maandag 25 november 2013

Mentor in het voortgezet onderwijs, hoofdstuk 5

Hoofdstuk 5: Begeleidingsgesprekken

Vandaag een stukje over het vijfde hoofdstuk van het boek ‘Mentor in het voortgezet onderwijs’. Het hoofdstuk was bijna net zo dik als de vorige vier hoofdstukken bij elkaar, maar ik kwam er goed doorheen. Het was informatief en interessant tegelijk.

Het hoofdstuk ging over begeleidingsgesprekken. Een gesprek met een leerling bevat pedagogische en didactische doelen. Vaak gaan deze gesprekken over de ontwikkeling van de zelfstandigheid of zelfverantwoordelijkheid van de leerlingen. Bij het reflecteren van deze doelen is de reflectiespiraal van Korthagen erg handig. Deze bestaat uit vijf fases; de ervaring, terugblikken hierop, conclusies trekken, een nieuwe werkwijze bedenken en deze uitproberen.
Omdat niet iedereen uit zichzelf deze stappen doorloopt, is daar de rol van de mentor. Hierover wordt meer beschreven in het volgende hoofdstuk.

Van het doel van het gesprek gaan ze in het boek over naar de leerling. De leerling met wie de mentor het gesprek heeft wil uiteraard serieus genomen worden. In de tweede paragraaf geven ze hier wat tips voor. De belangrijkste tip is om vragen te stellen. Toon interesse in de leerling en vraag vooral ook door. Een andere tip is om empathie te tonen. Koppel vooral ook terug wat je bij een leerling ziet.

Ik jump meteen door naar de vijfde paragraaf van het hoofdstuk, waarbij ze het hebben over de organisatie van het gesprek. Bij een mentorgesprek hoort natuurlijk een goede voorbereiding. Lees alle informatie over een leerling nog even door, verzamel informatie wat je in het gesprek nodig zal hebben en vraag ook aan de leerling om zich voor te bereiden. De leerling wil misschien zelf iets inbrengen. Hiervoor bestaan ook vragenlijsten die een leerling in kan vullen voorafgaand aan het gesprek.
Een tweede stap is om duidelijk het doel van het gesprek te formuleren. Wil je het hebben over het gedrag? Over de cijfers? En wat voor soort gesprek wordt het?
Na het gesprek is het tijd voor de afronding. Bespreek met de leerling nog even kort wat de eventuele afspraken zijn. Maak hiervan ook – tijdens of na het gesprek – een verslag. Handig voor de leerling om terug te lezen, absoluut handig voor jezelf en misschien ook nog voor collega’s.

Ik noemde het net al kort. Er zijn verschillende soorten gesprekken. In dit hoofdstuk behandelen ze vijf soorten mentorgesprekken. Ze beginnen met het kennismakingsgesprek, wat uiteraard ergens aan het begin van het schooljaar plaats zal vinden. Vervolgens komt het probleemverhelderend gesprek, het adviesgesprek en het slechtnieuwsgesprek. Een laatste soort gesprek is het bemiddelend gesprek, een gesprek met meer dan één leerling.

Hoofdstuk 6 zal gaan over de rol van de mentor bij het begeleiden van leerlingen bij het leren. Over twee weken zal mijn verslag daarvan online komen.

Liefs!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen