donderdag 21 maart 2013

Hoofdrekenen

Er is iets wat ik niet heel goed kan. De titel van deze blog verraadt het al. Ik kan niet hoofdrekenen. Wel een beetje natuurlijk, maar als je aan mij vraagt wat 77 x 243 is, of 1647 - 429, dan heb ik daar echt wel even de tijd voor nodig. De reden dat ik het niet kan heeft te maken met twee dingen.

Voordat ik het rekenonderwijs van deze tijd zwart ga maken, geef ik eerst de schuld aan mezelf. Dat is wel zo netjes.
Ik ben geen persoon dat goed kan presteren onder druk. Als je mij vraagt om "even snel iets uit te rekenen", dan ben ik alleen nog maar bezig met "shit, shit, shit, ze verwachten van mij dat ik goed en snel kan rekenen omdat ik docent wiskunde ben, maar ik kan het helemaal niet zo goed en/of snel". Even snel 38 x 57 uitrekenen lukt mij niet. Ik raak dan alleen maar in de stress en als ik ergens door blokkeer, dan is het door stress.

En dan nu even over het rekenonderwijs van nu. En dan specifiek over het hoofdrekenen. Het hoofdrekenen van nu, mijn tijd, lijkt niets op het hoofdrekenen van lang, lang geleden. Sterker nog, het hele hoofdrekenen heeft een andere betekenis gekregen. Vroeger betekende het uit het hoofd rekenen. Geen telraam, geen pen en papier, geen andere hulpmiddelen. Tegenwoordig betekent hoofdrekenen met het hoofd rekenen. Pen en papier is toegestaan, een relenmachine niet.
Daardoor heb ik dus nooit écht leren hoofdrekenen. Natuurlijk kan ik nog steeds wel sneller een sommetje uitrekenen dan veel van mijn leerlingen, maar wanneer ik een wedstrijdje zal doen met een oudere (wiskunde)collega, ga ik helaas echt niet winnen.

En daarbij heb ik gewoon echt een beeld nodig bij "achtenzeventig". Want helaas ik heb af en toe moeite met het omzetten van tekst in een getalletje. Voordat ik doorheb of het 78 of 87 is, ben ik al even verder.

Liefs!

Mocht iemand zich afvragen waarom ik docent wiskunde ben geworden: rekenen is maar een klein onderdeel van wiskunde. En (uit het) hoofdrekenen komt er gelukkig al helemaal weinig in voor!

woensdag 20 maart 2013

Tip: Geef de ouders de ruimte (#16)

Alle tips zijn afkomstig uit het boekje “282 tips voor leerkrachten”, uitgegeven door de Algemene onderwijsbond.

Over drie weken is het week zover: de tafeltjesavonden! Daarom leek het me wel gepast om een tip uit te kiezen uit het hoofdstuk “Moeilijke ouders”.

Hoofdstuk 22, tip 3: Geef ouders de ruimte
Ouders horen niet graag slecht nieuws over hun kind. Ze kunnen hier echt van schrikken. Ouders hebben vaak even tijd nodig om het te verwerken en te accepteren. Geef ze dan ook die ruimte. Bied ze een kop koffie aan en benoem vooral ook de leuke dingen van het kind. Kom niet te snel met oplossingen, maar start met het stellen van vragen.

Ik krijg toch wel een beetje de kriebels als ik dit stukje lees. De vorige tafeltjesavond ging me vrij gemakkelijk af, maar periode 2 is voor veel leerlingen een zware periode. Dat zie ik ook aan de cijfers, die zijn een stuk lager dan aan het begin van het jaar. Het zal ongetwijfeld betekenen dat er meer ouders op de tafeltjesavond komen en er zullen waarschijnlijk ook wat minder leuke gesprekken tussen zitten.

Het is altijd vervelend om iets negatiefs te vertellen. Helemaal als het om hun oogappeltjes gaat. Van collega’s krijg ik dan ook de tip om te starten met iets positiefs. Iets over hun werkhouding, iets over hun netheid, iets over hun gedrag in de les. Mits dit positief is natuurlijk. Daarna kun je beginnen met het vervelende nieuws. Ik zou zo even snel niet weten wat het vervelende nieuws zou kunnen zijn. De schoolresultaten zijn voor de ouders zichtbaar op de schoolsite, de ouders hebben regelmatig contact met de mentor (o.a. over de werkhouding, het huiswerk etc.) en ik hoef de leerlingen en/of de ouders niet te vertellen dat een leerling naar een lager niveau wordt gezet of dat de leerling het jaar opnieuw moet doen. Ook dat is de taak van de mentor.

Maar mocht het over een paar weken toch het geval zijn dat ik slecht nieuws moet vertellen, dan wordt dit de leidraad van het gesprek:
- Starten met iets positiefs
- Eventueel nog iets positiefs
- Het slechte nieuws brengen
- De ouders te tijd geven om het door te laten dringen
- Vragen wat de oorzaak zou kunnen zijn
- Vragen, vragen en nog wat vragen (geen idee waarover)
- Bedenken van een oplossing

Als ik op de komende tafeltjesavond een dergelijk gesprek heb moeten voeren, komt er ongetwijfeld een verslag over op mijn blog.

Het aanbieden van koffie zou ik graag willen doen, maar dat is niet praktisch. We zitten met z’n allen (mijn collega’s en de andere ouders) in de aula en het koffieapparaat staat bij de ingang. Hier kunnen best lange rijen staan. Tegen de tijd dat ik terug ben met het kopje koffie staan de volgende ouders weer te wachten!

Liefs!

maandag 18 maart 2013

Clusters, wat zijn dat?

Vorige week schreef ik het volgende:

Zo af en toe, tijdens een vergadering bijvoorbeeld, vallen er begrippen die ik niet of nauwelijks eerder heb gehoord en waarvan ik de betekenis niet ken.

Mijn blog ging toen over de Rots en Water-training, maar er zijn natuurlijk nog veel meer begrippen waar ik wel eens van heb gehoord, maar waar ik eigenlijk de betekenis niet van weet. Zoals “clusters” bijvoorbeeld. Ik weet dat er vier clusters zijn, dat heb ik dan nog wel onthouden van mijn opleiding. Maar wat zíjn clusters?

Voor leerlingen met een handicap, wat voor handicap dan ook, is er het speciaal onderwijs. Dit onderwijs is ingedeeld in vier verschillende groepen, de “clusters” genoemd. Door de leerlingen in “een hokje te plaatsen” worden de leerlingen professioneler geholpen. De groepen zijn daar een stuk kleiner, waardoor de leerling meer aandacht krijgt, en de docenten zijn daar deskundigen op het gebied van de desbetreffende cluster(s).

Cluster 1 is voor de leerlingen met een visuele handicap, dus de leerlingen die blind of slechtziend zijn.
Cluster 2 is voor de leerlingen met een auditieve handicap, oftewel de leerlingen die doof of slechthorend zijn. Ook leerlingen met ernstige spraakmoeilijkheden vallen onder cluster 2.
Cluster 3 is voor de leerlingen met een verstandelijke en/of lichamelijke handicap. Ook vallen hier de leerlingen onder die langdurig ziek zijn.
Cluster 4 is een grote groep. Hieronder vallen de leerlingen die een ernstige gedragsstoornis hebben, de leerlingen met psychische problemen, de leerlingen die langdurig ziek zijn maar geen lichamelijke handicap hebben en voor de leerlingen die verbonden zijn aan pedologische instituten. Deze instituten doen onderzoek naar leerproblemen, gedragsproblemen en emotionele problemen. Onder cluster 4 vallen ook de leerlingen die verbonden zijn aan justitie en/of jeugdzorg. Zoals ik al zei: het is een erg grote groep.

Het is voor leerlingen die “in een cluster zitten” niet verplicht om naar het speciaal onderwijs te gaan. Vandaar ook dat ik wel eens hoor dat een leerling een cluster 3-leerling of cluster 4-leerling is. Deze leerlingen krijgen een “rugzakje”. Dit is een leerlinggebonden financiering. Dit geld kan gebruikt worden voor speciaal lesmateriaal, extra hulp bij het leren of andere extra begeleiding.

Ik moet eerlijk toegeven dat het hele verhaal over de clusters me wel bekend voorkwam. Tijdens het derde jaar van mijn studie heb ik hier één college over gehad. Ik vind het jammer dat we er niet dieper op ingegaan zijn, want het is dus (blijkbaar) niet goed genoeg bij me blijven hangen. En terwijl dit toch best een belangrijk onderwerp is, ook op reguliere (middelbare) scholen.

Liefs!

Bron

zaterdag 16 maart 2013

Dagboek: Weer een gewone lesweek (#25)

De eerste echte lesweek na de voorjaarsvakantie. Het was even wennen, maar ik zit weer in het ritme!

Maandag hadden de leerlingen op mijn school de laatste toetsen. Dat betekende voor mij dat ik weer een rustige dag had. Ik zat bij een klas die ik zelf lesgeef en ik weet dat ze gewoon rustig werken. Ik kon in de tussentijd dus fijn mijn lessen van dinsdag voorbereiden en een SO ontwerpen. Nice!

De eerste dag dat ik weer les moest geven, dinsdag dus, was even wennen. Mijn lesrooster is hier en daar wat veranderd, dus gelukkig kon ik wel uitslapen. Helaas was dat beetje extra energie snel verdwenen toen ik les gaf aan 2havo. Bah, wat een tegenvaller was dat. Drie leerlingen heb ik weggestuurd, maar het liefst had ik ze (bijna) allemaal weggestuurd.

Gelukkig kon ik woensdag weer even bijkomen. Mijn vrije dag heb ik besteed in de stad. Eindelijk kocht ik de schoenen die ik al heel lang wilde hebben en eindelijk ging ik met mijn vriend uit eten in het restaurant waar ik al heel lang heen wilde.

Donderdag was echt een heerlijke dag. Alles verliep goed, ik had nauwelijks vervelende leerlingen, mijn 2havo-leerlingen waren geweldig aan het meedoen, mijn vergadering was enorm informatief, mijn tussenuren heb ik goed benut... Kortom: alle reden om een dankbaarheidslijstje te schrijven!

Tegen vrijdag zag ik best wel op. Vroeg op, weer dat hele stuk met het OV, vijf lesuren zonder tussenuur, een uur rekenen aan de derde klas... Gelukkig was er ook wel een lichtpuntje. Voor mijn brugklassen stond namelijk een SO’tje gepland. Wat zijn dat heerlijke momenten. Je ziet de leerlingen nooit zo geconcentreerd als tijdens een toets! Zo stil, zo in zichzelf. Jammer dat ze niet vaker zo in de klas zitten.

Ik schrok er best van, maar vandaag deed mijn 2havo-klas voor de tweede dag op rij goed mee met de les! Yes!

Liefs!

vrijdag 15 maart 2013

Citaat: Als angst je raadgever is dan ben je fout bezig

Er wordt gezegd dat er in chicklits weinig diepgang zit. Niets is minder waar. Als je zo tussen de regels doorleest, kun je er hele wijze (levens)lessen uithalen. Onlangs las ik een boek waarin ook zo’n mooi citaat in geschreven stond.

Als angst je raadgever is dan ben je fout bezig.

Ik las de zin, en nog een keer, en nog een keer, en dacht: jeetje, wat hebben ze daar gelijk in! Ik besefte ineens dat ik veel werkgerelateerde keuzes op basis van angst maak. Ik zou het bijvoorbeeld heel leuk vinden om meer werkvormen uit te proberen. Ik zou het leuk vinden om diepgaande gesprekken met collega’s te voeren. Ik zou me ook wel eens willen mengen in een discussie waar ik een mening over heb. Maar, gaat er dan in mijn hoofd om, wat als ze dat gek vinden? Wat als mijn les niet loopt zoals ik zou willen? Wat als de leerlingen totaal niet zitten te wachten op een activerende les?

Mijn grote angst is namelijk wat de anderen van me zullen denken. Ik weet dat het natuurlijk helemaal niets uitmaakt om eens een andere mening te hebben dan anderen, dan het niet erg is om een keer een les te geven die niet gaat zoals ik wil dat hij verloopt etc. Toch blijft het hele idee tussen mijn oren zitten. Dat is ook de reden dat ik dat allemaal maar voor me uit schuif. “Aan het eind van het hoofdstuk verzin ik wel een leuke werkvorm,” zeg ik dan tegen mezelf. Tegen de tijd dat het hoofdstuk is afgelopen ben ik dat allang weer ‘vergeten’. Dat komt nog wel…  

Gisteren was dus (eindelijk!) het moment aangebroken dat ik een activerende werkvorm toepaste in mijn brugklaslessen. Woensdag was ik een dagje vrij en ik was alleen thuis. De verveling sloeg een beetje toe en ineens bedacht ik me dat ik voor bij het huidige hoofdstuk wel een leuke werkvorm kon toepassen. Ik zit nu in een hoofdstuk met veel woorden en begrippen, dus dat vraagt om iets leuks. Een quiz!

Zo gedacht, zo gedaan. Binnen no time had ik een mooie quiz gemaakt in powerpoint. De volgende dag, gisteren dus, was het tijd om het uit te voeren. En nu vraag ik me toch wel af waarom ik dit niet gewoon vaker doe. Het kost iets meer voorbereidingstijd, maar verder zijn er alleen maar positieve punten te vinden.

Vanaf nu probeer ik mijn beslissingen niet meer minder vaak te maken op basis van mijn angst, maar op basis van verstand of gevoel. Eens kijken hoe het lesgeven dan is!

Liefs!

donderdag 14 maart 2013

Dankbaarheidslijstje #2

Ik denk écht dat als je de dag positief tegemoet gaat, dat het dan ook positief zal verlopen. Zoals vandaag dus. Vanochtend nam ik me al voor om vandaag deze blog te schrijven. Ik heb me dus echt gefocust op alle positieve dingen (omdat ik anders een hele korte blog zou krijgen), en dat waren er nogal een paar! Heerlijk, zo’n dag!

Vandaag, 14 maart 2013, ben ik dankbaar voor/ben ik blij met…
… dat ik, voor de zoveelste keer op rij, wakker werd naar mijn vriend. Dat is zoveel fijner dan wakker worden in een leeg bed!
… het OV dat – ondanks de sporadische sneeuwvlokken – gewoon reed zoals het zou moeten volgens de dienstregeling. Top!
… de superwitte muren in mijn lokaal. Het is dan wel jammer dat de tafels en stoelen helemaal scheef stonden, maar de muren waren weer spierwit. Dat is toch beter dan “Bel 06-… als je seks wilt”, wat sommige leerlingen grappig vinden om op de muren te schrijven.
… mijn 2havo-klas! Dinsdag kon ik sommige leerlingen wel schieten, vandaag waren ze geweldig. Ze luisteren, stelden vragen, werken aan de opgaven, hielpen elkaar als ze iets niet snapten… Top! ( Aan het begin van de les heb ik even vijf minuten klassikaal genomen om ze te vertellen dat ik vanaf nu twee ochtenden in de week ga opofferen om strafklanten te ontvangen. Wie niet meewerkt in de les, komt zich die ochtend om 7.45 bij mij melden. Ik denk dat dit er wel aan heeft bijgedragen dat ze zo lief waren.)
… mijn lessen in de brugklas. Gisteren heb ik er best wat tijd ingestoken om een quiz voor te bereiden (de leerlingen hebben morgen een toets) en dat heeft goed uitgepakt!
… mijn nieuwe schoenen! Gisteren kocht ik nieuwe schoenen en ik ben er zo blij mee. Ze lopen heerlijk, ze zien er tof uit (vind ik) en de leerlingen vonden ze ook cool! Wat wil je nou nog meer?
… het idee dat mijn vriend nu de boodschappen doet en straks gaat koken. Ik vind het heel leuk om het zelf te doen, maar als ik om half zes thuis kom dan heb ik er niet heel veel zin meer in. Gelukkig is hij vandaag een dagje vrij en staat vanavond als ik thuis kom het eten al op me te wachten.

De dag is nog lang niet voorbij, dus er komen ongetwijfeld meer dankbare momenten. Maar voor nu is dit wel even genoeg.

Liefs!

# Dankbaarheidslijstje #1

woensdag 13 maart 2013

10 redenen om... met een positief het laatste trimester in te gaan

Er waren periodes die onwijs snel zijn gegaan maar ook weken die wat mij betreft vooruit gespoeld mochten worden. Anyway, trimester 1 en trimester 2 zitten erop! Het laatste deel van het jaar zit eraan te komen en in deze blog tien redenen om dat laatste stukje met een positief gevoel in te gaan!

Mijn tien redenen om met een positief gevoel het laatste trimester in te gaan:
1. Het feit dat ik nog maar een paar weken les hoef te geven voordat ik weer zomervakantie heb geeft me al een enorme boost. Kom maar op!
2. Het is twee periodes goed gegaan. Dan moet die laatste periode toch ook wel lukken?
3. De leerlingen worden tegen het eind van het schooljaar altijd wat lastiger. Ik ook. Misschien daarom een extra motivatie om er extra tegenaan te gaan. Ik weet hoe de leerlingen zich voelen, dus als ik hen kan (moet) oppeppen, kan ik het ook wel bij mezelf. Lijkt me.
4. Er wordt vaak gezegd dat de weken tussen de herfstvakantie en de kerstvakantie het zwaarst zijn. De leerlingen voelen zich thuis en zitten op hun plek, dus ze durven meer en doen dus ook brutaler. Ik heb die periode meer dan overleefd. Als dat al lastig was, dan moeten de komende maanden/weken een eitje zijn!
5. In de periode na de voorjaarsvakantie zijn er ontzettend veel vrije dagen. Natuurlijk de meivakantie, die voor mij dit jaar twee weken duurt (YES!), maar ook de Goede Vrijdag, sportdagen, Hemelvaart en heel veel andere activiteiten. Super!
6. Het zonnetje gaat (heel langzaam aan) weer schijnen. De donkere dagen zijn (bijna) voorbij, de dikke winterkleding gaat de kast weer in, de ochtenden gaan weer beginnen met een stralende glimlach en iedereen (en vooral ik) komt weer uit zijn/haar winterdip. Hell yeah, ik kan dit echt wel aan!
7. Ik ben helemaal gewend aan mijn werkplek, ik ken de leerlingen, ik ken van bijna iedereen de gebruiksaanwijzing en de zenuwen zijn zo goed als voorbij. Dat maakt het werken toch wel een stuk aangenamer.
8. Ik heb het al genoemd, maar het idee dat het bijna zomervakantie is, is geweldig! Ik heb nog geen plannen gemaakt, maar om heel eerlijk te zijn vind ik het ook totaal geen probleem om acht weken (zijn het er acht?) helemaal niets anders te doen dan te ontspannen.
9. Er staan veel spannende momenten te wachten de komende weken. Natuurlijk mijn tweede ouderavond, mijn beoordelingsgesprek, een lesbezoek van de rector van de school. Normaal gesproken zou ik er zenuwachtig van worden, maar stiekem kijk ik er ook best wel naar uit.
10. Mijn zevende tip van de week was “Weet dat het steeds makkelijker zal gaan”. Tja, die tip alleen al geeft me een enorme overdosis aan zelfvertrouwen.

Kom maar op met die laatste weken!

Liefs!

dinsdag 12 maart 2013

Leerpuntje: cijfers invoeren

Als de leerlingen bij mij een toets hebben gemaakt, kijk ik hem het liefst direct na. Dat is voor mij heel fijn, omdat ik het dan meteen van mijn lijstje af kan strepen. En het is voor de leerlingen fijn. Zij hebben de cijfers het liefst zo snel mogelijk.

Bij de afelopen repetitieweek heb ik dus ook direct hun toetsen nagekeken en de cijfers in het systeem ingevoerd. Leerlingen blij, ik blij, iedereen blij. Niet dus. Ik had iets over het hoofd gezien!

Bij de repetitieweek krijgen de leerlingen twee (en soms zelfs drie) proefwerken op één dag. Als de leerlingen uit school komen, slaan ze meteen de boeken open om voor hun volgende toets te leren. En ergens tussen het leren door openen ze de schoolsite om hun cijfers te checken.

Daar gaat het mis.

Wiskunde hadden de leerlingen op dag één van de toetsweek. De cijfers stonden er dezelfde dag nog op. Het meerendeel had voor de toets een onvoldoende gehaald en eigenlijk had - op een enkeling na - iedereen onder zijn of haar gemiddelde gescoord. Dat demotiveert... Op de laatste dag van de toetsweek hadden ze ook nog eens een rekenrepetitie. De leerlingen die voor wiskunde een laag cijfer hebben gehaald zagen dat natuurlijk helemaal niet meer zitten. Tja, dat heeft er nu dus toe geleid dat ook die cijfers erg slecht zijn...

Zoals ik al vaker heb gezegd: ik heb nog een hoop te leren. Dat is ook niet erg, ik zal mijn hele leven nog dingen moeten leren. Het is nu alleen wel erg jammer dat het ten koste van de cijfes van mijn leerlingen gaat...

Maar vanaf nu weet ik dus dat ik de cijfers na de toetsweek online moet zetten!

Liefs!

maandag 11 maart 2013

Rots en Water-training, wat is dat?

Zo af en toe, tijdens een vergadering bijvoorbeeld, vallen er begrippen die ik niet of nauwelijks eerder heb gehoord en waarvan ik de betekenis niet ken. Laatst ontving ik een mailtje over de Rots en Water-training. Of ik nog leerlingen had die deze training nodig hadden. Tja, hoe kan ik dat nu weten als ik niet eens weet wat het inhoudt?

Daarom besloot ik het even op te zoeken.

Rots en Water zijn twee menselijke krachten. Ieder mens bezig deze krachten, maar bij de ene is de ‘rots’ sterker ontwikkeld dan het ‘water’ of andersom. Rots staat voor onafhankelijkheid, om als een “rots” op je eigen benen te staan, om eigen keuzes te maken etc. Water staat voor het samen werken, leven en (voor de jongere kinderen) spelen met anderen. Beide krachten zijn belangrijk en daarom is het ook van groot belang dat beide kwaliteiten worden ontwikkeld.

In een training vinden fysieke oefeningen plaats. Een voorbeeld van een oefening is om binnen enkele seconden in een kring te staan waarbij er geen jongens (of meisjes) naast elkaar mogen staan. Een andere oefening kan zijn om (in een groepje) binnen enkele seconden dertien vingers of drie voeten vooruit te steken. Hierdoor leren de leerlingen om samen te werken met anderen. Dit soort oefeningen wordt afgewisseld met groepsgesprekken om de oefeningen te reflecteren.

In eerste instantie is de Rots en Water-training geschreven voor jongens, omdat er veel beweging plaatsvindt. Nu wordt de training gegeven aan zowel jongens als meisjes, van alle leeftijden. De trainingen kunnen om diverse redenen nuttig zijn. Als het niet goed werkt in een groep bijvoorbeeld, of voor kinderen met faalangst of met veel agressie in zich.

Het is jammer dat ik nooit zo’n training heb gehad, want ik denk dat ik er zeker wel iets aan had kunnen hebben. Zowel mijn rots als mijn water hadden wel iets sterker ontwikkeld mogen worden. Mijn zelfvertrouwen heeft wel eens een dieptepunt bereikt en daardoor vond ik het ook lastig om met anderen te communiceren.

Mocht ik nog eens een mailtje krijgen met de vraag of ik nog leerlingen aan wil melden voor deze training, dan weet ik dus wat het inhoudt!

Liefs!

zondag 10 maart 2013

Herinnering: Ik wil niet!

Op mijn laatste stageschool heb ik dagen gehad dat ik echt niet wilde. Ik wilde mijn bed niet uitkomen, ik wilde niet naar stage, ik wilde geen les geven, ik wilde geen les observeren. En wat doe je dan? Gewoon, zeggen dat je niet wilt. Maar dan verpakt in een mooi jasje. “Ik ben gisteren tot heel laat bezig geweest met een opdracht voor school. Ik heb geen tijd gehad om de lessen voor te bereiden.” – “Ik voel me al de hele week niet zo lekker. Ik kom morgen niet naar stage. Sorry.” – “Ik moet vrijdag mijn portfolio inleveren. Ik kom morgen wel naar stage, maar ik ga dan de hele dag achter de computer werken om mijn portfolio af te krijgen. Ik ben dus niet bij de les van klas X.”

Ik heb zo ontzettend veel smoesjes verzonnen. Alles om maar niets te hoeven doen wat op stage lijkt. Gelukkig kreeg ik, mede door mijn achtergrond, maar ongetwijfeld ook mede door mijn onschuld, nooit problemen. Ze wisten dat ik een zwaar jaar achter de rug had en dat ik daar nog steeds last van had. Ze toonden begrip voor mijn situatie en daar maakte ik (iets te vaak) misbruik van. Wonder boven wonder zagen ze wel een docent in me en hebben ze het me gegund om binnen korte tijd mijn stage af te ronden.

Heel soms mis ik die tijd wel. De dagen dat ik gewoon achterin de klas mocht zitten in plaats van dat ik les moest geven. Dat ik gewoon met mijn mobieltje kon spelen, boodschappenlijstjes kon maken, portfolioplanningen kon maken en al het andere wat weinig met observeren te maken had. Toch ben ik ook wel blij dat ik die Elseline niet meer ben. Ik sta vaker mét plezier voor de klas dan zonder. Ik mopper als mijn wekker weer om half zes gaat, maar dat zet ik dan snel van me af. Ik raak mijn telefoon nauwelijks aan als ik op mijn werk ben, laat staan dat ik het in de les doe. En me ziekmelden? Dat doe ik alleen bij hoge uitzondering. En zelfs dan voel ik me de hele dag enorm schuldig.

Ik had een jaar geleden absoluut niet durven hopen dat het nu zo goed met me zou gaan. Nog steeds denk ik dat ik in één grote droom leef. Maar dan knijp ik mezelf weer even en dan weet ik: dit is allemaal echt!
 
Liefs!

zaterdag 9 maart 2013

Dagboek: De tweede repetitieweek (#24)

Ik keek er al naar uit: de tweede repetitieweek. Bij de vorige repetitieweek heb ik geleerd dat de repetitieweek een week is waarin ik geen lessen hoef voor te bereiden, een week waarin nauwelijks sprake is van orde houden, een week met werkdagen tot uiterlijk half twaalf... Kortom, een verlengstuk van de vakantie!

Afgelopen maandag gaf ik nog wel gewoon les. Alhoewel, gewoon? De lestijd was verkort tot 40 minuten en de leerlingen waren nog in opstartmodus vanwege de voorjaarsvakantie. Na een aantekening van zo'n 20 minuten (ahhh) heb ik ze aan het werk gezet. De helft van de klas zat te kletsen, maar dat heb ik maar zo gelaten. Ze zouden het nog zwaar genoeg krijgen die week!
 
En dinsdag... tja... Toen gaf ik dus welgeteld één toets. Een werkdag van 50 minuten, waar vind je dat nog? Nadat ik de toets had gegeven vond ik in mijn postvak al de toetsen van twee brugklassen. Die heb ik meteen nagekeken, dan ging ik tenminste nog naar buiten met het gevoel dat ik iets nuttigs had gedaan. De derde toets nam ik mee naar huis.

Woensdag had ik grootse plannen. Ik wilde namelijk een hoop blogs schrijven en beginnen/verder gaan met mijn verhaal. Ik was al redelijk vroeg wakker, dus ik zette mijn computer aan en begon eerst met het lezen van alle andere blogs die ik volg. En toen gebeurde het. Hoofdpijn. Niet een beetje hoofdpijn, maar de hoofdpijn waardoor je niet meer kunt bewegen, niet meer kunt denken, niets meer kunt doen... Hele erge hoofdpijn dus. Ik besloot even tv te kijken, maar ook dat hielp niet. Het werd alleen maar erger. Ik kroop dus terug in mijn bed en ik ben er de rest van de middag niet meer uitgekomen. Daar gingen mijn plannen...

Donderdag voelde ik me weer helemaal fit. Vroeg mijn bed uit (ik vind half zes nog steeds niet leuk, maar ik ben er al aan gewend gelukkig), vroeg op mijn werk, twee toetsen afgenomen, een toets voor driekwart nagekeken en weer vroeg naar huis. Ik ben gek op dit soort dagen!

Mijn vrijdag was ook een heerlijke dag. Ik moest surveilleren bij een klas die ik niet kende. Gelukkig bleken het allemaal leuke leerlingen te zijn. Ik heb wel één leerling gesnapt op het door fluisteren van de antwoorden. Ik heb hem daar even flink op aangesproken. Gelukkig was hij daarna zo mak als een lammetje.

Ik heb weinig plannen voor het weekend, maar dat vind ik wel lekker. Al mijn nakijkwerk is gedaan en alle cijfers zijn ingevoerd. Tijd om achterover te hangen en te genieten van al mijn nieuwe meubels! Deze week zijn namelijk de laatste dingen bezorgd en in elkaar gezet. :-)

Liefs!

donderdag 7 maart 2013

Dankbaarheidslijstje #1

Je wordt er nog net niet mee doodgegooid, maar je komt ze wel enorm vaak tegen. De dankbaarheidslijstjes, geïnspireerd op de “Gratitude”-app van de iPhone. Aangezien iedereen er aan mee lijkt te doen, kan ik niet achterblijven.

Er wordt geschreven dat het is bewezen dat dit soort dankbaarheidslijstjes je gelukkiger maken. Ze leggen de nadruk op de positieve dingen in het leven, waardoor je hele instelling wat positiever wordt. Ik merk zelf ook dat wanneer ik klaar ben met het schrijven van een positieve “10 redenen om"-blog, mijn humeur ineens naar een hoogtepunt stijgt.

En aangezien mijn leven altijd wel wat meer positiviteit kan gebruiken, ga ik nu ook beginnen met deze “I am grateful for…”-lijstjes. Maar dan wel in het Nederlands gewoon, hè. In mijn laatste update heb je namelijk kunnen lezen dat ik – wat Engels betreft – geen steek verder ben gekomen. ;-)

Vandaag, 7 maart 2013, ben ik dankbaar voor…
… het zonnetje. Het heeft best lang geduurd, maar eindelijk is hij er weer!
… het licht ’s morgens. Ik merk dat het lente begint te worden, want het is ’s morgens eerder licht en ’s avonds later donker. Vooral de ochtenden vind ik fijn, want nu hoef ik niet meer in het donker met het openbaar vervoer.
… mijn korte werkdag. Nadat ik eerst best productief bezig ben geweest (vind ik zelf), kon ik om 12.00 uur naar huis. ’s Middags ben ik de halve stad door gefietst omdat mijn apotheek nu eenmaal niet om de hoek ligt. Daarna ben ik nog het winkelcentrum ingegaan en toen ik thuiskwam heb ik nog deze blog geschreven. Best knap voor iemand die liever lui dan moe is.
… mijn vriend die me ’s nachts whatsappt dat hij van mij houdt en dat hij er naar uitkijkt om me morgen weer te zien.
… het OV dat vandaag niet één keer tegen heeft gewerkt.

Met de Gratitude-app is het de bedoeling dat je elke dag, of bijna elke dag, zo’n lijstje maakt. Elke dag een blog online zetten met maar zeven regeltjes is een beetje overdreven, maar ik denk dat één keer in de week een extra blogje wel moet lukken.

Volgende week dus weer een lijstje!

Liefs!

woensdag 6 maart 2013

Tip: Heb engelengeduld (#15)

Ik heb deze tip uit het hoofdstuk ‘ADHD’. Ik vond het wel grappig toen ik de titel van de tip las, want als er iemand geen geduld heeft dan ben ik het wel. Misschien is het ook daarom dat ik best wat moeite heb met leerlingen die ADHD hebben. Of misschien komt het omdat ik de rust zelve ben.

Hoofdstuk 16, tip 7: Heb engelengeduld
Spreekt het kind alweer voor zijn beurt? Bestraf het niet, benoem het wel. Zeg: ‘Ik begrijp dat jij het antwoord ook weet. Als jij straks je vinger opsteekt, mag jij het zeggen.’ Wacht vervolgens niet zes beurten met het inlassen van zo’n belofte. Geef het kind de ruimte om de vraag te beantwoorden en geef niet te snel de beurt door. Korte feedback is belangrijk.

Ik heb wel wat leerlingen met ADHD en ik herken ze ook in deze tip. Af en toe kan ik er flink van balen als ze wéér het antwoord roepen zonder dat ze hun vinger opsteken. Snappen ze de regel dan niet? Als de rest het wel kan, waarom zij dan niet? Dit onbegrip komt ook wel heel erg door mijn onwetendheid over ADHD. Ik kan natuurlijk wat leerlingen met ADHD, ik heb al wat dingen over ADHD gelezen op internet, zowel voor mijn portfolio op de opleiding als voor mijn blog, ik heb mijn collega’s al over ADHD gehoord, maar toch… Er iets over lezen betekent niet dat ik het snap. Er is niemand in mijn omgeving die dit heeft en daarom heb ik er ook nooit iets van meegekregen. Aan de ene kant natuurlijk heel fijn, maar aan de andere kant betekent dit wel dat ik op dit moment ook nog niet heel goed kan snappen hoe zo’n leerling in elkaar zit. Ja, ik weet dat ze druk zijn, ja, ik weet dat ze snel afgeleid zijn, ja, ik weet dat ze af en toe de regels vergeten en dat ze dan inderdaad een antwoord door de klas gaan roepen. Maar dat zijn maar feitjes.

Als het zou kunnen zou ik graag eens één dag willen wisselen met iemand die ADHD heeft. Gewoon om eens te kijken hoe het is. Wat er in zo iemand omgaat. Hoe het komt dat zo’n kind druk is, moeite heeft met concentreren, moeite heeft met bepaalde regels. Dit zelfde geldt overigens ook voor andere ‘stoornis’. Autisme bijvoorbeeld.

Omdat zoiets natuurlijk nooit in de praktijk gebracht kan worden en er heel veel andere docenten zijn die, net als ik, geen ervaringen hebben met ADHD of andere stoornissen, snap ik niet dat er hierover op de lerarenopleiding geen aandacht aan wordt besteed. Je krijgt een half jaar lang les in allerlei soorten werkvormen die met samenwerkend leren te maken hebben, je krijgt drie maanden les in “Taalgericht onderwijs”, waar ik niets meer van heb onthouden, je krijgt gedurende de hele opleiding studieloopbaancoaching, waar over van alles wordt gepraat behalve over zinnige dingen. Het is natuurlijk niet zo dat ik de hele lerarenopleiding af wil kraken, maar door de ogen van een beginnend docent gezien is het wel handig als je leert om te gaan met leerlingen die een stoornis hebben. Ik denk dat je daar een stuk meer aan hebt dan aan vele andere dingen die – netjes gezegd – de revue zijn gepasseerd.

Maar dat is slechts een mening.

Liefs!

maandag 4 maart 2013

Update 2: Wat doe ik met leerlingen die een vraag hebben?


Een paar weken geleden schreef ik twee blogs (blog 1, blog 2) over wat ik doe met leerlingen die een vraag hebben. Tijdens het schrijven van de tweede blog borrelden er ineens allemaal ideeën op. Vandaag ga ik het daar eens over hebben.

In de afgelopen weken heb ik van alles geprobeerd wat betreft het vragen stellen. De ideale manier is er helaas niet uitgekomen, maar dat geeft niets. Als er één perfecte manier zou zijn geweest, zou ik die tijdens de opleiding wel hebben gehoord. Daarom heb ik de afgelopen lessen eens bekeken welke van alle manieren wel voor mij en mijn leerlingen werkt en welke wat minder. Hieronder zal ik ze kort bespreken en vertellen wat ik de voor- en de nadelen vond.

1: Rondlopen
Ik wist meteen al dat dit niets zou worden. Niet alleen omdat ik bekaf ben na zo’n dag, maar ook omdat ik de drempel op deze manier veel te laag maak voor de leerlingen om een vraag te stellen. Het is niet erg als de leerlingen een vraag hebben, maar het is wel behoorlijk irritant als ze dingen gaan vragen waar ze zelf het antwoord al op weten. Welke opgaven er gemaakt moeten worden (dit staat altijd bij mij op het bord), of er een berekening bij moet (dit moet altijd) etc. Op deze manier worden de leerlingen nooit zelfstandig.
Een voordeel van rondlopen is wel dat je meteen in de schriften van alle leerlingen kunt kijken. Met één blik op hun tafel zie je meteen of ze berekeningen noteren, of er met potlood wordt getekend, of ze überhaupt iets aan het doen zijn…
Maar nee, dit is niet iets wat ik vanaf nu in wil voeren.

2: Geen vragen stellen
Ik heb bij alle drie mijn brugklassen één les ingepland waarin er geen vragen mochten stellen. Dit kan ik natuurlijk niet altijd doen, maar bij een makkelijke theorie is dit wel een hele goede oplossing. Toen ik zo’n les gaf, heb ik er wel heel duidelijk de reden bij gezegd. “Ik doe dit niet omdat ik lui ben, maar om jullie zo zelf eens te laten puzzelen naar het antwoord. Ik heb gemerkt dat er veel te veel dingen worden gevraagd waar jullie zelf ook het antwoord op weten als jullie er een minuut extra aan zouden besteden.” Dit begrepen ze wel, maar het was wel erg wennen. Uiteindelijk vond ik het wel erg goed werken. De leerlingen waren iets langer bezig met een opgave, maar uiteindelijk vonden ze wel het antwoord. Ik merkte ook dat ze meer gingen samenwerken en dat vond ik heel positief om te zien.
Nogmaals, het is niet iets wat ik elke les zou kunnen doen, maar ik ga dit zeker vaker instellen!

3: Eén leerling per keer
Ik vind het heel vervelend als er een heel clubje leerlingen aan mijn bureau staat. Het lijkt soms net een theekransje. Het ergste is nog dat ze in mijn zicht gaan staan, waardoor ik geen overzicht meer heb op de klas. Wat ik daarom als extra regel heb ingevoerd is dat er maar één leerling per keer aan mijn bureau mag staan. Zo houd ik het overzicht op de klas én is het niet meer zo’n chaos bij mijn bureau.
Dit is wel iets wat elke les werkt. Daarom houd ik dit er ook lekker in.

4: Elkaar helpen
Ook iets wat ik elke keer weer probeer te stimuleren is dat de leerlingen elkaar moeten helpen. Er wordt vaak gezegd dat je er heel veel van begrijpt als je het een ander uit moet leggen. Als de leerlingen elkaar helpen sla ik als docent dus twee vliegen in één klap: de ene leerling wordt geholpen met zijn vraag, de andere leerling begrijpt de stof nog beter dan hij/zij ervoor al deed.

5: Eerst de vinger opsteken, dan pas langskomen
Toen ik dit vorige keer deed, schreef ik alle namen van de leerlingen op. Dit werkte niet heel goed. Daarom probeerde ik het zonder de namen op te schrijven. De leerlingen moesten wel hun vinger opsteken en ik riep een leerling bij me als ik klaar was met de vorige. Veel leerlingen vonden het vervelend om steeds te moeten wachten, dus gingen daarom zelf verder puzzelen. Uiteindelijk vonden ze dan zelf het antwoord, waardoor ze niet meer geholpen hoefden te worden.
Het nadeel is nog steeds dat de leerlingen heel lang aan mijn bureau bleven hangen, omdat er niemand achter ze stond te dringen. Het voelt voor mij ook niet natuurlijk om dit te doen, omdat ik me net een dokter voelde die een spreekuur hield. Ik roep nog net niet “volgende patiënt!”. Nee, ook dit gaat hem niet worden.

Ik heb dus nog steeds geen ideale manier gevonden. Dat geeft niets, ik blijf gewoon proberen. Uiteindelijk zal ik wel iets vinden wat voor mij en de leerlingen goed werkt en tot die tijd blijf ik experimenteren!

Liefs!

zaterdag 2 maart 2013

De voorjaarsvakantie


Wat een heerlijke week heb ik gehad! Ik schreef het al in mijn vorige dagboekpost, maar ik heb een hoop leuke dingen gedaan tijdens de voorjaarsvakantie.

Het begon zaterdag met mijn nieuwe meubels. Ik had mijn vriend overgehaald om alvast te beginnen met het in elkaar zetten van een paar meubels. Aan het eind van de dag stond het bureau in elkaar en met daarbij natuurlijk een gloednieuwe (en hele fijne) bureaustoel. Omdat we daar aardig wat tijd in hadden gestoken is het niet meer gelukt om ook de rest in elkaar te zetten.
Maar dat gebeurde zondagavond! Terwijl ik op visite ging bij mijn zus richtte mijn vriend zich op de grote kartonnen dozen. Toen ik terugkwam was mijn huis nog meer omgetoverd tot een paleisje. Boven mijn bureau hing een plank in dezelfde stijl en middenin de woonkamer stond mijn nieuwe salontafel, eveneens in dezelfde stijl.
Na die dag hadden we de smaak flink te pakken. Maandagochtend werd eerst mijn lekkage gerepareerd maar toen de vakmensen weg waren snelden wij weer in de auto naar de IKEA. Het ontbijtje sloegen we, in verband met de rijen van hier tot Tokyo, over. Wij gingen beginnen aan het echte werk. De kar werd steeds voller: een bijzettafeltje, een mooi, groot vloerkleed en wat kleine dingen om mijn huis aan te kleden, zoals een bureaulamp, planten, kaarsjes etc. In eerste instantie gingen we voor een tv-kast, maar deze was helaas uitverkocht. Het bed en de kledingkast hebben we moeten laten staan omdat het niet in de auto paste.
’s Middags gingen we naar het ziekenhuis. Ik schreef vorige week nog doodleuk dat dit hopelijk mijn laatste bezoek werd, maar dat had ik te makkelijk gedacht. Uit de vorige drie onderzoeken was namelijk geen nuttige informatie gekomen. Ik moet dus nog minimaal drie keer terug. Bah!
Het slechte nieuws deed gelukkig weinig aan mijn humeur. Toen we terugkwamen hebben we het huis opgeleukt en opgeruimd. Het begint er steeds leuker uit te zien! ’s Avonds kwam mijn zus op visite en toen ze net een minuut of vijf de deur uit was whatsappte mijn vader me of het goed was als hij even op de koffie kwam. Het leek een rustige dag te worden, maar niets was minder waar. Gelukkig was de dag wel gevuld met leuke dingen!
Dinsdag had ik een rustige dag. Mijn vriend moest werken, dus ik had een dagje voor mezelf. Daar heb ik ook flink gebruik van gemaakt. ’s Morgens startte met een bezoekje aan de kapper, gevolgd door een paar blogs schrijven achter mijn nieuwe bureau. De rest van de dag keek ik afleveringen waar ik vorige week geen tijd voor heb gehad (Wie is de mol, Obese, Divorse), las ik een boek (zie mijn andere blog) en genoot ik intens van mijn vrije dag. ’s Avonds kreeg ik een berichtje van mijn vriend. “Stel dat ik nu heel toevallig bij de IKEA kom, zal ik dan de boekenkast meenemen?” Jaaaaaaa! En zo geschiedde het derde bezoek aan de Zweedse winkel in een week tijd.
Ook de rest van de week heb ik me uitstekend vermaakt. Samen met mijn vriend heb ik twee nachten in een hotel aan de kust geslapen. Daarbij zaten twee heerlijke ontbijtjes en twee dagen in een sport- en wellnesscenter. Niet verkeerd! Die dagen had ik ook echt wel even nodig om bij te komen. Na een lange tijd weer in een fitnesszaal geweest, gezwommen in een prachtig zwembad, even chillen in een bubbelbad en op de kamer nog gebruik gemaakt van het ligbad. Daar zeg ik geen nee tegen.

Nu is het al het laatste weekend van mijn vakantie. We gaan het nieuwe bureau klaarmaken door een computer te installeren. Hopelijk motiveert dat genoeg om weer lekker te gaan schrijven! Daarover lees je ongetwijdeld meer in mijn volgende update van mijn goede voornemens.

Liefs!

vrijdag 1 maart 2013

Mijn voornemens, update 2

1 maart; tijd voor een update! Eens kijken hoe het met mijn voornemens voor 2013 zit.

1. Verder met mijn blog
Op 31 december 2013 wil ik 333 blogs op mijn site hebben. Ik sta nu op 148 blogs. De komende weken moet ik dus 185 blogs schrijven; ongeveer 19 per maand, ongeveer 4 per week. Met mijn vaste drie blogs lukt dat niet, maar ik heb er vertrouwen in dat het echt wel gaat lukken om elke week één extra blog online te zetten.
 
2. Een boek schrijven
In mijn vorige update schreef ik heel blij dat ik was begonnen. Ik heb nu een maand niets geschreven. Wat gaat de tijd toch eigenlijk snel. Maar het komt echt nog wel hoor. Echt...
 
3. Heel veel lezen
Twee boeken gelezen in twee maanden. Best wel slecht voor iemand die zo gek is op lezen als ik. Oeps. 
 
4. Mijn andere blog oppakken
Over beide boeken heb ik een blog geschreven op mijn andere blog. 
 
5. Engels leren
Ehhh... Dit komt ook nog!

Op 1 april komt er weer een update. Net als vorige keer hoop ik dan ook wat meer vorderingen te hebben gemaakt op alle punten. De tijd zal het leren!

Liefs!

woensdag 27 februari 2013

10 redenen om... met een positief gevoel terug te kijken op het afgelopen half jaar


De langste titel ooit! In deze blog zijn dus tien redenen te lezen waarom ik met een positief gevoel terugkijk op het afgelopen jaar. Er zijn minder leuke dingen gebeurd, maar gelukkig ook heel veel leuke! Hierbij een selectie van de vele fijne werk-gerelateerde gebeurtenissen van het afgelopen half jaar.

Mijn tien redenen om met een positief gevoel terug te kijken op het afgelopen half jaar:
1. Het is natuurlijk al heel fijn om een schooljaar te beginnen met een baan! Er zijn (helaas) genoeg mensen die gedwongen thuis zitten omdat de banen in deze tijd nu eenmaal niet voor het oprapen liggen. Ik voel me dus enorm bevoorrecht dat ik wel vier dagen in de week naar mijn werk kan, al denk ik daar om half zes ’s morgens anders over…
2. Ik heb weer een ritme terug. Vorig schooljaar was mijn leven een zooitje. In mijn hoofd, maar ook in mijn leven. Mijn hoofd liep over van (nare) gedachten, maar mijn leven. Pff… Elke ochtend moe wakker worden, de hele dag op de bank hangen omdat je toch niets beters te doen hebt en ’s avonds weer vroeg naar bed, om diezelfde reden. De dag erna uiteraard weer hetzelfde liedje. Ik heb nu eindelijk weer regelmaat. ’s Morgens vroeg op om naar mijn werk te vertrekken, ’s middags met een voldaan gevoel terugkomen en ’s avonds vroeg erin om me klaar te maken voor een volgende werkdag. Zo zie ik het graag!
3. Ik heb enorm geboft met mijn werkplek. Behalve dat ik gek ben op het gebouw (veel beter dan het oude schoolgebouw waar ik vorig jaar stage liep en waar ik me alles behalve thuis voelde), heb ik het ook getroffen met mijn baas. Het is niet zo dat ik hele gesprekken met hem voer zoals veel van mijn collega’s wel doen, maar ik vind hem wel een toffe vent.
4. Mijn leerlingen! Ik had nooit durven dromen dat ik zulke leuke leerlingen zou krijgen. Ik overdrijf natuurlijk een beetje, want af en toe hebben ze ook hun puberaanvallen, maar over het algemeen kan ik goed met ze opschieten.
5. Mijn bankrekening is eindelijk weer aan het groeien. Een oppervlakkige reden, maar het geeft me wel een goed gevoel om me niet ook nog te hoeven maken om eventuele financiële problemen.
6. Hoewel ik haar niet heel veel spreek, ben ik wel heel positief over mijn begeleidster. Dat ik haar niet heel veel spreek is ook meteen een goed teken: het betekent namelijk ook dat het zo goed gaat dat ik geen actieve begeleiding nodig heb. Beter!
7. Ik heb een enorme persoonlijke groei doorgemaakt. Ik ben nog niet waar ik zijn wil en er zijn nog steeds dromen die ik (nog!!) niet heb waargemaakt, maar ik zit weer lekker in mijn vel, ik durf meer, ik ben niet meer zenuwachtig of bang als ik iets (voor mijn gevoel) verkeerd doe en ik ben stiekem ook wel trots op mezelf dat ik me uit een dal heb weten te werken.
8. Ik vind het heel fijn dat mijn collega’s me vanaf het begin af aan al beschouwden als een volwaardige collega, en niet als “nieuweling”. Ik moet er nog wel een beetje aan wennen dat ik er ook bij hoor, maar het begin is er.
9. Ik heb mijn eerste tafeltjesavond overleefd. Dit was misschien wel hetgene waar ik het allermeeste bang voor was. En toch heb ik het gedaan! Nog iets om trots op te zijn.
10. Ondanks de drukke periodes tussendoor is het me altijd gelukt om minimaal drie blogposts online te zetten. Toen ik met mijn blog begon vroeg ik me af hoelang het ging duren voordat ik hem uit de lucht zou halen. Dat ik vandaag, ruim acht maanden verder, nog steeds aan het schrijven ben, is toch wel een heel goed teken!

Liefs!

maandag 25 februari 2013

De les afsluiten, zo doe je dat


Twee weken geleden schreef ik dat ik me meer wilde richten op het afsluiten van de les. Ik had zelf weinig ideeën, dus ik was heel benieuwd naar de lesafsluitingen van anderen. Collega’s, oude studieboeken, internet etc. Ik gaf mezelf veertien dagen de tijd om eens op zoek te gaan naar  manieren om de les af te sluiten.

De afgelopen twee weken waren hectische weken. Ik heb mijn collega’s weinig gezien door de stapels proefwerken die ik moest nakijken en door de strafklanten met wie ik in de pauze even wilde praten. In mijn hoofd was ik af en toe wel bezig met het feit dat ik vandaag deze blog online moest zetten en dat ik nog maar x dagen de tijd had om iets te verzinnen. Langzaam maar zeker kwam de voorjaarsvakantie dichterbij en heb ik geen tijd gehad om bij collega’s na te gaan op welke manier zij een les afsluiten. Erg jammer!

Wel heb ik eens op internet rondgekeken. Wat blijkt? Ik ben zeker niet de enige die moeite heeft met de laatste lesfase. Op forums worden er om tips gevraagd, maar leuke ideeën kom ik zelden tegen. Na goed zoeken ben ik toch op een paar belangrijke punten gekomen.

Bij het afsluiten van de les zijn er een paar dingen belangrijk. Je wilt dat de leerlingen met een goed gevoel het lokaal verlaten en dat lukt niet wanneer je zelf achter het bureau blijft zitten en de leerlingen – die hun tas inpakken en het lokaal uitdruppelen – negeert. Het is dus belangrijk dat je ook in de laatste minuut van de les even centraal bent.

In de laatste minuut, of laatste drie minuten (het is maar net wat je zelf wilt natuurlijk), kun je van alles zeggen ter afsluiting. Wat ik vrijwel altijd doe is een seintje geven dat de leerlingen mogen inpakken. Zodra de bel gaat en de leerlingen staan op, loop ik naar een plek bij de deur waarbij ik iedereen nog even gedag zeg. Dat is het. Maar natuurlijk zijn er genoeg andere dingen die gedaan kunnen worden. Hieronder komt een opsomming van alternatieven. Deze heb ik uit mijn eigen praktijk gehaald (en dan voornamelijk van tijdens mijn stage), maar dingen die ik heb geleerd op de opleiding en die ik gelezen heb op internet.

- Geef het huiswerk op
Ik doe dit nooit, omdat de leerlingen in mijn les altijd 20-30 minuten de tijd krijgen om aan hun huiswerk voor de volgende les te werken. Wat ik wel kan doen is ze nog even attenderen op het huiswerk. “Zorg dat het morgen af is.”
- Bespreek de opgaven die in de les gemaakt zijn
In de laatste minuten heb ik nog nooit een opgave besproken. Dit doe ik altijd aan het begin van de les of ergens halverwege. Het is wel een leuke tip en ook zeker het proberen waard. Zo ben je toch nog even centraal in de laatste minuten en weet je zeker dat je van iedereen de aandacht hebt.
- Vat de belangrijkste punten samen
Deze tip komt van internet en ik snap niet heel goed wat er mee wordt bedoeld. De belangrijkste punten van de les op zich, de belangrijkste punten van de inhoud van de les?
- Geef de leerlingen feedback op de werkwijze
Dit doe ik wel af en toe. Als de leerlingen heel goed gewerkt hebben, geef ik ze een groot compliment (en soms ga ik zelfs met de snoeptrommel langs). Als ze minder goed dan gemiddeld werken, zeg ik dit er ook even bij.
Van een stagebegeleidster heb ik ooit de tip gekregen dat ik gele postit-briefjes kan uitdelen aan het eind van de les. Leerlingen moeten hierop schrijven wat er goed ging, wat er niet goed ging en welk cijfer ze zichzelf gaven. Zo maak je de leerlingen wel heel bewust van hun werkhouding. Dit ga ik zeker nog eens doen. (Met gewone briefjes kan dit natuurlijk ook. :-))
- Blik met de leerlingen terug op de les
Hierbij kun je bijvoorbeeld (klassikaal!) vragen wat ze vonden van hun werkhouding, wat ze hebben geleerd, of de stof te moeilijk/makkelijk was etc.
- Geef voor een extra leuke afsluiting een raadsel mee , of iets anders waardoor ze nieuwsgierig worden naar de volgende les
Ik vind dit een hele leuke tip en ik denk dat mijn rekenkalender vanVolgens Bartjens hier goed aan bij kan dragen. Aan het eind van de les zou ik een leuke opgave op het bord kunnen zetten, aan het begin of eind van de les erna zou ik het antwoord kunnen geven. Deze ga ik zeker eens uitproberen.
- Herhaal de belangrijkste boodschap van de les
Dit zou in mijn geval kunnen zijn dat de leerlingen heel goed de berekeningen op moeten schrijven bij de huiswerkopgaven, of dat ze een assenstelsel met potlood moeten tekenen in plaats van met een pen. Bij andere vakken geef je natuurlijk een andere boodschap mee.

Uiteindelijk zijn er toch nog zeven tips uit mijn digitale pen komen rollen. Ik denk dat ik veel tips best een zou kunnen toepassen, zoals het geven van een raadsel of het opschrijven op briefjes. Het zou zomaar kunnen dat er daarna nog eens een verslag van online komt!

Liefs!

zaterdag 23 februari 2013

Dagboek: Hallo voorjaarsvakantie! (#23)

Daar is hij dan, de vakantie waar ik al lang op wachtte. Deze laatste week voor de vakantie verliep gelukkig al iets beter dan vorige week!

Maandag was natuurlijk weer een korte dag. De stress van het weekend was voorbij, maar het gevolg was er nog wel steeds: er lagen nog drie toetsen om na te kijken. Je zou denken dat ik genoeg tijd had die middag, maar nee. Een ziekenhuisbezoek, naar de stad voor een verjaardagscadeau en 's avonds een familiebezoekje. Thuis had ik nog precies genoeg tijd om te douchen, maar daarna viel ik echt in slaap.

Dinsdag had ik gelukkig wel tijd om na te kijken: drie tussenuren. Twee toetsen heb ik kunnen nakijken, de derde deed ik 's avonds. De lessen verliepen dinsdag niet perfect, maar daar heb ik me inmiddels bij neergelegd.

Woensdag was een heerlijke dag. Ik kon uitslapen, eindelijk weer, en de rest van de dag heb ik door de IKEA gelopen. Tijd voor een home make-over! Een deel van de meubels is binnen, de rest komt later nog. De meubels staan nog ingepakt, maar daar komt de komende week verandering in!

Mijn lessen op donderdag gingen verrassend goed. Vooral over mijn les in klas 2havo stond ik erg verbaasd te kijken. Ik gaf een behoorlijk stuk uitleg (20 minuten is zeker voor deze leerlingen erg lang) en na 20 minuten zaten ze nog steeds te luisteren. Ik viel nog net niet flauw achterover van verbazing. Ook de andere lessen die dag gingen best goed. Na al die weken ben ik nog steeds blij dat ik continu mijn lessen voorbereid. Ik merk toch wel dat ik hier veel aan heb. Hoe dit de komende jaren zal gaan weet ik niet, maar zolang het nu werkt vind ik het prima!

Vrijdag was mijn laatste les voor de vakantie. Eindelijk! Zo'n laatste dag geeft altijd een magisch gevoel, net als de laatste dag van een kalenderjaar. De laatste keer lesgeven aan de brugklas, de laatste keer een toets geven, de laatste keer... Een voorjaarsvakantie is lang niet zo bijzonder als een nieuw kalenderjaar, maar ik had er nu eenmaal heel erg naar uitgekeken! De leerlingen weten helaas ook dat het de laatste dag was. De lessen waren weinig zinvol, maar ik had ook niets anders verwacht.

Nu dus voorjaarsvakantie. Herinrichten van mijn huis, een voorlopig laatste bezoek (hopelijk met een uitslag) aan het ziekenhuis, een lekkage die na 1,5 maand eindelijk verholpen gaat worden, drie dagen in een hotelletje aan het strand en verder vooral genieten (lezen, lezen, lezen!). Volgende week zaterdag hier een kort verslagje over.

Liefs!

woensdag 20 februari 2013

Tip: Ga niet aftellen (#14)

Ik heb er een tip uit het hoofdstuk “vakantiekriebels” bij gepakt, dat leek me voor dit moment wel heel toepasselijk. Ik kijk namelijk al sinds vorige week uit naar de vakantie en dit steek ik niet onder stoelen of banken.

Hoofdstuk 6, tip 3: Ga niet aftellen
Laat de leerlingen niet merken dat je zelf ook geen zin meer hebt. En ga zeker niet de weken aftellen tot het einde. Dan verliezen ze hun interesse en motivatie. Zorg dus, net als anders, dat leerlingen precies weten waar ze aan toe zijn. Kinderen zijn juist in de zomertijd gebaat bij rust en regelmaat.

In de tip hebben ze het natuurlijk over de zomervakantie, maar wat ik altijd doe is de weken tellen tot de volgende vakantie. Volgende week is er voorjaarsvakantie en daar kijk ik al een poosje naar uit. Niet alleen omdat ik behoefte heb aan weer een paar dagen vrij, maar omdat dit ook echt een vakantie wordt waarin ik me helemaal ga ontspannen. Ik heb namelijk drie dagen een hotelletje geboekt met daarbij een dagje wellness. Heer-lijk! (Denk ik, ik heb nog nooit zoiets gedaan…)

Ik merk dat ik niet de enige ben die hieraan toe is. Het is nu de tijd van het jaar dat de leerlingen aan het opgeven zijn en niet meer willen. De resultaten worden minder, het huiswerk wordt af en toe “vergeten” en in de les hangen ze erbij als zoutzakken. Het is niet zo dat ik continu roep dat we nog maar zoveel dagen hoeven. Dat zou inderdaad de leerlingen demotiveren en dat snap ik ook wel. Wat ik wel doe is de leerlingen proberen nog even mee te trekken. “Ach, kom op, je hoeft nog maar drie dagen naar school. Daarna kun je weer even ontspannen.” Dit helpt bij hen, maar ook bij mij. Het zijn even de laatste lootjes, praat ik mezelf dan toe. Nog even volhouden en ik kan ook weer ontspannen.

Liefs!