maandag 4 maart 2013

Update 2: Wat doe ik met leerlingen die een vraag hebben?


Een paar weken geleden schreef ik twee blogs (blog 1, blog 2) over wat ik doe met leerlingen die een vraag hebben. Tijdens het schrijven van de tweede blog borrelden er ineens allemaal ideeën op. Vandaag ga ik het daar eens over hebben.

In de afgelopen weken heb ik van alles geprobeerd wat betreft het vragen stellen. De ideale manier is er helaas niet uitgekomen, maar dat geeft niets. Als er één perfecte manier zou zijn geweest, zou ik die tijdens de opleiding wel hebben gehoord. Daarom heb ik de afgelopen lessen eens bekeken welke van alle manieren wel voor mij en mijn leerlingen werkt en welke wat minder. Hieronder zal ik ze kort bespreken en vertellen wat ik de voor- en de nadelen vond.

1: Rondlopen
Ik wist meteen al dat dit niets zou worden. Niet alleen omdat ik bekaf ben na zo’n dag, maar ook omdat ik de drempel op deze manier veel te laag maak voor de leerlingen om een vraag te stellen. Het is niet erg als de leerlingen een vraag hebben, maar het is wel behoorlijk irritant als ze dingen gaan vragen waar ze zelf het antwoord al op weten. Welke opgaven er gemaakt moeten worden (dit staat altijd bij mij op het bord), of er een berekening bij moet (dit moet altijd) etc. Op deze manier worden de leerlingen nooit zelfstandig.
Een voordeel van rondlopen is wel dat je meteen in de schriften van alle leerlingen kunt kijken. Met één blik op hun tafel zie je meteen of ze berekeningen noteren, of er met potlood wordt getekend, of ze überhaupt iets aan het doen zijn…
Maar nee, dit is niet iets wat ik vanaf nu in wil voeren.

2: Geen vragen stellen
Ik heb bij alle drie mijn brugklassen één les ingepland waarin er geen vragen mochten stellen. Dit kan ik natuurlijk niet altijd doen, maar bij een makkelijke theorie is dit wel een hele goede oplossing. Toen ik zo’n les gaf, heb ik er wel heel duidelijk de reden bij gezegd. “Ik doe dit niet omdat ik lui ben, maar om jullie zo zelf eens te laten puzzelen naar het antwoord. Ik heb gemerkt dat er veel te veel dingen worden gevraagd waar jullie zelf ook het antwoord op weten als jullie er een minuut extra aan zouden besteden.” Dit begrepen ze wel, maar het was wel erg wennen. Uiteindelijk vond ik het wel erg goed werken. De leerlingen waren iets langer bezig met een opgave, maar uiteindelijk vonden ze wel het antwoord. Ik merkte ook dat ze meer gingen samenwerken en dat vond ik heel positief om te zien.
Nogmaals, het is niet iets wat ik elke les zou kunnen doen, maar ik ga dit zeker vaker instellen!

3: Eén leerling per keer
Ik vind het heel vervelend als er een heel clubje leerlingen aan mijn bureau staat. Het lijkt soms net een theekransje. Het ergste is nog dat ze in mijn zicht gaan staan, waardoor ik geen overzicht meer heb op de klas. Wat ik daarom als extra regel heb ingevoerd is dat er maar één leerling per keer aan mijn bureau mag staan. Zo houd ik het overzicht op de klas én is het niet meer zo’n chaos bij mijn bureau.
Dit is wel iets wat elke les werkt. Daarom houd ik dit er ook lekker in.

4: Elkaar helpen
Ook iets wat ik elke keer weer probeer te stimuleren is dat de leerlingen elkaar moeten helpen. Er wordt vaak gezegd dat je er heel veel van begrijpt als je het een ander uit moet leggen. Als de leerlingen elkaar helpen sla ik als docent dus twee vliegen in één klap: de ene leerling wordt geholpen met zijn vraag, de andere leerling begrijpt de stof nog beter dan hij/zij ervoor al deed.

5: Eerst de vinger opsteken, dan pas langskomen
Toen ik dit vorige keer deed, schreef ik alle namen van de leerlingen op. Dit werkte niet heel goed. Daarom probeerde ik het zonder de namen op te schrijven. De leerlingen moesten wel hun vinger opsteken en ik riep een leerling bij me als ik klaar was met de vorige. Veel leerlingen vonden het vervelend om steeds te moeten wachten, dus gingen daarom zelf verder puzzelen. Uiteindelijk vonden ze dan zelf het antwoord, waardoor ze niet meer geholpen hoefden te worden.
Het nadeel is nog steeds dat de leerlingen heel lang aan mijn bureau bleven hangen, omdat er niemand achter ze stond te dringen. Het voelt voor mij ook niet natuurlijk om dit te doen, omdat ik me net een dokter voelde die een spreekuur hield. Ik roep nog net niet “volgende patiënt!”. Nee, ook dit gaat hem niet worden.

Ik heb dus nog steeds geen ideale manier gevonden. Dat geeft niets, ik blijf gewoon proberen. Uiteindelijk zal ik wel iets vinden wat voor mij en de leerlingen goed werkt en tot die tijd blijf ik experimenteren!

Liefs!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen