woensdag 2 oktober 2013

Wel of niet: de leerlingen zelf hun huiswerk laten nakijken?

Ja. Daar kan ik heel lang over doen, maar het kan ook gewoon in één woord: ja. Natuurlijk, er valt van alles voor te zeggen. Ik weet dat er collega’s zijn die dit niet doen, en al helemaal niet in de brugklas. Ik spreek hier trouwens alleen voor en over wiskundecollega’s. Hoe het er bij andere vakken aan toe gaat en wat daar optimaal is, dat weet ik niet… Maar voor nu: alleen wiskunde. Maar ik doe het wel en ik vind het fijn.

Kijk, ik snap ook wel waarom mijn collega tegen de (brugklas)leerlingen zegt dat ze de antwoordboekjes thuis mogen laten en niet open hoeven te doen. Klassikaal nakijken kan in het begin heel fijn zijn om alle foutjes er bij de leerlingen uit te halen, om ze nog wat vragen te laten stellen en om de ‘veelgemaakte fouten’ er elke keer bij te vermelden, met daarbij ook de opmerking waarom die fouten veel gemaakt worden en hoe het wel moet. En zo. Maar ik vind het ten eerste – sorry – heel tijdrovend. Stom excuus natuurlijk, maar het is nu eenmaal zo. De voorkennis ophalen, de nieuwe theorie bespreken, samen oefenen, zelfstandig oefenen, schriftcontroles, vragen laten stellen en de les afsluiten kost al veel tijd en een lesuur duurt ‘maar’ vijftig minuten. En ten tweede… Nou ja, dat komt straks.

Nee, ik begin er niet aan. Klassikaal nakijken, inclusief het laten stellen van vragen, duurt zeker een kwartier. Waar moet je die tijd vandaan halen? Ik laat de leerlingen zelf nakijken. Ik merk aan ze dat het nieuw voor hen is om zelf na te kijken. Daarom vertel ik het er nog elke keer bij. ‘Kijk thuis ook je huiswerk na,’ zeg ik vaak. Ik vraag me wel eens af of ze er niet helemaal gek van worden. En toch zijn er altijd leerlingen die het vergeten.

Waarom ik ze zelf het huiswerk laat nakijken? Ik noemde net al een eerste reden. Maar een tweede, hele belangrijke, reden: ze leren er veel meer van. Denk ik. Dat is dan natuurlijk vooral bij wiskunde het geval. Bij wiskunde gaat het vooral om het ‘doen’. Je kunt de samenvattingen zo vaak lezen als je wilt, maar als je niet oefent, dan gebeurt er niets. Tenzij je gezegend bent met een wiskundeknobbel.

In ieder geval… Ik zou er geen lang verhaal van maken. Ik laat de leerlingen de opgaven maken, ik laat de leerlingen de gemaakte opgaven nakijken en, het belangrijkste, ik laat de leerlingen hun opgaven – die ze fout hadden, natuurlijk! – verbeteren.

Ik kan nog veel meer vertellen over hoe de leerlingen de opgaven moeten verbeteren, maar dan wordt het een erg lange blog. Ik houd het voor hierbij. Het belangrijkste is in ieder geval gezegd: ik laat de leerlingen dus wél nakijken.

Liefs! 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen