zaterdag 12 oktober 2013

Dagboek: De afsluiting van een donkere periode (#6)

Er is deze week zo veel gebeurt dat ik niet eens weet waar ik moet beginnen. Het is logisch om bij het begin te beginnen, maar voordat ik dat doe, geef ik eerst nog een korte terugblik op de afgelopen weken.

Zoals te lezen was, gaat het niet heel goed met me. Ik zal het samenvatten in het woord ‘stress’, ookal dekt dat de lading niet helemaal. De stress was zeker wel de aanleiding voor alle gedachten die er deze week in mijn hoofd omgingen.

Afgelopen week, op dinsdag, was ik jarig. Ik voelde me ook wel jarig hoor, zeker toen alle berichtjes binnenstroomden, toen mijn vriend zingend de slaapkamer in kwam, toen ik na mijn werk de cadeautjes uit mocht pakken, toen alle klassen me toezongen en toen ik ’s avonds uit eten ging met de familie. Maar stiekem voelde het ook alsof er een zwarte wolk boven me hing. Ik vind het moeilijk om het gevoel in woorden te omschrijven, maar ik hoop dat ik erbij in de buurt kan komen.
Eén van de lessen op mijn werk verliep zo slecht dat het mijn dag verpestte. Op de scooter terug naar huis had ik tranen in mijn ogen. Ik bleef maar tegen mezelf zeggen dat het een feestdag was, maar het lukte niet om te stoppen met denken aan die dag. Dit lukte pas toen ik omringd werd door mijn familie. Toen ik ’s avonds samen met mijn vriend in bed lag en alle afleiding van het etentje weg was, kwam die grote donderwolk weer terug. Voor het eerst in een lange tijd huilde ik weer met de reden dat ik de volgende dag naar mijn werk moest. Ik trok het niet meer.

‘Het is toch niet normaal dat je soms hoopt op een scooterongeluk, zodat je even niet naar je werk hoeft?’

Woensdagochtend hakte ik de knoop door en belde ik mijn baas. Ik zou die dag niet naar mijn werk komen en ik gaf een laf smoesje. De hele woensdag heb ik na kunnen denken. Wat wil ik? Wat ga ik hieraan doen? Want als er niet snel iets verandert, zit ik over een paar weken weer huilend bij een psycholoog aan tafel. Woensdagavond had ik besloten dat ik de volgende dag met mijn baas zou praten. Ik zou open kaart spelen. Vertellen wat er eerder op stage is overkomen, vertellen dat ik diezelfde ervaring nu weer heb en vertellen dat het voor mij zo niet langer door kan gaan.

Donderdag stapte ik vol vertrouwen op de scooter. Die dag zou het helemaal goedkomen. Ik vertrok expres wat eerder naar mijn werk, zodat ik nog wat laatste dingen klaar kon zetten voor de les. Om zeven uur was ik bijna bij mijn werk. Ik zag dat de weg was opgebroken en dat ik moest omrijden. Het nadeel van niet werken in je woonplaats is dat je de weg rondom de school niet kent. Ik had geen flauw idee hoe ik moest rijden. Ik besloot maar een bruggetje over te gaan, maar ik merkte al snel dat die weg niet naar mijn school zou leiden. Ik reed weer terug en toen gebeurde het. Op het pad was geen enkele vorm van verlichting, op mijn eigen koplamp na. Doordat het zo donker was, zag ik iets over het hoofd. De weg na het bruggetje was niet ‘egaal’, maar er zaten wat scheuren in. Ook de stoeprand lag heel ongelukkig. Je kunt wel raden wat er gebeurde. Ik slipte weg en een harde gil later lag ik op de grond met de scooter half bovenop me.
‘Karma,’ riep een stem in mijn hoofd. De tranen stroomden over mijn wangen. ‘Karma, karma!’

Om een lang verhaal kort te maken: ik heb mijn vriend gebeld of hij naar me toe wilde komen. Ik heb mijn baas gebeld dat ik die dag weer niet kon werken. En vervolgens heb ik weer alle tranen uit mijn hoofd gehuild. Achteraf gezien mankeerde ik niets, wat echt een wonder is, maar de geestelijke pijn was verschrikkelijk. Net nu ik alles op wilde lossen, net op de dag dat ik een einde wilde maken aan de problemen… Toen mijn vriend was aangekomen zei ik tegen hem dat ik toch bij mijn baas langs wilde gaan. Ik was nu al zo ver dat ik er niet weer een lang weekend overheen wilde laten gaan.

Zo gezegd, zo gedaan. Samen met mijn vriend heb ik het hele verhaal gedaan aan mijn baas. Zijn reactie was een stuk milder dan de vorige baas aan wie ik dit vertelde (‘Van werken ga je niet dood') en dat was een hele opluchting. We hebben nu afgesproken dat hij met het roosterbureau in overleg gaat voor een aangepast rooster. Vier dagen werken in plaats van drie en héél veel tussenuren.

Omdat ik mijn blogpost van vandaag positief af wil sluiten, schrijf ik als afronding alles op waar ik dankbaar voor ben.
- Ik ben dankbaar voor mijn vriend, die meteen naar mij toe kwam, die me steunde bij mijn verhaal bij mijn baas en die me thuis flink in de watten heeft gelegd.
- Ik ben dankbaar voor de man die langs mij reed en me heeft geholpen de scooter weer overeind te zetten.
- Ik ben dankbaar voor mijn collega, die mij aantrof langs de kant van de weg en vroeg of ze iets voor me kon doen. En die me ’s avonds een lief berichtje stuurde met de vraag hoe het met me ging.
- Ik ben dankbaar voor mijn baas, die gelukkig heel rustig reageerde op mijn verhaal en die ook bereid is om te kijken naar een oplossing.
- Ik ben dankbaar voor mijn zusje, die mij de hele middag gezelschap heeft gehouden met leuke tv-programma’s, lekker eten, heel veel kopjes thee en veel gezelligheid.
- En natuurlijk ben ik dankbaar voor mijn moeder, de engel die er tijdens de val van bovenaf voor heeft gezorgd dat ik er vanaf ben gekomen met tien kilo tranen van de schrik, een zere ellenboog en drie grote, blauwe plekken op mijn been. En wat lichte valschade op mijn scooter. Het had zo veel erger kunnen aflopen.

Het is in mijn hoofd een stuk rustiger nu ik mijn verhaal bij mijn baas heb kunnen doen en nu ik weet dat er, as we speak, wordt gepuzzeld aan een nieuw rooster. Ik hoop, en ik verwacht, dat de weken vanaf nu wat rustiger zullen verlopen in mijn hoofd. En natuurlijk hoop ik ook dat mijn blogposts niet meer zo’n negatieve lading zullen hebben!

Liefs!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen