zondag 10 maart 2013

Herinnering: Ik wil niet!

Op mijn laatste stageschool heb ik dagen gehad dat ik echt niet wilde. Ik wilde mijn bed niet uitkomen, ik wilde niet naar stage, ik wilde geen les geven, ik wilde geen les observeren. En wat doe je dan? Gewoon, zeggen dat je niet wilt. Maar dan verpakt in een mooi jasje. “Ik ben gisteren tot heel laat bezig geweest met een opdracht voor school. Ik heb geen tijd gehad om de lessen voor te bereiden.” – “Ik voel me al de hele week niet zo lekker. Ik kom morgen niet naar stage. Sorry.” – “Ik moet vrijdag mijn portfolio inleveren. Ik kom morgen wel naar stage, maar ik ga dan de hele dag achter de computer werken om mijn portfolio af te krijgen. Ik ben dus niet bij de les van klas X.”

Ik heb zo ontzettend veel smoesjes verzonnen. Alles om maar niets te hoeven doen wat op stage lijkt. Gelukkig kreeg ik, mede door mijn achtergrond, maar ongetwijfeld ook mede door mijn onschuld, nooit problemen. Ze wisten dat ik een zwaar jaar achter de rug had en dat ik daar nog steeds last van had. Ze toonden begrip voor mijn situatie en daar maakte ik (iets te vaak) misbruik van. Wonder boven wonder zagen ze wel een docent in me en hebben ze het me gegund om binnen korte tijd mijn stage af te ronden.

Heel soms mis ik die tijd wel. De dagen dat ik gewoon achterin de klas mocht zitten in plaats van dat ik les moest geven. Dat ik gewoon met mijn mobieltje kon spelen, boodschappenlijstjes kon maken, portfolioplanningen kon maken en al het andere wat weinig met observeren te maken had. Toch ben ik ook wel blij dat ik die Elseline niet meer ben. Ik sta vaker mét plezier voor de klas dan zonder. Ik mopper als mijn wekker weer om half zes gaat, maar dat zet ik dan snel van me af. Ik raak mijn telefoon nauwelijks aan als ik op mijn werk ben, laat staan dat ik het in de les doe. En me ziekmelden? Dat doe ik alleen bij hoge uitzondering. En zelfs dan voel ik me de hele dag enorm schuldig.

Ik had een jaar geleden absoluut niet durven hopen dat het nu zo goed met me zou gaan. Nog steeds denk ik dat ik in één grote droom leef. Maar dan knijp ik mezelf weer even en dan weet ik: dit is allemaal echt!
 
Liefs!

zaterdag 9 maart 2013

Dagboek: De tweede repetitieweek (#24)

Ik keek er al naar uit: de tweede repetitieweek. Bij de vorige repetitieweek heb ik geleerd dat de repetitieweek een week is waarin ik geen lessen hoef voor te bereiden, een week waarin nauwelijks sprake is van orde houden, een week met werkdagen tot uiterlijk half twaalf... Kortom, een verlengstuk van de vakantie!

Afgelopen maandag gaf ik nog wel gewoon les. Alhoewel, gewoon? De lestijd was verkort tot 40 minuten en de leerlingen waren nog in opstartmodus vanwege de voorjaarsvakantie. Na een aantekening van zo'n 20 minuten (ahhh) heb ik ze aan het werk gezet. De helft van de klas zat te kletsen, maar dat heb ik maar zo gelaten. Ze zouden het nog zwaar genoeg krijgen die week!
 
En dinsdag... tja... Toen gaf ik dus welgeteld één toets. Een werkdag van 50 minuten, waar vind je dat nog? Nadat ik de toets had gegeven vond ik in mijn postvak al de toetsen van twee brugklassen. Die heb ik meteen nagekeken, dan ging ik tenminste nog naar buiten met het gevoel dat ik iets nuttigs had gedaan. De derde toets nam ik mee naar huis.

Woensdag had ik grootse plannen. Ik wilde namelijk een hoop blogs schrijven en beginnen/verder gaan met mijn verhaal. Ik was al redelijk vroeg wakker, dus ik zette mijn computer aan en begon eerst met het lezen van alle andere blogs die ik volg. En toen gebeurde het. Hoofdpijn. Niet een beetje hoofdpijn, maar de hoofdpijn waardoor je niet meer kunt bewegen, niet meer kunt denken, niets meer kunt doen... Hele erge hoofdpijn dus. Ik besloot even tv te kijken, maar ook dat hielp niet. Het werd alleen maar erger. Ik kroop dus terug in mijn bed en ik ben er de rest van de middag niet meer uitgekomen. Daar gingen mijn plannen...

Donderdag voelde ik me weer helemaal fit. Vroeg mijn bed uit (ik vind half zes nog steeds niet leuk, maar ik ben er al aan gewend gelukkig), vroeg op mijn werk, twee toetsen afgenomen, een toets voor driekwart nagekeken en weer vroeg naar huis. Ik ben gek op dit soort dagen!

Mijn vrijdag was ook een heerlijke dag. Ik moest surveilleren bij een klas die ik niet kende. Gelukkig bleken het allemaal leuke leerlingen te zijn. Ik heb wel één leerling gesnapt op het door fluisteren van de antwoorden. Ik heb hem daar even flink op aangesproken. Gelukkig was hij daarna zo mak als een lammetje.

Ik heb weinig plannen voor het weekend, maar dat vind ik wel lekker. Al mijn nakijkwerk is gedaan en alle cijfers zijn ingevoerd. Tijd om achterover te hangen en te genieten van al mijn nieuwe meubels! Deze week zijn namelijk de laatste dingen bezorgd en in elkaar gezet. :-)

Liefs!

donderdag 7 maart 2013

Dankbaarheidslijstje #1

Je wordt er nog net niet mee doodgegooid, maar je komt ze wel enorm vaak tegen. De dankbaarheidslijstjes, geïnspireerd op de “Gratitude”-app van de iPhone. Aangezien iedereen er aan mee lijkt te doen, kan ik niet achterblijven.

Er wordt geschreven dat het is bewezen dat dit soort dankbaarheidslijstjes je gelukkiger maken. Ze leggen de nadruk op de positieve dingen in het leven, waardoor je hele instelling wat positiever wordt. Ik merk zelf ook dat wanneer ik klaar ben met het schrijven van een positieve “10 redenen om"-blog, mijn humeur ineens naar een hoogtepunt stijgt.

En aangezien mijn leven altijd wel wat meer positiviteit kan gebruiken, ga ik nu ook beginnen met deze “I am grateful for…”-lijstjes. Maar dan wel in het Nederlands gewoon, hè. In mijn laatste update heb je namelijk kunnen lezen dat ik – wat Engels betreft – geen steek verder ben gekomen. ;-)

Vandaag, 7 maart 2013, ben ik dankbaar voor…
… het zonnetje. Het heeft best lang geduurd, maar eindelijk is hij er weer!
… het licht ’s morgens. Ik merk dat het lente begint te worden, want het is ’s morgens eerder licht en ’s avonds later donker. Vooral de ochtenden vind ik fijn, want nu hoef ik niet meer in het donker met het openbaar vervoer.
… mijn korte werkdag. Nadat ik eerst best productief bezig ben geweest (vind ik zelf), kon ik om 12.00 uur naar huis. ’s Middags ben ik de halve stad door gefietst omdat mijn apotheek nu eenmaal niet om de hoek ligt. Daarna ben ik nog het winkelcentrum ingegaan en toen ik thuiskwam heb ik nog deze blog geschreven. Best knap voor iemand die liever lui dan moe is.
… mijn vriend die me ’s nachts whatsappt dat hij van mij houdt en dat hij er naar uitkijkt om me morgen weer te zien.
… het OV dat vandaag niet één keer tegen heeft gewerkt.

Met de Gratitude-app is het de bedoeling dat je elke dag, of bijna elke dag, zo’n lijstje maakt. Elke dag een blog online zetten met maar zeven regeltjes is een beetje overdreven, maar ik denk dat één keer in de week een extra blogje wel moet lukken.

Volgende week dus weer een lijstje!

Liefs!

woensdag 6 maart 2013

Tip: Heb engelengeduld (#15)

Ik heb deze tip uit het hoofdstuk ‘ADHD’. Ik vond het wel grappig toen ik de titel van de tip las, want als er iemand geen geduld heeft dan ben ik het wel. Misschien is het ook daarom dat ik best wat moeite heb met leerlingen die ADHD hebben. Of misschien komt het omdat ik de rust zelve ben.

Hoofdstuk 16, tip 7: Heb engelengeduld
Spreekt het kind alweer voor zijn beurt? Bestraf het niet, benoem het wel. Zeg: ‘Ik begrijp dat jij het antwoord ook weet. Als jij straks je vinger opsteekt, mag jij het zeggen.’ Wacht vervolgens niet zes beurten met het inlassen van zo’n belofte. Geef het kind de ruimte om de vraag te beantwoorden en geef niet te snel de beurt door. Korte feedback is belangrijk.

Ik heb wel wat leerlingen met ADHD en ik herken ze ook in deze tip. Af en toe kan ik er flink van balen als ze wéér het antwoord roepen zonder dat ze hun vinger opsteken. Snappen ze de regel dan niet? Als de rest het wel kan, waarom zij dan niet? Dit onbegrip komt ook wel heel erg door mijn onwetendheid over ADHD. Ik kan natuurlijk wat leerlingen met ADHD, ik heb al wat dingen over ADHD gelezen op internet, zowel voor mijn portfolio op de opleiding als voor mijn blog, ik heb mijn collega’s al over ADHD gehoord, maar toch… Er iets over lezen betekent niet dat ik het snap. Er is niemand in mijn omgeving die dit heeft en daarom heb ik er ook nooit iets van meegekregen. Aan de ene kant natuurlijk heel fijn, maar aan de andere kant betekent dit wel dat ik op dit moment ook nog niet heel goed kan snappen hoe zo’n leerling in elkaar zit. Ja, ik weet dat ze druk zijn, ja, ik weet dat ze snel afgeleid zijn, ja, ik weet dat ze af en toe de regels vergeten en dat ze dan inderdaad een antwoord door de klas gaan roepen. Maar dat zijn maar feitjes.

Als het zou kunnen zou ik graag eens één dag willen wisselen met iemand die ADHD heeft. Gewoon om eens te kijken hoe het is. Wat er in zo iemand omgaat. Hoe het komt dat zo’n kind druk is, moeite heeft met concentreren, moeite heeft met bepaalde regels. Dit zelfde geldt overigens ook voor andere ‘stoornis’. Autisme bijvoorbeeld.

Omdat zoiets natuurlijk nooit in de praktijk gebracht kan worden en er heel veel andere docenten zijn die, net als ik, geen ervaringen hebben met ADHD of andere stoornissen, snap ik niet dat er hierover op de lerarenopleiding geen aandacht aan wordt besteed. Je krijgt een half jaar lang les in allerlei soorten werkvormen die met samenwerkend leren te maken hebben, je krijgt drie maanden les in “Taalgericht onderwijs”, waar ik niets meer van heb onthouden, je krijgt gedurende de hele opleiding studieloopbaancoaching, waar over van alles wordt gepraat behalve over zinnige dingen. Het is natuurlijk niet zo dat ik de hele lerarenopleiding af wil kraken, maar door de ogen van een beginnend docent gezien is het wel handig als je leert om te gaan met leerlingen die een stoornis hebben. Ik denk dat je daar een stuk meer aan hebt dan aan vele andere dingen die – netjes gezegd – de revue zijn gepasseerd.

Maar dat is slechts een mening.

Liefs!

maandag 4 maart 2013

Update 2: Wat doe ik met leerlingen die een vraag hebben?


Een paar weken geleden schreef ik twee blogs (blog 1, blog 2) over wat ik doe met leerlingen die een vraag hebben. Tijdens het schrijven van de tweede blog borrelden er ineens allemaal ideeën op. Vandaag ga ik het daar eens over hebben.

In de afgelopen weken heb ik van alles geprobeerd wat betreft het vragen stellen. De ideale manier is er helaas niet uitgekomen, maar dat geeft niets. Als er één perfecte manier zou zijn geweest, zou ik die tijdens de opleiding wel hebben gehoord. Daarom heb ik de afgelopen lessen eens bekeken welke van alle manieren wel voor mij en mijn leerlingen werkt en welke wat minder. Hieronder zal ik ze kort bespreken en vertellen wat ik de voor- en de nadelen vond.

1: Rondlopen
Ik wist meteen al dat dit niets zou worden. Niet alleen omdat ik bekaf ben na zo’n dag, maar ook omdat ik de drempel op deze manier veel te laag maak voor de leerlingen om een vraag te stellen. Het is niet erg als de leerlingen een vraag hebben, maar het is wel behoorlijk irritant als ze dingen gaan vragen waar ze zelf het antwoord al op weten. Welke opgaven er gemaakt moeten worden (dit staat altijd bij mij op het bord), of er een berekening bij moet (dit moet altijd) etc. Op deze manier worden de leerlingen nooit zelfstandig.
Een voordeel van rondlopen is wel dat je meteen in de schriften van alle leerlingen kunt kijken. Met één blik op hun tafel zie je meteen of ze berekeningen noteren, of er met potlood wordt getekend, of ze überhaupt iets aan het doen zijn…
Maar nee, dit is niet iets wat ik vanaf nu in wil voeren.

2: Geen vragen stellen
Ik heb bij alle drie mijn brugklassen één les ingepland waarin er geen vragen mochten stellen. Dit kan ik natuurlijk niet altijd doen, maar bij een makkelijke theorie is dit wel een hele goede oplossing. Toen ik zo’n les gaf, heb ik er wel heel duidelijk de reden bij gezegd. “Ik doe dit niet omdat ik lui ben, maar om jullie zo zelf eens te laten puzzelen naar het antwoord. Ik heb gemerkt dat er veel te veel dingen worden gevraagd waar jullie zelf ook het antwoord op weten als jullie er een minuut extra aan zouden besteden.” Dit begrepen ze wel, maar het was wel erg wennen. Uiteindelijk vond ik het wel erg goed werken. De leerlingen waren iets langer bezig met een opgave, maar uiteindelijk vonden ze wel het antwoord. Ik merkte ook dat ze meer gingen samenwerken en dat vond ik heel positief om te zien.
Nogmaals, het is niet iets wat ik elke les zou kunnen doen, maar ik ga dit zeker vaker instellen!

3: Eén leerling per keer
Ik vind het heel vervelend als er een heel clubje leerlingen aan mijn bureau staat. Het lijkt soms net een theekransje. Het ergste is nog dat ze in mijn zicht gaan staan, waardoor ik geen overzicht meer heb op de klas. Wat ik daarom als extra regel heb ingevoerd is dat er maar één leerling per keer aan mijn bureau mag staan. Zo houd ik het overzicht op de klas én is het niet meer zo’n chaos bij mijn bureau.
Dit is wel iets wat elke les werkt. Daarom houd ik dit er ook lekker in.

4: Elkaar helpen
Ook iets wat ik elke keer weer probeer te stimuleren is dat de leerlingen elkaar moeten helpen. Er wordt vaak gezegd dat je er heel veel van begrijpt als je het een ander uit moet leggen. Als de leerlingen elkaar helpen sla ik als docent dus twee vliegen in één klap: de ene leerling wordt geholpen met zijn vraag, de andere leerling begrijpt de stof nog beter dan hij/zij ervoor al deed.

5: Eerst de vinger opsteken, dan pas langskomen
Toen ik dit vorige keer deed, schreef ik alle namen van de leerlingen op. Dit werkte niet heel goed. Daarom probeerde ik het zonder de namen op te schrijven. De leerlingen moesten wel hun vinger opsteken en ik riep een leerling bij me als ik klaar was met de vorige. Veel leerlingen vonden het vervelend om steeds te moeten wachten, dus gingen daarom zelf verder puzzelen. Uiteindelijk vonden ze dan zelf het antwoord, waardoor ze niet meer geholpen hoefden te worden.
Het nadeel is nog steeds dat de leerlingen heel lang aan mijn bureau bleven hangen, omdat er niemand achter ze stond te dringen. Het voelt voor mij ook niet natuurlijk om dit te doen, omdat ik me net een dokter voelde die een spreekuur hield. Ik roep nog net niet “volgende patiënt!”. Nee, ook dit gaat hem niet worden.

Ik heb dus nog steeds geen ideale manier gevonden. Dat geeft niets, ik blijf gewoon proberen. Uiteindelijk zal ik wel iets vinden wat voor mij en de leerlingen goed werkt en tot die tijd blijf ik experimenteren!

Liefs!

zaterdag 2 maart 2013

De voorjaarsvakantie


Wat een heerlijke week heb ik gehad! Ik schreef het al in mijn vorige dagboekpost, maar ik heb een hoop leuke dingen gedaan tijdens de voorjaarsvakantie.

Het begon zaterdag met mijn nieuwe meubels. Ik had mijn vriend overgehaald om alvast te beginnen met het in elkaar zetten van een paar meubels. Aan het eind van de dag stond het bureau in elkaar en met daarbij natuurlijk een gloednieuwe (en hele fijne) bureaustoel. Omdat we daar aardig wat tijd in hadden gestoken is het niet meer gelukt om ook de rest in elkaar te zetten.
Maar dat gebeurde zondagavond! Terwijl ik op visite ging bij mijn zus richtte mijn vriend zich op de grote kartonnen dozen. Toen ik terugkwam was mijn huis nog meer omgetoverd tot een paleisje. Boven mijn bureau hing een plank in dezelfde stijl en middenin de woonkamer stond mijn nieuwe salontafel, eveneens in dezelfde stijl.
Na die dag hadden we de smaak flink te pakken. Maandagochtend werd eerst mijn lekkage gerepareerd maar toen de vakmensen weg waren snelden wij weer in de auto naar de IKEA. Het ontbijtje sloegen we, in verband met de rijen van hier tot Tokyo, over. Wij gingen beginnen aan het echte werk. De kar werd steeds voller: een bijzettafeltje, een mooi, groot vloerkleed en wat kleine dingen om mijn huis aan te kleden, zoals een bureaulamp, planten, kaarsjes etc. In eerste instantie gingen we voor een tv-kast, maar deze was helaas uitverkocht. Het bed en de kledingkast hebben we moeten laten staan omdat het niet in de auto paste.
’s Middags gingen we naar het ziekenhuis. Ik schreef vorige week nog doodleuk dat dit hopelijk mijn laatste bezoek werd, maar dat had ik te makkelijk gedacht. Uit de vorige drie onderzoeken was namelijk geen nuttige informatie gekomen. Ik moet dus nog minimaal drie keer terug. Bah!
Het slechte nieuws deed gelukkig weinig aan mijn humeur. Toen we terugkwamen hebben we het huis opgeleukt en opgeruimd. Het begint er steeds leuker uit te zien! ’s Avonds kwam mijn zus op visite en toen ze net een minuut of vijf de deur uit was whatsappte mijn vader me of het goed was als hij even op de koffie kwam. Het leek een rustige dag te worden, maar niets was minder waar. Gelukkig was de dag wel gevuld met leuke dingen!
Dinsdag had ik een rustige dag. Mijn vriend moest werken, dus ik had een dagje voor mezelf. Daar heb ik ook flink gebruik van gemaakt. ’s Morgens startte met een bezoekje aan de kapper, gevolgd door een paar blogs schrijven achter mijn nieuwe bureau. De rest van de dag keek ik afleveringen waar ik vorige week geen tijd voor heb gehad (Wie is de mol, Obese, Divorse), las ik een boek (zie mijn andere blog) en genoot ik intens van mijn vrije dag. ’s Avonds kreeg ik een berichtje van mijn vriend. “Stel dat ik nu heel toevallig bij de IKEA kom, zal ik dan de boekenkast meenemen?” Jaaaaaaa! En zo geschiedde het derde bezoek aan de Zweedse winkel in een week tijd.
Ook de rest van de week heb ik me uitstekend vermaakt. Samen met mijn vriend heb ik twee nachten in een hotel aan de kust geslapen. Daarbij zaten twee heerlijke ontbijtjes en twee dagen in een sport- en wellnesscenter. Niet verkeerd! Die dagen had ik ook echt wel even nodig om bij te komen. Na een lange tijd weer in een fitnesszaal geweest, gezwommen in een prachtig zwembad, even chillen in een bubbelbad en op de kamer nog gebruik gemaakt van het ligbad. Daar zeg ik geen nee tegen.

Nu is het al het laatste weekend van mijn vakantie. We gaan het nieuwe bureau klaarmaken door een computer te installeren. Hopelijk motiveert dat genoeg om weer lekker te gaan schrijven! Daarover lees je ongetwijdeld meer in mijn volgende update van mijn goede voornemens.

Liefs!

vrijdag 1 maart 2013

Mijn voornemens, update 2

1 maart; tijd voor een update! Eens kijken hoe het met mijn voornemens voor 2013 zit.

1. Verder met mijn blog
Op 31 december 2013 wil ik 333 blogs op mijn site hebben. Ik sta nu op 148 blogs. De komende weken moet ik dus 185 blogs schrijven; ongeveer 19 per maand, ongeveer 4 per week. Met mijn vaste drie blogs lukt dat niet, maar ik heb er vertrouwen in dat het echt wel gaat lukken om elke week één extra blog online te zetten.
 
2. Een boek schrijven
In mijn vorige update schreef ik heel blij dat ik was begonnen. Ik heb nu een maand niets geschreven. Wat gaat de tijd toch eigenlijk snel. Maar het komt echt nog wel hoor. Echt...
 
3. Heel veel lezen
Twee boeken gelezen in twee maanden. Best wel slecht voor iemand die zo gek is op lezen als ik. Oeps. 
 
4. Mijn andere blog oppakken
Over beide boeken heb ik een blog geschreven op mijn andere blog. 
 
5. Engels leren
Ehhh... Dit komt ook nog!

Op 1 april komt er weer een update. Net als vorige keer hoop ik dan ook wat meer vorderingen te hebben gemaakt op alle punten. De tijd zal het leren!

Liefs!

woensdag 27 februari 2013

10 redenen om... met een positief gevoel terug te kijken op het afgelopen half jaar


De langste titel ooit! In deze blog zijn dus tien redenen te lezen waarom ik met een positief gevoel terugkijk op het afgelopen jaar. Er zijn minder leuke dingen gebeurd, maar gelukkig ook heel veel leuke! Hierbij een selectie van de vele fijne werk-gerelateerde gebeurtenissen van het afgelopen half jaar.

Mijn tien redenen om met een positief gevoel terug te kijken op het afgelopen half jaar:
1. Het is natuurlijk al heel fijn om een schooljaar te beginnen met een baan! Er zijn (helaas) genoeg mensen die gedwongen thuis zitten omdat de banen in deze tijd nu eenmaal niet voor het oprapen liggen. Ik voel me dus enorm bevoorrecht dat ik wel vier dagen in de week naar mijn werk kan, al denk ik daar om half zes ’s morgens anders over…
2. Ik heb weer een ritme terug. Vorig schooljaar was mijn leven een zooitje. In mijn hoofd, maar ook in mijn leven. Mijn hoofd liep over van (nare) gedachten, maar mijn leven. Pff… Elke ochtend moe wakker worden, de hele dag op de bank hangen omdat je toch niets beters te doen hebt en ’s avonds weer vroeg naar bed, om diezelfde reden. De dag erna uiteraard weer hetzelfde liedje. Ik heb nu eindelijk weer regelmaat. ’s Morgens vroeg op om naar mijn werk te vertrekken, ’s middags met een voldaan gevoel terugkomen en ’s avonds vroeg erin om me klaar te maken voor een volgende werkdag. Zo zie ik het graag!
3. Ik heb enorm geboft met mijn werkplek. Behalve dat ik gek ben op het gebouw (veel beter dan het oude schoolgebouw waar ik vorig jaar stage liep en waar ik me alles behalve thuis voelde), heb ik het ook getroffen met mijn baas. Het is niet zo dat ik hele gesprekken met hem voer zoals veel van mijn collega’s wel doen, maar ik vind hem wel een toffe vent.
4. Mijn leerlingen! Ik had nooit durven dromen dat ik zulke leuke leerlingen zou krijgen. Ik overdrijf natuurlijk een beetje, want af en toe hebben ze ook hun puberaanvallen, maar over het algemeen kan ik goed met ze opschieten.
5. Mijn bankrekening is eindelijk weer aan het groeien. Een oppervlakkige reden, maar het geeft me wel een goed gevoel om me niet ook nog te hoeven maken om eventuele financiële problemen.
6. Hoewel ik haar niet heel veel spreek, ben ik wel heel positief over mijn begeleidster. Dat ik haar niet heel veel spreek is ook meteen een goed teken: het betekent namelijk ook dat het zo goed gaat dat ik geen actieve begeleiding nodig heb. Beter!
7. Ik heb een enorme persoonlijke groei doorgemaakt. Ik ben nog niet waar ik zijn wil en er zijn nog steeds dromen die ik (nog!!) niet heb waargemaakt, maar ik zit weer lekker in mijn vel, ik durf meer, ik ben niet meer zenuwachtig of bang als ik iets (voor mijn gevoel) verkeerd doe en ik ben stiekem ook wel trots op mezelf dat ik me uit een dal heb weten te werken.
8. Ik vind het heel fijn dat mijn collega’s me vanaf het begin af aan al beschouwden als een volwaardige collega, en niet als “nieuweling”. Ik moet er nog wel een beetje aan wennen dat ik er ook bij hoor, maar het begin is er.
9. Ik heb mijn eerste tafeltjesavond overleefd. Dit was misschien wel hetgene waar ik het allermeeste bang voor was. En toch heb ik het gedaan! Nog iets om trots op te zijn.
10. Ondanks de drukke periodes tussendoor is het me altijd gelukt om minimaal drie blogposts online te zetten. Toen ik met mijn blog begon vroeg ik me af hoelang het ging duren voordat ik hem uit de lucht zou halen. Dat ik vandaag, ruim acht maanden verder, nog steeds aan het schrijven ben, is toch wel een heel goed teken!

Liefs!

maandag 25 februari 2013

De les afsluiten, zo doe je dat


Twee weken geleden schreef ik dat ik me meer wilde richten op het afsluiten van de les. Ik had zelf weinig ideeën, dus ik was heel benieuwd naar de lesafsluitingen van anderen. Collega’s, oude studieboeken, internet etc. Ik gaf mezelf veertien dagen de tijd om eens op zoek te gaan naar  manieren om de les af te sluiten.

De afgelopen twee weken waren hectische weken. Ik heb mijn collega’s weinig gezien door de stapels proefwerken die ik moest nakijken en door de strafklanten met wie ik in de pauze even wilde praten. In mijn hoofd was ik af en toe wel bezig met het feit dat ik vandaag deze blog online moest zetten en dat ik nog maar x dagen de tijd had om iets te verzinnen. Langzaam maar zeker kwam de voorjaarsvakantie dichterbij en heb ik geen tijd gehad om bij collega’s na te gaan op welke manier zij een les afsluiten. Erg jammer!

Wel heb ik eens op internet rondgekeken. Wat blijkt? Ik ben zeker niet de enige die moeite heeft met de laatste lesfase. Op forums worden er om tips gevraagd, maar leuke ideeën kom ik zelden tegen. Na goed zoeken ben ik toch op een paar belangrijke punten gekomen.

Bij het afsluiten van de les zijn er een paar dingen belangrijk. Je wilt dat de leerlingen met een goed gevoel het lokaal verlaten en dat lukt niet wanneer je zelf achter het bureau blijft zitten en de leerlingen – die hun tas inpakken en het lokaal uitdruppelen – negeert. Het is dus belangrijk dat je ook in de laatste minuut van de les even centraal bent.

In de laatste minuut, of laatste drie minuten (het is maar net wat je zelf wilt natuurlijk), kun je van alles zeggen ter afsluiting. Wat ik vrijwel altijd doe is een seintje geven dat de leerlingen mogen inpakken. Zodra de bel gaat en de leerlingen staan op, loop ik naar een plek bij de deur waarbij ik iedereen nog even gedag zeg. Dat is het. Maar natuurlijk zijn er genoeg andere dingen die gedaan kunnen worden. Hieronder komt een opsomming van alternatieven. Deze heb ik uit mijn eigen praktijk gehaald (en dan voornamelijk van tijdens mijn stage), maar dingen die ik heb geleerd op de opleiding en die ik gelezen heb op internet.

- Geef het huiswerk op
Ik doe dit nooit, omdat de leerlingen in mijn les altijd 20-30 minuten de tijd krijgen om aan hun huiswerk voor de volgende les te werken. Wat ik wel kan doen is ze nog even attenderen op het huiswerk. “Zorg dat het morgen af is.”
- Bespreek de opgaven die in de les gemaakt zijn
In de laatste minuten heb ik nog nooit een opgave besproken. Dit doe ik altijd aan het begin van de les of ergens halverwege. Het is wel een leuke tip en ook zeker het proberen waard. Zo ben je toch nog even centraal in de laatste minuten en weet je zeker dat je van iedereen de aandacht hebt.
- Vat de belangrijkste punten samen
Deze tip komt van internet en ik snap niet heel goed wat er mee wordt bedoeld. De belangrijkste punten van de les op zich, de belangrijkste punten van de inhoud van de les?
- Geef de leerlingen feedback op de werkwijze
Dit doe ik wel af en toe. Als de leerlingen heel goed gewerkt hebben, geef ik ze een groot compliment (en soms ga ik zelfs met de snoeptrommel langs). Als ze minder goed dan gemiddeld werken, zeg ik dit er ook even bij.
Van een stagebegeleidster heb ik ooit de tip gekregen dat ik gele postit-briefjes kan uitdelen aan het eind van de les. Leerlingen moeten hierop schrijven wat er goed ging, wat er niet goed ging en welk cijfer ze zichzelf gaven. Zo maak je de leerlingen wel heel bewust van hun werkhouding. Dit ga ik zeker nog eens doen. (Met gewone briefjes kan dit natuurlijk ook. :-))
- Blik met de leerlingen terug op de les
Hierbij kun je bijvoorbeeld (klassikaal!) vragen wat ze vonden van hun werkhouding, wat ze hebben geleerd, of de stof te moeilijk/makkelijk was etc.
- Geef voor een extra leuke afsluiting een raadsel mee , of iets anders waardoor ze nieuwsgierig worden naar de volgende les
Ik vind dit een hele leuke tip en ik denk dat mijn rekenkalender vanVolgens Bartjens hier goed aan bij kan dragen. Aan het eind van de les zou ik een leuke opgave op het bord kunnen zetten, aan het begin of eind van de les erna zou ik het antwoord kunnen geven. Deze ga ik zeker eens uitproberen.
- Herhaal de belangrijkste boodschap van de les
Dit zou in mijn geval kunnen zijn dat de leerlingen heel goed de berekeningen op moeten schrijven bij de huiswerkopgaven, of dat ze een assenstelsel met potlood moeten tekenen in plaats van met een pen. Bij andere vakken geef je natuurlijk een andere boodschap mee.

Uiteindelijk zijn er toch nog zeven tips uit mijn digitale pen komen rollen. Ik denk dat ik veel tips best een zou kunnen toepassen, zoals het geven van een raadsel of het opschrijven op briefjes. Het zou zomaar kunnen dat er daarna nog eens een verslag van online komt!

Liefs!

zaterdag 23 februari 2013

Dagboek: Hallo voorjaarsvakantie! (#23)

Daar is hij dan, de vakantie waar ik al lang op wachtte. Deze laatste week voor de vakantie verliep gelukkig al iets beter dan vorige week!

Maandag was natuurlijk weer een korte dag. De stress van het weekend was voorbij, maar het gevolg was er nog wel steeds: er lagen nog drie toetsen om na te kijken. Je zou denken dat ik genoeg tijd had die middag, maar nee. Een ziekenhuisbezoek, naar de stad voor een verjaardagscadeau en 's avonds een familiebezoekje. Thuis had ik nog precies genoeg tijd om te douchen, maar daarna viel ik echt in slaap.

Dinsdag had ik gelukkig wel tijd om na te kijken: drie tussenuren. Twee toetsen heb ik kunnen nakijken, de derde deed ik 's avonds. De lessen verliepen dinsdag niet perfect, maar daar heb ik me inmiddels bij neergelegd.

Woensdag was een heerlijke dag. Ik kon uitslapen, eindelijk weer, en de rest van de dag heb ik door de IKEA gelopen. Tijd voor een home make-over! Een deel van de meubels is binnen, de rest komt later nog. De meubels staan nog ingepakt, maar daar komt de komende week verandering in!

Mijn lessen op donderdag gingen verrassend goed. Vooral over mijn les in klas 2havo stond ik erg verbaasd te kijken. Ik gaf een behoorlijk stuk uitleg (20 minuten is zeker voor deze leerlingen erg lang) en na 20 minuten zaten ze nog steeds te luisteren. Ik viel nog net niet flauw achterover van verbazing. Ook de andere lessen die dag gingen best goed. Na al die weken ben ik nog steeds blij dat ik continu mijn lessen voorbereid. Ik merk toch wel dat ik hier veel aan heb. Hoe dit de komende jaren zal gaan weet ik niet, maar zolang het nu werkt vind ik het prima!

Vrijdag was mijn laatste les voor de vakantie. Eindelijk! Zo'n laatste dag geeft altijd een magisch gevoel, net als de laatste dag van een kalenderjaar. De laatste keer lesgeven aan de brugklas, de laatste keer een toets geven, de laatste keer... Een voorjaarsvakantie is lang niet zo bijzonder als een nieuw kalenderjaar, maar ik had er nu eenmaal heel erg naar uitgekeken! De leerlingen weten helaas ook dat het de laatste dag was. De lessen waren weinig zinvol, maar ik had ook niets anders verwacht.

Nu dus voorjaarsvakantie. Herinrichten van mijn huis, een voorlopig laatste bezoek (hopelijk met een uitslag) aan het ziekenhuis, een lekkage die na 1,5 maand eindelijk verholpen gaat worden, drie dagen in een hotelletje aan het strand en verder vooral genieten (lezen, lezen, lezen!). Volgende week zaterdag hier een kort verslagje over.

Liefs!

woensdag 20 februari 2013

Tip: Ga niet aftellen (#14)

Ik heb er een tip uit het hoofdstuk “vakantiekriebels” bij gepakt, dat leek me voor dit moment wel heel toepasselijk. Ik kijk namelijk al sinds vorige week uit naar de vakantie en dit steek ik niet onder stoelen of banken.

Hoofdstuk 6, tip 3: Ga niet aftellen
Laat de leerlingen niet merken dat je zelf ook geen zin meer hebt. En ga zeker niet de weken aftellen tot het einde. Dan verliezen ze hun interesse en motivatie. Zorg dus, net als anders, dat leerlingen precies weten waar ze aan toe zijn. Kinderen zijn juist in de zomertijd gebaat bij rust en regelmaat.

In de tip hebben ze het natuurlijk over de zomervakantie, maar wat ik altijd doe is de weken tellen tot de volgende vakantie. Volgende week is er voorjaarsvakantie en daar kijk ik al een poosje naar uit. Niet alleen omdat ik behoefte heb aan weer een paar dagen vrij, maar omdat dit ook echt een vakantie wordt waarin ik me helemaal ga ontspannen. Ik heb namelijk drie dagen een hotelletje geboekt met daarbij een dagje wellness. Heer-lijk! (Denk ik, ik heb nog nooit zoiets gedaan…)

Ik merk dat ik niet de enige ben die hieraan toe is. Het is nu de tijd van het jaar dat de leerlingen aan het opgeven zijn en niet meer willen. De resultaten worden minder, het huiswerk wordt af en toe “vergeten” en in de les hangen ze erbij als zoutzakken. Het is niet zo dat ik continu roep dat we nog maar zoveel dagen hoeven. Dat zou inderdaad de leerlingen demotiveren en dat snap ik ook wel. Wat ik wel doe is de leerlingen proberen nog even mee te trekken. “Ach, kom op, je hoeft nog maar drie dagen naar school. Daarna kun je weer even ontspannen.” Dit helpt bij hen, maar ook bij mij. Het zijn even de laatste lootjes, praat ik mezelf dan toe. Nog even volhouden en ik kan ook weer ontspannen.

Liefs!

maandag 18 februari 2013

Terugval


Het stond al in mijn dagboek van afgelopen zaterdag, maar vandaag besteed ik er nog even 500 woorden aan. Ik ben enorm toe aan vakantie!

Vorige week had ik een vervelende week op mijn werk en hoewel ik hoopte op beterschap, werd het met de dag erger. Natuurlijk weet ik best wel hoe dat komt. De voorjaarsvakantie staat voor de deur en dat weet iedereen. De leerlingen kijken er enorm naar uit, maar ik des te meer. Volgens mij heb ik er heel goed aan gedaan om een baan in het onderwijs te nemen, want na een week of zes/zeven begint het toch wel weer te kriebelen. Dan ben ik zo ontzettend toe aan vakantie dat ik alleen nog maar daaraan kan denken. Ik ben gewoon op.

Ik weet niet zo goed waar het ineens vandaan komt, maar het leek alsof ik afgelopen vrijdag een terugval had. Ruim een jaar geleden stapelde alle ellende zich altijd bij mij op: lesuur een mislukte, dus lesuur twee begon met een slecht gevoel. Lesuur twee mislukte dus ook, en ga zo maar door. In plaats van dat ik het van me afzette, werd het alleen maar meer en meer. De afgelopen maanden ging het goed. Als iets niet goed ging, deed ik twee dingen: ik bedacht eerst waar het aan lag en wat ik eraan kon doen om het de volgende keer wel te laten lukken. Daarna zette ik het van me af. Tot afgelopen vrijdag dus. Ik had geen moment waarop ik even stil kon gaan zitten en kon denken: oké, Elseline, waar ging het mis, wat was er aan de hand, hoe heb je de les geopend, hoe kwamen de leerlingen binnen etc. Het ene lesuur volgde direct op de andere, in de pauzes was ik bezig om mezelf van thee te voorzien en om collega’s aan te spreken op het spieken, tussen de lesuren door was het een chaos en om half twee had ik het helemaal gehad. Ik verliet het gebouw en normaal zou dat een opluchting moeten zijn: het was weekend. Maar op dat moment stond ik op instorten en het huilen stond me nader dan het lachen.

Ik heb geen idee wat de druppel was voor dit gevoel. Ik somde in mijn vorige blog natuurlijk van alles op en alles vond ik even kut. Gelukkig had ik een weekend waarin ik kon ontspannen. Tenminste, dat dacht ik toen. Er gebeurde vrijdagavond iets vervelends in mijn privésituatie waardoor ik helemaal van slag was. Misschien is het achteraf gezien geen ramp wat er gebeurde, maar het voelde vooral ellendig omdat dit gedoe er ook nog eens bij kwam kijken.

Na dit weekend ben ik nog meer toe aan vakantie. Maar hoe sterker dit gevoel wordt, met hoe meer tegenzin ik aan het werk ga. Ik weet dat het de laatste week is voor de vakantie en dat ik nog even moet doorbijten, maar ik weet niet of het me die laatste vier dagen lukt om verstandig te zijn. Het enige wat ik nu kan doen is hopen dat mijn laatste werkdagen voor de vakantie niet zo’n ramp worden als afgelopen vrijdag.

Liefs!

zaterdag 16 februari 2013

Dagboek: Waar is de voorjaarsvakantie als je die nodig hebt? (#22)

Waarschuwing: lezen op eigen risico. Deze blogpost kan veel negativiteit bevatten.

Wat een rotweek heb ik achter de rug. Op de woensdag na heb ik misschien wel de ergste week in mijn docentenbestaan gehad. Nou ja, mijn docentenbestaan op mijn huidige werkplek dan. Op de vorige school waar ik werkte had ik alleen maar van dit soort werken.

Maandag was deze week niet zo ontspannend als de vorige twee maandagen. Mijn werkdag was wel extreem kort, maar ik ben niet heel erg tevreden over de lessen. Tijdens het eerste uur stuurde ik twee leerlingen weg. Ze hadden (zonder dat ik het zag) een briefje geschreven naar elkaar met daarop de tekst "... (klasgenoot) is een hoer". Dat soort dingen schieten bij mij in het verkeerde keelgat... Ik heb ze verwijderd uit mijn les, maar beide afdelingsleiders van de brugklas stonden op dat moment les te geven. Ik heb ze (heel stom!) weer in het lokaal gezet en ze als strafwerk meegegeven dat ze en opstel over hun gedrag moeten schrijven. Achteraf had ik dat heel anders aan moeten pakken. Zie intervisie4.

Na maandag goed te hebben uitgerust hoopte ik dinsdag een fijnere dag te hebben. Maar helaas. Mijn 2havo-klas ging zoals altijd rommelig, daar maak ik me ook geen zorgen om. Met de lessen in de brugklas had ik meer moeite. Doordat de les in de eerste brugklas al chaotisch was, kreeg ik een domino-effect: de lessen daarna gingen eigenlijk alleen maar slechter en slechter. Dat soort dagen zitten er in het onderwijs ook tussen.

Op donderdag had ik vooral een hele lange dag. De dag begon al vervelend omdat mijn tram niet bleek te rijden. Ik haastte me vanaf de tramhalte snel naar huis om mijn scooter te pakken en daar dan mee naar het station te rijden. (Om te begrijpen wat hier zo vervelend aan is moet je weten dat mijn scooter bijna is overleden. Bij een stoplicht is de kans groot dat hij uitvalt en om hem dan direct weer te starten is nog een hele klus. En ondertussen staan er natuurlijk auto’s achter je te toeteren…) Enfin, de dag ging verder. Om 7.15 uur kwam ik op mijn werk aan en pas om 21.25 uur kon ik het gebouw weer verlaten. De reden dat ik zo’n lange avond had was uiteindelijk best wel leuk, maar als je pas om 23.00 thuis bent en je moet de volgende dag weer om 5.30 uur je bed uit, is dat – voor iemand die veel slaap nodig heeft niet – zo leuk.

En toen de vrijdag. Ik hoopte zo op een rustige dag, omdat ik aan mijn drie brugklassen een toets gaf. Maar helaas, over de hele dag bekeken is er geen lichtpuntje te ontdekken. Natuurlijk was ik doodmoe  van de avond ervoor. Ik vergat in te checken bij de NS, kon nog net onder een boete uitkomen (dat zal wel komen door mijn rokje, een andere reden kan ik ook niet bedenken), had twee spiekende leerlingen, leerlingen die 1 minuut na de toets vragen wanneer ik ze na ga kijken (halloooo, mag ik ook even van mijn weekend genieten misschien?), één leerling uit 3havo die – na eerst heel apart gedrag te vertonen – smeekte om niet eruit te worden gestuurd, omdat hij dan geschorst zou worden (is dat mijn probleem?), nog twee leerlingen uit diezelfde klas die niet werken, iedereen afleiden, make-up opsmeren (het maakt hun uiterlijke verschijning er niet beter op, maar dat mag ik als docent niet zeggen…), knettervals en hard zingen en het daarna belachelijk vinden dat ze weggestuurd worden (en het vervolgens ook weigeren), vier leerlingen uit mijn 2havo-klas eruit gestuurd, maar drie van hen hadden zich niet gemeld want ze dachten dat het niet hoefde, maar vervolgens gaan ze wel doodleuk door het raam van mijn lokaal een aap nadoen, daarna nog de rest van de klas die zich als een dierentuin ging gedragen en toen was mijn lontje op. (De zin loopt natuurlijk voor geen meter, maar dat kan me op dit moment even niets schelen.)
Wat mijn privésituatie betreft was de vrijdag ook geen dag om over naar huis te schrijven en de rest van het weekend zal er ook geen moment komen waarop ik me kan ontspannen.

Dus... Waar is de voorjaarsvakantie als je die nodig hebt?

Liefs!
 
P.S. Op woensdag vierde ik een soort Valentijn. Samen met mijn vriend ging ik de stad in, kochten we een cadeautje voor elkaar en waren we ook de rest van de dag fijn samen. Zo horen de dagen te gaan!

woensdag 13 februari 2013

Intervisie: Briefjes in de klas (#4)


Laatst schreef ik nog vrolijk dat ik wel kan omgaan met briefjes in de klas. Ik verzin gewoon een grappige manier hoe ik daarmee kan omgaan. Helaas gaat dat niet altijd zo makkelijk. In twee weken tijd is het namelijk al twee keer gebeurd dat de teksten op die briefjes helemaal niet zo onschuldig waren. Vooral die laatste keer heeft me aan het denken gezet, omdat ik het niet zo goed heb opgelost zoals ik eigenlijk had moeten doen.

De situatie
Er zitten wat vreemde types in mijn “nieuwe” brugklas, waaronder een leerling (jongen) die niet aan het werk te krijgen is en een leerling (meisje) dat altijd bij me komt slijmen door hele verhalen te vertellen waar ik niet heel erg in geïnteresseerd ben. Deze les waren ze samen aan het klieren. Toen ik even later het meisje een briefje zag doorgeven aan twee andere meisjes achterin het lokaal, wist ik dat ik iets had gemist. Eén van de meisjes vouwde het briefje open en wilde gaan lezen. Op dat moment besloot ik in te grijpen.
Om een lang verhaal kort te maken: er stond op dat één van de mannelijke klasgenoten een hoer is en verder nog wat rare dingen. Ik was behoorlijk boos, dus ik stuurde de twee leerlingen weg. Vijf minuten later kwamen ze terug: beide afdelingsleiders waren niet aanwezig op hun kantoor, dus ze konden zich niet melden. Ik heb ze weer terug gelaten in de les en ze een opstel meegegeven over hun gedrag, die ze de volgende dag in moesten leveren.
Terug in de les kregen ze natuurlijk alle aandacht van hun klasgenoten en daar greep ik niet goed op in.

Hulpvraag
Hoe had ik deze situatie op een andere (betere) manier moeten aanpakken?

De mogelijke oplossingen
Nummer 1: De leerlingen absoluut niet meer terug laten zetten in mijn les. Of ze nu voor het lokaal van de afdelingsleiders gingen zitten of gewoon in het trappenhuis: alles is beter dan ze terug laten in de les.
Nummer 2: Ik had ze in de pauze moeten terugsturen naar de afdelingsleiders. Dit soort lesverstoringen moet ik niet afschepen met een opstel van 300 woorden.
Nummer 3: Een goed gesprek met de leerlingen zou ook niet verkeerd zijn geweest. Ik had op dat moment geen zin om nog maar één woord met deze leerlingen te wisselen, maar ik denk dat het wel goed zou zijn geweest als ik ze even goed de waarheid onder de ogen had geschoven: dit soort dingen schrijf je niet over je klasgenoten en al helemaal niet op een briefje dat heel de klas door gaat. Ik ben nu veel te mild geweest voor deze leerlingen, terwijl ze echt wel harder aangepakt moesten worden. Ze staan allebei niet bekend als goedwerkende leerlingen, dus wat boze woorden vanaf mijn kant was misschien wel een goede aanpak geweest.
Nummer 4: 300 woorden is gelijk aan de inleiding, “De situatie” en “De hulpvraag” van deze blog. Bah, wat ben ik mild geweest. Ik had ze 3000 woorden moeten laten schrijven.
Nummer 5: Alsnog de afdelingsleider(s) en/of mentor inlichten. Gelukkig is dit een puntje dat ik ook nu, twee dagen later, nog kan doen!

Liefs!

maandag 11 februari 2013

De les afsluiten, maar hoe?


Het afsluiten van de les is iets waar ik niet heel veel aandacht aan besteed. Ik roep meestal in de laatste minuut nog iets van “jullie mogen je tas inruimen” of “vergeet je huiswerk niet”. Verder dan dat gaat het meestal niet. En dat is best jammer, want de afsluiting van een les is toch wel iets waar meer aandacht aan besteed kan en moet worden.

Het vervelende van een les afsluiten is dat het naar mijn idee zo nep overkomt. Ik wil best heel netjes en volgens de regels vragen wat  de leerlingen tijdens dat uur hebben geleerd, maar dan lijkt het helemaal zo alsof ik net van de opleiding af kom. Daarom vind ik het ook zo jammer dat mijn trukendoos aan andere manieren zo beperkt is.

Dat is ook meteen de reden achter deze post. De komende weken ga ik op zoek naar leuke lesafsluitingen: vragen bij collega’s, rondkijken op internet, oude studieboeken doorbladeren en gewoon zelf maar iets proberen. Voor nu laat ik het bij een korte blog, maar mijn blogpost op maandag 25 februari wordt een stuk langer!

zondag 10 februari 2013

Ik mis het zo!


Het floepte er laatst ineens uit. “Wat ben ik blij dat ik niet meer studeer.” Al snel bedacht ik me. Ik ben helemaal niet blij dat ik niet meer studeer! Sterker nog, ik verlang er soms enorm naar terug.

Ik kan veel positieve punten van het zelfstandig werken noemen. Allereerst natuurlijk het salaris, maar daarnaast is er nog veel meer. Ik word door iedereen beschouwd als een volwaardig docent en niet meer “als het meisje dat er nog voor studeert”. Ik hoef niet meer elke keer verantwoording af te leggen waarom ik iets op die manier heb aangepakt. Ik hoef geen nutteloze verslagen meer te schrijven over wat er allemaal wel en niet goed ging in mijn les en wat ik daar de volgende keer aan kan verbeteren.

Maar ik kan veel meer punten noemen waarom ik het jammer vind dat ik niet meer studeer. Want die nutteloze verslagen waar ik het net over had… Ze zijn misschien nutteloos, maar ik vond het wel altijd leuk om te schrijven. Ik ben nu eenmaal gek op schrijven, zelfs van boodschappenlijstjes zou ik nog een kunstwerk maken. En dan de scripties waar iedereen als een berg tegenop zag… Eerlijk is eerlijk, maar ik vond het zelfs jammer toen ik mijn laatste definitieve versie had ingeleverd. Sterker nog… Ik heb zelfs voor anderen… Hmmm, dat kan ik beter niet vertellen op een blog die door iedereen gelezen kan worden. Laat maar. Het punt is dus dat ik het toch wel mis om verslagen te schrijven. Het is alleen jammer dat het me aan inspiratie en discipline ontbreekt, anders had ik allang A4-tjes volgeschreven met… tja, wat dan ook.

Ik mis het ook om nieuwe dingen te leren. Natuurlijk leer ik nog steeds heel veel, maar dat is vaak in de praktijk. Terwijl ik juist gek ben op boeken, readers en teksten op welke andere manier dan ook. Maar dat is niet het enige wat ik mis. Het allermeest mis ik de mensen. Een hele lieve vriendin die ik gelukkig nog wel regelmatig spreek, maar heel weinig meer zie, mijn vrienden met wie we altijd (kaart)spellen speelden, mijn andere klasgenoten, met wie ik eigenlijk best goed op kon schieten, en mijn docenten, van wie ik heel veel heb geleerd en die me altijd weer een goed gevoel gaven door me over van alles en nog wat te complimenteren. Met deze opleiding is gebleken dat ik toch wel ergens goed in ben en dat gaf me een gevoel van zekerheid en trots.

Ik zou graag weer willen studeren, maar ik ben bang dat het nooit meer zo wordt als deze opleiding. Mijn vrienden zullen niet hetzelfde zijn, de stof zal anders zijn, mijn docenten zullen anders zijn, het gevoel zal anders zijn… Om teleurstellingen te voorkomen heb ik dus maar besloten niet te gaan studeren.

Voorlopig.

Liefs!

zaterdag 9 februari 2013

Dagboek: To do-lists (#21)

Ik heb nooit problemen met de maandag. Wel met zondag, dan weet ik dat ik weer een lange week tegemoet ga. Maar de maandag zelf is heerlijk. Waarom? Ik geef sinds vorige week alleen nog de eerste drie lesuren les, daarna kan ik naar huis. Als alles mee zit steek ik de voordeursleutel om 12.00 uur in het slot! Maar vooral deze maandag was fijn. Drie lesuren, waarvan elk uur gevuld met een SO. Heerlijk!
 
De dinsdag was een dag met veel punten op mijn to do-list. Stencil uitprinten en laten kopieren, een toets nakijken en die punten invoeren, een paar leerlingen spreken over van alles en nog wat, hetzelfde met mijn collega's, mijn lessen voorbereiden voor de rest van de week. En daarnaast natuurlijk lessen geven. Die overigens best goed gingen, op één huilende leerling na...
 
Op woensdag moest ik naar het ziekenhuis voor een holteronderzoek. Ik moest 24 uur lang met allerlei snoeren om mijn lichaam lopen, zodat ze in het ziekenhuis naar mijn hartritme e.d. kunnen kijken. Voordeel: eindelijk wordt er goed onderzoek gedaan naar mijn klachten en vanwege dat apparaat moest ik van mezelf verplicht sporten, wat achteraf toch wel erg lekker was. Nadeel: het slaapt niet fijn, het beweegt niet fijn, het eraf halen van de plakkertjes de volgende dag doet PIJN en het heen en weer reizen op donderdag was een enorm groot nadeel.
 
De volgende dag, donderdag, moest ik dat kastje namelijk weer terugbrengen, anders zou ik een boete krijgen. En net op een dag dat het lastig is om vrij te vragen. Mijn 2havo-klas had op vrijdag een repetitie, dus ik vond het belangrijk om er donderdag nog even wat tijd aan te besteden. Op donderdag geef ik een uur KWT, wat nu dus niet door kon gaan. En op deze donderdag was er ook nog een open avond op mijn school. En dan moet je keuzes maken: uiteindelijk besloot ik mijn les aan 2havo het eerste uur wel te geven, daarna naar het ziekenhuis te gaan, thuis te douchen en gemake-upt en wel weer naar mijn werk te gaan voor de open avond.
 
Vrijdag had ik weer een heerlijk weekendgevoel. De laatste dag van de week lijkt altijd een stuk soepeler te gaan dan welke andere dag dan ook. Vooral mijn les in 2havo was een genot. Niet door mijn fantastische orde houden-skills, maar omdat ze repetitie maakten. Het contrast tussen een normale les en een repetitieles is zo groot in deze klas!
Maar... voordat ik weekend had, had ik nog een hele to do-list af te werken. Ik had drie inhalers, die toetsen moesten worden nagekeken, ik wilde de toets van 2havo nagekeken hebben voordat het weekend begon, ik wilde mijn lessen voor maandag voorbereiden. Van een vrije middag ging ik dus naar een middag vol werkgerelateerde klusjes. Wel een voordeel dat mijn weekend nu ook echt een weekend is!

Liefs!

woensdag 6 februari 2013

Tip: Investeer in contacten (#13)

Soms lees ik tips waarvan ik denk: dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Dit is zo’n tip waarbij ik dat dacht. Zeker voor mij is dat een lastig advies, omdat ik sowieso al moeilijker contact leg. Bij leerlingen valt dat nog enigszins mee, maar bij leeftijdgenoten of bij collega’s heb ik daar de grootste moeite mee. Ik zie mijn collega’s vaak met elkaar een praatje maken over het weekend of over hun (klein)kinderen en vrijwel altijd denk ik dan: kon ik dat maar. Kon ik maar zo makkelijk praten over koetjes en kalfjes.

Hoofdstuk 24, tip 2: Investeer in contacten
Misschien koos je voor een baan in het onderwijs vanwege het leuke contact met jongeren of kinderen. Maar met je collega’s bouw je veel sneller een echte band op. En dan hoef je het echt niet de hele tijd over werk te hebben, dan gaat het natuurlijk ook over hoe je weekend was. Of je het op een school naar je zin hebt of niet, hangt vaak voor een groot deel van de contacten met je collega’s af. Zonder je dus niet af tijdens de pauzes.

Zoals ik al zei, ik maak niet zo snel een praatje over het weekend. Als ik contact maak met collega’s, gaat dan altijd over iets inhoudelijks, zoals de resultaten van een toets of de vraag waar ik iets kan vinden. Ik probeer het wel hoor, maar ik vind het zo lastig.

Ik probeer het onder andere door me in de pauzes inderdaad niet af te zonderen. Soms is het niet anders, omdat ik dan mijn lessen klaar moet zetten of mijn lokaal op orde aan het maken ben. Maar over het algemeen breng ik de pauzes door in de personeelskamer. Ik zit daar standaard aan dezelfde tafel, omgedoopt tot “de wiskundetafel”. Het zijn collega’s waarbij ik me al iets meer op mijn gemak voel, dus waar ik eerder een gesprek mee durf aan te gaan. Maar wat ik hoofdzakelijk doe, is knikken.

Ik vind het wel heel erg jammer dat ik geen hechte band heb met collega’s en door het lezen van deze tip word ik wel weer enorm met mezelf geconfronteerd. Ik hoef echt niet in mijn vrije tijd met collega’s af te spreken, maar een gezellig praatje maken in de pauzes zou ik toch wel waarderen.

Nu mezelf nog overtuigen van het feit dat het echt niet eng is om een gesprek aan te gaan met een vreemde…

Liefs!

maandag 4 februari 2013

De rekenkalender van Volgens Bartjens


Toen ik laatst aan een vriendin vroeg wat ze voor haar verjaardag wilde hebben, zei ze dat ze graag de rekenkalender van Volgens Bartjens wilde hebben. Vorig jaar heeft ze het hier ook over gehad, dus ik wist al van het bestaan van deze kalender af. Toen ik voor haar deze kalender ging bestellen had ik net een dag achter de rug met lessen waarin de leerlingen al klaar waren met hun huiswerk. Ik had geen idee wat voor opdracht ik ze nu weer kon geven. Hiermee sla ik dus twee vliegen in één klap: het is een leuke uitdaging voor mezelf om elke dag weer een leuke, uitdagende rekenpuzzel te doen en het is leuk voor mijn leerlingen!

Want dat is dus de inhoud van deze afscheurkalender: elke dag een rekenpuzzel in vier verschillende moeilijkheidsgraden. Het varieert van een “simpele” denker (1 ster) tot een serieuze hersenkraker (4 sterren). De puzzels komen terug met een vaste regelmaat. Dit is wat er op de eerste pagina van de kalender staat:

“Elke week kent een vast ritme: op zondag een één- of tweesterrenpuzzel, gevolgd door een rijtje hoofdrekensommen om de week mee te beginnen. Op dinsdag weer een puzzel en op woensdag een lettersom of tovervierkant. Dan elke donderdag een variant van de bekende flippo met het 24-spel (zelfde regels, andere uitkomst), variërend in moeilijkheid van 1 tot en met 4 sterren. Op vrijdag is er dan weer een ‘gewone’ puzzel en op zaterdag een serieuze hersenkraker voor het weekend.”

Op de voorkant van elk afscheurblaadje staat de puzzel. Op de achterkant ervan staat de oplossing. Een groot gevaar voor mij, omdat ik al snel de neiging heb om even op de achterkant te kijken “om te controleren of ik het goed heb”. Toch ook een groot pluspunt, omdat je hierdoor niet helemaal naar achteren hoeft te bladeren voor het antwoord, maar ook omdat je hierdoor bij het afscheuren altijd de puzzel en het antwoord ervan samen op één blaadje hebt. Daar is over nagedacht!

Wil jij ook deze rekenkalender van Volgens Bartjens? Je kunt hem bestellen volgens hun site. De kalender kost €6,95 per stuk excl. €3,50 verzendkosten.

Liefs!

P.S. Deze kalender heb ik afgelopen vrijdagmiddag ontvangen. Nu ik dit schrijf is het zondag. Morgen - vandaag dus - zal ik de kalender meenemen naar mijn werk. Eens kijken wat de leerlingen ervan zullen vinden. Er komt ongetwijfeld een verslag van op mijn site!

zondag 3 februari 2013

Mijn klassen: klas 3a

De eerste drie weken van het schooljaar vond ik mijn 3havo-klas een hele fijne klas. Ik had toen ook nog niet heel veel bijzonders gedaan. Na een maand draaide ik mijn mening bij. Ik geef deze klas rekenen en dat deed ik het afgelopen half jaar op vrijdag het 7e uur. Ik ben zelf geen fan van rekenen: de boeken bestaan uit saaie sommetjes, er staan gewn plaatjes tussendoor, het is allemaal herhaling (dus ik leg zelden iets uit) en het is gewoon niet leuk. Ik probeer mijn mening over het vak niet te veel door te laten schemeren, maar die leerlingen zijn ook niet gek.

Van mijn collega's hoor ik positieve verhalen over deze klas, maar wat ik vooral zie is dat ze niet werken. Ik leg dan te vaak de connectie niet werken = niet leuk, maar als ik heel eerlijk naar mezelf kijk zou ik, als ik die leeftijd had, net zo hard voor het vak werken als zij doen: twee of drie sommen per les is voldoende!

Ik geef deze klas één uur per week les, dus heel goed ken ik de leerlingen niet. Erg jammer, want één van de leukste dingen van lesgeven is toch wel de band met de leerlingen. Ik hoop dat dat de komende maanden nog een beetje gaat groeien...

Wat wel fijn is van lesgeven aan 3havo is dat ik vrijwel zeker weet dat de bovenbouw niets voor mij is. Hoe ouder de leerlingen worden, hoe minder leuk ik ze vind.

Liefs!