Die ander is, wederom, van Draadstaal. Genieten!
dinsdag 15 oktober 2013
Filmpjes draaien in de les #2
Drie filmpjes is natuurlijk niet genoeg om het schooljaar mee te vullen. Daarom heb ik er nog een paar opgezocht. Deze twee gaan over het lesgeven zelf. Hoe het vooral niet moet. Eén is waargebeurd - en ik twijfel of ik de leerlingen dit moet laten zien, want het is toch ook best wel sneu voor deze vrouw... Al kan ik er natuurlijk wel bij vertellen dat de leerlingen zich nooit, maar dan ook nooit, zo mogen gedragen!
Die ander is, wederom, van Draadstaal. Genieten!
Liefs!
Die ander is, wederom, van Draadstaal. Genieten!
Mijn verjaardag op mijn werk
Ik loop lekker achter met mijn blog. Het was de bedoeling
dat dit stukje vorige week geschreven zou worden, maar ik stelde het elke dag
weer uit. Vandaag heb ik dan eindelijk tijd om te vertellen hoe ik mijn
verjaardag op mijn werk heb gevierd.
Precies een week geleden werd ik 23. Toen de leerlingen het
vroegen voelde ik me al best oud (‘Wow, 23 al!’), maar toen mijn collega’s
vroegen hoe jong ik geworden was, schaamde ik me bijna om het uit te spreken.
Er zijn zo veel collega’s die al twee keer zo lang op de aardbol leven. Er zijn
ook collega’s die nog langer in het onderwijs werken dan ik oud ben. Dat is
raar!
Oké, terug naar mijn verjaardag. Ik voelde me ’s morgens al
heel erg jarig. Ik kwam een paar leerlingen van mij in de gang tegen. Ik had
het de week ervoor al tegen ze gezegd, dus ze kwamen meteen op me af om me te
feliciteren. Leuk! Ook in de lessen voelde ik me enorm jarig. Bij de eerste
brugklas waren er een paar leerlingen die voor me gingen zingen. Ook kreeg ik
van twee van hen een zelfgemaakte kaart, uiteraard met wiskundetekens op de voorkant.
Bij de tweede brugklas kwamen alle leerlingen verdacht stil binnen. Ze keken me
even aan, maar daarna draaiden ze al snel hun hoofd weg. Alsof ze iets voor me
verborgen. Toen uiteindelijk iedereen binnen was, begonnen ze met z’n allen tegelijk
te zingen. Hoe geweldig was dat! Bij de derde klas werd er natuurlijk ook weer
gezongen. Samen met een jarige leerling uit die klas heb ik aan het eind van de
les uitgedeeld. Ik deelde cakejes uit en zij ging rond met zakjes chips. Leuk!
Bij mijn 2havo-klas ging het helaas niet zo goed. Het jarige
gevoel verdween spontaan toen ik merkte dat de leerlingen de les aan het
overnemen waren. Zo jammer. Ik heb in deze klas dan ook niet uitgedeeld. ‘Ik ga
pas de klas rond als ik vind dat jullie het verdienen.’ Een beetje lullig is
het misschien wel, maar een traktatie zie ik toch ook een beetje als een
beloning. Ja, ook op mijn verjaardag.
Al met al was mijn dag op het werk toch wel erg leuk. Ook
mijn collega’s kwamen op me af om me drie zoenen te geven. En dan heb ik het
niet over vijf collega’s, maar over vijfTIG!
Liefs!
maandag 14 oktober 2013
Mentor in het voortgezet onderwijs, hoofdstuk 3
Hoofdstuk 3 – De school als pedagogische omgeving
Gisteren las ik het derde hoofdstuk uit het boek ‘Mentor in
het voortgezet onderwijs’. Direct op de eerste bladzijde zag ik twee
interessante citaten staan.
Het eerste wat ik zag was ‘Non scholae sed vitae discimus’.
Ik heb geen Latijn op de middelbare school gehad, dus ik was maar wat blij dat
de vertaling er onder stond. ‘Je leert niet voor de school, maar voor het
leven.’
Ik weet niet wanneer ik begon te beseffen dat ik naar school
ging voor mezelf, maar ik weet wel dat ik leren altijd al leuk heb gevonden. Op
de basisschool speelde ik thuis al “schooltje” en op de middelbare school liep
ik vaak al vooruit met mijn huiswerk. Uiteraard vooral met mijn wiskunde! Ik
ging altijd wel met plezier naar school en ik had het altijd ook naar mijn zin
in de lessen.
Ik besef nu wel dat dit niet bij iedereen zo is. Ik zal
ongetwijfeld ook wel eens hebben geklaagd, maar ik merk dat mijn gemiddelde
leerling een grotere hekel heeft aan school dan ik had. Natuurlijk zitten er
ook wel typische Elseline’s in mijn klas, maar het grote deel maakt alleen maar
het huiswerk omdat het moet. Laatst bij de studiedag hoorde ik zelfs dat er
leerlingen vaak weleens tegen hun mentor zeggen dat ze alleen huiswerk maken
voor het vak waarvan ze de docent leuk vinden. Dit zijn dan leerlingen uit klas
5. Het lijkt me dat de leerlingen tegen die tijd wel moeten snappen dat ze naar
school gaan om kennis op te doen die ze later nodig zullen hebben.
Een tweede belangrijke ding, wat ook erg belangrijk is voor
de mentor, is dat er staat ‘Niet iedere leerling heeft evenveel begeleiding
nodig’. Er zijn altijd leerlingen in een klas die meer aandacht nodig hebben
dan andere leerlingen. Toch vind ik het erg belangrijk om de “gewone”
leerlingen niet over het hoofd te zien. Ik was altijd zo’n gewone leerling. Ik
had geen problemen thuis – op twee gescheiden ouders na – en ik haalde goede
cijfers. Voor de mentoren was dat altijd wel een reden om eerst de belangrijkere
leerlingen te spreken. Toch vind ik dat jammer, want ik denk dat iedere
leerling evenveel aandacht zou moeten krijgen. Ik had dan misschien geen
begeleiding nodig wat betreft de schoolvakken, maar ik vind het achteraf gezien
best jammer dat ik niet wat begeleiding heb gekregen op sociaal vlak.
Liefs!
zaterdag 12 oktober 2013
Dagboek: De afsluiting van een donkere periode (#6)
Er is deze week zo veel gebeurt dat ik niet eens weet waar
ik moet beginnen. Het is logisch om bij het begin te beginnen, maar voordat ik
dat doe, geef ik eerst nog een korte terugblik op de afgelopen weken.
- Ik ben dankbaar voor de man die langs mij reed en me heeft geholpen de scooter weer overeind te zetten.
- Ik ben dankbaar voor mijn collega, die mij aantrof langs de kant van de weg en vroeg of ze iets voor me kon doen. En die me ’s avonds een lief berichtje stuurde met de vraag hoe het met me ging.
- Ik ben dankbaar voor mijn baas, die gelukkig heel rustig reageerde op mijn verhaal en die ook bereid is om te kijken naar een oplossing.
- Ik ben dankbaar voor mijn zusje, die mij de hele middag gezelschap heeft gehouden met leuke tv-programma’s, lekker eten, heel veel kopjes thee en veel gezelligheid.
- En natuurlijk ben ik dankbaar voor mijn moeder, de engel die er tijdens de val van bovenaf voor heeft gezorgd dat ik er vanaf ben gekomen met tien kilo tranen van de schrik, een zere ellenboog en drie grote, blauwe plekken op mijn been. En wat lichte valschade op mijn scooter. Het had zo veel erger kunnen aflopen.
Zoals te lezen was, gaat het niet heel goed met me. Ik zal
het samenvatten in het woord ‘stress’, ookal dekt dat de lading niet helemaal.
De stress was zeker wel de aanleiding voor alle gedachten die er deze week in
mijn hoofd omgingen.
Afgelopen week, op dinsdag, was ik jarig. Ik voelde me ook
wel jarig hoor, zeker toen alle berichtjes binnenstroomden, toen mijn vriend
zingend de slaapkamer in kwam, toen ik na mijn werk de cadeautjes uit mocht
pakken, toen alle klassen me toezongen en toen ik ’s avonds uit eten ging met
de familie. Maar stiekem voelde het ook alsof er een zwarte wolk boven me hing.
Ik vind het moeilijk om het gevoel in woorden te omschrijven, maar ik hoop dat
ik erbij in de buurt kan komen.
Eén van de lessen op mijn werk verliep zo slecht dat het
mijn dag verpestte. Op de scooter terug naar huis had ik tranen in mijn ogen.
Ik bleef maar tegen mezelf zeggen dat het een feestdag was, maar het lukte niet
om te stoppen met denken aan die dag. Dit lukte pas toen ik omringd werd door mijn
familie. Toen ik ’s avonds samen met mijn vriend in bed lag en alle afleiding
van het etentje weg was, kwam die grote donderwolk weer terug. Voor het eerst
in een lange tijd huilde ik weer met de reden dat ik de volgende dag naar mijn
werk moest. Ik trok het niet meer.
‘Het is toch niet normaal dat je soms hoopt op een
scooterongeluk, zodat je even niet naar je werk hoeft?’
Woensdagochtend hakte ik de knoop door en belde ik mijn
baas. Ik zou die dag niet naar mijn werk komen en ik gaf een laf smoesje. De
hele woensdag heb ik na kunnen denken. Wat wil ik? Wat ga ik hieraan doen? Want
als er niet snel iets verandert, zit ik over een paar weken weer huilend bij
een psycholoog aan tafel. Woensdagavond had ik besloten dat ik de volgende dag
met mijn baas zou praten. Ik zou open kaart spelen. Vertellen wat er eerder op
stage is overkomen, vertellen dat ik diezelfde ervaring nu weer heb en
vertellen dat het voor mij zo niet langer door kan gaan.
Donderdag stapte ik vol vertrouwen op de scooter. Die dag
zou het helemaal goedkomen. Ik vertrok expres wat eerder naar mijn werk, zodat
ik nog wat laatste dingen klaar kon zetten voor de les. Om zeven uur was ik
bijna bij mijn werk. Ik zag dat de weg was opgebroken en dat ik moest omrijden.
Het nadeel van niet werken in je woonplaats is dat je de weg rondom de school
niet kent. Ik had geen flauw idee hoe ik moest rijden. Ik besloot maar een
bruggetje over te gaan, maar ik merkte al snel dat die weg niet naar mijn
school zou leiden. Ik reed weer terug en toen gebeurde het. Op het pad was geen
enkele vorm van verlichting, op mijn eigen koplamp na. Doordat het zo donker
was, zag ik iets over het hoofd. De weg na het bruggetje was niet ‘egaal’, maar
er zaten wat scheuren in. Ook de stoeprand lag heel ongelukkig. Je kunt wel
raden wat er gebeurde. Ik slipte weg en een harde gil later lag ik op de grond
met de scooter half bovenop me.
‘Karma,’ riep een stem in mijn hoofd. De tranen stroomden
over mijn wangen. ‘Karma, karma!’
Om een lang verhaal kort te maken: ik heb mijn vriend gebeld
of hij naar me toe wilde komen. Ik heb mijn baas gebeld dat ik die dag weer
niet kon werken. En vervolgens heb ik weer alle tranen uit mijn hoofd gehuild.
Achteraf gezien mankeerde ik niets, wat echt een wonder is, maar de geestelijke
pijn was verschrikkelijk. Net nu ik alles op wilde lossen, net op de dag dat ik
een einde wilde maken aan de problemen… Toen mijn vriend was aangekomen zei ik
tegen hem dat ik toch bij mijn baas langs wilde gaan. Ik was nu al zo ver dat
ik er niet weer een lang weekend overheen wilde laten gaan.
Zo gezegd, zo gedaan. Samen met mijn vriend heb ik het hele
verhaal gedaan aan mijn baas. Zijn reactie was een stuk milder dan de vorige
baas aan wie ik dit vertelde (‘Van werken ga je niet dood') en dat was een hele
opluchting. We hebben nu afgesproken dat hij met het roosterbureau in overleg
gaat voor een aangepast rooster. Vier dagen werken in plaats van drie en héél
veel tussenuren.
Omdat ik mijn blogpost van vandaag positief af wil sluiten,
schrijf ik als afronding alles op waar ik dankbaar voor ben.
- Ik ben dankbaar voor mijn vriend, die meteen naar mij toe
kwam, die me steunde bij mijn verhaal bij mijn baas en die me thuis flink in de
watten heeft gelegd.- Ik ben dankbaar voor de man die langs mij reed en me heeft geholpen de scooter weer overeind te zetten.
- Ik ben dankbaar voor mijn collega, die mij aantrof langs de kant van de weg en vroeg of ze iets voor me kon doen. En die me ’s avonds een lief berichtje stuurde met de vraag hoe het met me ging.
- Ik ben dankbaar voor mijn baas, die gelukkig heel rustig reageerde op mijn verhaal en die ook bereid is om te kijken naar een oplossing.
- Ik ben dankbaar voor mijn zusje, die mij de hele middag gezelschap heeft gehouden met leuke tv-programma’s, lekker eten, heel veel kopjes thee en veel gezelligheid.
- En natuurlijk ben ik dankbaar voor mijn moeder, de engel die er tijdens de val van bovenaf voor heeft gezorgd dat ik er vanaf ben gekomen met tien kilo tranen van de schrik, een zere ellenboog en drie grote, blauwe plekken op mijn been. En wat lichte valschade op mijn scooter. Het had zo veel erger kunnen aflopen.
Het is in mijn hoofd een stuk rustiger nu ik mijn verhaal
bij mijn baas heb kunnen doen en nu ik weet dat er, as we speak, wordt
gepuzzeld aan een nieuw rooster. Ik hoop, en ik verwacht, dat de weken vanaf nu
wat rustiger zullen verlopen in mijn hoofd. En natuurlijk hoop ik ook dat mijn
blogposts niet meer zo’n negatieve lading zullen hebben!
Liefs!
donderdag 10 oktober 2013
Probleem wordt uitdaging
‘Ik heb een probleem,’ zei ik tegen mijn vriend. Voordat ik
mijn zin kon afmaken, viel hij me al in de rede.
‘Een uitdaging,’ verbeterde hij me.
Ik knikte, maar ik stond er even niet bij stil wat hij zei. Het duurde een paar seconden tot het tot me door drong.
‘Iets is pas een probleem als er geen oplossing voor is,’ beaamde ik toen. Eén van mijn favoriete lijfspreuken van dit moment.
‘Een uitdaging,’ verbeterde hij me.
Ik knikte, maar ik stond er even niet bij stil wat hij zei. Het duurde een paar seconden tot het tot me door drong.
‘Iets is pas een probleem als er geen oplossing voor is,’ beaamde ik toen. Eén van mijn favoriete lijfspreuken van dit moment.
Vanaf nu ga ik ook niet meer in problemen denken. Vanaf nu
noem ik het een uitdaging. Positive thinking!
Liefs!
P.S. Ik heb het boek ‘The Secret voor jongeren’ gelezen. Het
zou dus zomaar kunnen dat er de komende maanden meer gebrabbel over
positiviteit online gaat komen. Maar dat is alleen maar positief, toch? ;-)
Filmpjes draaien in de les
‘Hoe kan ik er voor zorgen dat de lessen wat leuker worden,
waardoor jullie beter je best gaan doen?’ vroeg ik in een gesprek met mijn
2havo-leerlingen. Ik wist echt even niet meer wat ik moest doen. Het veranderen
van het plattegrond hielp niet, want daardoor dingen ze alleen maar meer
praten.
‘U moet films draaien!’ riep één van de jongens.
Liefs!
‘U moet films draaien!’ riep één van de jongens.
Films draaien… Bij wiskunde… Hoe dan?
Nou, op deze manier! Op YouTube ben ik op zoek gegaan naar
korte filmpjes die passen bij óf het onderwijs, óf wiskunde/rekenen óf allebei.
Ik ben wat leuke filmpjes tegengekomen en die heb ik voor mezelf opgeschreven.
Maar waarom zou ik ze voor mezelf houden als ik ze ook kan delen met andere
docenten?
Hieronder drie filmpjes die te maken hebben met rekenfouten.
Twee daarvan zijn geacteerd, maar de derde is wel echt. Leuk!
woensdag 9 oktober 2013
10 dingen... wat ik tegen mezelf kan zeggen na een rotdag
Ik vind dit lijstje heel toepasselijk na mijn blog van
afgelopen zaterdag. Enjoy!
2. ‘Het komt wel goed, schatje.’
3. ‘Gelukkig heb je geen kinderen.’
4. ‘Dit weekend mag je weer vier dagen uitrusten.’
5. ‘Fulltime werken staat voorlopig niet op de planning.’
6. ‘Adem in, adem uit.’
7. ‘Koop maar een lekker stuk chocola voor jezelf.’
8. ‘Vanavond kun je weer knuffelen met je vriend.’
9. ‘Wees blij dat je niet werkeloos thuis zit.’
10. ‘Bank, deken, kaarsjes aan, kopje thee, televisie aan en relax! Morgen weer een dag.’
Tien dingen wat ik tegen mezelf kan zeggen na een rotdag
en/of stressvolle dag.
1. ‘Het is lang niet zo erg als twee jaar geleden.’2. ‘Het komt wel goed, schatje.’
3. ‘Gelukkig heb je geen kinderen.’
4. ‘Dit weekend mag je weer vier dagen uitrusten.’
5. ‘Fulltime werken staat voorlopig niet op de planning.’
6. ‘Adem in, adem uit.’
7. ‘Koop maar een lekker stuk chocola voor jezelf.’
8. ‘Vanavond kun je weer knuffelen met je vriend.’
9. ‘Wees blij dat je niet werkeloos thuis zit.’
10. ‘Bank, deken, kaarsjes aan, kopje thee, televisie aan en relax! Morgen weer een dag.’
Het lijkt misschien, door mijn blogs van de afgelopen tijd,
dat ik het werken niet meer leuk vind, maar dat is niet waar. Het is alleen zo
dat ik de laatste tijd wat baaldagen heb. Het zal wel de opkomende
winterdepressie zijn, waar anderen het altijd over hebben. Ik vind mijn werk
echt wel leuk, ik wil ook héél graag nog jaren voor de klas blijven staan.
Lesgeven is misschien niet mijn roeping, maar ik zou niet weten wat ik nog
leuker vind dan lesgeven. Behalve
schrijven. :-)
Liefs!
dinsdag 8 oktober 2013
Extra opdracht voor het beloningssysteem
Bij het zoeken naar leuke filmpjes om af te spelen in mijn
2havo-klas (waarover later nog een blog volgt), kwam ik dit leuke filmpje
tegen. Een wiskunde-song!
P.S. Happy birthday to me!
En toen kwam ik meteen op een idee. Eerder al schreef ik
over mijn beloningssysteem, waarbij mijn leerlingen stickers kunnen verdienen
na het voltooien van één van de “opdrachten”. Onder het kopje ‘extra opdracht’
had ik nog niets bedacht, maar bij het zien van dit filmpje kreeg ik een
ingeving.
Ik ga de leerlingen geen compleet filmpje laten opnemen,
maar het lijkt me wel leuk om ze zelf een songtekst te laten schrijven (in het
Nederlands – ik wil er zelf ook nog wel iets van kunnen snappen) op een
bestaand nummer. Als het goed is heb ik de leerlingen vanochtend verteld wat de
‘extra opdracht’ wordt. Ze hebben dan nog drie weken de tijd om creatief te
zijn!
Ik ben nu al benieuwd naar de resultaten!
Liefs!
maandag 7 oktober 2013
Hoe kun je leerlingen belonen?
Voor de oktobermaand heb ik iets leuks bedacht voor in één
van mijn brugklassen. Ik heb een groot vel gekleurd papier gepakt en daar een
tabel op getekend. Links staan alle namen van de leerlingen, bovenin staan vijf
opdrachtjes. De eerste opdracht is bijvoorbeeld om een goede beoordeling te
krijgen voor het schrift. Daarmee bedoel ik: tekeningen met potlood,
berekeningen erbij, netjes enzovoorts. Een andere opdracht is om een opgave
voor de klas uit te leggen, om een raadsel te ontknopen en zo zijn er nog twee
opdrachten.
Wanneer de leerlingen uit de klas een opdracht voltooid
hebben, krijgen zij een sticker. Ik weet namelijk nog hoe geweldig ik het vond
om vroeger een sticker te krijgen. Als ze in oktober vijf stickers hebben
verzameld, krijgen ze een beloning.
Dan nu de grote vraag: hoe kun je leerlingen belonen? Daar
wil ik het vandaag over hebben. Ik neem het iets algemener dan alleen in dit
voorbeeld. Dus: hoe kun je een leerling in het algemeen belonen? Ik maak er een
lijstje van!
- Geef een compliment.
- Geef een compliment, waarbij ook de klasgenoten het horen.
Een compliment in het openbaar, waarbij ook anderen het
horen, is goed voor het zelfvertrouwen van de leerling!
- Geef de leerling een extra opdracht als hij zij klaar is
met het huiswerk.
Een extra opdracht klinkt natuurlijk niet leuk, dus je moet
het wel leuk verpakken. ‘Wat goed van je dat je al klaar bent. Speciaal voor
jou heb ik een extra opdracht.’
- Een dag huiswerkvrij (voor jouw vak)
Je zou een leerling ook een waardebon kunnen geven, zodat
hij/zij deze bon later in de maand/in het jaar in kan leveren.
- Ga rond met de snoeptrommel als de hele klas goed heeft
gewerkt.
Dit is iets wat ik zo nu en dan doe. Als een klas goed heeft
gewerkt, verdienen ze allemaal een kleine beloning.
Overigens is het niet de bedoeling om een leerling constant
te blijven belonen. Het kan ook te veel zijn. Je hoeft niet bij elk goed
antwoord weer te zeggen hoe geweldig een leerling is. Je hoeft niet vijf keer
per week met een snoeptrommel langs te lopen. Je hoeft niet elke week vijftien
huiswerkvrij-bonnen uit te delen binnen één klas. Een beloning moet speciaal
blijven, net als een compliment.
Liefs!
zondag 6 oktober 2013
Wat is… ADHD?
Ik had ooit een paar blogs onder de categorie “Wat is…?” Ik
ga daar weer mee verder, te beginnen met deze. Wat is ADHD?
Zoals velen al weten staat ADHD voor Attention Deficit
Hyperactivity Disorder, een stoornis waarbij je lijdt aan aandachtstekort en
hyperactiviteit. Het aandachtstekort staat niet per se voor te weinig aandacht,
maar wel voor het slecht kunnen concentreren op de omgeving. Vooral in een
klassensituatie is dit lastig en dit kunnen veel collega’s van mij beamen.
Hyperactiviteit staat zowel voor de innerlijke als de
uiterlijke onrust. Iemand met ADHD kan niet lang stil zitten, maar ook in het
hoofd is het niet lang stil. Alles gaat maar door.
Ik heb wel eens het idee dat ADHD in de mode is, dat het een
rage aan het worden is. Toen ik op de middelbare school zat, heb ik in zes jaar
tijd één klasgenoot met ADHD gehad. Nu ik zelf voor de klas sta, heb ik in al
mijn klassen twee tot vier leerlingen met ADHD. Hoe kan dat? Ik vond het
antwoord op de website van ADHD.
“Onderzoek toont aan dat de diagnose van wat nu ADHD wordt
genoemd, minstens teruggaat tot 100 jaar geleden. Voor die tijd bestond ADHD
ook wel maar dit werd nog niet als een probleem gezien. Toen werden veel
kinderen gezien als: lastig, druk, moeilijk handelbaar, agressief, zich niet
kunnen concentreren.”
Nu heb ik ook gelezen in een artikel dat ADHD een verzonnen
‘ziekte’ is. De psychiater die ADHD ‘in het leven heeft geroepen’, heeft nu op
zijn sterfbed gezegd dat ADHD niet bestaat. Het was een manier om jongeren aan
de medicijnen te krijgen, wat geld opleverde voor de medische industrie.
Ik weet niet goed wat ik er van moet denken. Misschien moet
ik mijn mening hier ook niet over delen, omdat ik er geen verstand van heb. Dat
doe ik dan ook maar niet.
Ik wilde hier een informatieve blog over maken, maar dat is
niet helemaal gelukt. Volgende keer beter.
Liefs!
zaterdag 5 oktober 2013
Vanaf nu ben ik ook te volgen op Twitter. Zo blijf ik toch nog een beetje bij de tijd.
Volg mij op @ElselineSnelten!
Volg mij op @ElselineSnelten!
Dagboek: Wil ik dit wel? (#5)
De titel zegt
het al. Ik heb me deze week meerdere keren afgevraagd of dit werk wel iets voor
mij is. Wil ik dit nog wel? Of zoek ik toch liever een baan zonder stress?
Want stress, dat
is toch wel hoe ik deze week in één woord zou kunnen omschrijven. Het begon op dinsdag, toen ik rond half zes thuis
kwam van een lange, moeizame dag. Eerst voorbereidend werk, daarna twee lessen
en vanaf 11 uur ’s morgens een ontzettend saaie studiedag. Saai, maar toch ook
wel inspirerend. Want toen ik op weg naar huis was, kwamen de ideeën één voor
één in mijn hoofd. En die gingen er ook niet meer uit. Thuis besloot ik eerst
alles van me af te schrijven. Ik wilde al mijn blogideeën op een rijtje hebben,
ik wilde mijn plannen uitwerken en ik wilde een overzichtje hebben met wat ik
deze week allemaal nog moest doen. En dat laatste… Daar ging het mis.
Ik vind het
altijd heel fijn om een to do-lijst te maken. Het schept rust, het geeft me houvast,
het is een fijn overzicht voor mezelf. Ik weet soms niet hoe ik de dag moet
doorkomen als ik geen lijstje heb gemaakt. Maar dat lijstje van dinsdag… Wow!
Ik gebruikte er anderhalve pagina voor en dan stonden er nog niet eens de
huishoudelijke taken op. Het is moeilijk uit te leggen wat er toen in mijn
hoofd gebeurde, maar het leek alsof er iets knapte. Hoe ga ik al die dingen
afhandelen vóór donderdag? Ik wilde niet meer. Niet meer naar mijn werk, geen
stomme klusjes, niet meer nakijken, geen cijfers invoeren. Ik wilde mijn pauzes
niet meer doorbrengen met collega’s om een beetje gezellig te doen – terwijl ik
me zó klote voelde, ik wilde niet meer aardig doen tegen de leerlingen, ik
wilde niet meer koken, ik wilde de was niet meer doen. Ik wilde niets.
Woensdag en
donderdag heb ik vrijwel de hele dag met hoofdpijn rondgelopen. Ik weet niet
meer hoe ik de lessen heb gegeven. Ik weet niet meer wat er goed of fout ging.
Ik heb geen idee hoe ik überhaupt de energie heb gehad om naar mijn werk te
gaan.
Heel even was ik
bang om weer terug te vallen naar het diepe dal waar ik een tijdje terug ook in
heb gezeten. Het ging ineens allemaal zo snel. Het was zelfs zo erg dat ik
donderdag op de weg terug naar huis tranen in mijn ogen kreeg bij het idee dat
ik dinsdag weer naar mijn werk moet. Het idee dat ik weer zo’n lijstje moet
maken met dingen die moeten gebeuren…
Ik weet wel
waarom het allemaal zo verkeerd is gelopen. Ik kan niet tegen stress. Ik heb
mijn rust nodig. Niet alleen ’s nachts, maar ook overdag. Zeker overdag. Met
mijn huidige rooster zit dat er niet in. Op dinsdag valt mijn rooster nog mee –
als ik geen studiedag heb waarbij ik van 11.00 tot 16.00 mijn ogen en oren open
moet houden en mijn hersens moet kraken. Mijn rooster op woensdag en donderdag
daarentegen is niet zo leuk. Op woensdag geef ik zes lesuren achter elkaar, op
donderdag zijn dit er zeven, gevolgd door een vergadering. Natuurlijk, er zijn
pauzes. Maar doordat ik geen enkel tussenuur op deze dagen heb, moet ik de
pauzes gebruiken voor rotklusjes. Praten met de leerlingen, stencils kopiëren,
toetsen printen enzovoorts. Het komt er dus op neer dat ik van 7.15 uur ’s
morgens (want dan begint het werken voor mij al) tot ’s middags 14.15/16.00 aan
één stuk door bezig ben. Noem me een aansteller, maar dit houd ik niet vol.
Echt niet.
Drie dagen
werken, vier dagen vrij lijkt ideaal. En in die vier dagen vrij kom ik echt wel
tot rust. Maar ik vraag me af of het opweegt tegen de drie stressvolle dagen
die ik heb. Drie dagen die bestaan uit vroeg opstaan, lang werken, boodschappen
doen, koken en, zodra ik heb gegeten, slapen. Daarom heb ik nu al, na een
maand, al besloten dat dit moet veranderen. Bij de eerstvolgende grote
roosterwijziging, in januari, ga ik vier dagen in de week werken. Eindelijk
weer tussenuren. Eindelijk weer genoeg tijd om tussen de lessen door adem te
halen. Eindelijk weer tijd om te genieten van het lesgeven.
Want ja, dat
lesgeven wil ik nog zeker wel een flink aantal jaren blijven doen!
Liefs!
P.S. Het zou
leuk zijn om op mijn blog alleen de leuke dingen van het onderwijs te laten
zien, maar helaas zitten er ook minder leuke kanten aan. En daar schrijf ik ook
over… Ik had ook graag gewild dat ik deze week een positief stukje kon
schrijven. Volgende week weer een kans!
Dag van de leraar
5 oktober, de dag van de leraar. Wat dat is? Ik heb geen
idee. Ik ga het even opzoeken.
Drie minuten later...
Oké, ik heb het. De dag van de leraar is simpelweg een dag
waarop de leraren in het zonnetje gezet kunnen worden. Omdat 5 oktober dit jaar in het weekend valt, is het dit jaar
verplaatst naar a.s. maandag. De dag van de leraar is in het leven geroepen
om het imago van het onderwijs te verbeteren. Hiermee wordt tegelijkertijd ook
het belang van goede leraren benadrukt, op een positieve manier.
Er wordt in het onderwijs weinig gedaan aan de dag van de
leraar – behalve een grote taart in de docentenkamer – maar leerlingen kunnen
wel zelf het initiatief nemen om zijn of haar leraar in het zonnetje te zetten.
Op de website van Dag van de leraar staan leuke activiteiten die de
leerlingen kunnen ondernemen om te laten zien hoe leuk ze hun docent vinden.
Ik heb het lijstje doorgekeken en ik zag er hele leuke
dingen tussen staan. Het makkelijkst in om de leraar een kaart te sturen. Er is
een speciale kaart ontworpen voor deze dag*. Een uitdagender idee in om een
flashmob te organiseren met alle klasgenoten, om een taart voor je leraar te
bakken, om een brief voor je leraar te schrijven of om een schoolkrant te maken
waarin je alle leraren in het zonnetje zet. Leuk!
Als ik nog op de middelbare school had gezeten en had
geweten over deze dag van de leraar, dan had ik het wel geweten!
Liefs!
* Ik zag laatst in de bioscoop een kaartenrek staan met deze
zogenaamde Boomerangkaarten. Ik jatte een stapel – sorry! – van zo’n honderd kaarten
mee. Deze kaarten heb ik verspreid in de postvakjes van mijn collega’s.
vrijdag 4 oktober 2013
De namen, een maand verder
Wat was ik
trots toen ik binnen een week de namen van de leerlingen van één klas al uit mijn hoofd
wist. We zijn nu iets meer dan een maand verder en ik wil graag een update
geven over hoe het gaat met de namen.
Als je alle namen van de leerlingen (van één klas) binnen
een week uit je hoofd kent, is de kans groot dat deze namen in je ‘korte
termijngeheugen’ zit. Even een note:
niets van alles wat ik op mijn blog publiceer berust op een onderzoek. Alles is
slechts ervaring! Na een weekend zijn de namen vaak verdwenen en kun je
opnieuw beginnen met leerlingen. En ook als de leerlingen ineens gemixt in de
klas zitten, dus op een andere plek, is de kans groot dat de namen niet meer in
je geheugen zitten. Tenminste, in mijn geheugen. Ik spreek graag voor mezelf.
Ik koppel de namen namelijk aan ‘dingen’. Sanne zit naast
Lisanne. Koen zit naast Koos. Max zit naast Maxime. Of Rosa draagt een rode
trui. Achmed zit achter, Floor zit voor. Ezelsbruggetjes dus. Na een wijziging
in het plattegrond zit Achmed ineens in het midden en zit Sanne naast Koos. En
de volgende dag draagt Rosa ineens een blauw T-shirt. Daar gaan je
ezelsbruggetjes.
Maar… Desalniettemin gaat het erg goed met de namen. Ik haal
af en toe nog wat namen door elkaar, of het duurt een paar seconden voordat ik
op de (juiste) naam kom. Maar dat geeft niet, de leerlingen begrijpen dat. Over
het algemeen ken ik alle namen van al mijn brugklasleerlingen en daar ben ik al
heel blij mee – en trots op!
Ik zag er als een berg tegenop om de namen te leren, ik was
doodsbang dat ik de namen na een half jaar nog niet zou weten. Zoals altijd,
angsten voor niets!
Liefs!
P.S. Ik wilde na een x aantal weken een update geven hoe het
met de namen van de leerlingen zou gaan. Ik denk dat het na dit stukje wel
duidelijk is dat die namen wel goed zitten. Dit is dus – zeer
waarschijnlijk – het laatste wat ik hierover schrijf. Volgend jaar weer!
donderdag 3 oktober 2013
Blog nummer 300
Op 14 december 2012, zes maanden na mijn start, bereikte ik
mijn eerste “mijlpijl”: mijn honderdste blog was een feit. Zo’n vijf maanden
later, op 7 mei 2013, stond mijn tweehonderdste blog online. Nu, vier maanden
later, komt blog nummer 300 online.
Als ik deze stijgende lijn, of dalende lijn – het is maar
hoe je het bekijkt, voort blijf zetten, komt mijn vierhonderdste blog rond het
begin van het nieuwe jaar online. En dat zou heel goed kunnen. Voorheen ‘deed
ik altijd maar wat’ qua het inplannen van mijn blogs. Ik schreef over een onderwerp
wat in me op kwam en dat zette ik online. Nu heb ik iets heel anders bedacht.
In de zomervakantie kwamen er ineens zoveel ideeën in mijn hoofd, dat ik alles
ben gaan inplannen. Ik weet nu precies wat ik wanneer op mijn blog wil zetten.
Ik hoef het alleen nog maar even te schrijven, alsof het niets is.
Niet alleen in de zomervakantie kreeg ik ideeën. Ook in de
eerste weken van het nieuwe schooljaar kwamen de onderwerpen te pas en te onpas
in me op. De meeste heb ik op kunnen
schrijven en onthouden, maar er zijn ook heel wat ideeën verloren gegaan.
Daarom heb ik nu altijd een notitieboekje bij de hand… De geweldige ideeën
kwamen trouwens pas echt bij de studiedag van deze week. Het onderwerp van de
dag was echt niet zo interessant. Het was zelfs zo onduidelijk wat het
onderwerp was dat ik me meerdere keren heb afgevraagd waar het nu eigenlijk
naar toe ging. Maar tussen al het gebrabbel door, hoorde ik toch wel wat
interessante dingen. Citaten, ideeën, tips, betekenisvolle woorden enzovoorts.
Gelukkig had ik pen en papier bij de hand. Iedereen dacht dat ik fanatiek
aantekeningen aan het maken was, maar in feite schreef ik wat onderwerpen op om
over te schrijven. De schade na vijf uur luisteren? Dertien nieuwe blogposts.
Ik moet ze nog wel schrijven, maar ze zitten al helemaal uitgewerkt in mijn
hoofd.
Maar… Waar plan ik al deze dertien posts in, als mijn
planning al bestaat uit gemiddeld vijf blogs per week? Mijn hoofd zit nu zo vol
met inspiratie dat ik het liefst alle dertien onderwerpen nu uittik, maar qua
tijd gaat dat niet heel goed lukken.
Om een lang verhaal kort te maken: het gaat goed met mijn
blog. De inspiratie is er in ruimvoldoende mate, de zin om te schrijven is er
absoluut. De statistieken zijn minder rooskleurig, want waar ik eerst nog
minimaal honderd tot honderdvijftig pageviews per dag had, zijn het er nu met moeite veertig. Een beetje jammer,
maar gelukkig zijn de bezoekers niet de hoofdreden van mijn blog.
Het enige wat ik nu nog nodig heb is tijd. Tijd om te
schrijven. Je zou toch denken dat het vinden van tijd geen probleem is bij
iemand die slechts drie dagen in de week werkt…
Liefs!
woensdag 2 oktober 2013
Wel of niet: de leerlingen zelf hun huiswerk laten nakijken?
Ja. Daar kan ik heel lang over doen, maar het kan ook gewoon
in één woord: ja. Natuurlijk, er valt van alles voor te zeggen. Ik weet dat er
collega’s zijn die dit niet doen, en al helemaal niet in de brugklas. Ik spreek hier trouwens alleen voor en over
wiskundecollega’s. Hoe het er bij andere vakken aan toe gaat en wat daar
optimaal is, dat weet ik niet… Maar voor nu: alleen wiskunde. Maar ik doe
het wel en ik vind het fijn.
Kijk, ik snap ook wel waarom mijn collega tegen de (brugklas)leerlingen zegt dat ze de antwoordboekjes thuis mogen laten en niet open hoeven te doen. Klassikaal nakijken kan in het begin heel fijn zijn om alle foutjes er bij de leerlingen uit te halen, om ze nog wat vragen te laten stellen en om de ‘veelgemaakte fouten’ er elke keer bij te vermelden, met daarbij ook de opmerking waarom die fouten veel gemaakt worden en hoe het wel moet. En zo. Maar ik vind het ten eerste – sorry – heel tijdrovend. Stom excuus natuurlijk, maar het is nu eenmaal zo. De voorkennis ophalen, de nieuwe theorie bespreken, samen oefenen, zelfstandig oefenen, schriftcontroles, vragen laten stellen en de les afsluiten kost al veel tijd en een lesuur duurt ‘maar’ vijftig minuten. En ten tweede… Nou ja, dat komt straks.
Kijk, ik snap ook wel waarom mijn collega tegen de (brugklas)leerlingen zegt dat ze de antwoordboekjes thuis mogen laten en niet open hoeven te doen. Klassikaal nakijken kan in het begin heel fijn zijn om alle foutjes er bij de leerlingen uit te halen, om ze nog wat vragen te laten stellen en om de ‘veelgemaakte fouten’ er elke keer bij te vermelden, met daarbij ook de opmerking waarom die fouten veel gemaakt worden en hoe het wel moet. En zo. Maar ik vind het ten eerste – sorry – heel tijdrovend. Stom excuus natuurlijk, maar het is nu eenmaal zo. De voorkennis ophalen, de nieuwe theorie bespreken, samen oefenen, zelfstandig oefenen, schriftcontroles, vragen laten stellen en de les afsluiten kost al veel tijd en een lesuur duurt ‘maar’ vijftig minuten. En ten tweede… Nou ja, dat komt straks.
Nee, ik begin er niet aan. Klassikaal nakijken, inclusief
het laten stellen van vragen, duurt zeker een kwartier. Waar moet je die tijd
vandaan halen? Ik laat de leerlingen zelf nakijken. Ik merk aan ze dat het nieuw
voor hen is om zelf na te kijken. Daarom vertel ik het er nog elke keer bij. ‘Kijk
thuis ook je huiswerk na,’ zeg ik vaak. Ik vraag me wel eens af of ze er niet
helemaal gek van worden. En toch zijn er altijd leerlingen die het vergeten.
Waarom ik ze zelf het huiswerk laat nakijken? Ik noemde net
al een eerste reden. Maar een tweede, hele belangrijke, reden: ze leren er veel
meer van. Denk ik. Dat is dan
natuurlijk vooral bij wiskunde het geval. Bij wiskunde gaat het vooral om het ‘doen’.
Je kunt de samenvattingen zo vaak lezen als je wilt, maar als je niet oefent,
dan gebeurt er niets. Tenzij je gezegend bent met een wiskundeknobbel.
In ieder geval… Ik zou er geen lang verhaal van maken. Ik
laat de leerlingen de opgaven maken, ik laat de leerlingen de gemaakte opgaven
nakijken en, het belangrijkste, ik laat de leerlingen hun opgaven – die ze fout
hadden, natuurlijk! – verbeteren.
Ik kan nog veel meer vertellen over hoe de leerlingen de
opgaven moeten verbeteren, maar dan wordt het een erg lange blog. Ik houd het
voor hierbij. Het belangrijkste is in ieder geval gezegd: ik laat de leerlingen
dus wél nakijken.
Liefs!
dinsdag 1 oktober 2013
Mijn voornemens, update 9
1 oktober 2013, nog een week tot mijn
verjaardag. En nog drie maanden tot het nieuwe jaar, de tijd om nieuwe
voornemens te bedenken. Maar eens natuurlijk nog even terugblikken op mijn ‘oude’
voornemens.
1. Verder
met mijn blog
Het is ongelofelijk, maar er staan nu bijna 300
blogs op mijn site. Wauw, wauw, wauw! Er is zelfs een week in september geweest
dat ik zes posts online heb gezet. Ook voor oktober staat mijn planning al vol.
Het gaat goed met de inspiratie!
2. Een boek schrijven
Ik weet niet meer wat ik mezelf allemaal heb
beloofd. Het enige wat ik weet is dat ik in september nauwelijks nog iets heb
geschreven. Eén boek is gelukt, maar of een tweede boek gaat lukken? De tijd
zal het leren.
3. Heel veel lezen
Nadat ik mijn doel van 25 boeken in het jaar heb
behaald, heb ik nog maar weinig gelezen. En dat terwijl er nog zoveel boeken in
mijn kast staan die wachten om ingekeken te worden. Ik geef voor nu even de
schuld aan de ‘opstartmaand’ op mijn werk. De komende maanden ga ik, zonder
twijfel, weer veel lezen!
4. Mijn andere blog oppakken
Over alle boeken heb ik een blog geschreven.
Klik hier om te zien welke boeken dat waren
en wat ik ervan vond.
5. Engels leren
Ik ben nog niet verder gekomen dan dat ene
Engelse hoofdstuk en die ene film zonder ondertiteling. Maar ik heb nog drie
maanden.
6. 50.000 woorden schrijven
In augustus schreef ik precies 50.000 woorden.
Wat een blijdschap! Ik had mezelf toegezegd even een maandje rust te geven en
dat heb ik gedaan. In oktober, vanaf vandaag dus, ga ik het weer oppakken.
Misschien dat ik verder ga met dit verhaal, misschien kies ik één van de andere
verhalen.
7. Mijn blogs bundelen
Eh… Ja, ook hiervoor heb ik nog drie maanden…
;-)
Liefs!
P.S. Nu ik dit zo teruglees, lijkt het net alsof
ik in september niets heb uitgespookt. Niets is minder waar. September stond in
het teken van mijn werk. Zoals ik al zei was dit echt een opstartmaand. Wennen
aan de leerlingen, wennen aan de extra taken die ik heb gekregen, wennen aan
alles… Maar oktober, november en december zullen – hopelijk – een stuk
productiever worden.
* Lees ook de eerdere blogs over mijn voornemens
*
maandag 30 september 2013
Mentor in het voortgezet onderwijs, hoofdstuk 2
Hoofdstuk 2 – Leerlingen in beeld
Afgelopen week las ik het tweede hoofdstuk uit dit boek.
Het waren slechts negen pagina’s en toch had ik er ruim een week voor nodig om
deze bladzijden te lezen. Hoe dat komt? Ik ben niet zo van de moeilijke
woorden. Dat merk je waarschijnlijk al aan mijn eigen geschreven stukjes. Bij
een tekst met (veel) moeilijke woorden haak ik snel af. Ik hou van lezen, maar het enige wat ik lees zijn jeugdboeken en
chicklits. Oeps. Als er in één zin al twee moeilijke woorden zitten, moet
ik de zin minimaal drie keer lezen voordat ik het snap. Als ik niet ondertussen
al ben afgehaakt.
Dit tweede hoofdstuk is onderverdeeld in vier paragraven. Zoals
de titel van het hoofdstuk zegt wordt in iedere paragraaf de leerling ‘in beeld’
gebracht. Ik zal hieronder kort iets schrijven over/bij elke paragraaf.
2.1 Tussen 12 en 18
De eerste paragraaf brengt ‘de puber’ in beeld. Wat speelt
er bij deze leerlingen? Wat gebeurt er met hun lichaam? Wat zijn alle fases
waar een leerling doorheen gaat in dit deel van zijn of haar leven? In deze
paragraaf wordt antwoord gegeven op al deze vragen. Je leest ook over de
verschillen tussen jongens en meisjes en – verrassend – over de depressieve
gevoelens van de jongeren.
2.2 De groep leeftijdsgenoten
In deze redelijk korte paragraaf wordt beschreven hoe een
jongere is in zijn of haar vriendenkring. Vooral ook hoe lastig het kan zijn om
ergens bij te horen. Want interesse tonen is belangrijk, maar als je te veel
interesse toont is het weer niet goed. Je moet je stijl een beetje aanpassen
aan de anderen, maar je moet niet proberen om op het te gaan lijken. En zo nog
wat dingen…
2.3 Kind in het gezin
Dit is een stukje dat ik altijd vergeet. Ik vergeet áltijd
dat een leerling ook gewoon een kind is. Voor mij is een leerling een persoon
dat bij mij in de klas zit. Een persoon dat rond de school hangt. Een persoon
waar ik van alles aan moet leren. Niet dat het ook een kind is van (hopelijk)
twee ouders, dat diegene broers en zussen heeft, dat er thuis nog van alles
speelt. Dit zal ongetwijfeld veranderen als ik zelf ooit kinderen krijg.
2.4 Kind en school
Kijk, dit is dan wel weer een paragraaf waarin ik me kan
vinden. Dit is het deel van de leerling wat ik zie. Echter is dit niet de enige
paragraaf van dit hoofdstuk en ook zeker niet het enige aspect bij een
leerling. Voordat ik een goede mentor kan worden, moet ik in gaan zien dat een
leerling veel meer is dan ‘een iemand die in mijn lokaal zit’.
Het tweede hoofdstuk bestond vooral uit (belangrijke!)
achtergrondinformatie wat ook zeker heel belangrijk is. Toch hoop ik dat de
volgende hoofdstukken voor mij interessanter zullen zijn. Meer voorbeelden uit de
praktijk, meer tips voor een (goede) mentor, meer houvast. We zullen het zien!
Liefs!
zaterdag 28 september 2013
Dagboek: Regels, regels en nog eens regels (#4)
Na een weekendje te hebben uitgeziekt, begon ik deze week
weer vol goede moed.
Maandag besloot ik mijn woonkamer herfst-klaar te maken. ’s Morgens ging ik de winkels af en ’s middags stond mijn bloemenvaas vol herfsttakken en stond er een mooi stukje op tafel. Ook heb ik in de boekwinkel ‘The Secret voor jongeren’ gekocht. Ik ben al een tijd benieuwd naar dit boek en het hele idee erachter, dus daar ga ik binnenkort aan beginnen.
Maandag besloot ik mijn woonkamer herfst-klaar te maken. ’s Morgens ging ik de winkels af en ’s middags stond mijn bloemenvaas vol herfsttakken en stond er een mooi stukje op tafel. Ook heb ik in de boekwinkel ‘The Secret voor jongeren’ gekocht. Ik ben al een tijd benieuwd naar dit boek en het hele idee erachter, dus daar ga ik binnenkort aan beginnen.
Op dinsdag gingen
mijn lessen verrassend goed. Mijn vriend vond mijn vorige dagboekpost zo
negatief. Deze week valt het gelukkig wel mee. In mijn brugklassen ben ik eerst
begonnen met het vertellen van de regels. Vijf regels, anders wordt het te
veel. De rest van de les heb ik de leerlingen in groepjes laten werken. Dat was
nog even wennen – misschien besteed ik daar de komende week een uitgebreidere
blogpost aan – maar ik hoop dat het vanzelf goedkomt als ze dit wat vaker doen.
Op woensdag heb
ik in de brugklassen de regels nog eens herhaald. Ook die dag gingen de lessen
weer goed. Ik ben blij dat ik deze vijf regels duidelijk heb opgesteld, want
het werkt wel. Eén van de regels gaat over de vijf-minuten-in-stilte-werken. Wat
een rust levert dat op!
Woensdag heb ik in mijn 2havo-klas ook de regels opgesteld. Niet
in samenspraak met de leerlingen, maar alleen. De les verliep daardoor best
goed!
Donderdag hadden
mijn brugklasleerlingen een toets. Heerlijk, drie uur lang alleen maar doen
alsof ik heel goed aan het controleren ben wie er aan het afkijken is! De les
in 2havo ging iets minder goed. Tijdens de klassikale uitleg deden ze wel goed
mee (yes!), maar tijdens het zelfstandig werken werd het een chaos. De
vijf-minuten-in-stilte gingen wel goed, maar daarna dachten de leerlingen dat
ze, als ze vijf minuten goed hadden gewerkt, dat ze daarna de boel mochten
afbreken. Eh… Nee, zo werkt dat niet. Ik merkte ook dat het vooral de mannen in
het lokaal waren die er een zooitje van maakten. Niet iedereen hoor, maar 80%
van de mannen was echt niet goed aan het werk. Daarom ga ik vanaf volgende week
met een nieuw plattegrond werken, waarbij de meisjes en de jongens gemixt
zitten. Ik wil dit plattegrond twee of drie weken aanhouden en daarna met de
klas bekijken hoe de lessen zijn verlopen. Ik ben benieuwd!
Op vrijdag was ik
thuis. Ik heb blogs geschreven, het huishouden gedaan, gelezen en sinds een
lange tijd weer naar de bibliotheek gegaan. Heerlijk, zo’n dagje!
Liefs!
vrijdag 27 september 2013
Mijn (onrealistische?) vijfjarenplan
Vrijwel iedereen heeft een idee waar hij/zij over één, vijf
of misschien zelfs tien jaar is. Laatst was ik met mijn vriend in gesprek over
de toekomst. Wat wil ik nog doen, wat wil ik bereiken en hoe zie ik alles voor
me?
- Ik wil nog minimaal twee verhalen afschrijven voor het einde van het schooljaar, inclusief de verhalen waar ik al mee begonnen ben.
- En heel veel sparen (ook ter voorbereiding op wat komen gaat).
Ik wil in 2014/2015:
- De boeken van vwo 4, vwo 5 en vwo 6 doorwerken, wiskunde A, wiskunde B en wellicht ook wiskunde D, ook ter voorbereiding op wat komen gaat.
- Ik wil minimaal twee verhalen schrijven.
- Ik wil heel veel sparen.
- En het allerliefst een eigen boek in de winkels krijgen.
- Ik wil minimaal twee verhalen schrijven.
- Verhuizen naar een droomhuis (lees: een huis met een extra werkkamer voor mij, een extra werkkamer voor mijn vriend en een ruimte ergens in huis waar ik een chaise longue neer kan zetten om heerlijk mijn boeken te lezen).
- Nog meer verhalen in de winkels krijgen…
- … en het zou ook leuk zijn om een zakcentje te verdienen met mijn blog – die tegen die tijd enorm goed bezocht en gelezen gaat worden. (Positief denken!)
- En omdat ik toch had gezegd dat dit een beetje onrealistisch zou zijn: ik zou het ook niet erg vinden om tegen die tijd columns te schrijven voor een onderwijsblad (of onderwijswebsite, ook leuk!).
Ik wil in 2016/2017:
- Nog steeds bijlessen geven,
- nog meer verhalen schrijven,
- heel veel geld sparen,
- schrijven, schrijven, schrijven,
- (uitgeven, uitgeven, uitgeven),
- en al mijn vorige plannen die nog niet zijn uitgekomen, waarmaken.
- Een jaar stoppen met werken.
- In één jaar tijd de eerstegraadsopleiding afronden (of ik dat kan? Vast wel. Of het mag? Dat is de vraag!)
- Ondertussen stage lopen op de school waar ik nu werk.
- En ondertussen gewoon doorschrijven met alles waar ik tegen die tijd voor schrijf.
Als je mijn blog al een tijdje volgt, weet je dat ik een
controlfreak ben. Lijstjes maken is een hobby van me en ik doe dit serieus elke
dag. Als het niet op papier of in mijn telefoon is, dan doe ik het wel in mijn
hoofd. En ja, ook van mijn vijfjarenplan moet een lijstje gemaakt worden.
Ik heb voor de zekerheid in de titel geschreven dat dit een
onrealistisch plan zal zijn. Puur en alleen zodat ik over mijn jaar, wanneer
mijn plan niet helemaal is uitgekomen, kan zeggen: ‘Ik zei toch al dat het
onrealistisch was?’ Ik ga echt wel mijn best doen, hoor. Maar wat sommige
dingen betreft ben ik ook best een klein beetje afhankelijk van eh… externe
instanties.
Oké, daar komt ‘ie.
Ik wil in 2013/2014:
- De boeken van havo 4 en havo 5 doorwerken, wiskunde A én
wiskunde B, ter voorbereiding op wat komen gaat.- Ik wil nog minimaal twee verhalen afschrijven voor het einde van het schooljaar, inclusief de verhalen waar ik al mee begonnen ben.
- En heel veel sparen (ook ter voorbereiding op wat komen gaat).
Ik wil in 2014/2015:
- De boeken van vwo 4, vwo 5 en vwo 6 doorwerken, wiskunde A, wiskunde B en wellicht ook wiskunde D, ook ter voorbereiding op wat komen gaat.
- Ik wil minimaal twee verhalen schrijven.
- Ik wil heel veel sparen.
- En het allerliefst een eigen boek in de winkels krijgen.
Ik wil in 2015/2016:
- Bijlessen geven aan leerlingen uit de bovenbouw om ervoor
te zorgen dat ik de bovenbouwstof niet nog een keer ‘vergeet’.- Ik wil minimaal twee verhalen schrijven.
- Verhuizen naar een droomhuis (lees: een huis met een extra werkkamer voor mij, een extra werkkamer voor mijn vriend en een ruimte ergens in huis waar ik een chaise longue neer kan zetten om heerlijk mijn boeken te lezen).
- Nog meer verhalen in de winkels krijgen…
- … en het zou ook leuk zijn om een zakcentje te verdienen met mijn blog – die tegen die tijd enorm goed bezocht en gelezen gaat worden. (Positief denken!)
- En omdat ik toch had gezegd dat dit een beetje onrealistisch zou zijn: ik zou het ook niet erg vinden om tegen die tijd columns te schrijven voor een onderwijsblad (of onderwijswebsite, ook leuk!).
Ik wil in 2016/2017:
- Nog steeds bijlessen geven,
- nog meer verhalen schrijven,
- heel veel geld sparen,
- schrijven, schrijven, schrijven,
- (uitgeven, uitgeven, uitgeven),
- en al mijn vorige plannen die nog niet zijn uitgekomen, waarmaken.
Ik wil in 2017/2018:
(Let op, hier komt het!)- Een jaar stoppen met werken.
- In één jaar tijd de eerstegraadsopleiding afronden (of ik dat kan? Vast wel. Of het mag? Dat is de vraag!)
- Ondertussen stage lopen op de school waar ik nu werk.
- En ondertussen gewoon doorschrijven met alles waar ik tegen die tijd voor schrijf.
Dit zou betekenen dat ik binnen nu en vijf jaar de
bovenbouwstof (opnieuw) beheers, dat ik de eerstegraadsopleiding heb afgerond,
dat ik in mijn droomhuis woon en dat ik een stuk of vijf verhalen van mijn hand
de boekwinkels in heb gekregen.
Of ik dat wil? JA!
Of dat lukt? Dat weet ik niet. Maar positief denken moet het
codewoord zijn, volgens ‘The Secret’.
Liefs!
Abonneren op:
Posts (Atom)





