zondag 30 september 2012

Jezelf beschermen

Tijdens mijn studie werd het vaak gezegd: zeg ‘nee’ tegen de mensen die vragen of je (extra) uren wilt werken. Ik heb aan het eind van mijn derde jaar de fout gemaakt door ‘ja’ te zeggen toen mij werd gevraagd of ik in het laatste jaar van mijn studie ongeveer zeven lesuren wilde werken. Doordat dit er uiteindelijk dertien werden, en de klassen ook ontzettend druk waren, kwam ik elke dag gestrest thuis en zelfs de weekenden waren te kort om te ontspannen. Ik wil niet zeggen dat het de grootste fout van mijn leven is geweest door deze uren aan te nemen, maar ik heb er wel spijt van gehad. Door zoveel uren aan te nemen in het laatste jaar van mijn studie, werd ik overspannen en kon ik door de bomen het bos niet meer zien. Ik kon spontaan in huilen uitbarsten en ik was ontzettend prikkelbaar. Doordat ik alle stress van het werken ook nog mee naar huis nam, kon ik ’s avonds niet meer slapen en als ik dan eindelijk sliep, had ik een nachtmerrie.

Maar die problemen zijn nu (voorlopig) verleden tijd. Wat ik nu anders doe dan vorig jaar? Tja, wat niet, kun je beter vragen. Wat een groot verschil maakt, is het aantal uren. Vorig jaar had ik dertien lesuren plus mijn afstuderen. Op dit moment heb ik twaalf lesuren en verder niets. Ik kan me volledig concentreren op het lesgeven en ik hoef niet alles af te raffelen. Daarbij maak ik nu korte dagen van maximaal vier uur met een uitzondering op de donderdag. Maar zelfs een lange dag als donderdag zie ik niet als een straf: mijn donderdag zit namelijk vol met tussenuren.

Tussenuren vond ik vroeger vreselijk. Af en toe een tussenuur was fijn, maar vier tussenuren achter elkaar vond ik verschrikkelijk. Nu zie ik die tussenuren helemaal niet als rampzalig. Sterker nog: ik vind het heerlijk. Ik benut de tussenuren door in die tijd mijn toetsen na te kijken en mijn lessen voor te bereiden. Dat is trouwens het tweede punt dat ik anders doe dan vorig jaar. Ik bereid mijn lessen voor na mijn werk of tijdens mijn tussenuren. Ik pak dan een kopje lekkere koffie (alleen dat is al een reden om langer op mijn werk te willen blijven!) en ik kruip achter de computer in de docentenwerkruimte. Ik bereid mijn lessen voor, maar ik kijk ook toetsen na, ik voer cijfers in en doe andere dingen, zoals werkvormen verzinnen en uitwerken. Ik ga ook pas naar huis als al mijn werk van die dag gedaan is. Vanaf dat moment dwing ik mezelf om te ontspannen. In de trein lees ik in mijn e-reader, thuis kijk ik tv, schrijf ik een blog of doe ik andere dingen die niets met werk te maken hebben. En dat is fijn!

Het derde dat ik anders doe, is dat ik me minder probeer aan te trekken van de negatieve kanten van het lesgeven. Als een leerling een vervelende opmerking maakt, als mijn klas abnormaal lage cijfers haalt of wanneer het me niet lukt om orde te houden in een klas, dan zet ik dat van me af. Ik geef niet langer mezelf de schuld van de dingen die verkeerd gaan, maar ik kijk ook naar de andere oorzaken van de lage cijfers of de drukke leerlingen. Daarbij denk ik niet meer in ‘problemen’, maar denk ik in ‘oplossingen’. De klas is al weken druk: hoe komt dat en hoe kan ik het de volgende keer proberen te voorkomen?

And last but not least: ik schrijf alles van me af. Als er toch dingen zijn die mis gaan en waar ik lang over blijf piekeren, dan schrijf ik er over. En dat is allemaal op deze blog terug te lezen. :)

Liefs!

P.S. Laatst werd mij door mijn baas gevraagd of ik er extra uren bij wilde hebben. Mijn collega zit nu in hetzelfde schuitje als ik vorig jaar zat en heeft besloten dat ze één klas aan iemand wil afstaan. Ik had al van haar gehoord dat de klas een enorm drukke klas is dat niet wil werken en er alles aan wil doen om de docenten het leven zuur te maken. Ik heb het daarom afgehouden en gelukkig begreep mijn baas me volkomen!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen