maandag 1 oktober 2012

Hoe activeer je de voorkennis van de leerlingen?

Als je een leerling nieuwe stof wilt aanleren, is het belangrijk voor de leerling als hij of zij weet bij welke kennis dit hoort. De leerlingen moeten de nieuwe kennis aan de oude kennis kunnen koppelen, wil het goed blijven hangen. Daarom is het belangrijk dat de voorkennis van de leerlingen wordt geactiveerd, het liefst aan het begin van iedere les.

Dat is dan ook de reden dat ik elke les begin met de vraag: “Wie weet nog wat we tijdens de vorige les hebben gedaan?” In mijn klassen schieten dan altijd dezelfde vingers omhoog: de vingers van de leerlingen die altijd onwijs goed meedoen met de les. Als dit de enige vingers zijn die omhoog schieten, laat ik de leerlingen nog even nadenken. Uiteindelijk geef ik dan het woord aan iemand die even zit te dromen of van wie ik weet dat hij/zij niet goed heeft meegedaan tijdens de vorige les. Ik heb graag dat iedereen actief meedoet tijdens mijn les en dat er geen leerlingen zijn die gaan zitten dromen of uit hun neus gaan zitten eten. Mocht het je niet veel uitmaken of er leerlingen zijn die liever met andere dingen bezig zijn, geef dan gewoon het woord aan iemand die zijn vinger de lucht in steekt. Dan verloopt de les net even wat soepeler… Ik laat de leerling(en) vertellen wat ze nog weten van de vorige les en dit herhaal ik zelf ook nog een keer.

Voorkennis kun je op vele andere manieren activeren. Je kunt het de leerlingen zelf vertellen of je kunt de leerlingen in groepjes met elkaar laten overleggen. Wat ook een leuk idee is, is om de voorkennis van de leerlingen bij te houden in een ballon.

Je begint heel simpel door te schrijven wat je in les 1 doet, in mijn geval ging dit over de zeven ruimtefiguren. Daarna vul je elke les aan wat je hebt gedaan. Aan het begin van de les kun je alle “ballonnetjes” nog even herhalen en aan het eind van de les, tijdens de reflectie, kun je er een nieuw ballonnetje bijmaken met de activiteiten van die les.

Een andere manier is om de leerlingen elkaar te laten interviewen over de stof die ze al hebben gehad. Leerling 1 stelt (klassikaal) een vraag aan leerling 2. Leerling 2 beantwoordt de vraag en verzint een nieuwe vraag voor leerling 3. Leerling 3 beantwoordt de vraag en verzint een nieuwe vraag voor leerling 4. Zo gaat er een “vragenslang” door de klas waarbij ongeveer tien leerlingen actief bezig zijn. De overige leerlingen krijgen aan het begin van de volgende les de beurt.

Liefs!

# Lees hier het artikel over directe instructie

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen