zaterdag 5 oktober 2013

Twitter

Vanaf nu ben ik ook te volgen op Twitter. Zo blijf ik toch nog een beetje bij de tijd.
Volg mij op @ElselineSnelten!


Dagboek: Wil ik dit wel? (#5)

De titel zegt het al. Ik heb me deze week meerdere keren afgevraagd of dit werk wel iets voor mij is. Wil ik dit nog wel? Of zoek ik toch liever een baan zonder stress?

Want stress, dat is toch wel hoe ik deze week in één woord zou kunnen omschrijven. Het begon op dinsdag, toen ik rond half zes thuis kwam van een lange, moeizame dag. Eerst voorbereidend werk, daarna twee lessen en vanaf 11 uur ’s morgens een ontzettend saaie studiedag. Saai, maar toch ook wel inspirerend. Want toen ik op weg naar huis was, kwamen de ideeën één voor één in mijn hoofd. En die gingen er ook niet meer uit. Thuis besloot ik eerst alles van me af te schrijven. Ik wilde al mijn blogideeën op een rijtje hebben, ik wilde mijn plannen uitwerken en ik wilde een overzichtje hebben met wat ik deze week allemaal nog moest doen. En dat laatste… Daar ging het mis.

Ik vind het altijd heel fijn om een to do-lijst te maken. Het schept rust, het geeft me houvast, het is een fijn overzicht voor mezelf. Ik weet soms niet hoe ik de dag moet doorkomen als ik geen lijstje heb gemaakt. Maar dat lijstje van dinsdag… Wow! Ik gebruikte er anderhalve pagina voor en dan stonden er nog niet eens de huishoudelijke taken op. Het is moeilijk uit te leggen wat er toen in mijn hoofd gebeurde, maar het leek alsof er iets knapte. Hoe ga ik al die dingen afhandelen vóór donderdag? Ik wilde niet meer. Niet meer naar mijn werk, geen stomme klusjes, niet meer nakijken, geen cijfers invoeren. Ik wilde mijn pauzes niet meer doorbrengen met collega’s om een beetje gezellig te doen – terwijl ik me zó klote voelde, ik wilde niet meer aardig doen tegen de leerlingen, ik wilde niet meer koken, ik wilde de was niet meer doen. Ik wilde niets.

Woensdag en donderdag heb ik vrijwel de hele dag met hoofdpijn rondgelopen. Ik weet niet meer hoe ik de lessen heb gegeven. Ik weet niet meer wat er goed of fout ging. Ik heb geen idee hoe ik überhaupt de energie heb gehad om naar mijn werk te gaan.

Heel even was ik bang om weer terug te vallen naar het diepe dal waar ik een tijdje terug ook in heb gezeten. Het ging ineens allemaal zo snel. Het was zelfs zo erg dat ik donderdag op de weg terug naar huis tranen in mijn ogen kreeg bij het idee dat ik dinsdag weer naar mijn werk moet. Het idee dat ik weer zo’n lijstje moet maken met dingen die moeten gebeuren…

Ik weet wel waarom het allemaal zo verkeerd is gelopen. Ik kan niet tegen stress. Ik heb mijn rust nodig. Niet alleen ’s nachts, maar ook overdag. Zeker overdag. Met mijn huidige rooster zit dat er niet in. Op dinsdag valt mijn rooster nog mee – als ik geen studiedag heb waarbij ik van 11.00 tot 16.00 mijn ogen en oren open moet houden en mijn hersens moet kraken. Mijn rooster op woensdag en donderdag daarentegen is niet zo leuk. Op woensdag geef ik zes lesuren achter elkaar, op donderdag zijn dit er zeven, gevolgd door een vergadering. Natuurlijk, er zijn pauzes. Maar doordat ik geen enkel tussenuur op deze dagen heb, moet ik de pauzes gebruiken voor rotklusjes. Praten met de leerlingen, stencils kopiëren, toetsen printen enzovoorts. Het komt er dus op neer dat ik van 7.15 uur ’s morgens (want dan begint het werken voor mij al) tot ’s middags 14.15/16.00 aan één stuk door bezig ben. Noem me een aansteller, maar dit houd ik niet vol. Echt niet.

Drie dagen werken, vier dagen vrij lijkt ideaal. En in die vier dagen vrij kom ik echt wel tot rust. Maar ik vraag me af of het opweegt tegen de drie stressvolle dagen die ik heb. Drie dagen die bestaan uit vroeg opstaan, lang werken, boodschappen doen, koken en, zodra ik heb gegeten, slapen. Daarom heb ik nu al, na een maand, al besloten dat dit moet veranderen. Bij de eerstvolgende grote roosterwijziging, in januari, ga ik vier dagen in de week werken. Eindelijk weer tussenuren. Eindelijk weer genoeg tijd om tussen de lessen door adem te halen. Eindelijk weer tijd om te genieten van het lesgeven.

Want ja, dat lesgeven wil ik nog zeker wel een flink aantal jaren blijven doen!

Liefs!

P.S. Het zou leuk zijn om op mijn blog alleen de leuke dingen van het onderwijs te laten zien, maar helaas zitten er ook minder leuke kanten aan. En daar schrijf ik ook over… Ik had ook graag gewild dat ik deze week een positief stukje kon schrijven. Volgende week weer een kans!

Dag van de leraar

5 oktober, de dag van de leraar. Wat dat is? Ik heb geen idee. Ik ga het even opzoeken.

Drie minuten later...
Oké, ik heb het. De dag van de leraar is simpelweg een dag waarop de leraren in het zonnetje gezet kunnen worden. Omdat 5 oktober dit jaar in het weekend valt, is het dit jaar verplaatst naar a.s. maandag. De dag van de leraar is in het leven geroepen om het imago van het onderwijs te verbeteren. Hiermee wordt tegelijkertijd ook het belang van goede leraren benadrukt, op een positieve manier.

Er wordt in het onderwijs weinig gedaan aan de dag van de leraar – behalve een grote taart in de docentenkamer – maar leerlingen kunnen wel zelf het initiatief nemen om zijn of haar leraar in het zonnetje te zetten. Op de website van Dag van de leraar staan leuke activiteiten die de leerlingen kunnen ondernemen om te laten zien hoe leuk ze hun docent vinden.

Ik heb het lijstje doorgekeken en ik zag er hele leuke dingen tussen staan. Het makkelijkst in om de leraar een kaart te sturen. Er is een speciale kaart ontworpen voor deze dag*. Een uitdagender idee in om een flashmob te organiseren met alle klasgenoten, om een taart voor je leraar te bakken, om een brief voor je leraar te schrijven of om een schoolkrant te maken waarin je alle leraren in het zonnetje zet. Leuk!

Als ik nog op de middelbare school had gezeten en had geweten over deze dag van de leraar, dan had ik het wel geweten!

Liefs!

* Ik zag laatst in de bioscoop een kaartenrek staan met deze zogenaamde Boomerangkaarten. Ik jatte een stapel – sorry! – van zo’n honderd kaarten mee. Deze kaarten heb ik verspreid in de postvakjes van mijn collega’s.

vrijdag 4 oktober 2013

De namen, een maand verder

Wat was ik trots toen ik binnen een week de namen van de leerlingen van één klas al uit mijn hoofd wist. We zijn nu iets meer dan een maand verder en ik wil graag een update geven over hoe het gaat met de namen.

Als je alle namen van de leerlingen (van één klas) binnen een week uit je hoofd kent, is de kans groot dat deze namen in je ‘korte termijngeheugen’ zit. Even een note: niets van alles wat ik op mijn blog publiceer berust op een onderzoek. Alles is slechts ervaring! Na een weekend zijn de namen vaak verdwenen en kun je opnieuw beginnen met leerlingen. En ook als de leerlingen ineens gemixt in de klas zitten, dus op een andere plek, is de kans groot dat de namen niet meer in je geheugen zitten. Tenminste, in mijn geheugen. Ik spreek graag voor mezelf.

Ik koppel de namen namelijk aan ‘dingen’. Sanne zit naast Lisanne. Koen zit naast Koos. Max zit naast Maxime. Of Rosa draagt een rode trui. Achmed zit achter, Floor zit voor. Ezelsbruggetjes dus. Na een wijziging in het plattegrond zit Achmed ineens in het midden en zit Sanne naast Koos. En de volgende dag draagt Rosa ineens een blauw T-shirt. Daar gaan je ezelsbruggetjes.

Maar… Desalniettemin gaat het erg goed met de namen. Ik haal af en toe nog wat namen door elkaar, of het duurt een paar seconden voordat ik op de (juiste) naam kom. Maar dat geeft niet, de leerlingen begrijpen dat. Over het algemeen ken ik alle namen van al mijn brugklasleerlingen en daar ben ik al heel blij mee – en trots op!

Ik zag er als een berg tegenop om de namen te leren, ik was doodsbang dat ik de namen na een half jaar nog niet zou weten. Zoals altijd, angsten voor niets!

Liefs!

P.S. Ik wilde na een x aantal weken een update geven hoe het met de namen van de leerlingen zou gaan. Ik denk dat het na dit stukje wel duidelijk is dat die namen wel goed zitten. Dit is dus – zeer waarschijnlijk – het laatste wat ik hierover schrijf. Volgend jaar weer!

donderdag 3 oktober 2013

Blog nummer 300

Op 14 december 2012, zes maanden na mijn start, bereikte ik mijn eerste “mijlpijl”: mijn honderdste blog was een feit. Zo’n vijf maanden later, op 7 mei 2013, stond mijn tweehonderdste blog online. Nu, vier maanden later, komt blog nummer 300 online.

Als ik deze stijgende lijn, of dalende lijn – het is maar hoe je het bekijkt, voort blijf zetten, komt mijn vierhonderdste blog rond het begin van het nieuwe jaar online. En dat zou heel goed kunnen. Voorheen ‘deed ik altijd maar wat’ qua het inplannen van mijn blogs. Ik schreef over een onderwerp wat in me op kwam en dat zette ik online. Nu heb ik iets heel anders bedacht. In de zomervakantie kwamen er ineens zoveel ideeën in mijn hoofd, dat ik alles ben gaan inplannen. Ik weet nu precies wat ik wanneer op mijn blog wil zetten. Ik hoef het alleen nog maar even te schrijven, alsof het niets is.

Niet alleen in de zomervakantie kreeg ik ideeën. Ook in de eerste weken van het nieuwe schooljaar kwamen de onderwerpen te pas en te onpas in me op. De meeste heb ik op kunnen schrijven en onthouden, maar er zijn ook heel wat ideeën verloren gegaan. Daarom heb ik nu altijd een notitieboekje bij de hand… De geweldige ideeën kwamen trouwens pas echt bij de studiedag van deze week. Het onderwerp van de dag was echt niet zo interessant. Het was zelfs zo onduidelijk wat het onderwerp was dat ik me meerdere keren heb afgevraagd waar het nu eigenlijk naar toe ging. Maar tussen al het gebrabbel door, hoorde ik toch wel wat interessante dingen. Citaten, ideeën, tips, betekenisvolle woorden enzovoorts. Gelukkig had ik pen en papier bij de hand. Iedereen dacht dat ik fanatiek aantekeningen aan het maken was, maar in feite schreef ik wat onderwerpen op om over te schrijven. De schade na vijf uur luisteren? Dertien nieuwe blogposts. Ik moet ze nog wel schrijven, maar ze zitten al helemaal uitgewerkt in mijn hoofd.

Maar… Waar plan ik al deze dertien posts in, als mijn planning al bestaat uit gemiddeld vijf blogs per week? Mijn hoofd zit nu zo vol met inspiratie dat ik het liefst alle dertien onderwerpen nu uittik, maar qua tijd gaat dat niet heel goed lukken.

Om een lang verhaal kort te maken: het gaat goed met mijn blog. De inspiratie is er in ruimvoldoende mate, de zin om te schrijven is er absoluut. De statistieken zijn minder rooskleurig, want waar ik eerst nog minimaal honderd tot honderdvijftig pageviews per dag had, zijn het er nu met moeite veertig. Een beetje jammer, maar gelukkig zijn de bezoekers niet de hoofdreden van mijn blog.

Het enige wat ik nu nog nodig heb is tijd. Tijd om te schrijven. Je zou toch denken dat het vinden van tijd geen probleem is bij iemand die slechts drie dagen in de week werkt…

Liefs!

woensdag 2 oktober 2013

Wel of niet: de leerlingen zelf hun huiswerk laten nakijken?

Ja. Daar kan ik heel lang over doen, maar het kan ook gewoon in één woord: ja. Natuurlijk, er valt van alles voor te zeggen. Ik weet dat er collega’s zijn die dit niet doen, en al helemaal niet in de brugklas. Ik spreek hier trouwens alleen voor en over wiskundecollega’s. Hoe het er bij andere vakken aan toe gaat en wat daar optimaal is, dat weet ik niet… Maar voor nu: alleen wiskunde. Maar ik doe het wel en ik vind het fijn.

Kijk, ik snap ook wel waarom mijn collega tegen de (brugklas)leerlingen zegt dat ze de antwoordboekjes thuis mogen laten en niet open hoeven te doen. Klassikaal nakijken kan in het begin heel fijn zijn om alle foutjes er bij de leerlingen uit te halen, om ze nog wat vragen te laten stellen en om de ‘veelgemaakte fouten’ er elke keer bij te vermelden, met daarbij ook de opmerking waarom die fouten veel gemaakt worden en hoe het wel moet. En zo. Maar ik vind het ten eerste – sorry – heel tijdrovend. Stom excuus natuurlijk, maar het is nu eenmaal zo. De voorkennis ophalen, de nieuwe theorie bespreken, samen oefenen, zelfstandig oefenen, schriftcontroles, vragen laten stellen en de les afsluiten kost al veel tijd en een lesuur duurt ‘maar’ vijftig minuten. En ten tweede… Nou ja, dat komt straks.

Nee, ik begin er niet aan. Klassikaal nakijken, inclusief het laten stellen van vragen, duurt zeker een kwartier. Waar moet je die tijd vandaan halen? Ik laat de leerlingen zelf nakijken. Ik merk aan ze dat het nieuw voor hen is om zelf na te kijken. Daarom vertel ik het er nog elke keer bij. ‘Kijk thuis ook je huiswerk na,’ zeg ik vaak. Ik vraag me wel eens af of ze er niet helemaal gek van worden. En toch zijn er altijd leerlingen die het vergeten.

Waarom ik ze zelf het huiswerk laat nakijken? Ik noemde net al een eerste reden. Maar een tweede, hele belangrijke, reden: ze leren er veel meer van. Denk ik. Dat is dan natuurlijk vooral bij wiskunde het geval. Bij wiskunde gaat het vooral om het ‘doen’. Je kunt de samenvattingen zo vaak lezen als je wilt, maar als je niet oefent, dan gebeurt er niets. Tenzij je gezegend bent met een wiskundeknobbel.

In ieder geval… Ik zou er geen lang verhaal van maken. Ik laat de leerlingen de opgaven maken, ik laat de leerlingen de gemaakte opgaven nakijken en, het belangrijkste, ik laat de leerlingen hun opgaven – die ze fout hadden, natuurlijk! – verbeteren.

Ik kan nog veel meer vertellen over hoe de leerlingen de opgaven moeten verbeteren, maar dan wordt het een erg lange blog. Ik houd het voor hierbij. Het belangrijkste is in ieder geval gezegd: ik laat de leerlingen dus wél nakijken.

Liefs! 

dinsdag 1 oktober 2013

Mijn voornemens, update 9

1 oktober 2013, nog een week tot mijn verjaardag. En nog drie maanden tot het nieuwe jaar, de tijd om nieuwe voornemens te bedenken. Maar eens natuurlijk nog even terugblikken op mijn ‘oude’ voornemens.

1. Verder met mijn blog
Het is ongelofelijk, maar er staan nu bijna 300 blogs op mijn site. Wauw, wauw, wauw! Er is zelfs een week in september geweest dat ik zes posts online heb gezet. Ook voor oktober staat mijn planning al vol. Het gaat goed met de inspiratie!

2. Een boek schrijven
Ik weet niet meer wat ik mezelf allemaal heb beloofd. Het enige wat ik weet is dat ik in september nauwelijks nog iets heb geschreven. Eén boek is gelukt, maar of een tweede boek gaat lukken? De tijd zal het leren.

3. Heel veel lezen
Nadat ik mijn doel van 25 boeken in het jaar heb behaald, heb ik nog maar weinig gelezen. En dat terwijl er nog zoveel boeken in mijn kast staan die wachten om ingekeken te worden. Ik geef voor nu even de schuld aan de ‘opstartmaand’ op mijn werk. De komende maanden ga ik, zonder twijfel, weer veel lezen!

4. Mijn andere blog oppakken
Over alle boeken heb ik een blog geschreven.
Klik hier om te zien welke boeken dat waren en wat ik ervan vond.

5. Engels leren
Ik ben nog niet verder gekomen dan dat ene Engelse hoofdstuk en die ene film zonder ondertiteling. Maar ik heb nog drie maanden.

6. 50.000 woorden schrijven
In augustus schreef ik precies 50.000 woorden. Wat een blijdschap! Ik had mezelf toegezegd even een maandje rust te geven en dat heb ik gedaan. In oktober, vanaf vandaag dus, ga ik het weer oppakken. Misschien dat ik verder ga met dit verhaal, misschien kies ik één van de andere verhalen.

7. Mijn blogs bundelen
Eh… Ja, ook hiervoor heb ik nog drie maanden… ;-)

Liefs!

P.S. Nu ik dit zo teruglees, lijkt het net alsof ik in september niets heb uitgespookt. Niets is minder waar. September stond in het teken van mijn werk. Zoals ik al zei was dit echt een opstartmaand. Wennen aan de leerlingen, wennen aan de extra taken die ik heb gekregen, wennen aan alles… Maar oktober, november en december zullen – hopelijk – een stuk productiever worden.

* Lees ook de eerdere blogs over mijn voornemens *

maandag 30 september 2013

Mentor in het voortgezet onderwijs, hoofdstuk 2

Hoofdstuk 2 – Leerlingen in beeld

Afgelopen week las ik het tweede hoofdstuk uit dit boek. Het waren slechts negen pagina’s en toch had ik er ruim een week voor nodig om deze bladzijden te lezen. Hoe dat komt? Ik ben niet zo van de moeilijke woorden. Dat merk je waarschijnlijk al aan mijn eigen geschreven stukjes. Bij een tekst met (veel) moeilijke woorden haak ik snel af. Ik hou van lezen, maar het enige wat ik lees zijn jeugdboeken en chicklits. Oeps. Als er in één zin al twee moeilijke woorden zitten, moet ik de zin minimaal drie keer lezen voordat ik het snap. Als ik niet ondertussen al ben afgehaakt.
Dit tweede hoofdstuk is onderverdeeld in vier paragraven. Zoals de titel van het hoofdstuk zegt wordt in iedere paragraaf de leerling ‘in beeld’ gebracht. Ik zal hieronder kort iets schrijven over/bij elke paragraaf.

2.1 Tussen 12 en 18
De eerste paragraaf brengt ‘de puber’ in beeld. Wat speelt er bij deze leerlingen? Wat gebeurt er met hun lichaam? Wat zijn alle fases waar een leerling doorheen gaat in dit deel van zijn of haar leven? In deze paragraaf wordt antwoord gegeven op al deze vragen. Je leest ook over de verschillen tussen jongens en meisjes en – verrassend – over de depressieve gevoelens van de jongeren.

2.2 De groep leeftijdsgenoten
In deze redelijk korte paragraaf wordt beschreven hoe een jongere is in zijn of haar vriendenkring. Vooral ook hoe lastig het kan zijn om ergens bij te horen. Want interesse tonen is belangrijk, maar als je te veel interesse toont is het weer niet goed. Je moet je stijl een beetje aanpassen aan de anderen, maar je moet niet proberen om op het te gaan lijken. En zo nog wat dingen…

2.3 Kind in het gezin
Dit is een stukje dat ik altijd vergeet. Ik vergeet áltijd dat een leerling ook gewoon een kind is. Voor mij is een leerling een persoon dat bij mij in de klas zit. Een persoon dat rond de school hangt. Een persoon waar ik van alles aan moet leren. Niet dat het ook een kind is van (hopelijk) twee ouders, dat diegene broers en zussen heeft, dat er thuis nog van alles speelt. Dit zal ongetwijfeld veranderen als ik zelf ooit kinderen krijg.

2.4 Kind en school
Kijk, dit is dan wel weer een paragraaf waarin ik me kan vinden. Dit is het deel van de leerling wat ik zie. Echter is dit niet de enige paragraaf van dit hoofdstuk en ook zeker niet het enige aspect bij een leerling. Voordat ik een goede mentor kan worden, moet ik in gaan zien dat een leerling veel meer is dan ‘een iemand die in mijn lokaal zit’.

Het tweede hoofdstuk bestond vooral uit (belangrijke!) achtergrondinformatie wat ook zeker heel belangrijk is. Toch hoop ik dat de volgende hoofdstukken voor mij interessanter zullen zijn. Meer voorbeelden uit de praktijk, meer tips voor een (goede) mentor, meer houvast. We zullen het zien!

Liefs!

zaterdag 28 september 2013

Dagboek: Regels, regels en nog eens regels (#4)

Na een weekendje te hebben uitgeziekt, begon ik deze week weer vol goede moed.

Maandag besloot ik mijn woonkamer herfst-klaar te maken. ’s Morgens ging ik de winkels af en ’s middags stond mijn bloemenvaas vol herfsttakken en stond er een mooi stukje op tafel. Ook heb ik in de boekwinkel ‘The Secret voor jongeren’ gekocht. Ik ben al een tijd benieuwd naar dit boek en het hele idee erachter, dus daar ga ik binnenkort aan beginnen.

Op dinsdag gingen mijn lessen verrassend goed. Mijn vriend vond mijn vorige dagboekpost zo negatief. Deze week valt het gelukkig wel mee. In mijn brugklassen ben ik eerst begonnen met het vertellen van de regels. Vijf regels, anders wordt het te veel. De rest van de les heb ik de leerlingen in groepjes laten werken. Dat was nog even wennen – misschien besteed ik daar de komende week een uitgebreidere blogpost aan – maar ik hoop dat het vanzelf goedkomt als ze dit wat vaker doen.

Op woensdag heb ik in de brugklassen de regels nog eens herhaald. Ook die dag gingen de lessen weer goed. Ik ben blij dat ik deze vijf regels duidelijk heb opgesteld, want het werkt wel. Eén van de regels gaat over de vijf-minuten-in-stilte-werken. Wat een rust levert dat op!
Woensdag heb ik in mijn 2havo-klas ook de regels opgesteld. Niet in samenspraak met de leerlingen, maar alleen. De les verliep daardoor best goed!

Donderdag hadden mijn brugklasleerlingen een toets. Heerlijk, drie uur lang alleen maar doen alsof ik heel goed aan het controleren ben wie er aan het afkijken is! De les in 2havo ging iets minder goed. Tijdens de klassikale uitleg deden ze wel goed mee (yes!), maar tijdens het zelfstandig werken werd het een chaos. De vijf-minuten-in-stilte gingen wel goed, maar daarna dachten de leerlingen dat ze, als ze vijf minuten goed hadden gewerkt, dat ze daarna de boel mochten afbreken. Eh… Nee, zo werkt dat niet. Ik merkte ook dat het vooral de mannen in het lokaal waren die er een zooitje van maakten. Niet iedereen hoor, maar 80% van de mannen was echt niet goed aan het werk. Daarom ga ik vanaf volgende week met een nieuw plattegrond werken, waarbij de meisjes en de jongens gemixt zitten. Ik wil dit plattegrond twee of drie weken aanhouden en daarna met de klas bekijken hoe de lessen zijn verlopen. Ik ben benieuwd!

Op vrijdag was ik thuis. Ik heb blogs geschreven, het huishouden gedaan, gelezen en sinds een lange tijd weer naar de bibliotheek gegaan. Heerlijk, zo’n dagje!

Liefs!

vrijdag 27 september 2013

Mijn (onrealistische?) vijfjarenplan

Vrijwel iedereen heeft een idee waar hij/zij over één, vijf of misschien zelfs tien jaar is. Laatst was ik met mijn vriend in gesprek over de toekomst. Wat wil ik nog doen, wat wil ik bereiken en hoe zie ik alles voor me?

Als je mijn blog al een tijdje volgt, weet je dat ik een controlfreak ben. Lijstjes maken is een hobby van me en ik doe dit serieus elke dag. Als het niet op papier of in mijn telefoon is, dan doe ik het wel in mijn hoofd. En ja, ook van mijn vijfjarenplan moet een lijstje gemaakt worden.

Ik heb voor de zekerheid in de titel geschreven dat dit een onrealistisch plan zal zijn. Puur en alleen zodat ik over mijn jaar, wanneer mijn plan niet helemaal is uitgekomen, kan zeggen: ‘Ik zei toch al dat het onrealistisch was?’ Ik ga echt wel mijn best doen, hoor. Maar wat sommige dingen betreft ben ik ook best een klein beetje afhankelijk van eh… externe instanties.

Oké, daar komt ‘ie.

Ik wil in 2013/2014:
- De boeken van havo 4 en havo 5 doorwerken, wiskunde A én wiskunde B, ter voorbereiding op wat komen gaat.
- Ik wil nog minimaal twee verhalen afschrijven voor het einde van het schooljaar, inclusief de verhalen waar ik al mee begonnen ben.
- En heel veel sparen (ook ter voorbereiding op wat komen gaat).

Ik wil in 2014/2015:
- De boeken van vwo 4, vwo 5 en vwo 6 doorwerken, wiskunde A, wiskunde B en wellicht ook wiskunde D, ook ter voorbereiding op wat komen gaat.
- Ik wil minimaal twee verhalen schrijven.
- Ik wil heel veel sparen.
- En het allerliefst een eigen boek in de winkels krijgen.

Ik wil in 2015/2016:
- Bijlessen geven aan leerlingen uit de bovenbouw om ervoor te zorgen dat ik de bovenbouwstof niet nog een keer ‘vergeet’.
- Ik wil minimaal twee verhalen schrijven.
- Verhuizen naar een droomhuis (lees: een huis met een extra werkkamer voor mij, een extra werkkamer voor mijn vriend en een ruimte ergens in huis waar ik een chaise longue neer kan zetten om heerlijk mijn boeken te lezen).
- Nog meer verhalen in de winkels krijgen…
- … en het zou ook leuk zijn om een zakcentje te verdienen met mijn blog – die tegen die tijd enorm goed bezocht en gelezen gaat worden. (Positief denken!)
- En omdat ik toch had gezegd dat dit een beetje onrealistisch zou zijn: ik zou het ook niet erg vinden om tegen die tijd columns te schrijven voor een onderwijsblad (of onderwijswebsite, ook leuk!).

Ik wil in 2016/2017:
- Nog steeds bijlessen geven,
- nog meer verhalen schrijven,
- heel veel geld sparen,
- schrijven, schrijven, schrijven,
- (uitgeven, uitgeven, uitgeven),
- en al mijn vorige plannen die nog niet zijn uitgekomen, waarmaken.

Ik wil in 2017/2018:
(Let op, hier komt het!)
- Een jaar stoppen met werken.
- In één jaar tijd de eerstegraadsopleiding afronden (of ik dat kan? Vast wel. Of het mag? Dat is de vraag!)
- Ondertussen stage lopen op de school waar ik nu werk.
- En ondertussen gewoon doorschrijven met alles waar ik tegen die tijd voor schrijf.

Dit zou betekenen dat ik binnen nu en vijf jaar de bovenbouwstof (opnieuw) beheers, dat ik de eerstegraadsopleiding heb afgerond, dat ik in mijn droomhuis woon en dat ik een stuk of vijf verhalen van mijn hand de boekwinkels in heb gekregen.

Of ik dat wil? JA!

Of dat lukt? Dat weet ik niet. Maar positief denken moet het codewoord zijn, volgens ‘The Secret’.

Liefs!

donderdag 26 september 2013

Beloof nooit iets aan je kinderen

Af en toe zoek ik filmpjes om YouTube over lesgeven. Hierbij stuitte ik al eerder op een grappig filmpje, maar ik kwam laatst ook een informatieve video tegen. De titel was ‘17 tips om direct positief les te geven’ (klik) en één van deze tips luidde:

Beloof nooit iets aan je kinderen

Uiteraard bedoelde de man van de voice-over hiermee de leerlingen in de klas. Bij het toelichten van deze tip zegt hij dat hij nooit iets belooft aan de kinderen in zijn klas, omdat hij het dan moet waarmaken. En dat doet hij niet.

Daar heeft hij een punt. Hoe vaak ik al iets aan de leerlingen heb beloofd… En hoe vaak ik mezelf daar al mee de nesten in heb gewerkt! Dat laatste is overdreven, maar ik heb wel avonden gekend dat ik nog tot laat bezig was met het nakijken van toetsen en het invoeren van de cijfers. Bah, wat heb ik een hekel aan ’s avonds werken. Waarom ik het toch beloof aan de leerlingen? Deels omdat het voor mij een stok achter de deur is om direct de toetsen na te kijken – en het dus niet uit te stellen tot een week later – maar ook deels om lief gevonden te worden. Ik vond het vroeger ook fijn om snel mijn cijfers terug te krijgen, dus ik kan me voorstellen hoe het voor deze leerlingen is.

Maar nee. Sinds dit filmpje ga ik het niet meer doen. Die stok achter de deur die zit ook in mijn hoofd. Nakijken doe ik vaak toch vrijwel direct na het afnemen van een toets. Voor die spreekwoordelijke stok heb ik de leerlingen niet nodig. En zo hoeft het ook niet (nogmaals) te gebeuren dat ik met een kop koffie over de toetsen gebogen zit, terwijl ik eigenlijk veel liever in bed lig.

Dus: beloof nooit iets aan je kinderen, want dan moet je het ook waarmaken!

Liefs!

woensdag 25 september 2013

Tip: Stel samen klassenregels op (#28)

Met sommige dingen begin ik altijd te laat. Met streng zijn bijvoorbeeld. Of met het duidelijk maken van de regels. En voordat ik met mijn ogen kan knipperen hebben de leerlingen de leiding overgenomen.

‘Nee,’ moet ik dan zeggen. Ik moet het denken, ik moet het voelen. De leerlingen zijn in mijn lokaal en in mijn lokaal gelden mijn regels. Het is wellicht aan de late kant om nu mijn regels nog eens te roepen, maar wat ik wel kan doen, is samen de regels opstellen.

Hoofdstuk 20, tip 5: Stel samen klassenregels op
Zet jezelf ‘stevig' neer. Wat verwacht jij van de klas? Wat mogen ze van jou verwachten? Dat geldt zowel voor de lesinhoud als voor de omgang met elkaar. Stel verder samen met de klas vijf klassenregels op die sturend zijn, niet straffend. En houd iedereen daar consequent aan.

Vijf regels biedt overzicht. Vijf sturende – en dus niet straffende – regels biedt mogelijkheden. En het samen opstellen van de klas, uiteraard wel onder mijn leiding (en niet onder die van hen!) biedt inspraak van de leerlingen. Dit is wat ik nodig heb.

Mijn 2havo-leerlingen worden steeds drukker, steeds lastiger en luisteren steeds slechter. Dit is wat ik moet doen. Deze week ga ik, samen met de klas, vijf regels opstellen. Mijn doel? Een fijn leerklimaat voor de leerlingen. Met nadruk op fijn, maar zeker ook met nadruk op ‘leer’klimaat, want tot nu toe is dat leren bij veel leerlingen nog niet helemaal gelukt.

Liefs! 

dinsdag 24 september 2013

Reflectie #2

Het is nu twee weken na mijn vorige reflectie. Inmiddels ben ik wat verder in de lessen en daardoor heb ik ook meer te vertellen. Over de afgelopen lessen heb ik in een boekje bijgehouden hoe het is gegaan met al mijn ‘veranderingen’. Bij de ene verandering gaat het goed, bij de andere is nog wat extra aandacht nodig.

Ook vandaag wil ik weer per verandering vertellen wat de vorderingen zijn. Pak een kopje thee en lees mee.

Verandering 1: Onvoldoendes van de leerlingen
De vorige keer was hier nog weinig over te vertellen, omdat ik toen nog geen toetsen had gegeven. Ik ben nu al een stapje verder. Ik heb de toetsen afgenomen, nagekeken, opgeschreven (in mijn grote map) wat er bij de leerlingen met een onvoldoende verkeerd ging en ik heb zelfs de vragenlijsten laten invullen door de leerlingen. Alles loopt op rolletjes! Ik vond het wel veel werk, zeker om ook de toetsen te kopiëren en bij iedereen op te schrijven wat er niet goed ging. Maar ik denk maar zo: later zal ik er blij mee zijn!

Verandering 2: De opstelling in mijn lokaal
Oeps. Nee, hier heb ik nog niets mee gedaan. Maar dat heeft een reden. Ik heb tegen mezelf gezegd dat ik pas de tafels in groepjes ga zetten zodra ik alle klassen onder controle heb en ook pas als ik écht alle namen ken, dus ook als de leerlingen door elkaar zitten.

Verandering 3: Huiswerkcontrole
De huiswerkcontroles in de brugklassen worden saai. Per les kan ik met gemak tien schriften uitgebreid controleren, omdat alles er geweldig uitziet. Tekeningen met potlood, kantlijnen aan de linkerkant, netjes geschreven enzovoorts. Het enige wat sommige leerlingen ‘vergeten’ is het nakijken. Hier moet ik klassikaal wat extra aandacht aan besteden.
Maar als ik kijk naar de schriften in klas 2havo… Wat een drama. Geen berekeningen, geen sommen overgeschreven, niet nagekeken, assenstelsels en grafieken met pen en bij sommige leerlingen is het huiswerk ook niet af. Bah! Gelukkig zijn die huiswerkcontroles hiervoor bedoeld. Om dit soort dingen te ontdekken en om het aan te pakken.

Verandering 4: Consequenter zijn bij het geven van straf
Dit is lastig! Ik heb nog steeds niet echt straf hoeven geven, maar wat ik wel heel lastig vind zijn de toiletbezoeken. Ik wilde niet dat mijn leerlingen nog naar het toilet zouden gaan tijdens de lessen, maar toch kan ik het niet laten. Met als gevolg dat er in sommige lessen vijf leerlingen achter elkaar naar het toilet gaan. Wat moet ik hiermee?

Verandering 5: De stoelen en de tassen
Ik merk dat, als ik er niets van zeg, dat er ook niets gedaan wordt. De tassen liggen weer gezellig op een hoopje in het gangpad en de stoelen worden niet aangeschoven. Herhalen, herhalen, herhalen, ik denk dat dat het toverwoord is.

Ik ben niet over alle veranderingen tevreden, maar ik denk dat sommige dingen echt tijd nodig hebben. Ik ga het tijd geven en binnenkort, over een paar weken, hoop ik een derde reflectie te kunnen schrijven die op alle punten positief is.

Liefs!

maandag 23 september 2013

Vragen van leerlingen tijdens de uitleg

‘Het lijkt wel alsof ze steeds ongeduldiger worden,’ zei een collega tegen mij. ‘Ze hebben niet eens de manieren om even het hele praatje af te wachten, maar ze willen meteen van alles vragen.’

Herkenbaar! Ik merk de laatste tijd steeds vaker, met name in de brugklassen die ik nu heb, dat de vingers de lucht in blijven schieten. Als ik net één zin van mijn verhaal heb verteld, schieten de handen al omhoog. Irritant, want ik raak er direct door afgeleid. Een vinger in de lucht staat voor mij voor het teken om de leerling de beurt te geven en hem of haar een vraag te laten stellen. En dat doe ik dan ook eigenlijk altijd. Ook als het een vraag is waarvan ik het antwoord sowieso al in mijn introductie had verwerkt.

Ik weet niet of ik het met deze inleiding goed heb verwoord, maar wat ik dus wil zeggen is dat de leerlingen het geduld niet hebben om je even uit te laten praten. Dat ze hun vinger opsteken is trouwens al een hele prestatie, want het komt steeds vaker voor dat ze hun vraag gewoon door het lokaal heen schreeuwen.

Maar, wat moet je doen met dit soort leerlingen? Ik schreef net al dat ik een leerling – voorheen – altijd direct de beurt gaf. Na dit mini-gesprekje met mijn collega ben ik daarvan afgestapt. Ik weet nu dat die vingers van de leerlingen niet staan voor hun nieuwsgierigheid, maar voor hun enorme ongeduld. En ik vind dat het toch ook wel een stukje opvoeding van de docent is om de leerlingen te leren om te wachten tot de docent klaar is met zijn of haar verhaal.

Daarom doe ik het tegenwoordig anders. Tegenwoordig… Ik bedoel dus sinds afgelopen week. Als ik mijn zegje nog niet heb afgerond en ik zie vingers de lucht in gaan, gebaar ik met mijn hand dat ze moeten zakken. ‘Je mag straks iets vragen,’ zeg ik dan. En als het daarna nog eens gebeurt, zeg ik er niets bij. Dan is een gebaar voldoende. Zodra ik heb gezegd wat ik wilde zeggen, vraag ik: ‘Wie wil daar nog iets over vragen?’ En dan pas mogen ze hun vraag stellen.

Dit is niet alleen bij een introductie van de les, maar ook bij de uitleg. Ik leg eerst de theorie uit, geef de leerlingen aan dat ze hun vraag moeten onthouden, en wanneer ik klaar ben, mogen de leerlingen hun vraag stellen. Voor mij werkt dit veel beter, omdat ik zo minder lang met de uitleg bezig ben (omdat ik niet elke keer word onderbroken) en omdat ik me niet zo erger aan de ongeduldige leerlingen.

Liefs!

zaterdag 21 september 2013

Dagboek: Hatsjoe! (#3)

Weet je waar ik echt een hekel aan heb? Aan een koortslip! Ik heb ze één tot twee keer per jaar en vorig weekend was het zover. Mijn vrijdag was meteen verpest. En de rest van mijn weekend en de afgelopen week ook. Helaas werd het allemaal nog een tikkeltje erger. Maar dat komt pas later.

Maandag had ik absoluut geen nuttige dag. Na lang wikken en wegen ben ik uiteindelijk naar de sportschool gegaan voor een groepsles. Daar aangekomen bleek het systeem even niet te werken, omdat ze er nieuwe groepslessen in gingen zetten. ‘Het kan een paar minuten duren, maar het kan ook de hele dag in beslag nemen,’ zei het meisje achter de balie. Ik ben nog even blijven wachten, maar tien minuten later zat ik toch echt weer op de scooter terug naar huis. In de regen.

Dinsdag mocht ik weer naar mijn werk. Wat zijn de weekenden soms toch lang. Ik wil niet klagen, want ik vind het eigenlijk best lekker. Maar het is wel gek, vier dagen op rij vrij. Helaas was alle opgespaarde energie na deze dag wel voorbij. Wat had ik het druk! Het begon met de brugklassen, die toch wel steeds drukker beginnen te worden. En als klap op de vuurpijl had ik mijn 2havo-klas voor mijn neus. Ik schreef aan het begin van het jaar nog dat ik zo blij was met deze klas. Eh… Dat neem ik terug. Het zijn twintig stuiterballen bij elkaar…

Op woensdag had ik eveneens een drukke dag. De leerlingen waren gelukkig minder druk dan de dag ervoor – maar dat komt ook doordat ik bij de brugklassen de eerste toets van dit jaar gaf en doordat ik bij mijn 2havo-klas nog eens duidelijk de regels heb uitgelegd – maar ik had wel ontzettend veel te doen buiten de lessen om. Toetsen nakijken, cijfers invoeren en mijn eigen huiswerk. Ik ben sinds deze week begonnen aan het doorwerken van een bovenbouwboek en dat neemt best veel tijd in beslag.

Donderdag was gelukkig de laatste dag van de week. Na dinsdag had ik het eigenlijk wel weer gehad en ook woensdag was niet de leukste dag van dit schooljaar. Tja, en dan kwam er ook nog de donderdag. ’s Morgens moest ik niezen. Ik grapte tegen mijn vriend dat ik ziek was, maar helaas bleek dat toch geen grapje te zijn. Tegen de middag, tijdens een hele interessante reanimatiecursus, voelde ik me steeds beroerder voelen. Verkoudheid en ook nog eens hoofdpijn. Bah! Thuis ben ik op de bank gaan liggen en vrijwel meteen viel ik in slaap.
Ook op vrijdag heb ik weinig anders gedaan dan dat. In plaats van de bank had ik mijn bed en in plaats van slapen keek ik twee films. Maar heel productief was deze dag helaas niet.

Het is nu zaterdagochtend en ik voel me nog steeds niet veel beter. Omdat ik wel veel dingen op mijn to do-lijst heb staan wil ik mijn verkoudheid en ziekzijn even een dagje proberen te negeren. Maar of dat gaat lukken…?

Liefs!

woensdag 18 september 2013

Wel of niet: aantekeningen overnemen?

Ik heb er weer één: een nieuwe label voor op mijn site. Een dilemma, voor op de woensdag. Gewoon, omdat het kan. En omdat de tips en de lijstjes een klein beetje beginnen te vervelen.

Vorig jaar heb ik het bijna nooit gedaan. Aantekeningen geven. Ik kon me niet herinneren dat ik vroeger bij wiskunde (of bij welk ander vak dan ook) een aantekening kreeg, dus daarom deed ik het ook niet. Tot ik vorig jaar andere leerlingen hoorde dat ze zo veel aantekeningen kregen bij wiskunde. Maar… Hoe dan?

Eén van de dingen die ik dit jaar wilde veranderen, maar wat ik niet bij de ‘officiële’ veranderingen heb neergezet, is het geven van aantekeningen. De aantekeningen van vorig jaar zijn op twee handen te tellen. En dan heb ik het ook echt over het gehele jaar, voor zowel de brugklas als de tweede klas. Dit jaar wilde ik het anders. Die schriften van de leerlingen moeten vol komen met aantekeningen!

We zijn nu twee weken verder en mijn brugklasleerlingen worden al helemaal gaar van de aantekeningen. ‘Moeten we alweer schrijven?’ hoor ik dan. ‘Ja,’ antwoord ik dan, ‘en morgen ook.’ Blijkbaar kan ik geen tussenweg vinden tussen nauwelijks tot geen aantekeningen en élke les een aantekening. Maar… Ik kan ook eigenlijk niet de schuld alleen bij mij neerleggen. Het eerste hoofdstuk bij de brugklas bestaat uit heel veel nieuwe begrippen. Heel veel. Ik móet wel aantekeningen geven, anders slaan ze de begrippen misschien niet op.

Het volgende hoofdstuk is gelukkig een rekenhoofdstuk. Een hoofdstuk met nauwelijks begrippen, dus dat betekent ook nauwelijks aantekeningen. Daar zullen de leerlingen blij mee zijn!

Maar, aantekeningen overnemen, wel of niet? Wel dus. Ik was er voorheen niet zo van, maar ik zie er nu echt wel de voordelen van in. Ik blijf dus lekker doorgaan. En die leerlingen… Ach, die moeten niet zeuren!

Liefs!

P.S. Op sommige momenten vind ik het oprecht jammer dat ik weinig lezers/commenters heb. Ik stoor me er nooit aan, maar hoe leuk zou het zijn als ik lezers-dillema’s kan voorleggen?

maandag 16 september 2013

Mentor in het voortgezet onderwijs, hoofdstuk 1

Hoofdstuk 1 – Inleiding

Dit weekend las ik het eerste hoofdstuk van het boek dat ik kocht toen ik dacht mentor te gaan worden. Gelukkig was dat niet het geval, maar toch wil ik dit boek doorwerken. Zoals ik al zei: dit weekend ben ik met het eerste hoofdstuk begonnen. De komende maanden zal ik om de week een hoofdstuk lezen en een verslag over dit hoofdstuk online zetten.

Ik ben niet zo goed in samenvattingen maken. Vroeger deed ik het wel, maar bij dit boek vind ik het niet nodig. Ik krijg er tenslotte geen tentamen over. Bij dit boek wil ik dit ‘gewoon’ wat dingen vertellen. Welke interessante dingen ik heb gelezen, hoe ik over standpunten denk – als deze in het boek voorkomen –, welke tips ik absoluut ga onthouden als ik ooit mentor ben enzovoorts.

Bij het eerste hoofdstuk valt weinig te vertellen. Het hoofdstuk bestaat, zoals de titel al zegt, uit een inleidend stuk en eigenlijk staat daar precies in wat ik ook in deze blogpost al had geschreven. Er wordt kort verteld wat er in de komende hoofdstukken te lezen is. Ik ga dit niet nog een keer herhalen, want dan wordt het saai.

Nogmaals, de komende tijd zal ik om de week een verslag schrijven over het gelezen hoofdstuk. Het zal wat uitgebreider worden dan vandaag, dat beloof ik. En zeer waarschijnlijk ook een stuk interessanter.

Liefs!

zondag 15 september 2013

Raadsels in de klas

Ooit, in een ver verleden (vorig jaar dus…) had ik iets bedacht. Ik weet niet eens meer wanneer dat was en wat de titel was van de blog. Ik ga het ook niet opzoeken, want ik ga het hier toch herhalen. Het ging om het afsluiten van de les en hoe je dat leuk en/of anders kan maken dan alleen ‘Doei, tot morgen’ te zeggen.

Ik had me voorgenomen om elke les, of in ieder geval zo nu en dan, mijn les af te sluiten met een raadsel. De reden daarachter is dat de leerlingen zo benieuwd zijn naar het antwoord dat ze weer zin hebben in de volgende les. Het zijn natuurlijk pubers, dus zo heel benieuwd zullen ze niet zijn en zin hebben in een wiskundeles is wel heel overdreven. Maar ik denk dat er toch wel wat leerlingen hiermee aan de slag zullen gaan.
Tot op heden heb ik nog geen raadsel aan het einde van de les gegeven. Want zo gaat dat bij mij, met die voornemens. Maar vorige week besloot ik dat het er echt van moest komen. Ik zocht op internet naar leuke raadsels, ik pakte mijn scheurkalender van ‘Volgens Bartjens’ erbij en ging aan de slag.

Ik heb wat leuke raadsels opgeschreven en me voorgenomen (oei, gevaarlijk woord!) om elke donderdag – dat ik de laatste dag van de week dat ik de leerlingen zie – een raadsel mee te geven. Ik zie de leerlingen op dinsdag weer, dus dan hebben ze ruim de tijd om ermee te puzzelen.
Inmiddels heb ik mijn leerlingen ook op de hoogte gebracht van mijn Facebookpagina. De pagina is eigenlijk bedoeld voor belangrijke dingen, maar ik zou natuurlijk ook op donderdag de raadsels hierop kunnen zetten. Wow, wat een goed idee van mezelf!

Ik ben heel benieuwd hoe dit gaat uitpakken, ik ga er komende week mee beginnen. Uiteraard zal er binnenkort, als ik het een paar keer heb uitgevoerd, een vervolg op deze blogpost komen.

Liefs!

P.S. Zet tussen de cijfers 987654321 bewerkingstekens (+, -, ×, : en haakjes) zodat de uitkomst 2013 is. Succes!

zaterdag 14 september 2013

Dagboek: Roosterwijzigingen! (#2)

Vier dagen weekend heeft zo z’n voordelen en z’n nadelen. Op maandagavond zit ik toch wel met gemengde gevoelens. Aan de ene kant wil ik dolgraag weer aan het werk: vier dagen ‘niks doen’ is ook niet alles. Maar aan de andere kant… Na vier dagen zit ik wel in het ritme laat-naar-bed-laat-uit-bed. En dat is jammer, want dat maakt de dinsdagochtend extra moeilijk.

Dat ‘niks doen’  is trouwens niet helemaal waar. Maandag heb ik best een productieve dag gehad. Vanwege het Hollandse weer ben ik de hele dag binnen gebleven, ondanks mijn voornemen om elke maandag te sporten. Thuis heb ik aardig wat uurtjes achter de computer gespendeerd. Ik heb blogs geschreven en wat voorbereidend werk gedaan. Daarnaast heb ik de nodige huishoudelijke taken gedaan. Koken, afwassen, twee wasjes gedraaid en opgehangen. En, omdat ik ’s avonds wonder boven wonder nog genoeg energie over had, heb ik ook twee nieuwe lay-out gemaakt; voor deze blog en mijn andere blog.

Dinsdagochtend reed ik ’s morgens op de scooter naar mijn werk. Kurkdroog kwam ik aan op mijn werk. Heerlijk! Op mijn werk ging alles soepel. Ik gaf mijn lessen, een invaluur en na alle lessen heb ik de komende lessen voorbereid. Zo hoort een werkdag te gaan! Helaas kwam ik niet zo kurkdroog thuis…

Vanaf woensdag begonnen de roosterwijzigingen. Deze week zijn veel klassen op reis en dat betekent dat er veel lessen uitvallen. Woensdag had ik dan ook een kortere dag dan vorige week. Na de lessen heb ik nog een hoop werk gedaan, maar toch zat ik om kwart voor drie al op de scooter terug naar huis. Heerlijk!

Ook donderdag viel er een les uit, waardoor ik het eerste uur vrij was. Ik mocht een uur langer in bed liggen, ik kon rustiger aan doen… En toch zat ik om kwart voor zeven al op de scooter. Want tja, als ik dan toch eenmaal uit bed ben, kan ik net zo goed gebruik maken van de tijd. Donderdag was trouwens een lange dag. Ik kan niet precies zeggen waarvoor, omdat je dan met een beetje google’en al snel uitkomt bij de school waar ik werk en bij mijn echte naam. Maar ik wil wel zeggen dat ik donderdagavond tot half tien op school was voor ‘een projectje’. Ik mocht spreken voor een volle, grote zaal en achteraf was dat echt superleuk om te doen! En dit mag ik nog tien keer doen dit schooljaar.
Omdat ik donderdag pas laat thuis was en ik niet meteen kon slapen, ging ik pas rond middernacht naar bed. Gelukkig kon ik de volgende ochtend uitslapen!

Vrijdag ben ik ook weer redelijk productief geweest thuis. Naast het huishouden heb ik wat blogs getypt en heb ik het boek voor mentoren voor het eerst opengeslagen. En daar ga ik nu een blog over schrijven.

Komende week wordt er week gewerkt met een nieuw rooster. Ik zit elke dag wat langer op school, maar in ruil daarvoor mag ik op één dag een uurtje langer slapen en heb ik er twee tussenuren bij – wat eerst niet in mijn rooster zat. Ik ben er blij mee!

Liefs!

vrijdag 13 september 2013

Mag een leerling (tijdens de les) naar het toilet?

Ik vind het leuk om ’s avonds, voor het slapen, YouTube-filmpjes te kijken. Laatst typte ik iets van ‘leren lesgeven’ in en ik kwam dit bij dit geniale filmpje.

Leerlingen tijdens de les naar het toilet te gaan, is dat goed of niet? Gelukkig hoorde ik het antwoord van deze professionals.

Klik hier als het filmpje niet te zien is.

Liefs!