maandag 6 januari 2014

Mentor in het voortgezet onderwijs, hoofdstuk 7

Vooraf ga ik nog eens herhalen wat ik al eerder schreef. Vanaf januari zal de indeling van blogposts enigszins veranderen. Omdat ik het af en toe best lastig vind om me tot de maandag-artikelen te verzetten, zal er regelmatig een ‘Dag uit mijn docentenleven’-post online komen in plaats van een “maandag-artikel”. Vandaag nog wel een hoofdstuk uit dit boek!

Hoofdstuk 7: Leerlingen begeleiden bij de psychosociale ontwikkeling

Het zevende hoofdstuk was een interessante. In het hoofdstuk werden vijf praktijkvoorbeelden beschreven van jongeren met niet-alledaagse problemen. Ik vind dit soort stukjes altijd heel interessant, omdat je zo goede voorbeelden voorbij ziet komen over hoe je als mentor (of docent) kunt reageren op problemen bij jongeren. In dit hoofdstuk stonden voorbeelden waar ik zelf nooit mee in aanraking ben gekomen (gelukkig), dus dat maakt het nog interessanter.

Als ik in dit boek lees, met name over dit soort hoofdstukken waarbij je de handelingen van mentoren leest, hoop ik altijd maar dat het mentorschap gepaard gaat met heel veel ervaring. Als ik lees hoe anderen reageren op bepaalde situaties, merk ik hoe onervaren ik nog ben met dit soort dingen. Hopelijk komt dat ooit wel goed.

Ik ga niet alle situaties en handelingen opschrijven, alleen het voorbeeld van een meisje, Ineke, dat in 5 gymnasium zit. Op een dag meldt ze zich ziek en de hele week gaat ze niet naar school. De mentor trekt aan de bel en komt, op verzoek van moeder, bij het meisje thuis.
Ze zit enorm in de knoop met al het werk van school. Ze heeft het gevoel dat ze zich over de kop werkt en ook moet ze vaak het groepswerk doen, waarbij de anderen uit het groepje dus nauwelijks iets doen. Ze wil niet meer naar school, omdat ze het zo zwaar vindt, maar ze zou ook niet willen blijven zitten.

De mentor reageert hierop door direct te zeggen dat ze een burn-out heeft. Ik vind dit wat snel om te zeggen en ook zou ik zoiets niet zeggen voordat ik het eerst zou laten checken bij ‘professionals’. Maar ok√©, ze heeft dus een burn-out. Hierna wordt er gezocht naar een oplossing. De mentor komt op het volgende: ‘Hoe zou het voor je zijn om gewoon de komende maanden de dingen te doen waarin je zin hebt?’ Omdat Ineke het toch best eng vindt om meteen te stoppen met school, besluiten ze twee weken na dit gesprek nog eens een afspraak te maken om op dat moment pas een beslissing te nemen. Twee weken later besluit Ineke toch een paar schoolloze maanden in te lassen.

Ik probeer me meteen in de mentor te verplaatsen als ik zoiets lees. Wat als ik voor een huisbezoek naar een mentorleerling ga en ik hoor van de leerling dat hij of zij het niet meer ziet zitten? Ik geloof dat ik heel anders zou reageren. Ten eerste zou ik er eerst professionele hulp bij inschakelen, of in ieder geval iemand met meer ervaring. En ten tweede zou ik nooit direct met een oplossing komen zonder eerder met iemand anders te hebben overlegd, zoals de afdelingsleider van deze leerling.

Ook bij de andere situaties in dit boek zou ik niet in eerste instantie zo professioneel handelen. Nogmaals, ik hoop dat dit wel goedkomt naar mate ik wat meer ervaring heb in het mentorschap. De tijd zal het leren.

Liefs!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten