maandag 30 september 2013

Mentor in het voortgezet onderwijs, hoofdstuk 2

Hoofdstuk 2 – Leerlingen in beeld

Afgelopen week las ik het tweede hoofdstuk uit dit boek. Het waren slechts negen pagina’s en toch had ik er ruim een week voor nodig om deze bladzijden te lezen. Hoe dat komt? Ik ben niet zo van de moeilijke woorden. Dat merk je waarschijnlijk al aan mijn eigen geschreven stukjes. Bij een tekst met (veel) moeilijke woorden haak ik snel af. Ik hou van lezen, maar het enige wat ik lees zijn jeugdboeken en chicklits. Oeps. Als er in één zin al twee moeilijke woorden zitten, moet ik de zin minimaal drie keer lezen voordat ik het snap. Als ik niet ondertussen al ben afgehaakt.
Dit tweede hoofdstuk is onderverdeeld in vier paragraven. Zoals de titel van het hoofdstuk zegt wordt in iedere paragraaf de leerling ‘in beeld’ gebracht. Ik zal hieronder kort iets schrijven over/bij elke paragraaf.

2.1 Tussen 12 en 18
De eerste paragraaf brengt ‘de puber’ in beeld. Wat speelt er bij deze leerlingen? Wat gebeurt er met hun lichaam? Wat zijn alle fases waar een leerling doorheen gaat in dit deel van zijn of haar leven? In deze paragraaf wordt antwoord gegeven op al deze vragen. Je leest ook over de verschillen tussen jongens en meisjes en – verrassend – over de depressieve gevoelens van de jongeren.

2.2 De groep leeftijdsgenoten
In deze redelijk korte paragraaf wordt beschreven hoe een jongere is in zijn of haar vriendenkring. Vooral ook hoe lastig het kan zijn om ergens bij te horen. Want interesse tonen is belangrijk, maar als je te veel interesse toont is het weer niet goed. Je moet je stijl een beetje aanpassen aan de anderen, maar je moet niet proberen om op het te gaan lijken. En zo nog wat dingen…

2.3 Kind in het gezin
Dit is een stukje dat ik altijd vergeet. Ik vergeet áltijd dat een leerling ook gewoon een kind is. Voor mij is een leerling een persoon dat bij mij in de klas zit. Een persoon dat rond de school hangt. Een persoon waar ik van alles aan moet leren. Niet dat het ook een kind is van (hopelijk) twee ouders, dat diegene broers en zussen heeft, dat er thuis nog van alles speelt. Dit zal ongetwijfeld veranderen als ik zelf ooit kinderen krijg.

2.4 Kind en school
Kijk, dit is dan wel weer een paragraaf waarin ik me kan vinden. Dit is het deel van de leerling wat ik zie. Echter is dit niet de enige paragraaf van dit hoofdstuk en ook zeker niet het enige aspect bij een leerling. Voordat ik een goede mentor kan worden, moet ik in gaan zien dat een leerling veel meer is dan ‘een iemand die in mijn lokaal zit’.

Het tweede hoofdstuk bestond vooral uit (belangrijke!) achtergrondinformatie wat ook zeker heel belangrijk is. Toch hoop ik dat de volgende hoofdstukken voor mij interessanter zullen zijn. Meer voorbeelden uit de praktijk, meer tips voor een (goede) mentor, meer houvast. We zullen het zien!

Liefs!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen