woensdag 3 oktober 2012

Hoe gaan de leerlingen om met de fouten die ze maken?

Ik vind de leerlingen van tegenwoordig wel erg gemakkelijk. In deze blog sta ik stil bij hun gemakkelijkheid wat betreft hun huiswerkopgaven.

Wat ik van de leerlingen verlang, is dat ze hun huiswerkopgaven maken, nakijken en zo nodig verbeteren. Het maken gaat over het algemeen goed en daarover heb ik ook weinig te klagen. Het nakijken gaat iets minder goed, maar daar zal ik vandaag niet over zeuren. Waar ik het wel over wil hebben, is het verbeteren van hun huiswerk. Want wat gaat dat slecht! Wat veel leerlingen doen, en wat ook heel gemakkelijk is, is het foute antwoord doorstrepen en het goede antwoord ernaast zetten. Of ze daar iets van leren? Dat denk ik niet. Ik zeg vaak genoeg tegen de leerlingen dat ik het niet erg vind als ze fouten maken, omdat ze daar juist van leren. Maar hoe kun je leren van je fouten als je niet weet wat je fout doet? Dat lijkt me lastig. Omdat ik heb gemerkt dat veel leerlingen hun fouten niet serieus nemen, heb ik tien minuten van mijn lestijd gewijd aan dit onderwerp.

Mijn lessen beginnen altijd klassikaal. De eerste vijf tot vijftien minuten ben ik aan het woord en dat weten de leerlingen ook. Dit keer begon ik met de vraag wie er wel eens fouten maakt bij de opgaven. Zoals verwacht gingen alle vingers omhoog. Toen ik vervolgens vroeg wie die opgave dan nog eens opnieuw maakt, gingen bijna alle vingers weer naar beneden. Wat een teleurstelling. Een tijd terug, in de tweede of derde week van het schooljaar, gaf ik alle leerlingen een half A4-tje met daarop een stappenplan met daarop aangegeven hoe ze de opgaven moeten maken en wat ze moeten doen als ze iets niet snappen. Daarop stond duidelijk dat ik van ze wil dat ze de opgaven die ze fout hebben gemaakt nog eens maken. Omdat er duidelijk te weinig naar dit stappenplan wordt gekeken, heb ik deze nog eens op het bord gezet. Aan de leerlingen vroeg ik om dit over te schrijven in hun schrift. Ik heb toch altijd het idee dat het dan beter bij ze blijft hangen.

Wat de leerlingen in hun schrift moesten schrijven, ziet er zo uit:

Elke wiskundeles zorg ik dat mijn huiswerk in orde is. Dat betekent:
-       opgaven overgeschreven (behalve bij ‘verhaaltjessommen’, dan alleen hoofdpunten noteren).
-       tussenstappen opgeschreven, liefst onder elkaar.
-       eindantwoord opgeschreven.
-       opgaven nagekeken met een andere kleur.
-       bij een fout antwoord de opgave opnieuw gemaakt.

Wil een opgave maar niet lukken? Dan lees ik de uitleg nog een keer heel goed. Helpt dat niet? Dan bestudeer ik de voorbeelden nog eens grondig. Nog steeds geen succes? Dan schrijf ik wél de opgave over, wat ik geprobeerd heb en wat ik precies niet begreep!

Vooral dat laatste vind ik erg belangrijk. Ik krijg vaak genoeg leerlingen aan mijn bureau die zeggen dat ze “helemaal niets van opgave 17 begrijpen”. Met zo’n probleem kan ik niets. Er is altijd wel iets wat de leerlingen wel kunnen van opgave 17, want als ik vraag waarom ze geen assenstelsel kunnen tekenen, dan roepen ze meteen dat ze dat wel kunnen, “maar de rest niet”. Daarom heb ik gezegd dat ze vanaf nu alleen naar me toe mogen komen met een duidelijke vraag.

Volgende week hebben mijn brugklasleerlingen een proefwerk. Mijn plan is om hun schriften in te nemen en eens goed te kijken hoe serieus de leerlingen ondertussen zijn geworden in het nakijken en het verbeteren van hun huiswerkopgaven. Ik ben benieuwd!

Liefs!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen