dinsdag 10 september 2013

Een vader en een moeder

Mijn moeder is overleden. Niet recent, maar zo voelt het af en toe nog wel. Het verdrietig is nog aanwezig en dat zal het altijd blijven. Inmiddels heb ik er een plekje voor gevonden, maar het blijft pijnlijk om eraan herinnerd te worden.

Er zijn genoeg mensen in mijn omgeving die het niet weten en die er ook niet bij stilstaan. Eén van mijn docenten op de lerarenopleiding was zo iemand. Die vrouw was geweldig. Alle mannelijke klasgenoten keken haar met grote ogen na en alle vrouwelijke klasgenoten waren ook weg van haar. Dat gebeurde op de lerarenopleiding niet vaak. En hoewel ik ook weg was van deze vrouw, heeft ze me toch aan het huilen gemaakt.

Ik weet niet meer precies wat eraan vooraf ging. Wat de aanleiding van mijn tranen was, weet ik nog wel. Die dag was de sterfdag van mijn moeder. Ik ben toch naar school gegaan, want het leven gaat nu eenmaal door. Tijdens de college ging het over iets. Ik weet niet meer wat. Een spelletje of een trucje of zo. En toen zei de docente: ‘Dat zou leuk zijn om thuis eens bij je moeder uit te proberen.’ Thuis, bij mijn moeder… Ze zei het alsof het de normaalste zaak van de wereld was. Thuis, bij mijn moeder. Maar mijn moeder was niet meer thuis. Al een paar jaar niet meer.

Ik probeerde de tranen te bedwingen, maar dat ging moeilijk. Ik bleef de woorden herhalen. Gelukkig zat ik achterin en zag niemand dat er nogal wat vocht over mijn wangen liep. Behalve de docente zelf. Aan het eind van de les, toen iedereen het lokaal uitliep, snelde ik weg. Ik had het aan mijn vriendin uitgelegd, die het inmiddels ook door had. Ze begreep het en stuurde me naar het toilet. Zij zou wel aan de docent uitleggen wat de oorzaak van de tranen waren.

De docente bood haar excuses aan. ‘Ik dacht er niet bij na toen ik dat zei,’ vertelde ze. En dat is logisch, want als mijn moeder nog geleefd had, was het ook een doodnormale (oeps, gekke woordkeuze) uitspraak. ‘Maar het is goed dat je het me hebt uitgelegd. Vanaf nu zal ik oppassen wanneer ik dit soort dingen wil zeggen.’

En dat doe ik ook. Aan het begin van het schooljaar krijgen de docenten op mijn werk een lijst met alle ‘mankementen’ van de leerlingen. Er zit altijd wel een leerling in de klas van wie één van de ouders (of beide…) zijn overleden. Van wie één van de ouders in de gevangenis zit. Van wie één van de ouders niet meer in beeld is. Van wie één van de ouders geen contact meer wil. Dat is dan ook de reden dat ik nooit klassikaal de woorden ‘vader’ of ‘moeder’ gebruik. In plaats daarvan gebruik ik het woord ‘thuis’. Wat een thuis, dat hebben ze wel.

Voor velen is het normaal dat anderen een vader én een moeder hebben. Maar helaas geldt dat lang niet voor iedereen…

Liefs!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen