dinsdag 15 oktober 2013

Filmpjes draaien in de les #2

Drie filmpjes is natuurlijk niet genoeg om het schooljaar mee te vullen. Daarom heb ik er nog een paar opgezocht. Deze twee gaan over het lesgeven zelf. Hoe het vooral niet moet. Eén is waargebeurd - en ik twijfel of ik de leerlingen dit moet laten zien, want het is toch ook best wel sneu voor deze vrouw... Al kan ik er natuurlijk wel bij vertellen dat de leerlingen zich nooit, maar dan ook nooit, zo mogen gedragen! 
Die ander is, wederom, van Draadstaal. Genieten!

Liefs!

Mijn verjaardag op mijn werk

Ik loop lekker achter met mijn blog. Het was de bedoeling dat dit stukje vorige week geschreven zou worden, maar ik stelde het elke dag weer uit. Vandaag heb ik dan eindelijk tijd om te vertellen hoe ik mijn verjaardag op mijn werk heb gevierd.

Precies een week geleden werd ik 23. Toen de leerlingen het vroegen voelde ik me al best oud (‘Wow, 23 al!’), maar toen mijn collega’s vroegen hoe jong ik geworden was, schaamde ik me bijna om het uit te spreken. Er zijn zo veel collega’s die al twee keer zo lang op de aardbol leven. Er zijn ook collega’s die nog langer in het onderwijs werken dan ik oud ben. Dat is raar!
Oké, terug naar mijn verjaardag. Ik voelde me ’s morgens al heel erg jarig. Ik kwam een paar leerlingen van mij in de gang tegen. Ik had het de week ervoor al tegen ze gezegd, dus ze kwamen meteen op me af om me te feliciteren. Leuk! Ook in de lessen voelde ik me enorm jarig. Bij de eerste brugklas waren er een paar leerlingen die voor me gingen zingen. Ook kreeg ik van twee van hen een zelfgemaakte kaart, uiteraard met wiskundetekens op de voorkant. Bij de tweede brugklas kwamen alle leerlingen verdacht stil binnen. Ze keken me even aan, maar daarna draaiden ze al snel hun hoofd weg. Alsof ze iets voor me verborgen. Toen uiteindelijk iedereen binnen was, begonnen ze met z’n allen tegelijk te zingen. Hoe geweldig was dat! Bij de derde klas werd er natuurlijk ook weer gezongen. Samen met een jarige leerling uit die klas heb ik aan het eind van de les uitgedeeld. Ik deelde cakejes uit en zij ging rond met zakjes chips. Leuk!

Bij mijn 2havo-klas ging het helaas niet zo goed. Het jarige gevoel verdween spontaan toen ik merkte dat de leerlingen de les aan het overnemen waren. Zo jammer. Ik heb in deze klas dan ook niet uitgedeeld. ‘Ik ga pas de klas rond als ik vind dat jullie het verdienen.’ Een beetje lullig is het misschien wel, maar een traktatie zie ik toch ook een beetje als een beloning. Ja, ook op mijn verjaardag.

Al met al was mijn dag op het werk toch wel erg leuk. Ook mijn collega’s kwamen op me af om me drie zoenen te geven. En dan heb ik het niet over vijf collega’s, maar over vijfTIG!

Liefs!

maandag 14 oktober 2013

Mentor in het voortgezet onderwijs, hoofdstuk 3

Hoofdstuk 3 – De school als pedagogische omgeving

Gisteren las ik het derde hoofdstuk uit het boek ‘Mentor in het voortgezet onderwijs’. Direct op de eerste bladzijde zag ik twee interessante citaten staan.

Het eerste wat ik zag was ‘Non scholae sed vitae discimus’. Ik heb geen Latijn op de middelbare school gehad, dus ik was maar wat blij dat de vertaling er onder stond. ‘Je leert niet voor de school, maar voor het leven.’
Ik weet niet wanneer ik begon te beseffen dat ik naar school ging voor mezelf, maar ik weet wel dat ik leren altijd al leuk heb gevonden. Op de basisschool speelde ik thuis al “schooltje” en op de middelbare school liep ik vaak al vooruit met mijn huiswerk. Uiteraard vooral met mijn wiskunde! Ik ging altijd wel met plezier naar school en ik had het altijd ook naar mijn zin in de lessen.

Ik besef nu wel dat dit niet bij iedereen zo is. Ik zal ongetwijfeld ook wel eens hebben geklaagd, maar ik merk dat mijn gemiddelde leerling een grotere hekel heeft aan school dan ik had. Natuurlijk zitten er ook wel typische Elseline’s in mijn klas, maar het grote deel maakt alleen maar het huiswerk omdat het moet. Laatst bij de studiedag hoorde ik zelfs dat er leerlingen vaak weleens tegen hun mentor zeggen dat ze alleen huiswerk maken voor het vak waarvan ze de docent leuk vinden. Dit zijn dan leerlingen uit klas 5. Het lijkt me dat de leerlingen tegen die tijd wel moeten snappen dat ze naar school gaan om kennis op te doen die ze later nodig zullen hebben.

Een tweede belangrijke ding, wat ook erg belangrijk is voor de mentor, is dat er staat ‘Niet iedere leerling heeft evenveel begeleiding nodig’. Er zijn altijd leerlingen in een klas die meer aandacht nodig hebben dan andere leerlingen. Toch vind ik het erg belangrijk om de “gewone” leerlingen niet over het hoofd te zien. Ik was altijd zo’n gewone leerling. Ik had geen problemen thuis – op twee gescheiden ouders na – en ik haalde goede cijfers. Voor de mentoren was dat altijd wel een reden om eerst de belangrijkere leerlingen te spreken. Toch vind ik dat jammer, want ik denk dat iedere leerling evenveel aandacht zou moeten krijgen. Ik had dan misschien geen begeleiding nodig wat betreft de schoolvakken, maar ik vind het achteraf gezien best jammer dat ik niet wat begeleiding heb gekregen op sociaal vlak.

Liefs!

zaterdag 12 oktober 2013

Dagboek: De afsluiting van een donkere periode (#6)

Er is deze week zo veel gebeurt dat ik niet eens weet waar ik moet beginnen. Het is logisch om bij het begin te beginnen, maar voordat ik dat doe, geef ik eerst nog een korte terugblik op de afgelopen weken.

Zoals te lezen was, gaat het niet heel goed met me. Ik zal het samenvatten in het woord ‘stress’, ookal dekt dat de lading niet helemaal. De stress was zeker wel de aanleiding voor alle gedachten die er deze week in mijn hoofd omgingen.

Afgelopen week, op dinsdag, was ik jarig. Ik voelde me ook wel jarig hoor, zeker toen alle berichtjes binnenstroomden, toen mijn vriend zingend de slaapkamer in kwam, toen ik na mijn werk de cadeautjes uit mocht pakken, toen alle klassen me toezongen en toen ik ’s avonds uit eten ging met de familie. Maar stiekem voelde het ook alsof er een zwarte wolk boven me hing. Ik vind het moeilijk om het gevoel in woorden te omschrijven, maar ik hoop dat ik erbij in de buurt kan komen.
Eén van de lessen op mijn werk verliep zo slecht dat het mijn dag verpestte. Op de scooter terug naar huis had ik tranen in mijn ogen. Ik bleef maar tegen mezelf zeggen dat het een feestdag was, maar het lukte niet om te stoppen met denken aan die dag. Dit lukte pas toen ik omringd werd door mijn familie. Toen ik ’s avonds samen met mijn vriend in bed lag en alle afleiding van het etentje weg was, kwam die grote donderwolk weer terug. Voor het eerst in een lange tijd huilde ik weer met de reden dat ik de volgende dag naar mijn werk moest. Ik trok het niet meer.

‘Het is toch niet normaal dat je soms hoopt op een scooterongeluk, zodat je even niet naar je werk hoeft?’

Woensdagochtend hakte ik de knoop door en belde ik mijn baas. Ik zou die dag niet naar mijn werk komen en ik gaf een laf smoesje. De hele woensdag heb ik na kunnen denken. Wat wil ik? Wat ga ik hieraan doen? Want als er niet snel iets verandert, zit ik over een paar weken weer huilend bij een psycholoog aan tafel. Woensdagavond had ik besloten dat ik de volgende dag met mijn baas zou praten. Ik zou open kaart spelen. Vertellen wat er eerder op stage is overkomen, vertellen dat ik diezelfde ervaring nu weer heb en vertellen dat het voor mij zo niet langer door kan gaan.

Donderdag stapte ik vol vertrouwen op de scooter. Die dag zou het helemaal goedkomen. Ik vertrok expres wat eerder naar mijn werk, zodat ik nog wat laatste dingen klaar kon zetten voor de les. Om zeven uur was ik bijna bij mijn werk. Ik zag dat de weg was opgebroken en dat ik moest omrijden. Het nadeel van niet werken in je woonplaats is dat je de weg rondom de school niet kent. Ik had geen flauw idee hoe ik moest rijden. Ik besloot maar een bruggetje over te gaan, maar ik merkte al snel dat die weg niet naar mijn school zou leiden. Ik reed weer terug en toen gebeurde het. Op het pad was geen enkele vorm van verlichting, op mijn eigen koplamp na. Doordat het zo donker was, zag ik iets over het hoofd. De weg na het bruggetje was niet ‘egaal’, maar er zaten wat scheuren in. Ook de stoeprand lag heel ongelukkig. Je kunt wel raden wat er gebeurde. Ik slipte weg en een harde gil later lag ik op de grond met de scooter half bovenop me.
‘Karma,’ riep een stem in mijn hoofd. De tranen stroomden over mijn wangen. ‘Karma, karma!’

Om een lang verhaal kort te maken: ik heb mijn vriend gebeld of hij naar me toe wilde komen. Ik heb mijn baas gebeld dat ik die dag weer niet kon werken. En vervolgens heb ik weer alle tranen uit mijn hoofd gehuild. Achteraf gezien mankeerde ik niets, wat echt een wonder is, maar de geestelijke pijn was verschrikkelijk. Net nu ik alles op wilde lossen, net op de dag dat ik een einde wilde maken aan de problemen… Toen mijn vriend was aangekomen zei ik tegen hem dat ik toch bij mijn baas langs wilde gaan. Ik was nu al zo ver dat ik er niet weer een lang weekend overheen wilde laten gaan.

Zo gezegd, zo gedaan. Samen met mijn vriend heb ik het hele verhaal gedaan aan mijn baas. Zijn reactie was een stuk milder dan de vorige baas aan wie ik dit vertelde (‘Van werken ga je niet dood') en dat was een hele opluchting. We hebben nu afgesproken dat hij met het roosterbureau in overleg gaat voor een aangepast rooster. Vier dagen werken in plaats van drie en héél veel tussenuren.

Omdat ik mijn blogpost van vandaag positief af wil sluiten, schrijf ik als afronding alles op waar ik dankbaar voor ben.
- Ik ben dankbaar voor mijn vriend, die meteen naar mij toe kwam, die me steunde bij mijn verhaal bij mijn baas en die me thuis flink in de watten heeft gelegd.
- Ik ben dankbaar voor de man die langs mij reed en me heeft geholpen de scooter weer overeind te zetten.
- Ik ben dankbaar voor mijn collega, die mij aantrof langs de kant van de weg en vroeg of ze iets voor me kon doen. En die me ’s avonds een lief berichtje stuurde met de vraag hoe het met me ging.
- Ik ben dankbaar voor mijn baas, die gelukkig heel rustig reageerde op mijn verhaal en die ook bereid is om te kijken naar een oplossing.
- Ik ben dankbaar voor mijn zusje, die mij de hele middag gezelschap heeft gehouden met leuke tv-programma’s, lekker eten, heel veel kopjes thee en veel gezelligheid.
- En natuurlijk ben ik dankbaar voor mijn moeder, de engel die er tijdens de val van bovenaf voor heeft gezorgd dat ik er vanaf ben gekomen met tien kilo tranen van de schrik, een zere ellenboog en drie grote, blauwe plekken op mijn been. En wat lichte valschade op mijn scooter. Het had zo veel erger kunnen aflopen.

Het is in mijn hoofd een stuk rustiger nu ik mijn verhaal bij mijn baas heb kunnen doen en nu ik weet dat er, as we speak, wordt gepuzzeld aan een nieuw rooster. Ik hoop, en ik verwacht, dat de weken vanaf nu wat rustiger zullen verlopen in mijn hoofd. En natuurlijk hoop ik ook dat mijn blogposts niet meer zo’n negatieve lading zullen hebben!

Liefs!

donderdag 10 oktober 2013

Probleem wordt uitdaging

‘Ik heb een probleem,’ zei ik tegen mijn vriend. Voordat ik mijn zin kon afmaken, viel hij me al in de rede.
‘Een uitdaging,’ verbeterde hij me.
Ik knikte, maar ik stond er even niet bij stil wat hij zei. Het duurde een paar seconden tot het tot me door drong.
‘Iets is pas een probleem als er geen oplossing voor is,’ beaamde ik toen. Eén van mijn favoriete lijfspreuken van dit moment.

Vanaf nu ga ik ook niet meer in problemen denken. Vanaf nu noem ik het een uitdaging. Positive thinking!

Liefs!

P.S. Ik heb het boek ‘The Secret voor jongeren’ gelezen. Het zou dus zomaar kunnen dat er de komende maanden meer gebrabbel over positiviteit online gaat komen. Maar dat is alleen maar positief, toch? ;-) 

Filmpjes draaien in de les

‘Hoe kan ik er voor zorgen dat de lessen wat leuker worden, waardoor jullie beter je best gaan doen?’ vroeg ik in een gesprek met mijn 2havo-leerlingen. Ik wist echt even niet meer wat ik moest doen. Het veranderen van het plattegrond hielp niet, want daardoor dingen ze alleen maar meer praten.
‘U moet films draaien!’ riep één van de jongens.

Films draaien… Bij wiskunde… Hoe dan?

Nou, op deze manier! Op YouTube ben ik op zoek gegaan naar korte filmpjes die passen bij óf het onderwijs, óf wiskunde/rekenen óf allebei. Ik ben wat leuke filmpjes tegengekomen en die heb ik voor mezelf opgeschreven. Maar waarom zou ik ze voor mezelf houden als ik ze ook kan delen met andere docenten?

Hieronder drie filmpjes die te maken hebben met rekenfouten. Twee daarvan zijn geacteerd, maar de derde is wel echt. Leuk!


 Liefs!

woensdag 9 oktober 2013

10 dingen... wat ik tegen mezelf kan zeggen na een rotdag

Ik vind dit lijstje heel toepasselijk na mijn blog van afgelopen zaterdag. Enjoy!

Tien dingen wat ik tegen mezelf kan zeggen na een rotdag en/of stressvolle dag.
1. ‘Het is lang niet zo erg als twee jaar geleden.’
2. ‘Het komt wel goed, schatje.’
3. ‘Gelukkig heb je geen kinderen.’
4. ‘Dit weekend mag je weer vier dagen uitrusten.’
5. ‘Fulltime werken staat voorlopig niet op de planning.’
6. ‘Adem in, adem uit.’
7. ‘Koop maar een lekker stuk chocola voor jezelf.’
8. ‘Vanavond kun je weer knuffelen met je vriend.’
9. ‘Wees blij dat je niet werkeloos thuis zit.’
10. ‘Bank, deken, kaarsjes aan, kopje thee, televisie aan en relax! Morgen weer een dag.’

Het lijkt misschien, door mijn blogs van de afgelopen tijd, dat ik het werken niet meer leuk vind, maar dat is niet waar. Het is alleen zo dat ik de laatste tijd wat baaldagen heb. Het zal wel de opkomende winterdepressie zijn, waar anderen het altijd over hebben. Ik vind mijn werk echt wel leuk, ik wil ook héél graag nog jaren voor de klas blijven staan. Lesgeven is misschien niet mijn roeping, maar ik zou niet weten wat ik nog leuker vind dan lesgeven. Behalve schrijven. :-)

Liefs!

dinsdag 8 oktober 2013

Extra opdracht voor het beloningssysteem

Bij het zoeken naar leuke filmpjes om af te spelen in mijn 2havo-klas (waarover later nog een blog volgt), kwam ik dit leuke filmpje tegen. Een wiskunde-song!

En toen kwam ik meteen op een idee. Eerder al schreef ik over mijn beloningssysteem, waarbij mijn leerlingen stickers kunnen verdienen na het voltooien van één van de “opdrachten”. Onder het kopje ‘extra opdracht’ had ik nog niets bedacht, maar bij het zien van dit filmpje kreeg ik een ingeving.

Ik ga de leerlingen geen compleet filmpje laten opnemen, maar het lijkt me wel leuk om ze zelf een songtekst te laten schrijven (in het Nederlands – ik wil er zelf ook nog wel iets van kunnen snappen) op een bestaand nummer. Als het goed is heb ik de leerlingen vanochtend verteld wat de ‘extra opdracht’ wordt. Ze hebben dan nog drie weken de tijd om creatief te zijn!

Ik ben nu al benieuwd naar de resultaten!

Liefs!
 
P.S. Happy birthday to me! 

maandag 7 oktober 2013

Hoe kun je leerlingen belonen?

Voor de oktobermaand heb ik iets leuks bedacht voor in één van mijn brugklassen. Ik heb een groot vel gekleurd papier gepakt en daar een tabel op getekend. Links staan alle namen van de leerlingen, bovenin staan vijf opdrachtjes. De eerste opdracht is bijvoorbeeld om een goede beoordeling te krijgen voor het schrift. Daarmee bedoel ik: tekeningen met potlood, berekeningen erbij, netjes enzovoorts. Een andere opdracht is om een opgave voor de klas uit te leggen, om een raadsel te ontknopen en zo zijn er nog twee opdrachten.

Wanneer de leerlingen uit de klas een opdracht voltooid hebben, krijgen zij een sticker. Ik weet namelijk nog hoe geweldig ik het vond om vroeger een sticker te krijgen. Als ze in oktober vijf stickers hebben verzameld, krijgen ze een beloning.

Dan nu de grote vraag: hoe kun je leerlingen belonen? Daar wil ik het vandaag over hebben. Ik neem het iets algemener dan alleen in dit voorbeeld. Dus: hoe kun je een leerling in het algemeen belonen? Ik maak er een lijstje van!

- Geef een compliment.
- Geef een compliment, waarbij ook de klasgenoten het horen.
Een compliment in het openbaar, waarbij ook anderen het horen, is goed voor het zelfvertrouwen van de leerling!
- Geef de leerling een extra opdracht als hij zij klaar is met het huiswerk.
Een extra opdracht klinkt natuurlijk niet leuk, dus je moet het wel leuk verpakken. ‘Wat goed van je dat je al klaar bent. Speciaal voor jou heb ik een extra opdracht.’
- Een dag huiswerkvrij (voor jouw vak)
Je zou een leerling ook een waardebon kunnen geven, zodat hij/zij deze bon later in de maand/in het jaar in kan leveren.
- Ga rond met de snoeptrommel als de hele klas goed heeft gewerkt.
Dit is iets wat ik zo nu en dan doe. Als een klas goed heeft gewerkt, verdienen ze allemaal een kleine beloning.

Overigens is het niet de bedoeling om een leerling constant te blijven belonen. Het kan ook te veel zijn. Je hoeft niet bij elk goed antwoord weer te zeggen hoe geweldig een leerling is. Je hoeft niet vijf keer per week met een snoeptrommel langs te lopen. Je hoeft niet elke week vijftien huiswerkvrij-bonnen uit te delen binnen één klas. Een beloning moet speciaal blijven, net als een compliment.

Liefs!

zondag 6 oktober 2013

Wat is… ADHD?

Ik had ooit een paar blogs onder de categorie “Wat is…?” Ik ga daar weer mee verder, te beginnen met deze. Wat is ADHD?

Zoals velen al weten staat ADHD voor Attention Deficit Hyperactivity Disorder, een stoornis waarbij je lijdt aan aandachtstekort en hyperactiviteit. Het aandachtstekort staat niet per se voor te weinig aandacht, maar wel voor het slecht kunnen concentreren op de omgeving. Vooral in een klassensituatie is dit lastig en dit kunnen veel collega’s van mij beamen.
Hyperactiviteit staat zowel voor de innerlijke als de uiterlijke onrust. Iemand met ADHD kan niet lang stil zitten, maar ook in het hoofd is het niet lang stil. Alles gaat maar door.

Ik heb wel eens het idee dat ADHD in de mode is, dat het een rage aan het worden is. Toen ik op de middelbare school zat, heb ik in zes jaar tijd één klasgenoot met ADHD gehad. Nu ik zelf voor de klas sta, heb ik in al mijn klassen twee tot vier leerlingen met ADHD. Hoe kan dat? Ik vond het antwoord op de website van ADHD.
“Onderzoek toont aan dat de diagnose van wat nu ADHD wordt genoemd, minstens teruggaat tot 100 jaar geleden. Voor die tijd bestond ADHD ook wel maar dit werd nog niet als een probleem gezien. Toen werden veel kinderen gezien als: lastig, druk, moeilijk handelbaar, agressief, zich niet kunnen concentreren.”

Nu heb ik ook gelezen in een artikel dat ADHD een verzonnen ‘ziekte’ is. De psychiater die ADHD ‘in het leven heeft geroepen’, heeft nu op zijn sterfbed gezegd dat ADHD niet bestaat. Het was een manier om jongeren aan de medicijnen te krijgen, wat geld opleverde voor de medische industrie.

Ik weet niet goed wat ik er van moet denken. Misschien moet ik mijn mening hier ook niet over delen, omdat ik er geen verstand van heb. Dat doe ik dan ook maar niet.

Ik wilde hier een informatieve blog over maken, maar dat is niet helemaal gelukt. Volgende keer beter.

Liefs!

zaterdag 5 oktober 2013

Twitter

Vanaf nu ben ik ook te volgen op Twitter. Zo blijf ik toch nog een beetje bij de tijd.
Volg mij op @ElselineSnelten!


Dagboek: Wil ik dit wel? (#5)

De titel zegt het al. Ik heb me deze week meerdere keren afgevraagd of dit werk wel iets voor mij is. Wil ik dit nog wel? Of zoek ik toch liever een baan zonder stress?

Want stress, dat is toch wel hoe ik deze week in één woord zou kunnen omschrijven. Het begon op dinsdag, toen ik rond half zes thuis kwam van een lange, moeizame dag. Eerst voorbereidend werk, daarna twee lessen en vanaf 11 uur ’s morgens een ontzettend saaie studiedag. Saai, maar toch ook wel inspirerend. Want toen ik op weg naar huis was, kwamen de ideeën één voor één in mijn hoofd. En die gingen er ook niet meer uit. Thuis besloot ik eerst alles van me af te schrijven. Ik wilde al mijn blogideeën op een rijtje hebben, ik wilde mijn plannen uitwerken en ik wilde een overzichtje hebben met wat ik deze week allemaal nog moest doen. En dat laatste… Daar ging het mis.

Ik vind het altijd heel fijn om een to do-lijst te maken. Het schept rust, het geeft me houvast, het is een fijn overzicht voor mezelf. Ik weet soms niet hoe ik de dag moet doorkomen als ik geen lijstje heb gemaakt. Maar dat lijstje van dinsdag… Wow! Ik gebruikte er anderhalve pagina voor en dan stonden er nog niet eens de huishoudelijke taken op. Het is moeilijk uit te leggen wat er toen in mijn hoofd gebeurde, maar het leek alsof er iets knapte. Hoe ga ik al die dingen afhandelen vóór donderdag? Ik wilde niet meer. Niet meer naar mijn werk, geen stomme klusjes, niet meer nakijken, geen cijfers invoeren. Ik wilde mijn pauzes niet meer doorbrengen met collega’s om een beetje gezellig te doen – terwijl ik me zó klote voelde, ik wilde niet meer aardig doen tegen de leerlingen, ik wilde niet meer koken, ik wilde de was niet meer doen. Ik wilde niets.

Woensdag en donderdag heb ik vrijwel de hele dag met hoofdpijn rondgelopen. Ik weet niet meer hoe ik de lessen heb gegeven. Ik weet niet meer wat er goed of fout ging. Ik heb geen idee hoe ik überhaupt de energie heb gehad om naar mijn werk te gaan.

Heel even was ik bang om weer terug te vallen naar het diepe dal waar ik een tijdje terug ook in heb gezeten. Het ging ineens allemaal zo snel. Het was zelfs zo erg dat ik donderdag op de weg terug naar huis tranen in mijn ogen kreeg bij het idee dat ik dinsdag weer naar mijn werk moet. Het idee dat ik weer zo’n lijstje moet maken met dingen die moeten gebeuren…

Ik weet wel waarom het allemaal zo verkeerd is gelopen. Ik kan niet tegen stress. Ik heb mijn rust nodig. Niet alleen ’s nachts, maar ook overdag. Zeker overdag. Met mijn huidige rooster zit dat er niet in. Op dinsdag valt mijn rooster nog mee – als ik geen studiedag heb waarbij ik van 11.00 tot 16.00 mijn ogen en oren open moet houden en mijn hersens moet kraken. Mijn rooster op woensdag en donderdag daarentegen is niet zo leuk. Op woensdag geef ik zes lesuren achter elkaar, op donderdag zijn dit er zeven, gevolgd door een vergadering. Natuurlijk, er zijn pauzes. Maar doordat ik geen enkel tussenuur op deze dagen heb, moet ik de pauzes gebruiken voor rotklusjes. Praten met de leerlingen, stencils kopiëren, toetsen printen enzovoorts. Het komt er dus op neer dat ik van 7.15 uur ’s morgens (want dan begint het werken voor mij al) tot ’s middags 14.15/16.00 aan één stuk door bezig ben. Noem me een aansteller, maar dit houd ik niet vol. Echt niet.

Drie dagen werken, vier dagen vrij lijkt ideaal. En in die vier dagen vrij kom ik echt wel tot rust. Maar ik vraag me af of het opweegt tegen de drie stressvolle dagen die ik heb. Drie dagen die bestaan uit vroeg opstaan, lang werken, boodschappen doen, koken en, zodra ik heb gegeten, slapen. Daarom heb ik nu al, na een maand, al besloten dat dit moet veranderen. Bij de eerstvolgende grote roosterwijziging, in januari, ga ik vier dagen in de week werken. Eindelijk weer tussenuren. Eindelijk weer genoeg tijd om tussen de lessen door adem te halen. Eindelijk weer tijd om te genieten van het lesgeven.

Want ja, dat lesgeven wil ik nog zeker wel een flink aantal jaren blijven doen!

Liefs!

P.S. Het zou leuk zijn om op mijn blog alleen de leuke dingen van het onderwijs te laten zien, maar helaas zitten er ook minder leuke kanten aan. En daar schrijf ik ook over… Ik had ook graag gewild dat ik deze week een positief stukje kon schrijven. Volgende week weer een kans!

Dag van de leraar

5 oktober, de dag van de leraar. Wat dat is? Ik heb geen idee. Ik ga het even opzoeken.

Drie minuten later...
Oké, ik heb het. De dag van de leraar is simpelweg een dag waarop de leraren in het zonnetje gezet kunnen worden. Omdat 5 oktober dit jaar in het weekend valt, is het dit jaar verplaatst naar a.s. maandag. De dag van de leraar is in het leven geroepen om het imago van het onderwijs te verbeteren. Hiermee wordt tegelijkertijd ook het belang van goede leraren benadrukt, op een positieve manier.

Er wordt in het onderwijs weinig gedaan aan de dag van de leraar – behalve een grote taart in de docentenkamer – maar leerlingen kunnen wel zelf het initiatief nemen om zijn of haar leraar in het zonnetje te zetten. Op de website van Dag van de leraar staan leuke activiteiten die de leerlingen kunnen ondernemen om te laten zien hoe leuk ze hun docent vinden.

Ik heb het lijstje doorgekeken en ik zag er hele leuke dingen tussen staan. Het makkelijkst in om de leraar een kaart te sturen. Er is een speciale kaart ontworpen voor deze dag*. Een uitdagender idee in om een flashmob te organiseren met alle klasgenoten, om een taart voor je leraar te bakken, om een brief voor je leraar te schrijven of om een schoolkrant te maken waarin je alle leraren in het zonnetje zet. Leuk!

Als ik nog op de middelbare school had gezeten en had geweten over deze dag van de leraar, dan had ik het wel geweten!

Liefs!

* Ik zag laatst in de bioscoop een kaartenrek staan met deze zogenaamde Boomerangkaarten. Ik jatte een stapel – sorry! – van zo’n honderd kaarten mee. Deze kaarten heb ik verspreid in de postvakjes van mijn collega’s.

vrijdag 4 oktober 2013

De namen, een maand verder

Wat was ik trots toen ik binnen een week de namen van de leerlingen van één klas al uit mijn hoofd wist. We zijn nu iets meer dan een maand verder en ik wil graag een update geven over hoe het gaat met de namen.

Als je alle namen van de leerlingen (van één klas) binnen een week uit je hoofd kent, is de kans groot dat deze namen in je ‘korte termijngeheugen’ zit. Even een note: niets van alles wat ik op mijn blog publiceer berust op een onderzoek. Alles is slechts ervaring! Na een weekend zijn de namen vaak verdwenen en kun je opnieuw beginnen met leerlingen. En ook als de leerlingen ineens gemixt in de klas zitten, dus op een andere plek, is de kans groot dat de namen niet meer in je geheugen zitten. Tenminste, in mijn geheugen. Ik spreek graag voor mezelf.

Ik koppel de namen namelijk aan ‘dingen’. Sanne zit naast Lisanne. Koen zit naast Koos. Max zit naast Maxime. Of Rosa draagt een rode trui. Achmed zit achter, Floor zit voor. Ezelsbruggetjes dus. Na een wijziging in het plattegrond zit Achmed ineens in het midden en zit Sanne naast Koos. En de volgende dag draagt Rosa ineens een blauw T-shirt. Daar gaan je ezelsbruggetjes.

Maar… Desalniettemin gaat het erg goed met de namen. Ik haal af en toe nog wat namen door elkaar, of het duurt een paar seconden voordat ik op de (juiste) naam kom. Maar dat geeft niet, de leerlingen begrijpen dat. Over het algemeen ken ik alle namen van al mijn brugklasleerlingen en daar ben ik al heel blij mee – en trots op!

Ik zag er als een berg tegenop om de namen te leren, ik was doodsbang dat ik de namen na een half jaar nog niet zou weten. Zoals altijd, angsten voor niets!

Liefs!

P.S. Ik wilde na een x aantal weken een update geven hoe het met de namen van de leerlingen zou gaan. Ik denk dat het na dit stukje wel duidelijk is dat die namen wel goed zitten. Dit is dus – zeer waarschijnlijk – het laatste wat ik hierover schrijf. Volgend jaar weer!

donderdag 3 oktober 2013

Blog nummer 300

Op 14 december 2012, zes maanden na mijn start, bereikte ik mijn eerste “mijlpijl”: mijn honderdste blog was een feit. Zo’n vijf maanden later, op 7 mei 2013, stond mijn tweehonderdste blog online. Nu, vier maanden later, komt blog nummer 300 online.

Als ik deze stijgende lijn, of dalende lijn – het is maar hoe je het bekijkt, voort blijf zetten, komt mijn vierhonderdste blog rond het begin van het nieuwe jaar online. En dat zou heel goed kunnen. Voorheen ‘deed ik altijd maar wat’ qua het inplannen van mijn blogs. Ik schreef over een onderwerp wat in me op kwam en dat zette ik online. Nu heb ik iets heel anders bedacht. In de zomervakantie kwamen er ineens zoveel ideeën in mijn hoofd, dat ik alles ben gaan inplannen. Ik weet nu precies wat ik wanneer op mijn blog wil zetten. Ik hoef het alleen nog maar even te schrijven, alsof het niets is.

Niet alleen in de zomervakantie kreeg ik ideeën. Ook in de eerste weken van het nieuwe schooljaar kwamen de onderwerpen te pas en te onpas in me op. De meeste heb ik op kunnen schrijven en onthouden, maar er zijn ook heel wat ideeën verloren gegaan. Daarom heb ik nu altijd een notitieboekje bij de hand… De geweldige ideeën kwamen trouwens pas echt bij de studiedag van deze week. Het onderwerp van de dag was echt niet zo interessant. Het was zelfs zo onduidelijk wat het onderwerp was dat ik me meerdere keren heb afgevraagd waar het nu eigenlijk naar toe ging. Maar tussen al het gebrabbel door, hoorde ik toch wel wat interessante dingen. Citaten, ideeën, tips, betekenisvolle woorden enzovoorts. Gelukkig had ik pen en papier bij de hand. Iedereen dacht dat ik fanatiek aantekeningen aan het maken was, maar in feite schreef ik wat onderwerpen op om over te schrijven. De schade na vijf uur luisteren? Dertien nieuwe blogposts. Ik moet ze nog wel schrijven, maar ze zitten al helemaal uitgewerkt in mijn hoofd.

Maar… Waar plan ik al deze dertien posts in, als mijn planning al bestaat uit gemiddeld vijf blogs per week? Mijn hoofd zit nu zo vol met inspiratie dat ik het liefst alle dertien onderwerpen nu uittik, maar qua tijd gaat dat niet heel goed lukken.

Om een lang verhaal kort te maken: het gaat goed met mijn blog. De inspiratie is er in ruimvoldoende mate, de zin om te schrijven is er absoluut. De statistieken zijn minder rooskleurig, want waar ik eerst nog minimaal honderd tot honderdvijftig pageviews per dag had, zijn het er nu met moeite veertig. Een beetje jammer, maar gelukkig zijn de bezoekers niet de hoofdreden van mijn blog.

Het enige wat ik nu nog nodig heb is tijd. Tijd om te schrijven. Je zou toch denken dat het vinden van tijd geen probleem is bij iemand die slechts drie dagen in de week werkt…

Liefs!

woensdag 2 oktober 2013

Wel of niet: de leerlingen zelf hun huiswerk laten nakijken?

Ja. Daar kan ik heel lang over doen, maar het kan ook gewoon in één woord: ja. Natuurlijk, er valt van alles voor te zeggen. Ik weet dat er collega’s zijn die dit niet doen, en al helemaal niet in de brugklas. Ik spreek hier trouwens alleen voor en over wiskundecollega’s. Hoe het er bij andere vakken aan toe gaat en wat daar optimaal is, dat weet ik niet… Maar voor nu: alleen wiskunde. Maar ik doe het wel en ik vind het fijn.

Kijk, ik snap ook wel waarom mijn collega tegen de (brugklas)leerlingen zegt dat ze de antwoordboekjes thuis mogen laten en niet open hoeven te doen. Klassikaal nakijken kan in het begin heel fijn zijn om alle foutjes er bij de leerlingen uit te halen, om ze nog wat vragen te laten stellen en om de ‘veelgemaakte fouten’ er elke keer bij te vermelden, met daarbij ook de opmerking waarom die fouten veel gemaakt worden en hoe het wel moet. En zo. Maar ik vind het ten eerste – sorry – heel tijdrovend. Stom excuus natuurlijk, maar het is nu eenmaal zo. De voorkennis ophalen, de nieuwe theorie bespreken, samen oefenen, zelfstandig oefenen, schriftcontroles, vragen laten stellen en de les afsluiten kost al veel tijd en een lesuur duurt ‘maar’ vijftig minuten. En ten tweede… Nou ja, dat komt straks.

Nee, ik begin er niet aan. Klassikaal nakijken, inclusief het laten stellen van vragen, duurt zeker een kwartier. Waar moet je die tijd vandaan halen? Ik laat de leerlingen zelf nakijken. Ik merk aan ze dat het nieuw voor hen is om zelf na te kijken. Daarom vertel ik het er nog elke keer bij. ‘Kijk thuis ook je huiswerk na,’ zeg ik vaak. Ik vraag me wel eens af of ze er niet helemaal gek van worden. En toch zijn er altijd leerlingen die het vergeten.

Waarom ik ze zelf het huiswerk laat nakijken? Ik noemde net al een eerste reden. Maar een tweede, hele belangrijke, reden: ze leren er veel meer van. Denk ik. Dat is dan natuurlijk vooral bij wiskunde het geval. Bij wiskunde gaat het vooral om het ‘doen’. Je kunt de samenvattingen zo vaak lezen als je wilt, maar als je niet oefent, dan gebeurt er niets. Tenzij je gezegend bent met een wiskundeknobbel.

In ieder geval… Ik zou er geen lang verhaal van maken. Ik laat de leerlingen de opgaven maken, ik laat de leerlingen de gemaakte opgaven nakijken en, het belangrijkste, ik laat de leerlingen hun opgaven – die ze fout hadden, natuurlijk! – verbeteren.

Ik kan nog veel meer vertellen over hoe de leerlingen de opgaven moeten verbeteren, maar dan wordt het een erg lange blog. Ik houd het voor hierbij. Het belangrijkste is in ieder geval gezegd: ik laat de leerlingen dus wél nakijken.

Liefs! 

dinsdag 1 oktober 2013

Mijn voornemens, update 9

1 oktober 2013, nog een week tot mijn verjaardag. En nog drie maanden tot het nieuwe jaar, de tijd om nieuwe voornemens te bedenken. Maar eens natuurlijk nog even terugblikken op mijn ‘oude’ voornemens.

1. Verder met mijn blog
Het is ongelofelijk, maar er staan nu bijna 300 blogs op mijn site. Wauw, wauw, wauw! Er is zelfs een week in september geweest dat ik zes posts online heb gezet. Ook voor oktober staat mijn planning al vol. Het gaat goed met de inspiratie!

2. Een boek schrijven
Ik weet niet meer wat ik mezelf allemaal heb beloofd. Het enige wat ik weet is dat ik in september nauwelijks nog iets heb geschreven. Eén boek is gelukt, maar of een tweede boek gaat lukken? De tijd zal het leren.

3. Heel veel lezen
Nadat ik mijn doel van 25 boeken in het jaar heb behaald, heb ik nog maar weinig gelezen. En dat terwijl er nog zoveel boeken in mijn kast staan die wachten om ingekeken te worden. Ik geef voor nu even de schuld aan de ‘opstartmaand’ op mijn werk. De komende maanden ga ik, zonder twijfel, weer veel lezen!

4. Mijn andere blog oppakken
Over alle boeken heb ik een blog geschreven.
Klik hier om te zien welke boeken dat waren en wat ik ervan vond.

5. Engels leren
Ik ben nog niet verder gekomen dan dat ene Engelse hoofdstuk en die ene film zonder ondertiteling. Maar ik heb nog drie maanden.

6. 50.000 woorden schrijven
In augustus schreef ik precies 50.000 woorden. Wat een blijdschap! Ik had mezelf toegezegd even een maandje rust te geven en dat heb ik gedaan. In oktober, vanaf vandaag dus, ga ik het weer oppakken. Misschien dat ik verder ga met dit verhaal, misschien kies ik één van de andere verhalen.

7. Mijn blogs bundelen
Eh… Ja, ook hiervoor heb ik nog drie maanden… ;-)

Liefs!

P.S. Nu ik dit zo teruglees, lijkt het net alsof ik in september niets heb uitgespookt. Niets is minder waar. September stond in het teken van mijn werk. Zoals ik al zei was dit echt een opstartmaand. Wennen aan de leerlingen, wennen aan de extra taken die ik heb gekregen, wennen aan alles… Maar oktober, november en december zullen – hopelijk – een stuk productiever worden.

* Lees ook de eerdere blogs over mijn voornemens *

maandag 30 september 2013

Mentor in het voortgezet onderwijs, hoofdstuk 2

Hoofdstuk 2 – Leerlingen in beeld

Afgelopen week las ik het tweede hoofdstuk uit dit boek. Het waren slechts negen pagina’s en toch had ik er ruim een week voor nodig om deze bladzijden te lezen. Hoe dat komt? Ik ben niet zo van de moeilijke woorden. Dat merk je waarschijnlijk al aan mijn eigen geschreven stukjes. Bij een tekst met (veel) moeilijke woorden haak ik snel af. Ik hou van lezen, maar het enige wat ik lees zijn jeugdboeken en chicklits. Oeps. Als er in één zin al twee moeilijke woorden zitten, moet ik de zin minimaal drie keer lezen voordat ik het snap. Als ik niet ondertussen al ben afgehaakt.
Dit tweede hoofdstuk is onderverdeeld in vier paragraven. Zoals de titel van het hoofdstuk zegt wordt in iedere paragraaf de leerling ‘in beeld’ gebracht. Ik zal hieronder kort iets schrijven over/bij elke paragraaf.

2.1 Tussen 12 en 18
De eerste paragraaf brengt ‘de puber’ in beeld. Wat speelt er bij deze leerlingen? Wat gebeurt er met hun lichaam? Wat zijn alle fases waar een leerling doorheen gaat in dit deel van zijn of haar leven? In deze paragraaf wordt antwoord gegeven op al deze vragen. Je leest ook over de verschillen tussen jongens en meisjes en – verrassend – over de depressieve gevoelens van de jongeren.

2.2 De groep leeftijdsgenoten
In deze redelijk korte paragraaf wordt beschreven hoe een jongere is in zijn of haar vriendenkring. Vooral ook hoe lastig het kan zijn om ergens bij te horen. Want interesse tonen is belangrijk, maar als je te veel interesse toont is het weer niet goed. Je moet je stijl een beetje aanpassen aan de anderen, maar je moet niet proberen om op het te gaan lijken. En zo nog wat dingen…

2.3 Kind in het gezin
Dit is een stukje dat ik altijd vergeet. Ik vergeet áltijd dat een leerling ook gewoon een kind is. Voor mij is een leerling een persoon dat bij mij in de klas zit. Een persoon dat rond de school hangt. Een persoon waar ik van alles aan moet leren. Niet dat het ook een kind is van (hopelijk) twee ouders, dat diegene broers en zussen heeft, dat er thuis nog van alles speelt. Dit zal ongetwijfeld veranderen als ik zelf ooit kinderen krijg.

2.4 Kind en school
Kijk, dit is dan wel weer een paragraaf waarin ik me kan vinden. Dit is het deel van de leerling wat ik zie. Echter is dit niet de enige paragraaf van dit hoofdstuk en ook zeker niet het enige aspect bij een leerling. Voordat ik een goede mentor kan worden, moet ik in gaan zien dat een leerling veel meer is dan ‘een iemand die in mijn lokaal zit’.

Het tweede hoofdstuk bestond vooral uit (belangrijke!) achtergrondinformatie wat ook zeker heel belangrijk is. Toch hoop ik dat de volgende hoofdstukken voor mij interessanter zullen zijn. Meer voorbeelden uit de praktijk, meer tips voor een (goede) mentor, meer houvast. We zullen het zien!

Liefs!

zaterdag 28 september 2013

Dagboek: Regels, regels en nog eens regels (#4)

Na een weekendje te hebben uitgeziekt, begon ik deze week weer vol goede moed.

Maandag besloot ik mijn woonkamer herfst-klaar te maken. ’s Morgens ging ik de winkels af en ’s middags stond mijn bloemenvaas vol herfsttakken en stond er een mooi stukje op tafel. Ook heb ik in de boekwinkel ‘The Secret voor jongeren’ gekocht. Ik ben al een tijd benieuwd naar dit boek en het hele idee erachter, dus daar ga ik binnenkort aan beginnen.

Op dinsdag gingen mijn lessen verrassend goed. Mijn vriend vond mijn vorige dagboekpost zo negatief. Deze week valt het gelukkig wel mee. In mijn brugklassen ben ik eerst begonnen met het vertellen van de regels. Vijf regels, anders wordt het te veel. De rest van de les heb ik de leerlingen in groepjes laten werken. Dat was nog even wennen – misschien besteed ik daar de komende week een uitgebreidere blogpost aan – maar ik hoop dat het vanzelf goedkomt als ze dit wat vaker doen.

Op woensdag heb ik in de brugklassen de regels nog eens herhaald. Ook die dag gingen de lessen weer goed. Ik ben blij dat ik deze vijf regels duidelijk heb opgesteld, want het werkt wel. Eén van de regels gaat over de vijf-minuten-in-stilte-werken. Wat een rust levert dat op!
Woensdag heb ik in mijn 2havo-klas ook de regels opgesteld. Niet in samenspraak met de leerlingen, maar alleen. De les verliep daardoor best goed!

Donderdag hadden mijn brugklasleerlingen een toets. Heerlijk, drie uur lang alleen maar doen alsof ik heel goed aan het controleren ben wie er aan het afkijken is! De les in 2havo ging iets minder goed. Tijdens de klassikale uitleg deden ze wel goed mee (yes!), maar tijdens het zelfstandig werken werd het een chaos. De vijf-minuten-in-stilte gingen wel goed, maar daarna dachten de leerlingen dat ze, als ze vijf minuten goed hadden gewerkt, dat ze daarna de boel mochten afbreken. Eh… Nee, zo werkt dat niet. Ik merkte ook dat het vooral de mannen in het lokaal waren die er een zooitje van maakten. Niet iedereen hoor, maar 80% van de mannen was echt niet goed aan het werk. Daarom ga ik vanaf volgende week met een nieuw plattegrond werken, waarbij de meisjes en de jongens gemixt zitten. Ik wil dit plattegrond twee of drie weken aanhouden en daarna met de klas bekijken hoe de lessen zijn verlopen. Ik ben benieuwd!

Op vrijdag was ik thuis. Ik heb blogs geschreven, het huishouden gedaan, gelezen en sinds een lange tijd weer naar de bibliotheek gegaan. Heerlijk, zo’n dagje!

Liefs!

vrijdag 27 september 2013

Mijn (onrealistische?) vijfjarenplan

Vrijwel iedereen heeft een idee waar hij/zij over één, vijf of misschien zelfs tien jaar is. Laatst was ik met mijn vriend in gesprek over de toekomst. Wat wil ik nog doen, wat wil ik bereiken en hoe zie ik alles voor me?

Als je mijn blog al een tijdje volgt, weet je dat ik een controlfreak ben. Lijstjes maken is een hobby van me en ik doe dit serieus elke dag. Als het niet op papier of in mijn telefoon is, dan doe ik het wel in mijn hoofd. En ja, ook van mijn vijfjarenplan moet een lijstje gemaakt worden.

Ik heb voor de zekerheid in de titel geschreven dat dit een onrealistisch plan zal zijn. Puur en alleen zodat ik over mijn jaar, wanneer mijn plan niet helemaal is uitgekomen, kan zeggen: ‘Ik zei toch al dat het onrealistisch was?’ Ik ga echt wel mijn best doen, hoor. Maar wat sommige dingen betreft ben ik ook best een klein beetje afhankelijk van eh… externe instanties.

Oké, daar komt ‘ie.

Ik wil in 2013/2014:
- De boeken van havo 4 en havo 5 doorwerken, wiskunde A én wiskunde B, ter voorbereiding op wat komen gaat.
- Ik wil nog minimaal twee verhalen afschrijven voor het einde van het schooljaar, inclusief de verhalen waar ik al mee begonnen ben.
- En heel veel sparen (ook ter voorbereiding op wat komen gaat).

Ik wil in 2014/2015:
- De boeken van vwo 4, vwo 5 en vwo 6 doorwerken, wiskunde A, wiskunde B en wellicht ook wiskunde D, ook ter voorbereiding op wat komen gaat.
- Ik wil minimaal twee verhalen schrijven.
- Ik wil heel veel sparen.
- En het allerliefst een eigen boek in de winkels krijgen.

Ik wil in 2015/2016:
- Bijlessen geven aan leerlingen uit de bovenbouw om ervoor te zorgen dat ik de bovenbouwstof niet nog een keer ‘vergeet’.
- Ik wil minimaal twee verhalen schrijven.
- Verhuizen naar een droomhuis (lees: een huis met een extra werkkamer voor mij, een extra werkkamer voor mijn vriend en een ruimte ergens in huis waar ik een chaise longue neer kan zetten om heerlijk mijn boeken te lezen).
- Nog meer verhalen in de winkels krijgen…
- … en het zou ook leuk zijn om een zakcentje te verdienen met mijn blog – die tegen die tijd enorm goed bezocht en gelezen gaat worden. (Positief denken!)
- En omdat ik toch had gezegd dat dit een beetje onrealistisch zou zijn: ik zou het ook niet erg vinden om tegen die tijd columns te schrijven voor een onderwijsblad (of onderwijswebsite, ook leuk!).

Ik wil in 2016/2017:
- Nog steeds bijlessen geven,
- nog meer verhalen schrijven,
- heel veel geld sparen,
- schrijven, schrijven, schrijven,
- (uitgeven, uitgeven, uitgeven),
- en al mijn vorige plannen die nog niet zijn uitgekomen, waarmaken.

Ik wil in 2017/2018:
(Let op, hier komt het!)
- Een jaar stoppen met werken.
- In één jaar tijd de eerstegraadsopleiding afronden (of ik dat kan? Vast wel. Of het mag? Dat is de vraag!)
- Ondertussen stage lopen op de school waar ik nu werk.
- En ondertussen gewoon doorschrijven met alles waar ik tegen die tijd voor schrijf.

Dit zou betekenen dat ik binnen nu en vijf jaar de bovenbouwstof (opnieuw) beheers, dat ik de eerstegraadsopleiding heb afgerond, dat ik in mijn droomhuis woon en dat ik een stuk of vijf verhalen van mijn hand de boekwinkels in heb gekregen.

Of ik dat wil? JA!

Of dat lukt? Dat weet ik niet. Maar positief denken moet het codewoord zijn, volgens ‘The Secret’.

Liefs!