dinsdag 15 januari 2013

Zeg nooit nooit, meneer de pessimist!

Vorige week, tijdens een les in één van mijn brugklassen, zag ik een leerling heel goed aan het werk. Hij las een opgave zachtjes voor zichzelf op, dacht even na en schreef daarna het antwoord in zijn schrift. En dan te bedenken dat ik dit jongetje er nog geen maand geleden twee keer heb uitgestuurd naar de conciërges, omdat hij 1) een kachel op de grond had laten vallen en 2) op de muur zat te schrijven.

Zijn ouders zaten tegenover me op de tafeltjesavond, het jongetje zat tussen hen in. Faalangst heeft hij, en dat merkte ik ook al vrij snel bij hem. Niet alleen als ik hem in de les iets vraag, maar ook op deze avond was hij heel stil, teruggetrokken en verlegen en hij mompelde zijn antwoorden zo zachtjes mogelijk.
“Het is niet erg om fouten te maken,” zei ik tegen hem. “Ik heb liever dat je me honderd vragen stelt en daardoor een voldoende haalt dan dat je me niets durft te vragen en dat ik er bij het nakijken van je proefwerk pas achter kom dat je de stof niet goed hebt begrepen.”

Die les stak hij zijn vinger op en stelde me een vraag, in het bijzijn van al zijn klasgenootjes. Daarna zag ik hem geconcentreerd werken aan zijn opgaven. Ineens moest ik denken aan wat mijn vorige stagebegeleidster zou doen. Ze zou op hem afstappen en vertellen hoe trots ze op hem was, het liefst ten overstaande van de rest van de klas. In gedachten zag ik het lieve jongetje al helemaal opvrolijken. Want dit is echt iets om trots op te zijn.

Aan het eind van de les liep ik naar hem toe. Een compliment in het bijzijn van alle andere klasgenoten durfde ik nog niet aan, maar ik vond dat dit niet onopgemerkt mocht blijven. Naast zijn tafel ging ik door mijn hurken en ik maakte oogcontact met hem.
“Marijn, weet je wel hoe trots ik op je ben?” Hij keek me een beetje vreemd aan. “Tijdens de eerste weken van het jaar zat je altijd maar omgedraaid op je stoel, maar ik heb je vandaag alleen maar zien werken. En hartstikke goed van je dat je een vraag durfde te stellen net.”
“O, oke,” zei hij op zijn manier, maar ik zag aan zijn ogen dat hij blij was om dit te horen. Nog geen tien seconden daarna ging de bel. Iedereen verliet het lokaal en mijn hart maakte een sprongetje toen ik deze leerling met een grote glimlach weg zag gaan.

Nu moet ik ineens denken aan één van de mailtjes die mijn eerste stagebegeleider ooit naar me stuurde. “Ze kan het niet en ze zal het ook nooit kunnen. Dat was de rode draad van de e-mail,” schreef ik al eerder in een blog. Ik ben misschien geen perfecte docent en ik heb nog een hoop te leren, maar ik durf te wedden dat hij zal schrikken van zijn eigen woorden als hij me nu ziet lesgeven.

Zeg nooit nooit, meneer de pessimist.

Liefs!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen