maandag 22 april 2013

Daltononderwijs, wat is dat?

Een lange tijd geleden, het was één van mijn eerste blogs, schreef ik een stukje over mijn ervaringen met het daltononderwijs. Ik heb ongeveer een half jaar lang stage gelopen op een Daltonschool en ik wilde graag met ervaringen met het wereld wijde web delen. Als ik bij de statistieken van mijn blog kijk, zie ik dat ‘(nadelen) daltononderwijs’ de meestgebruikte zoekterm is om op mijn blog te komen. Blijkbaar is er dus veel interesse in dit onderwerp.

Omdat ik in mijn vorige blog nauwelijks iets heb geschreven heb over wat daltononderwijs inhoudt, wil ik dat vandaag gaan doen. Op internet heb ik feitjes opgezocht en tussendoor zal ik ook mijn ervaringen delen.

Het was eigenlijk helemaal niet de bedoeling dat ik stage zou lopen op deze school. Het was gewoon een samenloop van omstandigheden waardoor ik ineens een stagiair was geworden. Daar is op zich niets mis mee, zeker niet aangezien ik mijn hele opleiding al eens een kijkje wil nemen in deze keuken. Wat wel erg jammer was, is dat ik op dat moment net in een periode zat dat ik geen roze bril droeg. Dat is dan ook één van de redenen dat ik niet helemaal positief tegen het daltononderwijs aan keek.

Maar… Wat is daltononderwijs dan? Het is een onderwijssoort waarbij de nadruk ligt op de zelfstandigheid van de leerlingen. Daarnaast is er veel keuzevrijheid voor de leerlingen. Ik weet niet of alle Daltonscholen dezelfde principes er op nahouden, maar op mijn school werkte het op de volgende manier.
Iedere leerling krijgt van zijn/haar mentor een daltonkaart. Dit is een kaart waarop de leerling handtekeningen verzameld van docenten. Wanneer krijg je een handtekening? Als je de ‘daltontaak’ (een bepaald aantal opgaven die de leerlingen die week af moeten hebben) af hebt en laat zien aan je vakdocent.
In het lesrooster is lesuur 3 en lesuur 5 vrijgehouden voor “het daltonuur”. Dit is een uur waarop leerlingen zelf mogen kiezen aan welk vak ze gaan werken. Dit kan een vak zijn waarvoor ze achterlopen, een vak waar ze moeite mee hebben of een vak wat ze juist leuk vinden. Ze zoeken in het rooster het lokaal op waar hun docent zit en in dat lokaal schuiven ze aan. In dat uur gaan ze werken aan dat vak. Tussendoor gaat er één keer een bel. Na een half uur mogen de leerlingen kiezen: ze blijven bij dat vak werken of ze verplaatsen zich naar een ander lokaal om aan een ander vak te werken.
De overige lesuren krijgen de leerlingen onderwijs in een vast klaslokaal met een vaste docent en hun eigen klas. Er wordt een stuk theorie uitgelegd en de leerlingen maken de opgaven waar ze op dat moment gebleven zijn.
De leerlingen krijgen minder klokuren les dan op een reguliere middelbare school (voor wiskunde scheelt het in de brugklas 80 minuten!), maar krijgen tijdens het daltonuur dus extra tijd om aan de opgaven te werken.

De vrijheid die de leerlingen krijgen is in beperkte mate. Het toetsmoment is namelijk voor alle leerlingen hetzelfde. Alle leerlingen uit de klas krijgen dus op hetzelfde tijdstip een toets over dezelfde stof. Dat is voor mij heel logisch, want ze gaat het op mijn huidige werkplek en al mijn vorige stages net zo. Maar het is wel tegenstrijdig met wat Helen Parkhurst, de grondlegger van het daltononderwijs, voor ogen had. Op wikipedia is namelijk te lezen dat vrijheid volgens mevrouw Parkhurst gaat over het zelf kiezen van het tijdstip en het tempo waarin aan een bepaald onderwerp gewerkt wordt. Als je dit in de praktijk bekijkt, gaat dit heel anders. De leerlingen krijgen binnen de daltonuren de vrijheid om te kiezen aan welk vak ze willen werken, maar daarbuiten is er nauwelijks ‘vrijheid’. Het tempo wordt namelijk bepaald door de docent middels een studiewijzer. Elke week wordt er van je verlangd dat je een bepaald onderwerp hebt afgesloten. Als je dat niet gedaan hebt, zit je vrijdagmiddag op school. Dat is nauwelijks vrijheid te noemen.

Ik wilde er puur een informatief stuk van maken, maar ik kon het niet laten om ook even mijn eigen mening er tussen te gooien. Oeps.

Liefs!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen