woensdag 12 juni 2013

Tip: Zoek vooral jonge collega's op (#23)

Aan het begin van het jaar ben ik een dagje opgetrokken met alle ‘nieuwelingen’. We kregen uitleg over hoe alles op school in zijn werk gaat, hoe we de computers moeten bedienen, wat de regels zijn enzovoorts. Door deze dag ken je de andere nieuwe docenten al snel vrij goed. Zoals in de tip wordt beschreven zijn we inderdaad ook lotgenoten: we zijn allemaal nieuw en moeten allemaal nog van alles leren. Natuurlijk zitten er ook nieuwe docenten van middelbare leeftijd tussen, maar ook die kwamen (vaak) net van de opleiding af.

Hoofdstuk 24, tip 5: Zoek vooral jonge collega’s op
Zo’n eerste jaar is altijd zwaar. Andere beginnende leerkrachten zijn in die periode lotgenoten aan wie je veel steun kunt hebben. Ervaren docenten kunnen zich niet altijd verplaatsen in de situatie van een beginner. Die komen daardoor soms te snel met allerlei tips over hoe je het in de klas moet doen. Maar aan al die goedbedoelde tips en adviezen heb je vaak niet zo veel, want je moet in de eerste plaats je eigen manier zien te vinden. Emotionele steun van lotgenoten en het uitwisselen van ervaringen is dan heel belangrijk.

Door die eerste dag ben ik vaak in gesprek met de andere nieuwe collega’s. Over hoe het gaat, wat we als leuk of juist als lastig ervaren, waar we af en toe moeite mee hebben enzovoorts. De 2havo-klas aan wie ik lesgeef krijgt onder andere les van drie andere docenten die net als ik dit jaar op deze school zijn begonnen. Omdat ik toch vaak in de clinch lig met deze klas, praat ik graag met de andere docenten over deze 2havo-klas.

De tips die ik van deze collega’s krijg, zijn vaak veel bruikbaarder. Enerzijds natuurlijk omdat zij de leerlingen kennen. Maar aan de andere kant ook omdat zij ook van alles aan het uitproberen zijn. Ze stuntelen ook af en toe met die klas en merken ook dat het ene juist wel werkt en het andere totaal niet.

En daarbij voel ik me een stuk meer op mijn gemak tussen de andere beginners. Ze zijn net als ik nog heel veel aan het leren en ik vind het ook minder vervelend om tegen hen te vertellen dat ik het lesgeven af en toe nog knap lastig vind!

Liefs!

maandag 10 juni 2013

Docenten op Facebook

Dit jaar kreeg ik welgeteld één vriendschapsverzoek van een leerling op Facebook. En deze heb ik genegeerd. Ik ben daar vanaf het begin van mijn opleiding heel duidelijk in geweest: ik wil niet dat mijn leerlingen in mijn privéleven terecht komen. Ik vond het altijd al vervelend als ik mijn leerlingen in mijn vrije tijd in de stad tegen kwam, maar vrienden worden op Facebook vind ik nog een stapje verder. Ik wil niet dat ze al mijn foto’s kunnen bekijken!

Aan het begin van het schooljaar ging één van de vergaderingen over social media. Wat moet je doen als een leerling contact met je opneemt via Twitter, Facebook of één van de andere vormen. Het antwoord was dat de keus bij de docent ligt, als je er maar niet te ver in gaat. Geen berichtjes sturen tijdens lessen, geen afspraakjes maken met leerlingen (alsof ik dat zou doen!) en nog meer duidelijke regels. Toen kwam er één collega met het volgende geniale plan.

Op haar vorige school had ze een Facebookpagina opgericht speciaal voor haar leerlingen. Het was dus geen pagina waar ze haar foto’s op zette, maar een pagina met opmerkingen over het huiswerk, wat leerlingen niet moeten vergeten mee te nemen of te leren enzovoorts. Als de leerlingen dat wilden mochten ze haar daarop toevoegen en zo zouden ze op een moderne manier bijblijven van alles rondom het huiswerk voor dat vak.

Ik vond het meteen een briljant plan, maar daar heb ik nooit meer iets mee gedaan. Pas in de laatste weken zit dit weer in mijn hoofd. En ik weet dus ook wat ik in de zomervakantie ga doen! Ik wil een Facebookpagina openen met de naam ‘Mevrouw Snelten’ (maar dan natuurlijk mijn eigen naam) en daar ga ik voor mijn klassen voor volgend jaar het huiswerk opzetten. Ook stuur ik berichtjes over de proefwerken, want ze mee moeten nemen naar de les, een tip voor bij het huiswerk enzovoorts. En wie weet wordt het een soort helpdesk, als de leerlingen vragen gaan stellen over het huiswerk.

Ik ben benieuwd hoe het plan uit gaat pakken. Of er leerlingen zullen zijn die er interesse in hebben en of het ook echt gaat werken. Maar dat zie ik allemaal van zelf zodra het nieuwe schooljaar is begonnen!

Liefs!

zaterdag 8 juni 2013

Dagboek: Treinvertraging, gaslek en rekenmachines... (#35)

Het is bijna niet te beseffen hoe snel het jaar voorbij is gegaan. Eind 2012 dacht ik wel eens: kom maar op met die zomervakantie! Nu denk ik er toch een beetje anders over. Een paar weken vakantie is heerlijk, maar aan de andere kant moet ik mijn geweldige leerlingen gaan missen. Je weet nooit wat voor leerlingen er volgend jaar voor in de plaats komen.

Oké, terug naar de afgelopen week. Ik ben deze week in al mijn klassen begonnen aan het laatste hoofdstuk. Maandag begon dat in mijn drie brugklassen, nadat ik eerst het dramatisch slecht gemaakte SO had gegeven. Verder was mijn werkdag niet heel bijzonder. Maar dat is ook wel eens lekker.

Afgelopen dinsdag had ik echt geen zin om mijn bed uit te komen. Tegen mijn vriend had ik gezegd dat ik tegelijk met hem naar het werk zou gaan, maar toen hij er om half zes uit ging, veranderde mijn plan. Ik zou wel twee uurtjes later gaan! Dat betekende wel dat ik op mijn werk minder tijd had om alles wat ik wilde doen (tweede versie van een toets maken, stencils voor de rekenlessen maken en kopiëren, les voorbereiden...) ook echt af te krijgen. Ik werkte op een recordtempo en voordat mijn les begon, had ik alles afgestreept!

Woensdag was ik vrij. 's Morgens deed ik wat ik tegenwoordig altijd doe op een vrije dag. Uitslapen (tot 8.00...), internetten, schrijven en het huishouden. De avond zag er anders uit. Door een lek in de gasleiding had ik al twee dagen geen gas, dus ik kon niet koken en douchen. Met mijn douchespullen vertrok ik naar mijn vader. Mijn vriend en ik hebben daar gegeten en 's avonds vertrokken we weer naar huis.

Die nacht sliep ik kort. Ik was donderdagochtend ook flink chagrijnig daardoor. Gelukkig knapte het wat op toen ik naar mijn werk ging, maar op de terugweg had ik er weer last van. Door problemen bij de NS kwam ik bijna een uur later thuis dan gepland en dat was niet zo leuk. Ik ging 's avonds vroeg naar bed, zodat ik wat slaap in kon halen.

Vrijdag werd ik gelukkig een stuk beter wakker. Dat werd helaas verpest toen ik mijn eerste brugklas voor mijn neus kreeg. Al mijn brugklasleerlingen kregen vandaag een repetitie. Daarbij ging het onder andere over de omtrek en oppervlakte van een cirkel. Dus met pi. Dus met een rekenmachine. En dan ben je echt… tja, hoe zal ik het noemen? Dan ben je echt bijdehand als je je rekenmachine thuis laat liggen of zelfs kwijt bent. Pfff. Het bleef trouwens niet bij één leerling. Ook in de twee brugklassen die ik daarna had was er minstens één leerling die geen rekenmachine bij zich had. Ik kan er zo moe om worden! Wanneer worden ze eindelijk eens volwassen en gaan ze voor hun eigen spullen zorgen?

Eindelijk is het weekend. Ik zeg altijd wel dat de tijd zo snel gaat, maar ik heb de laatste weken toch wel steeds vaker dat de weekenden zo ver weg lijken te zijn. Misschien komt het omdat ik er steeds meer naar ga verlangen.

Liefs!

Hoera, 1 jaar!

Afgelopen woensdag bedacht ik me ineens dat ik vorig jaar juni mijn blog was gestart. Ik keek snel bij al mijn blogposts en ik zag dat de eerste post op 8 juni 2012 online is gekomen. Ik besta vandaag dus precies 1 jaar!
Het beginnen van een blog over lesgeven is nog steeds één van de beste beslissingen in mijn leven geweest. Er is daardoor in dit jaar zoveel voor mij veranderd. Allereerst kan ik de dingen die ik meemaak nu heel goed naast me neer leggen. Ik kan vervelende dingen van me af schrijven en daarna direct weer vergeten.

Ook ben ik het lesgeven zelf een stuk leuker gaan vinden. Vooral in het laatste jaar zag ik heel erg op tegen mijn stage. Ik was ontzettend zenuwachtig en onzeker als ik weer voor de klas moest staan en ik bedacht altijd allemaal smoesjes zodat ik het kon ontlopen. Nu is dat helemaal niet meer zo. Ik ga echt met plezier naar mijn werk en vaak ga ik ook met een grote glimlach op mijn smoel weer terug naar huis.

De afgelopen 365 dagen heb ik me meer beziggehouden met alles om het lesgeven heen. Als ik tijdens een vergadering iets hoorde wat ik niet kende (WISC-test, clusters), dan ging ik het opzoeken en daar over schrijven. Als ik een tafeltjesavond had, schreef ik precies op hoe ik me heb voorbereid. Als ik iets vervelends of leuks meemaakte, zette ik dat online.

Ook voor mijn blog zelf is er meer veranderd. Naast dat er meer blogs online komen, gaan ook de bezoekersaantallen omhoog. Vorig jaar was ik heel blij als ik op één dag acht bezoekers had. Nu ligt het aantal pageviews gemiddeld rond de 150. Hopelijk blijft die stijging erin zitten!

Het komende jaar ga ik lekker door met schrijven. Je kunt van mij nog steeds drie posts per week verwachten en af en toe wat meer. Binnenkort is het vakantie, dus dan heb ik tijd genoeg om te schrijven!

Liefs!

vrijdag 7 juni 2013

Inspiratiebron van een tiener, deel II

Dinsdag gaf ik een les waarin er voornamelijk zelfstandig gewerkt moest worden. De theorie had ik binnen een paar minuten besproken, dus de rest van de les was erg saai. Zowel voor de leerlingen als voor mij. Om de tijd een beetje te doden, knoopte ik een gesprek aan met één van de leerlingen.

“Fabian, hoe is het met je vrouw?” vroeg ik.
Het was al weer een paar weken terug dat deze jongen over zijn inspiratiebron begon en ik heb er sindsdien niets meer van gehoord. Na het vorige gesprek dat ik met hem had, was ik toch wel nieuwsgierig.
“Goed,” zei Fabian lachend. “Ik heb haar bij me.”
Hij opent zijn tas en haalt er een papiertje uit. Dit keer weer van een of ander grietje uit een tijdschrift. Het is een ander plaatje dan vorige keer. Het hoofd zit er vandaag nog wel op.
“Ze ziet er anders uit dan de vorige keer,” merk ik op.
Hij knikt en kijkt glunderend. “Ik ben hertrouwd.”

Ik was sprakeloos.

Liefs!

donderdag 6 juni 2013

Geef ze succeservaringen - in de praktijk

Een tijdje geleden schreef ik over de tip ‘Geef ze succeservaringen’, over leerlingen met faalangst. Dit heb ik van de week in de praktijk gebracht.

Mijn brugklasleerlingen hebben laatst een toets gemaakt die eigenlijk net iets te lastig voor ze was. Hierdoor scoorden heel veel leerlingen een onvoldoende. Zware onvoldoendes, zoals tweeën en drieën. Er werd na de toets geklaagd en sommige leerlingen schreven op het blaadje dat ze er niet veel van snapten. Zo ook één van mijn leerlingen met faalangst.

“Mevrouw, ik heb de toets echt extreem slecht gemaakt,” stond er op het blaadje. Tijdens het nakijken hield ik mijn hart vast. Gelukkig bleek hij het helemaal niet zo rampzalig gemaakt te hebben zoals hij dacht. Er kwam een ruime 6 als cijfer uit. Niet verkeerd dus, als je het vergelijkt met de andere cijfers.

Omdat ik heb nog even een spreekwoordelijke klop op zijn schouder wilde geven, liep ik aan het eind van de les naar hem toe. “Stefan, weet je dat jij ruim anderhalf punt boven het gemiddelde van de klas zit? Echt ontzettend goed van je!” Ik zag de jongen, vandaag Stefan genoemd, stralen en met een glimlach weggaan. Zo doe je dat!

Liefs!

woensdag 5 juni 2013

10 manieren om... een vervelende les snel te vergeten

Veel van mijn lessen verlopen goed, maar ik heb ook wel eens een vervelende les ertussen zitten. Klierende kinderen, slechte voorbereiding enzovoorts. Ik was vroeger een kei in het piekeren na zo’n les. Gelukkig is dat nu een stuk minder. Vandaag heb ik een lijstje opgesteld met tien manieren om zo’n les snel te vergeten (of aan te pakken). Doe er je voordeel mee!

Tien manieren om een vervelende les snel te vergeten:
1. Schrijf het van je af. Natuurlijk moet je dat alleen doen als je van schrijven houdt en als dit voor je helpt. Voor mij is deze blog ontstaan om dingen van me af te schrijven. Gelukkig maak ik niet heel veel vervelende lessen mee, maar als ik eens iets mee maak wat ik graag van me af wil zetten (zoals deze frustraties), dan is mijn blog een enorme uitkomst!
2. Praat erover met een vriend of een vriendin. Ik kan af en toe heerlijk klagen tegen mijn vriend. Hij biedt dan een luisterend oor en geeft me eventueel advies. Daarna ben ik er weer vanaf en kan ik vrolijk doorgaan met mijn dag.
3. Maak een lijstje van alles wat er wel goed ging en alles wat niet goed ging. Zo breng je je les in kaart. Probeer vooral veel positieve punten te verzinnen, dat is goed voor je zelfvertrouwen.
4. Of maak een lijstje met alleen maar positieve punten. Dan verdwijnt je onzekerheid en/of rotgevoel als sneeuw voor de zon.
5. Mocht het niet helpen om alleen positieve punten op te schrijven, schrijf dan alleen de dingen op die niet goed gingen. Schrijf daarbij ook op waarom je denkt dat het niet goed ging. Bijvoorbeeld: de leerlingen letten tijdens de klassikale uitleg niet op, omdat de uitleg te moeilijk is. Of iets dergelijks.
6. Bedenk plannen hoe je iets vervelends volgende keer kunt oplossen…
7. of hoe je het de volgende keer kunt voorkomen.
8. Praat erover met een (stage)begeleidster of collega. Zo iemand kan je vaak advies geven waar je zelf nooit op gekomen zou zijn.
9. Lukt het allemaal niet en/of heb je geen zin om nog heel lang bij de les stil te staan? Ga iets leuks doen. Een middagje winkelen, ga een stukje fietsen, lees een boek, kijk een leuke film, spreek met vrienden af of ga uit eten. Gegarandeerd dat je de les zo vergeten bent.
10. Accepteer het en ga door. Eén slechte les maakt je nog geen slechte docent. Sterker nog, het zou heel vreemd zijn als al je lessen wel goed zouden gaan.

Liefs!

dinsdag 4 juni 2013

Nog even niet...

Wat ben ik toch een enorme geluksvogel. Gisterochtend, tien minuten voordat ik op mijn werk was, bedacht ik me ineens dat ik in mijn postvakje zou vinden of ik volgend jaar mentor zou worden. Ik begon enorm te duimen en dat bleek geholpen te hebben. Er stond op mijn takenlijstje dat ik geen mentor zou worden. Lucky me!

Met een collega sprak ik er over in de pauze. Hij verbaasde zich erover dat ik geen mentor zou worden, want hij was juist degene die een goed woordje voor me had gedaan bij mijn werkgever. "Ik denk dat Elseline wel een leuke mentor zou zijn," had hij tegen hem gezegd. Ik schrok even toen ik dat hoorde. Waarom had hij dat gezegd, zonder het eerst even met mij te overleggen?

Toen ik het even had laten bezinken vond ik het toch wel leuk om te horen. Hij ziet in mij een leuke mentor en dat is toch wel positief. Maar aan de andere kant is 'leuk zijn' natuurlijk maar één van de vele eigenschappen die een mentor zou moeten bezitten. Er is daarnaast nog zo veel meer! En voor nu vind ik niet dat ik een goede mentor zou zijn. Ik ben daar nog veel te onvoorbereid voor, ik zou niet weten hoe dat allemaal werkt en het idee alleen al geeft me de kriebels. Laat mij nog maar even een jaartje oriënteren.

Als ik vanmiddag thuiskom uit mijn werk, ligt (als het goed is) mijn bestelde boek op de deurmat. Ik ben ontzettend benieuwd naar de inhoud ervan. Ik heb nog een heel jaar om me voor te bereiden (misschien zelfs nog langer), dus ik ga elke letter van het boek tot me nemen. De zomervakantie lijkt me daar ook een uitstekende periode voor. Ongetwijfeld dat daar posts over op mijn blog komen! 

Liefs!

maandag 3 juni 2013

Help, ik word (misschien) mentor!

Als deze blog online komt, weet ik al of het echt zo is. Voor nu (zondagochtend, het moment waarop ik dit schrijf) blijft het even duimen. Duimen dat ik het niet word. Ik heb het hier over mentor worden.

Afgelopen vrijdag vroeg iemand aan mij of ik mentor zou worden.
“Mentor? Nee! Dat denk ik niet. Dan zou ik het toch allang gehoord hebben?”
Mijn collega lachte. “Dat zou je denken. Bij onze school is het zo dat het ineens in je takenpakket valt.”
Pfff! Wat een ramp. Dan loop ik morgen (vandaag) dus de school binnen, open ik mijn postvakje, kijk op mijn takenplaatje voor komend jaar en dan zie ik daar ineens staan dat ik mentor word. Of niet. Wat een rare regeling.

Ik hoop heel erg dat ze mij nog een jaartje willen sparen. Volgens mijn collega word iedereen mentor als je daar al meer dan een jaar in dienst bent. Hopelijk wil mijn werkgever me dat nog even ontzien. Mentor worden lijkt me namelijk niets voor mij. Ik vind dat meer iets voor mijn collega’s die al vader of moeder zijn van een puber en die al ervaring hebben met al die problemen die zich afspelen in de hoofden van pubers. Dat is niets voor mij. Ik ben zelf nog maar een kind.

En stiekem lijkt het me ook heel eng om al die oudergesprekken te voeren. Want reken maar dat het aantal op een tafeltjesavond wordt verdubbeld. Iedere ouder moet je ook aan het begin van het jaar even opbellen om te vertellen hoe het met hun zoon/dochter gaat. Je moet constant in contact blijven als het even wat minder gaat met een leerling. En je krijgt natuurlijk een hoop verwijtende blikken van de ouders als er iets niet goed gaat op school. Want het ligt altijd aan jou, echt waar.

Voor het geval dat ik toch ineens mentor word, heb ik op bol.com alvast een boek gekocht ter voorbereiding. Mentor voor het voortgezet onderwijs. Mocht ik nou morgen (vandaag dus) toch zien dat ik mentor word, dan kan ik me in de zomervakantie alvast voorbereiden. Want ik heb dus echt geen idee wat me naast de gesprekken met ouders, leerlingen en collega’s allemaal te wachten staat.

Liefs!

zaterdag 1 juni 2013

Dagboek: De tweede activiteitenweek (#34)

Op zondag begon het al. De zenuwen. Ik kan niet goed tegen onverwachte momenten en een activiteitenweek zit vol met dit soort momenten. Niets voor mij dus, zo'n week.

Maandagochtend grapte ik - zoals wel vaker - tegen mijn vriend dat ik thuis zou blijven. Natuurlijk ging ik wel mijn bed uit en maakte ik me klaar voor de dag. Maar natuurlijk wel met tegenzin.
Maandag was absoluut geen leuke werkdag. Achteraf is het wel te relativeren, maar op dat moment vond ik het verschrikkelijk. Daar schreef ik dan ook een blog over.

Dinsdag verliep gelukkig een stuk beter. De zenuwen die ik die ochtend had waren voor niets. Dinsdag was ik namelijk vooral bang voor de twee (voor mij onbekende) klassen aan wie ik die dag les ging geven. Met name over de eerste klas gaan vervelende verhalen. Toen ik ze voor mijn neus had, viel het me reuze mee!

Woensdag had ik een drukke dag gepland. Toen ik 's morgens wakker werd, wist ik dat het er niet in zat. Zo mooi als de dag dinsdag was, zo regenachtig was de dag woensdag. Daarom kroop ik achter de computer om blogs te schrijven, keek ik de toetsen van de brugklas na en keek ik de tv-programma's die nog voor mij klaar stonden.

Donderdag had ik een activiteit buitens huis. Er stond een dag pretpark op het programma met onder andere één van mijn brugklassen. Af en toe een pretpark vind ik wel leuk, maar afgelopen winter ben ik nog in hetzelfde park geweest. Van mij hoefde het dus ook niet zo. Daarom nam ik mijn boek mee en heb ik de hele dag (bij elkaar maar vier uurtjes) in het restaurant gezeten. Dat is nog eens een leuke baan, dat lesgeven!

Op vrijdag heb ik me meerdere keren afgevraagd waarom ik niet gewoon thuis ben gebleven. ’s Morgens vroeg stond ik al vroeg klaar voor de sportdag. Ik hoefde (gelukkig) niet al te sportief gekleed, dus in een spijkerbroek en sneakers stond ik even later op het sportveld van de school. Ik was benieuwd wat ik moest doen.
Even later wist ik het. Ik hoefde niets te doen. Ja, oké. Ik mocht opletten of er geen gewonden gingen vallen, of dat er ruzies zouden plaatsvinden. Met vijftien anderen. Verdeeld over twee velden. Iedereen die een klein beetje kan rekenen, snapt dat we overbezet waren. Waarom zestien mensen om twee sportvelden in de gaten te houden? Ik snapte het ook niet. Ik heb de hele dag in de zon gezeten, me verveeld, af en toe met mijn telefoon gezeten en met mijn collega’s gepraat. Dat was het. Ik was ontzettend blij toen ik eindelijk naar huis mocht. Ik ben een ontzettend lui meisje, maar van zo’n dag word ik zelfs gek!

Dit weekend ga ik me voornamelijk richten op het huishouden. De afgelopen week is dat een beetje blijven liggen. Volgende week heb ik gelukkig weer een gewone lesweek. Eén van de laatste…

Liefs!

Mijn voornemens, update 5

Vandaag is het 1 juni 2013. De zomer komt steeds dichterbij. Hoe zit het met de voornemens die ik aan het begin van dit jaar maakte? Hieronder heb ik mijn vijf voornemens op een rijtje staan, met daarbij een korte tekst.

1. Verder met mijn blog
Het magische getal 200 ben ik al gepasseerd. Ik zit nu op 217 blogs. Vooral deze week heb ik veel blogs online gezet. Maar liefs zes! En dan ben ik zelfs vergeten om een dankbaarheidslijstje te schrijven.

2. Een boek schrijven
Wow, wow, wow. I did it! In de meivakantie had ik de smaak te pakken. Mijn vriend was drie dagen niet thuis, dus dat gaf mij de gelegenheid om achter de computer te kruipen. Ik bleef schrijven en uiteindelijk was het eind in zicht. Yes! Ik ben zo nu en dan nog bezig met het zetten van de puntjes op de i. Daarna ga ik het (waarschijnlijk) opsturen en dan heel hard duimen dat mijn wens uit gaat komen.

3. Heel veel lezen
Mijn voornemen was om in de meivakantie drie boeken te lezen. Dat is gelukt. Daarna ben ik nog door blijven gaan met lezen. Die 25 boeken in 2013 gaat wel lukken. Makkelijk zelfs!
De boeken die ik heb gelezen waren voornamelijk van de Nederlandse chicklitschrijfster Petra Kruijt. Allemaal aanraders!

4. Mijn andere blog oppakken
Over alle boeken heb ik een blog geschreven.

5. Engels leren
Nee...

Liefs!

donderdag 30 mei 2013

Een kleine verandering


Ik vind het soms nog best lastig om me aan mijn eigen planning te houden. In het bijzonder de planning van mijn blog. Het dagboekverhaal op zaterdag lukt prima, een tip van de week gaat ook nog wel. Maar de artikelen van maandag vind ik best lastig. Op maandag wil ik iets informatiefs online zetten. Bijvoorbeeld over voorkennis activeren, over daltononderwijs of over de les afsluiten. Aan het begin had ik inspiratie genoeg. Ik kon zo vijf blogs op een dag schrijven en dan had ik er nog geen genoeg van.

De laatste tijd vind ik het wel lastig worden. Ik weet af en toe even niet waar ik de inspiratie vandaan moet halen, dus dan ga ik maar iets verzinnen. Voor mij komt het dan heel onnatuurlijk over. Alsof ik met tegenzin zit te schrijven, terwijl ik het normaal gesproken heel leuk vind. Daarom wil ik het een beetje anders doen.

De artikelen op woensdag en zaterdag blijven ongeveer gelijk. Op zaterdag blijft er sowieso een dagboek online komen waarin ik in een beknopte versie schrijf over hoe de week is verlopen. Op woensdag zal ik een tip afwisselen met een lijstje (10 manieren, 10 redenen…). Het enige wat er zou kunnen veranderen is dat ik soms twee weken achter elkaar een tip plaats in plaats van dat er een lijstje tussendoor staat. Het ligt er maar net aan hoeveel inspiratie heb.

Op maandag wil ik een informatieve post online zetten, maar het zou heel goed kunnen dat er een keer iets anders daarvoor in de plaats staat. Iets wat ik heb meegemaakt in mijn les en wat ik graag wil delen, iets wat ik meemaak onder mijn collega’s of iets anders dat wel met mijn werk te maken heeft, maar niet zo zeer met de theorie.

Ook het tijdstip waarop de blogposts online komt gaat veranderen. In plaats van 15.00 uur komen de posts om 13.00 uur online. Dit geldt voor de artikelen op maandag, woensdag en zaterdag. Mocht ik nog stukjes tussendoor schrijven en spontaan op mijn blog willen plaatsen, dan kan het zijn dat deze later online komt (omdat ik het pas na 13.00 uur schrijf).

Liefs!

woensdag 29 mei 2013

Tip: Geef ze succeservaringen (#22)

Voor vandaag heb ik een tip geplukt uit het hoofdstuk ‘Faalangst’. Ik vond faalangst altijd maar iets raars. Ik snapte niet dat anderen bang konden zijn voor een toets of een tentamen. Ik vond het juist hartstikke leuk om een toets te maken. En als het cijfer tegenviel… Tja, dan kwam er wel weer een andere kans om het op te halen.

Sinds ik stage loop, ervaar ik pas echt hoe het is als een leerling faalangst heeft. Ze zijn sowieso al doodsbang als ze het lokaal in lopen wanneer er een toets is, maar het heeft nog vele andere kanten. De leerlingen maken geen oogcontact, ze durven niets te vragen en/of zullen nooit uit zichzelf een praatje beginnen.

Hoofdstuk 18, tip 4: Geef ze succeservaringen
Kleine en grotere succeservaringen geven faalangstige leerlingen geleidelijk meer zelfvertrouwen. Dat is dé manier om faalangst te bezweren. Geef positieve of – als dat niet kan – neutrale feedback. Laat hun het succes, hoe klein ook, ervaren.

Aan het begin van het schooljaar kreeg ik een lijstje. Op dit lijstje stond van alles over bepaalde leerlingen. Dyslexie, zwaarlijvigheid, gescheiden ouders. En dus ook of ze faalangst hebben. In principe heb je dit lijstje niet nodig om te zien wie er faalangst heeft en wie niet. Na een paar weken pik je die leerlingen er namelijk zo uit.

Toch is het handig om het meteen vanaf het begin van het schooljaar al te weten. Niet dat ik dan alleen die leerlingen een compliment geef en de niet-faalangstige leerlingen niet, maar ik leg er toch extra de nadruk op. Soms geef ik hetzelfde compliment wel drie keer achter elkaar. “Wauw, dat heb je goed gedaan. Ik ben echt trots op je, hoe je die opgave hebt opgelost. Echt heel goed gedaan!” Even extra stilstaan bij een succeservaring kan geen kwaad.

Ik merk wel dat ik leerlingen met faalangst minder vaak klassikaal aan het woord laat. Ze steken sowieso hun vinger niet (vaak) op, maar ik zou het ook heel sneu vinden als juist zó een leerling een vraag fout beantwoord. Eigenlijk best wel slecht, want zo geef ik de leerlingen nog minder de kans om (openbaar) een succeservaring op te doen.

Liefs!

dinsdag 28 mei 2013

Docenten wegpesten

“Mevrouw”, begon een leerling uit 2havo zijn verhaal. Ik was benieuwd wat hij wilde zeggen, omdat hij negen van de tien keer met zijn woorden een glimlach op mijn gezicht kan toveren. “Ik had echt niet verwacht dat u het zo lang met ons zou uithouden.”
Ik keek hem aan en vroeg hem wat hij dan had gedacht. “Dacht je dat ik me zou laten wegpesten door jullie?”
Hij haalde zijn schouders een beetje op. “Dat niet, maar we zijn wel een hele moeilijke klas.”
Ik kon niet anders dan dat beamen.
“En vorig jaar hebben we ook vier docenten gehad voor wiskunde.”

Vier, wow! Ik dacht altijd dat ze er ‘slechts’ drie hadden versleten, maar er was dus ook nog een vierde. De jongen noemde alle namen op van de docenten die hij in de brugklas voor wiskunde had. Ik kende geen van alle vier, want ze waren al weg voordat ik er kwam werken.

Dat ik me dit gesprek van twee weken terug nog goed kan herinneren wil toch wel iets zeggen. Ik sta er echt versteld van dat één klas in een jaar tijd vier docenten wiskunde kan wegpesten. Ik heb me ook alle tussenliggende dagen (de dagen tussen het gesprek met de leerling en de dag dat ik deze blog schrijf) afgevraagd hoe het zo ver heeft kunnen komen. Ik zou het helemaal kunnen analyseren (rotkinderen, docent niet stevig genoeg in schoenen, andere redenen?), maar ik wil het vandaag dichter bij mezelf houden.

Als je mij een tijdje terug voor deze klas had gezet, zou ik ook niet weten wat er met me was gebeurd. Ik sta al niet heel stevig in mijn schoenen, maar toen ik net begon aan de opleiding was dat natuurlijk nog minder. Ik zou een makkelijk doelwit zijn en volgens mij is dat nog maar een understatement. Als ik de docent wiskunde van deze klas was geweest, was ik waarschijnlijk ook een prooi. Hoelang zou ik het volgehouden hebben? Zou ik het een paar maanden hebben geprobeerd of zou ik na een week al mijn spullen hebben gepakt?

Wat zou er na het ‘wegpesten’ komen? Ik zou mijn spullen pakken, en dan? Wat doe ik de dagen erna? Ik kan wel een redelijke schatting maken. Ik zou eerst dagenlang huilen, piekeren en chocola eten. En daarnaast al het andere troostvoer dat ik in de dichtstbijzijnde supermarkt zou vinden. Daarna kan het twee kanten op gaan. Solliciteren naar een nieuwe baan en proberen het ergens anders wel te maken. Of nog dieper zakken en uiteindelijk weer wekelijks bij de psycholoog aan tafel zitten om te praten over wat dan ook.

Dat zou mogelijk mijn verhaal zijn. Maar wat is er gebeurd met deze vier (ex-) wiskundedocenten? Zouden ze nog steeds thuis zitten, terugdenkend al alle mislukte lessen? Zouden ze kilo’s zijn aangekomen van alle keren dat ze hun emoties weg aten? Zouden ze ook wekelijks een uurtje praten met een professional? Zouden ze inmiddels al een nieuwe baan hebben gevonden? Of zouden ze hebben gedacht dat lesgeven niets voor hen is en een carrièreswitch gemaakt hebben en nu een topbaan hebben (of juist ergens achter de kassa zitten)?

Vragen, vragen, vragen. Wie weet zoek ik ze nog eens op Google op, of vraag ik het aan mijn collega’s. Misschien kom ik ze ooit nog eens toevallig tegen, bijvoorbeeld als ik zelf van werkgever verander. Niet dat dat in de planning zit, maar je weet maar nooit…

Liefs!

zaterdag 25 mei 2013

Dagboek: Pinksteren, mailtjes en to-do-lists (#33)

Wat een gekke week was dit. Het begon ontzettend rustig (maandag had ik een vrije dag), maar vanaf dinsdag had ik het ineens heel druk. Waarmee? Ik zou het niet weten. Ik weet alleen dat ik 's avonds steeds zo moe was dat ik op de bank ik slaap viel. Gelukkig maakte mijn vriend me steeds later op de avond wakker zodat ik de rest van de nacht spendeerde in mijn eigen bed.

Zoals ik al zei, de week begon rustig. Maandag had ik namelijk een vrije dag. Tweede pinksterdag. Ik heb geen flauw idee wat ik die dag heb gedaan, maar erg productief was het niet. Ik bracht volgens mij wat tijd door achter mijn computer, achter de televisie en met een boek. Nogmaals, productief was het niet.

Dinsdag was ik gelukkig wel wat actiever. Ik gaf vier lessen, die eigenlijk allemaal wel zonder problemen verliepen. Daarnaast stuurde ik heel wat mailtjes, maakte ik een verslag over een les die ik had bijgewoond bij een collega en deed daarnaast de huishoudelijke taken. 's Avonds zakte ik onderuit bij de televisie. Na zo'n dag voel ik me toch meer voldaan als een dag zoals maandag.

Ook op woensdag had ik het druk. Wat zeg ik? Ik had het de rest van de week druk. Ik sta op en voor ik het weet ga ik weer naar bed. Een moment van rust kende ik afgelopen week niet, tenzij je het wachten in de rij bij de supermarkt meerekent.

Donderdag was ik weer druk met wegstrepen. Ik begon de dag met een redelijk kort lijstje, maar naarmate de dag vorderde werd mijn to do-list alleen maar langer. Gelukkig verliep alles op rolletjes. Mijn lessen gingen goed, in de tussenuren heb ik veel kunnen doen, mijn bijlesuur aan de brugklassen gingen goed en de vergadering... Tja, dat was een vergadering zoals ieder ander.

Vrijdag had ik alles behalve een weekendgevoel. Vanaf dat ik de school binnen kwam (kwart over zeven) tot het moment dat ik weg ging (kwart voor vier) ben ik druk bezig geweest met van alles en nog wat. Gelukkig hadden mijn drie brugklassen een toets en kon ik tijdens die uren rustig bijkomen.

Ook een leuk dingetje van vrijdag: toen ik tegen mijn leerlingen uit 3havo zei dat ze de rekentoets met een rekenmachine mogen maken, veranderde hun hele houding. Ik heb ze nog nooit zo hard zien werken!

Ik heb deze week drie dagen gewerkt, maar het leken er ruim het dubbele. Bijkomen in het weekend zit er even niet in. Vandaag, zaterdag, ga ik met mijn zusje winkelen. Het doel is twee jurken (voor haar en voor mij) vinden voor de bruiloft voor mijn zus. Morgen heb ik ook een druk schema. Een ontbijtje met de familie, daarna bij mijn zus langs en 's avonds een etentje bij mijn schoonouders. Ergens tussendoor moet ik nog drie toetsen nakijken die op me liggen te wachten en eigenlijk wilde ik ook even ontspannen met een boek. Ik durf te wedden dat het laatste er niet inzit en het nakijken zal ook nog wel een dag (of vijf) uitgesteld worden.
 
Volgende week geef ik geen lessen, maar begeleid ik de activiteiten die op mijn school gegeven worden. Ik ben heel benieuwd hoe die week gaat verlopen. Na de activiteitenweek hoef ik nog maar veertien dagen les te geven. Veertien! Wat gaat dat toch hard...

Liefs!

woensdag 22 mei 2013

Tip: Herken de symptomen (#21)

Afgelopen week geleden bladerde ik weer eens door het boekje van de algemene onderwijsbond. Ik ontdekte ik een hoofdstuk dat ik nog niet eerder had gezien: burn-out. In plaats van een blog schrijven over één van deze tips, schreef ik een blog over mijn eigen ervaring hiermee. Want die heb ik helaas al.

Vandaag behandel ik wel een tip uit het boekje. Misschien wel de belangrijkste, namelijk: herken de symptomen!

Hoofdstuk 27, tip 1: Herken de symptomen
Realiseer je dat mensen verschillend op langdurige stress reageren. Bij de een zullen de klachten psychisch zijn, bij de ander meer lichamelijk of een combinatie van beide. Toch zijn er signalen waaraan je een dreigende burn-out kunt herkennen. Je voelt je al een tijdlang uitgeput en je herstelt niet na een weekend of een vakantie. Leuke dingen kosten je te veel energie en je ervaart een constante druk. Ook emotionele instabiliteit is een teken aan de wand. Je voelt je besluiteloos, lusteloos en bent vaker dan anders verkouden of grieperig.

Om maar meteen met het laatste deel van de laatste zin te beginnen: ik ben zelden ziek. Ik heb wel eens per maand hoofdpijn, zoals zoveel vrouwen, en ik ben af en toe verkouden, maar de griep sloeg mij altijd over. Uitgerekend in die periode had ik er wel last van. Voor het eerst dat ik me kon herinneren was ik echt ziek. Nu ik de tip lees zal het wel samen hebben gehangen met de stress.

Ik kon me niet voorstellen dat er iemand op mijn leeftijd al een burn-out kon hebben. Een kennis van een kennis van mij, een jongen van ongeveer mijn leeftijd, had in dezelfde periode last van een burn-out. Ik ken hem zelf niet, maar ik hoorde het van anderen. Daar meteen achteraan kwam het gelach. “Hij kan toch niet nu al een burn-out hebben? Hij is pas in de twintig!” Dat is ook de reden dat ik het een lange tijd voor me heb willen houden. Ik wilde er zelf ook niets van weten. Ik zei steeds tegen mezelf dat het wel weer over zou gaan. Na een weekend uitrusten zou ik me vast veel beter voelen. Dacht ik. Toen ik me na een paar weekenden nog steeds zo slecht voelde, ben ik er pas mee naar mijn begeleidsters gestapt.

In de vorige blog die ik hierover schreef, staan de symptomen van een burn-out. Het is een behoorlijk rijtje, zowel bij de lichamelijke als de psychische klachten. Van hoofdpijn tot huilbuien, van snel geïrriteerd naar futloos. Ik denk dat het voor iedereen de moeite waard is om naar deze symptomen te kijken, of je nu een docent bent of op kantoor werkt. Een burn-out kan in alle werkgebieden voorkomen en hoe sneller je het signaleert, hoe sneller je het aan kunt pakken.

Liefs!

maandag 20 mei 2013

Ik had een burn-out

“Fijn hè, schat, dat ik nu nooit meer zo vaak huil?” zeg ik wel eens tegen mijn vriend. Hij kan niet anders dan dat beamen.

Ik vind het altijd zo stom om te zeggen dat ik denk dat ik een burn-out heb gehad. Het is zo’n groot begrip. Daarbij is het ook nog eens een begrip wat ik altijd koppelde aan een oudere man of vrouw. Zo rond de vijftig/zestig. Absoluut niet aan een jong meisje van twintig die nog bezig is met de opleiding.

En toch herken ik bijna alle symptomen die er op internet te vinden zijn. Ik vond het heel confronterend toen ik het opzocht op internet, maar aan de andere kant was ik ook best opgelucht. Er was een naam voor alle gedachten, gevoelens en lichamelijke mankementen die ik voelde.

De lichamelijke klachten
doorlopend moe / oververmoeid zijn
vaak en aanhoudend hoofdpijn
vaak en aanhoudend maag- en/of buikpijn
maagzweren
spierpijn
rug-, nek- en gewrichtspijn
gebrek aan eetlust en misselijkheid
slapeloosheid
verminderde weerstand
vaak en langdurig grieperig
hartkloppingen
verhoogde bloeddruk
 
De psychische klachten
opgejaagd en rusteloos gevoel
angstig voelen of paniekaanvallen hebben
somberheid, huilbuien
piekeren
machteloosheid
stemmingswisselingen
prikkelbaar en snel geïrriteerd (een ‘kort lontje’)
alles is teveel, niet meer kunnen genieten
lusteloos, futloos
onzeker, minder zelfvertrouwen en een laag zelfbeeld
verminderd concentratievermogen
vergeetachtigheid
besluiteloosheid
last van schuldgevoelens
Bron

Ik was er redelijk snel bij. In de herfstvakantie had ik de knoop voor mezelf doorgehakt: ik ging stoppen met het werk dat ik deed en ik ging aan mezelf werken. Ik had toen zo’n acht weken stage/werk erop zitten. Toch leken die acht weken enorm lang te duren. Elke dag ging ik met tegenzin naar mijn werk. Ik vond het verschrikkelijk, want ik ging mijn hele leven lang met veel plezier naar mijn school of werk. Waar kwam dit allemaal ineens vandaan?

In die tijd zat ik in een neerwaartse spiraal en ik kwam er niet uit. Elke dag werd het gevoel erger en ik heb nog nooit zoveel gehuild als in die periode. Ik heb ook nog nooit zo veel slapeloze nachten gehad. Of zoveel nachtmerries. Ik krijg weer de kriebels als ik eraan terugdenk.

De week voor de herfstvakantie meldde ik me ziek. Ik wilde dat absoluut niet, maar mijn studiebegeleidster dwong me daartoe. “Maar ik heb allemaal proefwerken gepland,” zei ik tegen haar, door mijn tranen heen. “Doe het maar wel,” antwoordde ze. “Je zult me er dankbaar voor zijn.”

Twee weken lang heb ik voor een dubio gestaan. Ga ik stoppen met stage of zet ik het de rest van het schooljaar door? Na veel gesprekken met mijn vriend en na alle steun van de andere mensen om me heen heb ik de knoop doorgehakt. Ik wilde daar weg en wel zo snel mogelijk!

Ik heb een afspraak gemaakt met de huisarts en zij stuurde me door naar een psycholoog. Daar ben ik niet zo zeer behandeld voor een burn-out. Samen met de psycholoog heb ik mijn sociale faalangst aangepakt, hetgeen wat bij mij voor veel stress heeft gezorgd (en nog steeds zorgt). Na veel gesprekken en opdrachten om ‘thuis’ mee te oefenen zat het erop. Ik voelde me nog niet helemaal de oude Elseline, maar ik zat wel beter in mijn vel dan tijdens de donkere periode. Een stuk beter!

Inmiddels was het eind van het schooljaar in zicht. Ik had mijn sollicitatiegesprek, ik haalde mijn diploma en toen was het zomervakantie. De vakantie waar ik heel erg naar toe had geleefd. In die periode wilde ik heel veel uitrusten van de zware tijd en tegelijkertijd wilde ik alles van me afschrijven. Een lang verhaal schrijven over alles wat ik had meegemaakt zag ik niet zo zitten. Dan zou ik er continu mee bezig zijn en daar had ik geen zin in. Daarom startte ik een blog, de gouden tip van mijn vriend. In de zomervakantie schreef ik van alles wat met lesgeven te maken had en ineens voelde ik het weer: de zin om te werken! Ik had ineens zó’n zin om weer voor de klas te staan. Het was een heerlijk gevoel!

Ik heb nu nog steeds wel dagen dat ik met tegenzin naar mijn werk ga. Maar dan zie ik eerder op tegen het vroege opstaan, de treinreis, een lesbezoek of iets anders kleins. Van die dingen die makkelijk te overzien zijn.

Liefs!

zaterdag 18 mei 2013

Dagboek: Even wennen, dat werken! (#32)

Na een vakantie is het altijd even wennen om weer aan het werk te gaan. Helemaal als de vakantie twee weken duurt, zoals de meivakantie.

Ik had dan ook verwacht dat ik er enorme moeite mee zou hebben maandagochtend. Dat viel reuze mee. Ik had die nacht heerlijk geslapen en ik werd opgewekt wakker. Ik bleef nog even genieten van mijn warme bed, maar daarna startte ik toch opgewekt de dag.
En die dag ging goed. Mijn lessen verliepen niet perfect, maar dat vond ik niet erg. De leerlingen hadden elkaar lang niet gezien en hadden heel wat bij te praten. Logisch!

Dinsdag vind ik altijd een lange dag. Aan de ene kant is het fijn dat ik uit kan slapen, maar aan de andere kant vind ik het fijner om mijn lessen 's morgens te geven. De leerlingen werken dan beter mee dan later op de dag. Afgelopen dinsdag had ik ook mijn beoordelingsgesprek. En... Ik mag blijven!

Woensdag was zoals gewoonlijk mijn vrije dag. Ik bracht een bezoekje aan de sportschool, deed een familiebezoekje en ik las mijn boek uit. Een vrije dag zoals een vrije dag hoort te zijn.

Over donderdag zette ik al een blog online. Ik gaf aan mijn drie brugklassen een activerende werkvorm over cirkels. Dat pakte goed uit! 's Middags had ik geen vergadering. Hierdoor was ik vroeg thuis. Toen hield het werken echter niet op. Ik ontving een e-mail van een leerling die niet veel van de stof begreep. De docent in mij kwam naar boven. Ik pakte A4-tjes erbij en schreef die vol met berekeningen en uitleg. Daarvan maakte ik foto's en stuurde deze naar de jongen. Ik vraag me af of er meer docenten zijn die zich zo uitsloven.

Op vrijdag had ik een drukke dag. Mijn pauzes besteedde ik namelijk ook aan mijn leerlingen. Ik gaf wat extra uitleg wat ze hopelijk ging helpen bij de repetitie van die dag. Na schooltijd heb ik nog lessen voorbereid, een toets gemaakt en mails gestuurd. Om half vier vond ik het mooi geweest en vertrok ik naar huis.

Een lang weekend, winkelen, een verjaardag, een na te kijken toets, een bezoek aan de sportschool, een nieuw boek en mijn blog. Mijn tijdsbesteding van komend weekend.

Liefs!

donderdag 16 mei 2013

Werkvorm 'cirkels'

Vandaag gaf ik in mijn drie brugklassen de werkvorm over cirkels. Hiervan zette ik in de meivakantie het document online. Van te voren was ik best zenuwachtig. In groepjes werken deden ze wel vaker, maar soms betrapte ik de leerlingen erop dat ze meer aan het praten waren dan aan het werken. Voor vandaag had ik een druk schema. Ik had vijf opdrachten en de les duurde slechts 45 minuten. Als je daar de introductie en de afronding vanaf haalt, dan zit je op iets meer dan een half uur. Aanpoten dus!

Wegens de milieuvriendelijkheid heb ik niet voor iedereen het boekje gekopieerd. Daarnaast kostte het ook te veel tijd om alles tachtig keer te kopiëren, dus ik besloot het anders te doen. Ik heb alle opdrachten één keer uitgeprint op een gekleurd blaadje. Deze heb ik aan het begin van de les op de tafels van elk groepje gelegd. Iedere leerling kreeg van mij twee blaadjes: één blaadje om de antwoorden op te schrijven en één blaadje om de koektrommel en ontbijtbord op te tekenen.

Ik gaf aan het begin van de les een korte introductie. Ik vertelde waarom ik deze opdracht deed (om ze kennis te laten maken met de omtrek en oppervlakte van een cirkel), waarom ze in groepjes moeten werken (zodat ze leren samenwerken), wat ze moesten doen (één leerling leest de opdracht voor, de rest luistert mee, daarna maken ze de opdracht zo goed mogelijk) en wat ze moesten doen als ik met mijn fietsbel belde (één groepje doorschuiven, eigen spullen meenemen, plakbandrollen en alle andere dingen laten liggen). Dat ging vrij soepel.

De les was fantastisch. Vooral de eerste les, bij de brugklas waar ik tegenwoordig wat strubbelingen mee heb, ging geweldig. De groepjes werkten geweldig samen (wat ik niet had verwacht), iedereen wist wat hij/zij moest doen en er was bijna geen ruzie. Bijna inderdaad, want als je brugklasleerlingen vraagt in groepjes te werken is er altijd wel een groepje aan het klagen.

Ik twijfelde gisteravond en vanochtend nog wel even. Moet ik dit wel doen? Wat als de leerlingen het helemaal niks vinden? Maar toch zette ik door. En terecht, want de leerlingen vonden het hartstikke leuk. Toch zou ik de volgende keer wel een aantal puntjes anders doen:

-       Alleen opdrachten over de omtrek van een cirkel. Het kostte aardig wat tijd om alle hokjes te tellen binnen de getekende lijn om de koektrommel/ontbijtbord.
-       Dus ook meer variatie in de opdrachten aanbrengen. Alleen de omtrek en de diameter meten is te simpel.
-       De les geven op een dag dat de leerlingen wel 50 minuten les hebben.
-       Per groep één antwoordformulier geven waar de leerlingen de antwoorden op moeten schrijven.

Ondanks de kleine kritiekpuntjes was het toch een hele leuke en geslaagde les!

Liefs!

woensdag 15 mei 2013

Tip: Evalueer jezelf (#20)

Mijn twintigste tip luidt: Evalueer jezelf. Ik weet zeker dat menig student van de lerarenopleiding hier de kriebels van krijgt. Evalueren, reflecteren… Je ziet het bijna hun neus uitkomen, zo vaak wordt het op de opleiding gedaan. En niet voor niets, wat het is nu eenmaal ontzettend belangrijk.

Hoofdstuk 1, tip 7: Evalueer jezelf
Feedback van je begeleider, je stagecoördinator en de kinderen (waar ik laatst over schreef) is belangrijk. Maar nog belangrijker is dat je goed nadenkt over jezelf. Evalueer jezelf, nog voordat je feedback haalt bij je omgeving. Heb je je leerdoelen bereikt? Hoe heb je die bereikt? Wat heb je nodig om ze volgende keer wel te halen? Blijf niet hangen in omstandigheden die niet perfect waren, zoals ‘ik was verhouden’, ‘de docent begreep me niet’ of ‘de leerlingen waren zo druk’, maar kijk kritisch naar hoe jij zelf functioneert. Reflecteren op jezelf is best moeilijk, maar je kunt altijd om hulp vragen. Iedere docent zal het op prijs stellen als jij je eigen functioneren onder de loep wilt nemen.

Ik was een van de weinigen, zo niet de enige, die het leuk vond om te reflecteren. Waarschijnlijk ook de enige die het leuk vond om een portfolio te schrijven (en daarom ook andere studenten hielp bij het voltooien van hun portfolio). Sowieso ben ik gek op schrijven, anders was ik deze blog niet begonnen. Honderd pagina’s volschrijven vind ik dan ook totaal geen probleem. Maar evalueren en reflecteren vond ik ook helemaal niet zo erg als al mijn klasgenoten.

Het is niet zo dat ik elke les helemaal uitgebreid ging reflecteren. Dat is ook helemaal niet de bedoeling. Waar het vooral om gaat zijn de leerdoelen die je voor jezelf hebt opgesteld. Eén van mijn leerdoelen was bijvoorbeeld dat ik meer overzicht wilde hebben op de groep. Ik weet van mezelf dat zodra ik met één leerling bezig ben, ik de andere vijfentwintig leerlingen niet meer zie (of hoor). En dat is geen hele goede eigenschap van een docent.

Elke keer bedacht ik iets hoe ik aan mijn leerdoel kon werken. En elke keer probeerde ik die dingen weer uit. Na zo’n les begon ik te reflecteren. Had ik nu wel ook voor al die andere leerlingen? Paste het bij mijn manier van lesgeven? Hoe kwam het op de leerlingen (en eventueel op de stagebegeleider) over? Dit alles schreef ik op en vatte ik samen in mijn portfolio.

Het gevaar van geen verplichte portfolio hoeven maken is toch wel dat je veel minder aan het evalueren bent dan voorheen. Het is absoluut niet zo dat ik nu niet meer nadenk over mijn lessen, maar ik doe het vaker onbewust dan bewust. Ik noteer veel minder, ik stel geen leerdoelen voor mezelf op en ik vraag ook geen hulp aan derden om ‘mijn eigen functioneren onder de loep te nemen’.

Misschien iets om toch op te nemen in mijn blog?

Liefs!

Mijn beoordelingsgesprek

Na een lesbezoek van de directie hoort natuurlijk een beoordelingsgesprek. En die kwam er, namelijk gistermiddag. Direct na mijn lessen stond de afspraak gepland. Ik schopte de leerlingen de klas uit en ik haastte mezelf naar de toiletten. Eerst even opfrissen voordat ik het kamertje binnen zou gaan.

Binnen een kwartier, als ik me niet vergis, stond ik weer buiten. Ieder ander zou na zo’n gesprek ontzettend blij zijn en een gat in de lucht springen, maar bij mij drong het nog niet helemaal door. Zo’n gesprek met allemaal moeilijke woorden gaat soms een beetje langs me heen. Ik probeerde te herhalen wat de twee mannen in driedelig pak tegen me hadden gezegd.
Ze waren positief over me.
Ze zagen wel dat ik een beginnend docent ben.
Maar ze vonden ook dat ik potentie had om door te groeien.
Ze wilden me graag houden voor het komende schooljaar.
Ik zou een vast contract krijgen.
En daarnaast een tijdelijk contract, omdat ze me niet kunnen garanderen dat de leerlingaantallen altijd zo hoog blijven. Of zoiets.
Ik mag volgend jaar vijftien lessen draaien, verdeeld over drie dagen.

En toen kreeg ik een hand. “Gefeliciteerd,” zei mijn baas. “Ga het thuis lekker vieren.” Maar ik kon alleen maar aan andere dingen denken. Ik mag volgend jaar vijftien lessen geven, terwijl ik nu zestien lesuur geef. Op het aantal lesuren ga ik dus een klein stapje achteruit. Het aantal uren is verdeeld over drie dagen. De brugklassen hebben vier uur wiskunde in de week. Dit kan dus twee dingen betekenen: 1) ik geef volgend jaar geen les aan de brugklassen, of 2) ik geef op sommige dagen een blokuur les aan de brugklassen. En allebei zie ik niet zo zitten.

Ik ben heel benieuwd hoe dit gaat aflopen. Het is natuurlijk heel fijn dat ik ineens twee vrije dagen heb (al vraag ik me af wat ik met al die vrije tijd moet!). Ik hoop alleen niet dat ik hiervoor de brugklassen in moet leveren, want dat vind ik dus echt de leukste klassen die er zijn!

Maar… Om een lang verhaal kort te maken: Ik mag blijven! En daar ben ik ook echt wel heel erg blij om hoor! :-) 

Liefs!

maandag 13 mei 2013

Strenge aanpak ft. diëten

“Volgend jaar ga ik het anders doen,” zei ik geregeld. Ik vond het niet leuk dat ik de leerlingen over me heen liet walsen. “Ik ga meteen vanaf de eerste les heel streng zijn en ik vertel duidelijk wat mijn regels zijn.”
Maar ook het schooljaar erop gebeurde er weinig anders. Ik bleef mezelf; veel te lief en te soft. De leerlingen maakten hier graag gebruik van. Voordat ik het eenmaal doorhad, was het oktober. Dan zuchtte ik en zei ik wéér dat ik het vanaf het jaar erop meteen goed aan ging pakken.

Het lijkt een beetje op diëten. Met een glas wijn in de ene hand en bitterbal in de andere hand roept men dat ze maandag gaan beginnen met lijnen. Of op 1 januari. Maar stoppen met eten en starten met een gezonde (of andere) levensstijl kun je ook nu doen. Op dit moment. Datzelfde geldt voor wat ik hierboven schetste. Het is nooit te laat om de leerlingen wat harder aan te pakken. In oktober kun je net zo goed de regels voorleggen aan de leerlingen als wanneer je het in de eerste les meteen doet. Natuurlijk is het makkelijker als je het meteen aan het begin doet. Er wordt tenslotte vaak geroepen dat het gemakkelijker is om halverwege het jaar de teugels te laten vieren dan om ze halverwege het jaar strak te trekken. Of zo. Maar het zou ook een stuk makkelijker zijn voor veel mensen om gisteren al te beginnen met lijnen.

Wat ik hiermee wil zeggen: als je iets wilt veranderen in je lesstijl, op welke manier dan ook, kun je dat beter deze week nog doen dan volgende week. Beter vandaag dan morgen. Ik heb het hele schooljaar het bedenken van leuke werkvormen voor me uitgeschoven. Ik heb bij mijn 2havo-klas continu gedacht: het komt wel weer goed. Ze zullen halverwege het jaar wel inzien dat hun (werk)houding ze niet ver gaat brengen. En over mijn vervelende brugklas denk ik ook steeds vaker: ach, nog een paar weken, dan ben ik van ze af.

Maar die vijf lesweken die ik nu nog te gaan heb, moet ik nog wel met die klassen uitzitten. En dat doe ik liever op een leuke manier dan dat ik er tegenop zie om die klas het lokaal binnen te laten. Daarom ga ik de laatste weken zelf weer de touwtjes in handen nemen. Vanaf nu gaan de leerlingen zich houden aan mijn regels. Vanaf nu bepaal ik wat er gebeurt.

Liefs!