zaterdag 19 april 2014

Dagboek: Heb ik gewerkt? (#29)

Soms heb je weken die maar niet voorbij willen gaan, maar gelukkig heb je ook weken die voorbij lijken te vliegen. Afgelopen week was zo’n week. Misschien komt dat ook omdat ik de hele week met een weekendgevoel liep. Het zonnetje scheen, ik voelde me goed en de leerlingen maakten me vrolijk. Niet altijd hoor, maar ik probeerde me te focussen op het positieve.
Dinsdag was bijvoorbeeld een dag die heel speciaal was. Ik besefte dat woensdagochtend pas overigens. De laatste maanden heb ik elke dinsdag hoofdpijn, maar deze week was dat eindelijk niet zo. (Die hoofdpijn was overigens verschoven naar donderdag, maar dat terzijde.) Ik had dinsdag een leuke dag, ik gaf twee rollen Fruittella weg (één vanwege het verliezen van een weddenschap, de ander wegens heel goed gedrag van een leerling die zich al maanden niet kan gedragen en nu wel heel goed meedoet in de les. Ik vond dat wel een groot compliment en een rolletje snoep waard.
’s Middags ben ik samen met mijn vriend naar huis gegaan: hij op de fiets, en ik met de scooter. Ik doe er op de scooter 50 minuten over, waarbij ik de maximale snelheid van 25 km/h ruim passeer. Op de fiets was het daarom helemaal een lang stuk. We hebben daarom een tussenstop gemaakt op driekwart van de route, en tijdens die tussenstop hebben we pannenkoeken en poffertjes gegeten. Jum!
Ook woensdag werd ik blij gemaakt. ‘Mevrouw, geeft u volgend jaar les aan de tweede klas?’ vraagt een brugklasleerling me. ‘Zou ik u dan kunnen krijgen?’ Kijk, daar doe je het voor!
Bij mijn 2havo-klas heb ik die dag in groepjes gewerkt. Ik weet nog niet of ik er heel tevreden over ben, omdat ik na deze ene les nog niet heel veel kan zeggen, maar ik vind het zeker de moeite waard om dit door te zetten. Ik wil de leerlingen stimuleren om elkaar meer te helpen in plaats van direct naar mij te rennen. Niet omdat ik ze niet wil helpen, maar omdat er altijd wordt beweerd dat leerlingen het meeste leren van uitleggen. Daarbij heb ik dan ook mijn handen vrij voor leerlingen die echt veel steun nodig hebben.
Donderdag was mijn laatste lesdag. Nadat ik het eerste lesuur had gegeven, had ik twee tussenuren. Ik had afgelopen dinsdag alles al gedaan wat gedaan moest worden, dus het was anderhalf uur vervelen. Ik kon gelukkig wel rondkijken, want met de paasvieringen van die dag, was er genoeg te zien.
Later die dag had ik zelf een paasviering met een brugklas gedaan. De paasviering van dit jaar was actief en de leerlingen mochten opdrachten uitvoeren die in het teken stonden van Pasen. Geen eieren verven, waar ze eigenlijk op hadden gehoopt, maar papiertjes met nare gedachten in het vuur gooien en dat soort symbolische dingen.
’s Middags had ik een uur gereserveerd om leerlingen uit mijn 2havo-klas te helpen met het hoofdstuk. Ik had zeker op tien leerlingen gerekend, maar toen ik bij het lokaal kwam, stonden er drie meisjes op me te wachten. Oei, wat een slechte opkomst.
We zullen volgende week bij het proefwerk zien of die andere leerlingen het al zo goed snappen…
Ik heb geen plannen voor dit weekend, alleen een paaslunch bij mij thuis. Naast het opruimen en schoonmaken van het huis, het bedenken en uitvoeren van recepten en het doen van de boodschappen ga ik dus vooral genieten.
 
Vrolijk pasen! 
Liefs!

vrijdag 18 april 2014

Klassenmomentje: Een klusje

‘Wie wil er een klusje voor me doen?’ vraag ik in mijn brugklas. Ze zitten net op hun plek en hebben hun spullen al uit hun tas gehaald. Ik sta in de deuropening en wacht op twee jongens die hun gemorste chocolademelk in de gang opruimen. Er schieten direct twintig vingers de lucht in. Wat een behulpzame leerlingen! Ik kies één van mijn leerlingen uit – ik mag het eigenlijk niet zeggen, maar hij is mijn lievelingsleerling – en roep hem naar me toe.
‘Wat kan ik voor u doen?’ vraagt hij beleefd als hij voor mijn neus staat. Ik wijs naar de gang.
‘Er ligt daar nog steeds dat zakje op de grond. Ik heb jullie net ook al gevraagd om het op te rapen, maar dat is nog steeds niet gebeurd. Vandaag ben jij de gelukkige om het op te ruimen.’
Hij zucht. ‘Ik dacht dat ik iets leuks mocht doen.’
Opvoeden, het hoort erbij.

woensdag 16 april 2014

Intervisie: Leerlingen die niet bepaald een klik hebben (#12)

Ik had geen flauw idee hoe ik dit een titel moest geven, omdat ik niet precies weet wat nu mijn probleem is. In de afgelopen blogs was er al van alles te lezen over een groepje leerlingen in de brugklas die wat problemen met elkaar hadden. Daar ga ik vandaag wéér iets over schrijven!
De situatie
Ik heb achterin het lokaal vier leerlingen neergezet die voor nogal wat onrust zorgen. Alle andere leerlingen worden afgeleid van deze vier, vandaar dat ik ze achterin heb geïsoleerd. ‘Dan zijn ze elkaar tot overlast, maar dan laten ze in ieder geval alle andere leerlingen met rust,’ zo dacht ik. Helaas blijkt dat ze nu écht zo veel overlast van elkaar hebben (en dat ze strontirritant zijn), waardoor wel iedereen er last van heeft.

De hulpvraag
Hoe kan ik ervoor zorgen dat deze vier leerlingen niet meer zo veel overlast veroorzaken?
De mogelijke oplossingen
1. Ga met de leerlingen in gesprek. Dit heb ik gedaan, maar ze waren alleen maar op elkaar aan het schelden. Het gesprek dat ik heb gevoerd, heb ik op de gang gedaan, terwijl de andere leerlingen in het lokaal zaten. Niet bepaald een rustige setting. Ik zou deze leerlingen beter in de pauze of na schooltijd terug kunnen laten komen.
2. Een straf- en beloningssysteem opstellen. Deze leerlingen zijn al vanaf het begin van het schooljaar bijzonder te noemen. Ze vragen continu op een negatieve manier aandacht. Ik zou dus een systeem kunnen verzinnen waarbij ze straf krijgen wanneer ze op een negatieve manier opvallen en een beloning wanneer dit tijdens één lesuur niet is gebeurd, dus wanneer ze wel 50 minuten lang kunnen werken in dezelfde ruimte.
3. Overdragen aan de mentor. Het is de taak van de docent om orde te handhaven, maar of het ook mijn taak is om ruzies op te lossen, om de positieve sfeer in de klas te bevorderen? Natuurlijk draag ik er wel aan bij, maar van de mentor is dit de hoofdtaak. Bovendien is het niet alleen in mijn lessen zo dat deze leerlingen opvallen.
4. Negeren. Ik heb het heel lang kunnen volhouden om ze te negeren. Ze stellen zich namelijk enorm aan. ‘Mevrouw, Cindy schopt tegen mijn tafel,’ roepen, terwijl ze er alleen per ongeluk tegenaan kwam met haar voet.
5. Laat het los. Accepteer dat er altijd leerlingen zijn die aandacht vragen op een negatieve manier, dat er altijd leerlingen zijn die ruzie zoeken en dat er altijd leerlingen zijn die zich enorm kunnen aanstellen en die alles willen verklikken. Maak er niet jouw probleem van, want het is jouw probleem niet.
Liefs!

maandag 14 april 2014

Dag uit mijn docentenleven #12

Ik wilde een doorsnee docentendag in kaart brengen, maar uiteindelijk bleek deze donderdag toch niet helemaal zo doorsnee te zijn als ik van tevoren dacht. Lees maar mee!

Donderdag 10 april 2014
6.00 Is het vandaag nog steeds geen vrijdag?
6.02 Oké, oké, ik ga mijn bed al uit.
6.47 En weer bijna twee euro van mijn OV-chipkaart afgeschreven door dat stukje met de tram. Belachelijk dat er zo veel geld betaald moet worden voor het openbaar vervoer. Vroeger was het een stuk goedkoper.
6.50 Gelukkig is vandaag de trekking van de staatsloterij. Ik heb voor de grap tien loten gekocht op een moment waarop ik dacht wel even de jackpot te kunnen winnen. Vanavond gaan we het zien.
7.35 Eindelijk op mijn werk. Ik zet mijn lessen klaar voor straks.
7.55 Voordat de leerlingen komen ga ik nog even een kopje thee halen. Sterrenmuntthee, mmm!
8.12 En daar zijn ze! Ik hoef vandaag maar één stukje uit te leggen over machten, dat moet me wel lukken.
8.31 Als ik de leerlingen zelf aan het werk heb gezet, krijg ik ineens heel veel vragen. Er zijn twee opgaven in het boek waar de leerlingen niets van snappen. Logisch, want het zijn ook stomme vragen. Er zitten a kralen in een pot. Jantje doet er drie kralen bij. Hoeveel kralen zitten er nu in de pot? Tom is x jaar oud. Zijn vader is vier keer zo oud. Hoe oud is zijn vader?
8.40 En als mijn slimste leerlingen de vragen al niet snappen, dan zal het straks bij mijn minder-slimme klassen helemaal een probleem worden.
8.41 Dus ik leg straks één opgave klassikaal uit, dan mogen ze die andere opdracht zelf maken. Als het ze lukt.
9.02 Een leerling is gisteren zijn agenda in mijn lokaal vergeten. Ik heb nu een tussenuur, dus kan ik mooi even spieken wat er allemaal in staat!
9.40 Bij mijn tweede brugklas leg ik één van de opgaven uit. De leerlingen vinden het nog steeds verwarrend dat het bestaat dat iemand 4x jaar oud is, of dat er een pot met a + 3 kralen bestaat, maar ach… Wiskundigen zijn gewoon raar!
10.18 In de pauze blijf ik in mijn lokaal zitten. Ik heb maar een kwartiertje pauze en ik heb geen zin om me te haasten. Ik ga de volgende pauze wel naar boven om mijn gezicht te laten zien.
10.40 De volgende les begint meteen goed. Ik heb de agenda op de tafel gelegd van het jongetje, maar er is direct een meisje die er op af rent. Voor wie mijn artikel van zaterdag heeft gelezen: het is dat meisje dat niet heel snugger is en dat ook niet echt logisch kan nadenken, bijvoorbeeld dat je niet aan andermans spullen mag zitten. ‘Cindy, AFBLIJVEN! Dat is NIET jouw agenda.’ Ik vraag me af of die hoofdletters gaan helpen.
10.53 Joepie, die vier leerlingen van gisteren hebben weer ruzie. Het liefst loop ik nu weg uit mijn lokaal om af te koelen, maar dat gaat niet. Ik tel tot tien om mijn woede een beetje te laten zakken.
10.54 Ik weet dat ik elke les met een schone lei moet beginnen, maar… Aaaah! Bij sommige leerlingen gaat dat gewoon niet.
10.59 ‘Mevrouw, Cindy krast weer op mijn schrift.
11.00 ‘Mevrouw, Albert noemt mij een hoer in het Turks.’
11.01 Ik denk: Spreek jij Turks? Ik zeg: ‘Allemaal meekomen naar de gang.’
11.02 ‘En een beetje opschieten.’
11.06 Wat er op de gang is besproken doet er niet toe. Conclusie is dat ik vanaf morgen nieuwe plaatswijzigingen door ga voeren.
11.30 Ik ben helemaal uitgeput na dat gezeik. Gelukkig heb ik nu een tussenuur.

12.10 Ik leg mijn 2havo-klas het laatste stuk uit het hoofdstuk uit. Ze kijken me aan alsof ze water zien branden.
12.27 Ze worden onrustig, bij het zelfstandig werken zijn ze niet meer te houden en het lukt me niet om tegelijkertijd tien leerlingen te helpen en vijftien leerlingen onder de duim te houden.
12.28 Help, wat moet ik doen? Ik hoop dat de staatsloterijtrekking gunstig is, dan kan ik gaan rentenieren…
12.35 Ik ben dolblij als de leerlingen het lokaal verlaten. Ik leg één leerling uit hoe hij moet ontbinden in factoren. Daarna heb ik nog even vijf minuten voor mezelf.
13.00 Bij de studieles die ik geef aan de leerlingen uit de tweede klas is het hetzelfde feestje. Er is niemand die iets snapt van kwadratische vergelijkingen oplossen, ze willen graag in groepjes werken en ik heb het idee dat ik degene ben die het hardst werkt om hen naar een voldoende te helpen.
13.15 Pfff, ik ben uitgeput. Waarom mag ik ze niet gewoon wegsturen?
13.50 Voordat mijn vergadering begint heb ik nog tien minuutjes om rustig te zitten. Ik maak er dankbaar gebruik van, maar ik merk dat tien minuten lang niet genoeg is.
14.54 Ik kan wel janken. De vergadering is afgelopen en in een uur tijd ben ik drie keer bij de verkeerde naam genoemd, door drie verschillende collega’s. Je mag zelf raden hoe ik me nu voel.
14.57 Onderweg naar de trein lees ik op mijn telefoon een mailtje van een leerling die graag op een andere plek wil zitten. Ze heeft ruzie met het meisje naast haar, maar ze wil liever ook niet in de buurt zitten van die vier leerlingen waar ik vandaag een gesprek mee heb gevoerd op de gang. Ze heeft al een oplossing bedacht: ik hoef alleen maar dit, dat, zus en zo te veranderen.
15.00 De hele weg naar huis kan ik maar aan twee dingen denken: mijn collega’s weten mijn naam niet en de leerlingen gaan tegenwoordig bepalen hoe ik de plattegrond moet wijzigen. Ik moet tegenwoordig niet alleen nadenken wie ik náást wie ga neerzetten, maar ook wie ik niet voor of achter iemand neer moet zetten, wie ik liever voorin heb, wie liever achterin moet… Het kost me een hele dag om een perfecte indeling te maken. Dahag.
15.28 Het lukt me niet om het van me af te zetten. Ik moet moeite doen om de tranen niet over mijn wang te laten rollen.
15.55 Eenmaal thuis kan ik ze echt niet meer tegenhouden. Hallo traantjes…
17.00 Is het al weekend? Alsjeblieft?

Liefs!

zaterdag 12 april 2014

Dagboek: In tranen (#28)

Deze week waren er rapportvergaderingen op mijn werk. De lessen duurde daardoor tien minuten korter, al merkte ik daar weinig van. Ik hoefde deze week zo weinig uit te leggen, dat de leerlingen net zo veel tijd hadden om zelfstandig te werken als bij elke andere les.

Op maandagavond had ik een enorme blunder gemaakt. Ik dacht écht dat ik dinsdag geen vergaderingen had, maar helaas: tot 16.00 uur! Ik heb vorig weekend een iPad gekocht, dus deze heb ik meegenomen naar mijn werk. Aan de mannen van de ICT heb ik een gepersonaliseerde WiFi-code aangevraagd en tijdens het wachten op de vergadering (twee uur!) heb ik televisieseries gekeken.

Gelukkig had ik woensdag geen vergadering. Ik had me gewoon vergist in de dag. Gelukkig niet, want aan het einde van de dag was ik helemaal gesloopt. Vier leerlingen, of eigenlijk twee, hebben echt het bloed onder mijn nagels vandaan gehaald. Het ging zelfs zo ver dat ik er een “scheldwoord” uit heb gekraamd. Hoe het verhaal precies zat? Ze zaten in elkaars schrift te krassen, ik heb ze het lokaal uitgestuurd met een A4-tje en een pen en ik heb gezegd dat ze pas weer terug mochten komen zodra het hele blad was vol gekrast en dat er geen wit meer te zien was. Blijkbaar heb ik twee pennen gepakt die bijna leeg waren, want twee minuten later kwamen ze het lokaal weer binnen. Toen ze een pen hadden gevonden die het wel deed, kwamen ze ook al snel weer terug. ‘Mijn pen is weer leeg,’ zei het meisje. (Achtergrondinformatie: ze is niet heel erg snugger, als ik dat zo mag zeggen.) Ze rommelde in haar etui, iedereen keek naar haar en ik zat me echt op te vreten. Dus toen bereikte ik mijn plafond, en zei: ‘Cindy, pak verdomme een pen en ga mijn lokaal uit.’ Met een aardig volume. Ik was blij toen de bel ging…

Voor wie twijfelt om voor de klas te staan: het is verstandig om deze alinea over te slaan. Dit stukje is niet representatief en laat een slechte kant zien van het onderwijs, of beter gezegd: met het werken met honderd collega's.

Donderdag met ik drie keer, door drie verschillende collega's, met een verkeerde naam aangesproken. Ik snap dat het lastig is om namen uit je hoofd te leren van zoveel collega's én leerlingen, maar toch is het heel naar als je wordt aangesproken met een verkeerde naam, of alleen maar "collega wiskunde" wordt genoemd. Noem dan geen naam of houd je mond. Want dit heeft er bij mij voor gezorgd dat ik nog net niet huilend in de trein zat. Toen ik thuis kwam, heb ik wel alles rijkelijk laten vloeien. Ik voelde ineens zo klein en onbelangrijk...
Daar kwam ook nog gezeik bij met de bovenstaande leerlingen, die in een of andere buitenlandse taal naar elkaar aan het schelden waren en elkaar flink zwart maakten, een klas die totaal niet begreep wat ik aan het uitleggen was en nog wat dingen waar ik niet bepaald tevreden over ben.

Vrijdagochtend vertelde ik het verhaal over de collega’s aan mijn vriend en opnieuw kwamen de tranen. Ik heb ook echt op het punt gestaan thuis te blijven. Ik kan toch niet naar mijn werk met zo'n behuild gezicht? Uiteindelijk ben ik wel gegaan, met de scooter in plaats van met de trein. Dit hielp helaas ook niet echt mee, want door de pollen is het alleen maar erger geworden. Hallo hooikoorts!

Gelukkig was ik erg blij met mijn beslissing om wel te werken. Het was anders alleen maar erger geworden. Mijn 2havo klas heeft binnenkort een repetitie en iedereen kijkt bij mijn uitleg nog steeds alsof ze water zien branden... En les missen zou absoluut niet helpen. Daarbij had ik ook een vergadering over deze klas, en daar wilde ik heel graag bij zijn. Ik vind vergaderen gewoon leuk!

Ik hoop volgende week een betere week te hebben. Ik hoef maar drie dagen te werken i.v.m. Goede Vrijdag, dus dat is heel mooi meegenomen. Het aftellen voor de meivakantie kan nu echt gaan beginnen!

Liefs!
 
Ik zag net per toeval dat de nummering van de dagboekposts niet helemaal goed zijn gegaan. In plaats van week 25 is dit al week 28. Kijk, dan kunnen we zelfs al gaan aftellen naar de zomervakantie!

woensdag 9 april 2014

10 dingen die in mijn vijfjarenplan verwerkt zitten

Ooit heb ik mijn vijfjarenplan online gezet. Daar klopt natuurlijk niets meer van, want ik ga volgend jaar al studeren! Ik heb dus het een en ander om moeten gooien. Een planning heb ik nog niet, maar ideeën wat ik binnen nu en vijf jaar wil doen, dat heb ik wel!

Dit lijstje is overigens in willekeurige volgorde!

Tien dingen die in mijn vijfjarenplan verwerkt zitten:
1. Mentor worden
Dit puntje staat dus absoluut niet op nummer één, maar het is wel iets wat ik zeker wil proberen. Ik ben er nog ontzettend bang voor, maar het lijkt me ook wel heel tof.

2. De boeken voor de bovenbouw doorwerken
Dit is overigens iets wat ik binnen nu en een hele korte tijd moet doen, maar mijn missie is nog steeds om alle hoofdstukken door te werken. Dat moet wel voordat ik aan punt 3 ga beginnen.

3. Beginnen met de opleiding
Ieks! Ik krijg er de laatste tijd best wel de zenuwen van als ik er aan denk. Ik ben dan ook veel te onzeker. Maar aan de andere kant heb ik er ook echt onwijs veel zin in!

4. Slagen voor mijn opleiding
Als ik ergens aan begin, moet ik het ook afmaken. Ik twijfel nog heel erg binnen hoeveel jaar ik de studie wil afronden, maar drie jaar is wel echt een maximum. Best gek: over drie jaar ben ik dus druk bezig met afstuderen! Of dan ben ik misschien zelfs al geslaagd?

5. Verhuizen
Ik wil hier zo graag weg! Het huis is echt te klein, er wordt gevochten om de computer, ik word er gek van dat al mijn troep door de hele woonkamer ligt. Ik wil heel graag een eigen kamer met een eigen computer, ik wil een leesplekje waar boeken mogen rondslingeren, ik wil een hele grote eettafel, die ik ook ga gebruiken voor puntje 6.

6. Een eigen bedrijf(je)
Steeds meer mensen starten hun eigen bedrijf. Ik heb nooit die ambitie gehad, maar wat ik wel héél graag wil, is bijles geven. Als ik hiervoor bij een bijlesbedrijf in dienst ga, verdien ik er amper iets mee. En zwart werken wil ik ook niet, daar heb ik veel te grote plannen voor. Ik wil dus een klein bedrijfje beginnen zodat ik bijles bij mij thuis kan geven. Ik hoorde dat je daar aardig wat geld mee kan verdienen… Kassa!

7. Schrijven!
Mijn eeuwige droom: een boek uitgeven. Begin 2014 was ik heel hard bezig aan mijn verhaal, maar ik merk dat ik het steeds weer op een laag pitje zet. Zonde! Zo wordt mijn droom natuurlijk nooit werkelijkheid.

8. Een grotere blog
Ik vind het heel leuk als ik berichtjes krijg van bezoekers, vooral als ze in die berichtjes schrijven dat ze veel hebben aan wat ik schrijf. Dat vind ik ontzettend leuk om te lezen! Het liefst wil ik dan ook een grotere blog, een bekendere blog, meer bezoekers, meer lezers, meer reacties enzovoorts.

Ik heb heel lang nagedacht wat ik op de laatste twee plekken wilde neerzetten, maar dat weet ik niet zo goed. Trouwen en kinderen hoeft van mij nog niet. Een enorme carrièrestap hoeft zeker niet. En verder kan ik niets bedenken wat ik op persoonlijk gebied zou willen veranderen, op bovenstaande punten na. In plaats van een top tien wordt het een top acht, maar dat is toch ook prima?

Liefs!

maandag 7 april 2014

Teachers be like

Er was een tijd dat je op Facebook werd doodgegooid met de ‘… be like’-pagina’s. Intussen is het wat minder, maar toch ga ik het voor mijn blog van vandaag er weer bijhalen.

De ‘teachers be like’-pagina is voor mij af en toe best confronterend. Ik zie er enorm veel herkenbare uitspraken terug en elke keer denk ik: shit, dat doe ik ook! Vandaag heb ik zes van deze plaatjes die ik stuk voor stuk ga bespreken.


Ga maar even afkoelen op de gang, hoe vaak heb ik dat niet tegen een te drukke of te vervelende leerling gezegd? Vorig jaar gebeurde het vrijwel dagelijks dat ik iemand op de gang zette om verschillende redenen. Ik had dan ook een behoorlijk pittig 2havo-klasje. Dit jaar gebeurt het gelukkig wat minder vaak, maar als ik het doe, zet ik ze er meestal met tafel en al neer. Kunnen ze tijdens het afkoelen meteen werken aan het huiswerk!

Het geven van beurten aan leerlingen die geen vinger hebben opgestoken, dat gebeurde afgelopen vrijdag nog. Soms geef ik er wel een opmerking bij, zoals ‘volgende keer steek je eerst je vinger op’, maar dit keer liet ik het aan me voorbij gaan. Ik moet allang blij zijn dat er van die enthousiaste leerlingen zijn!

Oeps, heel herkenbaar. Ik loop wel eens zo ver vooruit op de stof dat ik drie lessen over heb. De proefwerken worden bij alle klassen op dezelfde dag gegeven, dus de toets verzetten lukt niet. Wat doe je dan? Precies, alvast beginnen aan het volgende hoofdstuk. Dat is iets wat ik heb geleerd van mijn collega’s. Ik was er zelf geen voorstander van, maar omdat zij het in hun klassen ook deden, ben ik het ook gaan doen. Ik heb er nog nooit een klacht van een leerling over gekregen, dus het zal wel goed zijn.

Leerlingen die ongevraagd mijn ramen open zetten, leerlingen die ongevraagd mijn kachel aanzetten, leerlingen die met mijn bordstiften op mijn whiteboard tekenen… Natuurlijk zijn al die spullen niet van mij, maar ik voel me er wel verantwoordelijk voor. Je hebt er altijd leerlingen tussen zitten die het raam slopen, die de kachel zo heet zetten dat het een sauna wordt in het lokaal en leerlingen die per ongeluk een watervaste stift gebruiken in plaats van een bordstift. Dus: ‘Blijf van mijn spullen af!’

 
Vorig jaar heb ik meerdere keren een hele klas straf gegeven. Strafregels schrijven, een samenvatting overschrijven, een opstel, nablijven. Alles kwam er aan te pas. Na een paar klachten van ouders doe ik dit niet meer. Wat ik dan doe? Geen straf, heel goed opletten wie vervelend doen en wie niet of heel eerlijk vragen wie zich hebben misdragen. Als je het goed overbrengt op de leerlingen, reageren ze verbazend eerlijk op die laatste vraag.

Het gebeurt me tijdens elke repetitieweek. Dan mag ik surveilleren bij willekeurige klassen die toetsen krijgen van allerlei vakken. Wanneer ze een toets geschiedenis, aardrijkskunde of biologie hebben, is de kans groot dat me wordt gevraagd wat een bepaald woord betekent. Ik houd van lezen, maar mijn woordenschat is verbazingwekkend laag. Negen van de tien keer weet ik het niet en die ene keer dat ik het wel weet, kan ik het niet omschrijven. Ik zeg dus altijd maar dat ik dat niet mag zeggen. Ondertussen surf ik naar google, tik ik het woord in en zoek de betekenis op. Als de leerling na drie minuten nog steeds geen idee heeft, noem ik de betekenis.

Liefs!

zaterdag 5 april 2014

Dagboek: Hatsjoe! (#27)

Twee keer eerder ben ik een dagboekartikel begonnen met deze titel, hatsjoe. Vorig jaar, ook in april, en vorig jaar in september. In april klaagde ik over de vermoeidheid, een vervelende stem en een verkoudheid. Inmiddels weet ik waar dit allemaal vandaan kwam: hooikoorts. Ook deze week begon ik er weer last van te krijgen, maar ik besluit het positief te zien: het is lente!
Afgelopen dinsdag is in geen enkel opzicht te vergelijken met welke dinsdag dan ook uit mijn loopbaan. Dinsdag werden er namelijk geen lessen gegeven, maar was er een actie om geld op te halen voor het goede doel. De hele ochtend werden er leuke spellen gespeeld, er werden auto’s gewassen en er werden allerlei soorten etenswaren verkocht. Bij elkaar is er een mooi bedrag binnengehaald.
Woensdag was het weer even wennen om les te geven. In de brugklassen gaf ik de laatste les voor de toets. We hebben het hoofdstuk met elkaar doorgenomen en ik heb de leerlingen laten oefenen voor de repetitie. Al met al waren het prima lessen. Ook de les in 2havo verliep perfect. Ik heb gemerkt dat als ik een lach op mijn gezicht heb, dat de leerlingen dan toch sneller geneigd zijn om te werken. Natuurlijk zijn er ook leerlingen die nog steeds een feest maken tijdens de lessen, maar dat merken ze vanzelf wel op hun rapport.
Op donderdag gaf ik drie toetsen, waardoor ik de hele dag heb kunnen uitrusten. Dat had ik best wel nodig, want ik voelde de hooikoorts opkomen. ’s Middags in 2havo heb ik weer een fijne les gehad, waarbij zelfs leerlingen met me op de foto wilden – ja echt!, en om half drie zat mijn dag er al op. Geen vergadering dit keer, ook geen avondactiviteiten. Heerlijk vroeg thuis! Daar heb ik overigens niet veel meer gedaan dan gekookt, gegeten en in bed een tv-serie gekeken.
Vrijdagochtend merkte ik dat mijn nachtrust me niet heel veel goeds had gedaan. Ik heb mijn allergiepillen maar weer eens opgezocht en gelukkig ging het die dag wel iets beter dan op donderdagavond. Het eerste lesuur gaf ik les aan een brugklas waar ik totaal geen band mee heb. Normaal gesproken heb ik het idee dat er een grote muur tussen hen en mij in staat en dat ze daarom ook nauwelijks luisteren, maar dit lesuur gingen ze poeslief aan het werk. Heerlijk!
De rest van de dag heb ik de toetsen van de brugklas nagekeken, die verrassend goed waren gemaakt. Er zaten een hoop tienen tussen. Heel leuk om de leerlingen zo blij te zien met een goed cijfer, maar de volgende keer maak ik de toets toch wel een stuk moeilijker!
Volgende week heb ik vergaderingen op mijn werk over de leerlingen. Hele fijne weken vind ik dat, want de lesuren duren daardoor lekker kort en het vergaderen zelf vind ik lang niet zo’n ramp als mijn collega’s dat vinden.
Liefs!

woensdag 2 april 2014

Intervisie: Klacht van een vader (#11)

Ik heb het er al eerder over gehad op mijn blog en zelfs op mijn twitteraccount ben ik er heel even over begonnen. Ik kreeg twee weken terug een klacht van een vader. Ik heb instinctief gehandeld toen hij mij de eerste e-mail stuurde. Vandaag zet ik ook nog andere mogelijke oplossingen op een rijtje.
De situatie
De vader van een leerling is het niet helemaal eens met mijn aanpak. Voor het vergeten van spullen en het niet maken van huiswerk krijgen de leerlingen een cijfer. Vader zag mijn manier van cijferen liever anders en stuurde mij een ander voorstel, wat hij me min of meer opdrong.
De hulpvraag
Hoe kan ik (het beste) handelen wanneer ik een semi-boze e-mail krijg van een ouder van een leerling?
De mogelijke oplossingen
1. Dit is wat ik ook heb gedaan: stuur de e-mail door naar de mentor van de leerling en vraag om tips. De mentor kent de leerling én de ouders beter dan jij, heeft meer ervaring met hen en kan daarom vertellen hoe je moet handelen. Sowieso is het goed om de mentor in te schakelen, omdat hij/zij ook wil weten wat er zich achter de schermen afspeelt.
2. Schakel de afdelingsleider in. De afdelingsleider speelt op onze school een grote rol en is samen met de mentor het belangrijkste aanspreekpunt voor dit soort dingen. Het is dus belangrijk dat de afdelingsleider ook wordt ingeschakeld of in ieder geval wordt ingelicht over de situatie. Vooral bij deze vader is dat belangrijk, omdat hij graag iedereen erbij roept. Voordat vader naar de afdelingsleider belt om zijn kant van het verhaal te vertellen, is het ook goed om je eigen kant van het verhaal toe te lichten aan de afdelingsleider.
3. Reageer rustig en stuur niet te snel een e-mail terug. Na zijn eerste e-mail op de vraag waar het cijfer vandaan kwam heb ik binnen een half uur een mailtje teruggestuurd met daarin een uitleg. Vrijwel direct kwam een bozere e-mail terug. Omdat ik eerst wilde bespreken met de afdelingsleider/mentor, heb ik daarna twee dagen gewacht met reageren. In die twee dagen is de vader naar school gekomen om verhaal te halen en zijn zegje te doen. Beter had ik dus een dag kunnen wachten met terugmailen.
4. Maak een afspraak met vader om alles face to face uit te leggen. Dit werkt beter dan wanneer je dit via de e-mail doet.
5. Of maak een afspraak met vader én kind. Vooral in deze situatie zou dat goed zijn, omdat de zoon nogal eens het een en ander verdraaid. In zo’n gesprek ziet vader ook dat zoon onzorgvuldig is bij het inpakken van zijn tas en laks is bij het maken van het huiswerk.
Liefs!

dinsdag 1 april 2014

Mijn voornemens, update 3

1 april 2014, de dag waarop ik besluit om niet meer maandelijks een update online te zetten over mijn goede voornemens van dit jaar. Ik heb twee punten waar op dit moment hard aan wordt gewerkt, maar de overige vijf punten blijven iedere maand hetzelfde: er gebeurt weinig met het schrijven en met het bundelen van mijn artikelen.
 
Vandaag geef ik dan ook alleen een update over de punten waar ik wel iets mee heb gedaan of waar ik iets over kan vertellen.
 
1. Blog
 Er staan nu zo'n 410 artikelen online. Ik heb up-weken, maar ook weken waarin ik een dipje heb. Ik ben dan zo druk met andere dingen dat het schrijven van extra artikelen er niet in zit. Ik probeer het wel, maar ik heb nu meer hobby's dan ooit, dus ik ben nog hard aan het zoeken naar een balans.
Toch heb ik er alle vertrouwen in dat het goed gaat komen om de 555 blogs op het einde van het jaar te halen. Ik heb heel veel inspiratie, ik maak wekelijks dingen mee waar ik over kan schrijven en ook vanaf september ga ik veel nieuwe artikelen schrijven in een nieuw thema: werken & studeren! 

2. Wiskunde
Het lukt me niet om wekelijks één hoofdstuk af te krijgen, maar ik doe mijn best om af en toe wat opgaven te maken. Misschien moet ik me wat minder bezig houden met de hoofdstukken die me gemakkelijk afgaan, maar direct overstappen op de verdere hoofdstukken. Dat motiveert wellicht ook meer.  

5. Lezen
Met het lezen gaat het hartstikke goed. Ik heb nu vijftien boeken gelezen en ik lees op dit moment met meer plezier dan ooit!
 
Wanneer de volgende update zal zijn, is nog niet bekend. Misschien dat ik de updates om de twee of drie maanden kan plannen, zodat ik in ieder geval wat te melden heb in zo'n blogpost. :-)
 
Liefs!

maandag 31 maart 2014

Dag uit mijn docentenleven #11

Ik besloot mijn dag uit te schrijven waarop ik een studiemiddag had. De vorige drie keren vond ik het enorm interessant en ik had gedacht dat het vandaag niet anders zou zijn. Maar helaas…
Dinsdag 25 maart 2014
6.05 Mijn vriend gaat tegelijkertijd uit bed. Normaal sluip ik ’s morgens door het huis en doe ik zo min mogelijk lichten aan. Dit keer is het anders.
6.19 Bij de tramhalte word ik verwelkomt door een hoopje kots. Ik draai snel mijn gezicht weg en loop door, ondertussen probeer ik heel snel mijn gedachten op iets anders te zetten!
6.51 De vorige trein heeft twee minuten vertraging, waardoor ik deze makkelijk kan halen. Heerlijk!
6.53 Nadat ik me heb geïnstalleerd pak ik mijn e-reader erbij. Ik verkies een ‘gewoon’ boek boven mijn e-reader, maar tijdens het reizen vind ik het ideaal!
7.15 In alle vroegte kom ik aan op school. Heer-lijk!
7.17 Ik heb lichte stress: vanmiddag valt er een les uit voor mijn ene brugklas, terwijl de andere lessen wel doorgaan. Ik moet dus met twee verschillende planningen werken. Aaah!
7.20 Ik kom mijn lokaal in: snikheet! Op maandag zit er altijd iemand anders in mijn lokaal en die laat altijd de kachel aanstaan. ’s Avonds gaat deze uit, maar ’s morgens begint hij meteen te branden, waardoor het binnen vijf minuten niet meer te houden is. Ramen open, kachel uit, ventilatie aan!
7.24 De planningen voor in mijn brugklas is omgegooid. Hopelijk is dit te doen zonder al te veel verwarring. Als het goed is, loop ik vrijdag met beide klassen op schema!
7.50 Ik ben benieuwd naar de planning voor de studiedag van vanmiddag, hopelijk is het net zo leerzaam als de vorige keren.
8.12 Ik kom, na boven een kopje thee gedronken te hebben, terug bij mijn lokaal. De leerlingen staan al te wachten. Zodra ik de gang in loop, komt de standaard vraag bij me op: ‘Kan ik dit wel?’ Ik merk dat ik het me steeds vaker afvraag.
8.28 Na mijn uitleg blijkt gelukkig dat ik het nog niet verleerd ben. De leerlingen werken rustig aan hun huiswerkopgaven en ik geniet van de rust. Het is heerlijk om zo’n eerste uur te beginnen.
8.50 Ik bespreek de toets die de leerlingen hebben gemaakt. Ik weet nooit zo goed of ik beter voor of na het bespreken de toets terug moet geven. Als ik ze eerst de toets teruggeef, kunnen ze zich niet meer focussen op de uitleg, maar wanneer ik de toets erna teruggeef, kunnen ze er niets bijschrijven.
8.51 Ik geef dit keer de toets aan het einde van de uitleg terug.
9.01 Helaas is ook dit geen goed idee, want de minuten tot de bel werken ze niet meer. Vergelijken met de klasgenoten it is.
9.10 Ik geef een studieles aan de leerlingen van de bovenbouw. Bij binnenkomst vroegen ze al of ze weg mochten. ‘We zijn nog niet begonnen met het hoofdstuk, we zijn hierna vrij en als je geen studieles hebt, mag je nu al naar huis in plaats van in de stilteruimte werken.’
9.13 Na te hebben getwijfeld besluit ik dat ze pas na een half uur weg mogen. Ik weet dat ik de regels nu overtreed, maar dat is dan jammer. Iedereen roept altijd dat regels gemaakt zijn om overtreden te worden, dus bij deze.
9.41 Nu de leerlingen weg zijn, heb ik mooi nog even tijd om een vader van een leerling terug te mailen.
10.10 Bij mijn tweede brugklas wordt helaas iets minder goed gewerkt. Tijdens de uitleg doen ze goed mee, maar zodra ik ze vraag om zelfstandig te werken…
10.23 Er zit in deze klas één leerling die werkelijk iedereen aan het afleiden is. Omdraaien, uitlachen, tijdens de stilteminuten expres hoesten en schrapen met zijn keel. Leuk…
10.24 Maar ja, hij is depressief hè, ik mag niet boos op hem worden.
10.50 In de pauze zie ik een grote tafel vol met tompoucen staan. Wat zal ik doen, genieten of niet?
10.52 Ach, met de lijn gaat het toch al niet lukken. Die dingen zien er veel te lekker uit!
11.30 Het begin van de studiemiddag. Nadat ik het programma heb gezien, trek ik de conclusie direct: dit gaat een saaie middag worden. We gaan het de hele dag hebben over stellingen waar we het al eerder anderhalf uur lang over hebben gehad. Waarom?
12.01 Saai. Is het al pauze?
13.18 Saai.
14.20 Saai. Mogen we al weg?
14.38 We mogen weg! Ik pak boven snel mijn jas en vertrek dan naar het schoolplein.
14.39 Ik wacht nog even op een collega, met wie ik vandaag een stukje mee mag rijden.
15.30 Hoe kan het dat ik standaard op dinsdag hoofdpijn heb?
16.02 Thuis! Ik begin direct aan het avondeten en de afwas. Mijn vriend komt pas rond 21.00 uur thuis, dus als ik klaar ben met koken, heb ik nog uren tijd om leuke dingen te doen.
16.45 Lezen, blogs schrijven, blogs lezen en chillen. Joepie!
Liefs!

zaterdag 29 maart 2014

Dagboek: Nog vier weken! (#26)

Nadat ik afgelopen maandag een rustige dag had gehad (’s morgens had ik alle taken al voltooid) was is bestand tegen een weekje werken. Het was de eerste week na de toetsweek en om me heen zag ik iedereen in de stress wegens het nakijken. De cijfers moesten voor een bepaalde tijd ingeleverd zijn en voor sommige collega’s was dat een pijnlijke deadline. Wat ben ik toch blij dat ik dat soort dingen direct afhandel, waardoor ik geen stress heb!
Op dinsdag hoefde ik maar twee lessen en één studieles te geven. Om kwart voor elf ruimde ik mijn lokaal op. Of ik vrij was? Nee, was het maar zo’n feest! Ik had ’s middags een studiedag. Na de vorige drie hele leerzame studiedagen viel deze dag enorm tegen. De hele middag hebben we gestemd op stellingen waar we al een keer eerder een hele middag voor hebben moeten opofferen. Nutteloos, saai, doelloos, onzinnig, niet-leerzaam. Ik kan er niet heel veel meer van maken, behalve dat het een heerlijk broodje kroket was die ik tussen de middag at, thanks!
Woensdag had ik een nuttigere dag. Leuk is anders, maar toen ik in de trein naar huis zat, had ik in ieder geval een hoop geleerd.
- Bij een klas moet je pas aan het einde van een les trakteren. Een het begin van de les trakteren levert veel chaos op.
- Bij het teruggeven van proefwerken kun je de resterende minuten van de les niets meer doen.
- Wanneer je bij een klas extreem veel vragen krijgt over een bepaald onderdeel van het boek, moet je eerst zorgen dat de andere leerlingen rustig aan het werk zijn. Geef ze vooral geen vrijheid, want daar kunnen leerlingen uit de brugklas niet goed mee omgaan. En leerlingen uit andere klassen waarschijnlijk ook niet.
- Geef leerlingen zelfvertrouwen als je een nieuw hoofdstuk begint wat er akelig lastig uit ziet. Laat zien hoe simpel het is, desnoods met een trucje, en de rest van het lesuur eten ze uit je hand.
Donderdag was een lange dag: ’s morgens om 8.15 starten en ’s avonds pas om 21.15 klaar. Nu moet ik natuurlijk wel eerlijk toegeven dat ik ook nog drie tussenuren had en dat ik tussen 15.00 en 19.00 ook niets heb hoeven doen. Het is alleen zo naar dat mijn werk te ver van mijn huis af staat, waardoor ik niet even heen en weer kan.
’s Avonds stond ik weer voor een groep ouders te praten. Het was de tiende avond dit jaar en ook meteen de laatste. Het zit erop! Ik vond het heel leuk en nog veel leerzamer om te doen, maar ik ben ook wel een klein beetje blij dat ik klaar is. De lange dagen zijn slopend! Volgend jaar ga ik dit dus ook niet meer doen, omdat ik dan al één dag in de week ga studeren.
Vrijdag leek alles goed te gaan. De leerlingen waren lief, er waren wat leerlingen uit mijn 2havo-klas ziek, waardoor het heel rustig was in het lokaal, ik had leuke gesprekken met de leerlingen en ik heb weer een lesuur bij een ander vak mogen zitten, omdat de leerlingen daar gingen presenteren en daar was ik heel erg benieuwd naar.
En toen ging ik met de trein naar huis. Voor wie wel eens met de trein reist: deze alinea zal waarschijnlijk heel herkenbaar zijn. Ik kwam op het station en ik zag dat het hele informatiebord blauw was. Dat kan twee dingen betekenen, vertraging of uitval. Het was mogelijkheid nummer 2. Na een reis om de wereld – althans: zo voelde het – kwam ik na bijna twee uur thuis aan, eindelijk!
Dit weekend zit volgepland met verjaardagen. Bij mij thuis is er een verjaardag, wat betekent dat ik vandaag de hele dag in de keuken mag staan om hapjes en taarten voor zondag voor te bereiden. Jeeej!
Ik wens iedereen een heel fijn weekend!
 
Liefs!

woensdag 26 maart 2014

Tip: Wacht op een heterdaadje (#37)

Vandaag heb ik een tip uit een hoofdstuk waar ik nog niet eerder een tip vandaag geplukt heb: het hoofdstuk ‘pesten’. Ik weet niet zo goed wat ik van de tip moet vinden. Lees hieronder de tip en mijn mening daarover.

Hoofdstuk 11, tip 6: Wacht op een heterdaadje
Voorkom vage beschuldigingen. Wacht dus op een heterdaadje en grijp dat pas in. En benoem wat je ziet. De leerling moet zich verantwoorden en de hele klas ziet: dit kan niet ongestraft.

Zoals ik al zei: ik weet niet wat ik met deze tip moet. Ze suggereren hier dat je moet wachten tot je pestgedrag signaleert. Als de pestkoppen slim zijn, doen ze het pesten buiten het zicht van de docent. Op het schoolplein, onderweg naar huis of zelfs online. Dan kun je als docent heel lang wachten.

Aan de andere kant snap ik de tip ook wel. Als je op de zogenaamde pesters afstapt met het verhaal dat je hebt gehoord dat ze pesten, kunnen ze twee dingen doen: toegeven of ontkennen. Wanneer ze ontkennen, is de kans groot dat ze alleen nog maar meer gaan pesten, of in een ernstigere vorm. Ik denk dat meteen aan bedreigingen als ‘jij hebt de docent erbij gehaald, dus als je ons ooit nog één keer verlinkt, dan …’. Lijkt me voor het slachtoffer niet erg fijn.

Dit is serieus een tip waar ik niet zo zeker van ben. Hopelijk zal ik het nooit in de praktijk tegenkomen!

Liefs!

maandag 24 maart 2014

Een dag uit mijn docentenleven #10

Ik had afgelopen week allemaal korte lesdagen. Een hele dag bijhouden ging dus niet lukken, dus ik heb alleen van de ochtend en de vroege middag wat dingen bijgehouden.
Woensdag 19 maart 2014
6.00 Goooeeedemorgen! Eindelijk heb ik een keer geen moeite met opstaan!
6.03 Onderweg naar het toilet kom ik een spin tegen. Hysterisch gillen lukt niet, want mijn vriend ligt te slapen, dus ik pak er een papiertje bij en spoel de spin door het toilet. Jij ook een fijne dag…
6.17 Ik ga vandaag met de scooter naar het station. Het is droog, het begint weer een beetje licht te worden buiten en het is sneller en goedkoper dan met de tram. Sinds mijn val in oktober durf ik niet meer goed op een scooter te rijden, maar ik moet echt over mijn rij-angst heenkomen. Ik durf ook al geen auto te rijden en op de fiets naar mijn werk zit er ook niet in.
6.33 Op het station zie ik dat ik een trein eerder kan nemen. Het heeft niet heel veel nut, want met deze trein haal ik de overstap niet, maar ik heb ook geen zin om op het station te wachten op een volgende trein.
6.41 Ik doe mijn make-up altijd in de tram, vandaag doe ik dat dus in de trein. Ik trek me altijd wel wat aan van wat anderen van me kunnen denken, maar hierbij totaal niet. Ik heb echt geen zin om tien minuten eerder op te staan…
7.18 Ik kom aan op mijn werk. Jas ophangen, toilet, proefwerkblaadjes pakken en het lokaal in om alles klaar te zetten. Dat is ook ongeveer hoe de andere ochtenden er uit zagen deze week.
7.43 Straks heb ik een groepje van zes leerlingen die een toets moeten maken bij mij. Best nutteloos, dat ze daarvoor één docent inzetten.
8.13 ‘Mevrouw, ik ben mijn pen vergeten,’ zegt één van de leerlingen. Serieus, hoe kan je een pen vergeten bij een toetsweek? Of hoe kun je überhaupt een pen vergeten?
8.14 Ik heb ook wel eens een leerling gehad die zijn schooltas was vergeten. Dat snap ik dan al helemaal niet.
8.20 Tijdens het surveilleren pak ik de stapel toetsen erbij. De zes leerlingen zitten zo ver uit elkaar dat ik niet hoef op te letten of ze bij elkaar spieken. Dan moeten ze wel hele goede ogen hebben.
8.31 De eerste leerling is al klaar met de toets, terwijl hij officieel nog 45 minuten de tijd heeft. Ik merkte gisteren ook al dat de toetsen vaak te kort wordt gemaakt door mijn collega’s. Erg vervelend voor de surveillanten, want als de toets erg kort is, gaan de leerlingen zich vervelen…
8.52 Ik merkte vanochtend overigens dat ik één van mijn toetsen kwijt was. Ik vroeg een collega er naar, maar hij beweerde dat hij ‘m echt had ingeleverd. Ik mail de rest van mijn collega’s om te vragen of één van hen deze toets gevonden heeft.
9.12 Tijdens de korte pauze komt een conrector naar me toe. Hij heeft een klacht over me gekregen van een vader van een leerling. Ik luister de conrector even aan, maar heel veel heb ik er niet over te zeggen. Deze vader is sinds het weekend al bezig. Ik zeg tegen de conrector wat ik te zeggen heb, hij is het met me eens en met een opgeheven hoofd loop ik weg. Zucht.
9.35 De tweede toets gaat beginnen. Er komt nog één jongen te laat binnen, maar ik heb geen zin om daar over te vallen. Dat gaat alleen maar ten koste van zijn toets.
9.51 Ik krijg een mailtje terug van een collega Duits. Hij heeft mijn toets in zijn postvakje gekregen. Duits lijkt toch niet op wiskunde?
10.04 Ik snap echt niet dat die vader zo moeilijk doet. Zijn zoon heeft een 3 gehaald. Is dat dan mijn probleem, of die van hem? Ik zit er niet mee, hoor. Die 3 heeft hij verdiend.
10.10 De bel gaat bijna. Ik kijk nog even snel de laatste toets na.
10.17 Klaar! Voordat ik naar huis kan, dien ik nog een declaratie in bij de vrouw die over het geld gaat. Altijd fijn om geld terug te kunnen vragen.
11.05 Onderweg naar huis krijg ik ineens heel veel zin om in de bibliotheek te lezen. Ik stuur mijn vriend een berichtje dat ik wat later thuis ben. Heeft hij ook lekker een middagje rust!
12.30 Nadat ik wat te eten en te drinken heb gehaald bij de supermarkt, ga ik in de bibliotheek zitten. Ik kies de fijnste stoel uit, ga zitten en geniet. Het zonnetje schijnt lekker door het raam en ik ben op het moment in een heel fijn boek bezig. Dat kan toch bijna niet beter?
15.02 Als ik thuis ben en het verhaal van de klacht tegen mijn vriend vertel, word ik plotseling toch wel onzeker. Bah! Mijn vriend zegt dat ik het van me af moet zetten, maar dat lukt niet echt. Vervelende man…
Liefs!