zondag 22 december 2013

Dagboek: Activiteitenweek (#15)

Ik was afgelopen vrijdag en zaterdag zo blij dat ik vakantie had, dat ik helemaal vergeten ben om mijn dagboek-artikel te schrijven. Daarom komt mijn verslag van de afgelopen week een dag later online dan normaal.

De afgelopen week waren er voornamelijk activiteiten op mijn school, afgewisseld met een enkele les. Op dinsdagochtend had ik de leukste activiteit. Ik ging namelijk schaatsen met mijn 2havo-klas. Vooraf vond ik er niet zo veel aan. Ik zou toch niet gaan schaatsen, veel te bang om te vallen. Voor de zekerheid had ik zelfs een boek meegenomen voor als ik langs de kant zou zitten. Toen ik mijn leerlingen aan het aanmoedigen was, werd ik door bijna iedereen de schaatsbaan op gevraagd. ‘Ik kom zo,’ zei ik, in de hoop er vanaf te zijn. Maar zo snel gingen mijn leerlingen er niet mee akkoord. Om een lang verhaal kort te maken: na vijf minuten stond ik als een Bambi op het ijs. Het was even wennen, maar na een paar minuten kon ik al zelfstandig vooruit komen. (Schaatsen wil ik het nog niet noemen, maar ik was in beweging. Laten we het daarop houden.)
Na het schaatsen ging ik weer terug naar school. ’s Middags zou ik namelijk helpen bij de voorbereiding van een toneelstuk. De kostuums moesten gemaakt worden en daar mocht ik een handje bij helpen. Gelukkig waren het simpele dingen die gemaakt moesten worden, want met mijn twee linker handen kan ik niet zo veel.

Op woensdag ging ik met een tweede klas naar een museum. Het was een wiskundig museum, maar ik vond er niet zo veel aan. Ik ben absoluut niet van de musea en het liefst loop ik na vijf minuten al naar buiten. Net als de leerlingen trouwens. Aan mij de opdracht om ze te motiveren om toch ‘al die leuke dingen te bekijken’. Tja, dat was lastig!

Op donderdag gaf ik gewoon lessen. Ik had verwacht dat het heel lastig zou zijn om les te geven, omdat de leerlingen totaal niet meer gemotiveerd waren om op te letten zo vlak voor de vakantie. Niets was minder waar. De leerlingen deden hartstikke goed hun best! Ik was ook best wel trots op ze, want ik zou het ze zelf niet nadoen.

Vrijdag hoefde ik maar voor anderhalf uur naar school. Ik was ingedeeld bij het kerstontbijt bij een (brug)klas die ik niet ken. Ik baalde daar wel heel erg van. Hoe kun je gezellig kerstontbijt vieren met een klas die je niet eens kent? Gelukkig hoorde ik van de mentor van de klas dat het hele lieve leerlingen zijn. Het is een hechte en leuke groep en er zitten geen moeilijke leerlingen in. Dat bleek ook vrijdag. De leerlingen vonden het ook wel leuk om eens een andere docent te zien en uiteindelijk was het nog best wel gezellig.

Er staan nu twee weken vakantie voor de deur. Op mijn telefoon heb ik een lijst gemaakt met alles wat ik wil doen. Boeken lezen, films kijken, hoofdstukken uit een bovenbouw-wiskundeboek doorwerken, heel veel blogs schrijven enzovoorts. Ik ben benieuwd of ik er aan toe zal komen, want het blijft tenslotte vakantie…

Liefs!

woensdag 18 december 2013

Tip: Gebruik je agenda (#33)

Ik ben de koningin der to do-lijstjes. Controlfreak als ik ben werk ik dagelijks met drie takenlijstjes: een lijstje in mijn agenda, een lijstje op mijn telefoon en ook nog een handgeschreven lijstje op een los blaadje. Op mijn telefoon plan ik alle blog- en werkgerelateerde taken in voor de komende week. Zo kan ik precies zien wanneer ik wat moet doen en wanneer ik het wat rustiger heb. In mijn agenda houd ik alleen dingen bij die met mijn werk te hebben. Het gaat hier vooral om afspraken die ik met leerlingen moet maken en andere dingen die ik anders ga vergeten, zoals wie wanneer welk strafwerk moet laten zien. En op het briefje schrijf ik alles wat ik die dag moet doen, tot de kleinste dingen aan toe.
Hoofdstuk 19, tip 4: Gebruik je agenda
Maak per afgebakende periode – bijvoorbeeld van vakantie tot vakantie – een schema waarop precies staat wanneer je wat af moet hebben. Noteer alles: van ouderavonden en proefwerken tot grote privézaken als een jubileum of verbouwing. Zo voorkom je dat het je overvalt. Een agenda schept orde. Gebruik hem dus goed en kijk aan het eind van elke dag wat er de volgende dag op je af komt. Maak elke dag een to-do-lijstje en streep af wat je gedaan hebt.

Ik kan het me best voorstellen dat mensen niets met dit soort lijstjes hebben en liever van dag tot dag leven, maar ik zou dan absoluut niet kunnen. Veel te bang dat ik iets vergeet uit te voeren wat echt moest gebeuren. Veel te bang dat ik een afspraak vergeet. Dus ik houd het fijn bij al mijn lijstjes.

Naast de drie bovengenoemde lijstjes maak ik ook nog een planning voor de klas. Bij de start van het schooljaar is er voor ieder leerjaar een jaarplanning. Hierop staan alle toetsmomenten. Aan het begin van elk hoofdstuk schrijf ik op wat de leerlingen wanneer af moeten hebben en wanneer de toetsen zijn. De leerlingen krijgen het huiswerk per week op, maar voor mezelf maak ik een overzicht voor het hele hoofdstuk, zo'n drie tot vier weken.

Liefs!

maandag 16 december 2013

Mentor in het voortgezet onderwijs, hoofdstuk 6

Hoofdstuk 6: Leerlingen begeleiden bij het leren

Eén van de lastige dingen voor leerlingen is het leren leren. Gelukkig gaat het bij een deel vrijwel vanzelf, maar anderen blijven er gedurende hun hele periode op de middelbare school mee worstelen. Het is een taak van de mentor om hier iets mee te doen.

Ik weet dat ze bij mij op school in de brugklas best wat tijd besteden aan het leren leren. Wekelijks is er een studieles ingepland waarbij de leerlingen zelfstandig werken aan hun huiswerk. De mentor bespreekt individueel of in groepjes met leerlingen hoe hun planning er voor de aankomende week uit ziet, hoe het is gegaan met hun vorige planning en/of geeft de leerlingen tips bij het realiseren van een planning. Wat vooral dat laatste is wel nodig.

Het maken van een planning is ook niet zo heel moeilijk. Het is het lastigst om je aan een planning te houden. Daar had ik op de middelbare school al last van en ik zie het ook al gebeuren bij mijn leerlingen. Want als je op maandagavond een uurtje wiskunde gepland hebt terwijl er ook een leuke film op de televisie is, is het natuurlijk heel verleidelijk om je planning in de war te schoppen.

In dit hoofdstuk geven de auteurs tips bij het maken van een goede planning. Naast de vakken waar je die middag of avond aandacht aan wilt besteden, moet er ook specifiek bijstaan wát je wilt doen. Wil je één bladzijden met woordjes leren? Wil je tien wiskundeopgaven maken? Wil je een samenvatting voor geschiedenis maken? Dit moet specifiek in de planning staan. Daarnaast moet je een schatting van de tijd bij elke activiteit neerzetten met eventueel ook een tijdstip waarop je dit punt uit wilt werken en hoe laat je ermee klaar wilt zijn.

Zeker in het begin is het heel lastig voor de leerlingen om een planning te maken. Er komt al gauw te weinig of juist te veel op het lijstje te staan. Daarom is het belangrijk dat een leerling ook zijn of haar planning aan de mentor laat zien. De mentor kan dan kijken of de planning haalbaar en realistisch is.

Het volgende hoofdstuk zal gaan over de begeleiding bij de psychosociale ontwikkeling. Ik hoop dat het niet net zo saai is als het klinkt…

Liefs!

zaterdag 14 december 2013

Dagboek: Vijf dagen werken is niets voor mij (#14)

Ik ben niet gemaakt voor een werkweek van vier dagen. Respect voor degenen die het wel kunnen, maar aan mij is het niet besteed. Misschien wen je er wel aan als je een paar weken achter elkaar vijf dagen werken, maar voor nu zeg ik: NEE!

Helaas durf ik dat niet te hard tegen mijn baas te zeggen. Ik heb wel een poging gewaagd hoor. Afgelopen maandag had ik een rapportvergadering. Een ontzettend lieve klas, allemaal strebertjes, geen probleemleerling, niemand met een onvoldoende voor wiskunde. En toch moest ik op mijn vrije dag naar mijn werk komen. 'Het is heel belangrijk dat je bij zo'n eerste vergadering over een klas bent,' zei de teamleider van de brugklassen. Alleen als je een andere belangrijke afspraak hebt, kun je je afmelden bij de baas.' Helaas, geen belangrijke afspraken voor mij, dus maandag ging ik alsnog naar mijn werk. Wat een nutteloze dag was dat! Ik kwam op mijn werk, zat als een dromerige schoenzool bij de vergadering, ik heb niet één woord hoeven zeggen en een half uur later stond ik weer buiten.

Gelukkig was dinsdag minder nutteloos. Mijn 2havo-klas kreeg een toets, mijn brugklassen kregen hun vorige toets terug en tussendoor schrok ik steeds weer op van de bel. We werkten de hele week met een verkort rooster, en dat was even wennen! Soms heb je van die dagen dat je zou willen dat de bel allang was gegaan. En op de dagen dat je in tijdnood zit, gaat de bel altijd eerder dan je denkt. Hoe kan dat toch?

Op woensdag stuurde ik mijn vriend een berichtje op zijn telefoon. 'Huh, nu al klaar met lesgeven! De tijd ging snel!' Dat geeft wel aan dat de dag echt voorbij vloog. Dat komt ook omdat ik slechts drie lesuren (en drie tussenuren) had. In mijn tussenuren ben ik altijd zo druk met mijn to do-lijstje leegkrijgen, dat ik vergeet om op de klok te kijken.

Ook op donderdag gaf ik twee toetsen. Ik had wel medelijden met die arme kinderen. Ik had de toets te lang gemaakt - verkort rooster, oeps! -, waardoor iedereen in de stress schoot toen ik zei dat ze nog maar een paar minuten hadden. Ik ga nog even een oplossing bedenken, want dit is toch wel een beetje mijn eigen schuld.

Vrijdag was by far de meest aparte werkdag ooit. Ik ben nog nooit zo boos en zo bang tegelijk geweest. Er was een leerling uit de brugklas die tijdens de uitleg mompelde dat het saai was. Ik werd toen zo ontzettend boos dat ik de klas doodstil aan het werk heb gezet. Ze waren best geschrokken, want niemand durfde nog een woord te zeggen. Toen ik de leerling aankeek, werd ik echt bang. De dag ervoor hadden we over deze leerling vergaderd. Hij wordt thuis waarschijnlijk mishandeld en is daardoor erg agressief. Hij lost het liefst alles op met geweld en heeft op de basisschool weleens een docent aangevallen. Het is jammer dat ik hier pas aan dacht nadat ik zo boos op hem ben geworden.
Het hele lesuur heeft hij niets uitgevoerd. Hij bleef me aankijken met die boze en gewelddadige blik in zijn ogen. Als blikken konden doden... Gelukkig heeft deze leerling aan het eind van de les, toen iedereen al weg was, wel zijn excuses aangeboden. 'Ik had een rotdag en dat had ik niet op u mogen afreageren,' zei hij. We hebben er nog even een half minuutje over gepraat dat het inderdaad geen goede zet van hem is geweest. Ik wenste hem een fijn weekend en werkte hem snel het lokaal uit. Ik stond nog steeds te shaken op mijn benen.

Ik heb besloten om van dit weekend drie leuke dagen te maken. De laatste tijd vergeet ik om de bioscoop te bezoeken. Te druk, donker buiten, te veel boeken om nog te lezen... Er is altijd wel een reden om binnen te blijven. Omdat ik het abonnement op de bioscoop niet voor niets heb genomen, maak ik er dit weekend een film-marathon van. Er draaien veel leuke films in de bioscoop, dus ik vermaak me waarschijnlijk wel!

Liefs!

vrijdag 13 december 2013

Lievelingsdocent

Mevrouw, ik heb slecht nieuws,’ zei één van mijn brugklasleerlingen. ‘Ik ben van school verwijderd.’
Ik schrok me kapot en vroeg me meteen af wat er aan de hand was.
‘Moet je nu per direct weg, of mag je nog wel in de les blijven zitten?’ vroeg ik. Ik wilde namelijk net starten met de les en alle leerlingen zaten al klaar.
‘Ja, ik mag vandaag nog blijven.’
Ik snapte er ondertussen niet zo veel meer van. Hij is verwijderd van school, maar mocht vandaag nog wel blijven. Wat kon er aan de hand zijn? ‘Ik spreek je straks even op de gang.’

Terwijl iedereen rustig aan het werk was, nam ik de jongen mee naar de gang. Hij vertelde dat het niveau te hoog is voor hem en dat hij over moest stappen naar VMBO-TL.
‘Hoe eerder, hoe beter,’ zei hij, ‘maar voorlopig ben ik er nog. Ik weet alleen niet voor hoe lang.’
Verwijderd is dus een groot woord. Hij is niet van school gestuurd; de school heeft hem alleen een advies gegeven om over te stappen naar een ander niveau. Dat verklaarde waarom hij er nog wel bij mocht zitten die dag.
 
‘Ik ben er nog steeds,’ lachte de jongen vrolijk naar me toen hij de volgende dag het lokaal in liep. En ook de dag erna was hij er nog steeds. Weer kwam hij aan mijn bureau staan.
‘Na de kerstvakantie ben ik er niet meer, mevrouw. Ik vind het wel fijn om naar een andere school te gaan, maar ik vind het ook jammer.’
‘O?’
‘Dan moet ik u missen. U bent mijn lievelingsdocent.’

Liefs!

woensdag 11 december 2013

Intervisie: Leerling vraagt veel aandacht (#6)

Vandaag een intervisie-blog waarin ik inzoom op één specifieke leerling.

De situatie
In mijn klas heb ik één leerling die erg veel aandacht trekt. Hij heeft geen ADHD of een andere (aandacht tekort)stoornis, maar er zit wel iets in zijn karakter waardoor hij steeds opnieuw om aandacht blijft vragen. Dit varieert van antwoorden voorzeggen tijdens de klassikale uitleg tot extreem onnodige vragen precies op het moment dat ik de leerlingen aan het werk wil zetten.

Hulpvraag
Hoe zorg ik ervoor dat deze leerling genoeg aandacht krijgt, zonder dat het mijn les verstoort of dat ik me er aan ga ergeren?

De mogelijke oplossingen
1. Geef hem complimenten. De aandacht die hij nu vraagt, is negatieve aandacht. Hij is er elke keer op uit om waarschuwingen te krijgen, waar hij totaal niet meer van terugdeinst. Volgens mij kickt hij daar juist op. Door alleen te focussen op de positieve punten en door hem complimenten te geven, krijgt hij ook aandacht. Voor de docent (mij!) leuker, omdat ik niet constant gericht ben op de dingen die hij fout doet. En ook voor de leerling leuk (denk ik), omdat hij nu nog steeds zijn aandacht krijgt. Maar dan op een positieve manier.

2. Geef de leerling een andere plek in de klas. Hij zit nu vooraan in het lokaal, op nog geen meter afstand van mijn bureau en de plek waar ik sta als ik uitleg geef. Ik kan hem een plek geven waar hij niet meer vooraan zit. Hij is op deze manier al minder aanwezig. Misschien zal hij zich ook minder aandachttrekkend opstellen.

3. Geef hem ook eens een klassikale beurt. Dit soort leerlingen worden vaak overgeslagen bij het beantwoorden van de vragen, omdat ze al vaak genoeg aandacht krijgen. Maar geef hem ook eens de beurt, waarbij hij dus wel ‘legaal’ mag praten. Dat zal hem goed doen.

4. Praat met de leerling, één op één. Leg hem uit wanneer hij wel om aandacht mag vragen en wanneer hij een stapje terug moet doen. De leerling in kwestie is een bijdehand en slim mannetje. Hij zal dit heus wel snappen.

5. Spreek eventueel met hem af dat hij niet meer dan drie waarschuwingen mag krijgen. Het roepen door de klas en/of het stellen van onnodige vragen zit er bij hem al helemaal ingeslepen. Hij doet dit vast niet meer bewust. Geef hem de ruimte om nog een paar keer de fout in te gaan, maar zorg er ook voor dat het niet te vaak gebeurt. Drie keer per les is meer dan genoeg om eraan te wennen dat hij iets minder in de spotlights mag staan.

De komende tijd ga ik proberen om deze tips op de jongen toe te passen. Ik ben benieuwd.

Liefs!

maandag 9 december 2013

Verandering per januari 2014

Gisteren, precies anderhalf jaar geleden, kroop ik - zoals wel vaker - achter de computer op mijn stageplek. Ik voerde het idee uit waar mijn vriend eerder die week mee kwam: een blog over het leven als (beginnend) docent. Een platform waarop ik kon schrijven hoe het is als beginneling in dit toch wel lastige vak. Een plekje op internet waarop ik mijn ei kwijt kan als ik het even niet meer zag zitten voor de klas - en in die tijd was dat vaak! Maar ook gewoon een nieuwe hobby. Schrijven vond ik leuk, maar deed ik niet veel meer. Lesgeven vond ik minder leuk, maar daar kon ik moeilijk mee stoppen. (Want: wat moest ik anders?) Ik hoopte dat ik met mijn blog meer zou gaan schrijven, maar ook dat ik het lesgeven leuker zou gaan vinden.

Beide doelen zijn voltooid. Ik schrijf meer, ik ga met meer plezier naar mijn werk dan voorheen. Maar toch knaagt er nu iets, na anderhalf jaar. Ik haal minder voldoening uit het bloggen dan in de afgelopen maanden. De artikelen begin ik wat meer af te raffelen, mijn inspiratie raakt op, de cijfers kelderen enorm. (Waar de pageviews eerst nog boven de 200 zaten, zijn ze nu 40. Hooguit.)

Toch wil ik absoluut niet stoppen met mijn blog. Dat zou zonde zijn. Er staan best interessante artikelen op wat voor anderen ook bruikbaar kan zijn. En voor mezelf is het in de toekomst ook heel leuk om terug te lezen hoe alle weken vergaan zijn 'toen ik nog een beginneling was'.

Daarom heb ik een andere oplossing gevonden. Januari staat vaak in het teken van de veranderingen. Stoppen met roken, gezonder leven, andere hobby's zoeken. Mijn verandering gaat plaatsvinden op mijn blog. Nog steeds komen er wekelijks minimaal drie artikelen online. De inhoud van de blogposts zullen echter wel gaan veranderen. Omdat ik af en toe best tegen de maandagartikelen aan zit te hikken, zal hier iets aan veranderen. Het is niet zo dat er helemaal geen informatieve artikelen online gaan komen, maar dit gaan wel de extra artikelen worden. In plaats van het maandagartikel ga ik een dag uit mijn leven als docent van uur tot uur bespreken. Mijn gedachten, mijn belevenissen, mijn gesprekken met de leerlingen. Een beetje zoals mijn dagboekartikel, maar dan véél dieper ingaand op alles wat er gebeurt. Elke week kies ik één dag. Op deze dag houdt ik zo'n beetje alles bij. De eerstvolgende maandag zal dit dan online komen.

Wat kun je vanaf 1 januari 2014 op mijn blog verwachten?
Maandag: Een dag uit het docentenleven
Woensdag: Tip / Intervisie / 10...
Zaterdag: Dagboek
Extra: Informatief artikel / Mijn voornemens / ...

Ik hoop dat ik mezelf hiermee kan motiveren om weer volop voor mijn blog te gaan!

Liefs!

P.S. Hoofdstuk 6 uit 'Mentor in het voortgezet onderwijs' komt volgende week online.

zaterdag 7 december 2013

Dagboek: Weekendgevoel (#13)

De hele week loop ik al met het gevoel dat het weekend is. Nu is het eindelijk zo ver. Ik heb dit keer een kort weekendje. Ik ben veel te veel verwend met mijn drie dagen weekend. Nu ervaar ik twee dagen vrij al als weinig...
 
Dinsdag had ik een heerlijke dag. De lessen volgden elkaar snel op en tussendoor had ik nog twee uurtjes vrij. Er moest echter wel een hoop gedaan worden. Mijn to-do-list bestond aan het begin van de dag uit elf taken. Elke keer dat ik een taak had afgevinkt, kwamen er weer twee dingen bij. Je begrijpt dat ik erg blij was toen ik aan het eind van de dag echt alles heb kunnen wegstrepen. 
's Middags hielp ik Zwarte Piet een handje door alle surprises en cadeautjes alvast bij mij thuis neer te zetten voor vandaag, zaterdag.
 
Woensdag was ik in een heerlijke Sinterklaasstemming. Donderdag werd natuurlijk overal Sinterklaas gevierd, maar bij mijn schoonfamilie deden ze dat al op woensdag. Ik keek er de hele dag naar uit. Ik vind Sinterklaas vieren bijna net zo leuk als mijn verjaardag vieren. En aangezien ik bij mijn verjaardag al vier weken van tevoren begin met aftellen, is dat met Sinterklaas niet anders. Woensdag werd ik helaas ook keer op keer teleurgesteld. Wat naast mijn Sinterklaasgevoel, had ik ook een weekendgevoel. En elke keer bedacht ik me weer dat het pas woensdag was. Domper!
 
Dat geldt trouwens ook voor donderdag. De hele school was in een feeststemming. Sinterklaas zat in de pauzes op het grote toneel, met honderden leerlingen om hem heen die op zijn schoot wilden zitten. De pieten liepen tijdens de lessen over de gangen met grote karren vol met chocomel en dozen speculaas. Elk lokaal gingen ze binnen en overal kregen de leerlingen iets lekkers. Een enorm chaotisch gedoe, zeker omdat dit bij mij twee keer gebeurde tijdens een toets. Ik heb de leerlingen dan ook maar wat minuten extra tijd gegeven, wegens de lesverstoring. Vond ik ook niet erg, want dan kon ik nog wat minuten langer genieten van de enorme stilte in het lokaal.
 
Vrijdag mocht ik dan eindelijk legaal een weekendgevoel hebben. Dat heerlijke idee werd alleen maar versterkt doordat ik op vrijdag wat eerder klaar was. Door alle vergaderingen hadden we op vrijdag een verkort rooster. Alle lesuren duurden 10 minuten korter, waardoor ik ineens anderhalf uur eerder vrij was dan normaal. Om half drie kon ik de schooldeur achter me dichttrekken en uitkijken naar een geweldig weekend.

Want vandaag, 7 december, vier ik een verlaatte Sinterklaas. Ik verheug me op een middag koken en een avond vol eten, spelletjes spelen, gedichten voorlezen en cadeautjes uitpakken. Ik voel me weer helemaal een klein kind!
 
Liefs!

woensdag 4 december 2013

Tip: Houd je aan de regels (#32)

Er zijn docenten die de regels aan hun spreekwoordelijke laars lappen. Ik had op de middelbare school een (hele lieve!) docent die altijd te laat kwam. Altijd! Hij stond namelijk nog buiten te roken. Of hij was nog even koffie aan het halen, aan het kopiëren of hij had zich verslapen. Het maakte ons niet veel uit. Wij, de leerlingen, wisten wel dat we rustig aan konden doen. ‘Ach, hij zal toch nog niet bij het lokaal zijn.’

Hoofdstuk 7, tip 7: Houd je aan je eigen regels
Petten en mutsen af, jassen uit, op tijd komen en niet kauwen in de klas. Puberende jongeren meten zich af aan de docent. Leg de regels uit en verklaar waarom je ze belangrijk vindt. Gedraag je vervolgens altijd zelf volgens de regels. Te laat komen in de les is bij pubers funest, want dan ‘mogen’ zij het ook.

Ik keur het niet goed dat die docent altijd te laat kwam, maar nu, een paar jaar later, is dat wel één van de dingen die me zijn bijgebleven van hem. Het hoorde een beetje bij zijn verstrooide karakter en achteraf kan ik er wel om lachen. Zo was hij.
Toch vind ik het niet heel erg netjes naar de leerlingen en ook niet erg collegiaal. Je werkt op een school en op een school zijn nu eenmaal regels. Véél regels. En ook al ben je het niet met alle regels eens, het is wel van belang om je ook als docent te houden aan die regels.

Een ander voorbeeld. Op één van mijn stagescholen zat mijn begeleidster elke les te whatsappen met haar vriend. Natuurlijk is het heel cool als je met de tijd mee gaat, maar ik vind het absoluut not done om dit te doen in het bijzijn van de leerlingen. Want terwijl zij hun hersentjes braken over de wiskundesommen, zat zij te grinniken om iets wat haar vriend stuurde. Nee, dat kan niet.

Nu moet ik heel eerlijk bekennen dat ik me ook niet aan alles regels houd die voor de leerlingen gelden. Leerlingen mogen in het lokaal niet eten of drinken. Ik drink tijdens het lesgeven best wat flesjes water weg, of kopjes thee. En als er geen leerlingen zijn en mijn maag begint te knorren, dan ga ik niet helemaal naar de personeelskamer lopen om daar mijn boterham op te eten. Dat doe ik ook gewoon achter mijn bureau.

En die telefoons… Ja, we kunnen wel stellen dat ik niet zonder telefoon kan. Hij ligt op mijn bureau achter een stapel papierbakken, verstopt voor de leerlingen. Ik raak dat ding niet aan tijdens de lessen, maar zodra ik een vrij minuutje vind en er geen leerlingen in de buurt zijn, kijk ik toch even of ik nog belangrijk ben geweest.

Water drinken en dit laatste voorbeeld zie ik niet als tegen de regels in gaan. Er zijn extremere voorbeelden te bedenken. Over het algemeen kunnen we dus wel zeggen dat ik me aan de regels houd. Dat zouden al mijn collega’s moeten doen.

Liefs!

maandag 2 december 2013

Werkvorm Sinterklaas

Het leek me zo leuk om een activerende werkvorm te verzinnen voor aanstaande donderdag, 5 december. Helaas liep dat door mijn planning een beetje anders. Deze week wil ik graag een SO geven aan mijn brugklassen. Dinsdag en woensdag is te vroeg, dan heb ik de theorie nog niet af. Vrijdag mag niet, dan zijn de leerlingen huiswerkvrij. Dus ik moest de toets wel op donderdag plannen…

De leerlingen maakten er – mede door de verklaring – geen probleem van. Maar leuk is het natuurlijk niet. Daarom heb ik alsnog iets ‘leuks’ verzonnen voor aan het einde van de toets.
Op de achterkant van het toetsblaadje maak ik een puzzel. De leerlingen zitten nu midden in een hoofdstuk over (het vermenigvuldigen en delen van) negatieve getallen. Deze puzzel sluit daar goed bij aan.

Ik heb een rijtje sommen gemaakt. Het antwoord van de som correspondeert met een letter uit het alfabet. Het getal 1 staat voor a, 2 staat voor b, enzovoorts. Als ze alle opgaven goed gemaakt hebben, komt er een zin uit.


Ik wens jullie een fijne Sinterklaasavond.


Ik hoop dat dit het maken van de toets op deze speciale dag iets draaglijker maakt.

Liefs!

zondag 1 december 2013

Mijn voornemens, update 11

1 december wordt toch altijd wel gezien als het begin van een leuke periode. Sinterklaas staat voor de deur, de Kerstman is in aantocht en de familie wordt extra vaak bezocht deze maand. Hartstikke leuk! 1 december is ook de dag om terug te blikken op mijn goede voornemens van dit jaar.
1. Verder met mijn blog
Er staat nu ruim 340 blogs online, wat betekent dat ik mijn doel van 333 blogs bereikt heb. Ik heb er geen enkele moeite voor hoeven doen en ik heb zelfs nóg een maand te gaan. We kunnen wel stellen dat ik mijn eerste doel glansrijk heb behaald.
2. Een boek schrijven
In november heb ik mijn verhaal herschreven. Het verhaal ligt nu in het digitale postvakje van mijn zusje om er eens kritisch naar te kijken. In januari zal ik het verhaal weer opsturen naar een uitgeverij.
3&4. Heel veel lezen & mijn andere blog oppakken
Het zit wel goed met dat lezen. Met mijn blog gaat het toch wel anders dan ik had verwacht. Het was ook al in mijn vorige update te lezen, maar ik heb een punt achter mijn boekenblog gezet. Het schrijven deed ik allang niet meer met plezier en ik ging echt niet meer lezen omdat ik een boekenblog had.
5. Engels leren
Ik heb deze maand een halve Engelstalige film gekeken zonder ondertiteling. Halverwege de film viel ik in slaap, maar ik ben toch al een stapje verder dan voorheen.
6. 50.000 woorden schrijven
Het leek me een leuk streven om in november, tijdens de National Novel Writing Month, verder te schrijven aan het verhaal waar ik in augustus mee begonnen ben. In plaats daarvan ben ik verder gegaan met het verbeteren van een eerder verhaal. Geen probleem; ik heb alvast een goed voornemen voor 2014 gevonden!
7. Mijn blogs bundelen
En mijn tweede voornemen van 2014…
Liefs!
* Lees ook de eerdere blogs over mijn voornemens *

zaterdag 30 november 2013

Dagboek: Halleluja! (#12)

Halleluja, wat ben ik blij dat het weekend is. Normaal vind ik de werkweken al best lang duren, maar deze week was het echt vermoeiend. Jullie weten inmiddels wel dat ik veel kan klagen over hoe slopend het lesgeven is. Vandaag ga ik daar gewoon mee verder. Bleh, wat ben ik moe! Elke middag kwam ik met hoofdpijn thuis, 's avonds had ik nog van alles gepland en elke ochtend vroeg ik me weer af waarom ik mijn wekker zo belachelijk vroeg had gezet. O ja, ik moest werken!

Dat het slopend is, weten we nu wel. Gelukkig is lesgeven ook heel leuk. Dinsdag en woensdag heb ik bijvoorbeeld echt genoten van mijn lessen. Aan het einde van de dag was ik kapot, dat wel. Maar de lessen waren leuk, de leerlingen waren druk (hoofdpijn!) maar gezellig en de theorie was ook goed te doen deze week.

Op donderdag hoefde ik slechts één lesuur te geven. 's Middags kwamen de achtste groepers van de basisscholen uit de omgeving een kijkje in onze keuken nemen. Ze kregen een korte rondleiding, informatie van docenten en ook wat proeflesjes. Ik mocht ook zo'n lesje geven aan twee groepen en dat was erg leuk om te doen. Ze zijn wel wat brutaler dan de beginnende brugklasleerling, omdat ze in hun vertrouwde groepje zitten. Klasgenoten en juffen/meesters om zich heen. Gelukkig dimt dat wel als ze hier volgend jaar in de brugklas starten en alles nieuw voor ze is.

Vrijdagochtend kon ik maar één ding denken. TGIF! Na drie dagen thuiskomen met hoofdpijn had ik het best wel gehad. Ik baalde dan ook wel dat de vrijdag mijn langste dag is. Eerste tot en met het achtste uur, inclusief vier tussenuren. Ik heb zelf gevraagd om tussenuren in mijn rooster, dus ik mag eigenlijk niet klagen. Maar ik heb er wel flink de pest in als ik iedereen om twee uur de school uit zie lopen, terwijl ik er dan nog bijna twee uur moet zitten... Ach, gelukkig heb ik drie dagen weekend!

 
Zo, ik heb weer even flink geklaagd. Dan nu iets positiefs: bijna vakantie! Een leuke afsluiter voor dit dagboekhoofdstuk.

Liefs!

woensdag 27 november 2013

10 manieren om... je werkdag leuk te houden

In deze donkere tijd vind ik het steeds moeilijker om mijn bed uit te komen. Vooral nu het buiten echt donker en koud begint te worden wil ik liever de hele dag in bed liggen. Helaas lukt dat niet, want ik moet toch echt mijn geld verdienen. Gelukkig heb ik wel wat manieren om de werkdag leuker te maken, waardoor ik met iets minder moeite mijn bed uit kom.

1. Ik begin mijn dag altijd met een lekker kopje thee. Op mijn werk staan zo veel verschillende smaakjes die ik thuis niet heb. Vooral de herfst- en winterthee zijn mijn favoriet, maar ook sterrenmunt gaat er gemakkelijk in. Mmm! Ik kan hier echt naar uitkijken.

2. Kijk niet voortdurend op de klok. Met de grauwe lucht buiten verlang ik er altijd wel naar om lekker binnen te zitten bij de gashaard. Ik merk dat ik daardoor vaker op de klok kijk om te checken of het al bijna tijd is om naar huis te gaan. Niet doen! Dit levert alleen maar teleurstellingen op. Hang je klok ergens op een bijna-inzichtbare plek op, of zorg er gewoon voor dat je jezelf inprent dat je niet meer op de klok mag kijken.

3. Lach! Als ik even ergens geen zin in heb, ben ik altijd geneigd om een chagrijnig gezicht op te zetten. Niet doen! Met een stralende glimlach op je gezicht is het werken een stuk leuker. En je weet: time flies when you’re having fun. Oftewel: hoe meer je lacht, hoe sneller je naar huis kunt.

4. Maak een gezellig praatje met je collega’s. En zorg ervoor dat het eens niet over het werk gaat…

5. Probeer niet te veel af te tellen naar het einde van de werkdag, naar het einde van de week of misschien zelfs naar de kerstvakantie. Ik ben er een kei in om wel af te tellen (nog zestien werkdagen tot de vakantie!) maar ik merk ook dat het daardoor lijkt alsof ik geen zin heb om naar mijn werk te gaan. En dat is natuurlijk niet de bedoeling…

6. Bedenk voor jezelf wat uitdagingen tijdens de werkuren. Sta je net als ik voor de klas? Stel jezelf als doel om minstens vijftien (gemeende!) complimenten te geven aan de leerlingen. Of bedenk een andere leuke uitdaging. Je zult zien dat de tijd voorbij vliegt.

7. Bedenk wat leuke, activerende lessen. Ook de leerlingen hebben niet altijd zin om op dit soort dagen naar de les te gaan. Maak de lessen eens wat leuker en gevarieerder. Bonus voor zowel de leerlingen als voor jou, de docent!

8. Knoop leuke gesprekken aan met de leerlingen. Ook dit zorgt ervoor dat de tijd ineens voorbij vliegt.

9. Kijk positief naar alles om je heen…

10. …en schrijf elke les minstens drie dingen op waar je dat uur blij van bent geworden. De tijd gaat echt een stuk sneller als je niet depressief achter je bureau hangt.

Ik ga me de komende week concentreren op het laatste punt. En jullie?

Liefs!

dinsdag 26 november 2013

Reflectie #4

Mijn vorige reflectie kwam ruim een maand geleden online. Tijd voor een volgende reflectie. Hoe gaat het met de vijf veranderingen die ik met ingang van dit jaar wilde doorvoeren? Je leest het hieronder.

Verandering 1: Onvoldoendes van de leerlingen
Ik ben ondertussen nog druk met het kopiëren van de toetsen waar groot een onvoldoende op staat, ik ben nog steeds vragenlijsten aan het uitdelen en innemen en ik ben ook nog steeds de toetsen aan het analyseren. Binnenkort komen de vergaderingen en tafeltjesavond om de hoek kijken. Ik ben benieuwd of het nut heeft gehad dat ik hier zo veel tijd aan heb besteed.

Verandering 2: De opstelling in mijn lokaal
Ik heb nog steeds amper in groepjes gewerkt. Erg jammer! Binnenkort wordt ons schoolgebouw verbouwd. We krijgen er extra lokalen bij. Hopelijk mag ik dan les gaan geven in een groter gebouw. Tot die tijd zal ik waarschijnlijk niet veel anders in mijn lessen doen dan wat ik nu al doe: twee aan twee werken.

Verandering 3: Huiswerkcontrole
Ik kijk zo af en toe de schriften van de leerlingen door. In de brugklassen is het minder nodig, maar bij mijn 2havo-leerlingen probeer ik het wel wekelijks te doen. Ik heb nu ook een nieuwe regel bij deze klas: als het huiswerk niet in orde is, kom je dit vrijdag het 8e uur inhalen.

Verandering 4: Consequenter zijn bij het geven van straf
Om meteen in te haken op het vorige: vrijdag het 8e uur staat. Ik heb geen medelijden met de leerlingen, want ik moet zelf ook tot vier uur 's middags lesgeven op vrijdag. Dat het van hun weekend af gaat, is hun eigen schuld.

Verandering 5: De stoelen en de tassen
Ik moet het blijven herhalen, maar dan lukt het wel. Ik heb dit overigens alleen bij mijn brugklassen toegepast. Bij 2havo is het nog steeds een zooitje met slingerende tassen op de grond. Daar moet ik ook maar eens iets van gaan zeggen, denk ik zo.

Liefs!
 

maandag 25 november 2013

Mentor in het voortgezet onderwijs, hoofdstuk 5

Hoofdstuk 5: Begeleidingsgesprekken

Vandaag een stukje over het vijfde hoofdstuk van het boek ‘Mentor in het voortgezet onderwijs’. Het hoofdstuk was bijna net zo dik als de vorige vier hoofdstukken bij elkaar, maar ik kwam er goed doorheen. Het was informatief en interessant tegelijk.

Het hoofdstuk ging over begeleidingsgesprekken. Een gesprek met een leerling bevat pedagogische en didactische doelen. Vaak gaan deze gesprekken over de ontwikkeling van de zelfstandigheid of zelfverantwoordelijkheid van de leerlingen. Bij het reflecteren van deze doelen is de reflectiespiraal van Korthagen erg handig. Deze bestaat uit vijf fases; de ervaring, terugblikken hierop, conclusies trekken, een nieuwe werkwijze bedenken en deze uitproberen.
Omdat niet iedereen uit zichzelf deze stappen doorloopt, is daar de rol van de mentor. Hierover wordt meer beschreven in het volgende hoofdstuk.

Van het doel van het gesprek gaan ze in het boek over naar de leerling. De leerling met wie de mentor het gesprek heeft wil uiteraard serieus genomen worden. In de tweede paragraaf geven ze hier wat tips voor. De belangrijkste tip is om vragen te stellen. Toon interesse in de leerling en vraag vooral ook door. Een andere tip is om empathie te tonen. Koppel vooral ook terug wat je bij een leerling ziet.

Ik jump meteen door naar de vijfde paragraaf van het hoofdstuk, waarbij ze het hebben over de organisatie van het gesprek. Bij een mentorgesprek hoort natuurlijk een goede voorbereiding. Lees alle informatie over een leerling nog even door, verzamel informatie wat je in het gesprek nodig zal hebben en vraag ook aan de leerling om zich voor te bereiden. De leerling wil misschien zelf iets inbrengen. Hiervoor bestaan ook vragenlijsten die een leerling in kan vullen voorafgaand aan het gesprek.
Een tweede stap is om duidelijk het doel van het gesprek te formuleren. Wil je het hebben over het gedrag? Over de cijfers? En wat voor soort gesprek wordt het?
Na het gesprek is het tijd voor de afronding. Bespreek met de leerling nog even kort wat de eventuele afspraken zijn. Maak hiervan ook – tijdens of na het gesprek – een verslag. Handig voor de leerling om terug te lezen, absoluut handig voor jezelf en misschien ook nog voor collega’s.

Ik noemde het net al kort. Er zijn verschillende soorten gesprekken. In dit hoofdstuk behandelen ze vijf soorten mentorgesprekken. Ze beginnen met het kennismakingsgesprek, wat uiteraard ergens aan het begin van het schooljaar plaats zal vinden. Vervolgens komt het probleemverhelderend gesprek, het adviesgesprek en het slechtnieuwsgesprek. Een laatste soort gesprek is het bemiddelend gesprek, een gesprek met meer dan één leerling.

Hoofdstuk 6 zal gaan over de rol van de mentor bij het begeleiden van leerlingen bij het leren. Over twee weken zal mijn verslag daarvan online komen.

Liefs!

zaterdag 23 november 2013

Dagboek: Repetitieweek numero uno (#11)

Afgelopen week hebben we op mijn werk de eerste repetitieweek van het jaar gehad. Ik weet nog dat dit vorig jaar altijd aanvoelde als een weekje vakantie. Nu heb ik toch wel het idee gehad dat ik echt gewerkt heb!

 
Dinsdag hoefde ik maar tot half elf naar mijn werk. Aan dat soort tijden kan ik echt wel wennen! Na schooltijd heb ik nog wel wat toetsen nagekeken. Ze waren gelukkig goed gemaakt, dat geeft me toch altijd wel een goed gevoel. Zeker omdat het de laatste toets voor het rapport was.

Op woensdag mocht (moest…) ik surveilleren bij mijn 2havo-klas. Schatjes, echt waar! Het liefst zou ik ze elke les een toets willen geven. Heerlijk zoals ze waren. Tijdens het surveilleren heb ik de andere toetsen nagekeken en een beginnetje gemaakt in mijn Mentor-boek. Aanstaande maandag komt daar een stukje over online.
In het laatste uur, een studieuur, van die dag vroeg ik aan de klas wie er nog een hoesje wilde hebben voor een iPhone. Ik heb laatst namelijk een nieuwe telefoon gekocht, maar het hoesje was nog voor een ouder model. Ik kon er gelukkig een leerling, Selma, heel blij mee maken.

Donderdag was weer mijn extreem lange dag. ’s Morgens op half zeven de deur uit, ’s avonds om half elf pas weer thuis. En tussendoor negen uur lang wachten. Bah! Ik woon net op zo’n afstand van de school dat het zonde is om tijdens het wachten naar huis te gaan. Daarnaast kost het ook nog eens een smak met geld. Elf euro voor een retourtje en dat twee keer per dag. Nee, daar ga ik niet aan beginnen. Ik weet wel leukere dingen te doen met dat geld. Zoals een lunch met een collega bijvoorbeeld. Ze stelde voor om eens samen te lunchen en donderdag hadden we eindelijk de afspraak staan. We zijn naar een gezellig restaurantje in de buurt gegaan. Na de lunch ging zij naar huis, ik mocht weer richting school voor mijn “avonddingetje”. De tijd dat ik nog moest wachten kon ik prima doden met een reep chocola. Selma was namelijk zo blij met haar nieuwe telefoonaccessoires dat ze blij op me afliep met een mooi ingepakte reep chocola. Thanks!

Op vrijdagochtend had ik het ook wel flink moeilijk. Ik kreeg spontaan koorts, verkoudheid, griep, hoofdpijn en misselijkheid toen ik om half zes de wekker hoorde loeien. Bah! Gelukkig hoefde ik ook de laatste dag van de week maar tot kwart over tien naar mijn werk. Om half twaalf was ik weer thuis. Mijn weekend begon dus vroeg!

Ook dit weekend wil ik tijd spenderen achter mijn computer. Het begint een gewoonte te worden! Ik moet nog wat notities invoeren voor de rapportvergaderingen, ik wil blogs schrijven en ik wil het verbeteren van mijn verhaal ook weer oppakken. Eind november wilde ik het hele ‘boek’ verbeterd hebben. Ik mag dus wel opschieten!

Liefs!

woensdag 20 november 2013

Tip: Interpreteer 'orde' ruim (#31)

Ik schreef het al eens eerder, maar ik dacht altijd dat ‘orde houden’ betekende dat het muisstil is in je lokaal. Dat er niet wordt gepraat, dat de leerlingen alleen maar met hun opdrachten bezig zijn. Nu weet ik dat het niet zo is. ‘Orde houden’ mag best wat ruimer genomen worden. Dat is ook in onderstaande tip te lezen.

Hoofdstuk 9, tip 7: Interpreteer ‘orde’ ruim
Orde wordt vaak geassocieerd met rust en regelmaat. Maar dat hoeft niet. Orde is ook taakgericht bezig zijn. Bijvoorbeeld als je je leerlingen opdraagt op groepen te vormen. Iedereen loopt dan door elkaar heen; het is onrustig, maar er is wel orde. Immers, de groep is bezig met de taak, het vormen van subgroepen.

Ik heb er altijd respect voor als ik langs een lokaal loop en zie dat alle leerlingen muisstil aan hun werk zitten. Respect voor de docent, maar ook voor de leerlingen. Vijftig minuten lang in rust werken, dat is echt een enorme prestatie. Ik ben zelf absoluut geen druk persoon, maar als ik vijftig minuten lang geconcentreerd met mijn werk bezig moet zijn, dan zou ik gillend gek worden. Dat is echt niet aan mij besteed.

Ik moet er dan ook niet aan denken dat de leerlingen vijftig minuten lang stil zijn. Ik merk nu al bij tien minuten stilte dat het bij mij begint te kriebelen. ‘Wat zijn jullie goed aan het werk,’ zeg ik dan om de stilte te verbreken. Negen van de tien keer wordt er vanaf dat moment wel gepraat. Gelukkig maar!

Ideaal zou zijn als de leerlingen zachtjes praten met de buurman of buurvrouw. Het liefst over de wiskundestof, maar af en toe een uitstapje naar een ander onderwerp keur ik ook niet af. Het mag af en toe een beetje ‘uit de hand lopen’, als ze daarna maar wel weer rustig aan het werk gaan. Met ‘rustig’ bedoel ik niet dat het compleet stil moet zijn, als iedereen zich maar op zijn of haar eigen werk kan concentreren.

Liefs!

maandag 18 november 2013

Werkblad ‘Smarties’

Binnenkort ga ik met een hoofdstuk over procenten en diagrammen beginnen. Ik weet nog wel dat we op de opleiding een werkblad kregen om daarbij cirkeldiagrammen te tekenen. Zoiets lijkt me ook wel leuk om te doen met mijn 2havo-klas!

Ik heb een werkblad gemaakt die past binnen de theorie van het boek. Bij het werkblad hoort ook nog een stuk theorie. De theorie wil ik in de les bespreken, maar op het werkblad heb ik een samenvatting van de theorie gezet. Zo kunnen de leerlingen hier af en toe nog een blik op werpen.

De benodigdheden voor deze les zijn simpel: de leerlingen zorgen voor een pen, een potlood, een passer en een geodriehoek. Ook gekleurde potloden zijn nodig voor de legenda (bij de cirkeldiagram). De docent, ik dus, zorg voor doosjes smarties, M&M’s of andere gekleurde snoepjes.

Het werkblad wijst zich van zelf, maar voor vragen kun je altijd een reactie achterlaten.

Liefs!

P.S. Het werkblad vind je ook onder 'Documenten'!

zaterdag 16 november 2013

Dagboek: Op en top genieten (#10)

Wat een heerlijk weekje heb ik toch achter de rug. En nu ik weer zo geniet van het lesgeven, merk ik ook dat de dagen (en dus de weken) een stuk sneller gaan. Om dinsdagochtend zie ik er nog tegenop om vier dagen voor de klas te staan, maar op vrijdagmiddag weet ik weer waar ik het voor heb gedaan. Vrijdagmiddag, als ik na vieren het gebouw moe maar voldaan verlaat, heb ik ook wel het idee dat ik écht gewerkt heb. Ik sta dan nog wel altijd even stil bij hoe fijn het ook al weer is om docent te zijn.

De dinsdag vloog niet, zoals vorige week, voorbij. De lesuren kropen af en toe voorbij en ik heb me ook meerdere keren afgevraagd of de klok misschien stilstond. Pas na de tweede pauze ging het in de versnelling. Ach, dat soort dagen moet je er ook tussen hebben.
 
Op woensdag heb ik weer veel kunnen doen in mijn tussenuren. Printen, kopiëren, voorbereidend werk voor komende week (repetitieweek!), toetsen controleren enzovoorts. Het is onvoorstelbaar hoeveel papier er op zo'n dag door mijn handen gaat. Het verbaast me dat er nog steeds bomen rechtop staan.
 
En dan de donderdag... Weer mocht ik 's avonds meewerken aan een naschoolse activiteit. Half acht 's morgens aanwezig in het gebouw en pas om half tien zat ik in de auto van mijn vriend richting huis. Gelukkig was het wel een leuke dag. Zo had ik een goed gesprek met een leerling in de studieles, over wie ik vorige keer al iets in de intervisie-blog schreef. De studieles ging niet meer over wiskunde, maar we hebben het gehad over 'Hoe ga je om met docenten?'. Erg leerzaam, zowel voor haar als voor mij. Ook had ik op donderdag eindelijk weer een vergadering met de wiskunde-afdeling. We zien elkaar in bijna iedere pauze, maar de vergadering met elkaar is toch al zeker zes weken terug. En 's avonds was ik dus druk bezig op school. Ik heb weer enorm genoten, maar het leukste van de avond was toch wel dat mijn vriend ook in de zaal zat. Joepie!
 
De vrijdag bestond uit veel tussenuren. Ik heb een toets uitgewerkt en gekopieerd, ik heb met leerlingen gepraat over hun onvoldoendes en ik heb dit blogje geschreven. 's Avonds als ik thuis kom, ben ik vaak zo uitgeput dat het schrijven van een blog er niet meer in zit. Thank God zijn daar de tussenuren en de weekenden!
 
Dit weekend wordt dus weer een blog-weekend. Schrijven, schrijven, schrijven!

Liefs!
 
P.S. Vrijdagmiddag had ik een leerling die van drie uur tot half vijf moest nablijven. Ik vond het best sneu, want vanaf vier uur werden de lichten al langzaam uitgezet. Maar ik zou consequent zijn dit jaar met het geven van straffen en dat heb ik gedaan! ;-)

woensdag 13 november 2013

Intervisie: Onhandelbare leerlingen bij steunles (#5)

Ik kan me nauwelijks heugen wanneer de laatste intervisie-blog online kwam, dus het wordt tijd voor een nieuwe. Vandaag wil ik het hebben over twee onhandelbare leerlingen die ik voor mijn neus krijg bij steunles – een lesuur waarbij leerlingen kiezen voor welk vak ze extra uitleg willen.

De situatie
De leerlingen – zo’n vijftien in totaal – druppelden mijn lokaal binnen. Ik wilde net beginnen met mijn uitleg toen er twee giechelende meisjes binnen kwamen lopen. Zonder iets tegen me te zeggen liepen ze door naar twee tafels achterin het lokaal. Ze praatten nog met elkaar door, zwaaiden naar een jongen die buiten liep, giechelden nog wat af… Terwijl ik stond te wachten om de les te beginnen.

Ik vroeg de meiden naar hun naam, maakte ze duidelijk dat het bij mij heel normaal is als ze eerst langs mij komen voordat ze, pratend en lachend, direct naar achteren lopen, en vroeg de meiden om hun boek open te doen. Het duurde even, want ze pakten eerst een snoepje dat werd aangeboden door één van hun vriendinnen. Een minuut later stonden hun tassen nog steeds op tafel en waren hun boeken nergens te bekennen. Toen ik nog een keer vroeg waar die boeken bleven, kreeg ik een brutale mond terug.

Ik stuurde de twee naar de afdelingsleider, want hier had ik geen zin in. Aan het eind van de les kwamen ze terug met een rode kaart. “We snappen niet waarom we het lokaal uit zijn gestuurd,” stond erop. Ik legde het de dames uit, schreef op de kaart dat ze brutaal waren geweest en gaf de kaart terug.

‘We waren helemaal niet brutaal,’ zei één van hen. Ik probeerde het nog een keer uit te leggen, maar daar hadden ze geen behoefte aan. Ze gristen de kaart van tafel, liepen vloekend het lokaal uit en smeten de deur achter hen dicht.

Hulpvraag
Hoe had ik (eerder?) in moeten grijpen, zodat deze twee meisjes normaal hadden gereageerd op de situatie?

De mogelijke oplossingen
1. Duidelijke aanwijzingen geven aan het begin van de les. Op tijd komen in de les, eerst namen doorgeven, vervolgens een plekje zoeken. Boek, schrift en etui uit de tas pakken, tas op de grond zetten en luisteren naar de instructie.

2. Duidelijk vertellen wat er niet goed ging. Niet eerst nog zwaaien naar een klasgenoot die buiten staat, een snoepje aanpakken van iemand anders, tassen op tafel laten staan en nog even gezellig zitten kletsen. Deze steunles is immers geen theekransje.

3. Bij het wegsturen duidelijk vertellen waarom ze weg zijn gestuurd. ‘Ik stuur jullie nu naar meneer Visser, omdat jullie te laat binnen kwamen, vervolgens nog gingen kletsen, jullie kwamen je niet melden en nadat ik twee keer heb gevraagd om de boeken open te doen, kreeg ik een grote mond.’

4. Ik had bij het ontvangen van de leerlingen na de les één voor één met de meisjes moeten praten, in plaats van allebei tegelijk. Zo hebben ze gegarandeerd een minder grote mond (omdat ze zich niet tegenover hun vriendin hoeven te bewijzen) en zijn ze beter benaderbaar.

5. Bij het weggaan had ik ze moeten wijzen op hoe het wel moet. Ik had ze met een positief gevoel weg moeten laten gaan. Dat was voor beide partijen prettiger geweest.

Liefs!