bent altijd kalm.’ Hij had me vorige week mee moeten maken – ha ha!

Tegen de donderdag zag ik wel op. ’s Morgens om half acht arriveren op mijn werk en ’s avonds pas om half tien vertrekken naar huis. Ik heb een paar avonden in het jaar een extra klusje en dat is ontzettend leuk en leerzaam (spreken voor honderd mensen!), maar het zijn wel lange dagen…

… en met mijn nieuwe rooster ben ik ook op vrijdag niet meer vrij. Oei, dat was pijnlijk! Die wekker kwam die ochtend wel erg vroeg. Gelukkig had ik het vrijdag rustig. Drie klassen een SO en de rest van het uur heb ik de leerlingen in stilte laten werken. Heerlijk!

Ik heb nu vakantie. Even een weekje herfstvakantie. En ik moet zeggen dat het toch wel heel fijn is dat ik nu met een goed gevoel de week afsluit en dat ik positief de vakantie in ga. Ik hoop vanaf nu alleen nog maar leuke dingen te schrijven. Ik kan niets beloven, maar ik doe mijn best!

Liefs!

vrijdag 18 oktober 2013

Citaat: Limiet kennen

Op Facebook kom ik wel eens grappige citaten tegen. Onderstaande tekst stond ook op Facebook. Ik durf te wedden dat de achterliggende gedachten niets te maken heeft met mijn context, maar ik vond hem best toepasselijk voor mijn situatie op dit moment.

“Om je limiet te kennen, moet je één keer te ver zijn gegaan.”

Ik denk niet dat dit een uitleg nodig heeft en om heel eerlijk te zijn vind ik ook dat ik er wel genoeg over heb geschreven de afgelopen weken. Daarom houd ik het voor vandaag hierbij!

Liefs!

woensdag 16 oktober 2013

Tip: Gooi je perfectionisme overboord (#29)

Ik heb het idee dat het al een tijd geleden is dat ik een ‘Tip van de Week’ op mijn blog zette. Voor de duidelijkheid, het is inderdaad ook al drie weken terug. Hoog tijd voor een nieuwe tip dus!

Het was niet moeilijk om een tip uit te zoeken. Ik was heel benieuwd naar  de tips uit het hoofdstuk ‘Burn-out’. Niet dat ik nu een burn-out heb, hoor! Ik zit gewoon in een dipje, groter wil ik het niet maken. Maar toch staan er in dit hoofdstuk tips die ook buiten een burn-out om te gebruiken zijn. Zoals onderstaande tip bijvoorbeeld.

Hoofdstuk 27, tip 4: Gooi je perfectionisme overboord
Ken je dat stemmetje in je hoofd dat zegt dat het eigenlijk nog beter moet, beter kan? Of vind je dat je bepaalde dingen ‘gewoon’ moet kunnen? Voel je een constante druk en schakel je dan gewoon een tandje bij? Misschien ben je te perfectionistisch. Bedenk dat het ook anders kan. Perfectionisme is overigens op zich een sterke eigenschap. Perfectionisme wordt pas je vijand als je je eigen fouten en falen overdrijft en je zelf bovendien onhaalbare doelen stelt.

Perfectionistisch? Ik? Eh… JA! Ik wil altijd alles precies doen zoals ik het wil. Het moet kloppen met het plaatje in mijn hoofd. Ik wil niet afwijken van mijn standaard, want dat voelt als falen. En falen voelt als… Het is overdreven om te zeggen dat mijn wereld dan instort, maar ik vind mezelf op dat moment wel even een mislukkeling.

Neem nu mijn lesvoorbereidingen. Vorig jaar heb ik elke les tot in de puntjes voorbereid en opgeslagen op de computer. ‘Dan kan ik het volgend jaar weer gebruiken,’ zei ik tegen mezelf. Dat leek me zo makkelijk! Eén keer iets voorbereiden en de jaren erna de vruchten ervan plukken. Helaas loopt het niet zoals ik toen voor ogen had. Want dit jaar bereid ik weer mijn lessen voor. Dit jaar geef ik meer aantekeningen. Ik geef andere huiswerkopgaven op. De leerlingen hebben niet meer op dezelfde dag wiskunde. Het was zelfs zo dat sommige klassen twee uur wiskunde op één dag hebben. Dan kan ik niet de lessen van vorig jaar gebruiken.

Maar het voorbereiden van de lessen, pfff. Het neemt zoveel tijd in beslag! Elke week schrijf ik het weer op mijn to do-list:
- Les brugklas dinsdag voorbereiden
- Les (1) brugklas woensdag voorbereiden
- Les (2) brugklas woensdag voorbereiden
- Les brugklas donderdag voorbereiden
- Les 2havo dinsdag voorbereiden
- Les 2havo woensdag voorbereiden
- Les 2havo donderdag voorbereiden
Dat zijn zo al zeven punten en met elk punt ben ik 20 tot 40 minuten bezig, als het niet meer is. Reken maar uit hoeveel tijd ik daar wekelijks mee kwijt ben. Vaak is het dan ook nog zo dat ik dan achteraf toch maar iets anders ga doen in mijn les. Of dat er nog iets bijkomt, of weggehaald wordt. Dat er een les uitvalt. Dat ik zelf ziek ben…

Ideaal is het dus niet, ookal leek het voor mij wel zo. Vanaf deze week ga ik iets anders proberen. Mijn lessen niet meer (uitgebreid) voorbereiden. Elke ochtend kijk ik even wat ik die lessen ga doen en dat schrijf ik voor mezelf op een post-it, wat ik op de juiste pagina in mijn boek kan plakken. Al het huiswerk voor de klassen schrijf ik in mijn agenda, zodat ik het gewoon op kan lezen. En de andere belangrijke dingen zet ik op mijn Facebook-pagina, want daar heb ik hem tenslotte voor aangemaakt.

Ik ben echt heel benieuwd hoe dit gaat werken. Improviseren. Geen houvast meer. En aan de andere kant ook geen uren voorbereiden meer. Het zal wennen zijn in het begin, maar ik denk dat het uiteindelijk als een bevrijding zal voelen. Ik houd jullie op de hoogte!

Liefs!